Ziet u een fout in deze regeling? Meld het ons op regelgeving@overheid.nl!
Lingewaal

Beleidsregels van het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Lingewaal houdende regels betreffende de wet Bibob Beleidsregels Wet Bibob gemeente Lingewaal

Wetstechnische informatie

Gegevens van de regeling
OrganisatieLingewaal
OrganisatietypeGemeente
Officiële naam regelingBeleidsregels van het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Lingewaal houdende regels betreffende de wet Bibob Beleidsregels Wet Bibob gemeente Lingewaal
CiteertitelBeleidsregels Wet Bibob gemeente Lingewaal
Vastgesteld doorcollege van burgemeester en wethouders
Onderwerpbestuur en recht
Eigen onderwerp
Externe bijlageToelichting bij de beleidsregels Wet Bibob gemeente Lingewaal

Opmerkingen met betrekking tot de regeling

Geen.

Wettelijke grondslag(en) of bevoegdheid waarop de regeling is gebaseerd

  1. Bibob
  2. art. 4:81 Awb
  3. DHW
  4. Algemene plaatselijke verordening van de gemeente Lingewaa
  5. WKS
  6. Wabo
Overzicht van in de tekst verwerkte wijzigingen

Datum inwerkingtreding

Terugwerkende kracht tot en met

Datum uitwerkingtreding

Betreft

Datum ondertekening

Bron bekendmaking

Kenmerk voorstel

11-08-2016nieuwe regeling

12-07-2016

Lingewaaljournaal, 10-08-2016

.

Tekst van de regeling

Intitulé

Beleidsregels Wet Bibob gemeente Lingewaal

De burgemeester en het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Lingewaal, ieder voor zover het hun bevoegdheid betreft,

Overwegende dat het noodzakelijk is om beleidsregel op te stellen waarin in algemene termen wordt aangegeven in welke gevallen de gemeente Lingewaal de Wet bevordering integriteitsbeoordelingen door het openbaar bestuur (Wet Bibob) toepast;

Gelet op het bepaalde in de Wet bevordering integriteitsbeoordelingen door het openbaar bestuur, artikel 4:81 Algemene wet bestuursrecht, de bepalingen uit de Drank- en horecawet, de bepalingen uit de Algemene plaatselijke verordening van de gemeente Lingewaal de bepalingen uit de Wet op de kansspelen en de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht, allen voor zover deze betrekking hebben op het toepassen van de Wet Bibob;

Besluiten vast te stellen de volgende beleidsregel:

Beleidsregels Wet Bibob gemeente Lingewaal

Hoofdstuk 1. Inleidende bepalingen

Artikel 1. Begripsomschrijvingen

  • 1.

    De definities in artikel 1.1 van de Wet Bibob zijn van overeenkomstige toepassing op deze beleidsregel, tenzij hiervan in het tweede lid wordt afgeweken.

  • 2.

    In deze beleidsregel wordt verstaan onder:

    • a.

      Bibobtoets: de wijze van behandelen van een aanvraag waarbij door het bestuursorgaan volgens deze beleidsregel wordt beoordeeld of er redenen ontleend aan de wet aanwezig zijn om de aanvraag te weigeren respectievelijk de beschikking of opdracht in te trekken dan wel een advies aan te vragen (ook integriteitstoets);

    • b.

      Bibob-vragenformulieren: vragenlijsten waarin vragen als bedoeld in artikel 30 van de Wet Bibob zijn opgenomen;

    • e.

      indicatorenlijst: de door het Bureau ter beschikking gestelde lijst(en) die indicatoren bevat die aanleiding kunnen zijn tot het toepassen van de wet

    • m.

      integriteitstoets: de behandelwijze van een aanvraag welke na de reguliere toetsing plaatsvindt en waarbij volgens deze beleidsregel wordt beoordeeld of er aan de wet ontleende redenen aanwezig zijn om de aanvraag te weigeren respectievelijk de beschikking in te trekken dan wel een advies te vragen;

    • h.

      reguliere toetsing: toetsing van de aanvraag, vergunning, opdracht of overeenkomst aan (wettelijke) gronden die niet op de wet berusten;

Artikel 2. Doel

  • 1.

