Regeling vervallen per 04-02-2016

Gladheidpreventie en bestrijdingsplan 2010-2015

Geldend van 08-10-2010 t/m 03-02-2016

Intitulé

Gladheidpreventie en bestrijdingsplan 2010-2015

Hoofdstuk 1 Inleiding

De wegbeheerder (gemeente) is op grond van artikel 15 e.v. van de Wegenwet verantwoordelijk voor het onderhoud van de weg. De gemeente is op basis van de artikelen 6:162 en 6:174 van het Burgerlijk Wetboek (BW) aansprakelijk bij tekortkomingen aan dit onderhoud.

Tot het onderhoud behoort de zorg voor het begaanbaar houden van wegen tijdens perioden van gladheid door bevriezing of sneeuwval.

Gladheid als gevolg van ijzel of sneeuw valt in beginsel niet onder de risicoaansprakelijkheid van artikel 6:174 van het BW. Dit betekent dat in het kader van de gladheidbestrijding op de gemeente geen (garantie) plicht rust om ervoor te zorgen dat de weg volledig veilig is. Zij moet zich slechts inspannen. Het staat haar vrij de beleidskeuze te maken bepaalde wegen niet sneeuw- en ijsvrij te houden en gezien de verkeersintensiteit bepaalde prioriteiten te stellen. De wegen die buiten het uitvoeringsplan “gladheidpreventie en bestrijding” vallen zullen alleen na een fysieke beoordeling van de gladheidcoördinator worden gestrooid indien dit strikt noodzakelijk blijkt. Uitgangspunt is echter dat vanwege milieu-, logestieke- en kostenoverwegingen geen wegen buiten het uitvoeringsplan zullen worden behandeld. De wegen die genoemd worden in het uitvoeringsplan kunnen geheel of slechts gedeeltelijk worden gestrooid.

De gemeente kan wel op grond van artikel 6:162 van het BW aansprakelijk worden gehouden, indien zij tekort schiet in de op haar rustende zorgverplichting. Onder deze zorgverplichting is begrepen de plicht tot het bestrijden van gladheid en een waarschuwingsplicht. Ter voldoening aan deze zorgplicht wordt in het algemeen aangenomen dat de wegbeheerder over een gladheidpreventie en gladheidbestrijdingsplan dient te beschikken. Aan de waarschuwingsplicht is in zijn algemeenheid voldaan als weggebruikers via de lokale of landelijke media zijn gewaarschuwd voor het dreigende gevaar. (1)

(1) A.J.J.G. Schijns, Aansprakelijkheid van de wegbeheerder ex art. 6:174 BW, in: C.C. van Dam e.a. (red.), Aansprakelijkheid van de wegbeheerder, Den Haag: ANWB 2007, p. 36.

Omdat nieuwe inzichten ontstaan en ontwikkelingen op het gebied van de gladheidbestrijding voortgaan is het gewenst om na een periode van vijf jaar het beleid te evalueren en waar nodig bij te stellen.

Dit plan sluit aan bij de geldende landelijke normen voor de gemeentelijke wegbeheerders en volgt de adviezen in de CROW-publicaties 236, 270 en 283 inzake gladheidbestrijding.(2)

(2) Het CROW is het nationale kennisplatform voor infrastructuur, verkeer, vervoer en openbare ruimte.

Hoofdstuk 2 Uitgangspunten

Voor het beleid ten aanzien van de gladheidpreventie en bestrijding gelden de volgende uitgangspunten:

a. De veiligheid van het uitvoerende personeel heeft tijdens de uitvoering de hoogste prioriteit. De kaders voor de inzet en de arbeidsomstandigheden van het personeel zijn bepaald in de Arbeidstijdenwet, Arbowet en de CROW richtlijnen inzake gladheidbestrijding.

b. Het doel van gladheidpreventie en bestrijding is het bevorderen van de verkeersveiligheid, de doorstroming te optimaliseren en de bereikbaarheid op peil te houden.

