Ziet u een fout in deze regeling? Meld het ons op regelgeving@overheid.nl!
Nijmegen

Verordening op de heffing en de invordering van parkeerbelastingen 2017

Wetstechnische informatie

Gegevens van de regeling
OrganisatieNijmegen
OrganisatietypeGemeente
Officiële naam regelingVerordening op de heffing en de invordering van parkeerbelastingen 2017
CiteertitelVerordening parkeerbelastingen 2017
Vastgesteld doorgemeenteraad
Onderwerpfinanciën en economie
Eigen onderwerpbelastingen

Opmerkingen met betrekking tot de regeling

Geen

Wettelijke grondslag(en) of bevoegdheid waarop de regeling is gebaseerd

artikel 225, van de Gemeentewet

Regelgeving die op deze regeling is gebaseerd (gedelegeerde regelgeving)

Geen

Overzicht van in de tekst verwerkte wijzigingen

Datum inwerkingtreding

Terugwerkende kracht tot en met

Datum uitwerkingtreding

Betreft

Datum ondertekening

Bron bekendmaking

Kenmerk voorstel

16-01-2017Onbekend

21-12-2016

Gmb 2016-184668

Raadsbesluit nr. 124/2016

Tekst van de regeling

Intitulé

VERORDENING PARKEERBELASTINGEN 2017

De Raad van de Gemeente Nijmegen, bijeen in zijn openbare vergadering van 21 december 2016;

Gelezen het voorstel vanburgemeester en wethouders van 15 november 2016 2016; FA20, nr. 16.0010259;

Gelet op artikel 225, van de Gemeentewet;

Besluitvast te stellen de volgende verordening:

Verordening op de heffing en de invordering van parkeerbelastingen 2017 (Verordening parkeerbelastingen 2017)

 

Artikel 1 Begripsomschrijvingen

Voor de toepassing van deze verordening wordt verstaan onder:

  • a.

    Autodate: het herhaald en opeenvolgend gezamenlijk gebruik van motorvoertuigen op grond van een overeenkomst tussen een aanbieder die motorvoertuigen ter beschikking stelt en een deelnemer, zijnde een natuurlijk persoon.

  • b.

    Binnen de singels: het gebied dat wordt begrensd door het Keizer Traianusplein, de St. Canisiussingel, de Oranjesingel, het Keizer Karelplein, de Van Schaeck Mathonsingel, de spoorlijn Nijmegen-Arnhem en de Waalkade, met inbegrip van de genoemde wegen of weggedeelten;

  • c.

    Buiten de singels: geheel Nijmegen, met uitzondering van het gebied binnen de singels

  • d.

    Centrale computer: computer van het bedrijf c.q. de bedrijven waarmee de gemeente Nijmegen een overeenkomst heeft gesloten, bestemd voor de registratie van parkeerbewegingen in het kader van het verlenen van diensten op het gebied van betaald parkeren met gebruik van een telefoon en/of internet;

  • e.

    College: het College van Burgemeester en Wethouders

  • f.

    houder van een motorrijtuig: degene op wiens naam het voor het motorvoertuig opgegeven kenteken in het register krachtens de Wegenverkeerswet 1994 is ingeschreven of degene die het motorvoertuig op grond van een contract van huurkoop of vruchtgebruik (lease) onder zicht heeft;

  • g.

    motorvoertuig: hetgeen daaronder wordt verstaan in artikel 1 onder z van het RVV 1990;

  • h.

    openbare weg: alle voor het openbaar verkeer openstaande wegen of paden met inbegrip van de daarin liggende bruggen en duikers en de tot die wegen behorende paden en bermen of zijkanten

  • i.

    parkeerapparatuur: parkeermeters, centrale computer, parkeerautomaten met inbegrip van verzamelparkeermeters en hetgeen naar maatschappelijke opvatting overigens onder parkeerapparatuur wordt verstaan;

  • j.

    parkeervergunning: een door Burgemeester en Wethouders verleende vergunning, krachtens welke het is toegestaan een motorvoertuig te parkeren op daartoe aangewezen parkeerplaatsen op de openbare weg;

  • k.

    parkeren: hetgeen daaronder wordt verstaan in artikel 225 van de Gemeentewet;

  • l.

