Ziet u een fout in deze regeling? Meld het ons op regelgeving@overheid.nl!
Nederweert

Besluit van het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Nederweert houdende regels omtrent uitvoering van subsidies

Wetstechnische informatie

Gegevens van de regeling
OrganisatieNederweert
OrganisatietypeGemeente
Officiële naam regelingBesluit van het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Nederweert houdende regels omtrent uitvoering van subsidies
CiteertitelUitvoeringsbesluit Subsidies Nederweert 2019
Vastgesteld doorcollege van burgemeester en wethouders
Onderwerpfinanciën en economie
Eigen onderwerp
Externe bijlagenVastgestelde lijst zoals bedoeld in artikel 1.J1 van het Uitvoeringsbesluit subsidie 2019 ten behoeve van de subsidiejaren 2019 en 2020 Toelichting Besluit Subsidies 2019

Opmerkingen met betrekking tot de regeling

Deze regeling vervangt de Uitvoeringsregeling waarderingssubsidies Cultuur, Jeugdwerk, Sport en Maatschappelijke Ondersteuning Nederweert 2010, de Uitvoeringsregeling Incidentele en Projectsubsidies Nederweert 2010, de Uitvoeringsregeling Investeringssubsidies Gemeente Nederweert 2010 en de Uitvoeringsregeling Prestatiesubsidies en representatie 2010.

Wettelijke grondslag(en) of bevoegdheid waarop de regeling is gebaseerd

artikel 3 Algemene Subsidieverordening Nederweert 2019

Overzicht van in de tekst verwerkte wijzigingen

Datum inwerkingtreding

Terugwerkende kracht tot en met

Datum uitwerkingtreding

Betreft

Datum ondertekening

Bron bekendmaking

Kenmerk voorstel

01-01-2019nieuwe regeling

31-07-2018

Gemeenteblad, 25-10-2018

B&W 18-02030

Tekst van de regeling

Intitulé

Besluit van het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Nederweert houdende regels omtrent uitvoering van subsidies

Burgemeester en wethouders van gemeente Nederweert

 

Overwegende dat het noodzakelijk is om naar aanleiding van de in 2017 gehouden evaluatie van het gemeentelijke subsidiebeleid, een nieuwe uitvoeringsregeling vast te stellen, met daarbij behorende subsidievormen, - normen en voorwaarden;

 

gelet op artikel 3 van de Algemene subsidieverordening gemeente Nederweert 2019;

 

besluiten:

vast te stellen het Uitvoeringsbesluit Subsidies Nederweert 2019.

 

Toepasselijkheid

 

  • 1.

    Op dit besluit is van toepassing de Algemene Subsidieverordening Nederweert 2019.

  • 2.

    Bepalingen in dit besluit die afwijken van het bepaalde in de Algemene Subsidieverordening Nederweert 2019 hebben voorrang, mits er geen sprake is van afwijkingen van wezenlijke (kaderstellende) aard.

Hoofdstuk 1 Waarderingssubsidie

Artikel 1.1. Subsidiabele organisaties

  • 1.

    Een waarderingssubsidie wordt verstrekt als de subsidieaanvrager:

    • a.

      gevestigd is in de gemeente Nederweert;

    • b.

      ingeschreven is bij de Kamer van Koophandel;

    • c.

      aangesloten is bij een overkoepelende organisatie;

    • d.

      als vereniging minimaal 15 contributie betalende leden heeft.

  • 2.

    Het college kan in afwijking van het gestelde in het eerste lid, onder a. bepalen dat een aanvrager die niet in de gemeente Nederweert gevestigd is, voor een subsidie in aanmerking wordt gebracht.

  • 3.

    Indien van een aanvrager het aantal subsidiabele leden dat ingezetene is van de gemeente Nederweert lager is dan 50% van het totale aantal subsidiabele leden van de aanvrager, wordt de waarderingssubsidie slechts verstrekt over het aantal leden dat ingezetene is van de gemeente Nederweert.

Artikel 1.2. Subsidieperiode

  • 1.

