Subsidieverordening Voor- en Vroegschoolse Educatie (VVE) en Taalactiviteiten Primair Onderwijs (TPO)

Geldend van 04-01-2024 t/m heden

Intitulé

Subsidieverordening Voor- en Vroegschoolse Educatie (VVE) en Taalactiviteiten Primair Onderwijs (TPO)

DE RAAD VAN DE GEMEENTE MAASTRICHT

Gelezen het voorstel van het College van burgemeester en wethouders van 14-01-2020; korr.no. 2020-01009 inzake Voor- en Vroegschoolse Educatie (VVE) en Taalactiviteiten Primair Onderwijs (TPO),

Gelet op artikel 149 van de Gemeentewet en artikel 2 en 3 van de Algemene Subsidieverordening Maastricht, Wet Primair Onderwijs afdeling 10 onderwijsachterstandenbeleid (artikel 165 t/m 168a),

BESLUIT:

vast te stellen de bijzondere subsidieverordening Voor- en Vroegschoolse Educatie (VVE) en Taalactiviteiten Primair Onderwijs (TPO)

Considerans

Deze Verordening heeft tot doel het bieden van financiële ondersteuning voor gecertificeerde voorschoolse voorzieningen kinderopvang en scholen primair onderwijs, zodat zij kinderen met (taal)achterstand naadloos tussen hun 2,5e en 13e jaar kunnen ondersteunen en begeleiden als hun eigen middelen daar niet toereikend voor zijn.

AFDELING 1 ALGEMENE BEPALINGEN

Artikel 1.1 BEGRIPSBEPALINGEN

In dit hoofdstuk van deze Verordening wordt verstaan onder:

  • a.

    Aanvrager subsidie Taalactiviteiten Primair Onderwijs (TPO): Schoolbestuur van het primair onderwijs.

  • b.

    Aanvrager subsidie voorschoolse educatie: het bestuur/handelingsbevoegde van een gecertificeerde voorschoolse voorziening.

  • c.

    Aanvrager subsidie vroegschoolse educatie: het bestuur (bevoegd gezag) van een onderwijsstichting of –vereniging.

  • d.

    ASV: Algemene Subsidieverordening gemeente Maastricht.

  • e.

    College: het College van burgemeester en wethouders van de Gemeente Maastricht.

  • f.

    Eigen middelen onderwijs: de middelen die worden beschreven in artikel 1.1 lid j, m en n van deze Verordening;

  • g.

    Eigen middelen voorschool: de opslag kindgebonden subsidie die door de gemeente wordt verstrekt bovenop de wettelijke uurprijs op basis van de Verordening Kindgebonden Subsidie Voorschoolse Educatie Gemeente Maastricht 2020 e.v.;

  • h.

    Gecertificeerde voorschoolse voorziening: een voorziening voor kinderopvang, gevestigd in Maastricht, die zowel aan de geldende wettelijke eisen, als aan de overige in Maastricht van toepassing zijnde VVE-keuringseisen voldoet, zoals die zijn vastgesteld bij de Verordening Kindgebonden Subsidie Voorschoolse Educatie Gemeente Maastricht 2020 e.v..

  • i.

    Achterstandsscore: Het Centraal bureau voor de statistiek berekent jaarlijks de achterstandsscore van elke basisschool op basis van de onderwijsscores van de leerlingen die op de teldatum zijn ingeschreven op een basisschool conform de bepalingen m.b.t. de achterstandsscore basisscholen, zoals opgenomen in artikel 27 van het Besluit bekostiging WPO;

  • j.

    Impulsmiddelen: het bedrag waarvoor de school bekostigd wordt ten behoeve van onderwijsachterstandenbestrijding in impulsgebieden. Met impulsgebied wordt een postcodegebied bedoeld waar zich een combinatie voordoet van hoge werkloosheid en lage inkomens. (Zie ook artikel 28a van het Besluit bekostiging WPO);

  • k.

    Integraal Kindcentrum: Een IKC (Integraal en Inclusief Kindcentrum) is een voorziening voor kinderen van 0 tot 13 jaar, waar zij gedurende de dag komen om te leren, te spelen, te ontwikkelen en anderen te ontmoeten. Het IKC biedt zo thuis nabij mogelijk opvang en onderwijs met voldoende ondersteuning vanuit jeugdhulp, jeugdgezondheidszorg en maatschappelijk werk. Via intensieve interprofessionele samenwerking wordt een geïntegreerd dienstenpakket geboden op het gebied van: educatie, opvang, ontwikkeling, zorg, welzijn en vrije tijd.

  • l.

    Knooppunt: Aansluiting met ouders en kind(eren) vindt plaats via interprofessionele teams op de locatie van de school/het kindcentrum. In de zogenoemde knooppunten worden diverse zaken aan elkaar ‘geknoopt’: de levensloop van het kind tot dan toe, de vragen en soms al thuis ingezette zorg wordt verbonden met de vragen en mogelijkheden van de schoolse situatie. Zowel de overleggen als het samenwerken in de praktijk leidt ertoe dat ouders en school elkaar beter weten te vinden en dezelfde taal leren spreken. Zonder ouders (en kind(eren)), géén knooppunt. Hierbij is de school/het kindcentrum zowel “vind- als werkplaats” en dus de fysieke plek waar professionals elkaar (lokaal) ontmoeten en (samen)werken.

