Ziet u een fout in deze regeling? Meld het ons op regelgeving@overheid.nl!
Maastricht

Evenementenverordening gemeente Maastricht

Wetstechnische informatie

Gegevens van de regeling
OrganisatieMaastricht
OrganisatietypeGemeente
Officiële naam regelingEvenementenverordening gemeente Maastricht
CiteertitelEvenementenverordening gemeente Maastricht
Vastgesteld doorgemeenteraad
Onderwerpfinanciën en economie
Eigen onderwerp

Opmerkingen met betrekking tot de regeling

Regeling vervangt artikel 5.9.1 en artikel 5.9.2 van de APV

Wettelijke grondslag(en) of bevoegdheid waarop de regeling is gebaseerd

Gemeentewet, artikel 149

Regelgeving die op deze regeling is gebaseerd (gedelegeerde regelgeving)

Geen

Overzicht van in de tekst verwerkte wijzigingen

Datum inwerkingtreding

Terugwerkende kracht tot en met

Datum uitwerkingtreding

Betreft

Datum ondertekening

Bron bekendmaking

Kenmerk voorstel

01-01-2017nieuwe regeling

31-05-2016

Gemeenteblad 2016, 79757

Onbekend

Tekst van de regeling

Intitulé

Evenementenverordening gemeente Maastricht

DE RAAD DER GEMEENTE MAASTRICHT,

 

gezien het voorstel van Burgemeester en Wethouders d.d.5 april 2016, organisatieonderdeel BO Economie en Cultuur, no 2016-11429;

 

gelet op de raad heeft in 2011 het evenementenbeleid vastgesteld. Dat wordt nu herijkt cf. besluit van de raad. Voorts is de voorgestelde evenementenverordening het uitvoeringsinstrument voor de Burgemeester om een vergunning te kunnen verlenen of te weigeren.

 

BESLUIT:

 

De onderstaande evenementenverordening gemeente Maastricht vast te stellen en in werking te laten treden per 1 januari 2017.

Afdeling 1. Inleiding

 

Binnen de gemeente Maastricht worden ieder jaar diverse evenementen georganiseerd.

Maastricht is een compacte stad, die zich kenmerkt door een samenspel van meerdere functies, vooral in de binnenstad. De ruimte is schaars. Dat vraagt om keuzes.

Bij de melding en de behandeling van aanvragen om een vergunning voor de organisatie van evenementen is daarom een zorgvuldige afweging van de belangen van alle direct betrokkenen (organisatoren, omwonenden, werkenden en andere gebruikers van de in de stad beschikbare ruimte) noodzakelijk.

Het evenementenbeleid van de gemeente Maastricht kiest voor het faciliteren van evenementen die het imago en het beleid van de stad versterken en die de omgevingseffecten minimaliseren althans beheersbaar houden.

Het gemeentelijk beleid is erop gericht dat voor iedere melding of aanvraag voor een vergunning afzonderlijk een goede afweging plaatsvindt, hetgeen ertoe leidt dat voor elk evenement wordt gewerkt met een daarop toegesneden toestemming en voorschiften.

De uitgangspunten die hierbij een rol spelen zijn verwoord in strategische beleidsvisies, in het bijzonder de economische visie “Made in Maastricht”, de ruimtelijke structuurvisie, de “Visie op de Binnenstad” en het “Evenementenbeleid Maastricht 2016-2020”.

Wijzigende wetgeving en inzichten zijn reden geweest om te komen tot vaststelling van deze verordening.

Deze verordening omvat regels voor evenementen (binnen en buiten) als bedoeld in artikel 1 van deze verordening.

Deze verordening geldt niet voor evenementen die plaatsvinden in een inrichting als bedoeld in de Wet milieubeheer, waarin het krachtens vergunning of melding is toegestaan evenementen te houden en het maximale aantal bezoekers dat gelijktijdig tijdens het evenement aanwezig is minder dan 500 bedraagt.

Een van de uitgangspunten van deze verordening is dat wordt vastgehouden aan de zogenaamde dagennorm (“bovengrens”). Die norm komt er op neer dat op het Vrijthof maximaal 60 dagen per jaar een evenement mag plaatsvinden. Voor de overige locaties geldt dat per locatie maximaal 50 dagen een evenement mag plaatsvinden.

In de verordening is onderscheid gemaakt tussen grofweg het gebied binnen de singels en het gebied buiten de singels. Dit omdat de gebruiksmogelijkheden en de mate van de mogelijk ervaren hinder/verstoring kunnen verschillen.

Afdeling 2. Gebiedsindeling gemeente Maastricht

 

In de evenementenverordening is op basis van het huidige gebruik, de bestemming en de ligging van de verschillende locaties waar evenementen kunnen plaatsvinden een onderscheid gemaakt in de navolgende twee deellocaties.

 

Nadere omschrijving deellocatie A : gebied binnen de singels en daarmee gelijk te stellen

Deze deellocatie omvat het gebied binnen de singels van het centrum van de gemeente Maastricht alsmede de door het College van Burgemeester en Wethouders nader aan te wijzen locaties buiten de singels.

Dit gebied vervult een spilfunctie ten aanzien van de in de gemeente Maastricht georganiseerde evenementen. Voor dit gebied geldt vanwege de druk op de openbare ruimte en/of de compactheid van het centrum een jaarlijks vast te stellen jaarprogramma evenementen. Met dit jaarprogramma evenementen kan meer grip worden gehouden op het aantal en de spreiding van evenementen.

 

Nadere omschrijving deellocatie B : buiten de singels

Het gebied buiten de singels van het centrum van de gemeente Maastricht - met uitzondering van aangewezen locaties buiten de singels die vallen onder deellocatie A – wordt gekenmerkt door een andere vorm van druk van de evenementen op de omgeving.

Evenementen zijn ook in deze deellocatie toegestaan. Hierbij geldt dat er minder en/of andere regels kunnen gelden voor het mogen organiseren van evenementen dan voor deellocatie A. Voor evenementen die plaatsvinden binnen deellocatie B geldt het jaarprogramma evenementen niet.

Afdeling 3. Evenementenverordening

 

 

Hoofdstuk 1. Algemeen

 

Artikel 1 Begripsomschrijvingen

In deze verordening wordt verstaan onder:

a.

inrichting: elke door de mens bedrijfsmatig of in een omvang alsof zij bedrijfsmatig was, ondernomen bedrijvigheid die binnen een zekere begrenzing pleegt te worden verricht;

b..

dagennorm: het (maximale) aantal dagen waarop voor een locatie evenementen op het jaarprogramma kunnen worden geplaatst, zoals genoemd in artikel 7 lid 4

c.

evenement: elke voor publiek toegankelijke activiteit en/of gelegenheid voor educatieve, culturele of levensbeschouwelijke doeleinden of voor vermaak. Hiervan zijn uitgezonderd:

 

1.

bioscoopvoorstellingen;

 

2.

markten als bedoeld in artikel 160, eerste lid, onderdeel h, van de Gemeentewet;

 

3.

kansspelen als bedoeld in de Wet op de kansspelen;

 

4.

betogingen, samenkomsten en vergaderingen als bedoeld in de Wet openbare manifestaties;

 

5.

activiteiten als bedoeld in de artikelen 2.1.4.1 en 2.1.4.2 van de APV. Onder het begrip evenement wordt in ieder geval verstaan:

