Ziet u een fout in deze regeling? Meld het ons op regelgeving@overheid.nl!
Noardeast-Fryslân

Verordening van de gemeenteraad van de gemeente Noardeast-Fryslân houdende regels omtrent de heffing en de invordering van lijkbezorgingsrechten (Verordening lijkbezorgingsrechten 2020)

Wetstechnische informatie

Gegevens van de regeling
OrganisatieNoardeast-Fryslân
OrganisatietypeGemeente
Officiële naam regelingVerordening van de gemeenteraad van de gemeente Noardeast-Fryslân houdende regels omtrent de heffing en de invordering van lijkbezorgingsrechten (Verordening lijkbezorgingsrechten 2020)
CiteertitelVerordening lijkbezorgingsrechten 2020
Vastgesteld doorgemeenteraad
Onderwerpfinanciën en economie
Eigen onderwerp

Opmerkingen met betrekking tot de regeling

De datum van ingang van heffing is 1 januari 2020.

Deze regeling vervangt de Verordening lijkbezorgingsrechten 2019.

Wettelijke grondslag(en) of bevoegdheid waarop de regeling is gebaseerd

  1. artikel 216 van de Gemeentewet
  2. artikel 219 van de Gemeentewet
  3. artikel 229, eerste lid, van de Gemeentewet
Overzicht van in de tekst verwerkte wijzigingen

Datum inwerkingtreding

Terugwerkende kracht tot en met

Datum uitwerkingtreding

Betreft

Datum ondertekening

Bron bekendmaking

Kenmerk voorstel

19-12-2019nieuwe regeling

07-11-2019

gmb-2019-306954

Tekst van de regeling

Intitulé

Verordening van de gemeenteraad van de gemeente Noardeast-Fryslân houdende regels omtrent de heffing en de invordering van lijkbezorgingsrechten (Verordening lijkbezorgingsrechten 2020)

De raad van de gemeente Noardeast-Fryslân;

 

gelezen het voorstel van het college van burgemeester en wethouders d.d. 1 oktober 2019;

 

gelet op de artikelen 216, 219, 229, eerste lid, aanhef en onderdelen a en b, van de Gemeentewet;

 

besluit:

 

vast te stellen de volgende verordening:

 

Verordening op de heffing en de invordering van lijkbezorgingsrechten 2020

Artikel 1. Begripsbepalingen

In deze verordening wordt verstaan onder:

  • a.

    begraafplaats(en): de gemeentelijke begraafplaats(en) van Noardeast-Fryslân:

  • begraafplaats ”Damwâldsterreedsje 3 te Dokkum”;

  • begraafplaats “Lindenhof, Metslawiersterweg 1A te Dokkum”;

  • begraafplaats “Reidswâl, Reidswâl 1 te Metslawier”;

  • begraafplaats “Molenzes, Holwerterdyk 11A te Ternaard”;

  • begraafplaats Burum, Rosemastraat 36, 9851 AP, Burum

  • begraafplaats Kollum, Adje Lambertszlaan 3, 9291 CX, Kollum

  • begraafplaats Munnekezijl , Kerkstraat 0, 9853 PR, Munnekezijl

  • begraafplaats Oudwoude, Nijenhof 2, 9294 KW, Oudwoude

  • begraafplaats Burdaard, Steenendamsterweg 9, 9112 HS, Burdaard.

  • b.

    lijk: het lichaam van een overledene of doodgeborene;

  • c.

    doodgeborene: de na een zwangerschapsduur van tenminste 24 weken levenloos ter wereld gekomen menselijke vrucht;

  • d.

    particuliergraf: een graf waarvoor aan een natuurlijk persoon of rechtspersoon het uitsluitend recht is verleend tot het doen begraven en begraven houden van lijken en het doen bijzetten en bijgezet houden van asbussen met of zonder urnen en het doen verstrooien van as in een graf;

  • e.

