Ziet u een fout in deze regeling? Meld het ons op regelgeving@overheid.nl!
Leeuwarden

Subsidieverordening stads- en dorpsvernieuwing 2001

Wetstechnische informatie

Gegevens van de regeling
OrganisatieLeeuwarden
OrganisatietypeGemeente
Officiële naam regelingSubsidieverordening stads- en dorpsvernieuwing 2001
CiteertitelSubsidieverordening stads- en dorpsvernieuwing 2001
Vastgesteld doorgemeenteraad
Onderwerpbestuur en recht
Eigen onderwerp

Opmerkingen met betrekking tot de regeling

Met ingang van 3 juli 2003 is de Subsidieverordening stads- en dorpsvernieuwing 2001 ingetrokken, met inachtneming van het bepaalde in artikel 4.6. Voor de uitvoering van de daar genoemde projecten blijft de Subsidieverordening stedelijke vernieuwing 2003 buiten toepassing.

Voor de uitvoering van de in artikel 4.6 genoemde projecten blijft de verordening ook na intrekking (3-7-2003) van toepassing.

Wettelijke grondslag(en) of bevoegdheid waarop de regeling is gebaseerd

Wet op de stads- en dorpsvernieuwing

Regelgeving die op deze regeling is gebaseerd (gedelegeerde regelgeving)

Geen

Overzicht van in de tekst verwerkte wijzigingen

Datum inwerkingtreding

Terugwerkende kracht tot en met

Datum uitwerkingtreding

Betreft

Datum ondertekening

Bron bekendmaking

Kenmerk voorstel

03-07-200303-07-2003intrekking

18-06-2003

Huis aan Huis; 25-06-2003

9907
18-12-2001nieuwe regeling

17-12-2001

Huis aan Huis; 16-01-2002

23757

Tekst van de regeling

Intitulé

Subsidieverordening stads- en dorpsvernieuwing 2001

(Rb. 17-12-2001, nr. 23757)

HOOFDSTUK I Algemeen deel

Artikel 1.1

Voor de toepassing van deze verordening wordt verstaan onder stads- en dorpsvernieuwing, verder te noemen stadsvernieuwing, de stelselmatige inspanning, zowel op stedenbouwkundig als op sociaal, economisch, cultureel en milieuhygiënisch gebied, gericht op behoud, herstel, verbetering, herindeling of sanering van bebouwde gedeelten van het gemeentelijk grondgebied.

Artikel 1.2

De gemeenteraad neemt jaarlijks een besluit waarin wordt aangegeven welk bedrag voor een bepaald jaar beschikbaar wordt gesteld in het belang van de stadsvernieuwing aan natuurlijke of rechts- personen voor de verschillende sectoren van de samenleving, waaronder in elk geval de bewoners van huur- en eigen woningen, en in het bijzonder ten behoeve van de versterking van de positie van de bewoners, het bedrijfsleven en sociale en culturele instellingen. De bedragen voor deze sectoren worden bekendgemaakt in één of meer dag- of nieuwsbladen.

Artikel 1.3
  • 1.

    De gemeenteraad is bevoegd een voor een bepaalde sector van de samenleving bestemd bedrag, als bedoeld in artikel 1.2. te verhogen.

  • 2.

    De gemeenteraad is bevoegd een voor een bepaalde sector van de samenleving bestemd bedrag te verlagen, wanneer, mede gelet op het totaal van de voor het betreffende jaar voor die bepaalde sector reeds ingediende aanvragen, redelijkerwijze kan worden aangenomen dat voor die bepaalde sector van de samenleving aan het einde van het desbetreffende jaar gelden zullen resteren.

  • 3.

    Bekendmaking geschiedt op dezelfde wijze als voorgeschreven in artikel 1.2.

Artikel 1.4
  • 1.

    Burgemeester en wethouders zijn bevoegd om in het belang van de stadsvernieuwing en met inachtneming van het bepaalde in deze verordening steun toe te kennen.

  • 2.

    Burgemeester en wethouders houden bij hun beslissing op grond van het eerste lid rekening met steun die op grond van enige regeling is of kan worden toegekend.

  • 3.

    Burgemeester en wethouders kunnen aan het toekennen van steun voorwaarden verbinden.

Artikel 1.5
  • 1.

    Burgemeester en wethouders zijn gemachtigd het toekennen van steun als bedoeld in artikel 1.4 op te dragen aan door hen aan te wijzen gemeenteambtenaren.

  • 2.

    Tenzij burgemeester en wethouders bij het verlenen van een opdracht op grond van het eerste lid bepalen, dat de ambtenaar aan hen terstond een afschrift van elke door hem genomen beschikking moet toezenden, legt deze hun aan het eind van iedere maand een opgave over van de door hem in die maand genomen beschikkingen.

  • 3.

    Van elke beschikking, genomen door een ambtenaar aan wie een opdracht op grond van het eerste lid is verleend, staat voor degene, die daardoor rechtstreeks in zijn belang is getroffen, schriftelijk beroep open op burgemeester en wethouders van Leeuwarden.

  • 4.

    Degene wiens belangen rechtstreeks zijn getroffen door de beslissing op een verzoek om toekenning van steun, welke bevoegdheid ingevolge het eerste lid is opgedragen aan een ambtenaar, kan tevens een beroepschrift indienen bij burgemeester en wethouders indien hij:

    • a.

      niet binnen de desbetreffende, in de artikelen 2.15, 3.9, 4.17 en 5.8 gestelde termijnen, kennis heeft kunnen nemen van een beslissing omtrent zijn verzoek;

    • b.

      na verdaging niet binnen de krachtens die verdaging geldende termijn kennis heeft kunnen nemen van een beslissing omtrent zijn verzoek.

  • 5.

    Een beroepschrift moet worden ingediend binnen dertig dagen na de dag:

    • a.

      waarop de beslissing op het verzoek is verzonden;

    • b.

      waarop de termijn waarbinnen de beslissing had moeten zijn genomen is verstreken. Wanneer het beroepschrift na afloop van de daarvoor gestelde termijn is ingediend, blijft niet-ontvankelijkverklaring op grond daarvan achterwege, indien de indiener aantoont dat hij het beroep heeft ingesteld zo spoedig als dit redelijkerwijs verlangd kon worden.

  • 6.

    Een beschikking van een ambtenaar tot toekenning van steun blijft gedurende de beroepstermijn, en indien een beroepschrift is ingediend, zolang daarop niet is beslist, buiten werking.

    Burgemeester en wethouders kunnen echter in naar hun oordeel spoedeisende gevallen anders beschikken. Zij delen dit schriftelijk mede aan de betrokkene.

  • 7.

    Burgemeester en wethouders beslissen omtrent een beroep ingesteld op grond van het derde of vierde lid, binnen zestig dagen nadat het betreffende beroepschrift bij hen is binnengekomen. Zij kunnen hun beslissing voor ten hoogste dertig dagen verdagen.

Artikel 1.6
  • 1.

    Burgemeester en wethouders kennen slechts steun toe voor zover de op grond van artikel 1.2 begrote financiële middelen voor de desbetreffende sector van de samenleving toereikend zijn.

  • 2.

    Alle aanvragen om steun op voet van deze verordening worden in volgorde van binnenkomst afgehandeld.

  • 3.

    De beslissing op een aanvraag als bedoeld in het tweede lid, welke in verband met het bepaalde in het eerste lid niet kan worden toegekend, wordt door burgemeester en wethouders voor een termijn van ten hoogste zes maanden aangehouden.

  • 4.

    De indiener van een aanvraag, welke op grond van het eerste lid is afgewezen, is bevoegd een dergelijke aanvraag in een volgend jaar opnieuw in te dienen.

  • 5.

    In afwijking van het bepaalde in het tweede lid zijn burgemeester en wethouders bevoegd om aan aanvragen als bedoeld in het vierde lid extra prioriteit toe te kennen.

Artikel 1.7
  • 1.

    In bijzondere gevallen kunnen burgemeester en wethouders, gehoord de betrokken raadsadviescommissie(s), in het belang van de stadsvernieuwing afwijken van de bepalingen van deze verordening, met uitzondering van het bepaalde in artikel 2.83.

  • 2.

    In afwijking van het bepaalde in het eerste lid van dit artikel kunnen burgemeester en wethouders in individuele gevallen afwijken van de subsidieregels in hoofdstuk II van deze verordening, met uitzondering van het bepaalde in artikel 2.83, zonder hierover eerst de betrokken raadsadviescommissie(s) te horen.

  • 3.

    Burgemeester en wethouders geven jaarlijks aan de betrokken raadsadviescommissie(s) een overzicht van het aantal gevallen waarin, en tot welke bedragen, zij toepassing hebben gegeven aan het tweede lid van dit artikel.

Artikel 1.8

De gemeenteraad kan de werkingssfeer van deze verordening of onderdelen daarvan naar tijd en plaats beperken. Een daartoe strekkend besluit wordt bekend gemaakt op de wijze als voorgeschreven in artikel 1.2.

HOOFDSTUK II Woningverbetering, wonen boven winkels en monumenten 4)

Afdeling 2.1 Algemene en begripsbepalingen

Artikel 2.1
  • 1.

    In dit hoofdstuk wordt verstaan onder:

    • a.

      actiegebied: een door de Raad als zodanig aangewezen gebied;

    • b.

      stimuleringsgebied: een door de Raad als zodanig aangewezen gebied;

    • c.

      wonen-boven-winkelsgebied: een door de Raad als zodanig aangewezen gebied;

    • d.

      budget: bedrag aan geldelijke steun dat jaarlijks door de gemeenteraad beschikbaar wordt gesteld ten behoeve van:

      • 1e

        het treffen van voorzieningen in actiegebieden;

      • 2e

        het treffen van voorzieningen in stimuleringsgebieden en het tot één of meer woningen verbouwen van een pand boven, onder of naast een bedrijfsruimte in een wonen-boven-winkelsgebied;

      • 3e

        het restaureren van monumenten;

    • e.

      deelbudget: specificatie van beschikbare budgetten;

    • f.

      plan: de opsomming van de voorzieningen, zoals die op het door burgemeester en wethouders voorgeschreven formulier zijn vermeld, vergezeld van alle voorgeschreven gegevens zoals vereist op grond van deze verordening;

    • g.

      convenant: een overeenkomst tussen burgemeester en wethouders enerzijds en een toekomstig subsidieaanvrager anderzijds, op basis waarvan burgemeester en wethouders overgaan tot budgetreservering ten behoeve van een nader aangeduid woningverbeteringsproject in een bepaald jaar en waarin de toekomstige subsidieaanvrager toezegt te zullen overgaan tot de planvoorbereiding overeenkomstig de in het convenant bepaalde randvoorwaarden;

    • h.

      toekennen van geldelijke steun: het besluit van burgemeester en wethouders dat een opschortend voorwaardelijke aanspraak op geldelijke steun verschaft;

    • i.

      verstrekken van geldelijke steun: het besluit van burgemeester en wethouders waarbij de hoogte van de toegekende geldelijke steun wordt vastgesteld en de gemeente zich verplicht tot uitbetalen, met dien verstande dat bij de bijdrage ineens op termijn onder het verstrekken van geldelijke steun wordt verstaan: het besluit van burgemeester en wethouders waarbij de hoogte van de toegekende geldelijke steun wordt vastgesteld en de gemeente zich verplicht tot uitbetalen, mits voldaan is aan de in deze verordening opgenomen voorwaarden;

    • j.

      voorzieningen: het opknappen van een woning, het verbouwen van een pand tot één of meer woningen, het restaureren van een monument of het aanbrengen van één of meer van de verbeteringen, bedoeld in artikel 15 van de Woningwet;

    • k.

      opknappen: bouwkundige maatregel aan een woning die strekt tot opheffing van technische gebreken, verbetering van de indeling of het woongerief of tot bouwkundige splitsing of samenvoeging;

    • l.

      verbouwen: bouwkundige maatregel aan een pand die strekt tot:

      • 1e

        de opheffing van technische gebreken;

      • 2e

        de ontsluiting ten behoeve van één of meer woningen;

      • 3e

        de verbetering van de indeling van één of meer woningen, of

      • 4e

        de verbetering van het woongerief van één of meer woningen;

    • m.

      restaureren: de werkzaamheden aan een monument het normale onderhoud te boven gaand, die voor de instandhouding noodzakelijk zijn;

    • n.

      verbeteringen: de verbeteringen, bedoeld in artikel 15 van de Woningwet, te weten:

      • 1e

        indien geen binnen de woning bereikbare toiletruimte aanwezig is: het verbouwen van een binnen de woning bereikbare ruimte tot een toiletruimte die voldoet aan de bij of krachtens het Bouwbesluit (Stb. 1991, 680) ter zake gegeven voorschriften;

      • 2e

        het in overeenstemming brengen van een binnen de woning bereikbare toiletruimte met de bij of krachtens het Bouwbesluit ter zake gegeven voorschriften;

      • 3e

        indien geen binnen de woning bereikbare badruimte aanwezig is: het verbouwen van een binnen de woning bereikbare ruimte tot een badruimte die voldoet aan de bij of krachtens het Bouwbesluit ter zake gegeven voorschriften;

      • 4e

        het in overeenstemming brengen van een binnen de woning bereikbare badruimte met de bij of krachtens het Bouwbesluit ter zake gegeven voorschriften;

      • 5e

        indien binnen de woning geen bereikbare opstelplaats voor een kooktoestel en geen aanrecht aanwezig is: het verbouwen van een binnen de woning bereikbare ruimte of een gedeelte daarvan tot een ruimte, waarin zich ten behoeve van het plaatsen van een kooktoestel een opstelplaats bevindt die voldoet aan de bij of krachtens het Bouwbesluit ter zake gegeven voorschriften, alsmede het plaatsen van een aanrecht die voldoet aan de bij of krachtens die maatregel ter zake gegeven voorschriften, of

      • 6e

        het in overeenstemming brengen van een binnen de woning bereikbare opstelplaats voor een kooktoestel alsmede van een binnen de woning bereikbaar aanrecht met de bij of krachtens het Bouwbesluit ter zake gegeven voorschriften, met dien verstande dat onder die verbeteringen mede verstaan wordt de voor die verbeteringen benodigde wijziging van de indeling of van de inwendige constructie van de woning;

    • o.

      niet-ingrijpend opknappen: opknappen van een huurwoning waarvan de bouw is voltooid voor 1 januari 1968 en waarvan de kosten van de voorzieningen minder dan € 22.689,01 bedragen;

    • p.

      ingrijpend opknappen: opknappen van een huurwoning waarvan de bouw is voltooid voor 1 januari 1946 en waarvan de kosten van de voorzieningen meer bedragen dan € 22.689,01;

    • q.

      casco:

      • 1e

        de funderingen, dragende muren en kolommen, het geraamte van het gebouw met de ondergrond, het ruwe metselwerk en voegwerk, alsmede de vloeren, de buitengevels, waaronder begrepen de kozijnen met ramen en glas, waterslagen en kunst- en natuursteen werken, deuren welke zich in de buitengevel bevinden, balkonconstructies, borstweringen, de daken (inclusief bedekking en randafwerking alsmede alle lood- en zinkwerken en de gootconstructie), dakkapellen, dakramen, schoorstenen, kookgasafvoeren, en ventilatiekanalen alsmede het tralie- en hekwerk;

      • 2e

        de technische installaties met de daarbij behorende leidingen voor gas, water en elektriciteitsvoorziening, de vuilafvoer, de afvoer van afval en hemelwater met de riolering, de gemeenschappelijke antenne, de bliksembeveiliging en de alarminstallatie;

    • r.

      kosten van de voorzieningen: de door burgemeester en wethouders goedkeurde kosten van het opknappen, verbouwen of restaureren die worden gemaakt ter zake van:

      • 1e

        de aanneemsom voor het verrichten van de werkzaamheden;

      • 2e

        de risicoverrekening van loon- en materiaalprijsstijgingen, met inachtneming van het bepaalde in de Risicoregeling 1991:

      • 3e

        het architectenhonorarium;

      • 4e

        het toezicht op de uitvoering;

      • 5e

        de aansluiting op de nutsvoorzieningen;

      • 6e

        de leges voor de bouwvergunning;

      • 7e

        collectieve begeleidingskosten;

      • 8e

        kosten planadvisering;

      • 9e

        renteverlies, voor zover dit verband houdt met het treffen van de voorzieningen;

      • 10e

        onderzoek en adviezen op het gebied van constructies of op installatietechnisch of bouwfysisch gebied;

      • 11e

        administratieve kosten;

      • 12e

        een reservering voor kostenverhogingen die ten tijde van de raming van de onder 1e tot en met ten 11e genoemde kosten redelijkerwijs niet voorzienbaar waren;

      • 13e

        de kosten van een bouwtechnisch garantiecertificaat, welke kosten worden verminderd met eventueel verkregen of te verkrijgen geldelijke steun ten behoeve van het treffen van geluidwerende maatregelen;

