Ziet u een fout in deze regeling? Meld het ons op regelgeving@overheid.nl!
Montferland

Verordening jeugdhulp Montferland 2017

Wetstechnische informatie

Gegevens van de regeling
OrganisatieMontferland
OrganisatietypeGemeente
Officiële naam regelingVerordening jeugdhulp Montferland 2017
CiteertitelVerordening Jeugdhulp Montferland 2017
Vastgesteld doorgemeenteraad
Onderwerpmaatschappelijke zorg en welzijn
Eigen onderwerp

Opmerkingen met betrekking tot de regeling

Na onderzoek is gebleken dat bijgaande wijziging niet eerder officieel bekend is gemaakt. Deze omissie wordt hiermee hersteld.

Wettelijke grondslag(en) of bevoegdheid waarop de regeling is gebaseerd

  1. Artikel 2.9 van de Jeugdwet
  2. Artikel 2.10 van de Jeugdwet
  3. Artikel 2.12 van de Jeugdwet
  4. Artikel 8.1.1 van de Jeugdwet

Regelgeving die op deze regeling is gebaseerd (gedelegeerde regelgeving)

Geen

Overzicht van in de tekst verwerkte wijzigingen

Datum inwerkingtreding

Terugwerkende kracht tot en met

Datum uitwerkingtreding

Betreft

Datum ondertekening

Bron bekendmaking

Kenmerk voorstel

24-07-201801-01-2018Wijziging artikel 5b

25-01-2018

gmb-2018-157795

17int06158
01-01-201724-07-2018Nieuwe regeling

30-03-2017

gmb-2017-179162

17b0001417

Tekst van de regeling

Intitulé

Verordening jeugdhulp Montferland 2017

De raad van de gemeente Montferland;

gelet op de artikelen 2.9, 2.10, 2.12 en 8.1.1, vierde lid, van de Jeugdwet;

overwegende dat de Jeugdwet de verantwoordelijkheid voor het organiseren van goede en toegankelijke jeugdhulp bij de gemeente heeft belegd en dat het noodzakelijk is om regels vast te stellen over:

  • de door het college te verlenen individuele voorzieningen en overige voorzieningen;

  • de voorwaarden voor toekenning van een individuele voorziening, de wijze van beoordeling en de afwegingsfactoren daarbij;

  • de wijze waarop de toegang tot en de toekenning van een individuele voorziening wordt afgestemd met andere voorzieningen op het gebied van zorg, onderwijs, maatschappelijke ondersteuning, werk en inkomen;

  • de wijze waarop de hoogte van een persoonsgebonden budget wordt vastgesteld;

  • onder welke voorwaarden degene aan wie een persoonsgebonden budget wordt verstrekt, de jeugdhulp kan betrekken van een persoon die behoort tot diens sociale netwerk;

  • de bestrijding van het ten onrechte ontvangen van een individuele voorziening of een persoonsgebonden budget alsmede misbruik en oneigenlijk gebruik van de wet;

  • regels ter waarborging van een goede verhouding tussen de prijs voor de levering van jeugdhulp of de uitvoering van een kinderbeschermingsmaatregel of jeugdreclassering en de eisen die worden gesteld aan de kwaliteit daarvan;

BESLUIT:

vast te stellen de:

Verordening jeugdhulp gemeente Montferland 2015

HOOFDSTUK 1: Algemene bepalingen:

Artikel 1: Begripsbepalingen

In deze verordening en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder:

  • 1.

    andere voorziening: voorziening anders dan in het kader van de Jeugdwet, op het gebied van zorg, onderwijs, maatschappelijke ondersteuning of werk en inkomen;

  • 2.

    hulpvraag: behoefte van een jeugdige of zijn ouders aan jeugdhulp in verband met opgroei- en opvoedingsproblemen, psychische problemen en stoornissen, als bedoeld in artikel 2.3, eerste lid, van de wet;

  • 3.

    individuele voorziening: op de jeugdige of zijn ouders toegesneden voorziening als bedoeld in artikel 2, tweede lid van de jeugdwet;

  • 4.

    melding: melding van een hulpvraag als bedoeld in artikel 4;

  • 5.

    overige voorziening: overige voorziening als bedoeld in artikel 2, eerste lid;

  • 6.

    pgb: persoonsgebonden budget als bedoeld in artikel 8.1.1 van de wet,zijnde een door het college verstrekt budget aan een jeugdige of zijn ouders, dat hen in staat stelt de jeugdhulp die tot de individuele voorziening behoort van derden te betrekken;

  • 7.

    wet: Jeugdwet.

