Ziet u een fout in deze regeling? Meld het ons op regelgeving@overheid.nl!
Maastricht

Verordening Kindgebonden Subsidie Voorschoolse Educatie Gemeente Maastricht

Wetstechnische informatie

Gegevens van de regeling
OrganisatieMaastricht
OrganisatietypeGemeente
Officiële naam regelingVerordening Kindgebonden Subsidie Voorschoolse Educatie Gemeente Maastricht
CiteertitelVerordening Kindgebonden Subsidie voorschoolse educatie Gemeente Maastricht
Vastgesteld doorgemeenteraad
Onderwerponderwijs
Eigen onderwerp
Externe bijlageBijlage - Keuringseisen

Opmerkingen met betrekking tot de regeling

regeling vervangt de Subsidieregeling Kindgebonden financiering voorschoolse educatie

Wettelijke grondslag(en) of bevoegdheid waarop de regeling is gebaseerd

http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xhtmloutput/Historie/Maastricht/CVDR343965/CVDR343965_1.html

Overzicht van in de tekst verwerkte wijzigingen

Datum inwerkingtreding

Terugwerkende kracht tot en met

Datum uitwerkingtreding

Betreft

Datum ondertekening

Bron bekendmaking

Kenmerk voorstel

01-01-201831-12-2020nieuwe regeling

31-10-2017

gmb-2017-202607

Tekst van de regeling

Intitulé

Verordening Kindgebonden Subsidie Voorschoolse Educatie Gemeente Maastricht

 

DE RAAD VAN DE GEMEENTE MAASTRICHT,

 

Gelezen het voorstel van het college van burgemeester en wethouders van 10 oktober 2017; korr.nr. 2017-33044 inzake de Kindgebonden Subsidie Voorschoolse Educatie,

 

Gelet op artikel 149 van de Gemeentewet en art. 2 ASV Maastricht

 

BESLUIT:

 

vast te stellen de volgende bijzondere subsidieverordening:

 

Kindgebonden Subsidie Voorschoolse Educatie:

 

Artikel 1 Begripsbepalingen

In deze verordening wordt verstaan onder:

  • a.

    ASV: Algemene subsidieverordening gemeente Maastricht;

  • b.

    bestuur: het bestuur van een VVE-gecertificeerde voorschoolse voorziening;

  • c.

    college: het college van burgemeester en wethouders van de Gemeente Maastricht

  • d.

    doelgroep: peuters in de leeftijd van 2,5 jaar tot 4 jaar;

  • e.

    gecertificeerde voorschoolse voorziening: een voorziening voor kinderopvang, gevestigd in Maastricht, die zowel aan de geldende wettelijke eisen, als aan de overige in Maastricht van toepassing zijnde VVE-keuringseisen voldoet;

  • f.

    indicatie VVE: een door JGZ (consultatiebureau) afgegeven verklaring dat deelname van 4 momenten aan VVE geïndiceerd is.de JGZ kan voor kinderen vanuit Belgie om indicatiestelling door de gelijkwaardige Belgische organisatie vragen. Kinderen woonachtig in een AZC krijgen gedurende de tijd dat zij in het AZC verblijven automatisch een VVE-indicatie, die wordt afgegeven door de JGZ;

  • g.

    landelijk register kinderopvang en peuterspeelzalen: een register met gegevens van alle gecertificeerde kinderopvangvoorzieningen en peuterspeelzalen in Nederland. Hierin staat tevens vermeld of voorschoolse educatie wordt aangeboden;

  • h.

    ouder: persoon met het ouderlijk gezag;

  • i.

    peuter: een kind in de leeftijd van 2,5 jaar tot 4 jaar dat een VVE-plaats heeft op een in het landelijk register kinderopvang en peuterspeelzalen opgenomen, gecertificeerde voorschoolse voorziening, geregistreerd als dagopvang;

  • j.

    subsidie: het bedrag dat het bestuur ontvangt voor peuteropvang aan peuters in de leeftijd van 2,5 tot 4 jaar. Dit bedrag wordt verrekend met eventueel door ouders ontvangen kinderop¬vangtoeslag (belastingdienst) en hun inkomensafhankelijke ouderbijdrage;

  • k.