      • 14e

        de kosten voor grondonderzoek, dat noodzakelijk is in verband met het verkrijgen van een bouwvergunning;

    • s.

      monumenten:

      • 1e

        alle voor tenminste vijftig jaar vervaardigde zaken welke van algemeen belang zijn wegens hun schoonheid, hun betekenis voor de wetenschap of hun cultuurhistorische waarde;

      • 2e

        terreinen welke van algemeen belang zijn wegens daar aanwezige zaken als bedoeld onder 1;

    • t.

      rijksmonument: monument, dat is beschermd krachtens artikel 6 van de Monumentenwet (Stb. 1988, 638);

    • u.

      klein rijksmonument: woonhuizen, agrarische gebouwen en molens, die beschermd zijn krachtens artikel 6 van de Monumentenwet;

    • v.

      groot rijksmonument: rijksmonument geen klein rijksmonument zijnde;

    • w.

      gemeentelijk monument: monument, dat is opgenomen op de gemeentelijke monumentenlijst, bedoeld in artikel 1 van de Gemeentelijke Monumentenverordening;

    • x.

      beeldbepalende panden: monumenten, die niet van een zodanige waarde zijn, dat hun plaatsing op de monumentenlijst is gerechtvaardigd, maar die toch vanuit het stadsbeeld te stellen voorwaarden voldoen aan zodanige eisen met betrekking tot de situering, de structuur (breedte, hoogte bekapping), verschijningsvorm, historische waarde en architectonisch uiterlijk (materiaal gebruik en detaillering), dat er naar gestreefd moet worden deze panden voor het beschermde stadsbeeld te behouden, en die als zodanig zijn aangewezen op de historische kwaliteitskaart van december 1982 behorende bij het beschermde stadsgezicht;

    • y.

      woonhuismonument: monument dat de bestemming woning heeft of oorspronkelijk heeft gehad;

    • z.

      woningen boven winkels: tot één of meer woningen te verbouwen pand boven, onder, naast of anderszins onlosmakelijk verbonden met een bedrijfsruimte, in een wonen-boven-winkelsgebied;

      • aa.

        particuliere huurwoning: een huurwoning welke niet in eigendom is van de gemeente of een toegelaten instelling als bedoeld in artikel 70 van de Woningwet;

      • ab.

        onderhoudsplan: een door burgemeester en wethouders goedgekeurd overzicht van onderhoudswerkzaamheden die gedurende een periode van 15 jaar nodig worden geacht, om het bouwtechnische kwaliteitsniveau dat met de voorzieningen is of zal worden bereikt, te handhaven;

      • ac.

        programma van eisen: het door burgemeester en wethouders vastgestelde programma van eisen;

      • ad.

        ascofondsconstructie: een constructie waarbij op basis van een onderhoudsplan door de eigenaar geld gereserveerd wordt ten behoeve van de instandhouding van het casco;

      • ae.

        geldgever: de bank of financiële instelling waarmee de gemeente Leeuwarden een overeenkomst heeft gesloten met betrekking tot de financiering in het kader van hoofdstuk twee van de subsidieverordening Stads- en dorpsvernieuwing 1993;

      • af.

        rentepercentage: het percentage gelijk aan het, op 0,05 procent naar beneden afgeronde, door het Centraal Bureau voor de Statistiek bekendgemaakte effectief rendement op staatsobligaties met een resterende looptijd van vijf tot acht jaar.

  • 2.

    Op de kosten, bedoeld in het vorige lid onder r, worden in mindering gebracht de kosten van een energiebesparende maatregelen waarvoor op grond van enige andere subsidieregeling geldelijke steun kan worden verkregen.

  • 3.

    In stimuleringsgebieden worden, met in achtneming van het gestelde in het tweede en vierde lid, onder de kosten van de voorzieningen slechts verstaan:

    • a.

      de aanneemsom voor het verrichten van de werkzaamheden, bedoeld in het eerste lid onder r ten eerste;

    • b.

      het architectenhonorarium, bedoeld in het eerste lid onder r ten derde;

    • c.

      de aansluiting op de nutsvoorzieningen, bedoeld in het eerste lid onder r ten vijfde;

    • d.

      de leges voor de bouwvergunning, bedoeld in het eerste lid onder r ten zesde;

    • e.

      onderzoek en adviezen op het gebied van constructies of op installatietechnisch of bouwfysisch gebied, bedoeld in het eerste lid onder r ten tiende;

  • 4.

    Ingeval van brandschade worden de kosten van de voorzieningen berekend aan de hand van de kosten van de voorzieningen minus de verzekeringspenningen.

Artikel 2.2

In dit hoofdstuk wordt mede verstaan onder:

  • 1.

    eigenaar: opstaller, erfpachter, gerechtigde tot een appartementsrecht of degene aan wie door een rechtspersoon een deelnemings- of lidmaatschapsrecht is verleend dat recht geeft op gebruik van een woning;

  • 2.

    eigendom: het recht van opstal, het erfpachtsrecht, appartementsrecht of door een rechtspersoon verleend deelnemings- of lidmaatschapsrecht dat recht geeft op gebruik van een woning;

  • 3.

    woning: een woongebouw en een afzonderlijk gedeelte van een gebouw, welk gedeelte tot bewoning is bestemd.

Artikel 2.3

Op grond van dit hoofdstuk kunnen burgemeester en wethouders geldelijke steun toekennen voor:

  • a.

    het niet-ingrijpend opknappen van particuliere huurwoningen (afd. 2.2);

  • b.

    het ingrijpend opknappen van particuliere huurwoningen (afd. 2.3);

  • c.

    het opknappen van door eigenaren zelf bewoonde of te bewonen woningen (afd. 2.4);

  • d.

    het restaureren van monumenten (afd. 2.5);

  • e.

    het tot één of meer woningen verbouwen van een pand boven, onder, naast of anderszins onlosmakelijk verbonden met een bedrijfsruimte (afd. 2.6).

Artikel 2.4
  • 1.

    In verband met het gestelde in artikel 2.3 stelt de Raad jaarlijks, bij de vaststelling van het Verdeelbesluit, de volgende deelbudgetten vast:

    • a.

      een deelbudget voor het treffen van voorzieningen in actiegebieden;

    • b.

      een deelbudget voor het treffen van voorzieningen in stimuleringsgebieden en het tot één of meer woningen verbouwen van een pand boven, onder, naast of anderszins onlosmakelijk verbonden met een bedrijfsruimte in een wonen-boven-winkelsgebied;

    • c.

      een deelbudget voor het restaureren van monumenten.

  • 2.

    Bij het vaststellen van de deelbudgetten stelt de Raad ook een meerjarenprogram voor actiegebieden vast.

  • 3.

    Bij het vaststellen van de deelbudgetten stelt de Raad ook die aanvragen vast die voorrang krijgen bij de afhandeling overeenkomstig een door burgemeester en wethouders en de toekomstige subsidieaanvrager gesloten convenant.

Artikel 2.5
  • 1.

    Burgemeester en wethouders stellen voor de uitvoering van dit hoofdstuk programma's van eisen vast waaraan woningen en monumenten na het treffen van voorzieningen moeten voldoen. Deze programma's van eisen kunnen voor concrete actiegebieden door burgemeester en wethouders worden aangevuld en gewijzigd.

  • 2.

    Burgemeester en wethouders kunnen voor de uitvoering van dit hoofdstuk nadere regels vaststellen.

  • 3.

    Burgemeester en wethouders kunnen nadere regels stellen met betrekking tot:

    • a.

      de normering van de in artikel 2.1 eerste lid onder r genoemde kostensoorten;

    • b.

      de wijze van specificatie van elk van die kostensoorten;

    • c.

      de wijze waarop, bij een gemeenschappelijke aanpak, de uitvoering van de werkzaamheden juridisch en financieel wordt georganiseerd.

Artikel 2.6
  • 1.

    Burgemeester en wethouders kunnen ter uitvoering van deze verordening met alle betrokken partijen nadere overeenkomsten aangaan en/of convenanten sluiten.

  • 2.

    Burgemeester en wethouders kunnen in het belang van de ontwikkeling en voortgang van woningverbeterings-, restauratie- of wonen-boven-winkelsprojecten privaatrechtelijke rechtshandelingen aangaan.

Afdeling 2.2 Het niet-ingrijpend opknappen van particuliere huurwoningen

Paragraaf 2.2.1 Algemene bepaling

Artikel 2.7
  • 1.

    Deze afdeling is slechts van toepassing op het niet-ingrijpend opknappen van particuliere huurwoningen.

  • 2.

    Deze afdeling is niet van toepassing op:

    • a.

      door de eigenaar zelf bewoonde of te bewonen woningen;

    • b.

      woningen die niet geschikt of bestemd zijn om gedurende het hele jaar door dezelfde persoon of personen te worden bewoond;

    • c.

      woonwagens als bedoeld in de Woonwagenwet (Stb.1968,98);

    • d.

      woningen die als ambts- of dienstwoning in gebruik zijn of als zodanig bestemd;

    • e.

      bejaardenoorden als bedoeld in de Wet op de bejaardenoorden (Stb.1990,468);

    • f.

      woningen die bedrijfsmatig kamergewijs worden verhuurd;

    • g.

      noodwoningen.

  • 3.

    Deze afdeling is bovendien niet van toepassing op het restaureren van monumenten en het tot één of meer woningen verbouwen van een pand boven, onder, naast of anderszins onlosmakelijk verbonden met een bedrijfsruimte.

Paragraaf 2.2.2 Stimuleringsgebieden

Artikel 2.8

Ten behoeve van het opknappen van het casco van een woning in stimuleringsgebieden kan ten laste van het deelbudget, bedoeld in artikel 2.4 eerste lid onder b, geldelijke steun toegekend of verstrekt worden. De geldelijke steun wordt berekend over de bij de verstrekking van de geldelijke steun door burgemeester en wethouders goedgekeurde kosten van de voorzieningen aan het casco.

Artikel 2.9
  • 1.

    De geldelijke steun wordt ter keuze van de eigenaar toegekend of verstrekt als bijdrage ineens of als bijdrage ineens op termijn.

  • 2.

    De geldelijke steun wordt slechts verstrekt indien de bij de verstrekking van de geldelijke steun door burgemeester en wethouders goedgekeurde kosten van de voorzieningen niet minder dan € 2.268,90 bedragen.

  • 3.

    De geldelijke steun wordt slechts verstrekt voor zover de bij de verstrekking van de geldelijke steun door burgemeester en wethouders goedgekeurde kosten van de voorzieningen niet meer dan € 13.613,41 bedragen.

Artikel 2.10
  • 1.

    De bijdrage ineens bedraagt 25% van de bij de verstrekking van de geldelijke steun door burgemeester en wethouders goedgekeurde kosten van de voorzieningen.

  • 2.

    De bijdrage ineens op termijn bedraagt tweederde van de bij de verstrekking van de geldelijke steun door burgemeester en wethouders goedgekeurde kosten van de voorzieningen.

  • 3.

    In afwijking van het tweede lid bedraagt de bijdrage ineens ingeval van eigendomsoverdracht, voor de afloop van de termijn, bedoeld in artikel 2.80, een percentage van de in het tweede lid bedoelde bijdrage ineens op termijn, overeenkomstig de volgende tabel:

    jaar van eigendomsoverdracht

    percentage

     

     

    eerste jaar

    38%;

    tweede jaar

    41%;

    derde jaar

    43%;

    vierde jaar

    45%;

    vijfde jaar

    50%;

    zesde jaar

    53%;

    zevende jaar

    56%;

    achtste jaar

    60%;

    negende jaar

    65%;

    tiende jaar

    69%;

    elfde jaar

    73%;

    twaalfde jaar

    77%;

    dertiende jaar

    83%;

    veertiende jaar

    87%;

    vijftiende jaar

    93%;

    mits aan de voorwaarden en verplichtingen, zoals in deze verordening bepaald, wordt voldaan.'

  • 4.

    Indien toepassing wordt gegeven aan het derde lid wordt voor de administratieve afhandeling € 113,45 in rekening gebracht.

Artikel 2.11
  • 1.

    Indien gelijktijdig met de voorzieningen, bedoeld in artikel 2.8, één of meer van de verbeteringen, bedoeld in artikel 2.1 eerste lid onder n, worden getroffen kan ten laste van het deelbudget, bedoeld in artikel 2.4 eerste lid onder b, een bijdrage ineens toegekend of verstrekt worden.

  • 2.

    De geldelijke steun, bedoeld in het eerste lid, wordt slechts toegekend en verstrekt voorzover de kosten van de voorzieningen niet meer bedragen dan:

    • -

      € 3.630,24 voor verbeteringen genoemd in artikel 2.1. eerste lid onder n, 3e en 4e;

    • -

      € 1.815,12 voor verbeteringen genoemd in artikel 2.1. eerste lid onder n, 5e en 6e;

    • -

      € 1.361,34 voor verbeteringen genoemd in artikel 2.1. eerste lid onder n, 1e en 2e.

  • 3.

    De bijdrage ineens, bedoeld in het vorige lid, bedraagt 25% van de in dat lid genoemde kosten.

Artikel 2.12

Geldelijke steun wordt slechts toegekend en verstrekt indien de woning na het treffen van de voorzieningen voldoet aan het kwaliteitsniveau zoals dat is omschreven in het programma van eisen.

Artikel 2.13

In afwijking van het in artikel 1.6 lid 2 gestelde geven burgemeester en wethouders voorrang aan aanvragen met betrekking tot welke een convenant is aangegaan.

Artikel 2.14
  • 1.

    De geldelijke steun wordt toegekend en verstrekt onder de voorwaarde dat gedurende vijftien jaar:

    • a.

      de eigenaar, alsmede de rechtsopvolger, de woning deugdelijk zal onderhouden, inhoudende dat de eigenaar, alsmede de rechtsopvolger, periodiek een bouwkundig inspectierapport overlegt, opgemaakt door een daartoe naar het oordeel van burgemeester en wethouders deskundige partij, onder de verplichting om de in een dergelijk rapport geconstateerde bouwkundige gebreken onverwijld te (laten) herstellen;

    • b.

      de eigenaar, alsmede de rechtsopvolger, de eigendom van de woning niet laat overgaan op een derde tenzij voor een zodanige eigendomsoverdracht vooraf door burgemeester en wethouders toestemming is verleend;

    • c.

      de woning waaraan de voorzieningen zijn getroffen niet wordt gesloopt of aan de bestemming tot woning wordt onttrokken, dan wel wordt onttrokken aan de bestemming om gedurende het gehele jaar door dezelfde persoon of personen te worden bewoond;

    • d.

      de huurprijs van de woning in overeenstemming zal zijn met de Huurprijzenwet Woonruimte (Stb.1979,15) en het Besluit huurprijzen woonruimte (Stb.1979,216);

    • e.

      de woning niet bedrijfsmatig kamergewijs wordt verhuurd.

  • 2.

    De voorwaarden in dit artikel gelden gedurende een periode van 15 jaar na de verstrekking van de geldelijke steun.

  • 3.

    De toestemming, bedoeld in het eerste lid onder b, wordt verleend indien:

    • a.

      bij de eigendomsoverdracht de voorwaarden en verplichtingen, zoals in deze verordening bepaald, mede worden overgedragen, en,

    • b.

      leningen welke, ter financiering van de kosten van de voorzieningen, door de eigenaar dan wel de rechtsopvolger, zijn aangegaan en waarbij de betaling van rente en aflossing door of vanwege de gemeente op enigerlei wijze is gegarandeerd, voor de eigendomsoverdracht, algeheel worden afgelost.

  • 4.

    Burgemeester en wethouders kunnen voorwaarden verbinden aan de toestemming, bedoeld in het eerste lid onder b.

Paragraaf 2.2.3 Actiegebieden

Artikel 2.15

Ten behoeve van het complexmatig opknappen van het casco van een woning en daarmee rechtstreeks samenhangende voorzieningen kan in actiegebieden ten laste van het deelbudget, bedoeld in artikel 2.4 eerste lid onder a, geldelijke steun toegekend of verstrekt worden, indien de woning voorkomt in het jaarprogramma voor actiegebieden. De geldelijke steun wordt berekend over de bij de verstrekking van de geldelijke steun door burgemeester en wethouders goedgekeurde kosten van de voorzieningen.

Artikel 2.16
  • 1.

    De geldelijke steun wordt ter keuze van de eigenaar toegekend en verstrekt als bijdrage ineens of als bijdrage ineens op termijn.

  • 2.

    De geldelijke steun wordt slechts verstrekt voor zover de kosten van de voorzieningen niet meer bedragen dan € 20420,11.

Artikel 2.17
  • 1.

    De bijdrage ineens op termijn bedraagt 100% van de bij de verstrekking van de geldelijke steun door burgemeester en wethouders goedgekeurde kosten van de voorzieningen.

