Regeling vervallen per 01-01-2006

Regeling inzake vergoedingen en gratificaties in het kader van de bedrijfshulpverlening 2005

Geldend van 01-01-2006 t/m 31-12-2005

Intitulé

Regeling inzake vergoedingen en gratificaties in het kader van de bedrijfshulpverlening 2005

Gedeputeerde staten van Noord-Holland;

besluiten vast te stellen:

Regeling inzake vergoedingen en gratificaties in het kader van de bedrijfshulpverlening 2005

Artikel 1

De ambtenaar die dienst verricht, als bedoeld in artikel B.7 van de Collectieve Arbeidsvoorwaardenregeling Provincies (CAP), of die een opleiding volgt of aan oefeningen deelneemt, als bedoeld in het tweede lid van dat artikel, ontvangt voor zover die dienst, opleiding of oefeningen buiten de voor hem vastgestelde arbeidstijd plaatsvinden een evenredige vergoeding in tijd.

Artikel 2

  • 1. De ambtenaar, bedoeld in artikel 1, ontvangt na afloop van elk kalenderjaar voor elke volle kalendermaand, waarin hij zich op het terrein van de bedrijfshulpverlening verdienstelijk heeft gemaakt, hetgeen kan blijken uit het met gunstig gevolg hebben afgelegd van een proeve van bekwaamheid en uit het regelmatig en in voldoende mate deelnemen aan de (herhalings)lessen en oefeningen, een gratificatie ter grootte van 1/12 deel van € 181,52.

  • 2. De ambtenaar, bedoeld in artikel 1, die is belast met de functie van commandant, ontvangt naast de gratificatie, vermeld in en berekend overeenkomstig het eerste lid, een extra gratificatie van 1/12 deel van € 90,76 voor elke volle kalendermaand waarin hij de functie van commandant heeft uitgeoefend.

  • 3. De ambtenaar, bedoeld in artikel 1, die is belast met de functie van ploegleider, ontvangt naast de gratificatie, vermeld in en berekend overeenkomstig het eerste lid, een extra gratificatie van 1/12 deel van € 45,38 voor elke volle kalendermaand waarin hij de functie van ploegleider heeft uitgeoefend.

Artikel 3

De ambtenaar, die deelneemt aan een wedstrijd, georganiseerd door besturen van organisaties of organen op het terrein van de bedrijfshulpverlening, ontvangt een gratificatie van € 45,38.

Artikel 4

  • 1. De ambtenaar, die als actief deelnemer aan de bedrijfshulpverlening bij de provincie zonder wezenlijke onderbreking een diensttijd van 10 jaren heeft voltooid, ontvangt een gratificatie van € 136,13.

  • 2. Bij het zonder wezenlijke onderbreking voltooien van een diensttijd van 15 jaren en vervolgens bij elke volgende 5 jaar bedraagt de gratificatie € 181,52.

Artikel 5

Het bepaalde in de artikelen 2, 3 en 4 geldt met dien verstande, dat de ambtenaar over een kalenderjaar in totaal ten hoogste een bedrag van € 500,-- zal ontvangen.

Artikel 6

De kosten, verbonden aan het volgen van opleidingen, als bedoeld in artikel 1, komen voor rekening van de provincie.

Artikel 7

De eventueel over de gratificatie, bedoeld in de artikelen 2, 3 en 4, toe te passen loonheffing komt voor rekening van de provincie.

Artikel 8

  • 1.

    Deze regeling, die wordt aangehaald als Regeling vergoedingen en gratificaties in het kader van de bedrijfshulpverlening 2005, treedt in werking een dag na uitgifte van het provinciaal blad waarin hij is geplaatst en gaat niet eerder in dan op 1 januari 2006.

  • 2.

    Met ingang van 1 januari 2006 vervalt de Regeling inzake vergoedingen bedrijfszelfbescherming en bedrijfsbewaking 1961.

Ondertekening

Haarlem, 31 augustus 2005.
Gedeputeerde Staten voornoemd,
H.C.J.L. Borghouts, voorzitter.
H.W.M. Oppenhuis de Jong, provinciesecretaris.