  • 8.

    Sociaal Team-Jeugd (hierna ST-Jeugd): een gebiedsgericht multidisciplinair team dat de hulpvraag van jeugdigen en hun ouders oppakt en afhandelt;

  • 9.

    college: college van burgemeester en wethouders of een door het college gemandateerd orgaan;

  • 10.

    hulpvraag: behoefte van een jeugdige of zijn ouders aan jeugdhulp in verband met opgroei- en opvoedingsproblemen, psychische problemen en stoornissen, als bedoeld in artikel 2.3, eerste lid van de wet en zoals bedoeld in artikel 4 van de verordening;

  • 11.

    jeugdhulp: jeugdhulp, zoals bedoeld in art 1.1. van de Jeugdwet;

Artikel 2: Vormen van jeugdhulp

  • 1.

    De volgende vormen van overige (vrij-toegankelijke) voorzieningen zijn beschikbaar:

    • *

      Preventie/basiszorg, bestaande uit de functies:

      • informatie- en (opgroei) advies / opvoed- en opgroeiondersteuning;

      • signalering;

      • toeleiding naar vrij toegankelijke hulp

      • licht pedagogische hulpverlening:

      • coördinatie van zorg bij lichte, enkelvoudige problematiek;

    • *

      Basisdiagnostiek;

    • *

      Toegangsfunctie (voor individuele voorzieningen);

    • *

      Meldpunt Spoedeisende Zorg;

    • *

      Advies- en Meldpunt Huiselijk Geweld en Kindermishandeling (AMHK);

  • 2.

    De volgende vormen van individuele (niet vrij toegankelijke) voorzieningen zijn beschikbaar:

    Ondersteuning individueel gericht op ontwikkeling en stabilisatie

    De ondersteuning is gericht op het aanleren, oefenen en bestendigen van vaardigheden en gedrag. Het doel is vergroten dan wel behouden van de zelfredzaamheid en de deelname aan de samenleving.

    Ondersteuning groep gericht op ontwikkeling en stabilisatie

    Begeleiding groep is gericht op een zinvolle dag invulling, dag structuur, aanleren, oefenen, bestendigen of overnemen van vaardigheden en het ontplooien van talenten om zelfredzaamheid en deelname aan de samenleving te vergroten, dan wel achteruitgang te voorkomen.

    Wonen en logeren

    Logeren is gericht op ontlasting van ouders, voor jeugdigen die een beschermende en passende woonomgeving nodig hebben

    Jeugdhulp met verblijf en jeugdhulp crisis

    Verblijf is gericht op het bieden van een opgroeiomgeving, passend bij de achtergrond van de jeugdige en zijn behoefte en/of beperking, wanneer daar in de thuissituatie geen invulling aan kan worden gegeven.

    Generalistische basis GGZ

    Zorg en ondersteuning die gericht is op het herstel of voorkoming van (verergering van) een psychische stoornis met een matige complexiteit en risico t.a.v. het verloop van de klachten.

    Specialistische GGZ

    Zorg en ondersteuning die gericht is op het herstel of voorkoming van verergering van een psychische stoornis een hoge complexiteit van de klachten of een hoog risico.

    Ernstige Enkelvoudige Dyslexie

    Het doel van de behandeling tussen de 7 t/m 12 jaar, conform het protocol dyslexie, is het behalen van een functioneel niveau van technisch lezen en spellen.

    Kindergeneeskunde (curatieve GGZ door kinderartsen)

    Kortdurende zorg en ondersteuning ADHD die gericht is op voorkoming of verergering van klachten als gevolg van ADHD, als het voortraject van onder andere een behandeling door een psychiater of een doorverwijzing naar het Sociaal Team Jeugd.

  • 3.

    Het college kan bij nadere regeling vaststellen welke overige en individuele voorzieningen op basis van het eerste en tweede lid beschikbaar zijn.

HOOFDSTUK 2: Toegang

Artikel 3a: Toegang jeugdhulp via de huisarts, medisch specialist of jeugdarts

  • 1.

    Het college draagt zorg voor de inzet van jeugdhulp na een verwijzing door de huisarts, medisch specialist en jeugdarts naar een jeugdhulpaanbieder, als en voor zover genoemde jeugdhulpaanbieder van oordeel is dat inzet van jeugdhulp nodig is.