  • m.

    Middelen onderwijsachterstandenbeleid (OAB): het bedrag waarvoor de school bekostigd wordt ten behoeve van onderwijsachterstandenbestrijding als bedoeld in artikel 28 van het Besluit bekostiging WPO:

  • n.

    Middelen voor leerlingen die korter dan 3 jaar in Nederland zijn: rijksmiddelen die in het schooljaar van aanvraag worden ontvangen voor nieuwkomers (rijksmiddelen t.b.v. eerste keer bekostiging nieuwkomers en rijksmiddelen t.b.v. onderwijs aan asielzoekers en statushouders en overige vreemdelingen);

  • o.

    Primaire partner IKC: In ieder geval het primair onderwijs, de kinderopvang en jeugdzorgpartners.

  • p.

    Primaire partner kinderopvang: de basisschool waarmee een kinderopvanglocatie gezamenlijk in een IKC is gevestigd.

  • q.

    School: onderwijsvoorziening voor regulier of speciaal basisonderwijs conform de Wet op het Primair Onderwijs.

  • r.

    Secundaire partner kinderopvang: een kinderopang(locatie) en/of een stand alone basisschool die niet direct is/zijn aangesloten bij een (integraal)kindcentrum. Secundair partnerschap is echter ook van toepassing wanneer er sprake is van doorstroom naar een ander IKC.

  • s.

    Stuurgroep kindcentra: De stuurgroep kindcentra is een lokaal Op Overeenstemming Gericht Overleg (OOGO) tussen (een afvaardiging van) de Maastrichtse besturen van de VVE-gecertificeerde kinderopvangorganisaties, de besturen primair onderwijs en Gemeente Maastricht.

  • t.

    T-1 systematiek subsidie TPO: de peildatum 1 oktober van het vorig schooljaar is geldend voor de bepaling van de achterstandsscore dat wordt opgegeven bij de aanvraag voor de subsidie van het schooljaar waarvoor de subsidie is aangevraagd.

  • u.

    Taalactiviteiten Primair Onderwijs (TPO): het geheel van activiteiten binnen het basisonderwijs gericht op het beperken dan wel inhalen van de achterstand voor leerlingen met een grote achterstand in de Nederlandse taal, die bedoeld worden in artikel 165 van de Wet op het Primair Onderwijs , alsmede de specifieke taalactiviteiten voor leerlingen met een grote achterstand in de Nederlandse taal, die korter dan 3 jaar in Nederland zijn;

  • v.

    Tekortfinanciering: Eerst dienen de eigen middelen voorschool en/of eigen middelen onderwijs ingezet te worden. Pas op moment dat deze middelen niet toereikend zijn kan er subsidie verstrekt worden op voorwaarde dat deze middelen zijn ingezet ten behoeve van hetzelfde doel als waarvoor subsidie wordt aangevraagd;

  • w.

    Voorschoolse educatie: het geheel van activiteiten dat wordt ingezet om peuters met een risico op (taal)achterstand dan wel peuters met een feitelijke achterstand een zodanig aanbod te bieden dat de (taal)achterstand wordt voorkomen dan wel beperkt of opgeheven. De activiteiten kunnen gericht zijn op de peuter zelf, op de ouder(s)/verzorger(s) van de peuters, op de kwaliteit en tijd van de pedagogisch medewerker en op de kwaliteit van het aanbod, de kwaliteitszorg en de zorg op de locatie, alsmede op de doorgaande lijn met de basisschool;

  • x.

    Vroegschoolse educatie: het geheel van activiteiten dat wordt ingezet om kleuters in de groepen 1 en 2 van het basisonderwijs met een risico op (taal) achterstand dan wel kleuters met een feitelijke achterstand een zodanig aanbod te bieden dat de (taal)achterstand wordt voorkomen dan wel beperkt of opgeheven. De activiteiten kunnen gericht zijn op de kleuter zelf, op de ouder(s)/verzorger(s) van de kleuters, op de kwaliteit en tijd van de beroepskracht en op de kwaliteit van het aanbod, de kwaliteitszorg en de zorg op de locatie, alsmede op de doorgaande lijn met de gecertificeerde voorschoolse voorziening;

  • y.

    VVE: Voor- en Vroegschoolse Educatie.

Artikel 1.2 DOEL EN TOEPASSINGSBEREIK

Deze Verordening heeft tot doel het bieden van financiële ondersteuning voor gecertificeerde voor-schoolse voorzieningen en scholen primair onderwijs, zodat zij kinderen met (taal)achterstand naadloos tussen hun 2,5e en 13e jaar kunnen ondersteunen en begeleiden als hun eigen middelen daar niet toereikend voor zijn.

  • 1.

    De locatiegebonden subsidie voorschoolse educatie is bedoeld om activiteiten en extra ondersteuning in het kader van voorschoolse educatie te faciliteren die met de opslag kindgebonden subsidie niet bekostigd kan worden.