  • 2.

    Burgemeester en wethouders gaan, na de toekenning van de geldelijke steun, over tot uitbetaling van een voorschot op de bijdrage ineens op termijn.

  • 3.

    Het in het tweede lid bedoelde voorschot bedraagt

    3 % bij een rentepercentage tot 5,5 %;

    9 % bij een rentepercentage van 5,5 % - 6,0 %;

    14 % bij een rentepercentage van 6,0 % - 6,5 %;

    18 % bij een rentepercentage van 6,5 % - 7,0 %;

    21 % bij een rentepercentage van 7,0 % - 7,5 %;

    24 % bij een rentepercentage van 7,5 % of hoger,

    van de bij de toekenning van de geldelijke steun door burgemeester en wethouders goedgekeurde kosten van de voorzieningen.

  • 4.

    Een voorschot als bedoeld in het tweede lid wordt op betalingen ingevolge het eerste lid in mindering gebracht.

  • 5.

    In afwijking van het eerste lid bedraagt de bijdrage ineens ingeval van eigendomsoverdracht, voor de afloop van de termijn, bedoeld in artikel 2.80, een percentage van het verschil tussen de in het eerste lid bedoelde bijdrage ineens op termijn en het voorschot, bedoeld in het tweede lid, overeenkomstig de volgende tabel:

    jaar van eigendomsoverdracht

    percentage

     

     

    eerste jaar

    38%;

    tweede jaar

    41%;

    derde jaar

    43%;

    vierde jaar

    45%;

    vijfde jaar

    50%;

    zesde jaar

    53%;

    zevende jaar

    56%;

    achtste jaar

    60%;

    negende jaar

    65%;

    tiende jaar

    69%;

    elfde jaar

    73%;

    twaalfde jaar

    77%;

    dertiende jaar

    83%;

    veertiende jaar

    87%;

    vijftiende jaar

    93%;

    mits aan de voorwaarden en verplichtingen, zoals in deze verordening bepaald, wordt voldaan.

  • 6.

    Indien toepassing wordt gegeven aan het vorige lid wordt voor de administratieve afhandeling € 113.45 in rekening gebracht.

Artikel 2.18

De bijdrage ineens bedraagt 50% van de bij de verstrekking van de geldelijke steun door burgemeester en wethouders goedgekeurde kosten van de voorzieningen.

Artikel 2.19
  • 1.

    Indien gelijktijdig met de voorzieningen, bedoeld in artikel 2.15, één of meer van de verbeteringen, bedoeld in artikel 2.1 eerste lid onder n, worden getroffen kan ten laste van het deelbudget, bedoeld in artikel 2.4 eerste lid onder b, een bijdrage ineens toegekend of verstrekt worden.

  • 2.

    De geldelijke steun, bedoeld in het eerste lid, wordt slechts toegekend en verstrekt voorzover de kosten van de voorzieningen niet meer bedragen dan:

    • -

      € 3630,24 voor verbeteringen genoemd in artikel 2.1. eerste lid onder n, 3e en 4e;

    • -

      € 1815,12 voor verbeteringen genoemd in artikel 2.1. eerste lid onder n, 5e en 6e;

    • -

      € 1361,34 voor verbeteringen genoemd in artikel 2.1. eerste lid onder n, 1e en 2e.

  • 3.

    De bijdrage ineens, bedoeld in het vorige lid, bedraagt 50% van de in dat lid genoemde kosten.

Artikel 2.20

Geldelijke steun wordt slechts toegekend en verstrekt indien de woning na het treffen van de voorzieningen voldoet aan het kwaliteitsniveau zoals dat is omschreven in het programma van eisen.

Artikel 2.21
  • 1.

    De geldelijke steun wordt toegekend en verstrekt onder de voorwaarde dat gedurende vijftien jaar:

    • a.

      de eigenaar, alsmede de rechtsopvolger, de woning deugdelijk zal onderhouden, inhoudende dat de eigenaar, alsmede de rechtsopvolger, periodiek een bouwkundig inspec-tierapport overlegt, opgemaakt door een daartoe naar het oordeel van burgemeester en wethouders deskundige partij, onder de verplichting om de in een dergelijk rapport geconstateerde bouwkundige gebreken onverwijld te (laten) herstellen;

    • b.

      de eigenaar, alsmede de rechtsopvolger, de eigendom van de woning niet laat overgaan op een derde tenzij voor een zodanige eigendomsoverdracht vooraf door burgemeester en wethouders toestemming is verleend;

    • c.

      de woning waaraan de voorzieningen zijn getroffen niet wordt gesloopt of aan de bestemming tot woning wordt onttrokken, dan wel wordt onttrokken aan de bestemming om gedurende het gehele jaar door dezelfde persoon of personen te worden bewoond;

    • d.

      de huurprijs van de woning in overeenstemming zal zijn met de Huurprijzenwet Woonruimte en het Besluit huurprijzen woonruimte;

    • e.

      de woning niet bedrijfsmatig kamergewijs wordt verhuurd.

  • 2.

    De geldelijke steun kan worden toegekend en verstrekt onder de voorwaarde dat de eigenaar, alsmede de rechtsopvolger:

    • -

      de woning zal onderhouden overeenkomstig een door burgemeester en wethouders goed te keuren onderhoudsplan als bedoeld in artikel 2.1 eerste lid onder ab;

    • -

      deelneemt aan een door burgemeester en wethouders goed te keuren cascofondsconstructie ten behoeve van het gezamenlijk planmatig onderhoud door eigenaren op complexniveau;

  • 3.

    De voorwaarden in dit artikel gelden gedurende een periode van 15 jaar na de verstrekking van de geldelijke steun.

  • 4.

    De toestemming, bedoeld in het eerste lid onder b, wordt verleend indien:

    • a.

      bij de eigendomsoverdracht de voorwaarden en verplichtingen, zoals in deze verordening bepaald, mede worden overgedragen, en,

    • b.

      leningen welke, ter financiering van de kosten van de voorzieningen, door de eigenaar dan wel de rechtsopvolger, zijn aangegaan en waarbij de betaling van rente en aflossing door of vanwege de gemeente op enigerlei wijze is gegarandeerd, voor de eigendomsoverdracht, algeheel worden afgelost.

  • 5.

    Burgemeester en wethouders kunnen voorwaarden verbinden aan de toestemming, bedoeld in het eerste lid onder b.

Artikel 2.22

De subsidieaanvragen worden, in afwijking van het in artikel 1.6 lid 2 gestelde, behandeld overeenkomstig het jaarprogramma voor actiegebieden, bedoeld in artikel 1.4, tweede lid.

Afdeling 2.3 Het ingrijpend opknappen van particuliere huurwoningen

Artikel 2.23
  • 1.

    Deze afdeling is slechts van toepassing op het ingrijpend opknappen van particuliere huurwoningen.

  • 2.

    Deze afdeling is niet van toepassing op:

    • a.

      door de eigenaar zelf bewoonde of te bewonen woningen;

    • b.

      woningen die niet geschikt of bestemd zijn om gedurende het hele jaar door dezelfde persoon of personen te worden bewoond;

    • c.

      woonwagens als bedoeld in de Woonwagenwet (Stb.1968,98);

    • d.

      woningen die als ambts- of dienstwoning in gebruik zijn of als zodanig bestemd;

    • e.

      bejaardenoorden als bedoeld in de Wet op de bejaardenoorden (Stb.1990,468);

    • f.

      woningen die bedrijfsmatig kamergewijs worden verhuurd;

    • g.

      noodwoningen.

Artikel 2.24

In bijzondere gevallen kunnen burgemeester en wethouders, ten laste van het deelbudget, genoemd in artikel 2.4 eerste lid onder a, aanvullende geldelijke steun toekennen of verstrekken ten behoeve van het ingrijpend opknappen van het casco van een particuliere huurwoning.

Afdeling 2.4 Het opknappen van door eigenaren zelf bewoonde of te bewonen woningen

Paragraaf 2.4.1 Algemene bepaling

Artikel 2.25
  • 1.

    Deze afdeling is slechts van toepassing op door de eigenaar zelf bewoonde of te bewonen woningen;

  • 2.

    Deze afdeling is niet van toepassing op:

    • a.

      door de eigenaar te verhuren of verhuurde woningen;

    • b.

      woningen waarvan de bouw is voltooid op of na 1 januari 1968;

    • c.

      woningen die niet geschikt of bestemd zijn om gedurende het hele jaar door dezelfde persoon of personen te worden bewoond;

    • d.

      woonwagens als bedoeld in de Woonwagenwet;

    • e.

      noodwoningen.

  • 3.

    Deze afdeling is bovendien niet van toepassing op het restaureren van monumenten en het tot één of meer woningen verbouwen van een pand boven, onder, naast of anderszins onlosmakelijk verbonden met een bedrijfsruimte.

Paragraaf 2.4.2 Stimuleringsgebieden

Artikel 2.26

Ten behoeve van het opknappen van het casco van een woning in stimuleringsgebieden kan ten laste van het deelbudget, bedoeld in artikel 2.4 eerste lid onder b, geldelijke steun toegekend of verstrekt worden. De geldelijke steun wordt berekend over de bij de verstrekking van de geldelijke steun door burgemeester en wethouders goedgekeurde kosten van de voorzieningen aan het casco.

Artikel 2.27
  • 1.

    De geldelijke steun wordt ter keuze van de eigenaar toegekend of verstrekt als bijdrage ineens of als bijdrage ineens op termijn.

  • 2.

    De geldelijke steun wordt slechts verstrekt indien de bij de verstrekking van de geldelijke steun door burgemeester en wethouders goedgekeurde kosten van de voorzieningen niet minder dan € 2268,90 bedragen.

  • 3.

    De geldelijke steun wordt slechts verstrekt voor zover de bij de verstrekking van de geldelijke steun door burgemeester en wethouders goedgekeurde kosten van de voorzieningen niet meer dan € 13.613,41 bedragen.

  • 4.

    Indien en voor zover de werkzaamheden, verbonden aan het treffen van de voorzieningen, worden verricht door de eigenaar, worden, in afwijking van artikel 2.1 lid 3, onder de kosten van de voorzieningen slechts begrepen de materiaalkosten, het architectenhonorarium, de aansluiting op de nutsvoorzieningen, de leges voor de bouwvergunning en onderzoeken en adviezen op het gebied van constructies of op installatietechnisch of bouwfysisch gebied.

  • 5.

    Indien toepassing wordt gegeven aan het vierde lid wordt, in afwijking van het tweede en derde lid, de geldelijke steun slechts verstrekt indien de bij de verstrekking van de geldelijke steun door burgemeester en wethouders goedgekeurde kosten van de voorzieningen niet minder bedragen dan € 794,12 en niet meer dan € 9075,60

Artikel 2.28
  • 1.

    De bijdrage ineens bedraagt 25% van de bij de verstrekking van de geldelijke steun door burgemeester en wethouders goedgekeurde kosten van de voorzieningen.

  • 2.

    De bijdrage ineens op termijn bedraagt tweederde van de bij de verstrekking van de geldelijke steun door burgemeester en wethouders goedgekeurde kosten van de voorzieningen.

  • 3.

    In afwijking van het tweede lid bedraagt de bijdrage ineens ingeval van eigendomsoverdracht, voor de afloop van de termijn, bedoeld in artikel 2.80, een percentage van de in het tweede lid bedoelde bijdrage ineens op termijn, overeenkomstig de volgende tabel:

    jaar van eigendomsoverdracht

    percentage

     

     

    eerste jaar

    38%;

    tweede jaar

    41%;

    derde jaar

    43%;

    vierde jaar

    45%;

    vijfde jaar

    50%;

    zesde jaar

    53%;

    zevende jaar

    56%;

    achtste jaar

    60%;

    negende jaar

    65%;

    tiende jaar

    69%;

    elfde jaar

    73%;

    twaalfde jaar

    77%;

    dertiende jaar

    83%;

    veertiende jaar

    87%;

    vijftiende jaar

    93%;

    mits aan de voorwaarden en verplichtingen, zoals in deze verordening bepaald, wordt voldaan.

Artikel 2.29
  • 1.

    Indien gelijktijdig met de voorzieningen, bedoeld in artikel 2.26, één of meer van de verbeteringen, bedoeld in artikel 2.1 eerste lid onder n, worden getroffen kan ten laste van het deelbudget, bedoeld in artikel 2.4 eerste lid onder b, een bijdrage ineens toegekend of verstrekt worden.

  • 2.

    De geldelijke steun, bedoeld in het eerste lid, wordt slechts toegekend en verstrekt voorzover de kosten van de voorzieningen niet meer bedragen dan:

    • -

      € 3630,24 voor verbeteringen genoemd in artikel 2.1. eerste lid onder n, 3e en 4e;

    • -

      € 1815,12 voor verbeteringen genoemd in artikel 2.1. eerste lid onder n, 5e en 6e;

    • -

      € 1361,34 voor verbeteringen genoemd in artikel 2.1. eerste lid onder n, 1e en 2e.

  • 3.

    De bijdrage ineens, bedoeld in het vorige lid, bedraagt 25% van de in dat lid genoemde kosten.

Artikel 2.30

Geldelijke steun wordt slechts toegekend en verstrekt indien de woning na het treffen van de voorzieningen voldoet aan het kwaliteitsniveau zoals dat is omschreven in het programma van eisen.

Artikel 2.31

In afwijking van het in artikel 1.6 lid 2 gestelde geven burgemeester en wethouders voorrang aan aanvragen met betrekking tot welke een convenant is aangegaan.

Artikel 2.32
  • 1.

    De geldelijke steun wordt toegekend en verstrekt onder de voorwaarde dat gedurende vijftien jaar:

    • a.

      de eigenaar, alsmede de rechtsopvolger, de woning deugdelijk zal onderhouden, inhoudende dat de eigenaar, alsmede de rechtsopvolger, periodiek een bouwkundig inspectierapport overlegt, opgemaakt door een daartoe naar het oordeel van burgemeester en wethouders deskundige partij, onder de verplichting om de in een dergelijk rapport geconstateerde bouwkundige gebreken onverwijld te (laten) herstellen;

    • b.

      de eigenaar, alsmede de rechtsopvolger, de eigendom van de woning niet laat overgaan op een derde tenzij voor een zodanige eigendomsoverdracht vooraf door burgemeester en wethouders toestemming is verleend;

    • c.

      de woning waaraan de voorzieningen zijn getroffen niet wordt gesloopt of aan de bestemming tot woning wordt onttrokken, dan wel wordt onttrokken aan de bestemming om gedurende het gehele jaar door dezelfde persoon of personen te worden bewoond;

    • d.

      de woning niet bedrijfsmatig kamergewijs wordt verhuurd.

  • 2.

    De voorwaarden in dit artikel gelden gedurende een periode van 15 jaar na de verstrekking van de geldelijke steun.

  • 3.

    De toestemming, bedoeld in het eerste lid onder b, wordt verleend indien:

    • a.

      bij de eigendomsoverdracht de voorwaarden en verplichtingen, zoals in deze verordening bepaald, mede worden overgedragen, en,

    • b.

      leningen welke, ter financiering van de kosten van de voorzieningen, door de eigenaar dan wel de rechtsopvolger, zijn aangegaan en waarbij de betaling van rente en aflossing door of vanwege de gemeente op enigerlei wijze is gegarandeerd, voor de eigendomsoverdracht, algeheel worden afgelost.

  • 4.

    Burgemeester en wethouders kunnen voorwaarden verbinden aan de toestemming, bedoeld in het eerste lid onder b.

Paragraaf 2.4.3 Actiegebieden

Artikel 2.33

Uitsluitend ten behoeve van het complexmatig opknappen van het casco van een woning en daarmee rechtstreeks samenhangende voorzieningen kan in actiegebieden ten laste van het deelbudget, bedoeld in artikel 2.4 eerste lid onder a, geldelijke steun toegekend of verstrekt worden, indien de woning voorkomt in het jaarprogramma voor actiegebieden. De geldelijke steun wordt berekend over de bij de verstrekking van de geldelijke steun door burgemeester en wethouders goedgekeurde kosten van de voorzieningen.

Artikel 2.33a
  • 1.

    De geldelijke steun wordt ter keuze van de eigenaar toegekend en verstrekt als bijdrage ineens of als bijdrage ineens op termijn.

  • 2.

    De geldelijke steun wordt slechts verstrekt voor zover de kosten van de voorzieningen niet meer bedragen dan € 45.378,02.

Artikel 2.34 (vervallen)

 

Artikel 2.35
  • 1.

    De bijdrage ineens op termijn bedraagt 100% van de bij de verstrekking van de geldelijke steun door burgemeester en wethouders goedgekeurde kosten van de voorzieningen.

  • 2.

