Ziet u een fout in deze regeling? Meld het ons op regelgeving@overheid.nl!
Nunspeet

Verordening op de heffing en de invordering van rioolheffing 2014

Wetstechnische informatie

Gegevens van de regeling
OrganisatieNunspeet
OrganisatietypeGemeente
Officiële naam regelingVerordening op de heffing en de invordering van rioolheffing 2014
CiteertitelVerordening rioolheffing 2014
Vastgesteld doorgemeenteraad
Onderwerpfinanciën en economie
Eigen onderwerpVerordening rioolheffing 2014

Opmerkingen met betrekking tot de regeling

artikel 5 is gewijzigd

Wettelijke grondslag(en) of bevoegdheid waarop de regeling is gebaseerd

Gemeentewet artikel 228a

Regelgeving die op deze regeling is gebaseerd (gedelegeerde regelgeving)

Geen.

Overzicht van in de tekst verwerkte wijzigingen

Datum inwerkingtreding

Terugwerkende kracht tot en met

Datum uitwerkingtreding

Betreft

Datum ondertekening

Bron bekendmaking

Kenmerk voorstel

01-01-201501-01-2017wijziging

18-12-2014

Gemeenteblad 30-12-2014

R.3697
01-01-201401-01-2015nieuwe regeling

19-12-2013

Nunspeet huis aan huis, 31-12-2013

R.0002738
01-01-2013nieuwe regeling

20-12-2012

Nunspeet huis aan huis, 27-12-2012

R.0002738

Tekst van de regeling

Intitulé

Verordening op de heffing en de invordering van rioolheffing 2014

De raad van de gemeente Nunspeet;

gelezen het voorstel van het college van burgemeester en wethouders van 11 december 2013;

gelet op artikel 228a van de Gemeentewet;

b e s l u i t :

vast te stellen de Verordening op de heffing en de invordering van rioolheffing 2014.

 

Artikel 1  

  • 1

    Onder de naam rioolheffing wordt een directe belasting geheven ter bestrijding van de kosten ten laste van het gemeentelijke rioleringssysteem en daarin begrepen hemelwaterafvoer.

Artikel 2 Begripsomschrijvingen

  • 1

    Voor de toepassing van deze verordening wordt:

    a.  onder eigendom verstaan een onroerende zaak zoals afgebakend op grond van artikel 16 van de Wet waardering onroerende zaken;

    b.  onder niet-woning verstaan een onroerende zaak die onder het regime van de Wet waardering onroerende zaken als zodanig moet worden aangemerkt. Als niet-woning wordt daarom aangemerkt een onroerende zaak die voor dertig procent of meer bestaat uit onderdelen of een onderdeel welke niet in hoofdzaak dient als woning gemeten in de waardeverhouding van de heffingsmaatstaf zoals vastgesteld op grond van de voorgaande leden.

Artikel 3 Belastbaar feit en belastingplicht

  • 1

    Onder de naam "rioolheffing" wordt een recht geheven van degene die bij het begin van het belastingjaar het genot heeft op grond van eigendom, bezit of beperkt recht van een eigendom dat direct of indirect is aangesloten op de gemeentelijke riolering.

  • 2

    Met betrekking tot het recht zoals bedoeld in het eerste lid wordt, ingeval het eigendom een onroerende zaak is, als genothebbende op grond van eigendom, bezit of beperkt recht aangemerkt degene die bij het begin van het belastingjaar als zodanig bij het kadaster bekend staat, tenzij blijkt dat hij/zij op dat tijdstip geen genothebbende op grond van eigendom, bezit of beperkt recht is.

Artikel 4 Maatstaf van heffing

  • 1

    Het recht zoals bedoeld in artikel 3 wordt geheven per object als bedoeld in artikel 2 onderdeel a en b.

Artikel 5 Belastingtarieven

  • 1

    Het recht zoals bedoeld in artikel 3 bedraagt:

    per woning                    € 133,30;

    per niet-woning           € 232,50.

Artikel 6 Belastingjaar

  • 1

    Het belastingjaar is gelijk aan het kalenderjaar.

Artikel 7 Wijze van heffing

  • 1

    Het recht zoals bedoeld in artikel 5 wordt geheven bij wege van aanslag.

Artikel 8 Ontstaan van de belastingschuld

  • 1

    Het recht zoals bedoeld in artikel 3 is verschuldigd bij het begin van het belastingjaar.

Artikel 9 Termijnen van betaling

  • 1

    De rechten moeten worden betaald in twee termijnen, waarvan de eerste vervalt een maand na dagtekening van het aanslagbiljet en de tweede een maand later.

  • 2

    In afwijking van het eerste lid geldt, ingeval het totaalbedrag van de op één aanslagbiljet verenigde aanslagen, of als het aanslagbiljet maar één aanslag bevat het bedrag daarvan, meer is dan € 50,-- maar minder dan € 2.500,--, en zolang de verschuldigde bedragen door middel van automatische incasso worden afgeschreven, dat de aanslagen moeten worden betaald in tien gelijke termijnen waarvan de eerste termijn vervalt één maand na dagtekening van het aanslagbiljet en elk van de volgende termijnen telkens een maand later.

Artikel 10 Inwerkingtreding en citeertitel

  • 1

    De "Verordening rioolrecht 2013" van 20 december 2012 wordt ingetrokken met ingang van de in het derde lid genoemde datum van ingang van de heffing, met dien verstande dat zij van toepassing blijft op de belastbare feiten die zich voor die datum hebben voorgedaan.

  • 2

    Deze verordening treedt in werking met ingang van de eerste dag na die van de bekendmaking.

  • 3

    De datum van ingang van de heffing is 1 januari 2014.

  • 4

    Deze verordening kan worden aangehaald als "Verordening rioolheffing 2014".

Vastgesteld ter openbare vergadering

van 19 december 2013,

 

 

de griffier,                         de voorzitter,