Ziet u een fout in deze regeling? Meld het ons op regelgeving@overheid.nl!
Noardeast-Fryslân

Verordening van de gemeenteraad van de gemeente Noardeast-Fryslân houdende regels omtrent de heffing en de invordering van bruggelden (Verordening bruggelden 2020)

Wetstechnische informatie

Gegevens van de regeling
OrganisatieNoardeast-Fryslân
OrganisatietypeGemeente
Officiële naam regelingVerordening van de gemeenteraad van de gemeente Noardeast-Fryslân houdende regels omtrent de heffing en de invordering van bruggelden (Verordening bruggelden 2020)
CiteertitelVerordening bruggelden 2020
Vastgesteld doorgemeenteraad
Onderwerpfinanciën en economie
Eigen onderwerp

Opmerkingen met betrekking tot de regeling

De datum van ingang van heffing is 1 januari 2020.

Deze regeling vervangt de Verordening bruggelden 2019.

Wettelijke grondslag(en) of bevoegdheid waarop de regeling is gebaseerd

  1. artikel 216 van de Gemeentewet
  2. artikel 219 van de Gemeentewet
  3. artikel 229, eerste lid, van de Gemeentewet
Overzicht van in de tekst verwerkte wijzigingen

Datum inwerkingtreding

Terugwerkende kracht tot en met

Datum uitwerkingtreding

Betreft

Datum ondertekening

Bron bekendmaking

Kenmerk voorstel

19-12-2019nieuwe regeling

07-11-2019

gmb-2019-306949

Tekst van de regeling

Intitulé

Verordening van de gemeenteraad van de gemeente Noardeast-Fryslân houdende regels omtrent de heffing en de invordering van bruggelden (Verordening bruggelden 2020)

De raad van de gemeente Noardeast-Fryslân;

 

gelezen het voorstel van het college van burgemeester en wethouders d.d. 1 oktober 2019;

 

gelet op de artikelen 216, 219 en 229, eerste lid, aanhef en onderdelen a en b van de Gemeentewet;

 

besluit:

 

vast te stellen de volgende verordening:

 

Verordening op de heffing en de invordering van bruggelden 2020

Artikel 1 Belastbaar feit

Onder de naam "bruggeld" wordt een recht geheven voor het door de gemeente openen en geopend houden van een brug tot het doorlaten van een vaartuig.

Artikel 2 Belastingplicht

Belastingplichtig ingevolge deze verordening is de kapitein, de schipper, de reder of de eigenaar van het vaartuig.

Artikel 3 Definities

Voor de toepassing van deze verordening wordt verstaan onder:

  • a.

    brug:

    • -

      de Altenabrêge gelegen over de Dokkumer Ee;

    • -

      de brug over de Dokkumer Ee, vormende de verbinding tussen de Hikkaarderdyk en de Kolkhuizerweg te Burdaard;

    • -

      de brug over de Dokkumer Ee, vormende de verbinding tussen de Jislumerdyk en de Brugweg te Burdaard.

  • b.

    vaartuigen: alle soorten van drijvende lichamen, welke wegens hun drijfvermogen worden gebezigd dan wel bestemd of geschikt zijn voor het vervoer te water van personen en goederen.

  • c.

    abonnement: jaarabonnement, verstrekt voor het openen en het geopend houden van de Altenabrêge aan eigenaren van pleziervaartuigen, die gedurende het zomerseizoen of winterseizoen een vaste ligplaats innemen aan een ligoever, dan wel een ligplaats innemen aan bij de gemeente in beheer of onderhoud zijnde kaden en oevers, alsmede aan de veerdam te Oostmahorn.

Artikel 4 Tarieven

  • 1.

    Het recht bedraagt voor het openen en het geopend houden van: de Altenabrêge:

    • a.

      per vaartuig € 5,00;

    • b.

      per abonnement € 56,95.

  • 2.