    Burgemeester en wethouders gaan, na de toekenning van de geldelijke steun, over tot uitbetaling van een voorschot op de bijdrage ineens op termijn.

  • 3.

    Het in het tweede lid bedoelde voorschot bedraagt

    3% bij een rentepercentage tot 5,5%;

    9% bij een rentepercentage van 5,5% - 6,0%;

    14% bij een rentepercentage van 6,0% - 6,5%;

    18% bij een rentepercentage van 6,5% - 7,0%;

    21% bij een rentepercentage van 7,0% - 7,5%;

    24% bij een rentepercentage van 7,5% of hoger, van de bij de toekenning van de geldelijke steun door burgemeester en wethouders goedgekeurde kosten van de voorzieningen.

  • 4.

    Een voorschot als bedoeld in het tweede lid wordt op betalingen ingevolge het eerste lid in mindering gebracht.

  • 5.

    In afwijking van het eerste lid bedraagt de bijdrage ineens ingeval van eigendomsoverdracht, voor de afloop van de termijn, bedoeld in artikel 2.80, een percentage van het verschil tussen de in het eerste lid bedoelde bijdrage ineens op termijn en het voorschot, bedoeld in het tweede lid, overeenkomstig de volgende tabel:

    jaar van eigendomsoverdracht

    percentage

     

     

    eerste jaar

    38%;

    tweede jaar

    41%;

    derde jaar

    43%;

    vierde jaar

    45%;

    vijfde jaar

    50%;

    zesde jaar

    53%;

    zevende jaar

    56%;

    achtste jaar

    60%;

    negende jaar

    65%;

    tiende jaar

    69%;

    elfde jaar

    73%;

    twaalfde jaar

    77%;

    dertiende jaar

    83%;

    veertiende jaar

    87%;

    vijftiende jaar

    93%;

    mits aan de voorwaarden en verplichtingen, zoals in deze verordening bepaald, wordt voldaan.

  • 6.

    Indien toepassing wordt gegeven aan het vorige lid wordt voor de administratieve afhandeling € 113,45 in rekening gebracht.

Artikel 2.36

De bijdrage ineens bedraagt 50% van de bij de verstrekking van de geldelijke steun door burgemeester en wethouders goedgekeurde kosten van de voorzieningen.

Artikel 2.37
  • 1.

    Indien gelijktijdig met de voorzieningen, bedoeld in artikel 2.33, één of meer van de verbeteringen, bedoeld in artikel 2.1 eerste lid onder n, worden getroffen kan ten laste van het deelbudget, bedoeld in artikel 2.4 eerste lid onder b, een bijdrage ineens toegekend of verstrekt worden.

  • 2.

    De geldelijke steun, bedoeld in het eerste lid, wordt slechts toegekend en verstrekt voorzover de kosten van de voorzieningen niet meer bedragen dan:

    • -

      € 3630,24 voor verbeteringen genoemd in artikel 2.1. eerste lid onder n, 3e en 4e;

    • -

      € 1815,12 voor verbeteringen genoemd in artikel 2.1. eerste lid onder n, 5e en 6e;

    • -

      € 1361,34 voor verbeteringen genoemd in artikel 2.1. eerste lid onder n, 1e en 2e.

  • 3.

    De bijdrage ineens, bedoeld in het vorige lid, bedraagt 50% van de in dat lid genoemde kosten.

Artikel 2.38

Geldelijke steun wordt slechts toegekend en verstrekt indien de woning na het treffen van de voorzieningen voldoet aan het kwaliteitsniveau zoals dat is omschreven in het programma van eisen.

Artikel 2.39
  • 1.

    De geldelijke steun als bijdrage ineens of bijdrage ineens op termijn wordt toegekend en verstrekt onder de voorwaarde dat gedurende vijftien jaar:

    • a.

      de eigenaar, alsmede de rechtsopvolger, de woning deugdelijk zal onderhouden, inhoudende dat de eigenaar, alsmede de rechtsopvolger, periodiek een bouwkundig inspectierapport overlegt, opgemaakt door een daartoe naar het oordeel van burgemeester en wethouders deskundige partij, onder de verplichting om de in een dergelijk rapport geconstateerde bouwkundige gebreken onverwijld te (laten) herstellen;

    • b.

      de eigenaar, alsmede de rechtsopvolger, de eigendom van de woning niet laat overgaan op een derde tenzij voor een zodanige eigendomsoverdracht vooraf door burgemeester en wethouders toestemming is verleend;

    • c.

      de woning waaraan de voorzieningen zijn getroffen niet wordt gesloopt of aan de bestemming tot woning wordt onttrokken, dan wel wordt onttrokken aan de bestemming om gedurende het gehele jaar door dezelfde persoon of personen te worden bewoond;

    • d.

      de woning niet bedrijfsmatig kamergewijs wordt verhuurd.

  • 2.

    De geldelijke steun als bijdrage ineens of bijdrage ineens op termijn kan worden toegekend en verstrekt onder de voorwaarde dat de eigenaar, alsmede de rechtsopvolger:

    • -

      de woning zal onderhouden overeenkomstig een door burgemeester en wethouders goed te keuren onderhoudsplan als bedoeld in artikel 2.1 eerste lid onder ab;

    • -

      deelneemt aan een door burgemeester en wethouders goed te keuren cascofondsconstructie ten behoeve van het gezamenlijk planmatig onderhoud door eigenaren op complexniveau;

  • 3.

    De voorwaarden in dit artikel gelden gedurende een periode van 15 jaar na de verstrekking van de geldelijke steun.

  • 4.

    De toestemming, bedoeld in het eerste lid onder b, wordt verleend indien:

    • a.

      bij de eigendomsoverdracht de voorwaarden en verplichtingen, zoals in deze verordening bepaald, mede worden overgedragen, en,

    • b.

      leningen welke, ter financiering van de kosten van de voorzieningen, door de eigenaar dan wel de rechtsopvolger, zijn aangegaan en waarbij de betaling van rente en aflossing door of vanwege de gemeente op enigerlei wijze is gegarandeerd, voor de eigendomsoverdracht, algeheel worden afgelost.

  • 5.

    Burgemeester en wethouders kunnen voorwaarden verbinden aan de toestemming, bedoeld in het eerste lid onder b.

Artikel 2.40

De subsidieaanvragen worden, in afwijking van het in artikel 1.6 lid 2 gestelde, behandeld overeenkomstig het jaarprogramma voor actiegebieden, bedoeld in artikel 2.4, tweede lid.

Afdeling 2.5 Het restaureren van monumenten

Paragraaf 2.5.1 Algemene bepaling

Artikel 2.41

Deze afdeling is slechts van toepassing op het restaureren van rijksmonumenten, gemeentelijke monumenten en beeldbepalende panden.

Paragraaf 2.5.2 Het restaureren van grote rijksmonumenten

Artikel 2.42

In bijzondere gevallen kunnen burgemeester en wethouders in het belang van de volkshuisvesting, ten laste van het deelbudget bedoeld in artikel 2.4 eerste lid onder c, aanvullende steun toekennen en verstrekken ten behoeve van de restauratie van grote rijksmonumenten.

Paragraaf 2.5.3 Het restaureren van overige monumenten

2.5.3.1 woonhuismonumenten

 

Artikel 2.43

Ten behoeve van het restaureren van woonhuismonumenten kan ten laste van het deelbudget, bedoeld in artikel 2.4 eerste lid onder c, geldelijke steun toegekend of verstrekt worden. De geldelijke steun wordt berekend over de bij de verstrekking van de geldelijke steun door burgemeester en wethouders goedgekeurde kosten van de voorzieningen.

Artikel 2.44
  • 1.

    De geldelijke steun wordt ter keuze van de eigenaar toegekend of verstrekt als bijdrage ineens of als bijdrage ineens op termijn.

  • 2.

    De geldelijke steun wordt slechts verstrekt voor zover de door burgemeester en wethouders goedgekeurde kosten niet meer bedragen dan € 90.756,04.

Artikel 2.45
  • 1.

    De bijdrage ineens bedraagt 45% van de bij de verstrekking van de geldelijke steun door burgemeester en wethouders goedgekeurde kosten van de voorzieningen.

  • 2.

    De bijdrage ineens op termijn bedraagt 100% van de bij de verstrekking van de geldelijke steun door burgemeester en wethouders goedgekeurde kosten van de voorzieningen.

  • 3.

    In afwijking van het tweede lid bedraagt de bijdrage ineens ingeval van eigendomsoverdracht, voor de afloop van de termijn, bedoeld in artikel 2.80, een percentage van de in het tweede lid bedoelde bijdrage ineens op termijn, overeenkomstig de volgende tabel:

    jaar van eigendomsoverdracht

    percentage

     

     

    eerste jaar

    38%;

    tweede jaar

    41%;

    derde jaar

    43%;

    vierde jaar

    45%;

    vijfde jaar

    50%;

    zesde jaar

    53%;

    zevende jaar

    56%;

    achtste jaar

    60%;

    negende jaar

    65%;

    tiende jaar

    69%;

    elfde jaar

    73%;

    twaalfde jaar

    77%;

    dertiende jaar

    83%;

    veertiende jaar

    87%;

    vijftiende jaar

    93%;

    mits aan de voorwaarden en verplichtingen, zoals in deze verordening bepaald, wordt voldaan.

  • 4.

    Indien toepassing wordt gegeven aan het vorige lid wordt voor de administratieve afhandeling € 113,45 in rekening gebracht.

  • 5.

    In bijzondere gevallen kunnen burgemeester en wethouders aanvullende geldelijke steun toekennen of verstrekken.

Artikel 2.46

Geldelijke steun wordt slechts toegekend en verstrekt indien:

  • 1e.

    de woning na het treffen van de voorzieningen voldoet aan het kwaliteitsniveau zoals dat is omschreven in het programma van eisen;

  • 2e.

    de woning na het treffen van de voorzieningen uit het oogpunt van monumentenzorg aan redelijke eisen van welstand voldoet.

Artikel 2.47

In afwijking van het in artikel 1.6 lid 2 gestelde geven burgemeester en wethouders voorrang aan aanvragen met betrekking tot welke een convenant is aangegaan.

Artikel 2.47a
  • 1.

    Indien gelijktijdig met de restauratie, bedoeld in artikel 2.43, één of meer aan de verbeteringen, bedoeld in artikel 2.1. eerste lid onder n, worden getroffen kan ten laste van het deelbudget, bedoeld in artikel 2.4. eerste lid onder c, een bijdrage ineens toegekend of verstrekt worden.

  • 2.

    De geldelijke steun, bedoeld in het eerste lid, wordt slechts toegekend en verstrekt voorzover de kosten van de voorzieningen niet meer bedragen dan:

    • -

      € 3630,24 voor verbeteringen genoemd in artikel 2.1. eerste lid onder n, 3e en 4e;

    • -

      € 1815,12 voor verbeteringen genoemd in artikel 2.1. eerste lid onder n, 5e en 6e;

    • -

      € 1361,34 voor verbeteringen genoemd in artikel 2.1. eerste lid onder n, 1e en 2e.

  • 3.

    De bijdrage ineens, bedoeld in het vorige lid, bedraagt 45% van de in dat lid genoemde kosten.

Artikel 2.48
  • 1.

    De geldelijke steun wordt toegekend en verstrekt onder de voorwaarde dat gedurende vijftien jaar:

    • a.

      de eigenaar, alsmede de rechtsopvolger, de woning deugdelijk zal onderhouden, inhoudende dat de eigenaar, alsmede de rechtsopvolger, lid wordt en blijft van de Stichting Monumentenwacht Friesland, onder de verplichting om de in een rapport van de Stichting Monumentenwacht Friesland geconstateerde bouwkundige gebreken onverwijld te (laten) herstellen;

    • b.

      de eigenaar, alsmede de rechtsopvolger, de eigendom van de woning niet laat overgaan op een derde tenzij voor een zodanige eigendomsoverdracht vooraf door burgemeester en wethouders toestemming is verleend;

    • c.

      de woning waaraan de voorzieningen zijn getroffen niet wordt gesloopt of aan de bestemming tot woning wordt onttrokken, dan wel wordt onttrokken aan de bestemming om gedurende het gehele jaar door dezelfde persoon of personen te worden bewoond;

    • d.

      de woning niet bedrijfsmatig kamergewijs wordt verhuurd.

  • 2.

    De voorwaarden in dit artikel gelden gedurende een periode van 15 jaar na de verstrekking van de geldelijke steun.

  • 3.

    De toestemming, bedoeld in het eerste lid onder b, wordt verleend indien:

    • a.

      bij de eigendomsoverdracht de voorwaarden en verplichtingen, zoals in deze verordening bepaald, mede worden overgedragen, en,

    • b.

      leningen welke, ter financiering van de kosten van de voorzieningen, door de eigenaar dan wel de rechtsopvolger, zijn aangegaan en waarbij de betaling van rente en aflossing door of vanwege de gemeente op enigerlei wijze is gegarandeerd, voor de eigendomsoverdracht, algeheel worden afgelost.

  • 4.

    Burgemeester en wethouders kunnen voorwaarden verbinden aan de toestemming, bedoeld in het eerste lid onder b.

Artikel 2.49
  • 1.

    Ten behoeve van het ontwikkelen van plannen voor de restauratie van woonhuismonumenten kan aan de eigenaar geldelijke steun worden toegekend en verstrekt. De geldelijke steun wordt verstrekt als bijdrage ineens.

  • 2.

    De geldelijke steun bedraagt:

    • a.

      ten hoogste € 1134,45 wanneer de kosten van de voorzieningen een bedrag van € 45.378,02 niet zullen overschrijden;

    • b.

      ten hoogste € 2268,90 wanneer de kosten van de voorzieningen meer zullen bedragen dan € 45.378,02 maar een bedrag van € 68.067,03 niet zullen overschrijden;

    • c.

      ten hoogste € 3403,35 wanneer de kosten van de voorzieningen meer zullen bedragen dan € 68.067,03.

  • 3.

    De geldelijke steun, bedoeld in het eerste lid, wordt slechts verstrekt indien:

    • a.

      burgemeester en wethouders hebben verklaard dat overeenstemming bestaat over de planvoorbereiding;

    • b.

      de eigenaar heeft verklaard dat indien het plan niet wordt uitgevoerd het gehele of ten dele ontwikkelde plan aan de gemeente ter beschikking wordt gesteld en haar eigendom wordt.

  • 4.

    De uitbetaling van de geldelijke steun vindt plaats na overlegging van deugdelijke betalingsbewijzen van de werkelijk gemaakte kosten.

  • 5.

    Indien de restauratie van een woonhuismonument overeenkomstig de goedgekeurde plannen is voltooid en de plankosten derhalve in de subsidiabele kosten zijn begrepen, vindt met betrekking tot de in het eerste lid genoemde subsidiebedragen een verrekening met de overige op grond van deze paragraaf toegekende geldelijke steun plaats en wel in die zin dat 100% van de bijdrage ineens bedoeld in het eerste lid daarop in mindering wordt gebracht.

  • 6.

    In bijzondere gevallen kan door burgemeester en wethouders geldelijke steun als bijdrage ineens worden toegekend en verstrekt ten behoeve van een bouwhistorisch onderzoek. De bijdrage ineens bedraagt ten hoogste € 3403,35.

2.5.3.2 Overige geldelijke steun voor monumenten

 

Artikel 2.50
  • 1.

    Ten behoeve van het restaureren van monumenten, niet zijnde een woonhuis en niet zijnde een groot rijksmonument, kan ten laste van het deelbudget, bedoeld in artikel 2.4 eerste lid onder c, geldelijke steun worden toegekend of verstrekt. De geldelijke steun wordt berekend over de bij de verstrekking van de geldelijke steun door burgemeester en wethouders goedgekeurde kosten van de voorzieningen.

  • 2.

    De geldelijke steun wordt toegekend als een bijdrage ineens.

  • 3.

    De bijdrage ineens bedraagt 45% van de bij de verstrekking van de geldelijke steun door burgemeester en wethouders goedgekeurde kosten van de voorzieningen.

  • 4.

    De geldelijke steun wordt slechts verstrekt voor zover de door burgemeester en wethouders goedgekeurde kosten niet meer bedragen dan € 90.756,04.

Artikel 2.50a
  • 1.

    Indien gelijktijdig met de restauratie, bedoeld in artikel 2.50, één of meer aan de verbeteringen, bedoeld in artikel 2.1. eerste lid onder n, worden getroffen kan ten laste van het deelbudget, bedoeld in artikel 2.4. eerste lid onder c, een bijdrage ineens toegekend of verstrekt worden.

  • 2.

    De geldelijke steun, bedoeld in het eerste lid, wordt slechts toegekend en verstrekt voorzover de kosten van de voorzieningen niet meer bedragen dan:

    • -

      € 3630,24 voor verbeteringen genoemd in artikel 2.1. eerste lid onder n, 3e en 4e;

    • -

      € 1815,12 voor verbeteringen genoemd in artikel 2.1. eerste lid onder n, 5e en 6e;

    • -

      € 1361,34 voor verbeteringen genoemd in artikel 2.1. eerste lid onder n, 1e en 2e.