    De subsidie wordt, als sprake is van een subsidie op basis van ledental en/of een vast bedrag, toegekend voor de periode van twee kalenderjaren.

  • 2.

    De subsidie wordt jaarlijks uitbetaald.

Artikel 1.3. Grondslag

De subsidie wordt berekend aan de hand van een opgave van het aantal subsidiabele leden op 1 januari voorafgaande aan de subsidieperiode, gebaseerd op de gegevens die de subsidieaanvrager indient.

Artikel 1.4. Indexering

  • 1.

    De subsidienormen zoals opgenomen in dit hoofdstuk kunnen per subsidieperiode worden geïndexeerd.

  • 2.

    Als indexcijfer wordt het ‘consumentenprijsindexcijfer’ van het Centraal Bureau voor de Statistiek gehanteerd van twee jaren voorafgaand aan de subsidieperiode waarvoor de subsidie wordt verleend.

  • 3.

    Er wordt per subsidieperiode een overzicht opgesteld van de geïndexeerde subsidienormen en als bijlage bij dit besluit gevoegd.

Artikel 1.5. Verantwoording

Subsidieontvanger verstrekt vóór 1 mei na afloop van een kalenderjaar aan het college de door het bestuur van de rechtspersoon vastgestelde jaarverslag en de vastgestelde jaarrekening over het betreffende kalenderjaar.

Artikel 1.6. Hardheidsclausule

Het college kan in individuele gevallen van een of meer bepalingen van dit hoofdstuk afwijken dan wel deze buiten toepassing laten, voor zover toepassing leidt tot een onbillijkheid van overwegende aard.

Artikel 1.A1. ZANGKOREN

Onder een zangkoor wordt verstaan een zelfstandig zanggezelschap.

Artikel 1.A2. Subsidiegrondslag en –bedrag

  • 1.

    Subsidiegrondslag is het aantal leden tot en met 20 jaar en leden van 65 jaar en ouder.

  • 2.

    De subsidie per lid als bedoeld in het eerste lid van dit artikel bedraagt € 10,00 per jaar.

  • 3.

    De subsidie wordt direct vastgesteld.

Artikel 1.B1. TONEELVERENIGINGEN

Onder een toneelvereniging wordt verstaan een zelfstandig toneelgezelschap.

Artikel 1.B2. Subsidiegrondslag en –bedrag

  • 1.

    Subsidiegrondslag is het aantal leden tot en met 20 jaar en leden van 65 jaar en ouder.

  • 2.

    De subsidie per lid als bedoeld in het eerste lid van dit artikel bedraagt € 10,00 per jaar.

  • 3.

    De subsidie wordt direct vastgesteld.

Artikel 1.C1. MUZIEKGEZELSCHAPPEN

Onder muziekgezelschappen worden verstaan harmonieën of fanfares.

Artikel 1.C2. Subsidiegrondslag en –bedrag

  • 1.

    Subsidiegrondslag is

    • a.

      het aantal leden tot en met 20 jaar

    • b.

      het aantal leden van 65 jaar en ouder.

  • 2.

    De subsidie bedraagt:

    • a.

      per lid bedoeld in lid 1, onder a. € 150,00 per jaar.

    • b.

      per lid bedoeld in lid 1, onder b. € 10,00 per jaar.

  • 3.

    De subsidie wordt direct vastgesteld.

Artikel 1.D1. SCHUTTERIJEN

Een schutterij is een vereniging welke zich richt op het beoefenen van muziek en schietsport die bij publieksoptredens gebruik maakt van een trommel- en/of klaroenkorps.

Artikel 1.D2. Subsidiegrondslag en –bedrag

  • 1.

    Subsidiegrondslag is

    • a.

      het aantal leden tot en met 20 jaar

    • b.

      het aantal leden van 65 jaar en ouder.

  • 2.

    De subsidie bedraagt:

    • a.

      per lid bedoeld in lid 1, onder a. € 90,00 per jaar.

    • b.

      per lid bedoeld in lid 1, onder b. € 10,00 per jaar.

  • 3.

    De subsidie wordt direct vastgesteld.