  • 2.

    Alleen als de jeugdige of zijn ouders na verwijzing, als bedoeld in het derde lid, hierom verzoeken, of als de gemeente niet instemt met het oordeel over benodigde hulpverlening van de jeugdhulpaanbieder na verwijzing, legt het college de te verlenen individuele voorziening, respectievelijk het afwijzen daarvan, vast in een beschikking als bedoeld in artikel 6;

  • 3.

    Het college kan nadere afspraken maken met de huisartsen, de medisch specialisten, de jeugdartsen en de zorgverzekeraars over de verwijzing, zoals bedoeld in lid 1.

Artikel 3b: Toegang jeugdhulp via kinderbeschermingsmaatregel en jeugdreclassering

Het college zorgt voor inzet van de jeugdhulp die de rechter of de gecertificeerde instelling nodig acht bij de uitvoering van een kinderbeschermingsmaatregel, die de rechter, het openbaar ministerie, de selectiefunctionaris, de inrichtingsarts of de directeur van de justitiële inrichting nodig achten bij de uitvoering van een strafrechtelijke beslissing, of die de gecertificeerde instelling nodig acht bij de uitvoering van jeugdreclassering;

Artikel 3c: Toegang jeugdhulp in spoedeisende gevallen

In spoedeisende gevallen treft het college zo spoedig mogelijk een passende tijdelijke voorziening, of vraagt het college een spoedmachtiging gesloten jeugdhulp bij de rechter als bedoeld in hoofdstuk 6 van de Jeugdwet.

Artikel 4: Procedure toegang jeugdhulp via gemeente

Het college stelt nadere regels vast met betrekking tot de procedure van en de voorwaarden voor toekenning, gebruik van het gezinsplan de wijze van beoordeling en de afwegingsfactoren bij een melding of een hulpvraag voor een individuele voorziening bij het Sociaal Team-Jeugd. Het college geeft daarbij aan op welke wijze hij jeugdigen informeert over de mogelijkheid en het belang om in bepaalde gevallen een beroep op jeugdhulp te doen.

HOOFDSTUK 3: Afweging bij en voorwaarden voor toekennen aanvraag individuele voorziening

Artikel 5a: Toekenning individuele voorzieningen

Het college kent een individuele voorziening toe voor zover volgens de procedure, op basis van artikel 4, is vastgesteld dat de jeugdige:

  • a.

    op eigen kracht of met zijn ouders of andere personen uit zijn naaste omgeving geen oplossing voor zijn hulpvraag kan vinden;

  • b.

    geen oplossing kan vinden voor zijn hulpvraag door, al dan niet gedeeltelijk, gebruik te kunnen maken van een overige voorziening;

  • c.

    geen oplossing kan vinden voor zijn hulpvraag door, al dan niet gedeeltelijk, gebruik te maken van een andere voorziening;

Artikel 5b: Toekenning individuele voorziening via Persoonsgebonden budget

  • 1.

    Het college verstrekt een persoonsgebonden budget in overeenstemming met artikel 8.1.1 van de Jeugdwet.

  • 2.

    Het college verstrekt geen persoonsgebonden budget voor zover de aanvraag betrekking heeft op kosten die de belanghebbende voorafgaand aan de indiening van de aanvraag heeft gemaakt en niet meer is na te gaan of de ingekochte voorziening noodzakelijk was.

  • 3.

    Het college bepaalt bij nadere regeling onder welke voorwaarden de persoon aan wie een persoonsgebonden budget wordt verstrekt, de hulp of ondersteuning kan betrekken van een persoon die behoort tot het sociale netwerk.

  • 4.

    De hoogte van een persoonsgebonden budget:

    • a.

      wordt vastgesteld aan de hand van een door de cliënt, de jeugdige en zijn ouders, opgesteld plan over hoe hij het persoonsgebonden budget gaat besteden.

    • b.

      is toereikend om veilige, doeltreffende en kwalitatief goede jeugdhulp in te kopen.

  • 5.

    Tussenpersonen of belangenbehartigers mogen niet uit het persoonsgebonden budget worden betaald.

  • 6.

    De hoogte van een persoonsgebonden budget wordt vastgesteld voor:

    • a.

      begeleiding:

      • 1.

