Ziet u een fout in deze regeling? Meld het ons op regelgeving@overheid.nl!
Leeuwarden

Verordening op de heffing en de invordering van hondenbelasting 2008

Wetstechnische informatie

Gegevens van de regeling
OrganisatieLeeuwarden
OrganisatietypeGemeente
Officiële naam regelingVerordening op de heffing en de invordering van hondenbelasting 2008
CiteertitelVerordening hondenbelasting Leeuwarden 2008
Vastgesteld doorgemeenteraad
Onderwerpbestuur en recht
Eigen onderwerp

Opmerkingen met betrekking tot de regeling

Geen.

Wettelijke grondslag(en) of bevoegdheid waarop de regeling is gebaseerd

Gemeentewet, art. 226

Regelgeving die op deze regeling is gebaseerd (gedelegeerde regelgeving)

Geen

Overzicht van in de tekst verwerkte wijzigingen

Datum inwerkingtreding

Terugwerkende kracht tot en met

Datum uitwerkingtreding

Betreft

Datum ondertekening

Bron bekendmaking

Kenmerk voorstel

24-12-200824-12-2008intrekking

15-12-2008

Huis aan Huis; 23 december 2008

247755
01-01-2008nieuwe regeling

17-12-2007

Huis aan Huis; 31 december 2007

24172

Tekst van de regeling

Intitulé

Verordening op de heffing en de invordering van hondenbelasting 2008

 

 

Artikel 1 Begripsomschrijving

In deze verordening wordt verstaan onder:

a.

Invorderingswet:

de Invorderingswet 1990 (Stb. 221);

b.

Wet op de dierenbescherming:

Wet op de dierenbescherming(25 januari 1961, Stb. 19).

Artikel 2 Aard van de heffing en belastbaar feit

Onder de naam "hondenbelasting" wordt een directe belasting geheven ter zake van het houden van een hond binnen de gemeente.

Artikel 3 Belastingplicht

  • 1.

    De hondenbelasting wordt geheven van de houder van een hond.

  • 2.

    Als houder wordt aangemerkt degene die onder welke titel dan ook een hond onder zich heeft, tenzij blijkt dat een ander de houder is.

  • 3.

    Het houden van een hond door een lid van het huishouden wordt aangemerkt als het houden van een hond door een door de in artikel 231, tweede lid, onderdeel b, van de Gemeentewet bedoelde ambtenaar aan te wijzen lid van dat huishouden.

Artikel 4 Grondslag en maatstaf van heffing

De belasting wordt geheven naar het aantal honden dat wordt gehouden.

Artikel 5 Vrijstellingen

De belasting wordt niet geheven ter zake van honden:

  • a.

    die jonger zijn dan drie maanden, voor zover zij tezamen met de moederhond door dezelfde persoon worden gehouden;

  • b.

    die, door de ‘Stichting Hulphond Nederland’ aan gehandicapten ter beschikking zijn gesteld;

  • c.

    vervallen;

  • d.

    die in een hondenasiel of bewaarplaats verblijven, indien de eigenaar of bestuurder van een dergelijke inrichting houder is van een vergunning, als bedoeld in artikel 2 van de Wet op de dierenbescherming en die tijdelijk in deze inrichtingen verblijven;

  • e.

    boven het getal van twee, die uitsluitend ten verkoop in voorraad gehouden door een houder met een vergunning, als bedoeld in artikel 2 van de Wet op de dierenbescherming, mits en voor zover die honden uitsluitend voor de verkoop in voorraad worden gehouden;

  • f.

    waarvan de houder geen ingezetene van de gemeente is, en de hond niet langer dan drie maanden in het belastingjaar in de gemeente verblijft;

  • g.

    waarvan de houder woonachtig is in het gebied buiten de bebouwde kom.

Artikel 6 Belastingtarief

  • 1.

    De belasting bedraagt per belastingjaar:

    a.

    voor een eerste hond

    € 75,69;

    b.

    voor een tweede hond

    € 113,54;

    c.

    voor iedere hond boven het aantal van twee

    € 151,38.