 

 

1.

een herdenkingsplechtigheid;

 

 

2.

een braderie;

 

 

3.

een kermis;

 

 

4.

een snuffel- en rommelmarkt;

 

 

5.

een themamarkt, waarbij onder themamarkt wordt verstaan: een markt die zich richt op een bepaald bezoekmotief en/of thema waarbij geconcentreerd wordt op een bepaalde doelgroep en/of branchegroep, waarbij verkoopwaar wordt aangeboden met een bepaald thema, zoals (enkel) antiek, (enkel) boeken of (enkel) tuinproducten;

 

 

6.

een straatfeest;

 

 

7.

een festival;

 

 

8.

een wielertoertocht met meer dan 100 deelnemers, waarbij onder wielertoertocht wordt verstaan: een wieleractiviteit waarbij de deelnemers met een fiets een bepaald parcours (moeten) afleggen dat openbaar is, waarbij deelnemers zich aan de verkeersregels dienen te houden.

d.

deellocatie A: het gebied gelegen binnen de singels van de gemeente Maastricht, zoals aangeduid op bijlage 1 behorend bij deze verordening en de door het College van Burgemeester en Wethouders nader aan te duiden locaties;

e.

deellocatie B: het gebied gelegen buiten de singels van de gemeente Maastricht, zoals aangeduid op bijlage 1 behorend bij deze verordening;

Artikel 2 Toepassingsbereik

Deze verordening is van toepassing op alle evenementen als bedoeld in artikel 1 van deze verordening (zowel binnen als buiten).

Deze verordening geldt niet voor evenementen die plaatsvinden in een inrichting als bedoeld in de Wet milieubeheer, waarin het krachtens vergunning of melding is toegestaan evenementen te houden en het maximale aantal bezoekers dat gelijktijdig tijdens het evenement aanwezig is minder dan 500 bedraagt.

 

Hoofdstuk 2.Evenementen

 

Artikel 3 Algemeen

1.

Het is verboden om zonder vergunning van de burgemeester een evenement te organiseren.

2.

Het verbod als bedoeld in lid 1 ziet op alle evenementen (ongeacht aard en omvang) binnen de gemeente Maastricht.

3.

De burgemeester kan categorieën van evenementen aanwijzen waarvoor het verbod als bedoeld in lid 1 niet geldt.

Als hier bedoelde categorieën worden aangemerkt:

 

a.

. een bepaald soort/bepaald type evenement, ongeacht de locatie waar de evenementen van die soort/dat type worden gehouden

 

b.

alle evenementen die op een bepaalde locatie worden gehouden, ongeacht de soort/het type van die evenementen, en

 

c.

een bepaald soort/bepaald type evenement in combinatie met een bepaalde locatie waar de evenementen van die soort/dat type worden gehouden

4.

Het is verboden bij of tijdens een evenement de openbare orde te verstoren.

Meldingsplichtige evenementen

 

Artikel 4 Meldingsplicht

  • 1.

    Het verbod om zonder vergunning een evenement te houden, geldt niet voor de door de burgemeester aangewezen categorieën van evenementen, waarvoor enkel een meldingsplicht geldt

  • 2.

    Indien de organisator van een evenement volstaat met het doen van een melding maar sprake is van een vergunningplichtig evenement geldt onverkort het verbod als bedoeld in artikel 3 lid 1 en kan het evenement niet plaatsvinden tenzij de aanvraag tijdig is ingediend en alsnog een vergunning kan worden verleend.

  • 3.

    De organisator van een meldingsplichtig evenement, stelt de burgemeester hiervan in kennis door tenminste 4 weken voorafgaand aan het evenement middels een daartoe door de burgemeester vastgesteld meldingsformulier in te dienen.

  • 4.

    De burgemeester kan binnen 10 werkdagen na ontvangst van de melding besluiten het houden van het evenement te verbieden indien daardoor de openbare orde, de openbare veiligheid, de volksgezondheid, het milieu, de verkeersveiligheid en/of de veiligheid van personen of zaken in gevaar komt én indien een evenement vergunningsplichtig is.

  • 5.

    De burgemeester kan nadere voorschriften stellen ten aanzien van de in dit artikel genoemde categorieën van evenementen.

     

Vergunningsplichtige evenementen

 

Artikel 5 Jaarprogramma evenementen: vaststelling

  • 1.

    Het college van burgemeester en wethouders stelt jaarlijks en telkens voor het daarop volgende jaar een jaarprogramma evenementen vast.

  • 2.

    Het jaarprogramma evenementen geldt voor alle evenementen welke plaatsvinden opeen locatie binnen deellocatie A en heeft een werkingsduur van 1 jaar (periode van 1 januari tot en met 31 december).

  • 3.

    Evenementenorganisatoren kunnen een schriftelijk verzoek indienen om op het jaarprogramma evenementen te worden opgenomen.

  • 4.

    Een dergelijk verzoek wordt ingediend middels een daartoe vastgesteld formulier en dient uiterlijk 15 september van elk jaar voorafgaand aan het jaar waarop het jaarprogramma ziet, te zijn ingediend.

  • 5.

    Indien op basis van het ingediende formulier niet kan worden beoordeeld of een verzoek al dan niet op het jaarprogramma evenementen dient te worden geplaatst, wordt de aanvrager in de gelegenheid gesteld om het verzoek aan te vullen.

  • 6.

    Uiterlijk 1 oktober moet het verzoek compleet zijn en alle gegevens omvatten die nodig zijn om te kunnen toetsen of plaatsing op het jaarprogramma evenementen mogelijk is.

  • 7.

    Het jaarprogramma evenementen wordt in het laatste kwartaal van het jaar voorafgaand aan het jaar waarop het programma ziet, en uiterlijk voor 1 december, vastgesteld door het college van burgemeester en wethouders.

  • 8.

    Het jaarprogramma evenementen zal na vaststelling door het college van burgemeester en wethouders en voor de start van het jaar waarop het jaarprogramma ziet, worden bekend gemaakt.

  • 9.

    Het college van burgemeester en wethouders kan – nadat het jaarprogramma evenementen is vastgesteld – tussentijds, al dan niet periodiek, het jaarprogramma evenementen aanpassen.

     

Artikel 6 Jaarprogramma evenementen: inhoud en betekenis

  • 1.

    Het jaarprogramma evenementen vormt een beknopte en feitelijke weergave van het aantal evenementen per evenementenlocatie en de data waarop die evenementen zullen plaatsvinden.

  • 2.

    Het jaarprogramma evenementen ziet op alle vergunningsplichtige evenementen die plaatsvinden binnen deellocatie A.

  • 3.

    Een vergunningplichtig evenement kan enkel worden vergund als dat evenement (eerst) door het college van burgemeester en wethouders op het jaarprogramma is geplaatst.

  • 4.

    In het jaarprogramma evenementen worden de in dat jaar te houden evenementen vermeld die voorrang hebben bij het verlenen van een evenementenvergunning.

  • 5.

    Het college van burgemeester en wethouders kan ambtshalve in het jaarprogramma specifieke dagen aanwijzen waarop evenementen zijn gepland die meerjarig/terugkerend in Maastricht plaatsvinden.

  • 6.