c. Gladheidpreventie en bestrijding vindt in principe plaats van 1 november tot 1 april. Indien de omstandigheden daartoe aanleiding geven kan de periode waarin er medewerkers zijn geconsigneerd worden verlengd/ vervroegd.

d. Bij de uitvoering van de gladheidpreventie en bestrijding moet worden voorkomen dat het milieu onevenredig wordt belast door overmatig strooien van wegenzout.

e. Bij het opstellen van routes en werkvolgorde vindt afstemming plaats met de strooidiensten van buurgemeenten, de strooidienst van de provincie Zuid-Holland en de regio Haaglanden.

f. Bij gebouwen met een openbare functie en op plaatsen die gevoelig zijn voor het optreden van gladheid, zoals bruggen en opritten, worden zoutkisten geplaatst. De inhoud van deze zoutkisten is niet bestemd voor particulier gebruik.

g. Inwoners van de gemeente kunnen in principe bij de gemeentelijke opslag kosteloos een beperkte hoeveelheid wegenzout afhalen.

h. Op fietspaden die in het uitvoeringplan zijn opgenomen zullen bij aanvang van de consignatieperiode de zgn. afsluitpalen worden verwijderd. Dit om de doorgang voor de strooivoertuigen te kunnen garanderen.

i. De gladheidpreventie en bestrijding wordt mede uitgevoerd ter voldoening aan de zorgplicht die op de gemeente als wegbeheerder rust, doordat voorkomen wordt dat de toestand van de weg gevaar oplevert voor personen en of zaken.

Hoofdstuk 3 Doelgroepen

Voor de gladheidpreventie en bestrijding worden vier doelgroepen onderscheiden.

a. Openbaar vervoer / hulpdiensten

De busroutes door de gemeente moeten zoveel mogelijk worden schoongehouden. Voor gebruikers van het openbaar vervoer moet het redelijkerwijs mogelijk zijn de halte plaatsen te bereiken. De busroutes en onderliggend wegennet (hierna:own)-routes dienen ook als hoofdroutes van de hulpdiensten.

b. Autoverkeer

De indeling van de wegen voor de gladheidpreventie en bestrijding is conform de richtlijn “duurzaam veilig” van de CROW.

Voor het autoverkeer zijn de wegen in een aantal categorieën ingedeeld:

1. Wegen in het onderliggende wegennet (own). 

Dit zijn belangrijke verbindingswegen tussen rijks- en provincialewegen en tussen de verschillende woonkernen. Hieronder vallen ook de hoofdfietspaden.

2. Wijkontsluitingswegen;

3. Wegen met een lagere prioriteit;

4. Wegen op afroep.

Gladheidbestrijding vindt in eerste instantie plaats op de wegen die aangeduid worden als wegen in het onderliggende wegennet (own), de wijkontsluitingswegen en de wegen met een lagere prioriteit (zie uitvoeringsplan).

Bij extreme omstandigheden zal de volgorde van wegprioriteit worden gehanteerd. Pas als de wegen met prioriteit 1 voldoende goed berijdbaar zijn zal een aanvang worden gemaakt met de wegen met een lagere prioriteit.

De wegen op afroep zullen alleen worden gestrooid als de overige wegen uit het uitvoeringsplan zijn gedaan en binnen de reguliere werkuren.

Bij langdurig aanhoudende extreme omstandigheden kan een gemeentelijk coördinatieteam bij elkaar worden geroepen, dit team zal minimaal bestaan uit: een of meer vertegenwoordigers van openbare werken en van BMH/openbare orde en veiligheid. Indien noodzakelijk kan dit team worden aangevuld met vertegenwoordigers van het KCC, juridische zaken, communicatie en welzijn en de gezamenlijke hulpdiensten. Zij zullen in overleg de te volgen strategie bepalen.

c. Fietsers en bromfietsers

De gemeente Midden-Delfland kent enkele belangrijke (hoofd)fietspaden die vooral door schoolgaande kinderen worden gebruikt. De gladheidbestrijding op deze fietsroutes heeft een hoge prioriteit. Deze fietspaden zijn opgenomen in de own-routes. Daarnaast zijn een aantal fietspaden gewaardeerd met een lagere prioriteit.

d. Voetgangers

Trottoirs en voetpaden maken onderdeel uit van de openbare weg. De gemeente heeft daarom ook de plicht ( geen garantieplicht) om trottoirs en voetpaden sneeuw- en ijsvrij te houden.