  • 2.

    De subsidie vroegschoolse educatie is bedoeld om de inzet van activiteiten in het kader van de verbinding van de VVE in de knooppunten en het verder versterken van de samenwerking tussen kinderopvang en primair onderwijs extra te faciliteren.

  • 3.

    De subsidie Taalactiviteiten Primair Onderwijs (TPO) is bedoeld om taalactiviteiten en extra ondersteuning te faciliteren die met de Rijksmiddelen niet- of niet volledig kunnen worden bekostigd. Het gaat specifiek om activiteiten voor leerlingen met een grote achterstand in de Nederlandse taal, waarbij er een discrepantie is tussen taal- en andere leerprestaties (ontwikkeling) als indicatie voor onbenut leerpotentieel.

  • 4.

    In het kader van kennisdeling en ter bevordering van de samenwerking kunnen eenmalige dan wel tijdelijke subsidies worden verstrekt.

Artikel 1.3 BEVOEGDHEDEN COLLEGE

  • 1.

    Het College beslist op aanvragen om subsidie, dit met inachtneming van het bepaalde in de Wet, de Algemene subsidieverordening gemeente Maastricht en deze Verordening;

  • 2.

    Het College kan de subsidie, op grond van deze Verordening, lager vaststellen dan wel intrekken indien niet is voldaan aan de uitvoerings- en kwaliteitseisen zoals vermeld in de Wet, de Algemene subsidieverordening gemeente Maastricht en deze Verordening;

  • 3.

    Het College is bevoegd de bij deze Verordening horende tarieventabel VVE aan te passen;

  • 4.

    Het College is bevoegd om ten behoeve van de subsidie Taalactiviteiten Primair Onderwijs (TPO) het subsidieplafond aan te passen;

  • 5.

    Het College is bevoegd om bij nadere regeling regels te stellen over het verstrekken van eenmalige dan wel tijdelijke subsidies te verstrekken in het kader van kennisdeling en ter bevordering van de samenwerking.

  • 6.

    Het College is bevoegd om een controleprotocol vast te stellen.

AFDELING 2 VOORSCHOOLSE EDUCATIE

Artikel 2.1 Subsidieaanvrager locatiegebonden subsidie voorschoolse educatie

Voor de locatiegebonden subsidie voorschoolse educatie komen de besturen van de gecertificeerde voorschoolse voorzieningen in aanmerking.

Artikel 2.2 Aanvraag en verlening locatiegebonden subsidie voorschoolse educatie

  • 1.

    De subsidieaanvrager vraagt de locatiegebonden subsidie voorschoolse educatie aan voor 1 november in het jaar voorafgaand aan het kalenderjaar waarvoor subsidie wordt aangevraagd.

  • 2.

    De locatiegebonden subsidie voorschoolse educatie wordt aangevraagd- en toegekend- per kalenderjaar;

  • 3.

    De subsidie wordt aangevraagd op basis van het aantal peuters in de leeftijd van 2,5 tot 4 jaar dat op teldatum 1 oktober in het kalenderjaar voorafgaand aan het kalenderjaar waarvoor subsidie wordt aangevraagd staat ingeschreven op de gecertificeerde voorschoolse voorziening;

  • 4.

    In afwijking van het gestelde onder lid 1 en 2 kunnen gecertificeerde voorschoolse voorzieningen, die in het verleden nog geen subsidie hebben ontvangen voor voorschoolse educatie, eenmalig de subsidieaanvraag indienen op een ander moment. De subsidie wordt dan verstrekt naar rato van het aantal maanden in het kalenderjaar waarvoor wordt aangevraagd, vanaf de datum waarop het College de aanvraag heeft ontvangen;

  • 5.

    De subsidieaanvrager vraagt de locatiegebonden subsidie voorschoolse educatie aan met een vastgesteld aanvraagformulier voor:

    • a.

      Extra formatie voorschoolse educatie (o.a. ten behoeve van taakuren, extra handen in de groep, gesprekken met ouders);

    • b.

      Extra formatie ten behoeve van de verbinding van de voorschoolse educatie in de knooppunten en het verder versterken van de samenwerking tussen kinderopvang en het primair onderwijs;

    • c.

      Inzet van één of meerdere derde(n) ten behoeve van het vergroten van de ouderbetrokkenheid;

    • d.

      Scholing en toetsing medewerkers op het gebied van taalniveau 3F/Speelplezier/VVE/kwaliteitszorg/Opbrengstgericht werken;

    • e.

      Coaching on the job;

    • f.

      Materialen VVE.

Artikel 2.3 Aanvraag en vaststelling locatiegebonden subsidie voorschoolse educatie

  • 1.

    De subsidieaanvrager locatiegebonden subsidie voorschoolse educatie verantwoordt jaarlijks voor 1 april de in het voorafgaande kalenderjaar ontvangen locatiegebonden subsidie voorschoolse educatie via een rapportage en financiële verantwoording, die dient ter definitieve vaststelling van de subsidie.

  • 2.

