Ziet u een fout in deze regeling? Meld het ons op regelgeving@overheid.nl!
Maastricht

Mandaatregeling Gemeente Maastricht 2010

Wetstechnische informatie

Gegevens van de regeling
OrganisatieMaastricht
OrganisatietypeGemeente
Officiële naam regelingMandaatregeling Gemeente Maastricht 2010
CiteertitelMandaatregeling Gemeente Maastricht 2010
Vastgesteld doorcollege van burgemeester en wethouders
Onderwerpbestuur en recht
Eigen onderwerp
Externe bijlagemandaatlijst

Opmerkingen met betrekking tot de regeling

regeling is ook vastgesteld door de burgemeester voorzover het zijn bevoegdheden betreft

Wettelijke grondslag(en) of bevoegdheid waarop de regeling is gebaseerd

Algemene Wet Bestuursrecht, artikel 10:3

Regelgeving die op deze regeling is gebaseerd (gedelegeerde regelgeving)

mandaatlijst gemeente Maastricht februari 2012, gewijzigd maart 2018

Overzicht van in de tekst verwerkte wijzigingen

Datum inwerkingtreding

Terugwerkende kracht tot en met

Datum uitwerkingtreding

Betreft

Datum ondertekening

Bron bekendmaking

Kenmerk voorstel

19-04-2010Regeling vervangt de Mandaatregeling Gemeente Maastricht 2007

06-04-2010

Gemeenteblad 2010, C. no. 44

Onbekend

Tekst van de regeling

Intitulé

Mandaatregeling Gemeente Maastricht 2010

 

 

BURGEMEESTER EN WETHOUDERS VAN MAASTRICHT EN DE BURGEMEESTER VAN MAASTRICHT,

ieder voor zover het zijn bevoegdheden betreft;

 

gelet op het bepaalde in de Gemeentewet en de Algemene wet bestuursrecht;

BESLUITEN:

vast te stellen, de volgende regeling, inzake de mandatering van bevoegdheden;

Artikel 1

De uitoefening van de bevoegdheden, aangeduid in de bij dit besluit behorende mandaatlijst, wordt opgedragen aan de functionarissen die de - in de lijst - genoemde functies uitoefenen.

Artikel 2

Een bestuursorgaan kan mandaat verlenen, tenzij bij wettelijk voorschrift anders is bepaald of de aard van de bevoegdheid zich tegen de mandaatverlening verzet.

Mandaatverlening geldt niet voor de bevoegdheid tot:

  • a.

    het vaststellen van algemeen verbindende voorschriften, tenzij bij de verlening van die bevoegdheid in mandaatverlening is voorzien;

  • b.

    het nemen van een besluit ten aanzien waarvan is bepaald dat het met versterkte meerderheid moet worden genomen of waarvan de aard van de voorgeschreven besluitvormingsprocedure zich anderszins tegen de mandaatverlening verzet;

  • c.

    het beslissen op een beroepschrift;

  • d.

    het vernietigen van of het onthouden van goedkeuring aan een besluit van een ander bestuursorgaan.

Mandaat tot het beslissen op een bezwaarschrift wordt niet verleend aan degene die het besluit waartegen het bezwaar zich richt, krachtens mandaat heeft genomen.

Artikel 3
  • 1.

    De mandaathouder legt een gemandateerde zaak ter besluitvorming voor aan het college van burgemeester en wethouders indien daarbij het beleid van het college is betrokken.

  • 2.

    Voor de toepassing van het bepaalde in het eerste lid wordt in elk geval geacht het beleid van het college bij een te nemen besluit te zijn betrokken:

    • a.

      indien het voornemen bestaat tot aanvulling of afwijking van het tot dan gevoerde beleid;

    • b.

      indien er rekening mee gehouden moet worden, dat de betrokken portefeuillehouder en/of het college op zijn of haar verantwoordelijkheid voor het te nemen besluit zal worden aangesproken;

    • c.

      indien uit het te nemen besluit niet voorziene financiële of andere belangrijke consequenties kunnen voortvloeien;

    • d.

      indien dit door of namens het college is kenbaar gemaakt.