  • 3.

    De bijdrage ineens, bedoeld in het vorige lid, bedraagt 45% van de in dat lid genoemde kosten.

Artikel 2.51

Geldelijke steun wordt slechts toegekend en verstrekt indien:

  • 1e

    het monument na het treffen van de voorzieningen voldoet aan het kwaliteitsniveau zoals dat is omschreven in het programma van eisen;

  • 2e

    het monument na het treffen van de voorzieningen uit het oogpunt van monumentenzorg aan redelijke eisen van welstand voldoet.

Artikel 2.52
  • 1.

    De geldelijke steun wordt toegekend en verstrekt onder de voorwaarde dat gedurende vijftien jaar:

    • a.

      de eigenaar, alsmede de rechtsopvolger, het monument deugdelijk zal onderhouden, inhoudende dat de eigenaar, alsmede de rechtsopvolger, lid wordt en blijft van de Stichting Monumentenwacht Friesland, onder de verplichting om de in een rapport van de Stichting Monumentenwacht Friesland geconstateerde bouwkundige gebreken onverwijld te (laten) herstellen;

    • b.

      de eigenaar, alsmede de rechtsopvolger, de eigendom van het monument niet laat overgaan op een derde tenzij voor een zodanige eigendomsoverdracht vooraf door burgemeester en wethouders toestemming is verleend;

    • c.

      het monument waaraan de voorzieningen zijn getroffen niet wordt gesloopt;

    • d.

      de woning niet bedrijfsmatig kamergewijs wordt verhuurd.

  • 2.

    De voorwaarden in dit artikel gelden gedurende een periode van 15 jaar na de verstrekking van de geldelijke steun.

  • 3.

    De toestemming, bedoeld in het eerste lid onder b, wordt verleend indien:

    • a.

      bij de eigendomsoverdracht de voorwaarden en verplichtingen, zoals in deze verordening bepaald, mede worden overgedragen, en,

    • b.

      leningen welke, ter financiering van de kosten van de voorzieningen, door de eigenaar dan wel de rechtsopvolger, zijn aangegaan en waarbij de betaling van rente en aflossing door of vanwege de gemeente op enigerlei wijze is gegarandeerd, voor de eigendomsoverdracht, algeheel worden afgelost.

  • 4.

    Burgemeester en wethouders kunnen voorwaarden verbinden aan de toestemming, bedoeld in het eerste lid onder b.

Artikel 2.53

In afwijking van het in artikel 1.6 lid 2 gestelde geven burgemeester en wethouders voorrang aan aanvragen met betrekking tot welke een convenant is aangegaan.

Afdeling 2.6 Wonen boven winkels

Paragraaf 2.6.1 Algemene bepalingen

Artikel 2.54
  • 1.

    Deze afdeling is slechts van toepassing op panden, in een wonen-boven-winkelsgebied boven, onder, naast of anderszins onlosmakelijk verbonden met een bedrijfsruimte, die worden verbouwd tot één of meer woningen.

  • 2.

    Deze afdeling is niet van toepassing op panden waarvan de bouw is voltooid op of na 1 januari 1968.

Artikel 2.55
  • 1.

    Ten behoeve van het ontwikkelen van plannen voor het verbouwen van een pand tot één of meer woningen boven, onder, naast of anderszins onlosmakelijk verbonden met een bedrijfsruimte kan aan de eigenaar geldelijke steun worden toegekend of verstrekt. De geldelijke steun wordt verstrekt als bijdrage ineens.

  • 2.

    De geldelijke steun bedraagt:

    • a.

      ten hoogste € 1134,45 wanneer de kosten van de voorzieningen een bedrag van € 45.378,02 niet zullen overschrijden;

    • b.

      ten hoogste € 2268,90 wanneer de kosten van de voorzieningen meer zullen bedragen dan € 45.378,02 maar een bedrag van € 68.067,03 niet zullen overschrijden;

    • c.

      ten hoogste € 3403,35 wanneer de kosten van de voorzieningen meer zullen bedragen dan € 68.067,03.

  • 3.

    De geldelijke steun, bedoeld in het eerste lid, wordt slechts verstrekt indien:

    • a.

      burgemeester en wethouders hebben verklaard dat overeenstemming bestaat over de planvoorbereiding;

    • b.

      de eigenaar heeft verklaard dat indien het plan niet wordt uitgevoerd het geheel of ten dele ontwikkelde plan aan de gemeente ter beschikking wordt gesteld en haar eigendom wordt.

  • 4.

    De uitbetaling van de geldelijke steun vindt plaats na overlegging van deugdelijke betalingsbewijzen van de werkelijk gemaakte kosten.

  • 5.

    Indien het treffen van voorzieningen aan het pand overeenkomstig de goedgekeurde plannen is voltooid en de plankosten derhalve de subsidiabele kosten zijn begrepen, vindt met betrekking tot de in het eerste lid genoemde subsidiebedragen een verrekening met de overige op grond van deze paragraaf toegekende geldelijke steun plaats en wel in die zin dat 100% van de bijdrage ineens bedoeld in het eerste lid daarop in mindering wordt gebracht.

Paragraaf 2.6.2 Wonen boven winkels (niet-monumenten)

Artikel 2.56

Deze paragraaf is slechts van toepassing op panden, die geen rijksmonument, gemeentelijk monument of beeldbepalend pand zijn.

Artikel 2.57

Ten behoeve het treffen van de voorzieningen, bedoeld in artikel 2.1 eerste lid onder l ten eerste, aan een pand, kan ten laste van het deelbudget, bedoeld in artikel 2.4 eerste lid onder b, geldelijke steun worden toegekend of verstrekt worden.

Artikel 2.58

De geldelijke steun, bedoeld in artikel 2.57, wordt ter keuze van de eigenaar toegekend of verstrekt als bijdrage ineens of als bijdrage ineens op termijn.

Artikel 2.59
  • 1.

    De geldelijke steun, bedoeld in artikel 2.57, wordt slechts toegekend en verstrekt voor zover de door burgemeester en wethouders goedgekeurde kosten van de voorzieningen aan het pand niet meer bedragen dan € 45.378,02.

  • 2.

    In bijzondere gevallen kunnen burgemeester en wethouder, bij het toekennen en verstrekken van de geldelijke steun, in afwijking van het eerste lid een hoger maximumbedrag hanteren.

Artikel 2.60
  • 1.

    De bijdrage ineens, bedoeld in artikel 2.58, bedraagt 25% van de bij de verstrekking van de geldelijke steun door burgemeester en wethouders goedgekeurde kosten van de voorzieningen, bedoeld in artikel 2.1 eerste lid onder l ten eerste.

  • 2.

    De bijdrage ineens op termijn, bedoeld in artikel 2.58, bedraagt tweederde van de bij de verstrekking van de geldelijke steun door burgemeester en wethouders goedgekeurde kosten van de voorzieningen, bedoeld in artikel 2.1 eerste lid onder l ten eerste.

  • 3.

    In afwijking van het tweede lid bedraagt de bijdrage ineens ingeval van eigendomsoverdracht, voor de afloop van de termijn, bedoeld in artikel 2.80, een percentage van de in het tweede lid bedoelde bijdrage ineens op termijn, overeenkomstig de volgende tabel:

    jaar van eigendomsoverdracht

    percentage

     

     

    eerste jaar

    38%;

    tweede jaar

    41%;

    derde jaar

    43%;

    vierde jaar

    45%;

    vijfde jaar

    50%;

    zesde jaar

    53%;

    zevende jaar

    56%;

    achtste jaar

    60%;

    negende jaar

    65%;

    tiende jaar

    69%;

    elfde jaar

    73%;

    twaalfde jaar

    77%;

    dertiende jaar

    83%;

    veertiende jaar

    87%;

    vijftiende jaar

    93%;

    mits aan de voorwaarden en verplichtingen, zoals in deze verordening bepaald, wordt voldaan.

  • 4.

    Indien toepassing wordt gegeven aan het vorige lid wordt voor de administratieve afhandeling € 113,45 in rekening gebracht.

Artikel 2.61
  • 1.

    Indien gelijktijdig met de voorzieningen, bedoeld in artikel 2.57, één of meer van de voorzieningen, bedoeld in artikel 2.1 eerste lid onder l ten tweede tot en met ten vierde, worden getroffen kan ten laste van het deelbudget, bedoeld in artikel 2.4 eerste lid onder b, een bijdrage ineens toegekend of verstrekt worden.

  • 2.

    De geldelijke steun bedoeld in het eerste lid worden slechts toegekend en verstrekt voor zover de door burgemeester en wethouders goedgekeurde kosten van de voorzieningen aan het pand niet meer bedragen dan € 34.033,52.

  • 3.

    De bijdrage ineens, bedoeld in het vorige lid, bedraagt 75% van de bij de verstrekking van de geldelijke steun door burgemeester en wethouders goedgekeurde kosten van de voorzieningen, bedoeld in artikel 2.1 eerste lid onder l ten tweede tot en met ten vierde.

Artikel 2.61a
  • 1.

    Indien gelijktijdig met de werkzaamheden, bedoeld in de artikelen 2.57 en 2.61, één of meer van de verbeteringen, bedoeld in artikel 2.1. eerste lid onder n, worden getroffen kan ten laste van het deelbudget, bedoeld in artikel 2.4. eerste lid onder b, een bijdrage ineens toegekend of verstrekt worden.

  • 2.

    De geldelijke steun, bedoeld in het eerste lid, wordt slechts toegekend en verstrekt voorzover de kosten van de voorzieningen niet meer bedragen dan:

    • -

      € 3630,24 voor verbeteringen genoemd in artikel 2.1. eerste lid onder n, 3e en 4e;

    • -

      € 1815,12 voor verbeteringen genoemd in artikel 2.1. eerste lid onder n, 5e en 6e;

    • -

      € 1361,34 voor verbeteringen genoemd in artikel 2.1. eerste lid onder n, 1e en 2e.

  • 3.

    De bijdrage ineens, bedoeld in het vorige lid, bedraagt 25% van de in dat lid genoemde kosten.

Artikel 2.62

Geldelijke steun wordt slechts toegekend en verstrekt indien de woningen na het treffen van de voorzieningen voldoen aan het kwaliteitsniveau zoals dat is omschreven in het programma van eisen.

Artikel 2.63

In afwijking van het in artikel 1.6 lid 2 gestelde geven burgemeester en wethouders voorrang aan aanvragen met betrekking tot welke een convenant is aangegaan.

Artikel 2.64
  • 1.

    De geldelijke steun wordt toegekend en verstrekt onder de voorwaarde dat gedurende vijftien jaar:

    • a.

      de eigenaar, alsmede de rechtsopvolger, de woning deugdelijk zal onderhouden, inhoudende de eigenaar, alsmede de rechtsopvolger, periodiek een bouwkundig inspectierapport overlegt, opgemaakt door een daartoe naar het oordeel van burgemeester en wethouders deskundige partij, onder de verplichting om de in een dergelijk rapport geconstateerde bouwkundige gebreken onverwijld te (laten) herstellen;

    • b.

      de eigenaar, alsmede de rechtsopvolger, de eigendom van de woning niet laat overgaan op een derde tenzij voor een zodanige eigendomsoverdracht vooraf door burgemeester en wethouders toestemming is verleend;

    • c.

      de woning waaraan de voorzieningen zijn getroffen niet wordt gesloopt of aan de bestemming tot woning wordt onttrokken, dan wel wordt onttrokken aan de bestemming om gedurende het gehele jaar door dezelfde persoon of personen te worden bewoond;

    • d.

      de woning niet bedrijfsmatig kamergewijs wordt verhuurd.

  • 2.

    De voorwaarden in dit artikel gelden gedurende een periode van 15 jaar na de verstrekking van de geldelijke steun.

  • 3.

    De toestemming, bedoeld in het eerste lid onder b, wordt verleend indien:

    • a.

      bij de eigendomsoverdracht de voorwaarden en verplichtingen, zoals in deze verordening bepaald, mede worden overgedragen, en,

    • b.

      leningen welke, ter financiering van de kosten van de voorzieningen, door de eigenaar dan wel de rechtsopvolger, zijn aangegaan en waarbij de betaling van rente en aflossing door of vanwege de gemeente op enigerlei wijze is gegarandeerd, voor de eigendomsoverdracht, algeheel worden afgelost.

  • 4.

    Burgemeester en wethouders kunnen voorwaarden verbinden aan de toestemming, bedoeld in het eerste lid onder b.

Paragraaf 2.6.3 Wonen boven winkels (monumenten)

Artikel 2.65

Deze paragraaf is slechts van toepassing op panden, die een rijksmonument, gemeentelijk monument of beeldbepalend pand zijn.

Artikel 2.66
  • 1.

    Indien gelijktijdig met de voorzieningen, bedoeld in paragraaf 2.5.3, één of meer van de voorzieningen, bedoeld in artikel 2.1 eerste lid onder l ten tweede tot en met ten vierde, worden getroffen kan ten laste van het deelbudget, bedoeld in artikel 2.4 eerste lid onder b, een bijdrage ineens toegekend of verstrekt worden.

  • 2.

    De geldelijke steun bedoeld in het eerste lid worden slechts toegekend en verstrekt voor zover de door burgemeester en wethouders goedgekeurde kosten van de voorzieningen aan het pand niet meer bedragen dan € 34.033,52.

  • 3.

    De bijdrage ineens, bedoeld in het vorige lid, bedraagt 75% van de bij de verstrekking van de geldelijke steun door burgemeester en wethouders goedgekeurde kosten van de voorzieningen, bedoeld in artikel 2.1 eerste lid onder l ten tweede tot en met ten vierde.

Artikel 2.67

Geldelijke steun wordt slechts toegekend en verstrekt indien de woningen na het treffen van de voorzieningen voldoen aan het kwaliteitsniveau zoals dat is omschreven in het programma van eisen.

Artikel 2.68

In afwijking van het in artikel 1.6 lid 2 gestelde geven burgemeester en wethouders voorrang aan aanvragen met betrekking tot welke een convenant is aangegaan.

Artikel 2.69
  • 1.

    De geldelijke steun wordt toegekend en verstrekt onder de voorwaarde dat gedurende vijftien jaar:

    • a.

      de eigenaar, alsmede de rechtsopvolger, de woning deugdelijk zal onderhouden, inhoudende de eigenaar, alsmede de rechtsopvolger, periodiek een bouwkundig inspectierapport overlegt, opgemaakt door een daartoe naar het oordeel van burgemeester en wethouders deskundige partij, onder de verplichting om de in een dergelijk rapport geconstateerde bouwkundige gebreken onverwijld te (laten) herstellen;

    • b.

      de eigenaar, alsmede de rechtsopvolger, de eigendom van de woning niet laat overgaan op een derde tenzij voor een zodanige eigendomsoverdracht vooraf door burgemeester en wethouders toestemming is verleend;

    • c.

      de woning waaraan de voorzieningen zijn getroffen niet wordt gesloopt of aan de bestemming tot woning wordt onttrokken, dan wel wordt onttrokken aan de bestemming om gedurende het gehele jaar door dezelfde persoon of personen te worden bewoond;

    • d.

      de woning niet bedrijfsmatig kamergewijs wordt verhuurd.

  • 2.

    De voorwaarden in dit artikel gelden gedurende een periode van 15 jaar na de verstrekking van de geldelijke steun.

  • 3.

    De toestemming, bedoeld in het eerste lid onder b, wordt verleend indien:

    • a.

      bij de eigendomsoverdracht de voorwaarden en verplichtingen, zoals in deze verordening bepaald, mede worden overgedragen, en,

    • b.

      leningen welke, ter financiering van de kosten van de voorzieningen, door de eigenaar dan wel de rechtsopvolger, zijn aangegaan en waarbij de betaling van rente en aflossing door of vanwege de gemeente op enigerlei wijze is gegarandeerd, voor de eigendomsoverdracht, algeheel worden afgelost.

  • 4.

    Burgemeester en wethouders kunnen voorwaarden verbinden aan de toestemming, bedoeld in het eerste lid onder b.

Afdeling 2.7 Procedurele bepalingen

Artikel 2.70

In deze afdeling wordt onder woningen mede verstaan monumenten en woningen boven winkels.

Artikel 2.71
  • 1.

