Ziet u een fout in deze regeling? Meld het ons op regelgeving@overheid.nl!
Nijmegen

Verordening ambtelijke bijstand en fractieondersteuning 2017

Wetstechnische informatie

Gegevens van de regeling
OrganisatieNijmegen
OrganisatietypeGemeente
Officiële naam regelingVerordening ambtelijke bijstand en fractieondersteuning 2017
CiteertitelVerordening ambtelijke bijstand en fractieondersteuning 2017
Vastgesteld doorgemeenteraad
Onderwerpbestuur en recht
Eigen onderwerp

Opmerkingen met betrekking tot de regeling

Geen

Wettelijke grondslag(en) of bevoegdheid waarop de regeling is gebaseerd

artikel 33, derde lid, van de Gemeentewet

Overzicht van in de tekst verwerkte wijzigingen

Datum inwerkingtreding

Terugwerkende kracht tot en met

Datum uitwerkingtreding

Betreft

Datum ondertekening

Bron bekendmaking

Kenmerk voorstel

23-03-2018Nieuwe regeling

20-12-2017

gmb-2018-168505

Raadsbesluit d.d. 20 december 2017, nr. 136/2017

Tekst van de regeling

Intitulé

Verordening ambtelijke bijstand en fractieondersteuning 2017

De Raad van de Gemeente Nijmegen, bijeen in zijn openbare vergadering van 20 december 2017

Gelezen het raadsvoorstel “Vaststelling ‘Verordening ambtelijke bijstand en fractieondersteuning 2017’”

Gelet op artikel 33, derde lid, van de Gemeentewet;

Vast te stellen de navolgende ‘Verordening ambtelijke bijstand en fractieondersteuning 2017’;

 

HOOFDSTUK 1 ALGEMENE BEPALINGEN

Artikel 1 Begripsbepalingen

In deze verordening wordt verstaan onder:

  • a.

    de raad: de gemeenteraad;

  • b.

    het college: het college van burgemeester en wethouders;

  • c.

    de fractie: de raadsleden die op dezelfde kandidatenlijst zijn verkozen of anderszins samen optreden als politieke groepering in de raad;

  • d.

    de griffier: de griffier van de raad of diens plaatsvervanger;

  • e.

    de griffiemedewerker: de medewerker van de griffier die is aangesteld door of namens de raad;

  • f.

    de secretaris: de gemeentesecretaris of diens plaatsvervanger;

  • g.

    de ambtenaar: de in de reguliere ambtelijke organisatie werkzame medewerker die is aangesteld door of namens het college;

  • h.

    bijstand:

    1. feitelijke informatie;

    2. inzage in of afschriften van documenten;

    3. het verschaffen van een deskundig oordeel of advies.

    4. het doen van onderzoek of het verlenen van hulp daarbij;

    5. het opstellen van voorstellen of het verlenen van hulp daarbij;

HOOFDSTUK 2 AMBTELIJKE BIJSTAND

AFDELING 1 BIJSTAND AAN DE RAAD

Artikel 2 Opdracht tot bijstandverlening

  • 1.

    Indien de raad als geheel bijstand wenst, geeft hij – tenzij hij besluit tot uitbesteding – daartoe opdracht aan de griffier.

AFDELING 2 BIJSTAND AAN INDIVIDUELE RAADSLEDEN

Artikel 3 Verzoek aan de griffier

  • 1.

    Indien één of meerdere raadsleden bijstand wensen, wenden zij zich tot de griffier. Bijstand wordt zo spoedig mogelijk verleend door de griffier of door een griffiemedewerker.

  • 2.

    In de gevallen waarin de gevraagde bijstand van geringe omvang is, kan het raadslid zich ook rechtstreeks tot de desbetreffende ambtenaar wenden.

  • 3.

    Indien de desbetreffende ambtenaar twijfelt of het verzoek om bijstand de in het tweede lid bedoelde gevallen betreft, stelt hij het college daarvan in kennis. Het college beslist.

Artikel 4 Verzoek aan het college

  • 1.

    Indien de gevraagde bijstand niet door de griffier of een griffiemedewerker kan worden verleend, kan de griffier het college verzoeken om één of meer ambtenaren aan te wijzen die de gevraagde bijstand zo spoedig mogelijk verlenen.

Artikel 5 Weigeringsgronden

  • 1.

    Bijstand wordt verleend, tenzij;

    • a.

      het raadslid niet aannemelijk heeft gemaakt dat de bijstand betrekking heeft op de werkzaamheden van de raad;

    • b.

      dit het belang van de gemeente kan schaden;

    • c.

      de ermee gemoeide werkzaamheden een onevenredig beslag leggen op de capaciteit;

    • d.

      het verzoek een kennelijk discriminerende strekking heeft jegens individuele personen of groepen van personen.

Artikel 6 Beoordeling

  • 1.

    Indien een verzoek om bijstand op grond van artikel 3, eerste lid, gericht is aan de griffier, beoordeelt de griffier of bijstand dient te worden geweigerd. Indien een verzoek om bijstand op grond van artikel 4 aan het college is gericht, beoordeelt het college of bijstand dient te worden geweigerd.

  • 2.

    Weigering van het verzoek om bijstand wordt met redenen omkleed.

  • 3.

    Een geweigerd verzoek om bijstand kan worden voorgelegd aan de burgemeester. De burgemeester beslist zo spoedig mogelijk over het verzoek.

  • 4.

    Indien de griffier respectievelijk het college bijstand weigert op grond van de in artikel 5, onder c genoemde weigeringsgrond, kan de raad besluiten om externen in te schakelen.

Artikel 7 Machtiging aan secretaris

  • 1.