De strooiwerkzaamheden op trottoirs en voetpaden beperkt zich tot trottoirs en voetpaden in de buurt van openbare voorzieningen, winkels, en seniorencomplexen en vindt plaats nadat het reguliere strooiwerk op de hoofdroutes is voltooid en binnen de reguliere werkuren.

Hoofdstuk 4 Systeem van uitvoering

Gladheidbestrijding kan op een aantal manieren worden uitgevoerd. Men onderscheidt het preventief “nat”strooien en het curatief “droog”strooien.

Omdat het preventief strooien over het algemeen een hogere verkeersveiligheid oplevert, en een gelijkmatiger wegbeeld geeft tussen de verschillende wegbeheerders past de gemeente de methode van preventieve gladheidbestrijding toe.

Binnen het stadsgewest Haaglanden zijn afspraken gemaakt over de manieren van samenwerking om de gladheidpreventie en bestrijding verder te optimaliseren en te continueren.

Bij te verwachten gladheid op de openbaar vervoer en own routes volgt overleg tussen de dienstdoende coördinatoren van Rijkswaterstaat, Provincie en de gemeente Den Haag en wordt indien dit door de gezamenlijke coördinatoren wenselijk/noodzakelijk wordt geacht een strooiadvies/verzoek afgegeven door de verkeerscentrale van Rijkswaterstaat.

Met het huidige systeem van alarmeren en strooien is aannemelijk dat onze gemeente op een verantwoorde manier de verkeersveiligheid op de te strooien routes kan waarborgen.

Hoofdstuk 5 Methode van uitvoering

Gladheidpreventie en bestrijding vindt zoveel mogelijk overdag en in de avonduren plaats.

Bij gladheid worden de volgende uitgangspunten gehanteerd:

  • -

    Bij, door het meteobedrijf voorspelde, met zekerheid te verwachten gladheid kan vooraf een preventieve actie worden opgestart.

  • -

    Bij een door het meteobedrijf opgegeven reële kans op gladheid zal rond het opgegeven tijdstip een visuele inspectie door de dienstdoende coördinator plaatsvinden of

  • -

    Een bestrijdingsactie kan gehouden worden op verzoek van de regionale coördinator/ verkeerscentrale.

Iedere actie van een gladheidbestrijdingsteam wordt doorgegeven aan de meldkamer van de politie.

Hoofdstuk 6 Strooiroutes

Niet alle gemeentelijke wegen en paden zijn opgenomen in het uitvoeringsplan. Bij de opzet van de routes is het uitgangspunt dat voor bewoners binnen de bebouwde kom de afstand tot een gestrooide weg maximaal 400 meter bedraagt.

De gemeente voert de preventieve gladheidbestrijding in eigen beheer uit met drie gladheidbestrijdingsvoertuigen. Ieder voertuig kent een eigen preventieve strooiroute.

Bij een noodzakelijke curatieve gladheidbestrijding zullen vier voertuigen worden ingezet, er zal dan een voertuig van een aannemer worden ingehuurd om deel te nemen aan de bestrijdingsactie. Ieder voertuig kent een eigen curatieve route.

Tijdens de strooiwerkzaamheden van de gemeente vinden strooiwerkzaamheden plaats door de provincie Zuid-Holland en door buurgemeenten. De strooiroutes en strooivolgorde zijn met hen afgestemd, zodat de continuïteit voor de weggebruiker zoveel mogelijk wordt gewaarborgd.

Op enkele wegen binnen de bebouwde kom, de Woudseweg en de Hoornseweg, voert de provincie strooiwerkzaamheden uit in opdracht van de gemeente. De gemeente Delft strooit de Schieweg, Rotterdamseweg en fietspad Rotterdamseweg. De gemeente Midden-Delfland voert gladheidbestrijdingswerkzaamheden uit voor de gemeente Westland op een gedeelte van de Westgaag en een gedeelte van het fietspad Kleine Zijdekade. Voor de gemeente Delft op een gedeelte van de Dijkshoornseweg en een gedeelte van het fietspad langs de Buitenwatersloot, gedeelte Abtswoude en de Amazoneweg.

