Ziet u een fout in deze regeling? Meld het ons op regelgeving@overheid.nl!
Noordwijk

Beleidsregel van het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Noordwijk houdende regels omtrent belastingplicht Beleidsregels aanwijzen belastingplichtige Noordwijk

Wetstechnische informatie

Gegevens van de regeling
OrganisatieNoordwijk
OrganisatietypeGemeente
Officiële naam regelingBeleidsregel van het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Noordwijk houdende regels omtrent belastingplicht Beleidsregels aanwijzen belastingplichtige Noordwijk
CiteertitelBeleidsregels aanwijzen van een belastingplichtige in een keuzesituatie
Vastgesteld doorcollege van burgemeester en wethouders
Onderwerpfinanciën en economie
Eigen onderwerp

Opmerkingen met betrekking tot de regeling

Deze regeling bevat de vroegst mogelijke datum van inwerkingtreding.

Deze regeling vervangt de Beleidsregels aanwijzen van een belastingplichtige in een keuzesituatie 2017.

Wettelijke grondslag(en) of bevoegdheid waarop de regeling is gebaseerd

  1. artikel 253 van de Gemeentewet
  2. artikel 4:81 van de Algemene wet bestuursrecht
Overzicht van in de tekst verwerkte wijzigingen

Datum inwerkingtreding

Terugwerkende kracht tot en met

Datum uitwerkingtreding

Betreft

Datum ondertekening

Bron bekendmaking

Kenmerk voorstel

15-01-2019nieuwe regeling

18-12-2018

gmb-2019-8189

Tekst van de regeling

Intitulé

Beleidsregel van het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Noordwijk houdende regels omtrent belastingplicht Beleidsregels aanwijzen belastingplichtige Noordwijk

[Deze regeling is tevens vastgesteld door het college van Noordwijkerhout. In dit geval mag u Noordwijkerhout lezen waar Noordwijk staat.]

 

Het college van burgemeester en wethouders van Noordwijk;

 

gelet op het bepaalde in artikel 4:81 van de Algemene wet bestuurszaken en artikel 253 van de Gemeentewet en het bepaalde over de belastingplicht in de Verordening onroerende-zaakbelastingen, de Verordening belastingen op roerende woon- en bedrijfsruimten, de Verordening rioolheffing, de Verordening afvalstoffenheffing, de Verordening hondenbelasting en de Verordening forensenbelasting;

 

besluit:

 

vast te stellen de volgende;

 

BELEIDSREGELS VOOR HET AANWIJZEN VAN EEN BELASTINGPLICHTIGE IN EEN KEUZESITUATIE NOORDWIJK

Inleiding

In sommige gevallen brengen de wettelijke regels met zich dat meer personen belastingplichtig zijn voor één belastingobject (onroerende zaak, roerende zaak, perceel, gemeubileerde woning, hond).In de gevallen waarin dat voorkomt, mag de aanslag ten name van één van de belastingplichtigen worden gesteld. In deze gevallen wordt een voorkeursvolgorde gehanteerd bij de aanwijzing van de belastingplichtige die de aanslag op zijn of haar naam krijgt.

Deze voorkeursvolgorde is gebaseerd op veronderstelde betaalcapaciteit en doelmatige c.q. doeltreffende heffing en invordering en wordt toegepast voor zover de gegevens voorhanden of te achterhalen zijn.

De in de voorkeursvolgorde neergelegde criteria bevatten geen limitatieve opsomming. Het zijn richtlijnen voor de meest voorkomende gevallen.

Artikel 1 Voorkeursvolgorde

  • 1.

    Met betrekking tot de gemeentelijke belastingen die worden geheven van genothebbenden krachtens eigendom, bezit of beperkt recht wordt, indien er met betrekking tot één onroerende zaak of roerende zaak verschillende categorieën genothebbenden zijn, de aanslag in onderstaande volgorde gesteld ten name van:

     

    • a.

      de beperkt gerechtigde, waarbij de volgende voorkeursvolgorde geldt:

      • i.

        de vruchtgebruiker c.q. gerechtigde krachtens recht van gebruik en bewoning;

      • ii.

        de opstaller, met uitzondering van degene die een afhankelijk opstalrecht, dan wel een opstalrecht ten behoeve van de aanleg en het onderhoud van onder- of bovengrondse leidingen heeft;

      • iii.

        de erfpachter dan wel de beklemde meier;

    • b.

      de eigenaar of de appartementsgerechtigde;

    • c.

      degene die op andere wijze als genothebbende naar voren komt, daaronder begrepen de bezitter.

 

  • 2.