    Het college van burgemeester en wethouders kan ambtshalve in het jaarprogramma evenementen dagen en/of periodes van meerdere dagen (de zogenaamde: “evenementvrije dagen”) aanwijzen waarop evenementen niet worden toegestaan (en vergund) op een specifieke locatie of alle locaties, indien dat naar zijn oordeel wenselijk is:

    • 1.

      in het kader van het voorkomen van een mogelijke onevenredige aantasting Van het woon- en leefklimaat, en/of

    • 2.

      ten behoeve van het verkrijgen van een evenwichtige balans tussen de (evenementen)locaties onderling, en/of

    • 3.

      in verband met het gegeven dat die dag (of dagen) noodzakelijk is (zijn) voor de op- of afbouw van een ander evenement.

  • 7.

    Plaatsing op het jaarprogramma evenementen betekent niet dat daarmee reeds een evenementenvergunning is verleend voor het betreffende evenement.

  • 8.

    Plaatsing op het jaarprogramma evenementen laat onverlet dat tijdig een aanvraag evenementenvergunning moet worden ingediend.

     

Artikel 7 Plaatsing op jaarprogramma evenementen

1.

Een organisator van een evenement die wenst dat dit evenement zal plaatsvinden binnen deellocatie A, kan het evenement middels een daartoe vast te stellen formulier tijdig aanmelden voor plaatsing op het jaarprogramma evenementen.

2.

Plaatsing op het jaarprogramma evenementen betekent dat de locatie waarop het evenement wordt gehouden, wordt gereserveerd voor wat betreft de datum en tijd van dat evenement voor het jaar waarin het evenement plaatsvindt.

3.

Plaatsing op het jaarprogramma evenementen vindt niet plaats indien voor de locatie en dag(en) reeds een meerjarig/ terugkerend evenement is voorzien (als bedoeld in artikel 6 lid 5 van deze verordening).

4.

Plaatsing op het jaarprogramma vindt niet plaats indien de voor de locatie geldende (maximale) dagennorm wordt overschreden. Voor het Vrijthof geldt een norm van maximaal 60 dagen. Voor elke overige locatie geldt een norm van maximaal 50 dagen. Bij de bepaling of door plaatsing van een evenement op het jaarprogramma de (maximale) dagennorm wordt overschreden worden niet meegeteld: evenementen die minder dan 50% van de oppervlakte van een locatie in beslag nemen.

5.

Bij de plaatsing op het jaarprogramma evenementen wordt de navolgende volgorde en systematiek gehanteerd. Eerst worden de meerjarige/terugkerende evenementen als bedoeld in artikel 6 lid 5 op het jaarprogramma geplaatst en in aansluiting daarop worden de evenementvrije dagen/periodes als bedoeld in artikel 6 lid 6 vastgelegd. De alsdan overgebleven dagen worden ingevuld met dien verstande dat de dagennorm zoals omschreven in lid 4 van dit artikel niet mag worden overschreden. Bij die overblijvende dagen, wordt de volgorde van plaatsing op het jaarprogramma evenementen door het college van burgemeester en wethouders bepaald aan de hand van de navolgende criteria:

 

a.

de mate waarin het evenement wordt ontwikkeld en gehouden door of voor jongeren, studenten, personen en/of instellingen werkzaam in de creatieve sector, internationals;

 

b.

de aansluiting van een evenement op de omgeving en de eventuele gebiedsontwikkeling;

 

c.

de economische effecten van het evenement voor de stad en de regio;

 

d.

de mate waarin en de wijze waarop naar verwachting (positieve) aandacht voor het evenement zal bestaan in de media.

6.

Plaatsing op het jaarprogramma evenementen vindt niet plaats indien (limitatief):

 

a.

de aard en/of omvang van het evenement zich niet verdraagt met het karakter en/of de bestemming van de locatie omdat:

 

 

1.

de toegankelijkheid van (de functies van) omliggende (al dan niet cultuurhistorische) gebouwen niet is verzekerd, en/of

 

 

2.

het evenement ruimtelijk (fysiek) niet goed inpasbaar is;

 

b.

het evenement leidt tot een onaanvaardbare belasting van het woon- en/of leefklimaat in de directe omgeving van de locatie.

7.

Bij meerdere verzoeken voor dezelfde dag en tijdstip, voor verschillende locaties, wordt door het college van burgemeester en wethouders beoordeeld of sprake is van met elkaar conflicterende evenementen.

8.

Als sprake is meerdere verzoeken voor verschillende locaties en van met elkaar conflicterende evenementen zal voor het bepalen van voorrang door het college van burgemeester en wethouders rekening worden gehouden met:

 

a.

de mate waarin het evenement wordt ontwikkeld en gehouden door of voor jongeren, studenten, personen en/of instellingen werkzaam in de creatieve sector, internationals;

 

b.

de aansluiting van een evenement op de omgeving en de eventuele gebiedsontwikkeling;

 

c.

de economische effecten van het evenement voor de stad en de regio;

 

d.

de mate waarin en de wijze waarop naar verwachting (positieve) aandacht voor het evenement zal bestaan in de media.

9.

Indien een evenement feitelijk is geplaatst op het jaarprogramma evenementen kan de vervolgprocedure voor het verkrijgen van een evenementenvergunning (conform de artikelen 8 en verder) worden opgestart.

 

Artikel 8 Aanvraag(procedure) evenementenvergunning

  • 1.

    De burgemeester kan een evenementenvergunning verlenen.

  • 2.

    Een aanvraag voor een evenementenvergunning dient door middel van een daartoe vastgesteld aanvraagformulier uiterlijk 8 weken voor de aanvangsdatum van het evenement te zijn ontvangen.

  • 3.

    Gedurende de periode van vaststelling van het jaarprogramma evenementen (lees: van 1 september tot en met 1 december) kan de burgemeester eventuele aanvragen voor een evenementenvergunning aanhouden tot aan het moment van vaststelling van het jaarprogramma door het college van burgemeester en wethouders. Voor evenementen in deellocatie B geldt dat de burgemeester een eventuele aanvraag voor een evenementenvergunning kan aanhouden tot uiterlijk 16 weken voor de datum waarop het evenement gaat plaatsvinden.

  • 4.

    Op een aanvraag voor een evenementenvergunning wordt binnen 8 weken, gerekend vanaf het moment waarop de aanvraag in behandeling wordt genomen, beslist. De beslissing kan worden verdaagd.

  • 5.

    De burgemeester kan nadere regels vaststellen voor wat betreft de indieningsvereisten van een evenementenvergunning.

  • 6.

    Een aanvraag kan slechts betrekking hebben op de eerstkomende editie van het aangevraagde evenement.

     

Artikel 9 Weigeringsgronden evenementenvergunning

1.

Een vergunning voor het organiseren van een evenement kan door de Burgemeester worden geweigerd indien een of meerdere weigeringsgronden zich voordoen:

 

a.

de vergunningaanvraag voor het organiseren van een evenement niet tijdig is gedaan;

 

b.

in de door het college van burgemeester en wethouders vastgestelde jaarprogramma evenementen reeds een plaatsing is opgenomen voor een ander evenement op de gevraagde locatie en datum;

 

c.

gelet op de aard van het evenement en/of het aantal bezoekers onevenredigveel beslag wordt gelegd op de gemeentelijke en overige (hulp)diensten;

 

d.

er gevaar bestaat voor ernstige verkeersbelemmeringen;

 

e.

door het bevoegd gezag is geconstateerd dat de organisator van het evenement de in artikel 9 lid 7 opgenomen voorschriften en/of de eventueel aan de vergunning te verbinden nadere voorschriften één of meerdere keren heeft overtreden.