        Tarief voor het sociaal netwerk c.q. niet professionele ondersteuning wordt gebaseerd op het gemiddelde regionale tarief en wordt vermeld in het Financieel Besluit Jeugdhulp Montferland 2018.

      • 2.

        ondersteuning gericht op ontwikkeling of stabilisering individueel of in groepsverband of logeren: 1°. door een daartoe opgeleid persoon; of 2°. waarvoor bijzondere deskundigheden zijn vereist; wordt berekend op basis van het op dat moment van toepassing zijnde gemiddelde Achterhoekse ZIN tarief, minus 15% overhead, tenzij dit tarief onder het laagste Achterhoekse ZIN tarief komt van die datum. In dat geval wordt uitgegaan van het laagste Achterhoekse ZIN tarief. Jaarlijks kan het persoonsgebonden budget tarief geïndexeerd worden conform de indexering van de ZIN tarieven.

    • b.

      Het bedrag dat wordt uitbetaald, bedraagt voor vervoer ten behoeve van deelname groepsondersteuning in het kader van de Jeugdwet is opgenomen in Financieel Besluit Jeugdhulp Montferland 2018. Jaarlijks kan het persoonsgebonden budget tarief geïndexeerd worden conform de indexering van de ZIN tarieven.

    • c.

      Het bedrag dat wordt uitbetaald bedraagt voor vervoer met rolstoel ten behoeve van deelname groepsondersteuning in het kader van de jeugdwet is opgenomen in Financieel Besluit Jeugdhulp Montferland 2018. Jaarlijks kan het persoonsgebonden budget tarief geïndexeerd worden conform de indexering van de ZIN tarieven.

Artikel 6: Inhoud beschikking

  • 1.

    In de beschikking tot verstrekking van een individuele voorziening wordt in ieder geval aangegeven of de voorziening in natura of als pgb wordt verstrekt en wordt tevens aangegeven hoe bezwaar tegen de beschikking kan worden gemaakt;

  • 2.

    Bij het verstrekken van een individuele voorziening worden in de beschikking de met de jeugdige of zijn ouders gemaakte afspraken vastgelegd.

HOOFDSTUK 4: Overige bepalingen

Artikel 7: Nieuwe feiten en omstandigheden, herziening, intrekking of terugvordering

  • 1.

    Onverminderd artikel 8.1.2 van de wet doen een jeugdige of zijn ouders op verzoek of onverwijld uit eigen beweging aan het college mededeling van alle feiten en omstandigheden, waarvan hun redelijkerwijs duidelijk moet zijn dat deze aanleiding kunnen zijn tot heroverweging van een beslissing aangaande een individuele voorziening.

  • 2.

    Onverminderd artikel 8.1.4 van de wet kan het college een beslissing aangaande een individuele voorziening herzien dan wel intrekken als het college vaststelt dat:

    • a.

      de jeugdige of zijn ouders onjuiste of onvolledige gegevens hebben verstrekt en de verstrekking van juiste of volledige gegevens tot een andere beslissing zou hebben geleid;

    • b.

      de jeugdige of zijn ouders niet langer op de individuele voorziening of op het pgb zijn aangewezen;

    • c.

      de individuele voorziening of het pgb niet meer toereikend is te achten;

    • d.

      de jeugdige of zijn ouders niet voldoen aan de voorwaarden van de individuele voorziening of het pgb, of

    • e.

      de jeugdige of zijn ouders de individuele voorziening of het pgb niet of voor een ander doel gebruiken dan waarvoor het is bestemd.

  • 3.

    Als het college een beslissing op grond van het tweede lid, onder a, heeft ingetrokken en de verstrekking van de onjuiste of onvolledige gegevens opzettelijk heeft plaatsgevonden, dient het college van degene die opzettelijk onjuiste of onvolledige gegevens heeft verschaft geheel of gedeeltelijk de geldswaarde te vorderen van de ten onrechte genoten individuele voorziening of het ten onrechte genoten pgb.

  • 4.

    Een besluit tot verlening van een pgb kan worden ingetrokken als blijkt dat het pgb binnen zes maanden na uitbetaling niet is aangewend voor de bekostiging van de voorziening waarvoor de verlening heeft plaatsgevonden. Het college onderzoekt uit het oogpunt van kwaliteit van de geleverde zorg, al dan niet steekproefsgewijs, de bestedingen van pgb’s.