    kindergraf: een particulier graf, waarvoor aan een natuurlijke of rechtspersoon het uitsluitend recht is verleend tot het doen begraven en begraven houden van lijken en het bijzetten van asbussen met of zonder urnen en het doen verstrooien van as in het graf van kinderen tot en met 11 jaren;

  • f.

    urnengraf: een particulier graf, keldergraf daaronder begrepen, waarvoor aan een natuurlijk persoon of rechtspersoon het uitsluitend recht is verleend tot het bijzetten en bijgezet houden van asbussen met of zonder urnen en het verstrooien van as;

  • g.

    urnenplaats: een bovengrondse plaats waarvoor aan een natuurlijk persoon of rechtspersoon het uitsluitend recht is verleend voor het plaatsen van en geplaatst houden van urnen en asbussen;

  • h.

    particuliere gedenkplaats: een plaats waarvoor aan een natuurlijk persoon of rechtspersoon het uitsluitend recht is verleend voor het zonder begrafenis of zonder asbestemming plaatsen van een gedenkteken om overledenen te gedenken;

  • i.

    keldergraf: een kunststof, betonnen of gemetselde constructie waarin een of meerdere lijken worden begraven of asbussen worden bijgezet, wandgraven inbegrepen;

  • j.

    asbus: een bus ter berging van as van een lijk;

  • k.

    urn: een voorwerp ter berging van één of meer asbussen;

  • l.

    urnennis: een nis in een urnenmuur, een columbarium daaronder begrepen, waarin de gelegenheid wordt geboden tot het bijzetten en bijgezet houden van asbussen met of zonder urnen;

  • m.

    strooiweide: terrein op de begraafplaats dat bestemd is om permanent as op te verstrooien;

  • n.

    grafbedekking: gedenktekens of vaste planten die op het graf of de urnenplaats zijn geplaatst;

  • o.

    gedenkteken: een grafsteen, liggende of staande zerk, sierurn, sluitplaat, of ander monument ter nagedachtenis;

  • p.

    college: het college van burgemeester en wethouders;

  • q.

    beheerder: de functionaris, die door het college is belast met het (dagelijks) beheer van een begraafplaats;

  • r.

    rechthebbende: natuurlijk persoon of rechtspersoon aan wie een uitsluitend recht is verleend op een particulier graf, een particulier (kelder-)urnengraf, een particuliere urnenplaats of een particuliere gedenkplaats;

  • s.

    gebruiker: natuurlijk persoon of rechtspersoon aan wie een recht tot gebruik van een ruimte in een urnennis is verleend;

  • t.

    eigenaar: de natuurlijke persoon of een rechtspersoon die met toestemming van de rechthebbende of gebruiker de grafbedekking op een graf in eigendom heeft;

  • u.

    belanghebbende: een verzamelnaam vooralle contactpersonen met een belang bij een graf, een natuurlijk persoon of rechtspersoon, niet zijnde een rechthebbende;

  • v.

    aanvrager: de natuurlijke persoon of rechtspersoon die – al dan niet door tussenkomst van een uitvaartondernemer – opdracht geeft voor een begrafenis, bijzetting, herdenkingsplechtigheid of asverstrooiing, degene die de uitgifte van een graf, (kelder-)urnengraf of urnennis verzoekt en degene die om een gedenkplaats of gedenkteken verzoekt;

  • w.

    wet: Wet op de lijkbezorging en de daaruit voortvloeiende regelgeving;

  • x.

    grafrecht: het gebruiksrecht op het gebruik van een ruimte in een urnennis en het uitsluitend recht op een particulier graf, urnenplaats of gedenkplaats;

  • y.

    plaatsingsrecht: het recht tot het doen aanbrengen van een naamplaatje op een algemene herdenkingszuil;

  • z.

    grafakte: de beschikking in de zin van de Algemene wet bestuursrecht waarin overeenkomstig de bepalingen van deze verordening door of namens het college een grafrecht wordt verleend;

  • aa.

    lijkbezorging: een lijk laten begraven of cremeren of op een andere bij of krachtens de wet voorziene wijze;

  • bb.

    dubbelgraf: twee enkele graven naast elkaar van eenzelfde rechthebbende waar plaatsing van een gezamenlijke grafbedekking is toegestaan.