Artikel 1.E1. SCOUTING EN JONG NEDERLAND-AFDELINGEN

Een scouting- of Jong Nederland-afdeling dient aangesloten te zijn bij een landelijke en/of provinciale overkoepelende organisatie.

Artikel 1.E2. Subsidiegrondslag en -bedrag

  • 1.

    Subsidiegrondslag is:

    • a.

      het aantal leden tot en met 20 jaar;

    • b.

      een vast bedrag.

  • 2.

    De subsidie bedraagt per lid als bedoeld in lid 1 onder a. € 35,00 per jaar.

  • 3.

    De vaste bijdragen als bedoeld in lid 1, onder b. zijn:

    • a.

      Scouting Nederweert € 13.500,--

    • b.

      Jong Nederland Ospel € 5.000,--

    • c.

      Jong Nederland Budschop € 5.000,--

    • d.

      Jong Nederland Leveroy € 6.000,--.

  • 4.

    De subsidie wordt direct vastgesteld.

Artikel 1.F1. SPORTVERENIGINGEN

Onder sportverenigingen worden verstaan verenigingen die zijn aangesloten bij een overkoepelende en/of nationale sportbond.

Artikel 1.F2. Subsidiegrondslag en –bedrag

  • 1.

    Subsidiegrondslag is:

    • a.

      het aantal leden tot en met 20 jaar

    • b.

      het aantal leden van 65 jaar en ouder.

  • 2.

    De subsidie bedraagt:

    • a.

      per lid bedoeld in lid 1, onder a. € 23,00 per jaar;

    • b.

      per lid bedoeld in lid 1, onder b. € 10,00 per jaar

  • 3.

    De subsidie wordt direct vastgesteld.

Artikel 1.G1. OUDERENVERENIGINGEN

Een ouderenvereniging is een vereniging die zich richt op het behartigen van de belangen van de ouderen en sociaal-culturele en recreatieve activiteiten organiseert voor personen die in meerdere mate ouder dan 65jaar zijn.

Artikel 1.G2. Subsidiegrondslag en -bedrag

  • 1.

    De subsidiegrondslag voor ouderenverenigingen is het aantal leden van 65 jaar en ouder.

  • 2.

    De subsidie bedraagt per lid als bedoeld in lid 1 € 10,00 per jaar.

  • 3.

    De subsidie wordt direct vastgesteld.

Artikel 1.H1. MEER BEWEGEN VOOR OUDEREN (MBvO)

Een MBvO-groep is een (onderdeel van een) vereniging die zich richt op verzorgen van meer bewegen voor ouderen –activiteiten voor personen in beginsel in de leeftijd vanaf 65 jaar, waarvan de activiteiten worden verzorgd door een MBvO-gecertificeerde leiding;

Artikel 1.H2. Subsidiegrondslag

  • 1.

    De subsidiegrondslag voor een MBvO-groep is het aantal uren dat per jaar door gecertificeerde leiding een erkende MBvO-les wordt gegeven in een daartoe geschikte ruimte.

  • 2.

    De gecertificeerde leiding dient in het bezit te zijn van een geldig EHBO-diploma met reanimatie.

  • 3.

    Bij de subsidieaanvraag geeft het bestuur:

    • a.

      een opgave van het aantal leden per 1 januari van het jaar voorafgaand aan de subsidieperiode waarvoor subsidie wordt aangevraagd;

    • b.

      een opgave van het aantal uren per week en het aantal weken waarop in het betreffende subsidiejaar les zal worden gegeven

  • 4.

    De subsidie bedraagt per uur als bedoeld in lid 3, onder b. € 18,50.

  • 5.

    In tegenstelling tot het gestelde in artikel 1.2 wordt de subsidie verleend per kalenderjaar en vastgesteld op basis van de werkelijk uren van de MBvO-lessen.

  • 6.

    De aanvraag tot subsidievaststelling vindt plaats vóór 1 maart na afloop van het kalenderjaar waarvoor de subsidie is verleend, onder overlegging van het werkelijke aantal groepen en het werkelijke aantal uren dat de MBvO-activiteiten zijn gegeven.