Hoofdstuk 7 Melding en organisatie

De controle en alarmering wordt in eigen beheer uitgevoerd. Medewerkers van de afdeling openbare werken zijn hiervoor vanaf 1 november tot 1 april geconsigneerd.

Meldingen van gladheid tussen 07.30 uur en 16.30 uur worden zoveel mogelijk opgenomen in de bestaande strooiroutes. Bewoners en weggebruikers kunnen contact opnemen met het KCC van de gemeente.

Meldingen van gladheid buiten kantooruren kunnen uitsluitend worden doorgegeven aan de meldkamer van de politie.

Tijdens de winterperiode zijn drie medewerkers van de afdeling Openbare Werken aangesteld als coördinator gladheidbestrijding. Zij zullen volgens rooster de taak van coördinator gladheidbestrijding uitvoeren.

Deze coördinator gladheidbestrijding neemt de uiteindelijke beslissing of al dan niet wordt gestrooid.

De coördinator gladheidbestrijding zal bij een door de meteodienst voorspelde, met zekerheid te verwachten, gladheid vooraf een preventieve actie opstarten.

Bij een voorspelde reële kans op gladheid zal rond de verwachte tijd een visuele inspectie uit worden gevoerd. Ook zal hij indien noodzakelijk overleg voeren met de meteodienst, de politie en aanliggende wegbeheerders.

Op het gebied van weer en verkeer worden door verschillende bedrijven en meteodiensten mogelijkheden aangeboden voor bewaking en alarmering. De gemeente Midden-Delfland heeft een contract met een meteodienst die de gemeente voorziet van actuele weersinformatie en alarmeert bij veranderingen in de voorspelling of naderende sneeuw en ijzelfronten.

Hoofdstuk 8 Registratie

Voor aanvang van de periode van gladheidpreventie en bestrijding wordt een piketrooster opgesteld waarop is aangegeven wie als coördinator optreedt en wie het chauffeurswerk uitvoert. Een strooivoertuig wordt bij preventieve en curatieve acties bemand door een chauffeur, bij aanhoudende sneeuwval waarbij sneeuw geschoven dient te worden kan er met duo bemanning worden gewerkt.

In een logboek worden de strooiacties bijgehouden. Tevens vindt een registratie van gladheidmeldingen en de afgegeven weersvoorspellingen plaats.

Hoofdstuk 9 Procedure en communicatie

Per jaar wordt na overleg met de buurgemeenten, de provincie Zuid Holland en de regio Haaglanden een uitvoeringsplan met daarin een actueel overzicht van strooiroutes gemaakt. Op basis van dit uitvoeringsplan wordt een nieuw piketrooster opgesteld. Het routeoverzicht en het piketrooster wordt door het college van burgemeester en wethouders vastgesteld. Het routeoverzicht en het telefoonnummer van de gladheidcoördinator wordt aan de meldkamer van de politie verstrekt.

Eens per vijf jaar, of indien ontwikkelingen dit noodzakelijk maken zoveel eerder als nodig, wordt het gladheidpreventie en bestrijdingsplan geactualiseerd. Het geactualiseerde plan wordt vastgesteld door de gemeenteraad.

Inwoners van de gemeente worden met een artikel in een lokaal blad en via de gemeentelijke website geïnformeerd over het strooibeleid van de gemeente en over de wijze waarop meldingen van gladheid tijdens en buiten kantoortijd kunnen worden gedaan. Voor het informeren van inwoners uit de regio wordt een artikel in een regionaal blad geplaatst.

Scholen, bejaardenhuizen e.d., huisartsenposten zullen voor aanvang van de periode waarin gladheidpreventie en bestrijding plaats vind worden benaderd over de uitvoering van het vast gestelde beleid.