Artikel 2 Belastbaar feit.

Op basis van deze verordening worden rechten geheven voor het gebruik van de begraafplaats en voor het door de gemeente verlenen van diensten in verband met de begraafplaats.

Artikel 3 Belastingplicht.

De rechten worden geheven van degene op wiens aanvraag dan wel ten behoeve van wie de dienst wordt verricht of van degene die van de bezittingen, werken of inrichtingen gebruik maakt.

Artikel 4 Vrijstellingen.

De rechten worden niet geheven voor:

  • a.

    het lichten van een lijk of verwijderen van een asbus op rechterlijk gezag;

  • b.

    het begraven van doodgeboren kinderen of van zuigelingen die met de overleden moeder gelijktijdig in één graf worden begraven.

Artikel 5 Tarieven en maatstaven van heffing.

  • 1.

    De rechten worden geheven naar de maatstaven en de tarieven, opgenomen in de bij deze verordening behorende tarieventabel, met inachtneming van de daarbij behorende bijzondere bepalingen.

  • 2.

    Voor de berekening van de rechten wordt een gedeelte van een in de tarieventabel genoemde eenheid als een volle eenheid aangemerkt.

Artikel 6 Belastingtijdvak.

  • 1.

    Met betrekking tot de rechten die per jaar worden geheven is het belastingjaar gelijk aan het kalenderjaar.

  • 2.

    Met betrekking tot de rechten genoemd in hoofdstuk 4.1.2 van de tarieventabel is het belastingtijdvak gelijk aan de periode waarvoor wordt afgekocht.

  • 3.

    In afwijking van het bepaalde in het eerste lid is het belastingtijdvak in het jaar van aanvang van het gebruik gelijk aan het aantal in dat kalenderjaar nog aan te vangen kalendermaanden.

Artikel 7 Wijze van heffing.

De rechten worden geheven door middel van een aanslag of een gedagtekende schriftelijke kennisgeving waaronder mede wordt begrepen een elektronisch bericht, nota of ander schriftuur. Het gevorderde bedrag wordt digitaal dan wel door toezending of uitreiking van de schriftelijke kennisgeving aan de belastingplichtige bekend gemaakt.

Artikel 8 Ontstaan van de belastingschuld en heffing naar tijdsgelang voor de jaarlijks verschuldigde rechten

  • 1.

    De rechten als bedoeld in de tarieventabel zijn verschuldigd bij de aanvang van het belastingtijdvak of, zodat later is, bij de aanvang van de belastingplicht.

  • 2.

    Bij beëindiging van het uitsluitend recht op een particulier graf in de loop van het belastingjaar wordt geen restitutie verleend van reeds betaalde of nog verschuldigde rechten betreffende dat belastingjaar.

Artikel 9 Termijn van betaling.

  • 1.

    In afwijking van artikel 9, eerste lid van de Invorderingswet 1990 moeten de rechten worden betaald binnen 30 dagen na de dagtekening van de schriftelijke kennisgeving.

  • 2.

    De Algemene termijnenwet is niet van toepassing op de in het eerste lid gestelde termijn.

Artikel 10 Kwijtschelding

Bij de invordering van de lijkbezorgingsrechten wordt geen kwijtschelding verleend.

Artikel 11 Nadere regels door het college van burgemeester en wethouders

Het college van burgemeester en wethouders kan nadere regels stellen met betrekking tot de heffing en de invordering van de rechten.

Artikel 12 Overgangsrecht

De “Verordening lijkbezorgingsrechten 2019”, van 17 januari 2019 wordt ingetrokken met ingang van de in artikel 13, tweede lid genoemde datum van ingang van heffing, met dien verstande dat zij van toepassing blijft op de belastbare feiten die zich voor die datum hebben voorgedaan.