  • 7.

    Binnen 12 weken na ontvangst van de in lid 6 genoemde bescheiden, stellen burgemeester en wethouders de subsidie vast.

Artikel 1.I1. VROUWENVERENIGING

Een vrouwenvereniging is een vereniging die zich richt op het behartigen van de belangen van vrouwen en sociaal-culturele en recreatieve activiteiten organiseert.

Artikel 1.I2. Subsidiegrondslag en -bedrag

  • 1.

    De subsidiegrondslag voor ouderenverenigingen is het aantal leden van 65 jaar en ouder.

  • 2.

    De subsidie bedraagt per lid als bedoeld in lid 1 € 10,00 per jaar.

  • 3.

    De subsidie wordt direct vastgesteld.

Artikel 1.J1 OVERIGE WAARDERINGSSUBSIDIES

  • 1.

    Het college stelt voorafgaand aan een subsidieperiode een lijst vast van subsidieverlening die niet zijn gebaseerd op de subsidienormen van dit hoofdstuk;

  • 2.

    De lijst bedoeld in lid 1 wordt op de gebruikelijke wijze gepubliceerd.

  • 3.

    De subsidie wordt direct vastgesteld.

Hoofdstuk 2 Incidentele subsidies

Artikel 2.1 Omschrijvingen

  • 1.

    Onder een incidentele subsidie wordt verstaan: een subsidie die wordt verleend voor een bepaalde, al dan niet regelmatig terugkerende activiteit, waarvoor geen (jaarlijks terugkerende) waarderingssubsidie wordt verstrekt zoals bedoeld in hoofdstuk 1.

  • 2.

    De incidentele activiteiten hebben betrekking op de bevordering van leefbaarheid, maatschappelijke ondersteuning, cultuur, jeugdwerk, sport en vrijwilligerswerk.

  • 3.

    Voor het opstarten van nieuwe organisaties op de gebieden als bedoeld in lid 2, kan een incidentele subsidie worden verstrekt

  • 4.

    Burgemeester en wethouders kunnen ten aanzien van incidentele subsidies als bedoeld in lid 1 nadere regels stellen.

Artikel 2.2. Indieningstermijn

De aanvraag voor een incidentele subsidie wordt tijdig voorafgaande aan de start van de activiteiten waarvoor de subsidie wordt gevraagd, bij burgemeester en wethouders ingediend.

Artikel 2.3 Directe subsidievaststelling

  • 1.

    Tenzij de omvang van de subsidie niet onmiddellijk bepaalbaar is, vindt subsidieverlening en - vaststelling direct plaats.

  • 2.

    In de beschikking wordt aangegeven welk bedrag voor welke activiteit(en) wordt verstrekt, voor welk tijdvak en met welke verplichtingen en op welke wijze tot uitbetaling van de subsidie zal worden overgegaan, dan wel voorschotten worden gegeven .

Artikel 2.4 Kadercursussen

  • 1.

    Onder een kadercursus wordt verstaan een door het college erkende cursus van minimaal 4 klokuren die gericht is op deskundigheidsbevordering van het vrijwillig (toekomstig) bestuurskader of technisch kader van de subsidieaanvrager met als doel deze deskundigheid over te dragen aan leden en deelnemers van de subsidieaanvrager.

  • 2.

    Een erkende kadercursus wordt georganiseerd door een sportbond, Huis van de Sport Limburg, een landelijke of regionale muziekbond, Scouting Nederland (landelijk of provinciaal), Jong Nederland (landelijk of provinciaal), een landelijke of regionale gehandicapten- of categorale patiëntenorganisatie, een landelijke of provinciale ouderenorganisatie, het Huis van de Zorg Limburg, het Oranje Kruis of een andere door het college in aanmerking gebrachte overkoepelende organisatie.

  • 3.

    Per kadercursus wordt per subsidiejaar aan een subsidieaanvrager subsidie verstrekt voor maximaal 10 kaderleden.

  • 4.