    RVV 1990: het Reglement Verkeersregels en Verkeerstekens van 26 juli 1990, Stb. 459;

  • m.

    Tarieventabel: de bij deze verordening behorende tabel waarin opgenomen de tarieven voor de verschillende parkeerbelastingen;

  • n.

    vergunninghouder: de natuurlijke persoon of rechtspersoon aan wie een vergunning is verleend;

  • o.

    zelfstandige woning: woning welke een eigen toegang heeft, voorzien is van een toilet en keuken en welke de bewoner kan bewonen zonder daarbij afhankelijk te zijn van wezenlijke voorzieningen buiten die woning, danwel een woning waarvan met van een notariële acte wordt aangetoond dat sprake is van een zelfstandige woning. Voor deze verordening wordt onder woning mede verstaan: woonwagen op een daartoe aangewezen centrum en woonboot op een reguliere ligplaats:

  • p.

    zorginstelling: instellingen in de curatieve zorg die beschikken over een erkenning van het College van Ziekenhuisvoorzieningen (CvZ), sectoren Verpleging en Verzorging, de geestelijke en gezondheidszorg (ggz) en gehandicaptenzorg volgens de Awbz-zorg, alsmede professionele organisaties voor stervensbegeleiding.

  • q.

    dag: kalenderdag;

  • r.

    week: periode van 7 aaneengesloten dagen;

  • s.

    maand: kalendermaand;

  • t.

    bezoekersregeling: de regeling waarbij een bezoeker van een belanghebbende, die in een betaald parkeren gebied woont, tegen een gereduceerd uurtarief kan parkeren. De regeling geldt voor een maximaal aantal uren per kalenderjaar. Urenregistratie vindt digitaal plaats middels een digitale aan- en afmelding van het parkeertijdstip;

  • u.

    parkeerregeling mantelzorg: de regeling waarbij een bewoner die mantelzorg ontvangt en die in aanmerking komt voor het mantelzorgcompliment, zijn mantelzorgers tegen gereduceerd uurtarief kan laten parkeren. De regeling geldt voor een maximaal aantal uren per kalenderjaar. Urenregistratie vindt digitaal plaats middels een digitale aan- en afmelding van het parkeertijdstip.

Artikel 2 Belastbaar feit

Onder de naam "parkeerbelastingen" worden de volgende belastingen geheven:

  • a.

    een belasting ter zake van een van gemeentewege verleende vergunning voor het parkeren van een voertuig op de in die vergunning aangegeven plaats en wijze.

  • b.

    een belasting ter zake van het parkeren van een voertuig op een bij, dan wel krachtens deze verordening in de daarin aangewezen gevallen door het college te bepalen plaats, tijdstip en wijze;

Artikel 3 Belastingplicht

  • 1.

    De belasting bedoeld in artikel 2, onderdeel b, wordt geheven van degene die het voertuig heeft geparkeerd.

  • 2.

    Als degene die het voertuig heeft geparkeerd, wordt mede aangemerkt:

    • a.

      degene die de belasting voldoet, dan wel te kennen geeft of heeft gegeven de belasting te willen voldoen;

    • b.

      zolang geen voldoening van de belasting genoemd in artikel 2, onderdeel b, heeft plaatsgevonden: de houder van het voertuig, met dien verstande dat

      • §

        indien een voor ten hoogste drie maanden aangegane huurovereenkomst wordt overgelegd waaruit blijkt wie ten tijde van het parkeren ingevolge deze overeenkomst de huurder van het voertuig was, niet de houder maar de huurder wordt aangemerkt als degene die het voertuig heeft geparkeerd;

      • §

        indien blijkt dat een ander in het kentekenregister had moeten staan ingeschreven, die ander wordt aangemerkt als degene die het voertuig heeft geparkeerd.

