Ziet u een fout in deze regeling? Meld het ons op regelgeving@overheid.nl!
Noord-Holland

Verordening van Provinciale Staten van de provincie Noord-Holland houdende regels omtrent ambtelijke bijstand Verordening ambtelijke bijstand Provinciale Staten van Noord-Holland 2003

Wetstechnische informatie

Gegevens van de regeling
OrganisatieNoord-Holland
OrganisatietypeProvincie
Officiële naam regelingVerordening van Provinciale Staten van de provincie Noord-Holland houdende regels omtrent ambtelijke bijstand Verordening ambtelijke bijstand Provinciale Staten van Noord-Holland 2003
CiteertitelVerordening ambtelijke bijstand Provinciale Staten van Noord-Holland 2003
Vastgesteld doorprovinciale staten
Onderwerpbestuur en recht
Eigen onderwerpambtelijk, bijstand, provinciale staten, statenlid

Opmerkingen met betrekking tot de regeling

Geen

Wettelijke grondslag(en) of bevoegdheid waarop de regeling is gebaseerd

Provinciewet, art. 33, lid 3

Overzicht van in de tekst verwerkte wijzigingen

Datum inwerkingtreding

Terugwerkende kracht tot en met

Datum uitwerkingtreding

Betreft

Datum ondertekening

Bron bekendmaking

Kenmerk voorstel

29-06-2018artikel 1, 6

11-06-2018

prb-2018-4699

19-01-200829-06-2018Artt. 1, 2 en vernummering

19-11-2007

Provinciaal Blad, 2008, 6

2007-76278
16-07-200312-03-2003Nieuwe regeling

13-05-2003

Provinciaal Blad, 2003, 35

Onbekend

Tekst van de regeling

Intitulé

Verordening van Provinciale Staten van de provincie Noord-Holland houdende regels omtrent ambtelijke bijstand Verordening ambtelijke bijstand Provinciale Staten van Noord-Holland 2003

Provinciale Staten van Noord-Holland;

 

gelezen het voorstel van de Presidium van 22 april 2003, nr. 41,

 

gelet op artikel 33, lid 3, van de Provinciewet;

 

besluiten:

 

vast te stellen de navolgende verordening: Verordening ambtelijke bijstand Provinciale Staten van Noord-Holland 2003

Ambtelijke bijstand
Artikel 1
  • 1.

    In deze verordening wordt verstaan onder ambtenaren: ambtenaren, niet zijnde de griffier en de op de griffie werkzame ambtenaren.

  • 2.

    In deze verordening wordt mede verstaan onder statenlid: een plaatsvervangend lid van een statencommissie.

Artikel 2
  • 1.

    Een statenlid wendt zich tot de griffier, de secretaris of een ambtenaar met een verzoek om

    • a.

      feitelijke informatie van geringe omvang;

    • b.

      inzage in of afschrift van documenten die openbaar zijn.

  • 2.

    Indien de ambtenaar twijfelt of het verzoek betrekking heeft op informatie bedoeld in lid 1 stelt hij de secretaris daarvan in kennis. De secretaris beslist.

  • 3.

    Informatie als bedoeld in het eerste lid, die betrekking heeft op de stukken voor een bepaalde commissievergadering en uiterlijk drie werkdagen voor die commissievergadering is opgevraagd, wordt vóór de aanvang van de desbetreffende commissievergadering geleverd.

  • 4.

    De ambtenaar meldt het verstrekken van informatie zo spoedig mogelijk aan de secretaris.

  • 5.

    Een statenlid of een statencommissie wendt zich tot de griffier met een verzoek om bijstand bij het opstellen van voorstellen, amendementen en moties of andere bijstand.

  • 6.

    De bijstand, bedoeld in lid 5, wordt verleend door de griffier of een medewerker van de griffie. Indien de gevraagde bijstand niet door de griffier of een medewerker van de griffie kan worden verleend kan de griffier de secretaris verzoeken om één of meer ambtenaren aan te wijzen, die de gevraagde bijstand zo spoedig mogelijk verlenen.

Artikel 3
  • 1.

    Een ambtenaar verleent op verzoek van de griffier of de secretaris ambtelijke bijstand tenzij:

    • a.

      het statenlid of een statencommissie niet aannemelijk heeft gemaakt dat de bijstand betrekking heeft op de werkzaamheden van provinciale staten;

    • b.

      dit het belang van de provincie kan schaden.

  • 2.

    De secretaris beoordeelt of ambtelijke bijstand op grond van het eerste lid geweigerd wordt.

  • 3.

    Indien de bijstand op grond van het eerste lid wordt geweigerd deelt de secretaris dit met redenen omkleed mee aan de griffier.

Artikel 4

Indien het verzoek om bijstand van een ambtenaar door de secretaris wordt geweigerd kan de griffier of het betrokken statenlid of de betrokken statencommissie het verzoek voorleggen aan gedeputeerde Staten. Deze beslissen zo spoedig mogelijk over het verzoek.

Artikel 5
  • 1.

    Een ambtenaar is alleen aan de griffier verantwoording verschuldigd voor de werkzaamheden die hij voor Provinciale Staten verricht.

  • 2.

    Indien een statenlid of een statencommissie niet tevreden is over door een ambtenaar verleende bijstand, doet hij of de griffier hiervan mededeling aan de secretaris.

  • 3.

    Indien overleg met de secretaris niet leidt tot een voor beide partijen bevredigende oplossing leggen zij de zaak voor aan gedeputeerde Staten. Deze beslissen zo spoedig mogelijk over de zaak.

  • 4.

    Indien een ambtenaar zijn werkzaamheden voor Provinciale Staten niet naar behoren heeft verricht, kan uitsluitend de secretaris maatregelen tegen die ambtenaar nemen.

Artikel 6  

De betrokken ambtenaar maakt het resultaat van de geleverde ambtelijke bijstand bekend aan het betrokken statenlid of de betrokken statencommissie.

Slotbepalingen

Artikel 7

Deze verordening treedt in werking op de dag van uitgifte van het Provinciaal Blad waarin zij wordt geplaatst en werkt terug tot en met 12 maart 2003.

Artikel 8

Deze verordening wordt aangehaald als: Verordening ambtelijke bijstand Provinciale Staten van Noord-Holland 2003.

Haarlem, 13 mei 2003

Provinciale Staten voornoemd,

H.C.J.L. Borghouts, voorzitter

C.A. Peters, griffier