    De gemeente beoogt met toepassing van de wet te voorkomen dat zij criminele activiteiten faciliteert waardoor de veiligheid, de leefbaarheid, de rechtsorde of de bestuurlijke slagkracht worden aangetast.

  • 2.

    Deze beleidsregel heeft tot doel duidelijkheid te verschaffen over de wijze waarop het bestuursorgaan de wet toepast.

Hoofdstuk 2. Toepassingsbereik

Artikel 3. Categorieën

  • 1.

    Het bestuursorgaan past, met inachtneming van hetgeen in deze beleidsregels daarover is bepaald, de wet toe met betrekking tot beschikkingen zoals bedoeld in:

    • I.

      artikel 3 van de Drank- en Horecawet,indien sprake is van vestiging van een nieuw bedrijf, overname van een bestaand bedrijf of wijziging van de ondernemingsvorm (commerciële horeca-instellingen.

    • II.

       

      • a.

        artikel 7 van de wet jo artikel 2.28 van de Algemene Plaatselijke Verordening, indien sprake is van vestiging van een nieuw bedrijf, overname van een bestaand bedrijf of wijziging van de ondernemingsvorm (exploitatievergunning);

      • b.

        artikel 7 van de wet jo artikel 3.4 van de Algemene Plaatselijke Verordening, indien sprake is van vestiging van een nieuw bedrijf (seksinrichitngen);

      • c.

        artikel 7 van de wet jo artikel 2.39 van de Algemene Plaatselijke Verordening, voor het exploiteren van een inrichting die is bestemd om het publiek de gelegenheid te geven een spel door middel van speelautomaten te beoefenen als bedoeld in artikel 30c van de Wet op de Kanspelen.

    • III.

       

      • a.

        artikel 2.1, eerst lid, onder a van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht, indien het betreft vergunningaanvragen die worden gedaan voor de vestiging van een reeds bestaand of nieuw bedrijf op een van de binnen de gemeente Lingewaal aanwezige of nieuw te vestigen bedrijventerreinen en voor zover de bouw kosten van de bouwactiviteiten meer bedragen dan € 100.000,--.

  • 2.

    Het bestuursorgaan past, met inachtneming van hetgeen in deze beleidsregels daarover is bepaald, eveneens de wet toe met betrekking tot de intrekking van de in het eerste lid genoemde vergunningen.

  • 3.

    Bij overheidsopdrachten zoals bedoeld in het eerste lid, sub III b zal het bestuursorgaan bedingen dat de overeenkomst kan worden ontbonden op gronden ontleend aan de wet. Ook zal het bestuursorgaan bedingen dat onderaannemers alleen met toestemming van de gemeente kunnen worden gecontracteerd en dat in dat kader een advies kan worden gevraagd.

  • 4.

    Het bestuursorgaan kan bepalen de Wet Bibob niet toe te passen indien het bestuursorgaan in de periode van twee jaar voorafgaand aan de aanvraag aan dezelfde betrokkene eenzelfde vergunning heeft verleend in verband waarmee een vragenlijst als bedoeld in artikel 5 is ingevuld én indien sprake is van een wijziging van ondergeschikte aard.

Artikel 4. Bijzondere situaties

  • 1.

    Behalve op de in artikel 3 genoemde categorieën, past het bestuursorgaan de wet toe:

    • a.

      ten aanzien van bijzondere gevallen waarbij aanleiding bestaat voor het vermoeden dat de beschikking of overheidsopdracht mede zou kunnen worden gebruikt om uit gepleegde strafbare feiten verkregen of te verkrijgen, op geld waardeerbare voordelen te benutten of strafbare feiten te plegen;

    • b.

      ten aanzien van nader te bepalen categorieën in door het bestuursorgaan bij openbaar bekendgemaakte besluiten aangewezen delen van de gemeente ten aanzien waarvan aanleiding bestaat tot inzet van de wet;

    • c.

      in de gevallen dat het Openbaar Ministerie op basis van artikel 11 jo 26 van de wet wijst op de wenselijkheid om een advies aan te vragen.

