Ziet u een fout in deze regeling? Meld het ons op regelgeving@overheid.nl!
Maastricht

Regeling Sociaal Investeren 2016

Wetstechnische informatie

Gegevens van de regeling
OrganisatieMaastricht
OrganisatietypeGemeente
Officiële naam regelingRegeling Sociaal Investeren 2016
CiteertitelRegeling Sociaal Investeren 2016
Vastgesteld doorcollege van burgemeester en wethouders
Onderwerpmaatschappelijke zorg en welzijn
Eigen onderwerp

Opmerkingen met betrekking tot de regeling

Geen

Wettelijke grondslag(en) of bevoegdheid waarop de regeling is gebaseerd

Algemene subsidieverordening gemeente Maastricht 2015, artikel 2, lid 3, sub c

Regelgeving die op deze regeling is gebaseerd (gedelegeerde regelgeving)

Geen

Overzicht van in de tekst verwerkte wijzigingen

Datum inwerkingtreding

Terugwerkende kracht tot en met

Datum uitwerkingtreding

Betreft

Datum ondertekening

Bron bekendmaking

Kenmerk voorstel

20-04-201618-11-2017nieuwe regeling

29-03-2016

Gemeenteblad 2016, 47978

Onbekend

Tekst van de regeling

Intitulé

Regeling Sociaal Investeren 2016

BURGEMEESTER EN WETHOUDERS VAN MAASTRICHT,

 

Gelet op artikel 2 lid 3 sub c van de Algemene subsidieverordening gemeente Maastricht 2015;

 

BESLUITEN:

 

Tot vaststelling van de volgende “Regeling Sociaal Investeren 2016”

 

REGELING SOCIAAL INVESTEREN 2016

 

HOOFDSTUK 1 ALGEMEEN

 

ARTIKEL 1 DEFINITIES EN BEGRIPPEN

In deze regeling wordt verstaan onder:

  • a.

    Investeren: 1) geld uitgeven (aan iets) om een structureel doel te bereiken, 2) inspanningen (laten) leveren om er later structureel voordeel (kwalitatief/ kwantitatief) van te hebben.

  • b.

    Sociale Innovatie: inzet gericht op vernieuwing van (onderdelen van) het sociaal domein die leiden tot verbetering van producten, diensten, methodieken en systemen.

  • c.

    Individuele voorziening: een voorziening die persoonlijk wordt toegewezen en waar een indicatie voor noodzakelijk is, zie ook maatwerkvoorziening.

  • d.

    Maatwerkvoorziening: een individuele voorziening ter compensatie van de beperkingen in de zelfredzaamheid of participatie die de cliënt ondervindt. Dit voor zover de cliënt deze beperkingen naar het oordeel van het college niet op eigen kracht, met gebruikelijke hulp, met mantelzorg of met hulp van andere personen uit zijn sociaal netwerk dan wel met gebruikmaking van algemeen gebruikelijke voorzieningen of algemene voorzieningen kan verminderen of wegnemen.

  • e.

    Algemene voorziening: voorziening die ook gebruikt wordt door mensen met een beperking maar niet speciaal is voor hen bedoeld is. Dit soort voorzieningen is algemeen verkrijgbaar cq toegankelijk voor alle burgers en het gebruik door mensen met een beperking brengt niet (veel) meerkosten met zich mee.

  • f.

    Subsidieplafond: hetgeen daaronder verstaan wordt in artikel 4:22 van de Algemene wet bestuursrecht.;

  • g.

    College van B&W: College van Burgemeester en Wethouders van de stad Maastricht

 

ARTIKEL 2 DOEL VAN DE REGELING

Deze regeling heeft tot doel het tot stand brengen van een structurele verandering in het sociaal domein, waarmee burgers in een kwetsbare positie daadwerkelijk worden bereikt en zoveel mogelijk gewoon mee kunnen doen en waar zij zo nodig worden ondersteund, zodat er minder individuele voorzieningen nodig zijn.

 

HOOFDSTUK 2 CRITERIA

 

ARTIKEL 3 ALGEMENE SUBSIDIECRITERIA

  • 1.

    Subsidie kan slechts worden verstrekt:

    • a.

      indien daarvoor door de raad op de gemeentebegroting voor het boekjaar middelen beschikbaar zijn gesteld, en;

    • b.

      onder de daarbij door de raad of door College van B&W bepaalde voorwaarden.

  • 2.