    De aanvraag om toekenning van geldelijke steun dient te bevatten:

    • a.

      bewijs van eigendom door middel van authentiek afschrift van de koopakte en een gewaarmerkt recent uittreksel uit de kadastrale legger;

    • b.

      voor zover van toepassing afschrift van de akte van splitsing;

    • c.

      voor zover van toepassing een verklaring van de Vereniging van Eigenaren welke bouwdelen gemeenschappelijk, dan wel niet gemeenschappelijk zijn;

    • d.

      een bestek en tekeningen van de bestaande en de te maken toestand van de woning (schaal 1:100), zodanig dat de werkzaamheden per woning zijn te herleiden;

    • e.

      een gespecificeerde begroting van de kosten van de voorzieningen uitgesplitst in lonen en materiaalkosten per te treffen voorziening;

    • f.

      de naam en adres van de aannemer alsmede het inschrijvingsnummer van deze aannemer bij de Kamer van Koophandel en het Sociaal Fonds Bouwnijverheid;

    • g.

      indien gelijktijdig met het treffen van de voorzieningen ook niet-gesubsidieerde voorzieningen worden getroffen: een uitsplitsing van de gesubsidieerde- en niet-gesubsidieerde kosten;

    • h.

      alle overige bescheiden en gegevens die naar het oordeel van burgemeester en wethouders nodig zijn voor een juiste beoordeling van de aanvraag.

    • i.

      indien de aanvraag een monument betreft: het bewijs van lidmaatschap van de Stichting Monumentenwacht Friesland;

  • 2.

    De gegevens, bedoeld in het eerste lid, dienen door de aanvrager in drievoud geleverd te worden.

  • 3.

    Burgemeester en wethouders beslissen binnen acht weken nadat de aanvraag is ontvangen. Zij kunnen hun beslissing éénmaal voor ten hoogste acht weken verdagen.

  • 4.

    Aanvragen welke overeenkomstig het gestelde in artikel 2.73 lid 2 zijn aangehouden tot een volgend jaar worden voor wat betreft de werking van dit artikel geacht te zijn ontvangen op 1 januari van dit volgende jaar.

Artikel 2.72

Indien de aanvraag betrekking heeft op een particuliere huurwoning dient de aanvraag tevens vergezeld te gaan van een door de huurder mede-ondertekend contract waarin tenminste is vastgelegd:

  • a.

    dat de huurder instemt met de te treffen voorzieningen;

  • b.

    de nieuwe huurprijs na het treffen van de voorzieningen, en

  • c.

    een opgaaf van de verwachte woningkwaliteit na het treffen van de voorzieningen, uitgedrukt in punten volgens het Besluit huurprijzen woonruimte.

Artikel 2.73
  • 1.

    Een aanvraag voor geldelijke steun wordt voor wat betreft de volgorde van indiening geacht te zijn ingediend, op het moment dat de aanvrager heeft voldaan aan het gestelde in artikel 2.71.

  • 2.

    Indien de door de Raad voor enig jaar vastgestelde, dan wel de overeenkomstig artikel 1.3 gecorrigeerde, deelbudgetten niet toereikend zijn om alle aanvragen te honoreren, worden de aanvragen die niet kunnen worden gehonoreerd aangehouden tot het volgende jaar.

  • 3.

    De aanvrager ontvangt onverwijld mededeling van de aanhouding.

  • 4.

    Indien zich de situatie, bedoeld in het tweede lid, zich voordoet, kunnen burgemeester en wethouders voor één of meer van de deelbudgetten, bedoeld in artikel 2.4, een indieningsstop met betrekking tot aanvragen als bedoeld in artikel 2.71, afkondigen.

  • 5.

    De indieningsstop, bedoeld in het vorige lid, wordt bekend gemaakt in één of meer dag- of nieuwsbladen en geldt voor een door burgemeester en wethouders te bepalen termijn.

Artikel 2.74
  • 1.

    Burgemeester en wethouders kennen geen geldelijke steun toe indien:

    • a.

      het deelbudget niet toereikend is:

      . de voorzieningen niet sober en doelmatig worden uitgevoerd;

    • c.

      de geraamde kosten van de voorzieningen niet geacht kunnen worden te staan in een redelijke verhouding tot het te bereiken resultaat;

    • d.

      met het treffen van de voorzieningen is begonnen voordat de aanvrager een besluit tot het toekennen van geldelijke steun heeft ontvangen;

    • e.

      eerder in hetzelfde kalenderjaar of tegelijk met dat plan een ander plan met betrekking tot dezelfde woning is ingediend;

    • f.

      de woning waaraan de voorzieningen worden getroffen binnen 15 jaar voor het tijdstip van de indiening van de aanvraag met geldelijke steun ingevolge de Subsidieverordening stads- en dorpsvernieuwing is verbeterd;

    • g.

      indien de woning in een actiegebied ligt en terzake van de woning waaraan de voorzieningen worden getroffen degene, die als eigenaar, of uit anderen hoofde, bevoegd is tot het treffen van voorzieningen, is aangeschreven krachtens de Woningwet.

  • 2.

    Burgemeester en wethouders kunnen in bijzondere gevallen vrijstelling verlenen van het bepaalde in het eerste lid, onder f.

  • 3.

    Burgemeester en wethouders kunnen vrijstelling verlenen van het bepaalde in het eerste lid, onder g. burgemeester en wethouders kunnen voorwaarden verbinden aan het verlenen van vrijstelling. Indien vrijstelling wordt verleend passen burgemeester en wethouders een korting toe op de geldelijke steun. De korting bedraagt nooit meer dan de helft van de geldelijke steun met een maximum van € 4537,80.

Artikel 2.75
  • 1.

    De geldelijke steun wordt toegekend onder de voorwaarde dat:

    • a.

      niet tot verkoop van de woning wordt overgaan tot aan het moment van verstrekking van de geldelijke steun conform de bepalingen van deze verordening, tenzij voor een zodanige verkoop vooraf door burgemeester en wethouders toestemming is verleend;

    • b.

      de aanvang van de werkzaamheden ten minste drie weken van tevoren schriftelijk wordt gemeld bij de dienst Stadsontwikkeling en Milieu van de gemeente Leeuwarden;

    • c.

      met de uitvoering van de werkzaamheden een aanvang wordt gemaakt binnen 26 weken na de dag waarop het besluit tot toekenning van de geldelijke steun aan de aanvrager is verzonden; burgemeester en wethouders kunnen deze termijn éénmaal met 26 weken verlengen;

    • d.

      binnen drie weken na de dag waarop het totale werk is opgeleverd, de voltooiing van de werkzaamheden wordt gemeld, onder vermelding van de werkzaamheden die niet of niet geheel conform het goedgekeurde plan zijn verricht;

    • e.

      de melding van de voltooiing, bedoeld onder d, plaatsvindt binnen 72 weken nadat met de uitvoering van de werkzaamheden, overeenkomstig het in het eerste lid, onder c bepaalde, een aanvang is gemaakt;

    • f.

      uiterlijk binnen twaalf weken na de dag waarop de melding van de voltooiing heeft plaatsgevonden en nadat de werkzaamheden door burgemeester en wethouders zijn gecontroleerd en akkoord bevonden, de werkzaamheden worden gereedgemeld, met dien verstande, dat de gereedmelding, na gemeentelijke controle en goedkeuring van de werkzaamheden overeenkomstig het 3e en 5e lid, in ieder geval volledig dient plaats te vinden binnen drie jaar nadat het besluit tot het toekennen van de geldelijke steun aan de aanvrager is verzonden;

    • g.

      aan de door burgemeester en wethouders met controle belaste personen op door hen te bepalen tijdstippen:

      • 1e

        toegang wordt verleend tot het gebouwd onroerend goed;

      • 2e

        inzage wordt verleend in de op het treffen van de voorzieningen betrekking hebbende bescheiden en tekeningen;

      • 3e

        de op het treffen van de voorzieningen betrekking hebbende gegevens worden verstrekt;

      • 4e

        gelegenheid wordt gegeven tot het controleren van de op het treffen van de voorzieningen betrekking hebbende gegevens;

    • h.

      de bescheiden en gegevens die naar het oordeel van burgemeester en wethouders nodig zijn voor de juiste toepassing van dit hoofdstuk van de verordening worden verstrekt;

    • i.

      bij het treffen van de voorzieningen niet wordt gehandeld in strijd met artikel 3 van het Vestigingsbesluit bouwnijverheidsbedrijven 1958.

  • 2.

    Het treffen van de voorzieningen, zonder besluit tot toekenning van geldelijke steun, alsmede het zonder schriftelijke toestemming afwijken van het goedgekeurde plan en de goedgekeurde raming van de kosten van de voorzieningen, is voor eigen rekening en risico van de aanvrager.

  • 3.

    De controle van de werkzaamheden, bedoeld in het eerste lid, onder f, vindt plaats, binnen drie weken na de dag waarop de melding van de voltooiing van alle in het plan begrepen werkzaamheden, overeenkomstig het eerste lid, onder d, heeft plaatsgevonden.

  • 4.

    Binnen twee weken na de dag waarop de werkzaamheden overeenkomstig het vierde lid zijn gecontroleerd, wordt het besluit omtrent de goedkeuring van deze werkzaamheden, aan de aanvrager gezonden.

  • 5.

    De gereedmelding, bedoeld in het eerste lid onder f, bevat:

    • a.

      een volledig ingevuld gereedmeldingsformulier;

    • b.

      een kostenoverzicht;

    • c.

      alle rekeningen welke per kostencomponent, als in het kostenoverzicht aangegeven, zijn gerangschikt en waarbij het totaal van deze kostencomponent afzonderlijk is aangegeven;

    • d.

      alle betalingsbewijzen welke op datum van betaling zijn gerangschikt;

    • e.

      een verklaring dat bij het treffen van de voorzieningen is voldaan aan de voorwaarden waaronder de geldelijke steun is verleend;

    • f.

      indien de aanvraag een woning in een actiegebied betreft, een overeenkomst waaruit de deelname aan een cascofondsconstructie, als bedoeld in artikel 2.1 eerste lid onder ad, blijkt of indien hieraan niet kan worden voldaan gegevens waaruit blijkt dat de woning op een wijze zal worden onderhouden die ten minste gelijkwaardig is aan de wijze van onderhoud die is beoogd met de deelname aan de cascofondsconstructie;

  • 6.

    Burgemeester en wethouders kunnen in bijzondere gevallen afwijking van het in het eerste en tweede lid gestelde toestaan.

Artikel 2.76
  • 1.

    Indien gedurende het treffen van de voorzieningen, zich de noodzaak voordoet om van het vastgestelde plan, bedoeld in artikel 2.1 eerste lid onder f, af te wijken, behoeft die afwijking de voorafgaande schriftelijke toestemming van burgemeester en wethouders.

  • 2.

    Die toestemming wordt slechts verleend indien:

    • a.

      genoegzaam is aangegeven om welke redenen de afwijking noodzakelijk is;

    • b.

      een gespecificeerde begroting is overgelegd van de kosten van de voorzieningen die verband houden met de afwijking;

    • c.

      opgegeven is tot welke andere wijzigingen de afwijking leidt in de gegevens, vermeld in de aanvraag;

    • d.

      overigens door de afwijking geen strijd ontstaat met enige bepaling in deze verordening.

Artikel 2.77
  • 1.

    De besteding van de reservering voor kostenverhogingen, bedoeld in artikel 2.1 eerste lid onder r ten twaalfde, vindt slechts plaats na voorafgaande schriftelijke toestemming van burgemeester en wethouders.

  • 2.

    Burgemeester en wethouders beslissen binnen vier weken op een verzoek tot besteding van de reservering voor kostenverhogingen, bedoeld in artikel 2.1 eerste lid onder r ten twaalfde.

Artikel 2.78
  • 1.

    Verstrekking van de geldelijke steun vindt plaats nadat:

    • a.

      de in de aanvraag opgenomen werkzaamheden zijn gereedgemeld;

    • b.

      de werkzaamheden, bedoeld onder a, door of vanwege burgemeester en wethouders zijn gecontroleerd en akkoord bevonden;

    • c.

      de bij de gereedmelding behorende gegevens en bescheiden als genoemd in artikel 2.75 lid 5 zijn overgelegd en door of vanwege burgemeester en wethouders zijn gecontroleerd en akkoord bevonden;

    • d.

      is voldaan aan de bij of krachtens deze verordening gestelde voorwaarden;

    • e.

      een overzicht is overlegd van de getroffen gesubsidieerde en niet-gesubsidieerde voorzieningen en de daarop betrekking hebbende kosten.

  • 2.

    De hoogte van de te verstrekken geldelijke steun wordt berekend op basis van de bij de toekenning goedgekeurde kosten van de voorzieningen, of de werkelijke kosten van de voorzieningen indien lager.

  • 3.

    In afwijking van het vorige lid kunnen op verzoek van de eigenaar de kosten van de voorzieningen anders worden berekend dan met gebruikmaking van de werkelijke kosten.

  • 4.

    Het verzoek, bedoeld in het vorige lid, wordt ingediend gelijktijdig met de gereedmelding.

  • 5.

    De geldelijke steun wordt uitbetaald binnen drie weken na de afloop van de termijnen, bedoeld in de artikel 2.80 tot en met 2.82, door middel van storting van de bijdrage op een door de aanvrager opgegeven bankrekening- of gironummer.

Artikel 2.79
  • 1.

    De geldelijke steun wordt verstrekt aan de eigenaar van de woning waaraan de voorzieningen zijn getroffen.

  • 2.

    Het in het eerste lid bepaalde geldt niet indien het gaat om woningen terzake waarvan degene, die als eigenaar, of uit anderen hoofde, bevoegd is tot het treffen van voorzieningen, is aangeschreven krachtens de Woningwet, ingeval de in de aanschrijving bepaalde termijn, gedurende welke de voorzieningen dienen te worden getroffen, is verstreken.

Artikel 2.80

De bijdrage ineens op termijn wordt betaalbaar gesteld aan het einde van het lopende kwartaal van het jaar waarin een termijn van 15 jaren na de verstrekking van de geldelijke steun eindigt, mits voldaan is aan de onder artikel 2.14, 2.21, 2.32, 2.39, 2.48, en 2.64 gestelde voorwaarden.

Artikel 2.81
  • 1.

    De bijdrage ineens wordt betaalbaar gesteld aan het einde van het lopende kwartaal waarin de verstrekking van de geldelijke steun heeft plaats gevonden.

  • 2.

    Burgemeester en wethouders kunnen op verzoek voorschotten verstrekken op de bijdrage ineens.

Artikel 2.82 (vervallen)

 

Artikel 2.83
  • 1.

    Ingeval van overtreding van de voorwaarden die gesteld zijn bij de toekenning en verstrekking van de bijdrage ineens of de bijdrage ineens op termijn, bedoeld in de artikelen 2.14, 2.21, 2.32, 2.39, 2.48, 2.52, 2.64, 2.69 en 2.75, zullen burgemeester en wethouders:

    • a.

      geheel of gedeeltelijk niet tot uitbetaling van de geldelijke steun overgaan, al naar gelang de ernst van de overtreding, en/of,

    • b.

      reeds betaalde geldelijke steun en reeds betaalde voorschotten op de geldelijke steun geheel of gedeeltelijk terugvorderen.

  • 2.

    Ingeval de overtreding van de voorwaarden die gesteld zijn bij de verstrekking van de bijdrage ineens of de bijdrage ineens op termijn niet verwijtbaar is, kunnen burgemeester en wethouders besluiten de onder het eerste lid genoemde sancties geheel of gedeeltelijk niet te treffen.

HOOFDSTUK III (vervallen)

HOOFDSTUK IV Midden- en kleinbedrijf

Artikel 4.1
  • 1.

    In dit hoofdstuk wordt verstaan onder:

    • a.

      stadsvernieuwingsgebied: een gebied bij besluit van de gemeenteraad aangewezen voor toepassing van dit hoofdstuk;

    • b.

      ondernemer: een natuurlijke persoon of een rechtspersoon die rechtmatig een bedrijf uitoefent;

    • c.

      ruimtelijk-economische structuur van een gebied: het door de gemeenteraad zijn aangegeven waar en welke - naar aard en omvang onderscheiden - bedrijven en bedrijfsconcentraties binnen het stadsvernieuwingsgebied inde toekomst gewenst zijn;

    • d.

      winst: de winst die dient als grondslag voor de berekening van de inkomstenbelasting of de vennootschapsbelasting, met dien verstande dat indien de ondernemer een rechtspersoon is, daaronder mede wordt verstaan de beloning van de bestuurder(s) en de daaraan verbonden ten laste van de rechtspersoon komende sociale lasten;

    • e.

      detailhandel: het bedrijfsmatig te koop aanbieden, verkopen en/of leveren van goederen aan de uiteindelijke verbruiker of gebruiker;

    • f.

      milieuhinderlijk bedrijf: bedrijf dat in ontoelaatbare mate gevaar, schade of hinder veroorzaakt;

    • g.

      sanering: het treffen van maatregelen ter vermindering van gevaar, schade of hinder.

  • 2.

    Indien een onderneming wordt bestuurd door meer dan één ondernemer, worden deze voor de toepassing van dit hoofdstuk als één ondernemer aangemerkt.