    Het recht bedraagt voor het openen en het geopend houden van: de brug over de Dokkumer Ee, vormende de verbinding tussen de Hikkaarderdyk en de Kolkhuizerweg te Burdaard;

    • a.

      per vaartuig € 1,75.

  • 3.

    Het recht bedraagt voor het openen en het geopend houden van: de brug over de Dokkumer Ee, vormende de verbinding tussen de Jislumerdyk en de Brugweg te Burdaard:

    • a.

      per vaartuig € 1,75.

Artikel 5 Vrijstellingen

De rechten worden niet geheven van:

  • 1.

    hospitaalschepen, waarop van toepassing is het bepaalde in artikel 1 van de internationale overeenkomst van 1904 betreffende aan hospitaalschepen te verlenen vrijstelling van rechten en heffingen;

  • 2.

    een roeivaartuig, behorende tot de uitrusting van een vaartuig, waarvoor een brug tegelijkertijd geopend of open gehouden is;

  • 3.

    vaartuigen, rechtstreeks in gebruik voor de rijks-, provinciale of gemeentedienst;

  • 4.

    een baggermachine en een vaartuig dat daarbij gebezigd wordt voor het vervoer van baggerspecie;

  • 5.

    vaartuigen, voor het bedrijfsmatig vervoer van goederen of personen.

Artikel 6 Wijze van heffing

  • 1.

    Het bruggeld per vaartuig wordt geheven bij wijze van kennisgeving van op of nabij de brug duidelijk zichtbaar geplaatste publicatieborden.

  • 2.

    Het bruggeld per abonnement wordt geheven door middel van een gedagtekende kennisgeving, nota of ander schriftuur, waarin het verschuldigde bedrag wordt vermeld.

  • 3.

    Het college van burgemeester en wethouders stelt de modellen van de in het tweede lid bedoelde bescheiden vast.

Artikel 7 Tijdstip van betaling

  • 1.

    Het bruggeld per vaartuig moet bij de doorvaart worden betaald.

  • 2.

    Het bruggeld per abonnement moet worden betaald op het moment van uitreiking van de gedagtekende kennisgeving, nota of ander schriftuur.

  • 3.

    Het liggeld moet worden betaald ingeval de kennisgeving, nota of ander schriftuur, als bedoeld in artikel 6, lid 2 wordt toegezonden, binnen 30 dagen na dagtekening van de kennisgeving, nota of ander schriftuur.

  • 4.

    De Algemene Termijnenwet is niet van toepassing op de in de voorgaande leden gestelde termijnen.

Artikel 8  

In afwijking van artikel 4:90, tweede lid, van de Algemene wet bestuursrecht wordt bij contante betaling van de bruggelden geen kwitantie afgegeven.

Artikel 9 Nadere regels door het college van burgemeester en wethouders

Het college van burgemeester en wethouders kan nadere regels geven met betrekking tot de heffing en de invordering van de bruggelden.

Artikel 10 Kwijtschelding

Bij de invordering van bruggelden wordt geen kwijtschelding verleend.

Artikel 11 Overgangsrecht

De “Verordening bruggelden 2019”, van 17 januari 2019 wordt ingetrokken met ingang van de in artikel 12, tweede lid genoemde datum van ingang van heffing, met dien verstande dat zij van toepassing blijft op de belastbare feiten die zich voor die datum hebben voorgedaan.

Artikel 12 Inwerkingtreding, datum ingang heffing en citeertitel

  • 1.

    Deze verordening treedt in werking met ingang van de eerste dag na die van bekendmaking.

  • 2.

    De datum van ingang van heffing is 1 januari 2020.

  • 3.

    Deze verordening kan worden aangehaald als 'Verordening bruggelden 2020'

Aldus vastgesteld in de openbare raadsvergadering van de raad van Noardeast-Fryslân van 7 november 2019.

de griffier,

mr. S. K. Dijkstra

de voorzitter,

drs. H.H. Apotheker