2.

Een vergunning kan voorts worden geweigerd in het belang van:

 

a.

de openbare orde;

 

b.

de openbare veiligheid;

 

c.

de volksgezondheid;

 

d.

het beperken en voorkomen van overlast;

 

e.

de bescherming van het milieu;

 

f.

de verkeersveiligheid;

 

g.

de veiligheid van personen of zaken.

3.

Een evenementenvergunning kan voorts worden geweigerd in het geval en onder de voorwaarden, bedoeld in artikel 3 van de Wet bevordering integriteitsbeoordelingen door het openbaar bestuur.

4.

Een aanvraag voor een evenementenvergunning wordt in ieder geval door de burgemeester geweigerd indien:

 

a.

voor dezelfde locatie, datum en tijdstip al een vergunning is verleend;

 

b.

de locatie is gelegen binnen deellocatie A en het evenement niet is geplaatst op het jaarprogramma evenementen;

 

c.

de locatie is gelegen binnen deellocatie A en de dagenorm (zoals vermeld in artikel 7 lid 4) op deze locatie wordt overschreden. De burgemeester is in uitzonderlijke gevallen bevoegd om vergunning te verlenen ondanks dat daarmee de dagennorm wordt overschreden. De burgemeester is daartoe bevoegd indien sprake is van een voor de gemeente Maastricht en/of de regio uniek, eenmalig en beleids- en imagoversterkend evenement.

5.

Een evenementenvergunning wordt verleend aan een organisator en bevat ten minste een beschrijving van het gebied waarbinnen het evenement plaatsvindt, het tijdstip en de duur van het evenement, alsmede een beschrijving van de activiteiten en handelingen die in het kader van het evenement mogen plaatsvinden.

6.

Een evenementenvergunning kan alleen worden verleend aan de organisator op wiens verzoek het evenement op het jaarprogramma is geplaatst, dan wel een door die organisator aan te wijzen andere partij (lees: organisator).

7.

Om de door evenementen veroorzaakte hinder/overlast voor de omgeving zoveel mogelijk te beperken en de openbare orde en veiligheid te waarborgen, kan de burgemeester aan een vergunning voorschriften verbinden, met betrekking tot -onder meer- de volgende onderdelen: begin- en eindtijden, openbare orde en veiligheid, geluid, parkeervoorzieningen, sanitaire voorzieningen, afval en afvalwater.

 

Artikel 10 Intrekking of wijziging van de vergunning

De vergunning kan door de burgemeester, ambtshalve en/of op verzoek van derden/belanghebbenden, worden ingetrokken of gewijzigd indien:

  • a.

    bij de aanvraag onjuiste dan wel onvolledige gegevens zijn verstrekt;

  • b.

    op grond van een verandering van de omstandigheden of inzichten, opgetreden na het verlenen van de vergunning, moet worden aangenomen dat intrekking of wijziging wordt gevorderd door het belang of de belangen ter bescherming waarvan de vergunning is vereist;

  • c.

    de aan de vergunning verbonden voorschriften en beperkingen niet zijn of worden nagekomen;

  • d.

    de houder dit verzoekt.

     

Artikel 11 Verbod meldingsplichtig evenement

Een meldingsplichting evenement kan door de burgemeester, ambtshalve en/of op verzoek van derden/belanghebbenden, op elk moment worden verboden en/of stil gelegd, ook na ommekomst van de termijn als bedoeld in artikel 4, indien:

  • a.

    bij de melding onjuiste dan wel onvolledige gegevens zijn verstrekt;

  • b.

    op grond van een verandering van de omstandigheden of inzichten, opgetreden na ommekomst van de termijn als bedoeld in artikel 4 moet worden aangenomen dat het verbod wordt gevorderd door de belangen ter bescherming waarvan de melding is vereist;

  • c.

    nadere voorschriften als bedoeld in artikel 4 door de Burgemeester zijn gesteld en deze niet worden nageleefd;

  • d.

    de organisator dit zelf verzoekt.

     

Hoofdstuk 3. Algemene bepalingen

 

Artikel 12 Geen vergunning bij niet tijdig beslissen

Paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht is op deze verordening niet van toepassing.

 

Hoofdstuk 4. Straf- en opsporingsbepalingen

 

Artikel 13 Strafbepaling

Overtreding van een bij of krachtens deze verordening vastgestelde verbodsbepaling, niet nakoming van een bij of krachtens deze verordening opgelegde verplichting en niet nakoming van een of meer voorschriften aan een vergunning verbonden, wordt gestraft met hechtenis van ten hoogste drie maanden of een geldboete van de tweede categorie.

 

Artikel 14 Toezichthouders

Met het toezicht op de naleving van het bepaalde bij of krachtens deze verordening zijn, naast de bij of krachtens artikel 141 van het Wetboek van strafvordering aangewezen ambtenaren, belast de door de burgemeester aangewezen ambtenaren, ieder voor zover betreft de in die aanwijzing genoemde onderwerpen.

 

Hoofdstuk 5. Overgangsbepaling

 

Artikel 15 Overgangsbepalingen

  • 1.

    Voor de toepassing van deze verordening wordt een evenement dat is geplaatst op het jaarprogramma voor 2017 aangemerkt als een evenement dat is geplaatst op het jaarprogramma als bedoeld in artikel 5 van deze verordening met betrekking tot het jaar 2017.

  • 2.

    Een evenementenvergunning die op basis van de voorafgaand aan de inwerkingtreding van deze verordening geldende regelgeving (APV) is verleend, wordt (mede) aangemerkt als evenementenvergunning als bedoeld in deze verordening.

     

Hoofdstuk 6. Inwerkingtreding en citeertitel

 

Artikel 16 Inwerkingtreding

Deze verordening treedt in werking op 1 januari 2017.

 

Artikel 17 Vervallen bepalingen APV

Met de inwerkingtreding van deze verordening vervallen de artikelen 5.9.1 en 5.9.2 uit de APV.

 

Artikel 18 Citeertitel

Deze verordening wordt aangehaald als “Evenementenverordening gemeente Maastricht”.

Aldus besloten door de raad der gemeente Maastricht in zijn openbare vergadering van 31 mei 2016.

De Griffier,

J. Goossens.

De Voorzitter,

J.M. Penn-te Strake.

Afdeling 4. Toelichting behorend bij evenementenverordening Maastricht

Deze toelichting behoort bij de door gemeenteraad vastgestelde evenementenverordening Maastricht en maakt van deze verordening deel uit.

 

4.1 Inleiding

In afdeling 1 (“inleiding”) van deze verordening wordt aangegeven waar deze betrekking op heeft. Het toepassingsbereik van deze verordening wordt kort uiteengezet.

Het gaat in deze verordening om het (meer) reguleren van evenementen, binnen en buiten, met uitzondering van evenementen die plaatsvinden in een inrichting met een milieuvergunning waarin is gereguleerd dat die evenementen zijn toegestaan en het maximum aantal bezoekers dat gelijktijdig tijdens het evenement in de inrichting aanwezig is minder dan 500 bedraagt.