    College van B&W stelt jaarlijks met betrekking tot deze regeling het subsidieplafond vast voor het daaropvolgende jaar binnen de door de raad op de gemeentebegroting voor dat boekjaar beschikbaar gestelde middelen.

  • 3.

    Het maximale subsidiebedrag per aanvraag bedraagt maximaal € 80.000.

  • 4.

    De subsidie is eenmalig en kent per geaccordeerd project een looptijd van maximaal twee jaar;

  • 5.

    De beoogde investering sluit aan bij de doelstellingen van de transformatie Sociaal Domein Maastricht- Heuvelland (zie Toekomstagenda Sociaal Domein Maastricht Heuvelland 2022);

  • 6.

    De investering is gericht op een afbouw van individuele voorzieningen en is gericht op een algemene voorziening (innovatieve dienst/product) die een alternatief biedt voor een individuele cq maatwerkvoorziening;

  • 7.

    De aanvrager maakt in het investeringsplan voldoende aannemelijk dat

    • a.

      er sprake is van proportionaliteit:

      • ·

        In financiële zin: de structurele besparing in de kosten is een gevolg van de beoogde investering en/of;

      • ·

        In inhoudelijke (kwalitatieve) zin: de structurele kwalitatieve voordelen zijn een gevolg van de gesubsidieerde investering.

    • b.

      er is bij de subsidieaanvrager voldoende organisatiekracht en inhoudelijke kwaliteit beschikbaar is voor de daadwerkelijke uitvoering van het ingediende plan;

    • c.

      het projectplan is realistisch en is financieel en organisatorisch praktisch uitvoerbaar

    • d.

      De effecten van de investering zijn meetbaar;

 

ARTIKEL 4 SPECIFIEKE EISEN

Aanvullend aan de in artikel 3 benoemde algemene subsidiecriteria dient de subsidieaanvrager aannemelijk te maken dat de beoogde investering een bijdrage zal leveren aan de doelstelling onder artikel 2 alsmede minimaal één van de onderstaande specifieke subsidiecriteria:

  • 1.

    een verminderd gebruik van individuele cq maatwerkvoorzieningen;

  • 2.

    een verschuiving van zorg naar preventie, inzet van eigen kracht en ontzorging. Het zo realiseren van een nieuwe balans tussen formele en informele zorg;

  • 3.

    ontwikkelen van een innovatieve dienst of product die een maatwerkvoorziening kan vervangen/aanvullen of die een algemene voorziening kan ondersteunen.

 

ARTIKEL 5 VERPLICHTINGEN SUBSIDIEONTVANGER

  • 1.

    De subsidieontvanger moet daadwerkelijk aantoonbaar binnen 3 maanden na toekenning van de subsidie starten met de uitvoering van zijn plan.

  • 2.

    De subsidieontvanger dient een zodanig ingerichte administratie te voeren, dat daaruit te allen tijde de voor de vaststelling van de bijdrage van belang zijnde baten en lasten alsmede de betalingen en de ontvangsten kunnen worden nagegaan.

  • 3.

    Het college van B & W kan de subsidieontvanger te allen tijde verplichten om op de door haar aangegeven wijze aan te tonen dat de activiteiten, waarvoor de bijdrage wordt verstrekt, zijn verricht en dat is voldaan aan de aan de verbonden verplichtingen.

  • 4.

    Het college van B & W kan de subsidieontvanger te allen tijde verplichten om inlichtingen te verstrekken en inzage te verlenen in zijn algehele administratie aan door het college van B & W aangewezen ambtenaren of accountants.

  • 5.

    De subsidieontvanger informeert het college van B & W schriftelijk en onverwijld over:

    • a.

      afwijkingen die in de uitvoering van de investering ten opzichte van het oorspronkelijke plan optreden;

    • b.

      ontwikkelingen die ertoe leiden of kunnen leiden dat het plan niet kan worden verwezenlijkt;

    • c.

      het geheel of gedeeltelijk tussentijds beëindigen van activiteiten; en/of

    • d.

      besluiten of procedures die het voortbestaan van de dienstverlener bedreigen of kunnen bedreigen.

  • 6.

    De resultaten en effecten na afloop van de investering dienen door de subsidieontvanger te zijn gewaarborgd.

 

ARTIKEL 6 AFWIJZINGSGRONDEN

  • 1.

    De subsidieaanvraag wordt afgewezen indien naar oordeel van het College van B & W:

    • a.