Artikel 13 Inwerkingtreding, datum ingang heffing en citeertitel

  • 1.

    Deze verordening treedt in werking met ingang van de eerste dag na die van bekendmaking.

  • 2.

    De datum van ingang van heffing is 1 januari 2020.

  • 3.

    Deze verordening kan worden aangehaald als 'Verordening lijkbezorgingsrechten 2020'

Aldus vastgesteld in de openbare raadsvergadering van de raad van Noardeast-Fryslân van 7 november 2019.

de griffier,

mr. S. K. Dijkstra

de voorzitter,

drs. H.H. Apotheker

Bijlage 1: Tarieventabel behorende bij het besluit van de raad van de gemeente Noardeast-Fryslân tot vaststelling van de Verordening op de heffing en de invordering van lijkbezorgingsrechten 2020 van 7 november 2019.

 

Hoofdstuk 1

 

Begraven, bijzetten van urnen en verstrooien van as

  • 1.

    Het tarief bedraag voor het in behandeling nemen van een aanvraag en/of het verrichten van diensten met betrekking tot:

    • 1.

      1.1.1 het begraven van een persoon van 12 jaren en ouder € 800,-

    • 2.

      1.1.1.1 het begraven van een persoon van 1 tot 12 jaren € 400,-

    • 3.

      1.1.1.2 het begraven van een persoon jonger dan 1 jaar en levenloos geborene € 200,-

    • 4.

      De tarieven opgenomen onder 1.1.1 tot en met 1.1.1.2 worden verhoogd met 50% ingeval van begraven, bijzetten van urnen en verstrooien van as op buitengewone uren, waaronder te verstaan:

      • -

        maandag tot en met vrijdag van 16.00 tot 18.00 uur

      • -

        zaterdag van 10.00 tot 16.00 uur.

    • 5.

      het begraven of bijzetten van een asbus in een graf, urnengraf, urnenplaats, urnennis € 125,-

    • 6.

      het verstrooien van as € 125,-

Hoofdstuk 2

 

Verlenen van grafrechten (inclusief algemeen onderhoud)

  • 2.1

    Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag en/of het verrichten van diensten met betrekking tot het verlenen van grafrecht op een particulier graf voor één persoon van 12 jaren en ouder:

     

    • 1.

      2.1.1 voor een periode van 10 jaren € 665,-

    • 2.

      2.1.1.1 voor een periode van 20 jaren € 1.465,-

    • 3.

      2.1.1.2 voor een periode van 30 jaren € 2.294,-

    • 4.

      2.1.2 De tarieven onder 2.1.1., 2.1.1.1 en 2.1.1.2 worden verminderd met 50% voor een grafrecht voor kinderen van 1 tot 12 jaren en met 75% voor kinderen jonger dan 1 jaar en levenloos geborenen.

  • 3.1

    Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag of het verrichten van diensten met betrekking tot het verlenen van het uitsluitend recht tot het doen begraven en begraven houden van twee asbussen in een urnengraf of urnenplaats of het inrichten van een gedenkplaats:

     

    • 1.

      2.2.1 voor een periode van vijf jaren € 320,-

    • 2.

      2.2.1.1 voor een periode van tien jaren € 665,-

    • 3.

      2.2.1.2 voor een periode van vijftien jaren € 1.030,-

    • 4.

      2.2.1.3 voor een periode van twintig jaren € 1.465,-

  • 4.1

    Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag en/of het verrichten van diensten met betrekking tot het verlenen van een gebruiksrecht op een urnennis voor twee asbussen:

     

    • 1.

      2.3.1 voor een periode van vijf jaren € 320,-

    • 2.

      2.3.1.1 voor een periode van tien jaren € 665,-

    • 3.

      2.3.1.2 voor een periode van vijftien jaren € 1.030,-

    • 4.

      2.3.1.3 voor een periode van twintig jaren € 1.465,-

  • 5.1

    Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag en/of het verrichten van diensten met betrekking tot het verlengen van een uitsluitend recht op een particulier graf, urnengraf, urnenplaats, gedenkplaats en gebruiksrecht urnennis

    • 1.