Uitgangspunten van deze verordening zijn onder meer:

1.

alle regels ten aanzien van evenementen in één verordening;

2.

het bewerkstelligen van minder regels en meer uniforme regels;

3.

het aanbrengen van een onderscheid tussen evenementen die worden gehouden binnen de singels van de stad, aangevuld met de nader door het college van burgemeester en wethouders aan te wijzen locaties buiten die singels, en evenementen die worden gehouden buiten de singels;

4.

het krijgen van meer grip op ongewenste evenementen en/of evenementen die de openbare orde en veiligheid kunnen aantasten;

5.

het verankeren van de mogelijkheden om te sturen op evenementen middels vastlegging van het jaarprogramma en toetsbare criteria.

 

4.2. Gebiedsindeling gemeente Maastricht

In afdeling 2 (“gebiedsindeling gemeente Maastricht”) wordt beschreven dat een onderscheid wordt gemaakt voor wat betreft de ligging van de locaties waarop evenementen kunnen plaatsvinden.

De gemeente Maastricht wordt opgedeeld in twee deellocaties.

De deellocatie A ziet op het gebied dat is gelegen binnen de singels van de stad Maastricht, aangevuld door andere locaties buiten de singels die nader door het college van burgemeester en wethouders kunnen worden aangewezen.

Deellocatie B ziet op het gebied dat is gelegen buiten de singels van de stad Maastricht (met uitzondering van de locaties zoals aangewezen door het college van burgemeester en wethouders).

De achtergrond van de opsplitsing is dat de beide gebieden anders worden benaderd voor wat betreft het toestaan van evenementen.

Daarbij is van belang dat evenementen binnen de singels, gelet op de ligging en druk op de binnenstad, ook een andere invloed hebben op hun omgeving en om die reden ook aan meer regels (in vergelijking met de evenementen buiten de singels van de stad Maastricht) zijn gebonden.

In het kader van de deregulering is er voor gekozen om evenementen buiten de singels van de stad Maastricht aan minder regels te binden.

Het belangrijkste onderscheid tussen de van toepassing zijnde regels voor deellocatie A en deellocatie B is dat voor wat betreft deellocatie A een extra toets bestaat, te weten de toets van het jaarprogramma evenementen.

Voor een evenement binnen deellocatie A geldt dat het evenement op het jaarprogramma dient te zijn geplaatst. Eerst nadat het aangevraagde evenement middels een tijdig verzoek daartoe op het jaarprogramma is geplaatst, kan – indien voorts aan de overige voorwaarden is voldaan en geen weigeringsgrond van toepassing is – door de burgemeester een vergunning worden verleend.

 

4.3 Artikelsgewijs

 

Hoofdstuk 1 Algemeen

 

Begripsomschrijvingen (artikel 1)

De van belang zijnde begrippen worden beschreven. Daarbij wordt zoveel als mogelijk aangesloten bij de eerder in de APV Maastricht opgenomen begrippen. Het begrip “evenement” staat in dit kader centraal. De begrippen worden afgestemd op het wettelijk kader en de specifieke situatie voor de gemeente Maastricht (zoals onder meer de dagennorm en de indeling in deellocaties).

 

Toepassingsbereik (artikel 2)

De evenementenverordening heeft betrekking evenementen die worden gehouden buiten inrichtingen waarvoor geldt dat activiteiten die ook als evenement zouden kunnen worden aangemerkt reeds tot de gebruikelijke bedrijfsvoering behoren. Denk bijvoorbeeld aan incidentele optredens met ‘live-muziek’, personeelsfeesten en jubileumfeesten die in een horecalocatie worden gehouden.

De meeste van deze (van de toepassing van deze verordening uitgezonderde) inrichtingen vallen onder het Besluit algemene regels voor inrichtingen milieubeheer. De overige inrichtingen in deze categorie zijn (milieu)vergunningsplichtig.

De voorschriften waaraan deze inrichtingen moeten voldoen zijn voor de meldingplichtige inrichtingen vastgelegd in het Besluit algemene regels voor inrichtingen milieubeheer (inclusief de eventueel door de gemeente opgelegde nadere eisen) en voor (milieu)vergunningsplichtige inrichtingen in de aan deze inrichtingen verleende (milieu)vergunning.

Een uitzondering geldt voor inrichtingen in de zin van de Wet milieubeheer waar tijdens het evenement het aantal bezoekers dat gelijktijdig in een dergelijke inrichting aanwezig is 500 of meer bedraagt.

Door het aantal bezoekers kan de openbare orde en veiligheid in het gedrang komen zodat een evenement in een inrichting met 500 bezoekers of meer onder de werkingssfeer van de verordening valt.

 

Hoofdstuk 2 Evenementen (buiten inrichtingen)

 

Algemeen (artikel 3)

Dit artikel bepaalt dat het verboden is om zonder vergunning een evenement te houden.

Dit verbod is juridisch-technisch nodig en alle andere bepalingen van de verordening (omtrent vergunningen, meldingen, weigeringsgronden, etc.) worden in feite hieraan opgehangen.

Er zijn ook situaties denkbaar waarin een melding c.q. vergunning niet noodzakelijk wordt geacht omdat

(a) oftewel de impact van het evenement verwaarloosbaar is gezien aard en omvang of

(b) omdat het evenement plaatsvindt binnen een inrichting of een gebouw (al dan niet deel uitmakend van een inrichting) en dit past binnen de kaders van de van toepassing zijnde milieuregelgeving (vergunning of melding) en er nauwelijks tot geen andere omgevingseffecten (met name op het gebied van openbare orde en veiligheid) te verwachten zijn.

De burgemeester kan op grond van lid 3 van dit artikel door middel van een aanwijzingsbesluit bepalen om welke situaties het dan gaat. Dit alles aan de hand van objectiveerbare criteria. Hierbij kan het dan gaan om de aanwijzing van bepaalde soorten evenementen, bepaalde locaties of een combinatie van beiden.

Als concreet voorbeeld kan hierbij gedacht worden aan tentoonstellingen voor zover deze worden gehouden binnen inrichtingen die daarvoor zijn bestemd of die overwegend daarvoor worden gebruikt.

Voor het mogen organiseren van evenementen is dan de navolgende driedeling van belang:

  • 1.

    er is een categorie evenementen waarvoor geen melding en ook geen vergunning is vereist (artikel 3 lid 3 evenementenverordening);

  • 2.

    er is categorie evenementen waarvoor enkel een melding nodig is (artikel 4 evenementenverordening);

  • 3.

    er is een categorie evenementen waarvoor een vergunning is vereist (artikel 3 evenementenverordening).

Kortom, de hoofdregel is dat een evenementenvergunning is vereist. Hierop gelden twee uitzonderingen (zie hiervoor onder 1. en 2.).

 

Meldingsplichtige evenementen

 

Meldingsplicht (artikel 4)

Er is een categorie evenementen waarvoor een meldingsplicht geldt. De mogelijkheid om te volstaan met een melding wordt, in vergelijking tot de situatie op grond van de voorheen geldende APV Maastricht, uitgebreid. De burgemeester kan categorieën evenementen aanwijzen die enkel meldingsplichtig zijn (dit uiteraard voor zover de burgemeester geen gebruik heeft gemaakt van haar aanwijzingsbevoegdheid als bedoeld in artikel 3, lid 3).