    In afwijking van het bepaalde in de leden 2 en 3, wordt een binnen één vereniging of samenwerkende verenigingen gegeven kadercursus, die voor minimaal 10 kaderleden wordt gegeven, voor subsidie in aanmerking gebracht.

Artikel 2.4.1 Subsidiegrondslagen

  • 1.

    De subsidie in de kosten van een kadercursus bedraagt:

    • a.

      80% van de deelnemersbijdrage, waaronder worden verstaan de inschrijf- en de examengelden, alsmede de noodzakelijke kosten van aanschaf van boeken, niet zijnde naslagwerken, met overlegging van het cursusprogramma;

    • b.

      80% van de reiskosten die gebaseerd zijn op de werkelijk kosten van openbaar vervoer, danwel 80% van een nader door burgemeester en wethouders vast te stellen bedrag per gereden kilometer.

    • c.

      80% van de subsidiabele – werkelijk gemaakte - kosten verbonden aan de kadercursus als bedoeld in artikel 2.4, lid 4, tot een maximum van € 1.000,00;

  • 2.

    De subsidie als bedoeld in het eerste lid onder a. en b. bedraagt per cursus per deelnemer niet meer dan € 600,00.

  • 3.

    Onder subsidiabele kosten als bedoeld in lid 1 onder c. worden verstaan: de zaalhuur, cursusleiding, cursussyllabus en nader door burgemeester en wethouders te bepalen kosten, niet zijnde consumptieve uitgaven.

Artikel 2.5 Voorwaarden

  • 1.

    Aan de subsidieverlening kunnen aanvullende voorwaarden worden verbonden.

  • 2.

    De aanvrager geeft aan burgemeester en wethouders wijzigingen door die van invloed zijn op de hoogte van de verleende en/of vastgestelde subsidie.

  • 3.

    De vastgestelde subsidie kan gewijzigd worden aan de hand van de wijzigingen zoals bedoeld in lid 2.

Artikel 2.6 Hardheidsclausule

Het college kan in individuele gevallen van een of meer bepalingen van dit hoofdstuk afwijken dan wel deze buiten toepassing laten, voor zover toepassing leidt tot een onbillijkheid van overwegende aard.

Hoofdstuk 3 Projectsubsidies

Artikel 3.1 Aanvraag projectsubsidie

  • 1.

    Een aanvraag voor een projectsubsidie wordt bij burgemeester en wethouders ingediend tenminste 12 weken voordat een start wordt gemaakt met de activiteiten waarvoor subsidie wordt aangevraagd.

  • 2.

    De in het eerste lid genoemde termijn geldt niet indien de subsidieaanvraag op verzoek van de gemeente wordt ingediend.

  • 3.

    Burgemeester en wethouders zijn bevoegd, in afwijking van het eerste lid, te bepalen dat de aanvraag vóór een bepaalde datum moet worden ingediend.

  • 4.

    De subsidieaanvraag gaat in ieder geval vergezeld van een activiteitenplan met nader omschreven doelstellingen en een begroting met toelichting.

  • 5.

    Burgemeester en wethouders kunnen ten aanzien van projectsubsidies als bedoeld in lid 1 nadere regels stellen.

Artikel 3.2 De subsidieverlening

  • 1.

    De beschikking tot subsidieverlening wordt door burgemeester en wethouders verleend binnen 8 weken nadat de aanvraag daartoe is ingediend.

  • 2.

    De in het eerste lid genoemde termijn kan eenmaal verlengd worden met vier weken.

  • 3.

    Aan de subsidieverlening kunnen nadere voorwaarden worden verbonden.

Artikel 3.3 Tussentijdse rapportage

  • 1.

    Burgemeester en wethouders kunnen aan de subsidieontvanger de voorwaarde opleggen tot het verstrekken van (een) tussentijdse rapportage(s) over de voortgang van het project, mede in relatie tot de uitputting van de beschikbare middelen.

  • 2.

    Burgemeester en wethouders kunnen per project nadere regels stellen omtrent de aard en de inhoud van de tussentijdse rapportage.

  • 3.