  • 2.

    De bepalingen van het eerste lid zijn niet van toepassing op subsidies.

Artikel 4. Toepassing en bijzondere situaties

  • 1.

    Het bestuursorgaan past de Wet Bibob altijd toe in de in artikel 3, lid 1,onder I, II en III genoemde categorieën.

  • 2.

    Het bestuursorgaan past de Wet Bibob toe in de overige in artikel 3 genoemde categorieën in die gevallen dat er een aanleiding bestaat voor het vermoeden dat de beschikking of opdracht mede zou kunnen worden gebruikt om uit gepleegde strafbare feiten verkregen of te verkrijgen, op geld waardeerbare voordelen te benutten of strafbare feiten te plegen. Er is in elk geval aanleiding om de Wet Bibob toe te passen, indien:

    • a.

      er op basis van de door de gemeente (op basis van de beschikbare informatie) ingevulde Indicatorenlijst aanwijzingen zijn dat de beschikking of opdracht mogelijk mede zou kunnen worden gebruikt om uit gepleegde strafbare feiten verkregen of te verkrijgen, op geld waardeerbare voordelen te benutten of strafbare feiten te plegen;

    • b.

      de gemeente op andere wijze bekend is met feiten en omstandigheden die aanleiding geven om te veronderstellen dat de beschikking of opdracht mede zou kunnen worden gebruikt om uit gepleegde strafbare feiten verkregen of te verkrijgen, op geld waardeerbare voordelen te benutten of strafbare feiten te plegen;

    • c.

      in de gevallen dat het Openbaar Ministerie op basis van artikel 11 j° 26 van de Wet Bibob wijst op de wenselijkheid om een advies aan te vragen.

Hoofdstuk 3. Procedure aanvraag om vergunning

Artikel 5. Vragenlijst

  • 1.

    In alle in artikel 4 omschreven gevallen moet betrokkene naast de reguliere aanvraag- en/of vragenformulieren ook Bibob-vragenformulieren invullen.

  • 2.

    Het bestuursorgaan maakt gebruik van de voorgeschreven vragenformulieren en indicatorenlijsten.

  • 3.

    Weigering om de in het eerste lid bedoelde Bibob-vragenformulieren in te vullen en/of het niet volledig invullen van de Bibob-vragenformulieren kan een grond opleveren om de aanvraag buiten behandeling te laten of de beschikking te weigeren.

Artikel 6. Onderzoek

  • 1.

    Het onderzoek naar het zich voordoen van weigeringsgronden als bedoeld in artikel 3 van de wet bestaat uit:

    • a.

      het beoordelen van de aanvraag tot het verlenen van een beschikking of een opdracht en in dat kader overgelegde gegevens, mede aan de hand van bij het bestuursorgaan bekende feiten en omstandigheden, alsmede aan de hand van de ingevulde Indicatorenlijst;

    • b.

      het verzamelen, bewerken en analyseren van informatie die al dan niet door middel van het in het vorige artikel bedoelde vragenlijsten en de daarbij te voegen bijlagen is verstrekt door de aanvrager en de gegevens die zijn verkregen uit informatiebronnen die het bestuursorgaan volgens de wet kan raadplegen;

  • 2.

    Het bestuursorgaan kan zich bij het onderzoek laten ondersteunen door het Regionaal Informatie en Expertise Centrum Oost-Nederland.

  • 3.

    Indien het onder b. bedoelde onderzoek onvoldoende uitsluitsel geeft over de mate van gevaar dat de in artikel 3 van de wet bedoelde feiten zich zullen voordoen wordt een advies als bedoeld in artikel 9 van de wet ingewonnen bij het Bureau.

Artikel 7. Informatieplicht

  • 1.