Hierbij kan onder meer worden gedacht aan de categorie wielertoertochten met meer dan 100 deelnemers. Thans is ervoor gekozen om ermee te volstaan deze wielertoertochten aan te merken als evenement (artikel 1) en geldt hiervoor de vergunningplicht (artikel 3). Het is denkbaar en ook mogelijk dat bijvoorbeeld bepaalde categorieën wielertoertochten zullen worden aangewezen als (enkel) meldingsplichtige evenementen.

Denk bijvoorbeeld aan de categorie wielertoertochten met een nader te bepalen aantal (bijvoorbeeld tussen 100 en 250) deelnemers.

De burgemeester kan naar aanleiding van een melding binnen 10 dagen besluiten om het evenement te verbieden als daartoe aanleiding wordt gezien in het licht van de openbare orde, de openbare veiligheid, de volksgezondheid, het milieu, de verkeersveiligheid en/of de veiligheid van personen of zaken.

 

Vergunningsplichtige evenementen

 

Jaarprogramma evenementen: vaststelling, inhoud en betekenis (artikel 5, 6, 7) .

Er is een (hoofd)categorie vergunningsplichtige evenementen.

Voor wat betreft de evenementen zoals die gaan plaatsvinden binnen de singels van de stad Maastricht of op andere door het college van burgemeester en wethouders aan te wijzen locaties (tezamen vormend: “deellocatie A”) geldt dat voorwaarde voor vergunningverlening is dat een evenement is geplaatst op het jaarprogramma evenementen.

Het jaarprogramma evenementen vormt een beknopte en feitelijke weergave van het aantal evenementen per evenementenlocatie en de data waarop die evenementen (al dan niet aangegeven door een periode) zullen plaatsvinden.

Het jaarprogramma evenementen geldt voor alle evenementen welke plaatsvinden opeen van de locaties gelegen binnen deellocatie A (dus: het gebied dat is gelegen binnen de singels van de stad Maastricht, aangevuld door andere locaties buiten de singels die nader door het college kunnen worden aangewezen) en heeft een werkingsduur van in principe 1 jaar (periode van 1 januari tot en met 31 december).

Indien zich de situatie mocht voordoen dat een evenement dat een aanvang neemt in een bepaald kalenderjaar en doorloopt, over de kalenderjaargrens heen, in een opvolgend kalenderjaar, kan het betreffende evenement in zijn geheel worden geplaatst op het jaarprogramma voor beide betreffende kalenderjaren dan wel kunnen de dagen in het opvolgend kalenderjaar waarin het evenement doorloopt daartoe worden gereserveerd.

Het jaarprogramma wordt in het laatste kwartaal van het jaar voorafgaand aan het jaar waarop het programma ziet, doch uiterlijk voor 1 december van dat jaar, vastgesteld door het college van burgemeester en wethouders waarna dat programma wordt gepubliceerd.

Het jaarprogramma evenementen wordt tevens op de website van de gemeente Maastricht geplaatst.

De artikelen 5 tot en met 7 zien onder meer op de procedure voor de vaststelling van het jaarprogramma en de toelating op het jaarprogramma.

 

Procedure (artikel 5)

De organisator kan een aanvraag indienen om zijn evenement op het jaarprogramma voor het volgende kalenderjaar te plaatsen. Die aanvraag moet uiterlijk op 15 september van het jaar voorafgaand aan het jaar waarin de organisator het evenement wil houden worden ingediend en moet (zo nodig dus nadat het college van burgemeester en wethouders de gelegenheid tot aanvulling heeft geboden) compleet zijn op uiterlijk 1 oktober van dat jaar.

 

Inhoud en betekenis jaarprogramma (artikel 6)

In het jaarprogramma evenementen worden de in dat jaar te houden evenementen opgenomen waarbij geldt dat die evenementen voorrang hebben bij de verlening van een vergunning. Van belang daarbij is dat op her jaarprogramma in eerste instantie die evenementen kunnen worden opgenomen die meerjarig plaatsvinden.

Daarbij wordt tevens de mogelijkheid geboden om specifieke dagen in het jaarprogramma evenementen aan te wijzen waarop geen evenementen worden toegestaan.

Plaatsing op het jaarprogramma betekent overigens nog niet dat daarmee reeds een evenementenvergunning is verleend voor het betreffende evenement.

Met het vaststellen van een jaarprogramma evenementen kunnen evenementen (beter) op elkaar worden afgestemd en wordt een ongewenste cumulatie van evenementen voorkomen.

Ook wordt mede op deze wijze voorkomen dat een situatie kan ontstaan waarin meerdere evenementen plaatsvinden op een bepaald terrein en/of in een bepaalde periode.

Doelstelling is om meer grip uit te kunnen oefenen op de belasting voor de (leef)omgeving.

 

Plaatsing op het jaarprogramma (op verzoek) (artikel 7)

In artikel 7 wordt geregeld dat men een verzoek kan indienen om te worden geplaatst op het jaarprogramma. Indien het evenement wordt geplaatst op het jaarprogramma betekent dit niet meer dan dat de locatie feitelijk is gereserveerd voor wat betreft de datum en het tijdstip van het te organiseren evenement.

In dit artikel worden vervolgens ook de regels geschetst die van belang zijn voor de vraag of een evenement kan worden geplaatst op het jaarprogramma.

Hierbij is onder meer rekening gehouden met de dagennorm. Voor het Vrijthof geldt een norm van maximaal 60 dagen en voor elke overige locatie geldt een norm van maximaal 50 dagen. In de verordening is (ook) in de artikelen over het jaarprogramma geregeld dat de dagennorm een toetsing vormt voor het al dan niet toestaan van een evenement.

De dagennorm is daarbij een van de belangrijke aspecten waarmee rekening moet worden gehouden bij de toelating van evenementen op het jaarprogramma. De dagennorm komt overigens ook nog terug bij de artikelen ter zake de vergunningverlening.

Bij de plaatsing op het jaarprogramma wordt rekening gehouden met een bepaalde volgorde en systematiek; die is geregeld in artikel 7 lid 5 van de evenementenverordening.

De weigeringsgronden ter zake plaatsing op het jaarprogramma doen zich voor als de aard en/of omvang van een evenement niet verenigbaar is met het karakter en/of de bestemming van de locatie, of als het evenement leidt tot een te zware belasting van het woon- en/of leefklimaat in de directe omgeving.

Het is ook denkbaar dat voor een bepaalde datum of periode meerdere verzoeken om plaatsing op het jaarprogramma binnenkomen, voor één of meer locaties binnen de singels of voor de door het college van burgemeester en wethouders nader aan te wijzen locaties buiten de singels (beide vallend onder deellocatie A).

Het kan onder omstandigheden onwenselijk (of onmogelijk) zijn om dan alle betreffende evenementen te laten plaatsvinden en te vergunnen. In dat geval zal moeten worden beoordeeld welk(e) evenement(en) voorrang krijgt (krijgen) en worden geplaatst op het jaarprogramma en welke evenementen niet. De verordening bevat het toetsingskader voor het toekennen van die voorrang.

Kort gezegd, komt het erop neer dat moet worden beoordeeld welk(e) evenementen dan het meeste aansluiten bij het imago en/of beleid van de gemeente c.q. de meeste meerwaarde voor de stad hebben. De verordening benoemt een aantal aspecten waarin die meerwaarde kan zijn gelegen.