    Zo spoedig mogelijk na de ontvangst van de tussentijdse rapportage treden burgemeester en wethouders in overleg met de subsidieontvanger indien de rapportage daartoe aanleiding geeft dan wel indien de subsidieontvanger daartoe een verzoek indient.

Artikel 3.4 Vaststelling projectsubsidie

  • 1.

    Binnen 8 weken nadat de activiteiten waarvoor projectsubsidie is verleend, zijn afgerond, dient de subsidieontvanger bij burgemeester en wethouders een aanvraag in tot subsidievaststelling.

  • 2.

    De aanvraag gaat vergezeld van een activiteitenverslag en een financieel verslag.

  • 3.

    Burgemeester en wethouders kunnen per project nadere regels stellen omtrent de inhoudelijke en financiële verantwoording.

  • 4.

    Binnen 8 weken na de indiening van de aanvraag tot subsidievaststelling stellen burgemeester en wethouders de subsidie vast.

Artikel 3.5 Hardheidsclausule

Het college kan in individuele gevallen van een of meer bepalingen van dit hoofdstuk afwijken dan wel deze buiten toepassing laten, voor zover toepassing leidt tot een onbillijkheid van overwegende aard.

Hoofdstuk 4 Budgetsubsidies

Artikel 4.1 Aanvraag budgetsubsidie

  • 1.

    Een aanvraag voor een budgetsubsidie wordt bij burgemeester en wethouders ingediend vóór 1 juni voorafgaand aan het jaar waarvoor subsidie wordt aangevraagd.

  • 2.

    Bij de aanvraag dient te worden overgelegd:

    • a.

      een activiteitenplan met daarin een overzicht van de activiteiten waarvoor subsidie wordt aangevraagd en de daarmee nagestreefde doelstellingen en een aanduiding hoe de activiteiten aansluiten bij de gemeentelijke doelstellingen op het desbetreffende beleidsterrein;

    • b.

      een begroting met een overzicht van de geraamde inkomsten en uitgaven per cluster van activiteiten waarvoor subsidie wordt aangevraagd en, voor zover van toepassing, een vergelijking met de begroting van het lopende boekjaar en de gerealiseerde inkomsten en uitgaven van het jaar, voorafgaand aan het lopende jaar.

  • 3.

    Burgemeester en wethouders kunnen tevens vragen bij de aanvraag de volgende bescheiden over te leggen:

    • a.

      een plan, waarin aangegeven wordt welke voorzieningen en reserves de subsidieaanvrager meent te moeten treffen, voor welke doeleinden deze dienen en tot welk bedrag hij deze wenst tevormen;

b de omvang van de egalisatiereserve;

  • c.

    de balans van het voorafgaande jaar met toelichting;

  • d.

    een opgave van met de instelling gelieerde rechtspersonen alsmede van de aard van de betrekking met die rechtspersonen;

  • e.

    andere naar het oordeel van burgemeester en wethouders noodzakelijke bescheiden.

Artikel 4.2 Subsidieverlening

  • 1.

    De beschikking tot subsidieverlening wordt gegeven binnen vier weken nadat het besluit terzake is genomen.

  • 2.

    De beschikking tot subsidieverlening gaat vergezeld van een uitvoeringsovereenkomst.

Artikel 4.3 Tussentijdse rapportage

  • 1.

    Burgemeester en wethouders kunnen aan de subsidieontvanger een tussentijdsverslag vragen over de voortgang van de gesubsidieerde activiteiten in een bepaalde periode en een prognose voor de resterende periode in het subsidiejaar. Het verslag daartoe dient uiterlijk 1 maand na afloop van de bepaalde periode bij burgemeester en wethouders te worden ingediend.

  • 2.

    Burgemeester en wethouders kunnen per subsidieontvanger nadere regels stellen omtrent de aard en de inhoud van de tussentijdse rapportage.

  • 3.

    Zo spoedig mogelijk na de ontvangst van de tussentijdse rapportage treden burgemeester en wethouders in overleg met de subsidieontvanger indien de rapportage daartoe aanleiding geeft dan wel indien de subsidieontvanger daartoe een verzoek indient.