    De subsidie wordt vastgesteld op basis van tekortfinanciering. Eerst wordt de opslag kindgebonden subsidie verantwoord. Daarna kan de locatiegebonden subsidie voorschoolse educatie worden ingezet, waarbij een eventueel niet-besteed bedrag dient te worden terugbetaald.

  • 3.

    De opslag kindgebonden subsidie en de locatiegebonden subsidie voorschoolse educatie dienen aantoonbaar besteed te zijn aan specifieke onderdelen ten behoeve van voor- en vroegschoolse educatie zoals:

    • a.

      Extra formatie ten behoeve van voorschoolse educatie (bijvoorbeeld door oudercontacten/ouderbetrokkenheid, extra overleggen zorg, dubbele bezetting op de VVE-groep, aandachtsfunctionaris, taakuren);

    • b.

      Extra formatie ten behoeve van de verbinding van de voorschoolse educatie in de knooppunten en het verder versterken van de samenwerking tussen kinderopvang en het primair onderwijs

    • c.

      Inzet van derden voor het vergroten van de ouderbetrokkenheid of taalstimulering in de doorgaande lijn;

    • d.

      Scholing en toetsing van medewerkers op het gebied van Taalbeheersing 3F en Speelplezier/VVE/kwaliteitszorg/opbrengstgericht werken;

    • e.

      Coaching on the job;

    • f.

      Materialen VVE (NB alleen noodzakelijke materialen. Bij onredelijke uitgaven worden deze bedragen teruggevorderd).

  • Het bedrag dat niet besteed is aan bovenstaande elementen, wordt teruggevorderd.

  • 4.

    Ten behoeve van het wel of niet indienen van een accountantsverklaring dienen alle subsidies die in het kader van VVE aan een gecertificeerde voorschoolse voorziening worden verstrekt bij elkaar opgeteld te worden. Het gaat dan in ieder geval over de Kindgebonden Subsidie Voorschoolse Educatie en de locatiegebondensubsidie voorschoolse educatie. Indien bij vaststelling blijkt dat het totaal van de subsidies boven de € 50.000,00 komt is een accountantsverklaring verplicht.

  • 5.

    Indien het College een controleprotocol heeft vastgesteld en dit is meegezonden met de verleningsbeschikking dient de subsidieaanvrager ervoor zorg te dragen dat dit controleprotocol wordt nageleefd.

Artikel 2.4 Subsidiehoogte locatiegebonden subsidie voorschoolse educatie

De maximumhoogte van de locatiegebonden subsidie voorschoolse educatie is in de bij deze Verordening behorende “Tarieventabel VVE 2020 e.v.” opgenomen.

De subsidieaanvrager kan aanspraak maken op deze subsidie op het moment dat de opslag kindgebonden subsidie voorschoolse educatie niet toereikend is om de activiteiten zoals genoemd in artikel 2.2 lid 4 van deze Verordening uit te voeren.

AFDELING 3 VROEGSCHOOLSE EDUCATIE

Artikel 3.1 Subsidieaanvrager vroegschoolse educatie

  • 1.

    Voor de subsidie vroegschoolse educatie komen in aanmerking de schoolbesturen primair onderwijs;

  • 2.

    De aanvrager geeft aan voor welke scholen, die onder het schoolbestuur dan wel gezamenlijke schoolbesturen vallen, de subsidie wordt aangevraagd.

Artikel 3.2 Aanvraag en verlening subsidie vroegschoolse educatie

  • 1.

    De subsidieaanvrager vraagt de subsidie vroegschoolse educatie aan voor 1 november in het jaar voorafgaand aan het kalenderjaar waarvoor subsidie wordt aangevraagd.

  • 2.

    De subsidie vroegschoolse educatie wordt aangevraagd- en toegekend per kalenderjaar.

  • 3.

    In afwijking van het gestelde onder het eerste lid kunnen schoolbesturen, die in het verleden nog geen subsidie hebben ontvangen voor vroegschoolse educatie eenmalig de subsidieaanvraag indienen op een ander moment. De subsidie wordt dan verstrekt naar rato van het aantal maanden in het kalenderjaar waarvoor wordt aangevraagd, vanaf de datum waarop het College de aanvraag heeft ontvangen.

  • 4.

    De aanvrager vraagt de subsidie vroegschoolse educatie aan met een vastgesteld aanvraagformulier voor:

    • a.

      De inzet van extra uren voor de aandachtsfunctionaris bovenop de standaard formatie;

    • b.

      Activiteitenbudget ten behoeve van het IKC in het kader van VVE, de doorgaande lijn, de verbinding van de voorschoolse educatie in de knooppunten en de bevordering van de samenwerking tussen kinderopvang en het primair onderwijs. Het budget is bedoeld voor het IKC, dus zowel voor- als vroegschool.

Artikel 3.3 Aanvraag tot vaststelling subsidie vroegschoolse educatie

  • 1.

    De subsidieaanvrager subsidie vroegschoolse educatie verantwoordt jaarlijks vόόr 1 april de in het voorafgaande kalenderjaar ontvangen subsidie vroegschoolse educatie via een rapportage en financiële verantwoording, die dient ter definitieve vaststelling van de subsidie.

  • 2.