  • 3.

    De belasting bedoeld in artikel 2, onderdeel b, wordt niet geheven van degene die op de voet van het tweede lid, onderdeel b, als degene die het voertuig heeft geparkeerd wordt aangemerkt, indien deze aannemelijk maakt dat ten tijde van het parkeren een ander tegen zijn wil van het voertuig heeft gebruik gemaakt en dat hij dit gebruik redelijkerwijs niet heeft kunnen voorkomen.

  • 4.

    De belasting bedoeld in artikel 2, onderdeel a, wordt geheven van degene die de vergunning heeft aangevraagd.

Artikel 4 Maatstaf van heffing, belastingtarief en belastingtijdvak

De maatstaf van heffing, het belastingtarief en het belastingtijdvak zijn vermeld in de bij deze verordening behorende en daarvan deel uitmakende tarieventabel.

Artikel 5 Ontstaan van de belastingschuld en heffing naar tijdsgelang

  • 1.

    De belasting bedoeld in artikel 2, onderdeel a, is verschuldigd bij de aanvang van het heffingstijdvak waarover de belasting wordt geheven.

  • 2.

    De belasting bedoeld in artikel 2, onderdeel b, is verschuldigd bij de aanvang van het parkeren.

  • 3.

    Indien de belastingplicht als bedoeld in artikel 2, onderdeel a, in de loop van een vergunning periode aanvangt, is de belasting verschuldigd voor het resterende gedeelte van de vergunningstermijn van zes maanden;

  • 4.

    Indien de belastingplicht als bedoeld in artikel 2, onderdeel a in de loop van een vergunning periode eindigt, wordt restitutie verleend voor het resterende gedeelte van de vergunningstermijn van 6 maanden.

  • 5.

    In afwijking van het vorige lid bestaat geen ontheffing van de belastingplicht voor de vergunningen zoals opgenomen in Hoofdstuk I onder L van de bij deze verordening behorende tarieventabel.

Artikel 6 Wijze van heffing en termijnen van betaling

  • 1.

    De belasting bedoeld in artikel 2, onderdeel a, wordt geheven via een gedagtekende schriftelijke kennisgeving, waartoe ook wordt gerekend een nota of andere schriftuur, en moet worden betaald op het tijdstip waarop de vergunning wordt verleend.

  • 2.

    De belasting bedoeld in artikel 2, onderdeel b, wordt geheven bij wege van voldoening op aangifte en moet worden betaald bij de aanvang van het parkeren.

  • 3.

    In afwijking van het bepaalde in het vorige lid moet de belasting overeenkomstig de aangifte worden betaald binnen een maand na het einde van het parkeren, indien het bij de aanvang van het parkeren in werking stellen van de parkeerapparatuur geschiedt door het via een telefoon inloggen op de centrale computer.

  • 4.

    Een naheffingsaanslag moet terstond worden betaald.

Artikel 7 Bevoegdheid tot aanwijzing parkeerplaatsen

De aanwijzing van de plaats waar, het tijdstip en de wijze waarop tegen betaling van de belastingen, bedoeld in artikel 2 mag worden geparkeerd, geschiedt door het college bij openbaar te maken besluit. (zie Aanwijzingsbesluit betaald parkeren en Uitwerkingsbesluit parkeren)

Artikel 8 Kosten naheffingsaanslag

De kosten van de naheffingsaanslag ter zake van de belasting bedoeld in artikel 2, onderdeel b, bedragen €61,-.

Artikel 9 Vrijstelling van het betalen van parkeerbelastingen

Het parkeren van de volgende gebruikers wordt niet gereguleerd en is derhalve vrijgesteld van het parkeren van parkeerbelastingen als bedoeld in artikel 2 van deze verordening:

  • a.