    VVE-plaats: een kindplaats met een omvang van tenminste 2 momenten (tot een maximum van totaal 5,5 uur) per week op een gecertificeerde voorschoolse voorziening, waar het kind een programma voor vroeg- en voorschoolse educatie krijgt aangeboden.Voor door het consultatiebureau geïndiceerde peuters geldt nog eens tenminste 2 momenten van totaal 5,5 uur extra per week. Deze plaats kan op 2 verschillende kinderdagverblijven ingevuld worden. De uren van beide voorzieningen dienen echter bij elkaar geteld te worden en de ouder dient met de houder af te spreken op welke locatie hoeveel uur via de kindgebonden subsidie wordt afgenomen;

  • l.

    Inkomensafhankelijke bijdrage: voor de eerste 5,5 uur per week betalen ouders een inkomensafhankelijke bijdrage. Deze is afhankelijk van de hoogte van het bruto jaarinkomen. Hiervoor volgt het bestuur de ouderbijdragetabel van de kinderopvang die jaarlijks door het rijk wordt vastgesteld. Voor de door het consultatiebureau geïndiceerde peuters zijn de extra 5,5 uur per week volledig voor rekening van de gemeente Maastricht;

  • m.

    Schoolweek: een week waarin kinderen het basisonderwijs in Maastricht naar school gaan en dus geen vakantie hebben. Weken waarin kinderen 1 of 2 dagen niet naar school gaan in verband met een of meerdere feestdagen, worden tot de schoolweken gerekend;

 

Artikel 2 Doel en toepassingsbereik

Deze verordening heeft tot doel:

  • 1.

    het financieel toegankelijk maken van peuter- en VVE-arrangementen voor peuters in de leeftijd van 2,5 jaar tot 4 jaar in Maastricht.

  • 2.

    het toekennen van subsidies voor VVE arrangementen aan gecertificeerde voorschoolse voorzieningen die op basis van een gezamenlijk Pedagogisch Raamplan samenwerken met scholen voor primair onderwijs in Kindcentra Maastricht (in oprichting).

  • 3.

    ouders stimuleren om hun kinderen een gecertificeerde voorschoolse voorziening te laten bezoeken en te laten deelnemen aan het VVE-programma.

 

Artikel 3 Subsidieaanvrager

Voor subsidie komen in aanmerking de VVE-gecertificeerde voorschoolse voorzieningen in de gemeente Maastricht.

 

Artikel 4 Aanvraag en aanvraagtermijn

  • 1.

    In aanvulling op artikel 7 van de ASV bevat de aanvraag kindgebonden subsidie:

    • a.

      Informatie over het aantal peuters per locatie (peildatum 1 oktober van het jaar voorafgaand aan de subsidieaanvraag) waarvoor kindgebonden subsidie wordt aangevraagd;

    • b.

      Een onderverdeling naar categorieën (WKO, niet-WKO, geïndiceerd, niet-geïndiceerd);

  • 2.

    In afwijking van artikel 7 van de ASV wordt een aanvraag voor subsidie ingediend uiterlijk 31 oktober van het jaar voorafgaand aan het subsidiejaar.

 

Artikel 5 Subsidiehoogte

  • 1.

    De subsidie per geplaatste peuter wordt bepaald door twee componenten:

    • a.

      De landelijk vastgestelde maximale uurprijs voor dagopvang (normtarief kinderopvang);

    • b.

      De door het college vastgestelde opslag van € 2,30 per uur extra voor activiteiten om bovenop de standaardeisen vanuit de wet kinderopvang te kunnen voldoen aan de wettelijk gestelde eisen met betrekking tot VVE alsmede de bij deze Verordening behorende keuringseisen.

    • c.

      Indien voor de eerste 5,5 uur per week fiscale compensatie mogelijk is, wordt deze van het uurbedrag afgetrokken.

    • d.

      De inkomensafhankelijke bijdrage wordt tevens van het uurbedrag afgetrokken.

 

Artikel 6 Subsidieduur

  • 1.

    De kindgebonden subsidie wordt betaald aan het bestuur van de gecertificeerde voor¬schoolse voorziening voor maximaal het aantal schoolweken per kalenderjaar.

  • 2.

    De kindgebonden subsidie gaat in op de eerste dag van de schoolweek waarin de peuter een VVE-plaats bezet.

  • 3.

    De kindgebonden subsidie eindigt de laatste dag van de schoolweek waarin de peuter om welke reden dan ook, de voorschoolse voorziening verlaat.

  • 4.

    Indien de peuter in juni of juli 4 jaar wordt en nog niet naar school kan voor de zomervakantie, kan de opvang automatisch verlengd worden tot de eerste dag van de zomervakantie.