    Met betrekking tot de rechtmatige besteding van de middelen aandachtsfunctionaris geldt dat de middelen zijn ingezet voor extra uren bovenop de standaardformatie van de aandachtsfunctionaris in de periode januari-december van het jaar van aanvragen. Dit wordt aangetoond door middel van de volgende situaties:

    • De aandachtsfunctionaris houdt zich aantoonbaar bezig met de verbinding van de voorschoolse educatie in de knooppunten en de bevordering van de samenwerking tussen kinderopvang en het primair onderwijs;

    • Een aandachtsfunctionaris krijgt het gehele jaar extra uren voor deze functie;

    • Een aandachtsfunctionaris voert de taken een deel van de periode binnen de reguliere functie uit en krijgt op een later tijdstip de extra uren om de zaken die zijn blijven liggen door het uitvoeren van de taken alsnog uit te voeren;

    • De aandachtsfunctionaris voert de taken binnen de reguliere functie en een vervanger krijgt de extra uren om de taken die zijn blijven liggen uit te voeren;

    • Het bedrag dat niet besteed is aan bovenstaande elementen, wordt teruggevorderd.

  • 3.

    Met betrekking tot de rechtmatige besteding van het activiteitenbudget geldt:

    • Een kort overzicht per IKC met de opsomming van de kostenposten met de feitelijke kosten daarachter. Dit overzicht wordt “voor akkoord”ondertekend door zowel de basisschool als de gecertificeerde voorziening binnen het IKC.

  • 4.

    Indien bij vaststelling blijkt dat het totaal van de subsidie vroegschoolse educatie boven de € 50.000,00 komt is een accountantsverklaring verplicht.

  • 5.

    Indien het College een controleprotocol heeft vastgesteld en dit is meegezonden met de verleningsbeschikking dient de aanvrager subsidie vroegschoolse educatie ervoor zorg te dragen dat dit controleprotocol wordt nageleefd.

Artikel 3.4 Subsidiehoogte subsidie vroegschoolse educatie

De maximumhoogte van de locatiegebonden subsidie voorschoolse educatie is geregeld in de bij deze Verordening behorende bijlage “tarieventabel VVE 2020 e.v.”.

AFDELING 4 TAALACTIVITEITEN PRIMAIR ONDERWIJS (TPO)

Artikel 4.1 Subsidieaanvrager Taalactiviteiten Primair Onderwijs (TPO)

  • 1.

    Voor subsidie TPO komen in aanmerking de schoolbesturen primair onderwijs.

  • 2.

    De subsidieaanvrager geeft aan voor welke scholen, die onder het schoolbestuur dan wel gezamenlijke schoolbesturen vallen, de subsidie wordt aangevraagd.

Artikel 4.2 Subsidiehoogte subsidie Taalactiviteiten Primair Onderwijs

  • 1.

    Het vastgestelde subsidieplafond van het betreffende schooljaar wordt verdeeld naar rato van de som van de achterstandsscores op de scholen voorafgaand aan het schooljaar waarvoor een aanvraag wordt gedaan (t-1 systematiek).

  • 2.

    Het gemeentelijk subsidieplafond wordt niet herverdeeld, ook eventueel teruggevorderde bedragen naar aanleiding van de definitieve vaststellingen, worden niet herverdeeld.

  • 3.

    Er wordt maximaal subsidie verstrekt ter hoogte van het gevraagde subsidiebedrag.

Artikel 4.3 Aanvraag en verlening subsidie Taalactiviteiten Primair Onderwijs (TPO)

  • 1.

    De subsidieaanvrager TPO vraagt de subsidie aan met een vastgesteld aanvraagformulier.

  • 2.

    De subsidie TPO wordt aangevraagd- en toegekend- per schooljaar.

  • 3.

    De subsidieaanvrager toont aan dat voldaan wordt aan de subsidievoorwaarden, zoals gesteld in dit artikel onder het 5e lid. Bij de financiële componenten wordt een raming gemaakt voor het schooljaar waarvoor de aanvraag wordt gedaan. Bij afrekening wordt op basis van feitelijke Rijksmiddelen die in het schooljaar zijn verkregen afgerekend.

  • 4.

    De aanvraag dient te zijn ingediend voor 1 juni voorafgaand aan het schooljaar waarvoor de aanvraag wordt gedaan. Voor de schooljaren 2020-2021 en 2021-2022 geldt hierop een uitzondering. De aanvraag voor de schooljaren 2020-2021 en 2021-2022 dient uiterlijk 1 november 2021 te zijn ingediend.

  • 5.

    Subsidievoorwaarden:

  • Financieel

    • De subsidieaanvrager toont aan dat alle OAB- en impulsmiddelen die de deelnemende school/scholen ontvangt/ontvangen in het schooljaar waarvoor de aanvraag wordt gedaan, zijn besteed aan VVE en eventueel activiteiten zoals genoemd in artikel 165 WPO.

    • De subsidieaanvrager toont aan dat alle specifieke middelen ten behoeve van leerlingen die korter dan 3 jaar in Nederland zijn die de deelnemende school/scholen ontvangt/ontvangen in het schooljaar waarvoor de aanvraag wordt gedaan, zijn besteed aan deze specifieke doelgroep, dan wel aan VVE en eventueel activiteiten zoals genoemd in artikel 165 WPO.