    Gehandicapte, voor zover deze beschikt over een duidelijk zichtbaar aangebrachte:

    • §

      geldige Europese Gehandicapten Parkeerkaart,

    • §

      gemeentelijke parkeerontheffing voor gehandicapten

    • §

      buitenlandse gehandicaptenparkeerkaart

  • b.

    als zodanig herkenbare politievoertuigen

  • c.

    als zodanig herkenbare brandweervoertuigen

  • d.

    als zodanig herkenbare ambulances

  • e.

    als zodanig herkenbare dierenambulances

  • f.

    als zodanig herkenbare dienstvoertuigen van de gemeente Nijmegen.

Artikel 10 Kwijtschelding

Bij de invordering van deze belasting wordt geen kwijtschelding verleend.

Artikel 11 Nadere regels door het college van burgemeester en wethouders

Het college van burgemeester en wethouders kan nadere regels geven met betrekking tot de heffing en de invordering van de parkeerbelasting.

Artikel 12 Overgangsrecht

De "Verordening Parkeerbelastingen 2016" gepubliceerd onder nr. Gmb-2015-124560, wordt ingetrokken met ingang van de in artikel 13 genoemde datum van ingang van de heffing, met dien verstande dat zij van toepassing blijven op de belastbare feiten die zich voor die datum hebben voorgedaan.

Artikel 13 Inwerkingtreding

1.Deze verordening treedt in werking op de dag na publicatie, welke tevens de datum van ingang vande heffing is, met dien verstande dat de verordening niet eerder dan 16 januari 2017 in werking treedt.

2.De tarieven zoals opgenomen in de tarieventabel treden in werking op de dag na publicatie, metdien verstande dat de verordening niet eerder dan 16 januari 2017 in werking treedt.

Artikel 14 Citeertitel

Deze verordening kan worden aangehaald als "Verordening Parkeerbelastingen 2017".

 

Aldus vastgesteld in de openbare raadsvergadering van 21 december 2016.

 

De plaatsvervangend raadsgriffier,

S.E.M. Bruins MA Msc

 

De voorzitter,

Drs. H.M.F. Bruls

 

Tarieventabel, behorende bij de verordening parkeerbelastingen 2017

I.

I.Tarieven voor parkeren met een parkeervergunning, zoals bedoeld in art. 2 onderdeel a

 

 

 

 

Binnen singels conform artikel 1 sub b verordening parkeer-belastingen 2017

Buiten de singels conform artikel 1 sub c verordening parkeer-belastingen 2017

A.

Bewonersvergunning

€ 87,00 per half jaar € 14,50 per maand

€ 75,00 per half jaar € 12,50 per maand

B.

Bedrijfsvergunning beperkt, geldig van

maandag tot en met vrijdag van 09.00

tot 18.00 uur

€ 180,00 per half jaar

€ 30,00 per maand

€120,00 per half jaar

€ 20,00 per maand

C.

Bedrijfsvergunning beperkt, geldig van

maandag tot en met zondag

€ 300,00 per half jaar

€ 50,00 per maand

€180,00 per half jaar

€ 30,00 per maand

D.

Bedrijfsvergunning onbeperkt, geldig van

maandag tot en met vrijdag van 09.00 tot 18.00 uur

€ 300,00 per half jaar

€ 50,00 per maand

€ 180,00 per half jaar

€ 30,00 per maand

E.

Bedrijfsvergunning onbeperkt, geldig van

maandag tot en met zondag

€ 480,00 per half jaar

€ 80,00 per maand

€ 240,00 per half jaar

€ 40,00 per maand

F.

Bedrijfsvergunning beperkt, geldig van

maandag tot en met vrijdag van 09.00 tot 18.00 uur in vergunninggebied T

 

€ 62,10 per half jaar

€ 10,35 per maand

G.