Artikel 4.4 Vaststelling budgetsubsidie

1.De subsidieontvanger dient vóór 1 mei volgend op het subsidiejaar waarvoor subsidie is verleend

een aanvraag tot subsidievaststelling bij in bij burgemeester en wethouders.

  • 2.

    De aanvraag gaat vergezeld van een jaarrekening met balans en een activiteitenverslag.

  • 3.

    De jaarrekening is zodanig opgesteld dat een verantwoord oordeel kan worden gevormd omtrent het vermogen, het exploitatiesaldo en de liquiditeit van de subsidieontvanger.

  • 4.

    De balans met de toelichting geeft getrouw, duidelijk en stelselmatig de grootte van het exploitatiesaldo van het boekjaar weer.

  • 5.

    De jaarrekening sluit aan op de begroting waarvoor subsidie is verleend en behelst een vergelijking met de gerealiseerde inkomsten en uitgaven van het jaar, voorafgaand aan het boekjaar waarvoor subsidie is verleend.

  • 6.

    De jaarrekening gaat minimaal vergezeld van een samenstellingsverklaring op basis van een onderzoek naar de jaarrekening.

  • 7.

    Burgemeester en wethouders kunnen een accountantsverklaring verlangen. De accountantsverklaring geeft aan of de jaarrekening voldoet aan de bij of krachtens de wet gestelde voorschriften en of het activiteitenverslag, voor zover hij dat verslag kan beoordelen, met het financiële verslag verenigbaar is. De accountant geeft de uitslag van zijn onderzoek weer in een schriftelijke verklaring omtrent de getrouwheid van het financiële verslag.

  • 8.

    Binnen 12 weken na indiening van de aanvraag tot subsidievaststelling stellen burgemeester en wethouders de subsidie vast.

Artikel 4.5 Hardheidsclausule

Het college kan in individuele gevallen van een of meer bepalingen van dit hoofstuk afwijken dan wel deze buiten toepassing laten, voor zover toepassing leidt tot een onbillijkheid van overwegende aard.

Hoofdstuk 5 Investeringssubsidies

Artikel 5.1 Begripsbepalingen

Onder een investeringssubsidie wordt verstaan: een subsidie in de kosten van aankoop, verbouw, uitbreiding van accommodaties en/of materiële aanschaffingen ten behoeve van die accommodaties die voor de uitvoering van activiteiten noodzakelijk zijn.

Artikel 5.2 Begrenzing

  • 1.

    Er wordt uitsluitend subsidie verstrekt aan subsidieaanvragers die gevestigd zijn in de gemeente Nederweert.

  • 2.

    Een investeringssubsidie wordt niet verleend indien de totale kosten van een investering lager zijn dan € 5.000,00.

Artikel 5.3 Aanvraag investeringssubsidie

  • 1.

    Een aanvraag voor een investeringssubsidie wordt bij burgemeester en wethouders ingediend tenminste 12 weken voordat met de activiteiten waarvoor subsidie wordt aangevraagd een start wordt gemaakt.

  • 2.

    De subsidieaanvraag dient vergezeld gaan van:

    • a.

      een omschrijving van de noodzaak van de investering;

    • b.

      een activiteitenplan waaruit de meerwaarde van de accommodatie blijkt;

    • c.

      een gespecificeerde kostenraming;

    • d.

      een meerjarig financieringsplan vergezeld van een exploitatiebegroting waarin de lasten van de investering zijn verwerkt;

    • e.

      andere naar het oordeel van het college noodzakelijke gegevens en bescheiden.

Artikel 5.4 Aandeel subsidie in de investering

Het aandeel van een gemeentelijke investeringssubsidie bedraagt 35% van de erkende kosten, zulks op basis van aannemingsprijzen.

Artikel 5.5 Subsidieverlening

  • 1.

    De beschikking tot subsidieverlening wordt verleend binnen 12 weken nadat de aanvraag daartoe is ingediend.

  • 2.

    De in het eerste lid genoemde termijn kan eenmaal verlengd worden met vier weken.

  • 3.