Als voorbeeld kan hierbij worden gedacht aan een evenement dat wordt ontwikkeld en gehouden door en/of voor doelgroepen zoals jongeren, studenten, personen en/of instellingen werkzaam in de culturele sector en internationals, ofwel aan een evenement dat wordt gehouden op een locatie die deel uitmaakt van een gebiedsontwikkeling zoals Belvédère, Tapijn en Groene Loper/A2.

Ook is een regeling opgesteld voor het geval er meerdere aanvragen zijn ontvangen voor dezelfde dag en tijdstip maar voor verschillende locaties. Om hierop grip te krijgen, is de mogelijkheid opgenomen om een evenement niet op het jaarprogramma te plaatsen indien sprake is van conflicterende evenementen.

Van met elkaar conflicterende evenementen is in dit verband in ieder geval sprake:

a.

in het geval dat het ene evenement (als dat wordt gehouden), negatieve gevolgen heeft en/of beperkingen met zich meebrengt voor het andere evenement (als dat wordt gehouden) en/of

b.

in het geval dat de evenementen tezamen (als deze worden gehouden) leiden tot (cumulatieve) gevolgen die tot weigering van de vergunning zouden leiden als deze (cumulatieve) gevolgen zich zouden voordoen bij één (enkel) evenement.

Indien sprake is van met elkaar conflicterende evenementen is in de verordening voorzien in een specifieke voorrangsregeling.

Indien een evenement wordt geplaatst op het jaarprogramma vindt de vervolgprocedure voor wat betreft de vergunningverlening plaats.

 

Evenementenvergunning (artikel 8, 9)

Deze artikelen bevatten de procedure en de inhoudelijke weigeringsgronden met betrekking tot aanvragen voor vergunningen voor evenementen.

 

Procedure (artikel 8)

Een aanvraag voor een evenementenvergunning moet worden ingediend binnen een termijn van ten minste 8 weken voor aanvang van het betreffende evenement.

Deze termijn is noodzakelijk om een goede afweging van de belangen van alle bij de aanvraag betrokken partijen mogelijk te maken en om voldoende tijd te hebben voor het (indien noodzakelijk) stellen van nadere voorschriften en deze met de aanvrager door te nemen ruim voor aanvang van het evenement.

Het hebben van een voorbereidingsperiode is onder meer van belang bij de organisatie van evenementen waarbij tevens de inzet van de gemeente, de politie en brandweer is vereist en nauw overleg tussen de verschillende partijen noodzakelijk is.

De organisatoren van evenementen worden in het algemeen zoveel mogelijk aangemoedigd om in een zo vroeg mogelijk stadium met de gemeente in overleg te treden.

Aanvragen die niet tijdig worden ingediend, kunnen door het bevoegd gezag worden afgewezen. Aanvragen die te vroeg worden aangevraagd of worden aangevraagd terwijl het jaarprogramma evenementen nog niet is vastgesteld, kunnen worden aangehouden.

De beslissing op de aanvraag voor een vergunning in het kader van deze verordening wordt in principe binnen een termijn van 8 weken aan de aanvrager bekend gemaakt. Van deze termijn (die niet fataal is) kan worden afgeweken. Bijvoorbeeld als complexiteit en de aard van het te organiseren evenement een langere beslis-, overleg- en beoordelingstermijn vraagt.

 

Weigeringsgronden evenementenvergunning (artikel 9)

Onderscheid wordt gemaakt tussen een aantal facultatieve weigeringsgronden en een aantal imperatieve weigeringsgronden.

De facultatieve weigeringsgronden houden -samengevat- in dat de vergunning kan worden geweigerd als:

  • a.

    de aanvraag niet-tijdig is gedaan,

  • b.

    het evenement in de tijd samenvalt met een op het jaarprogramma geplaatst ander evenement op dezelfde locatie,

  • c.

    het evenement onevenredig beslag legt op de gemeentelijke en overige hulpdiensten,

  • d.

    het evenement leidt tot gevaar voor ernstige verkeersbelemmeringen of

  • e.

    de organisator in het kader van eerdere evenementen vergunningvoorschriften heeft overtreden.

     

Daarnaast zijn er facultatieve weigeringsgronden met betrekking tot diverse openbare belangen zoals:

  • a.

    de openbare orde,

  • b.

    de openbare veiligheid,

  • c.

    de volksgezondheid,

  • d.

    het beperken en voorkomen van overlast,

  • e.

    de bescherming van het milieu,

  • f.

    de verkeersveiligheid,

  • g.

    de veiligheid van personen of zaken.

     

Als één of meer van deze aspecten in het geding zijn kan de vergunning worden geweigerd. Deze weigering wordt gebaseerd op een nadere beoordeling inclusief belangenafweging.

In het algemeen zal echter in de meeste gevallen waarin deze aspecten in het geding zijn, gelet op de aard en/of het belang daarvan, relatief snel sprake kunnen zijn van een weigering van de vergunning.

Daarnaast is er een facultatieve weigeringsgrond die -samengevat- inhoudt dat de vergunning kan worden geweigerd in het geval en onder de voorwaarden, bedoeld in artikel 3 van de Wet bevordering integriteitsbeoordelingen door het openbaar bestuur (Wet Bibob). Daarbij is -bijvoorbeeld- te denken aan situaties waarin ernstig gevaar bestaat dat de vergunning mede zal worden gebruikt om uit strafbare feiten verkregen en op geld waardeerbare voordelen te benutten of om strafbare feiten te plegen.

Als imperatieve weigeringsgronden zijn opgenomen dat:

  • a.

    voor dezelfde locatie, datum en tijdstip al een evenementenvergunning voor een ander evenement op dezelfde locatie is verleend,

  • b.

    dat het een evenement betreft dat wordt gehouden binnen deellocatie A (dus: binnen de singels of op een als behorend tot deellocatie A aangewezen andere locatie) en dat evenement niet is geplaatst op het jaarprogramma, of

  • c.

    de dagennorm geldend voor de betreffende locatie wordt overschreden. De dagennorm is nader omschreven en overschrijding daarvan vormt een rechtstreekse grondslag voor de weigering van een vergunning.

Indien het evenement nog niet is geplaatst op het jaarprogramma evenementen is van belang dat alsnog (eventueel tezamen met de vergunningaanvraag) een aanvraag voor plaatsing op het jaarprogramma kan worden gedaan, mits aan de termijnen voor het doen van de aanvraag tot plaatsing op het jaarprogramma en de aanvraag tot verlening van de vergunning wordt c.q. kan worden voldaan.

 

Intrekking/wijziging vergunning, verbod meldingsplichtig evenement (artikelen 10 en 11) .

Onder omstandigheden kan het wenselijk zijn om een verleende evenementenvergunning in te trekken of te wijzigen.

Artikel 10 bevat een opsomming van de redenen die hiertoe aanleiding kunnen geven en het artikel biedt ook de formele basis voor de bevoegdheid om tot deze ingrepen over te gaan.