Toelichting

Artikel 1

In dit artikel is de basis aangegeven van het lidmaatschap van de

bedrijfshulpverlening, namelijk artikel B.7 van de Collectieve Arbeidsvoorwaardenregeling Provincies (CAP). In dit artikel is bepaald dat voor het deelnemen aan de bedrijfshulpverlening (het volgen van een opleiding of het deelnemen aan een oefening) buiten diensttijd geen geldelijke vergoeding (overwerk), maar een evenredige vergoeding in tijd wordt gegeven. Dat wil zeggen: 3 uur oefenen in eigen tijd betekent 3 uur verlof. Het maakt niet uit of de activiteit in de avonduren of het weekend plaatsvinden. Er vindt dus geen procentuele opslag van het verlof plaats.

Artikel 2

In dit artikel wordt de gratificatie geregeld voor de deelnemer aan de bedrijfshulpverlening (BHV-er).

Het eerste lid bevat de gratificatie voor de reguliere BHV-er. In dat lid is de gratificatie per volle kalendermaand bepaald. Dit is gedaan omdat ook lopende een kalenderjaar iemand tot de BHV kan toetreden. Het is niet billijk deze dan dezelfde, volledige gratificatie te verlenen als die welke een BHV-er ontvangt die het gehele kalenderjaar BHV-er is geweest.

Het tweede en derde lid geven aan de BHV-er die commandant of ploegleider is een extra gratificatie, omdat van betrokken functionarissen extra inzet wordt gevraagd. Ook deze gratificatie wordt naar evenredigheid van het aantal maanden actieve dienst toegekend.

Voorbeeld:

Een ambtenaar wordt met ingang van 15 april lid van de BHV. Hij wordt daarna met ingang van 13 augustus van datzelfde jaar commandant. De gratificatie voor dat kalenderjaar bedraagt dan:

8/12 (mei t/m december) x € 181,52 = € 121,02 (voor het deelnemerschap BHV)

4/12 (september t/m december) x € 90,76 = € 30,25 (voor commandantschap)

Totale gratificatie = € 151,27

Artikel 3

Artikel 3 kent aan de BHV-er die heeft deelgenomen aan officiële wedstrijden op het terrein van de bedrijfszelfbescherming een extra gratificatie toe.

Artikel 4

Het eerste lid van dit artikel bepaalt dat een gratificatie wordt toegekend nadat de ambtenaar zonder wezenlijke onderbreking 10 jaar lid van de BHV is geweest. Onder “wezenlijke onderbreking” moet worden verstaan een periode van 3 maanden. Als men na zo’n onderbreking weer opnieuw lid van de BHV wordt, dan begint op dat moment een nieuwe periode van 10 jaar. Is de onderbreking korter dan 3 maanden geweest, dan mag voor het vaststellen van de termijn van 10 jaar de periode vóór de onderbreking worden bijgeteld bij de periode die is begonnen na de onderbreking.

Het tweede lid bepaalt, dat bij een diensttijd van 15 jaar en zo telkenmale om de 5 jaar er aanspraak bestaat op een hogere gratificatie.

Voor alle duidelijkheid: de gratificatie in het tweede lid komt dus in de plaats van de gratificatie, genoemd in het eerste lid. Het is dus niet zo dat de gratificaties bij elkaar worden geteld. Met andere woorden: bij een niet wezenlijk onderbroken diensttijd van 25 jaar heeft men aanspraak op eenmaal het bedrag van de gratificatie. Dus niet 3 maal het bedrag (15, 20 en 25 jaar diensttijd)

Artikel 5

In dit artikel is vastgelegd hoeveel men in een kalenderjaar maximaal aan gratificaties mag ontvangen. Het gaat daarbij om het totaal van de bedragen, genoemd in de artikelen 2, 3 en 4 van de regeling.

Artikelen 6 en 7

Deze behoeven geen nadere toelichting.

Artikel 8

Dit artikel bevat de naamgeving van de regeling, alsmede de ingangsdatum.

In het tweede lid is de intrekking van de oude vergoedingsregeling vastgelegd.