  • 5.

    Indien een peuter een Toelaatbaarheidsverklaring (TLV) heeft voor speciaal (basis) onderwijs maar nog op een wachtlijst staat, kan de peuter de opvang ook op 4-jarige leeftijd vervolgen totdat er plaats is op school.

  • 6.

    Indien een peuter in een andere maand 4 jaar wordt en om een andere reden dan genoemd onder lid 6.4 of 6.5 niet naar school kan, dan wordt toestemming gevraagd aan het college voor een verlenging van de peuteropvang tot een maximum van 10 weken.Hiervoor wordt door de kinderopvanginstelling een brief aan de gemeente verstuurd met daarin:

    • a.

      het plan dat uitgevoerd zal worden

    • b.

      Tijdsduur (maximaal 10 weken)

    • c.

      Ondertekend door zowel de voorschool als de school (incl. naam en functie).

      Het besluit vanuit de gemeente volgt maximaal 2 weken na dagtekening en mag ambtelijk en per mail worden afgedaan. Toetsingscriteria zijn: belang van het kind, toelaatbaarheid onderwijs en knelpunten hierbij.

 

Artikel 7 Aanvraag en verlening

De gecertificeerde instelling bepaalt, aan de hand van door de ouders te verstrekken actuele inkomensgegevens, voor welke ouders zij in aanmerking wenst te komen voor een kindgebonden subsidie.

  • 1.

    De gecertificeerde instelling brengt bij ouders, die niet in aanmerking komen voor de Kinderopvangtoeslag (belastingdienst) een inkomensafhankelijke eigen bijdrage in rekening en brengt deze in mindering op de gevraagde subsidie.

  • 2.

    De gecertificeerde instelling rapporteert per kwartaal cumulatief per geplaatste peuter de volgende gegevens:

    • a.

      BSN-nummer peuter en ouder(s)

    • b.

      NAW gegevens peuter

    • c.

      geboortedatum

    • d.

      startdatum

    • e.

      einddatum, indien relevant.

    • f.

      naam kindcentrum waar de kinderopvanginstelling deel van uit maakt, dan wel in de doorgaande lijn mee samenwerkt

    • g.

      naam organisatie kinderopvang

    • h.

      geïndiceerd of niet-geïndiceerd

    • i.

      WKO/niet-WKO

    • j.

      ouderbijdrage %

  • 3.

    De gecertificeerde instelling vermeldt bij deze rapportage op locatieniveau lrk-nummer en adres van de locatie.

  • 4.

    De gecertificeerde instelling voegt bij de rapportage een overzichtslijst toe op welke manieren de inkomens van ouders worden getoetst, op voorwaarde dat in de eigen administratie voor de eigen accountant terug te vinden is op welke wijze het inkomen van de ouders is getoetst en dit minimaal steekproefsgewijs door de accountant wordt gecontroleerd. Indien dit niet het geval is, dient per geplaatste peuter ook de soort inkomenstoets te worden vermeld.

  • 5.

    De gecertificeerde instelling geeft in een aparte rapportage aan welke kinderen ook na hun 4e in aanmerking komen voor kindgebonden financiering, evenals de reden ervan (art. 6.4 t/m 6.6).

 

Artikel 8 Betalingsachterstand

  • 1.

    Een ouder komt in aanmerking voor een subsidie van de inkomensafhankelijke ouderbijdrage indien de ouder een betalingsachterstand heeft en deze achterstand dreigt te leiden tot schorsing van de peuter.

  • 2.

    Voorwaarde hiertoe is dat er een schriftelijke verklaring van het Knooppunt van het kindcentrum meegezonden wordt, dat deelname van de peuter noodzakelijk is.

  • 3.

    De subsidie wordt verstrekt onder de volgende verplichtingen:

    • a.

      De ouder accepteert begeleiding bij het op orde krijgen van de financiële huishouding.

    • b.

      De ouder neemt deel aan die, door de gecertificeerde voorschoolse voorziening georganiseerde activiteiten die bijdragen aan het vergroten van de actieve ouderbetrokkenheid.

  • 4.

    Het subsidieplafond voor betalingsachterstanden is vastgesteld op € 30.000,- per jaar.

  • 5.

    De subsidie wordt betaald aan de gecertificeerde instelling op basis van (openstaande) facturen en een verklaring over de toegepaste acties conform 8.3.