Indien sprake is van een melding van een meldingsplichtig evenement, ter zake waarvan in eerste instantie een melding is gedaan waarop niet binnen 10 dagen een verbod van het evenement is gevolgd op grond van deze verordening (artikel 4), kan formeel geen sprake zijn van intrekking of wijziging, maar kan formeel enkel sprake zijn van een alsnog op te leggen verbod. De inhoudelijke gronden daartoe zijn vergelijkbaar met de gronden zoals die in geval van een vergunning gelden voor intrekking of wijziging daarvan.

Deze bepalingen zijn opgenomen voor uitzonderlijke gevallen en het is dan ook de verwachting dat deze enkel sporadisch zal worden gebruikt.

 

Hoofdstuk 3 Algemene bepalingen

 

Geen vergunning niet tijdig beslissen (artikel 12)

De Europese Dienstenrichtlijn regelt – onder meer – de invoering van de “lex silencio positivo”. Dit houdt in dat wanneer een bestuursorgaan niet tijdig op een vergunningaanvraag beslist, deze vergunning van rechtswege geacht wordt te zijn verleend. Het moet daarbij gaan om vergunningen die onder de dienstenrichtlijn vallen.

De evenementenvergunning wordt expliciet uitgesloten van de werking van de lex silencio positivo.

De werking van de lex silencio niet wenselijk, gezien de impact die een groot evenement kan hebben, met name op de openbare orde. Ook vragen vele aspecten van een groot evenement, zoals brandveiligheid, geluid, aanvoer, afvoer en parkeren van bezoekers, om maatwerk dat alleen een inhoudelijke vergunningsbeschikking kan bieden.

Er zijn derhalve verschillende redenen van algemeen belang om in dit geval van een lex silencio positivo af te zien. Hierbij geldt dat de lex silencio ook niet gold op basis van de APV Maastricht.

 

Hoofdstuk 4 Opsporings- en strafbepalingen

 

Strafbepalingen en toezichthouders (artikel 13, 14)

Bij het constateren van een overschrijding van de in de evenementenverordening opgenomen voorschriften dan wel de op grond van deze verordening gestelde nadere eisen kan daartegen op twee wijzen worden opgetreden:

  • a.

    bestuursrechtelijk door het opleggen van een dwangsom en het toepassen van bestuursdwang;

  • b.

    strafrechtelijk.

 

De handhavingaspecten zijn daarnaast tevens van toepassing op niet gemelde evenementen, c.q. evenementen waarvoor door het gevoegde gezag geen toestemming is verleend.

 

Ad a.

Het opleggen van een dwangsom heeft voor eendaagse evenementen weinig effect. Het middel kan wel worden gebruikt bij meerdaagse evenementen en evenementen die jaarlijks terugkeren.

Het beletten of stopzetten van een evenement door middel van bestuursdwang is een tweede bestuursrechtelijke instrument dat mogelijk kan worden toegepast. Wel moet rekening worden gehouden met het feit dat het stilleggen of beletten van een evenement meer verstoring kan opleveren dan het evenement zelf, een en ander ter beoordeling van het bevoegd gezag.

 

Ad b.

Politieambtenaren (of ter zake bevoegde opsporingsambtenaren) zijn bevoegd om ter bescherming van het milieu en ter handhaving van de openbare orde ter plekke in te grijpen en de evenementen stil te leggen dan wel een procesverbaal op te maken.

Hierbij geldt wel de toets dat het politiebevel naar redelijk inzicht en gezien de omstandigheden, noodzakelijk is en als een gepast middel voor het beëindigen van de overtreding kan worden beschouwd.

Overtreding van een bij of krachtens deze verordening vastgesteld verbodsbepaling, niet nakoming van een bij of krachtens deze verordening opgelegde verplichting en niet nakoming van een of meer voorschriften aan een vergunning of ontheffing verbonden, wordt gestraft met hechtenis van ten hoogste drie maanden of een geldboete van de tweede categorie.

Het overtreden van de aan de evenementenverordening verbonden voorschriften kan consequenties hebben voor in de toekomst te organiseren evenementen. De Burgemeester is gerechtigd toekomstige evenementen te verbieden indien de organisator hiervan de aan deze verordening verbonden voorschriften één of meerdere keren heeft overschreden.

 

Hoofdstuk 5 Overgangsbepaling

 

Overgangsbepaling (artikel 15)

De onderhavige evenementenverordening treedt in werking op 1 januari 2017.

Onder deze verordening geldt dat een evenement pas vergunbaar is nadat het eerst op het jaarprogramma is geplaatst.

Het jaarprogramma wordt telkens uiterlijk op 1 december van een kalenderjaar vastgesteld voor het daaropvolgende kalenderjaar. Dat betekent dat op de datum van inwerkingtreding van deze verordening nog geen sprake kan zijn van een op grond van deze verordening vastgesteld jaarprogramma in letterlijke zin. Om dat “vacuüm” op te lossen, moet een specifieke (overgangs)regeling worden getroffen.

Daarbij is ervoor gekozen om te bepalen dat de evenementen die in 2016 op het jaarprogramma staan, worden aangemerkt als evenementen die staan op een jaarprogramma zoals bedoeld in deze verordening.

Anders gezegd, het reeds voor het jaar 2016 bestaande jaarprogramma krijgt in feite (eenmalig) de status van jaarprogramma op grond van deze verordening.

 

Hoofdstuk 6 Inwerkingtreding en citeertitel

 

Inwerkingtreding (artikel 16)

In een verordening kan worden bepaald wanneer deze inwerking treedt. Hier is dus de beoogde datum van inwerkingtreding genoemd, zijnde 1 januari 2017.

 

Vervallen bepalingen APV (artikel 17)

Het is de bedoeling dat het (algemene) evenementenbeleid zoals dat nu is opgenomen in de APV wordt ondergebracht in de onderhavige afzonderlijke, specifieke evenementenverordening.

Juridisch-technisch houdt dat in dat de inwerkingtreding van de nieuwe verordening moet samenvallen met het vervallen van de (vervangen) bepalingen in de APV. Anders bestaan formeel-juridisch twee regeling tegelijk. Dat is per definitie onwenselijk en zou ook tot nadelige gevolgen kunnen leiden.

Het is aan de raad om een formeel besluit te nemen tot vervallenverklaring/intrekking van de betreffende bepalingen uit de APV. Dat kan via een afzonderlijke besluitvorming dan wel kan dat samenvallen met de besluitvorming omtrent de vaststelling van de nieuwe (vervangende) verordening. Het vervallen van de oude bepalingen kan afzonderlijk worden geregeld, ofwel in de (vervangende) verordening.

Hier is gekozen om de besluitvorming omtrent beide verordeningen (oud en nieuw) te laten samenvallen.

De concrete artikelen die komen te vervallen/die worden ingetrokken, zijn in het artikel opgesomd.

 

Citeertitel (artikel 18)

Het is gebruikelijk om bij de vaststelling van nieuwe regelingen, zoals verordeningen, te vermelden hoe de betreffende regeling kan worden aangehaald. Het is in het belang van de duidelijkheid en het voorkomen van misverstanden als een regeling in de praktijk zoveel mogelijk door degenen die het aangaat op gelijkluidende wijze wordt aangehaald. Uiteraard zijn er geen formele gevolgen aan verbonden als in de praktijk niettemin een regeling (ook) onder andere naam wordt aangehaald.

De door de gemeenteraad vermelde citeertitel is in ieder geval: “Evenementenverordening gemeente Maastricht”.