  • 2.

    In afwijking in zoverre van de voorgaande leden bedraagt de belasting voor honden, gehouden in kennels die zijn geregistreerd bij de Raad van Beheer op Kynologisch gebied in Nederland,

    per kennel

    € 227,07.

Artikel 7 Belastingjaar

Het belastingjaar is gelijk aan het kalenderjaar.

Artikel 8 Wijze van heffing

De belasting wordt bij wege van aanslag geheven.

Artikel 9 Ontstaan van de belastingschuld en heffing naar tijdsgelang

  • 1.

    De belasting is verschuldigd bij de aanvang van het belastingjaar of, als dit later is, bij de aanvang van de belastingplicht.

  • 2.

    Indien de belastingplicht in de loop van het belastingjaar aanvangt, dan wel het aantal honden in de loop van het belastingjaar toeneemt, is de belasting, respectievelijk de hogere belasting ter zake van het toegenomen aantal honden, verschuldigd voor zoveel twaalfde gedeelten van de voor dat jaar verschuldigde belasting als er in dat jaar, na de aanvang van de belastingplicht, respectievelijk de toename van het aantal honden, nog volle kalendermaanden overblijven.

  • 3.

    Indien de belastingplicht in de loop van het belastingjaar eindigt, dan wel het aantal honden in de loop van het belastingjaar vermindert, bestaat aanspraak op ontheffing na schriftelijk verzoek voor zoveel twaalfde gedeelten van de voor dat jaar verschuldigde belasting als dat er in dat jaar, na het einde van de belastingplicht respectievelijk de vermindering van het aantal honden, nog volle kalendermaanden overblijven.

  • 4.

    Van degene die over het vorige belastingjaar een aanslag werd opgelegd, wordt de belasting geheven naar hetzelfde aantal honden als waarnaar hij voor het laatst aangifte heeft gedaan, tenzij blijkt dat het aantal honden waarvoor hij belastingplichtige is, wijziging heeft ondergaan of zijn belastingplicht is geëindigd.

Artikel 10 Tijdstip van betalen en betalen in termijnen

  • 1.

    In afwijking van artikel 9, eerste lid, van de Invorderingswet 1990 moeten de aanslagen worden betaald binnen dertig dagen na de dagtekening van het aanslagbiljet.

  • 2.

    In afwijking van het eerste lid geldt dat, ingeval het bedrag van de aanslag of het totaalbedrag van de op één aanslagbiljet verenigde aanslagen € 10.000,- of minder bedraagt, en zolang de verschuldigde bedragen door middel van automatische betalingsincasso kunnen worden afgeschreven, de aanslagen moeten worden betaald in acht gelijke termijnen. De eerste termijn vervalt een maand na de dagtekening van het aanslagbiljet en elk van de volgende termijnen telkens een maand later.

  • 3.

    De Algemene Termijnenwet is niet van toepassing op de in de voorgaande leden gestelde termijnen.

Artikel 11 Kwijtschelding

Voor de betaling van de aanslag hondenbelasting kan kwijtschelding worden verleend.

Artikel 12 Nadere regels door het college van burgemeester en wethouders

Het college van burgemeester en wethouders kan nadere regels geven met betrekking tot de heffing en de invordering van de hondenbelasting.

Artikel 13 Citeertitel

Deze verordening kan worden aangehaald als de "Verordening hondenbelasting Leeuwarden 2008".

Artikel 14 Inwerkingtreding

  • 1.

    De "Verordening hondenbelasting Leeuwarden 2004, vastgesteld bij raadsbesluit 20 december 2004, wordt ingetrokken met ingang van de in het derde lid genoemde datum van ingang van de heffing, met dien verstande dat zij van toepassing blijft op de belastbare feiten die zich voordien hebben voorgedaan.

  • 2.

    Deze verordening treedt in werking met ingang van de eerste dag na die van de bekendmaking.

  • 3.

    De datum van ingang van de heffing is 1 januari 2008.

Aldus vastgesteld in de openbare vergadering van 17 december 2007.

voorzitter

griffier