      De beoogde investering geen bijdrage levert aan de te behalen doelstelling geformuleerd in artikel 2; en/of

    • b.

      niet wordt voldaan aan de algemene criteria in artikel 3; en/of

    • c.

      de beoogde investering geen bijdrage levert aan minimaal één van de criteria, genoemd in artikel 4; en/of

    • d.

      de aanvraag niet binnen de in artikel 10 lid 1 genoemde termijn is ontvangen, voorzien van alle gegevens en bescheiden die noodzakelijk zijn voor de beoordeling van de aanvraag (en met inachtneming van een hersteltermijn van 7 dagen).

  • 2.

    De subsidieaanvraag kan worden afgewezen op grond van artikel 5 van de Algemene Subsidieverordening 2015 van de Gemeente Maastricht.

 

ARTIKEL 7 WIJZE VAN BEOORDELING

  • 1.

    Beoordeling vindt plaats door het college van B&W van Maastricht na advies van een door het college van B&W van Maastricht in te stellen beoordelingsteam”.

  • 2.

    De aanvragen worden door het beoordelingsteam beoordeeld op de volgende indicatoren

    • a.

      De inhoudelijke toets:

      • -

        De mate waarin de investering het gebruik van algemene voorzieningen stimuleert;

      • -

        De mate waarin de investering aannemelijk leidt tot minder gebruik van individuele of maatwerkvoorzieningen;

      • -

        De mate waarin de investering aantoonbaar leidt tot meer eigen regie, vanuit het perspectief van de persoon met een beperking;

      • -

        De mate waarin de beoogde investering aantoonbaar gericht is op sociale innovatie.

    • b.

      De financiële toets:

      • -

        De beoogde investering kent een naar de mening van het beoordelingsteam goed onderbouwde positieve proportionaliteit.

      • -

        De proportionaliteit wordt berekend door de verhouding tussen de beoogde structurele kostenbesparing en de hoogte van de toe te kennen subsidie voor de investeringskosten.

  • 3.

    Het beoordelingsteam stelt ter borging van de onder lid 2 benoemde systematiek een reglement op inzake haar eigen werkwijze en besluitvorming. Dit reglement wordt vastgesteld door het college van B&W.

 

HOOFDSTUK 3 FINANCIËLE ASPECTEN

 

ARTIKEL 8 NIET-SUBSIDIABELE KOSTEN

De volgende kosten komen niet voor subsidie op basis van deze regeling in aanmerking:

  • 1.

    Alle vormen van exploitatiekosten, die zijn gerelateerd aan gebouwen en systemen;

  • 2.

    Kosten van onderhoud of verbouwing van gebouwen en inventaris;

  • 3.

    Reguliere overhead, uurvergoeding (onder-)directeuren en/of managers;

  • 4.

    Frictiekosten, als gevolg van de transformatie;

  • 5.

    Accountantskosten

  • 6.

    Onvoorziene kosten.

 

HOOFDSTUK 4 AANVRAAG EN VASTSTELLING

 

ARTIKEL 9 INDIENEN AANVRAAG

  • 1.

    Een subsidieaanvraag kan uitsluitend worden ingediend bij het college van B&W van de gemeente Maastricht.

  • 2.

    De aanvraag geschiedt aan de hand van een volledig ingevuld en rechtsgeldig ondertekend beschikbaar gesteld aanvraagformulier.

  • 3.

    De volgende bijlagen dienen in ieder geval aan het aanvraagformulier te worden toegevoegd:

    • a.

      Investeringsplan, waarin TENMINSTE doelstellingen, activiteiten en verwachte resultaten SMART (= specifiek, meetbaar, acceptabel, realistisch en tijdsgebonden) zijn geformuleerd;

    • b.

      Sluitende en gespecificeerde begroting.

    • c.

      Onderbouwd terugverdienmodel op de investering (financieel en/of inhoudelijk (kwalitatief).

 

ARTIKEL 10 TERMIJN VOOR INDIENEN AANVRAAG

  • 1.

    De subsidieaanvraag kan voor de eerste termijn worden ingediend tot 1 juni van het lopende kalenderjaar en voor de tweede termijn tot 1 oktober van het lopende kalenderjaar.

  • 2.

    De indiener is zelf verantwoordelijk voor het tijdig indienen van de aanvraag. De ontvangststempel (met de datum waarop de aanvraag is binnengekomen en geregistreerd) van de gemeente Maastricht is hierbij bepalend.