Artikel 8: Verhouding prijs en kwaliteit aanbieders jeugdhulp en uitvoerders

kinderbeschermingsmaatregelen en jeugdreclassering

Het college houdt in het belang van een goede prijs-kwaliteitverhouding bij de vaststelling van de tarieven die het hanteert voor door derden te leveren jeugdhulp of uit te voeren kinderbeschermingsmaatregelen of jeugdreclassering, rekening met:

  • a.

    de aard en omvang van de te verrichten taken;

  • b.

    de voor de sector toepasselijke CAO-schalen in relatie tot de zwaarte van de functie;

  • c.

    een redelijke toeslag voor overheadkosten;

  • d.

    een voor de sector reële mate van non-productiviteit van het personeel als gevolg van verlof, ziekte, scholing en werkoverleg;

  • e.

    kosten voor bijscholing van het personeel.

Artikel 9: Vertrouwenspersoon

  • 1.

    Het college zorgt ervoor dat jeugdigen en ouders een beroep kunnen doen op een onafhankelijke vertrouwenspersoon;

  • 2.

    Het college wijst jeugdigen en ouders erop dat zij zich desgewenst kunnen laten bijstaan door een onafhankelijke vertrouwenspersoon.

Artikel 10: Klachtregeling

  • 1.

    Het college behandelt klachten van jeugdigen of ouders die betrekking hebben op de wijze van afhandeling van aanvragen als bedoeld in deze verordening, overeenkomstig het bepaalde in Hoofdstuk 9 van de Algemene wet bestuursrecht en/of een nog nader vast te stellen regeling.

  • 2.

    Aanbieders dienen te beschikken over een regeling voor de afhandeling van klachten van hun cliënten.

  • 3.

    Onverminderd andere handhavingsbevoegdheden ziet het college toe op de naleving van deze eisen door periodieke overleggen met de aanbieders.

Artikel 11: Inspraak en medezeggenschap

  • 1.

    Het college betrekt de ingezetenen van de gemeente, waaronder in ieder geval de Sociale Raad, bij de voorbereiding en evaluatie van het beleid betreffende jeugdhulp overeenkomstig de krachtens artikel 150 van de Gemeentewet gestelde regels met betrekking tot de wijze waarop inspraak wordt verleend.

  • 2.

    Het college stelt cliënten en vertegenwoordigers van cliëntgroepen vroegtijdig in de gelegenheid voorstellen voor het beleid betreffende jeugdhulp te doen, advies uit te brengen bij de besluitvorming over verordeningen en beleidsvoorstellen betreffende jeugdhulp, en voorziet hen van ondersteuning om hun rol effectief te kunnen vervullen.

  • 3.

    Het college zorgt ervoor dat ingezetenen kunnen deelnemen aan periodiek overleg, waarbij zij onderwerpen voor de agenda kunnen aanmelden, en dat zij worden voorzien van de voor een adequate deelname aan het overleg benodigde informatie en ondersteuning.

  • 4.

    Het college stelt nadere regels vast ter uitvoering van het tweede en derde lid.

Artikel 12: Nadere regels

Voor zover noodzakelijk voor de uitvoering van deze verordening, kan het college overige nadere regels stellen.

Artikel 13: Hardheidsclausule

  • 1.

    Het college kan in bijzondere gevallen ten gunste van de jeugdige of zijn ouders afwijken van de bepalingen in deze verordening, als toepassing van deze verordening tot onbillijkheden van overwegende aard leidt.

  • 2.

    In gevallen, de uitvoering van deze verordening betreffend, waarin deze verordening niet voorziet, beslist het college.

Artikel 14. Intrekking oude verordening en overgangsrecht

  • 1.

    De verordening jeugdhulp Montferland 2015 wordt ingetrokken.

  • 2.

    Een jeugdige of ouder houdt recht op een lopende voorziening, verstrekt op grond van de verordening jeugdhulp Montferland 2015 totdat het college een nieuw besluit heeft genomen.

  • 3.

    Aanvragen die zijn ingediend onder de verordening jeugdhulp Montferland 2015 en waarop nog niet is beslist bij het in werking treden van deze verordening, worden afgehandeld krachtens deze verordening.

Artikel 15: Inwerkingtreding

Deze verordening treedt in werking op 01-01-2017.

Artikel 16: Citeertitel

Deze verordening wordt aangehaald als: Verordening Jeugdhulp Montferland 2017.