Overloopvergunning

€ 60,00 per half jaar

€ 10,00 per maand

 

H.

Autodatevergunning binnen een gebied waar parkeerbelasting van toepassing is

€ 279,30 per half jaar

€ 46,55 per maand

 

I.

Autodatevergunning buiten een gebied waar parkeerbelasting van toepassing is

€ 51,30 per jaar

 

J.

Marktparkeervergunning 1 dag per week

€ 30,80 per half jaar

 

K.

Marktparkeervergunning 2 dagen per week

€ 51,30 per half jaar

 

L.

Hulpverleningsvergunning

€ 129,10 per jaar

 

M.

Bezoekersregeling €0,20 per uur met een maximum van 500 uur per kalenderjaar voor

bewoners in het centrum en in de 1e Ring en met een maximum van 400 uren per kalenderjaar voor bewoners in de 2e Ring

 

 

N.

Parkeerregeling mantelzorg € 0,20 per uur met een maximum van 400 uur per kalenderjaar

 

 

 

II Tarieven voor parkeren bij parkeerapparatuur 2017

A.Het tarief voor het parkeren bij parkeerapparatuur als bedoeld in artikel 2, onderdeel b, bedraagt per parkering voor de straten en terreinen:

Locatie

Tarief

Wedren

€ 7,30 per dag

Vierdaagseplein

Van 09.00 uur tot 18.00 uur €2,20 per uur met een maximum van €7,30 per dag.

Van 18.00 uur tot 21.00 uur €0,50 per uur.

Evenemententerrein Waalkade

Van 09.00 uur tot 18.00 uur €2,60 per uur.

Van 18.00 uur tot 21.00 uur €0,50 per uur.

Parkeerterrein oude Stad

Van 09.00 uur tot 18.00 uur €2,20 per uur en koopavond van 18.00 uur tot 21.00 uur €0,50 per uur met een maximum van €7,30 per dag.

Radboud Universiteit Academisch Ziekenhuis

€ 1,65 per uur

Novium Woonboulevard

€ 1,00 per 3 uur of gedeelte daarvan

 

 

  • B.

    Het tarief voor het parkeren bij parkeerapparatuur als bedoeld in artikel 2, onderdeel b, voor zover gelegen binnen het gebied dat wordt begrensd door het Keizer Traianusplein, de St. Canisiussingel, de Oranjesingel, het Keizer Karelplein, de Van Schaeck Mathonsingel, de spoorlijn Nijmegen-Arnhem en de Waalkade, met inbegrip van de genoemde wegen of weggedeelten: € 2,60 per uur.

  • C.

    Het tarief voor het parkeren bij parkeerapparatuur als bedoeld in artikel 2, onderdeel b, voor zover gelegen binnen het gebied dat wordt begrensd door de Van Schaeck Mathonsingel, de spoorlijn Nijmegen-Nijmegen Heyendaal, de Stephanusstraat, de St. Annastraat, de Fransestraat, de Groesbeekseweg, de Guyotstraat, de Waldeck Pyrmontsingel, de Jacob Canisstraat, de Berg en Dalseweg, de C. Noorduynstraat, de Graadt van Roggenstraat, de St. Canisiussingel, de Oranjesingel en het Keizer Karelplein, met inbegrip van de genoemde wegen of weggedeelten uitgezonderd de St. Annastraat vanaf de kruising met de Fransestraat en de C. Noorduynstraat: €2,20 per uur

  • D.

    Het tarief voor het parkeren bij parkeerapparatuur als bedoeld in artikel 2, onderdeel b. gelegen in de nabijheid van en bestemd voor parkeren bij McDonald’s ten zuiden van de Wijchenseweg: € 0,25 per 45 minuten of gedeelte daarvan;

  • E.