    Het bestuursorgaan informeert betrokkene schriftelijk over een adviesaanvraag aan het Bureau. Betrokkene wordt daarbij gewezen op de opschorting van de beslistermijn als bedoeld in artikel 8.

  • 2.

    In het geval het bestuursorgaan overgaat tot het aanvragen van een advies aan het Bureau, voegt het een afschrift van het schrijven als bedoeld in het eerste lid toe aan de adviesaanvraag.

Artikel 8. Adviestermijn

  • 1.

    Indien het bestuursorgaan een advies aanvraagt, wordt op grond van artikel 31 van de Wet Bibob de wettelijke termijn waarbinnen de beschikking dient te worden gegeven, opgeschort voor de duur van de periode die begint met de dag waarop het advies is aangevraagd en eindigt met de dag waarop dat advies is ontvangen, met dien verstande dat deze opschorting niet langer duurt dan de termijn, zoals genoemd in artikel 15 van de Wet Bibob.

  • 2.

    Indien het Bureau het advies niet binnen de in het eerste lid gestelde termijn kan geven, heeft het de mogelijkheid om op grond van artikel 15, derde lid, van de Wet Bibob de termijn te verlengen. Deze verlenging bedraagt niet meer dan de in het derde lid van voornoemd artikel genoemde termijn.

  • 3.

    Het bestuursorgaan informeert betrokkene onverwijld over een verlenging als bedoeld in het tweede lid.

Hoofdstuk 4. Besluitvorming

Artikel 9. Beschikking

  • 1.

    Het bestuursorgaan gaat over tot het negatief beschikken op de aanvraag of gunning op grond van de wet , indien sprake is van een ernstige mate van gevaar als bedoeld in artikel 3 van de wet.

  • 2.

    Indien het bestuursorgaan voornemens is negatief te beschikken op de aanvraag op grond van de Wet Bibob, wordt betrokkene in de gelegenheid gesteld daartegen zienswijzen in te brengen.

  • 3.

    Het bestuursorgaan dat of de rechtspersoon met een overheidstaak die een advies ontvangt, kan dat advies gedurende twee jaren gebruiken in verband met een andere beslissing.

Hoofdstuk 5. Overgangs- en slotbepalingen

Artikel 10. Inwerkingtreding

Deze beleidsregels treden in werking de dag nadat zij zijn bekend gemaakt in Het Kontakt (Lingewaaljournaal).

Artikel 11. Wijzigende wetgeving

  • 1.

    Na inwerkingtreding van de Wet regulering prostitutie en bestrijding misstanden seksbranche, zal artikel 3 lid 1 a onder II voor wat betreft de vergunning als bedoeld in artikel 3.4 van de Algemene Plaatselijke Verordening (exploitatievergunning seksinrichting) worden vervangen door artikel 9 van de Wet regulering prostitutie en bestrijding misstanden seksbranche, maar pas nadat de wet artikel 9 heeft aangewezen als beschikking als bedoeld in artikel 1 van de wet.

  • 2.

    Na wijziging van artikel 30e en 30f van de Wet op de Kansspelen zal een vergunning als bedoeld in artikel 30b lid 1 van de Wet op de Kansspelen eveneens onderdeel uitmaken van de beleidsregel, voor wat betreft het exploiteren van een inrichting die is bestemd om het publiek de gelegenheid te geven een spel door middel van speelautomaten te beoefenen als bedoeld in artikel 30c, eerste lid, onderdeel b, van de Wet op de kansspelen, maar pas nadat de wet artikel 30b lid 1 als beschikking heeft aangewezen als bedoeld in artikel 1 van de wet Bibob.

Artikel 12. Citeertitel

Deze beleidsregel wordt aangehaald als ‘Beleidsregels Wet Bibob gemeente Lingewaal.

Aldus vastgesteld door de burgemeester en het college van burgemeester en wethouders, ieder voor zover het zijn bevoegdheden betreft, d.d. 12 juli 2016.

Toelichting bij de beleidsregels Wet Bibob gemeente Lingewaal  

Toelichting bij de beleidsregels Wet Bibob gemeente Lingewaal