 

Artikel 9 Aanvraag en vaststelling subsidie

  • 1.

    Uiterlijk vóór 1 april in het jaar na afloop van het kalenderjaar waarvoor subsidie is verleend, rapporteert het bestuur over het totaal van de hiervoor vermelde kwartaalgegevens. De subsidie wordt vastgesteld op de daadwerkelijk bestede uren per peuter aan de hand van het afgesproken uurtarief en onderverdeling naar categorieën van artikel 7.

    • a.

      De financiële verantwoording sluit aan bij de rapportage per kind door ofwel een accountantsverklaring, ofwel een met bedragen per kind op basis van feitelijke deelname.

    • b.

      Ten behoeve van het wel of niet indienen van een accountantsverklaring dienen alle subsidies die in het kader van VVE aan een organisatie worden verstrekt bij elkaar opgeteld te worden. Het gaat dan in ieder geval over de kindgebonden subsidie en de subsidie voorschoolse educatie. Indien bij vaststelling blijkt dat het totaal van de subsidies boven de € 50.000 komt is een accountantsverklaring verplicht. In de accountantsverklaring is met betrekking tot de kindgebonden financiering minimaal opgenomen:

      • Het ontvangen voorschot subsidiebedrag

      • Het bedrag waarop men recht heeft op grond van de verordening kindgebonden financiering

      • De parameters die bij de controle zijn gebruikt, waarbij minimaal (al dan niet steekproefsgewijs) is gecontroleerd op:

        • -

          feitelijke deelname per kind, rekening houdend met het aantal schoolweken

        • -

          of ouders in aanmerking komen voor een toeslag kinderopvang van de belastingdienst

        • -

          de inkomensafhankelijke bijdrage van ouders

        • -

          of er sprake is van een indicatie VVE.

    • c.

      Indien het college een controleprotocol heeft vastgesteld en dit is meegezonden met de verleningsbeschikking dient de aanvrager ervoor zorgt te dragen dat dit controleprotocol wordt nageleefd.

 

Artikel 10 Bevoegdheden College

  • 1.

    Het college beslist op aanvragen om subsidie, dit met inachtneming van het bepaalde in de wet, de Algemene subsidieverordening en deze verordening.

  • 2.

    Het college kan jaarlijks de normtarieven voor peuter- en VVE-arrangementen vaststellen, evenals de ouderbijdragentabel voor het subsidiëren van peuter- en VVE-arrangementen die door de houder toegepast moeten worden.

  • 3.

    Het college kan de subsidie lager vaststellen dan wel intrekken indien niet is voldaan aan de uitvoerings- en kwaliteitseisen voor peuter- en VVE-arrangementen zoals vermeld in deze verordening en in de Keuringseisen.

  • 4.

    Het college is bevoegd om de keuringseisen voor voorschoolse instellingen, als bedoeld in artikel 3, lid 2 vast te stellen en daar waar nodig de komende jaren aan te passen.

  • 5.

    Het college wijst de toezichthouder kinderopvang van de GGD aan voor de controle op de in deze verordening en in keuringseisen gestelde eisen aan de uitvoering en de kwaliteit van peuter- en VVE-arrangementen.

  • 6.

    Het college is bevoegd om een controleprotocol vast te stellen.

 

Artikel 11 Hardheidsclausule

Het college kan in bijzondere gevallen ten gunste van de aanvrager afwijken van de bepalingen in deze verordening, indien toepassing van deze verordening leidt tot onbillijkheden van overwegende aard.

 

Artikel 12 Inwerkingtreding

Deze subsidieverordening treedt in werking met ingang van de dag volgend op haar bekendmaking en is van toepassing op de uitvoering van activiteiten vanaf 1 januari 2018.

 

Artikel 13 Geldigheidsduur Subsidieverordening

Deze subsidieverordening geldt vanaf 1 januari 2018 tot en met uiterlijk 31 december 2020.

 

Artikel 14 Citeertitel

Deze verordening wordt aangehaald als “Verordening Kindgebonden Subsidie voorschoolse educatie Gemeente Maastricht”.

 

Bij inwerkingtreding van deze verordening op 1 januari 2018 wordt de huidige verordening ingetrokken.

 

Aldus besloten door de raad van de gemeente Maastricht in zijn openbare vergadering van 31 oktober 2017.

 

De Griffier,

J.L.L. Goossens.

 

De voorzitter,

J.M. Penn-te Strake