  • 3.

    Het bepaalde in het eerste en tweede lid is van overeenkomstige toepassing op namens de burgemeester te nemen besluiten.

Artikel 4

Een krachtens mandaat genomen besluit alsmede de op de gemandateerde bevoegdheden betrekking hebbende brieven worden door de gemandateerde als volgt ondertekend:

Namens het college van burgemeester en wethouders van Maastricht,

(functie gemandateerde),

(handtekening gemandateerde)

(naam)

 

dan wel

 

Namens de burgemeester van Maastricht,

(functie gemandateerde),

(handtekening gemandateerde)

(naam)

Artikel 5
  • 1.

    Indien en voor zover in de bij dit besluit behorende lijst niet anders is aangegeven, zijn de mandaathouders bevoegd functionarissen te machtigen tot het geheel of gedeeltelijk uitoefenen van de hen bij dit besluit gegeven bevoegdheden (ondermandaat).

  • 2.

    De verlening van ondermandaat geschiedt schriftelijk en wordt ter kennis van burgemeester en wethouders c.q. de burgemeester gebracht.

  • 3.

    Een krachtens ondermandaat genomen besluit, als bedoeld in het eerste lid, alsmede de op de ondergemandateerde bevoegdheden betrekking hebbende brieven worden door de ondergemandateerde als volgt ondertekend:

Namens het college van burgemeester en wethouders van Maastricht,

(functie gemandateerde),

Namens deze

(functie ondergemandateerde),

(handtekening ondergemandateerde)

(naam)

 

dan wel

 

Namens de burgemeester van Maastricht,

(functie gemandateerde),

Namens deze

(functie ondergemandateerde),

(handtekening ondergemandateerde)

(naam)

Artikel 6

De ondertekening van stukken wordt opgedragen aan de functionarissen aan wie het mandaat is verleend, tenzij in de mandaatlijst anders is bepaald.

Artikel 7

Een krachtens mandaat genomen besluit waarbij de ondertekening geschiedt door een ander dan degene die het besluit heeft genomen, wordt als volgt ondertekend:

Namens het college van burgemeester en wethouders van Maastricht,

Wethouder ....,

voor deze,

(functie van degene aan wie het ondertekeningsmandaat is verleend)

(handtekening)

(naam)

Artikel 8

In geval van afwezigheid van functionarissen, aan wie bij of krachtens dit besluit bevoegdheden zijn toegekend, worden deze bevoegdheden uitgeoefend door hun daartoe aangewezen plaatsvervanger. Een mandaat dat aan een bepaalde functionaris is toegekend kan ook door een volgens het organisatiebesluit hiërarchisch boven hem staande functionaris worden uitgeoefend. Het register van budgethouders is bepalend voor wie bevoegdheden als budgethouder heeft gekregen. Degene die hiërarchisch boven de aangewezen budgethouder staat kan het mandaat ook uitoefenen.

Artikel 9

De ondertekening van stukken, waarvoor geen tekenmandaat aan de secretaris/algemeen directeur is verleend, dient als volgt te geschieden:

Burgemeester en wethouders van Maastricht,

de secretaris, de burgemeester,

(handtekening) (handtekening)

Artikel 10

De ondertekening van stukken door de secretaris/algemeen directeur namens het college van burgemeester en wethouders, geschiedt als volgt:

Burgemeester en wethouders van Maastricht,

de gemeentesecretaris,

(handtekening)

Artikel 11

Het ondertekeningsmandaat van de secretaris/algemeen directeur betreft alle stukken die van het college uitgaan, met uitzondering van de volgende:

  • -

    voorstellen en brieven aan de gemeenteraad;

  • -

    stukken gericht aan de Kroon, Minister, Commissaris der Koningin en Provinciaal bestuur behoudens in zaken met een routinematig karakter.

Artikel 12

Deze mandaatregeling treedt in werking op 19 april 2010. Op dat tijdstip vervalt de "Mandaatregeling Gemeente Maastricht 2007".

Artikel 13

Deze regeling kan worden aangehaald als "Mandaatregeling Gemeente Maastricht 2010".