  • 3.

    Subsidieaanvragen die na het verstrijken van de in het eerste lid vermelde termijn zijn ontvangen worden geweigerd wegens het overschrijden van deze termijn.

  • 4.

    Indien het subsidieplafond vóór 1 oktober van het lopende kalenderjaar is bereikt, wordt de subsidieaanvraag niet meer in behandeling genomen.

 

ARTIKEL 11 VASTSTELLING, REKENING EN VERANTWOORDING

  • 1.

    De subsidieontvanger dient uiterlijk 12 weken nadat de activiteiten zijn afgerond, doch uiterlijk de afrondingsdatum zoals opgenomen in de subsidietoekenning, in overeenstemming met het bepaalde in deze regeling een aanvraag tot vaststelling in te dienen bij het college van B&W.

  • 2.

    De aanvraag tot vaststelling dient te bevatten:

    • a.

      een inhoudelijk verslag, waaruit blijkt dat de activiteiten waarvoor een investeringsvoorschot is verleend, zijn verricht en bevat een vergelijking tussen de nagestreefde en de gerealiseerde doelstellingen en een toelichting op de eventuele verschillen;

    • b.

      een overzicht van de uitgevoerde activiteiten en de hieraan verbonden uitgaven en inkomsten (financieel verslag of jaarrekening). De financiële verantwoording sluit aan op de bij de aanvraag opgegeven begroting waarvoor een investeringsvoorschot is verleend. Verschillen tussen begroting en realisatie worden toegelicht;

    • c.

      een accountantsverklaring. De financiële verantwoording wordt voorzien van een verklaring van een accountant als bedoeld in artikel 393, eerste lid, van boek 2 van het Burgerlijk wetboek, waaruit de getrouwheid van deze verantwoording blijkt en tevens tot uitdrukking komt dat aan de voorwaarden is voldaan;

    • d.

      het college van B&W kan bepalen dat ook andere dan de in dit artikel bedoelde gegevens en bescheiden, die voor de vaststelling van belang zijn, worden overgelegd.

  • 3.

    Het college van B&W stelt binnen 12 weken na ontvangst van de aanvraag tot vaststelling de bijdrage definitief vast. Indien niet wordt voldaan aan het gestelde in deze regeling kan het College op grond van de Algemene Subsidieverordening overgaan tot terugvorderingen.

 

HOOFDSTUK 5 SLOTBEPALING

 

ARTIKEL 12 INWERKINGTREDING

Deze regeling treedt in werking met ingang van de dag na bekendmaking in het Gemeenteblad.

 

ARTIKEL 13 CITEERTITEL

Deze regeling kan worden aangehaald als “Regeling Sociaal Investeren 2016”

 

Aldus vastgesteld door het college van Burgemeester en Wethouders in zijn vergadering van 29 maart 2016.

 

De Secretaris,

P.J. Buijtels

 

De Burgemeester,

J.M. Penn-te Strake

 

 

ARTIKELGEWIJZE TOELICHTING

Inleiding

Voor de transformatie van het sociale domein is het noodzakelijk om meer algemene voorzieningen te realiseren, waardoor er minder relatief dure individuele voorzieningen nodig zijn. Aanvullend aan de reguliere subsidiemogelijkheden van de Gemeente Maastricht is deze regeling bedoeld voor eenmalige investeringen die daadwerkelijk bijdragen aan het bereiken van mensen in een kwetsbare positie en zo nodig te ondersteunen, dat zij zoveel mogelijk kunnen meedoen aan de normale samenleving, zonder dat er hiervoor specifieke (individuele of maatwerkvoorzieningen voor nodig zijn. Deze regeling is ingesteld om er voor te zorgen dat het sociaal domein structureel uit het (teruglopende) beschikbare budget gefinancierd kan worden. Investeringen die in aanmerking komen voor subsidie moeten daarom aannemelijk maken dat zij leiden tot financieel rendement.

De regeling is bedoeld voor een ieder die zich partner toont voor de gemeentelijke maatschappelijke opgaven van de transformatie van het sociale domein, bijvoorbeeld door burgers, ondernemers, maatschappelijke instellingen enz.