    Indien voor de investering ook subsidie is aangevraagd bij een andere overheid en/of fondsen en/of bij bedrijven kan het gevraagde besluit worden aanhouden totdat zekerheid is verkregen over die andere aanvragen.

Artikel 5.6 Vaststelling investeringssubsidie

  • 1.

    Binnen twaalf weken nadat de investering waarvoor subsidie is verleend zijn afgerond dient de subsidieontvanger bij burgemeester en wethouders een aanvraag in tot subsidievaststelling.

  • 2.

    De aanvraag gaat vergezeld van een financieel verslag waaruit blijkt dat de activiteiten waarvoor subsidie is verleend hebben plaatsgevonden.

  • 3.

    Binnen drie maanden na de indiening van de aanvraag tot subsidievaststelling stellen burgemeester en wethouders de subsidie vast.

Artikel 5.7 Wijziging bestemming

  • 1.

    Een wijziging van de bestemming van een accommodatie waarvoor een investeringssubsidie is verleend vindt slechts plaats na voorafgaande toestemming van burgemeester en wethouders.

  • 2.

    Indien een subsidieontvanger in strijd handelt met het eerste lid kunnen burgemeester en wethouders de investeringssubsidie geheel of gedeeltelijk terugvorderen.

Artikel 5.8 Hardheidsclausule

Het college kan in individuele gevallen van een of meer bepalingen van dit hoofdstuk afwijken dan wel deze buiten toepassing laten, voor zover toepassing leidt tot een onbillijkheid van overwegende aard.

Hoofdstuk 6 Overgangsregeling

Artikel 6
  • 1.

    Op aanvragen die vóór 31 december 2018 zijn ingediend en die betrekking hebben op het jaar 2018, danwel waarvan de uitvoering van activiteiten starten in 2018, zijn de subsidieregelingen van toepassing die gelden tot en met 31 december 2018.

  • 2.

    Op subsidievaststellingen die betrekking hebben op het jaar 2018, danwel waarvan de activiteiten zijn gestart in 2018, zijn de subsidieregelingen van toepassing die gelden tot en met 31 december 2018.

  • 3.

    Op aanvragen die vóór 31 december 2018 zijn ingediend en die betrekking hebben op het jaar 2019, danwel waarvan de uitvoering van activiteiten starten in het jaar 2019, is dit uitvoeringsbesluit van toepassing.

  • 4.

    De beleidsregels die zijn vastgesteld op grond van de Uitvoeringsregeling zoals vermeld in artikel 7.1 lid 2, onder b, worden geacht te zijn genomen op grond van artikel 2.1, lid 4 en artikel 3.1., lid 5 van dit besluit.

Hoofdstuk 7 Slotbepaling

Artikel 7
  • 1.

    Dit besluit treedt in werking per 1 januari 2019.

  • 2.

    Met in achtneming van het bepaalde in artikel 6.1. worden per 1 januari 2019 de volgende besluiten ingetrokken:

    • a.

      Uitvoeringsregeling waarderingssubsidies Cultuur, Jeugdwerk, Sport en Maatschappelijke Ondersteuning Nederweert 2010, zoals vastgesteld op 8 december 2009 en de wijzigingsbesluiten van deze uitvoeringsregeling die sindsdien zijn vastgesteld;

    • b.

      Uitvoeringsregeling Incidentele en Projectsubsidies Nederweert 2010, zoals vastgesteld in de vergadering van 22 december 2009 en de wijzigingsbesluiten van deze uitvoeringsregeling die sindsdien zijn vastgesteld;

    • c.

      Uitvoeringsregeling Investeringssubsidies Gemeente Nederweert 2010, zoals vastgesteld op 8 december 2009 en de wijzigingsbesluiten van deze uitvoeringsregeling die sindsdien zijn vastgesteld;

    • d.

      Uitvoeringsregeling Prestatiesubsidies en representatie 2010, zoals vastgesteld op 8 december 2009 en de wijzigingsbesluiten van deze uitvoeringsregeling die sindsdien zijn vastgesteld.

 

Aldus besluiten in de vergadering van 31 juli 2018.

Burgemeester en wethouders van Nederweert