    Het college kan de secretaris en directeuren machtigen om namens hem besluiten te nemen die in het kader van deze verordening door het college genomen moeten worden.

HOOFDSTUK 3 FRACTIEONDERSTEUNING

Artikel 8 Financiële bijdrage

  • 1.

    Elke fractie heeft recht op een financiële bijdrage als tegemoetkoming in de kosten van het in fractieverband functioneren als politieke groepering in de gemeenteraad.

Artikel 9 Hoogte

  • 1.

    Voor de in artikel 8 bedoelde kosten worden met ingang van 1 januari 2011 de volgende vergoedingen verstrekt:

    • a.

      een bedrag van € 5.482,88,- per jaar per fractie;

    • b.

      een bedrag van € 2.076,22,- per jaar voor ieder raadslid van een fractie.

  • 2.

    De in het eerste lid bedoelde bedragen worden geïndexeerd. Indexering vindt plaats op basis van jaarlijks in de Staatscourant gepubliceerde percentages.

Artikel 10 Uitkering

  • 1.

    De in artikel 9 bedoelde vergoedingen worden betaald in twaalf maandelijkse termijnen.

  • 2.

    Het college draagt desgewenst zorg voor uitbetaling van de salarissen van de fractiemedewerkers. Deze betalingen worden in dat geval verrekend met de in het eerste lid bedoelde betalingen.

Artikel 11 Besteding

  • 1.

    Fracties besteden de bijdrage ten behoeve van hun volksvertegenwoordigende, kaderstellende en controlerende rol.

  • 2.

    De bijdrage mag niet gebruikt worden ter bekostiging van:

    • a.

      uitgaven die in strijd zijn met wettelijke bepalingen en overige regelingen;

    • b.

      betalingen aan politieke partijen, met politieke partijen verbonden instellingen of natuurlijke personen anders dan ter vergoeding van prestaties (diensten of goederen) geleverd ten behoeve van de fractie op basis van een gespecificeerde, reële declaratie;

    • c.

      giften;

    • d.

      uitgaven ten dienste van het individueel functioneren van raadsleden, die uit dien hoofde vallen onder de Verordening onkostenvergoedingen en voorzieningen voor raadsleden;

    • e.

      opleidingen voor individuele raads- en commissieleden.

Artikel 12 Reserves

  • 1.

    Niet gebruikte gedeelten van de bijdrage toekomend aan een fractie mogen worden gereserveerd ter besteding door die fractie in volgende jaren. De reserve is niet groter dan 30% van de bijdrage, die de fractie ingevolge artikel 9 in het voorgaande kalenderjaar toekwam.

  • 2.

    Een beroep in enig jaar op de opgebouwde reserve, komt tot uitdrukking in de afrekening als bedoeld in artikel 13 over dat jaar. Bevoorschotting vindt desgevraagd plaats.

  • 3.

    De reserve blijft na verkiezingen beschikbaar voor de fractie die onder dezelfde naam terugkeert, dan wel voor de fractie die naar het oordeel van de raad als opvolgster daarvan kan worden beschouwd.

  • 4.

    Bij splitsing van een fractie wordt de reserve verdeeld over de betrokken fracties naar evenredigheid van het aantal bij de splitsing betrokken leden, voor zover deze reserve niet meer bedraagt dan 30% van de bijdrage die de oorspronkelijke fractie in het voorgaande kalenderjaar ontving.

  • 5.

    Indien een fractie ophoudt te bestaan, is de betreffende fractie gehouden om het restantbedrag resp. middelen dat deze fractie nog aan vergoeding resp. middelen onder zich heeft, aan de gemeente terug te betalen.

Artikel 13 Verantwoording

  • 1.

    Elke fractie legt binnen drie maanden na het einde van een kalenderjaar verantwoording af over de besteding van de bijdrage voor fractieondersteuning.

  • 2.

    Controle op deze verantwoording vindt plaats onder verantwoordelijkheid van de controller van de gemeente.

  • 3.

    De gemeenteraad stelt de controle zoals bedoeld in lid 2 vast.

  • 4.

    Indien uit de controle blijkt dat een fractie in een kalenderjaar een hogere bijdrage heeft ontvangen dan waarop zij recht had, betaalt zij het teveel ontvangen bedrag onverwijld terug aan de gemeente.

  • 5.

    Indien een fractie, ook na schriftelijke aanmaning, in gebreke blijft te voldoen aan de plicht tot verantwoording genoemd in het eerste lid, wordt de betaling van de bijdrage in het lopende kalenderjaar opgeschort totdat de verantwoording heeft plaatsgevonden. De voorzitter kan in bijzondere gevallen bepalen dat geen opschorting plaatsvindt.

    Indien een fractie, ook na schriftelijke aanmaning, in gebreke blijft te voldoen aan de plicht tot terugbetaling genoemd in het derde lid, wordt het te restitueren bedrag ingehouden op de in lopende kalenderjaar aan de fractie te betalen bijdrage. De voorzitter kan in bijzondere gevallen bepalen dat geen inhouding plaatsvindt.

HOOFDSTUK 4 SLOTBEPALINGEN

Artikel 14 Citeertitel

  • 1.

    Deze verordening kan worden aangehaald als “Verordening ambtelijke bijstand en fractieondersteuning 2017”.

Artikel 15 Inwerkingtreding

  • 1.

    Deze verordening treedt in werking met ingang van de dag na publicatie in het gemeenteblad.

     

    Aldus vastgesteld in de vergadering van 20 december 2017:

    De Griffier a.i.;

    drs. Y.A. van Delft

    De Voorzitter;

    drs. H.M.F. Bruls