      2.4.1 voor een periode van vijf jaren € 320,-

    • 2.

      2.4.1.1 voor een periode van tien jaren € 665,-

    • 3.

      2.4.1.2 voor een periode van vijftien jaren € 1.030,-

    • 4.

      2.4.1.3 voor een periode van twintig jaren € 1.465,-

    • 5.

      2.4.2 De tarieven onder 2.4.1 tot en met 2.4.1.3 worden verminderd met 50% voor personen van een tot twaalf jaren en met 75% voor personen jonger dan een jaar en levenloos geborenen.

  • 6.1

    Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag voor een plaatsingsrecht van een gedenkplaatje op een algemeen herdenkingsmonument voor een periode van tien jaren € 95,-

Hoofdstuk 3

 

Opgraven en herbegraven

  • 3.1

    Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag en/of het verlenen van diensten voor:

     

    • 1.

      3.1.1 het opgraven van een stoffelijk overschot € 700,-

    • 2.

      3.1.1.1 Indien voor het opgraven van een stoffelijk overschot gebruik moet worden gemaakt van een extern bureau wordt het onder 3.1.1 genoemd bedrag verhoogd met het bedrag van de voorafgaand aan het in behandeling nemen van de aanvraag aan de aanvrager medegedeelde kosten blijkend uit een begroting die door de gemeenteambtenaar bedoeld in artikel 231, tweede lid, onderdeel b van de Gemeentewet is opgesteld.

    • 3.

      3.1.1.1.2 Indien een begroting als bedoeld onder 3.1.1.1 is uitgebracht wordt de aanvraag in behandeling genomen op de vijfde werkdag na de dag waarop de begroting aan de aanvrager ter kennis is gebracht, tenzij de aanvraag voor de vijfde werkdag schriftelijk is ingetrokken.

    • 4.

      3.1.2 het samenvoegen van overledenen in één bestaand graf € 1.500,-*

    • 5.

      3.1.3 het verwijderen van asbussen of urnen € 125,-

Hoofdstuk 4

 

Overige diensten

  • 4.1

    Het tarief bedraagt voor lopende onderhoudsrechten voortkomend uit verordeningen heffingsjaar 2018 en oudere heffingsjaren:

    • 1.

      4.1.1 onderhoud per jaar € 47,70 **

    • 2.

      4.1.2 afkoop van resterende jaren **

    • Contante waarde van de op het tijdstip van afkoop nog te verschijnen belastingbedragen, en wordt berekend door vermenigvuldiging van het jaarlijkse belastingbedrag met de hierna te noemen factor.

    • 1 jaar factor 1; 2 jaar factor 2; 3 jaar factor 2; 4 jaar factor 2;

    • 5 jaar factor 3; zes jaar factor 4; 7 jaar factor 5; 8 jaar factor 5;

    • 9 jaar factor 5; 10 jaar factor 6; 11 jaar factor 7; 12 jaar factor 8;

    • 13 jaar factor 8; 14 jaar factor 8; 15 jaar factor 9; 16 jaar factor 10;

    • 17 jaar factor 11; 18 jaar factor 11; 19 jaar factor 11, 20 jaar factor 12.

  • 5.1

    Het tarief bedraagt voor:

    • 1.

      4.2.1 het overschrijven van grafrechten € 35,-

    • 2.

      4.2.2 een lijkschouwing door een gemeentelijke lijkschouwer € 400,-

  • 6.1

    Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag:

    • 1.

      4.3.1 voor de aanleg van een grafkelder € 495,30

    • 2.

      4.3.2 voor de aanleg van een grafkelder voor een kindergraf € 248,60

* Beperkt mogelijk, afhankelijk van de geboden mogelijkheden per begraafplaats conform de beheersverordening en bijbehorende nadere regels.

** Betreft voorwaarden van verordeningen heffingsjaar 2018 en oudere heffingsjaren.

 

De griffier