Artikel 4.2
  • 1.

    Geldelijke steun aan een ondernemer kan worden toegekend ten behoeve van:

    • a.

      voortzetting ter plaatse van een in een stadsvernieuwingsgebied gevestigd bedrijf;

    • b.

      verplaatsing van een in een stadsvernieuwingsgebied gevestigd bedrijf, of

    • c.

      beëindiging van een in een stadsvernieuwingsgebied gevestigd bedrijf. Gelijkgesteld met een ondernemer als bedoeld in het eerste lid wordt een ondernemer wiens bedrijf gevestigd is buiten een stadsvernieuwingsgebied en die zijn omzet geheel of grotendeels binnen dat gebied verwerft.

  • 2.

    Burgemeester en wethouders kunnen in bijzondere gevallen - de desbetreffende raadsadviescommissie gehoord - bepalen dat een ondernemer wiens bedrijf gevestigd is buiten een stadsvernieuwingsgebied en die zijn omzet niet geheel of grotendeels verwerft in een stadsvernieuwingsgebied gelijkgesteld wordt met een ondernemer als bedoeld in het eerste lid van dit artikel, indien:

    • a.

      de ondernemer zijn bedrijf uitoefent in een bouwblok dat naar het oordeel van burgemeester en wethouders in het kader van de uitvoering van het stadsvernieuwingsbeleid wordt aangepakt;

    • b.

      bedoeld bouwblok gelegen is in een deel van de gemeente waar overigens geen stadsvernieuwing hoeft plaats te vinden;

    • c.

      in bedoeld bouwblok een gering aantal bedrijven gevestigd is.

  • 3.

    Burgemeester en wethouders kunnen geldelijke steun toekennen ten behoeve van een sanering van een door hen als zodanig aangewezen milieuhinderlijk bedrijf, binnen een gebied waarvoor deze verordening van toepassing is verklaard. De sanering kan betrekking hebben op sanering ter plaatse, sanering door verplaatsing of sanering door beëindiging van het bedrijf. In het algemeen zal steun voor sanering door verplaatsing slechts worden verleend, indien die vorm van sanering als de meest doelmatige kan worden beschouwd. Indien sanering ter plaatse het meest doelmatig is zal eventuele steun ten behoeve van de verplaatsing van het bedrijf niet méér bedragen dan de steun die bij sanering ter plaatse zal worden toegekend.

Artikel 4.3
  • 1.

    Geldelijke steun aan een ondernemer als bedoeld in artikel 4.2, eerste lid, wordt slechts toegekend:

    • a.

      indien dat de verwezenlijking van de voor het betrokken stadsvernieuwingsgebied door de gemeenteraad vastgestelde ruimtelijke economische structuur ten goede komt;

    • b.

      indien bij de onderneming waarin detailhandel wordt uitgeoefend niet meer dan 25 personen werkzaam zijn en bij andere ondernemingen niet meer dan 50 personen;

    • c.

      indien het bedrijf dat voortgezet dan wel verplaatst wordt levensvatbaar is;

    • d.

      indien het bedrijf een redelijke termijn onmiddellijk voorafgaand aan het tijdstip van het indienen van de steunaanvraag in hetzelfde pand is uitgeoefend.

  • 2.

    Geldelijke steun aan een ondernemer als bedoeld in artikel 4.2, tweede lid wordt slechts toegekend:

    • a.

      indien bij de onderneming waarin de detailhandel wordt uitgeoefend niet meer dan 25 personen werkzaam zijn en bij andere ondernemingen niet meer dan 50 personen;

    • b.

      indien het bedrijf dat voortgezet dan wel verplaatst wordt levensvatbaar is;

    • c.

      indien het bedrijf een redelijke termijn onmiddellijk voorafgaand aan het tijdstip van het indienen van de steunaanvraag in hetzelfde pand is uitgeoefend.

  • 3.

    Geldelijke steun aan ondernemers, als bedoeld in artikel 4.2, derde lid, wordt slechts toegekend:

    • a.

      indien de sanering noodzakelijk en voldoende is om gevaar, schade of hinder tot een aanvaardbaar peil terug te brengen;

    • b.

      indien het op een aanvaardbaar peil brengen excessieve kosten in vergelijking met de in het algemeen als normaal te achten kosten voor het aanbrengen van de vereiste voorzieningen op grond van de hinderwet met zich meebrengt;

    • c.

      indien bij de onderneming niet meer dan 50 personen werkzaam zijn;

    • d.

      indien het bedrijf dat voortgezet dan wel verplaatst wordt levensvatbaar is;

    • e.

      in bijzondere gevallen kunnen burgemeester en wethouders van de onder c genoemde eis ontheffing verlenen.

Artikel 4.4
  • 1.

    Geldelijke steun aan een ondernemer wordt niet toegekend: indien de ondernemer een bedrijf uitoefent dat ook als vrij beroep uitgeoefend kan worden of indien de ondernemer één of meer van de volgende bedrijven uitoefent:

    • a.

      bemiddeling op het gebied van de handel in roerende en onroerende goederen, dienstverlening en arbeidsbemiddeling, met uitzondering van reisbureaus;

    • b.

      dienstverlening op het gebied van accountancy, boekhouden of administratie;

    • c.

      advisering en dienstverlening, anders dan door aanneming van werk, op het gebied van techniek, bouwkunde, industrieel eigendom, reclame, informatie, incasso, taxatie, alsmede op juridisch, economisch of fiscaal gebied;

    • d.

      exploitatie van schoonheidsinstituten of pedicure-, bad-, heilgymnastiek- of massage-inrichtingen;

    • e.

      dienstverlening op het gebied van onderwijs, opleiding, vertaling of rij-instructie.

  • 2.

    Steun aan een ondernemer wordt niet toegekend, indien binnen een periode van vijf jaar nadat hem steun ingevolge de Beschikking steun bedrijven stadsvernieuwing 1978, de Verordening steun bedrijven stadsvernieuwing 1980 dan wel deze verordening is toegekend, tenzij:

    • a.

      de ondernemer binnen de gestelde vijf jaren verschillende verbouwingen uitvoert die zijn te beschouwen als één verbouwing;

    • b.

      de ondernemer op verschillende locaties bedrijfsactiviteiten uitvoert en binnen vijf jaar steun aanvraagt voor een van de andere locaties dan waarvoor reeds steun is toegekend;

    • c.

      de ondernemer op grond van artikel 4.7 van deze verordening inkomenssteun aanvraagt vanwege de door hem geleden winstdaling, die een rechtstreeks gevolg is van de concrete uitvoering van de stadsvernieuwingsmaatregelen ter plaatse.

  • 3.

    Steun aan een ondernemer wordt niet toegekend voorzover een ondernemer geldelijke aanspraken ter zake heeft ontleend of kan ontlenen aan andere regelingen, van welke aard ook, met uitzondering van de Algemene bijstandswet (Stb. 1963, 284), de Wet investeringsrekening (Stb. 1978, 368) en de Hoofdlijnen bedrijfsbeëindigingshulp 1984 (Stcrt. 1983, nr. 216).

  • 4.

    Het bepaalde in het derde lid, geldt niet ter zake van bedrijfsbeëindigingssteun, voor zover de geldelijke aanspraken, die de betrokkene aan andere regelingen heeft ontleend of kan ontlenen, in mindering zijn of kunnen worden gebracht op uitkeringen ingevolge de Hoofdlijnen bedrijfsbeëindigingshulp 1984.

Artikel 4.5

In geval van sanering ter plaatse dan wel van sanering door verplaatsing wordt de steun in ieder geval toegekend onder de voorwaarde, dat ten behoeve van het bedrijf de met het oog op de daarin of daardoor verrichte activiteiten vereiste vergunningen krachtens de in artikel 6 van de Wet algemene bepalingen milieuhygiëne genoemde wetten worden verleend.

Artikel 4.6
  • 1.

    De per ondernemer te verlenen steun bedraagt maximaal € 113.445,05 waarbij de in artikel 4.7 genoemde inkomenssteun niet wordt meegerekend.

  • 2.

    De steun wordt rechtstreeks aan de ondernemer verleend.

  • 3.

    Burgemeester en wethouders kunnen, wanneer het een sanering van een overeenkomstig artikel 4.2, derde lid, aangewezen milieuhinderlijk bedrijf betreft of in andere bijzondere gevallen, afwijken van de in dit artikel en de andere in dit hoofdstuk genoemde maximale steunbedragen.

Artikel 4.7 Voortzetting ter plaatse

  • 1.

    Indien de winst van de ondernemer in het boekjaar waarin hij zijn aanvraag indient naar schatting lager is dan de gemiddelde winst over de laatste drie jaren, voorafgaande aan het jaar van de aanvraag en tevens lager is dan € 15.882,10 kan inkomenssteun voor deze winstdaling worden toegekend.

  • 2.

    De steun kan gedurende twee opvolgende jaren worden verleend. Voor de berekening van de steun in het tweede jaar wordt de op grond van het eerste lid berekende gemiddelde winst in aanmerking genomen.

  • 3.

    Burgemeester en wethouders kunnen, indien de voortgang van het stadsvernieuwingsproces daartoe aanleiding geeft, bepalen dat de in het tweede lid genoemde termijn wordt verlengd tot maximaal 4 jaar.

  • 4.

    De ondernemer dient aannemelijk te maken dat de winstdaling een rechtstreeks gevolg is van de concrete uitvoering van stadsvernieuwing.

  • 5.

    De steun bedraagt het verschil tussen enerzijds de winst van de ondernemer in het boekjaar van zijn aanvraag dan wel het daaropvolgende boekjaar en anderzijds zijn in het eerste lid bedoelde gemiddelde winst, met dien verstande dat:

    • a.

      de steun tezamen met de winst in het boekjaar van zijn aanvraag niet méér bedraagt dan € 15.882,31;

    • b.

      de steun niet méér dan € 15.882,- bedraagt.

  • 6.

    Burgemeester en wethouders kunnen in bijzondere gevallen het in het eerste lid genoemde bedrag verhogen tot maximaal € 22.689,01. Het vijfde lid is dan van overeenkomstige toepassing, zij het dat dan in plaats van € 15.882,30, € 22.689,01 gelezen moet worden.

  • 7.

    Burgemeester en wethouders zijn bevoegd, indien in een bepaald geval naar hun mening bijzondere redenen aanwezig zijn, ontheffing te verlenen van het gestelde in het eerste lid wat betreft het tijdstip van aanvraag.

Artikel 4.8
  • 1.

    Indien de ondernemer, tevens eigenaar, in zijn bedrijfsruimte verbouwingen wil verrichten die noodzakelijk zijn voor de voortzetting van zijn bedrijf, kan steun worden toegekend. Indien het een sanering ter plaatse betreft kan hiervoor een saneringsbijdrage worden toegekend.

  • 2.

    De steun wordt toegekend onder de voorwaarde dat bij het treffen van de in het eerste lid genoemde voorzieningen niet geheel of gedeeltelijk wordt gehandeld in strijd met artikel 3 van het Vestigingsbesluit bouwnijverheidsbedrijven 1958.

  • 3.

    De steun zal een redelijke bijdrage in de kosten van de bedoelde verbouwingen of saneringsmaatregelen zijn.

Artikel 4.9
  • 1.

    Indien de ondernemer/huurder ten gevolge van verbouwingen of saneringsmaatregelen als bedoeld in artikel 4.8 een hogere huur moet gaan betalen, kan hem hiervoor een eenmalige bijdrage worden toegekend, voor zover deze hogere huur geen gevolg is van wezenlijke veranderingen in de aard en omvang van zijn bedrijfsactiviteiten.

  • 2.

    De steun zal een redelijke bijdrage zijn, gebaseerd op het verschil tussen de oude en de nieuwe huur.

Artikel 4.10
  • 1.

    Aan de ondernemer in wiens bedrijfsruimte verbouwingen worden uitgevoerd of saneringsmaatregelen worden getroffen als bedoeld in artikel 4.8 kan voor de noodzakelijke herinrichtingen een bijdrage worden toegekend.

  • 2.

    Artikel 4.8, tweede lid is van overeenkomstige toepassing.

  • 3.

    De steun zal een redelijke bijdrage zijn in de genoemde herinrichtingskosten.

Artikel 4.11
  • 1.

    Wanneer vanwege verbouwingswerkzaamheden of saneringsmaatregelen stagnatieschade optreedt kunnen burgemeester en wethouders steun toekennen.

  • 2.

    De steun, in het eerste lid genoemd, zal ten hoogste € 272,27 per week bedragen over de periode dat het bedrijf stil ligt tot ten hoogste zes weken in totaal.

Artikel 4.12 Verplaatsing

  • 1.

    Indien de ondernemer, tevens huurder, in verband met de verplaatsing van zijn bedrijf een hogere huur moet gaan betalen op de nieuwe vestigingsplaats, kan hem een eenmalige huurgewenningsbijdrage worden toegekend, voor zover deze hogere huur geen gevolg is van niet noodzakelijke veranderingen in de aard en omvang van de bedrijfsactiviteiten.

  • 2.

    De steun zal een redelijke bijdrage zijn, gebaseerd op het verschil tussen de oude en de nieuwe huur.

Artikel 4.13
  • 1.

    Indien de ondernemer, tevens eigenaar, in verband met de verplaatsing van zijn bedrijf hogere huisvestingskosten krijgt op de nieuwe vestigingsplaats kan hem hiervoor een bijdrage worden toegekend, voor zover deze hogere kosten geen gevolg zijn van niet noodzakelijke veranderingen in de aard en omvang van de bedrijfsactiviteiten.

  • 2.

    De steun zal een redelijke bijdrage zijn in het verschil tussen de waarde van de oude en de nieuwe bedrijfsruimte.

Artikel 4.14
  • 1.

    Aan de ondernemer die zijn bedrijf verplaatst kan worden toegekend:

    • a.

      een verhuiskostenbijdrage;

    • b.

      een bijdrage in de kosten van verbouwings- of saneringsmaatregelen zoals bedoeld in artikel 4.8;

    • c.

      een bijdrage in de herinrichtingskosten, bedoeld in artikel 4.10;

    • d.

      een bijdrage in de winstdaling ten gevolge van bedrijfsstagnatie.

  • 2.

    De steun zal bedragen:

    • a.

      100% van de geraamde verhuiskosten;

    • b.

      een redelijke bijdrage in de kosten van verbouwing of saneringsmaatregelen;

    • c.

      een redelijke bijdrage in de herinrichtingskosten;

    • d.

      ten hoogste € 272,27 per week over de periode dat het bedrijf stil ligt tot ten hoogste zes weken in totaal.

Artikel 4.15 Beëindiging

Aan een ondernemer kan voor de beëindiging van het bedrijf steun worden toegekend.

  • 1.

    De beëindigingsuitkering bedraagt 20% van de totale winst over de drie, aan het boekjaar waarin de aanvraag om steun wordt ingediend, voorafgaande boekjaren. Zij is ten minste € 4537,80 en ten hoogste € 22.689,01.

  • 2.

    De uitkering wordt toegekend op voorwaarde dat de ondernemer na bedrijfsbeëindiging niet opnieuw binnen de gemeente een bedrijf gaat uitoefenen.

  • 3.

    De ondernemer moet zich verbinden de ontvangen uitkering terstond als onverschuldigd betaald te restitueren, indien hij de in het tweede lid genoemde voorwaarde niet is nagekomen.

  • 4.

    De uitkering wordt zo spoedig mogelijk nadat bedrijfs-beëindiging heeft plaatsgevonden uitbetaald.

  • 5.

    Burgemeester en wethouders kunnen vrijstelling van de in het tweede lid genoemde voorwaarde verlenen.

Artikel 4.16 Procedure

  • 1.

    Een aanvraag om steun als bedoeld in dit hoofdstuk dient schriftelijk te worden ingediend bij burgemeester en wethouders.

  • 2.

    Een aanvraag dient te worden ingediend voordat de ondernemer overgaat tot uitvoering van activiteiten die tot steuntoekenning kunnen leiden.

Artikel 4.17
  • 1.

    Een aanvraag dient vergezeld te gaan van een advies uitgebracht door één of meerdere door burgemeester en wethouders toegelaten onafhankelijke instantie(s). De kosten van dit advies kunnen worden vergoed.

  • 2.

    Bij de aanvraag dienen de gegevens te zijn gevoegd die nodig zijn voor de beoordeling.

  • 3.

    Alvorens op de aanvraag te beslissen kunnen burgemeester en wethouders binnen één maand nadat de aanvraag is ingediend nadere gegevens van de ondernemer verlangen.

  • 4.

    Burgemeester en wethouders beslissen omtrent de aanvraag binnen twee maanden na de dag waarop de aanvraag ontvangen is of binnen twee maanden nadat de in het derde lid bedoelde gegevens zijn ontvangen. Zij kunnen hun beslissing éénmaal voor ten hoogste twee maanden verdagen. Een afschrift van hun besluit tot verdaging zenden zij toe aan de aanvrager van de steun.