    Indien er binnen één categorie als bedoeld onder 1 meerdere personen genothebbenden zijn van één onroerende zaak of roerende zaak, wordt de aanslag in onderstaande volgorde gesteld ten name van:

    • a.

      degene die in Nederland woont of gevestigd is;

    • b.

      bij natuurlijke personen de oudste persoon in leeftijd;

    • c.

      degene die al als belastingplichtige in de belastingadministratie voorkomt;

    • d.

      de eerstgerechtigde in de volgorde die de basisregistratie Kadaster aanhoudt;

    • e.

      degene die op andere wijze als genothebbende naar voren komt.

 

  • 3.

    Met betrekking tot de onroerende-zaakbelastingen of de belastingen op roerende woon- en bedrijfsruimten geheven van gebruikers van niet-woningen, de afvalstoffenheffing, de rioolheffing (gebruikersdeel) en de forensenbelasting, wordt de aanslag in onderstaande volgorde gesteld ten name van:

     

    • a.

      degene die ook als genothebbende krachtens eigendom, bezit of beperkt recht is aangemerkt;

    • b.

      bij natuurlijke personen de oudste in leeftijd;

    • c.

      degene die het belastingobject het langst in gebruik heeft (bij bewoning blijkend uit de inschrijving in de Basisadministratie personen);

    • d.

      degene die al als belastingplichtige in de belastingadministratie voorkomt;

    • e.

      degene die op andere wijze als gebruiker naar voren komt.

       

    Indien het belastingobject wordt gebruikt door een vennootschap onder firma (V.O.F.), een maatschap of een commanditaire vennootschap (C.V.), wordt de aanslag gesteld ten name van de V.O.F., de maatschap of de C.V. en niet ten name van (één) van de vennoten of maten.

 

  • 4.

    Met betrekking tot de hondenbelasting wordt de aanslag in onderstaande volgorde gesteld ten name van:

     

    • a.

      degene die al belastingplichtig is voor de hondenbelasting ter zake van een hond of meerdere honden;

    • b.

      bij natuurlijke personen de oudste in leeftijd;

    • c.

      degene die het object waarin de hond wordt gehouden het langst in gebruik heeft (bij bewoning blijkend uit de inschrijving in de Basisadministratie personen);

    • d.

      degene die op andere wijze als houder van de hond naar voren komt.

 

  • 5.

    Indien en voor zover aanslagen van verschillende gemeentelijke belastingen worden verenigd op één aanslagbiljet, worden deze in onderstaande volgorde ten name gesteld van de belastingplichtige die:

     

    • a.

      ingevolge de onderdelen 1 en 2 kan worden aangewezen;

    • b.

      ingevolge onderdeel 3 kan worden aangewezen;

    • c.

      ingevolge onderdeel 4 kan worden aangewezen.

 

  • 6.

    De onderdelen 1 tot en met 5 vinden geen toepassing, indien:

     

    • a.

      de aanslag kan worden opgelegd aan degene die met betrekking tot het voorgaande belastingtijdvak of kalenderjaar de aanslag heeft gekregen, gezorgd heeft dat de aanslag betaald is en nog steeds belastingplichtig is;

    • b.

      bij de Heffingsambtenaar bekend is dat één van de potentiële belastingplichtigen de desbetreffende aanslag op zijn/haar naam wil hebben, althans voor zover dit niet leidt tot een mogelijke situatie dat de belasting niet kan worden betaald dan wel ingevorderd.

 

  • 7.

    Indien de belasting wordt geheven over een belastingtijdvak, is bij de toepassing van de voorkeursvolgorde beslissend de situatie bij de aanvang van dat tijdvak of, zo dit later is, bij de aanvang van de belastingplicht.

 

  • 8.

    Aangezien de voorkeursvolgorde erop is gericht de aanslag op te leggen aan een belastingplichtige die in staat geacht mag worden om de belasting te betalen, kan ook tot een andere keuze gekomen worden dan uit de voorkeursvolgorde zou volgen.

 

  • 9.

    Indien al een aanslag aan een belastingplichtige is opgelegd, kunnen wijzigingen pas plaatsvinden met ingang van het eerstvolgende belastingtijdvak.

Artikel 2 Intrekking besluit

Het besluit van 14 maart 2017 tot vaststelling van de ‘Beleidsregels aanwijzen van een belastingplichtige in een keuzesituatie’ wordt ingetrokken met ingang van de datum van inwerkingtreding van dit besluit.

Artikel 3 Inwerkingtreding

Dit besluit treedt in werking op 31 december 2018.

Artikel 4 Citeertitel

Dit besluit wordt aangehaald als: 'Beleidsregels aanwijzen belastingplichtige Noordwijk’.

 

 

Noordwijk, 18 december 2018

Het college van burgemeester en wethouders van Noordwijk,

de secretaris,

A.C.J. van der Pol

de burgemeester,

J. Rijpstra