Met transformatie van voorzieningen wordt bedoeld dat voorzieningen een hele andere vorm kunnen hebben dan nu. Een nieuwe vorm hoeft daarbij juist niet alleen betrekking te hebben op of de Wmo of op de Jeugdwet of op de Participatiewet. Eén nieuwe vorm die meerdere beleidsdoelen combineert en daarmee wellicht een bijdrage levert aan het verminderen van bijvoorbeeld een individuele voorziening op de Participatiewet én een voorziening van de Jeugdwet enz. is zeker denkbaar en draagt bij aan de daadwerkelijke gedachten achter de gelijktijdige invoering van de Wmo2015, de Jeugdwet en Participatiewet.

Naast investeren op vernieuwende diensten mag de investering ook betrekking hebben op het ontwikkelen van een technisch/digitaal product om de eigen kracht en de eigen regie van de hulpvrager te versterken.

 

Artikel 1: Definities en begrippen

Bij de definitie van subsidieplafond wordt conform de Algemene Subsidieverordening van de gemeente Maastricht verwezen naar de Algemene wet bestuursrecht. Concreet: het bedrag dat gedurende een bepaald tijdvak ten hoogste beschikbaar is voor de verstrekking van subsidies binnen de raad vastgestelde begroting.

 

Artikel 2: Doel van de regeling

Geen verdere toelichting

 

Artikel 3: Algemene subsidiecriteria

De subsidie is eenmalig en bedoeld voor projecten van maximaal van 2 jaren. Het financieel rendement mag, mits goed onderbouwd, na een langere termijn zichtbaar worden.

 

Artikel 4: Specifieke eisen

Het Maastrichtse sociale beleid legt de nadruk op preventie, op het versterken van de individuele en collectieve burgerkracht en op het vergroten van de algemene voorzieningen. Subsidieaanvragen moeten aantonen dat zij, naast de algemene doelstelling, daarom ook aan minstens één van de genoemde specifieke eisen voldoen.

 

Artikel 5: Verplichtingen subsidieontvanger

Binnen 3 maanden na toekenning van de subsidie moet worden gestart met de uitvoering van het plan. De subsidieontvanger is verplicht alle wijzigingen ten aanzien van het ingediende plan zelf direct te melden bij de gemeente. Indien blijkt dat de uitvoering vertraging ondervindt, is het mogelijk dat de subsidie wordt teruggevorderd.

 

Artikel 6:Afwijzingsgronden

Voor de beoordeling van de subsidieaanvragen wordt een beoordelingsteam ingesteld. Dit team heeft een adviserende taak aan college van burgemeester en wethouders,

Naast de binnen deze regeling genoemde afwijzingsgronden kan de subsidieaanvraag ook afgewezen worden op grond van de weigeringsgronden van de Algemene Subsidieverordening 2015 (ASV) van de Gemeente Maastricht.

De weigeringsgronden van de ASV houden in dat de aanvraag kan worden afgewezen indien de beoogde investering:

niet gericht is op de gemeente of niet aanwijsbaar ten goede komen aan de ingezetenen van de gemeente Maastricht;

de gelden niet of onvoldoende mate worden besteed aan het doel waarvoor de subsidie beschikbaar wordt gesteld;

de subsidieaanvrager doelstellingen beoogt of activiteiten ontplooit of zal ontplooien die in strijd zijn met de wet, het algemeen belang of de openbare orde, en/of;

de subsidieaanvrager ook zonder subsidieverstrekking over voldoende gelden, hetzij uit eigen middelen, hetzij uit middelen van derden kan beschikken om de kosten van de activiteiten te dekken.

 

Artikel 7 Wijze van beoordeling

Voor de beoordeling van de aanvragen wordt een beoordelingsteam ingesteld van 5 personen, waarvan 2 collegeleden en 3 externen. Het beoordelingsteam wordt versterkt door een ambtelijk secretaris. De beoordeling omvat een inhoudelijke én financiële toets. De werkwijze van het beoordelingsteam wordt nader uitgewerkt en voor de eerste beoordelingsperiode vastgesteld door het college van burgemeester en wethouders om de objectiviteit te waarborgen.

Het college van B&W behoudt het recht om, ook na een positief advies van het beoordelingsteam, niet over te gaan tot toekenning.

 

Artikel 8 Niet-subsidiabele kosten

Geen verdere toelichting

 

Artikel 9 Indienen aanvraag

Voor het indienen van een aanvraag moet een door de Gemeente Maastricht aanvraagformulier worden ingevuld. Alleen complete aanvragen (aanvraagformulier + gevraagde bijlagen) worden voorgelegd aan het beoordelingsteam.

 

Artikel 10 t/m artikel 13

Geen verdere toelichting