    • De subsidieaanvrager maakt inzichtelijk welke inspanningen verder nodig zijn en welke kosten daaraan verbonden zijn, welke kosten zij zelf voor haar rekening neemt en hoe zij de extra middelen wil inzetten.

  • Inhoudelijk

    • Uit de doelomschrijving blijkt dat deze activiteiten gericht zijn op het verhelpen van taalachterstanden, bij vooraf geselecteerde leerlingen, gedurende een afgebakende periode.

    • Uit de beschrijving van de activiteiten blijkt welke vorm/uitvoering van taalactiviteiten wordt gekozen

    • Uit de definitie van de doelgroep blijkt dat er bij de geselecteerde doelgroepkinderen sprake is van een discrepantie tussen taal- en andere leerprestaties (ontwikkeling) als indicatie voor onbenut leerpotentieel. De wijze waarop deze discrepantie wordt vastgesteld, wordt overgelaten aan de school dan wel het schoolbestuur, op voorwaarde dat deze controleerbaar is door zowel onderwijsinspectie als een accountant.

    • De resultaatbeschrijving is op leerlingenniveau (doelformulering).

    • De wijze waarop resultaten worden gemeten, wordt beschreven.

    • Er wordt ingezet op deskundigheidsbevordering van docenten.

    • De taalactiviteiten maken deel uit van een groter geheel aan interventies om achterstanden van een school te verkleinen. In de subsidieaanvraag en –verantwoording wordt beschreven hoe de activiteiten zijn ingebed in een groter geheel/integrale aanpak.

    • De subsidieaanvrager besteedt aandacht aan het vergroten van de ouderbetrokkenheid, ouders worden gestimuleerd om thuis activiteiten te ondernemen met hun kind die zijn gericht op taalontwikkeling.

    • De subsidieaanvrager voert ieder schooljaar een zelfevaluatie uit, waarin aandacht is voor de mate waarin de doelen zijn bereikt en de effectiviteit van de taalactiviteiten.

Artikel 4.4 Aanvraag en vaststelling subsidie Taalactiviteiten Primair Onderwijs (TPO)

  • 1.

    Een verzoek tot vaststelling van de subsidie wordt uiterlijk 1 april na afloop van het schooljaar ingediend. Voor de schooljaren 2020-2021 en 2021-2022 geldt hierop een uitzondering. Het verzoek tot vaststelling van de subsidie voor schooljaar 2020-2021 wort uiterlijk 1 april 2022 ingediend. Het verzoek tot vaststelling van de subsidie voor het schooljaar 2021-2022 wordt uiterlijk 1 april 2023 ingediend.

  • 2.

    In alle gevallen, ook bij een subsidie lager dan € 50.000,00, is een accountantsverklaring verplicht.

  • 3.

    Er wordt afgerekend op basis van feitelijk verkregen Rijksmiddelen in het schooljaar waarvoor de subsidie is verstrekt.

  • 4.

    De subsidie wordt vastgesteld op basis van tekortfinanciering, rekening houdend met artikel 4.2 en 4.3 van deze Verordening. Eerst worden alle Rijksmiddelen aangewend die het schoolbestuur in het schooljaar van aanvraag heeft ontvangen:

    • Middelen OAB;

    • Impulsmiddelen;

    • Middelen voor leerlingen die korter dan 3 jaar in Nederland zijn.

  • Daarna wordt de subsidie vanuit de gemeente ingezet, waarbij een eventueel niet besteed bedrag dient te worden terugbetaald.

  • 5.

    In de accountantsverklaring wordt opgenomen dat minimaal de volgende zaken zijn gecontroleerd:

    • De som van de achterstandsscores op de scholen in het schooljaar voorafgaand aan het schooljaar waarvoor subsidie wordt aangevraagd.

    • Alle subsidievoorwaarden zoals gesteld in artikel 4.3 lid 5 van deze Verordening.

    • De berekening zoals gesteld in artikel 4.2 en 4.4 lid 4 van deze Verordening. Deze wordt opgenomen in de accountantsverklaring, dan wel op een separate bijlage voorzien van een stempel en een paraaf van de accountant.

Artikel 4.5 Subsidieplafond subsidie Taalactiviteiten Primair Onderwijs (TPO)

  • 1.

    Het subsidieplafond is ingaande schooljaar 2020-2021 vastgesteld op € 200.000,00.

  • 2.

    Het College kan het subsidieplafond aanpassen.

AFDELING 5 OVERIGE BEPALINGEN

Artikel 5.1 Eenmalige- tijdelijke subsidies

  • 1.

    Het College kan eenmalige- dan wel tijdelijke subsidies verstrekken in het kader van kennisdeling en/of ter bevordering van de samenwerking.

  • 2.

    De subsidies, als bedoeld onder lid 1 bedragen maximaal het bedrag dat in de bij deze Verordening behorende Tarieventabel VVE 2020 e.v. is opgenomen.

  • 3.