    Het tarief voor het parkeren bij parkeerapparatuur als bedoeld in artikel 2, onderdeel b voor zover gelegen binnen het gebied dat wordt begrensd door de Van Schuylenburgweg, het Takenhofplein, de Wijchenseweg, de Viaductweg, het Maas-Waalkanaal en de Teersdijk: € 2,60 per uur;

  • F.

    Het tarief voor het parkeren bij parkeerapparatuur als bedoeld in artikel 2, onderdeel b voor zover gelegen buiten de onder punt A. tot en met E. omschreven gebieden: € 1,80 per uur;

  • G.

    Voor parkeren in geheel Nijmegen voor een onbeperkt aantal parkeringen (dag- meerdagenkaart):

    • §

      Per kalenderdag € 16,00

    • §

      Voor een periode van minimaal 2 tot maximaal 7 dagen € 58,65

    • §

      Voor een maand of gedeelte daarvan, doch meer dan twee weken € 127,90

  • H.

    Het tarief voor het parkeren bij parkeerapparatuur aan de Willemsweg en de Tollenstraat: €0,50 voor het eerste uur en €1,80 per uur voor ieder volgend uur;

Toelichting Verordening parkeerbelastingen

In de verordening parkeerbelastingen is de toepassing van betaald parkeren geregeld, zoals bedoeld in artikel 225 van de gemeentewet. In artikel 2 van deze verordening zijn de vormen van parkeerbelastingen zoals die in de gemeentewet zijn opgenomen letterlijk weergegeven.

Parkeerbelastingen hebben uitsluitend betrekking op wegen die openbaar zijn in de zin van de Wegenwet. Dit zijn wegen die niet zijn afgesloten voor het verkeer door fysieke maatregelen (slagboom) of het bord “verboden toegang, art 461 wetboek van strafrecht”.

Een parkeervergunning wordt twee keer per jaar betaald voor een periode van 6 maanden: van april tot oktober en van oktober tot april.

Artikel 5

De restitutieregeling zoals opgenomen in het vierde lid van dit artikel geldt niet bij tussentijdse beëindiging van de hulpverlenersvergunning.

Artikel 7 regelt de bevoegdheden van het College van B&W. Het aanwijzen van parkeerplaatsen waar een fiscaal regime geldt, geschiedt in het “Aanwijzingsbesluit”, terwijl de tijden dat betaald parkeren van kracht is en de wijze waarop moet worden betaald is geregeld in het “Uitwerkingsbesluit”.

Er bestaat behoefte aan een product waarmee gebruikers voor langere tijd kunnen parkeren in het gebied waar betaald parkeren van kracht is. Denk bijvoorbeeld aan aannemers, incidentele werknemers of bedrijven die op meerdere plaatsen in de stad moeten parkeren op 1 dag. Voor deze groep is onder 2G de mogelijkheid opgenomen om voor langere tijd een parkeerkaart aan te schaffen. De tarieven daarvoor zijn gelijkgesteld aan de tarieven voor de parkeerontheffing uit de Legesverordening.

Artikel 10 gaat in op de mogelijkheid van kwijtschelding. Bij parkeerbelastingen die worden geheven bij wege van voldoening op aangifte is het verlenen van kwijtschelding niet aan de orde. De van hogerhand gegeven regels geven geen ruimte om voor deze belasting de rijksregels zonder meer toepassing te laten vinden. Derhalve is een uitsluiting in deze verordening opgenomen.

Omdat het bezoekersparkeertegoed van maximaal 500 uren per jaar in centrum en 1e Ring en maximaal 400 uren per jaar in 2e Ring te weinig kan zijn voor bewoners die mantelzorg ontvangen, kunnen deze bewoners in plaats van of naast een bezoekersregeling gebruik maken van de mantelzorgregeling. Voor deze regeling geldt een maximaal tegoed van 400 uren per jaar. De criteria om voor de parkeerregeling mantelzorg in aanmerking te komen zijn opgenomen in het vigerende Uitwerkingsbesluit parkeren.