Destructieverordening

Geldend van 20-04-1996 t/m heden

Intitulé

Destructieverordening

De Raad der gemeente Leiden;

Gezien het voorstel van Burgemeester en Wethouders (Raadsvoorstel nr.96.0014 van 1996);

Gelet op artikel 17 van de Destructiewet (Stb. 783 en 784);

B E S L U I T :

vast te stellen de volgende Destructieverordening.

Artikel 1 Begripsomschrijvingen

In deze verordening wordt verstaan onder:

  • a.

    wet: de Destructiewet (Stb. 783 en 784);

  • b.

    aangifteplichtige: degene die als houder of eigenaar van destructiemateriaal ingevolge de wet verplicht is daarvan aangifte te doen;

  • c.

    destructiemateriaal: dode honden, dode katten en het krachtens artikel 2, tweede lid, van de wet aangewezen dierlijk afval.

Artikel 2 Verzamelplaats

Burgermeester en Wethouders wijzen een verzamelplaats aan, waar het destructiemateriaal in ontvangst wordt genomen.

Artikel 3 Verplichting aangifteplichtige

De aangifteplichtige is gehouden uiterlijk op de eerste werkdag, die volgt op de dag waarop het destructiemateriaal is ontstaan, het materiaal te vervoeren naar de verzamelplaats en het daar aan te geven en af te staan.

Artikel 4 Bewaren destructiemateriaal

Tot het tijdstip van afgifte is de aangifteplichtige gehouden het destructiemateriaal zodanig te bewaren dat vermenging met ander materiaal wordt voorkomen.

Artikel 5 Uitzondering

De artikelen 3 en 4 vinden geen toepassing voorzover artikel 6 van het Destructiebesluit van toepassing is.

Artikel 6 Slotbepaling

  • 1. Deze verordening kan worden aangehaald als Destructieverordening 1996.

  • 2. Zij treedt in werking op de achtste dag na die waarop zij is afgekondigd.

  • 3. Op dat tijdstip vervalt de Destructieverordening voor de gemeente Leiden, vastgesteld bij raadsbesluit van 10 februari 1959, met inbegrip van latere besluiten tot wijziging van die verordening.