    Het College is bevoegd om bij nadere regeling regels te stellen over het verstrekken van de subsidies als bedoeld onder lid 1.

Artikel 5.2 Nadere regels en Hardheidsclausule

  • 1.

    In gevallen, de uitvoering van deze Verordening betreffend, waarin deze Verordening niet voorziet, beslist het College;

  • 2.

    Het College kan nadere regels stellen over de uitvoering van deze Verordening;

  • 3.

    Het College kan in bijzondere gevallen afwijken van de bepalingen in deze Verordening, indien toepassing van deze Verordening leidt tot onbillijkheden van overwegende aard.

Artikel 5.3 Intrekking oude Verordening en overgangsrecht

  • 1.

    De Verordening Subsidie VVE-TPO wordt ingetrokken met ingang van 1 augustus 2020;

  • 2.

    Bij de verantwoording van de subsidies VVE en TPO over het jaar 2020 wordt beslist met inachtneming van het bepaalde in deze Verordening tenzij dit leidt tot onbillijkheden van overwegende aard;

  • 3.

    Op bezwaarschriften tegen een besluit op grond van de Verordening Subsidie VVE-TPO wordt beslist met inachtneming van de Verordening Subsidie VVE-TPO;

  • 4.

    Een krachtens de Verordening Subsidie VVE-TPO toegekende subsidie geldt als subsidie toegekend krachtens deze Verordening.

Artikel 5.4 Inwerkingtreding en citeertitel

  • 1.

    Deze Verordening treedt in werking op 1 augustus 2020.

  • 2.

    Deze Verordening wordt aangehaald als: Verordening Subsidie VVE-TPO Gemeente Maastricht 2020 e.v.

Aldus besloten door de Raad van de gemeente Maastricht in zijn openbare vergadering 10 maart 2020.

De Griffier, a.i.

D. Jutten

De voorzitter,

J.M. Penn-te Strake

Ondertekening

Bijlage 1: Tarieventabel VVE 2024

A. Per kindcentrum:

 
 
 
 
 
 
 
 

Aantal uren

Uurprijs

Totaal per kindcentrum

Aandachtsfunctionaris VVE en verbinding knooppunten t.b.v. voorschool 1 uur per week

52

€ 52,37

€ 2.723,24

Aandachtsfunctionaris VVE en verbinding knooppunten t.b.v. vroegschool 2 uur per week

104

€ 52,37

€ 5.446,48

Activiteitenbudget

 
 

€ 500,00

Totaal per kindcentrum

 
 

€ 8.669,72

 
 
 
 
 
 
 
 

B.1. Per voorschoolse locatie VVE met minder dan 10 peuters in de leeftijd 2,5-4 op teldatum 1 oktober voorafgaand aan het jaar van aanvragen:

 
 
 
 
 
 
 
 

Aantal uren

Uurprijs

Totaal per locatie

Aandachtsfunctionaris voorschools 1 uur per week

52

€ 52,37

€ 2.723,24

Pedagogisch beleidsmedewerker coach VE**

10 uur per jaar per doelgroeppeuter

€ 68,57

PM

Logopedie

7

€ 76,37

€ 534,59

 
 
 
 

Totaal basisbudget VVE

 
 

PM

 
 
 
 
 
 
 
 

B.1.A.* Per voorschoolse locatie VVE met minder dan 10 doelgroeppeuters in de leeftijd van 2,5-4 op teldatum 1 oktober voorafgaand aan het jaar van aanvragen:

 
 
 
 
 
 
 
 

Aantal uren

Uurprijs

Totaal per locatie

Coaching on the job + scholingsbudget

Coaching on the job: 15 uur per kalenderjaar* € 52,37

Scholingsbudget € 750,- per kalenderjaar

 
 

€ 1.535,55 -/- subsidie pedagogisch beleidsmedewerker coach VE.

 
 
 
 
 
 
 
 

B.2. Per voorschoolse locatie VVE met 10 -45 peuters in de leeftijd 2,5-4 op teldatum 1 oktober voorafgaand aan het jaar van aanvragen:

 
 
 
 
 
 
 
 

Aantal uren

Uurprijs

Totaal per locatie

Aandachtsfunctionaris voorschools 1 uur per week

52

€ 52,37

€ 2.723,24

Pedagogisch beleidsmedewerker coach VE**

10 uur per jaar per doelgroeppeuter

€ 68,57

PM

Logopedie

7

€ 76,37

€ 534,59

 
 
 
 

Totaal basisbudget VVE

 
 

PM

 
 
 
 
 
 
 
 

B.2.A.* Per voorschoolse locatie VVE met minder dan 10 doelgroeppeuters in de leeftijd van 2,5-4 op teldatum 1 oktober voorafgaand aan het jaar van aanvragen:

 
 
 
 
 
 
 
 

Aantal uren

Uurprijs

Totaal per locatie

Coaching on the job + scholingsbudget

Coaching on the job: 60 uur per kalenderjaar* € 52,37

Scholingsbudget € 1.500,- per kalenderjaar

 
 

€ 4,642,20 -/- subsidie pedagogisch beleidsmedewerker coach VE.