Artikel 4.18

De ondernemer dient, voor zover dat redelijkerwijs voor de uit- voering van deze verordening nodig is, desgevraagd aan door burgemeester en wethouders respectievelijk door de in artikel 4.17, eerste lid bedoelde onafhankelijke instantie(s) aangewezen personen gegevens te verstrekken, inzage te geven in zijn boeken en bescheiden en toegang te verlenen tot zijn bedrijfsruimten.

Artikel 4.19
  • 1.

    Burgemeester en wethouders bepalen bij hun besluit tot toekennen van steun het definitieve steunbedrag tenzij het betreft steun ingevolge artikel 4.7 van deze verordening.

  • 2.

    De gegevens voor de vaststelling van de definitieve uitkering als bedoeld in artikel 4.7 dient de aanvrager binnen drie maanden na afloop van het boekjaar waarop de uitkering betrekking heeft aan burgemeester en wethouders te verstrekken. Burgemeester en wethouders bepalen binnen twee maanden nadat deze gegevens zijn ontvangen het definitieve steunbedrag.

  • 3.

    Indien gunstig wordt beslist op de aanvraag om geldelijke steun kan aan de aanvrager in daartoe aanleiding gevende gevallen een voorschot worden verstrekt.

  • 4.

    Het voorschot wordt verrekend bij de definitieve uitbetaling. Deze uitbetaling vindt plaats zodra de ondernemer heeft aangetoond dat de activiteiten waarvoor de steun is toegekend conform de overgelegde bescheiden zijn verricht.

  • 5.

    De ondernemer moet zich verbinden de als voorschot ontvangen steun terstond als onverschuldigd betaald te restitueren, indien en voor zover de activiteiten, waarvoor de steun is toegekend niet binnen een redelijke termijn en conform de overgelegde bescheiden zijn verricht.

HOOFDSTUK V Regeling tegemoetkoming in de verhuis- en/of herinrichtingskosten bij woningverbetering, groot-onderhoud en woning- c.q. krotontruiming in het kader van de stadsvernieuwing

Artikel 5.1

In dit hoofdstuk wordt verstaan onder:

huurder

:

degene die in een woning zijn hoofdverblijf heeft en krachtens een huurovereenkomst, zoals bedoeld in artikel 1584 van het Burgerlijk Wetboek, in het genot van de woning is;

woning

:

een zelfstandige woning, al dan niet deel uitmakend van een complex woningen, met een eigen voordeur en voorzien van keuken, toilet en wasruimte;

verhuis- en herinrichtingskosten

:

de kosten van de noodzakelijke verhuizing en herinrichting;

voorzieningen

:

de hierna te noemen voorzieningen waarvan de kosten tenminste € 11.344,50 per woning bedragen:

 

 

1.

de maatregelen strekkende tot verbetering van de indeling of het woongerief van een woning;

 

 

2.

de maatregelen strekkende tot het opheffen of voorkomen van technische gebreken aan de woning;

 

 

3.

de bouwkundige splitsing van een woning in twee of meer woningen;

 

 

4.

de bouwkundige samenvoeging van een aantal woningen tot een of meer woningen.

Artikel 5.2
  • 1.

    Aan de huurder van een woning waaraan voorzieningen worden getroffen, kan op zijn verzoek een bijdrage ineens ter tegemoetkoming in de verhuis- en/of herinrichtingskosten worden toegekend.

  • 2.

    Aan de huurder c.q. eigenaar-bewoner van een woning, die in het kader van de stadsvernieuwing dient te worden gesloopt, kan, op zijn verzoek, eveneens een bijdrage ineens, als bedoeld in lid 1, worden toegekend.

  • 3.

    Indien in de woning meer personen wonen die huurder zijn, zoals omschreven in artikel 5.1, wordt de bijdrage ineens verdeeld naar rato van het aantal huurders.

  • 4.

    Aan de eigenaar-bewoner van een woning, gelegen in een actiegebied als bedoeld in hoofdstuk 2 van deze verordening en waaraan maatregelen worden getroffen strekkende tot opheffing of voorkoming van technische gebreken aan de woning, kan op zijn verzoek een bijdrage ineens ter tegemoetkoming in de verhuis- en/of herinrichtingskosten worden toegekend volgens per actiegebied door burgemeester en wethouders vast te stellen regels.

  • 5.

    Aan een huurder c.q. eigenaar-bewoner wordt een vergoeding toegekend voor niet meer dan één door hem te bewonen c.q. bewoonde woning.

Artikel 5.3
  • 1.

    De bijdrage ineens aan de huurder van een woning waaraan voorzieningen worden getroffen, wordt slechts toegekend:

    • a.

      indien de huurder gedurende een tijdvak van tenminste drie maanden in het geval van groot onderhoud en niet-ingrijpende verbetering de woning als huurder heeft bewoond;

    • b.

      indien de huurder ingeval van het treffen van ingrijpende voorzieningen zes maanden onmiddellijk voorafgaande aan de datum waarop de verhuurder een verzoek om een bijdrage voor de huurder bij de gemeente heeft ingediend de woning als huurder heeft bewoond.

  • 2.

    De bijdrage ineens aan de huurder c.q. eigenaar-bewoner op grond van artikel 5.2, lid 2 wordt slechts toegekend indien:

    • a.

      de huurder c.q. eigenaar-bewoner van een woning die in het kader van de stadsvernieuwing dient te worden gesloopt, gedurende een tijdvak van tenminste zes maanden onmiddellijk voorafgaande aan de datum van het in artikel 5.2, lid 2 bedoelde verzoek de woning heeft bewoond;

    • b.

      de huurovereenkomst van de te slopen woning niet eerder eindigt dan 6 maanden vóór de door de verhuurder beoogde aanvangsdatum van de sloopwerkzaamheden.

Artikel 5.4
  • 1.

    De bijdrage ineens wordt niet verstrekt indien in verband met de aanpak van de betreffende woning reeds eerder een bijdrage op grond van dit hoofdstuk van de verordening c.q. een hiervóór geldende rijksregeling is verstrekt.

  • 2.

    Burgemeester en wethouders kunnen aan het verstrekken van een bijdrage ineens in het belang van de stadsvernieuwing voorwaarden verbinden.

  • 3.

    Burgemeester en wethouders verstrekken slechts bijdragen ineens voorzover de op grond van artikel 1.2 begrote financiële middelen voor dit onderdeel toereikend zijn.

Artikel 5.5
  • 1.

    a. Burgemeester en wethouders stellen een bijdrage als bedoeld onder art. 5.2, lid 1 vast die samenhangt met de aard en omvang van de te treffen voorzieningen;

    • b.

      de onder a. bedoelde vaststelling vindt plaats nadat de betreffende verhuurder terzake is geraadpleegd;

    • c.

      de bijdrage als bedoeld in artikel 5.2, lid 2 bedraagt € 907,56;

    • d.

      het is verhuurders toegestaan een aanvullende bijdrage op de onder a. en c. bedoelde gemeentelijke bijdrage toe te kennen.

  • 2.

    De bijdrage ineens, bedoeld in lid 1, onder b, wordt eveneens toegekend, indien de huurder afziet van terugkeer in de te verbeteren woning c.q. het te verbeteren complex, mits de verhuizing naar elders niet eerder plaatsvindt dan drie maanden voor de aanvang van de werkzaamheden aan de desbetreffende woning.

  • 3.

    Indien de huurder die in beginsel in aanmerking komt voor een bijdrage als genoemd onder lid 1a verhuist binnen twee maanden na de datum waarop de voorzieningen gereed zijn, vervalt het recht op een bijdrage.

Artikel 5.6
  • 1.

    Een verzoek om huurders in aanmerking te brengen voor een bijdrage als bedoeld in artikel 5.2, lid 1 en 2, dient uit te gaan van de verhuurder, onder opgave van de adressen van de woningen die worden gesloopt, c.q. waaraan de voorzieningen worden getroffen, een korte omschrijving van de aard en omvang van de te treffen voorzieningen en een raming van de kosten van de voorzieningen.

  • 2.

    Nadat is voldaan aan het in art. 5.5, lid 1b gestelde, stellen burgemeester en wethouders de hoogte van de in lid 1 bedoelde bijdrage vast.

  • 3.

    Nadat aan de verhuurder van het onder lid 2 bedoelde besluit mededeling is gedaan, kunnen huurders een verzoek om toekenning en uitbetaling indienen bij burgemeester en wethouders.

  • 4.

    Eigenaar-bewoners die in aanmerking komen voor een bijdrage als bedoeld in art. 5.2, lid 2, kunnen een verzoek om toekenning en uitbetaling indienen bij burgemeester en wethouders.

  • 5.
    • a.

      Het verzoek om toekenning van een bijdrage ineens als bedoeld in artikel 5.2, lid 1, kan niet eerder worden ingediend dan:

      nadat de aan de woning te treffen voorzieningen zijn gerealiseerd en de verhuis- en herinrichtingskosten zijn gemaakt;

    • b.

      nadat de woning is gesloopt of nadat de in art. 5.3, lid 2 bedoelde huurovereenkomst is geëindigd.

  • 6.

    Het verzoek als bedoeld in lid 5 dient te worden ingediend uiterlijk drie maanden na het treffen van de voorzieningen c.q. de sloop van de woning.

  • 7.

    Het verzoek om toekenning van een bijdrage ineens wordt op een door burgemeester en wethouders beschikbaar te stellen formulier bij burgemeester en wethouders ingediend.

  • 8.

    In afwijking van het bepaalde in lid 5a kan het verzoek om uitbetaling worden ingediend onmiddellijk nadat de verhuis- c.q. herinrichtingskosten zijn gemaakt indien artikel 5.5, lid 2 van toepassing is.

Artikel 5.7

In bepaalde gevallen kunnen burgemeester en wethouders afwijken van het in art. 5.6, lid 3 gestelde, door met de verhuurder overeen te komen, dat de verzoeken om een bijdrage en de uitbetaling van de bijdrage bij de verhuurder worden ingediend.

De overige in dit hoofdstuk opgenomen voorwaarden en bepalingen blijven in dat geval onverkort van kracht.

Artikel 5.8
  • 1.

    Burgemeester en wethouders beslissen omtrent een aanvraag als bedoeld in artikel 5.6, leden 1 en 4, binnen twee maanden na de dag waarop de aanvraag is ontvangen.

  • 2.

    Indien artikel 5.7 van toepassing is, is de verhuurder eveneens gehouden aan de in lid 1 bedoelde termijn.

HOOFDSTUK VI Overige steun

Artikel 6.1
  • 1.

    Aan woningcorporaties en particuliere verhuurders kunnen bijdragen worden toegekend:

    • a.

      in door hen gemaakte kosten van voorlichting aan de bewoners bij de voorbereiding van plannen tot verbetering c.q. groot onderhoud van een woningcomplex, tot het bedrag van de werkelijke kosten, doch niet meer dan € 45,37 per woning;

    • b.

      in de kosten van het inschakelen van een extern contactpersoon bij ingrijpende verbetering van een woningcomplex of bij vervangende nieuwbouw, tot het bedrag van de werkelijke kosten, doch niet meer dan € 226,89 per woning;

    • c.

      in de kosten van inrichting van wisselwoningen ten behoeve van tijdelijke huisvesting van bewoners bij ingrijpende verbetering van woningcomplexen, tot een bedrag van ten hoogste € 1815,12 per woning;

    • d.

      tot het bedrag van het verschil van de voor een wisselwoning geldende huur en de huur van de door de huurder verlaten woning, indien laatstgenoemde huur lager is, met dien verstande dat het verschil niet meer dan € 45,37 mag bedragen.

  • 2.

    Aan woningcorporaties kan in de kosten van het creëren van woonruimte door middel van een eenvoudige aanpassing van panden, die in afwachting van de realisering van de definitieve bestemming buiten gebruik zijn gesteld, gedurende maximaal vijf aaneengesloten jaren een jaarlijkse bijdrage van € 998,32 per fictieve woonruimte van 30 m2 worden toegekend.

Artikel 6.2
  • 1.

    Aan woningcorporaties en instellingen, die in de gemeente Leeuwarden werkzaam zijn op het gebied van de verbetering van het particulier woningbezit, kan een bijdrage worden toegekend van maximaal € 4537,80 in de aankoopkosten van een te verbeteren particuliere woning.

  • 2.

    De in het eerste lid bedoelde bijdrage wordt slechts toegekend nadat burgemeester en wethouders toestemming hebben verleend tot aankoop van de te verbeteren woning.

Artikel 6.3
  • 1.

    Aan instellingen, die in de gemeente Leeuwarden werkzaam zijn op het gebied van de verbetering van het particulier woningbezit, kan een bijdrage worden verstrekt in de exploitatielasten.

  • 2.

    Voor de wijze van indiening van een verzoek als bedoeld in lid 1 is de Algemene Subsidieverordening Leeuwarden van toepassing.

HOOFDSTUK VII Subsidiëring van het verwijderen van dichte rolluiken door transparante afscheidingen

Artikel 7.1 Definities

In deze verordening wordt verstaan onder:

ondernemer :

een natuurlijk persoon of een rechtspersoon die daadwerkelijk en rechtmatig een bedrijf uitoefent;

eigenaar :

de juridische eigenaar van het pand waarin een winkel gevestigd is;

doorzichtige afsluiting :

een rol- of schuifhek achter glas aan de voorzijde van een winkelpand, welke in gesloten toestand ten minste voor 70% van de totale oppervlakte doorzichtig is, danwel een rolluik voor een winkelpand bestaande uit metalen of kunststof panelen met daarin gelaagd glas of een doorzicht biedend kunststofmateriaal, waarbij in gesloten toestand ten minste 80% van de totale oppervlakte doorzichtig is;

slagvast glas:

glas van het type 55-6 code B1 (DIN-norm 52290) of zwaarder, dikte ten minste 18 mm;

winkelpand :

een ruimte voor het te koop aanbieden, verkopen en/of leveren van goederen en/of diensten zoals winkels, reisbureaus, horecabedrijven en bedrijfsruimten/kantoren.

Artikel 7.2 Geldelijke bijdragen

  • 1.

    Burgemeester en wethouders kunnen aan een ondernemer, gevestigd in, of een eigenaar van een winkelpand gelegen binnen het aangewezen gebied, een éénmalige geldelijke bijdrage toekennen in de kosten van een doorzichtige afsluiting c.q. het verwijderen van bestaande niet-doorzichtige rolluiken.

  • 2.

    De geldelijke bijdrage bedraagt:

    • a.

      ten behoeve van het aanbrengen van een rol- of schuifhek achter glas:

      € 22,69 per m2 rol- of schuifhek;

    • b.

      ten behoeve van het aanbrengen van een doorzichtig rolluik:

      maximaal € 136,13 per m2 rolluik;

    • c.

      ten behoeve van het aanbrengen van slagvast glas:

      € 34,03 per m2 glas.

  • 3.

    De geldelijke bijdrage onder lid 2a, b of c genoemd, wordt alleen toegekend indien een bestaand niet voldoende doorzichtig rolluik wordt verwijderd, dit bestaande rolluik voor 1 juli 1990 is aangebracht, niet langer dan tien jaren voor het winkelpand bevestigd is geweest en een oppervlakte heeft van ten minste 8 m2 en niet binnen het aangewezen gebied wordt hergebruikt.

    De geldelijke bijdrage voor het verwijderde rolluik bedraagt € 1361,34

  • 4.

    Aan het toekennen van de in het tweede lid onder b bedoelde bijdrage, is de voorwaarde verbonden dat van de feitelijke kosten, exclusief BTW, van aanschaf en installatie van het rolluik ten minste € 158,82 per m2 voor rekening van de aanvrager blijft.

  • 5.

    De bijdrage per winkelpand bedraagt maximaal € 6806,70 te vermeerderen met maximaal € 1361,34 voor het verwijderen, totaal maximaal € 8168,04

  • 6.

    Burgemeester en wethouders kunnen aan het toekennen van de in het tweede lid bedoelde bijdragen nadere voorwaarden verbinden.

Artikel 7.3 Inwerkingtreding

Dit hoofdstuk treedt in werking op de dag volgend op die van het raadsbesluit.

HOOFDSTUK VIII Slotbepalingen

Artikel 8.1
  • 1.

    Deze verordening kan worden aangehaald als "Subsidieverordening stads- en dorpsvernieuwing 2001".

  • 2.

    De verordening treedt in werking met ingang van de achtste dag na die van de bekendmaking.

  • 3.

    Gelijktijdig met de inwerkingtreding van deze verordening vervalt de subsidieverordening stads- en dorpsvernieuwing 1993, zoals die per 1 januari 1994 in werking is getreden en sedertdien gewijzigd.