 
 
 
 
 
 
 
 

B.3. Per voorschoolse locatie VVE met meer dan 45peuters in de leeftijd 2,5-4 op teldatum 1 oktober voorafgaand aan het jaar van aanvragen:

 
 
 
 
 
 
 
 

Aantal uren

Uurprijs

Totaal per locatie

Aandachtsfunctionaris voorschools 1 uur per week

104

€ 52,37

€ 5.446,48

Pedagogisch beleidsmedewerker coach VE**

10 uur per jaar per doelgroeppeuter

€ 68,57

PM

Logopedie

14

€ 76,37

€ 1.069,18

 
 
 
 

Totaal basisbudget VVE

 
 

PM

 
 
 
 
 
 
 
 

B.3.A.* Per voorschoolse locatie VVE met minder dan 10 doelgroeppeuters in de leeftijd van 2,5-4 op teldatum 1 oktober voorafgaand aan het jaar van aanvragen:

 
 
 
 
 
 
 
 

Aantal uren

Uurprijs

Totaal per locatie

Coaching on the job + scholingsbudget

Coaching on the job: 120 uur per kalenderjaar* € 52,37

Scholingsbudget € 3.000,- per kalenderjaar

 
 

€ 9,284,40 -/- subsidie pedagogisch beleidsmedewerker coach VE.

 
 
 
 
 
 
 
 

B.4. Extra middelen tbv extra middelen basisbudget VVE tbv extra formatie en oudercontacten op voorschoolse VVE-locaties met hogere % geindiceerde kinderen (gebaseerd op teldatum 1 oktober in het jaar voorafgaand aan het jaar van aanvragen):

 
 
 
 
 
 
 

Berekening extra middelen tbv extra formatie en oudercontacten op locaties met hogere % geindiceerde kinderen

bedrag per locatie

 
 

€ 12.000,00 extra per 10 geindiceerde kinderen voor VVE-locaties met meer dan 80% doelgroepkinderen

€ 12.000,00

 
 

€ 6.000,00 extra per 10 geindiceerde kinderen voor VVE-locaties met 60-80% doelgroepkinderen

€ 6.000,00

 
 
 
 
 
 
 
 
 
 

Toekenning VVE-basisbudget voorschoolse locaties op basis van feitelijke aantallen op 1 oktober het jaar voorafgaand aan het jaar van aanvragen

 
 
 
 
 
 

Bij knelpunten is aanpassing mogelijk in een van de volgende situaties, indien deze langer dan 1 maand en te voorzien de komende 2 maanden minimaal bestaat:

 
 
 
 
 
 
  • A.

    aanpassing op grond van aantal geindiceerde kinderen:

 
 
  • bij meer dan 10 doelgroepkinderen extra dan aantal op 1 okt voorafgaand aan het jaar van aanvragen

 
 
  • B.

    aanpassing obv aantal kinderen:

 
 
  • bij meer dan 16 kinderen tov teldatum 1 okt voorafgaand aan het jaar van aanvragen én een totaal aantal van boven de 45 kinderen

 
 
 
 
 
 
  • C.

    aanpassing obv % geïndiceerde kinderen:

 
 
  • bij een verschil van meer dan 40% indien alleen obv % wordt aangevraagd

 
 
  • bij een verschil van 20% of meer in combinatie met meer dan 10 geïndiceerde kinderen extra tov 1 okt voorafgaand aan het jaar van aanvragen

 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
  • D.

    Jeugdgezondheidszorg 0-4 tbv frequentere contactmomenten jeugdverpleegkundigen met de voorschoolse locaties gericht op de doorgaande lijn ten behoeve van de VVE-geïndiceerde ondersteuningsbehoeften:

 
 
 
 
 
 
 
 

Bedrag

 
 

Inzet jeugdverpleegkundige JGZ inclusief toeleiding en indicatiestelling

Maximaal € 100.000,00

 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
  • E.

    EOverige

 
 
 

Per kalenderjaar zijn de volgende middelen beschikbaar voor inspectie, monitoring en ontwikkeling:

 
 
 
 
 

GGD-inspecties keuringseisen (inclusief scholingskosten en jaarlijks 1 of 2 gesprekken met gemeente)

Kostprijs

 
 

Monitoring van resultaten

Maximaal € 40.000,00

 
 

Kennisdeling en bevordering samenwerking d.m.v. sessie met aandachtsfunctionarissen 2x per jaar

Maximaal € 10.000,00

 
 
 
 
 
 

NB. Deelname aan de stuurgroep en de stedelijke coördinatiegroep zelf geschiedt op eigen kosten van elke organisatie.

 
 
 
 
 
 
 

*Organisaties met mindere dan 10 doelgroeppeuters op organisatieniveau worden gecompenseerd middels B.1.A, B.2.A of B.3.A doordat deze organisatues minder subsidie zouden ontvangen door de invoering van de pedagogisch beleidsmedewerker Coach VE.

 
 
 
 
 
 
 

** Voor de berekening van de hoogte van de subsidie voor de pedagogisch beleidsmedewerker Coach VE worden de doelgroeppeuters geteld op peildatum 1 januari van ieder kalenderjaar.