Ziet u een fout in deze regeling? Meld het ons op regelgeving@overheid.nl!
Nunspeet

Verordening op de heffing en de invordering van rioolheffing 2020

Wetstechnische informatie

Gegevens van de regeling
OrganisatieNunspeet
OrganisatietypeGemeente
Officiële naam regelingVerordening op de heffing en de invordering van rioolheffing 2020
CiteertitelVerordening rioolheffing 2020
Vastgesteld doorgemeenteraad
Onderwerpfinanciën en economie
Eigen onderwerpVerordening rioolheffing 2020

Opmerkingen met betrekking tot de regeling

Geen

Wettelijke grondslag(en) of bevoegdheid waarop de regeling is gebaseerd

artikel 228a van de Gemeentewet

Overzicht van in de tekst verwerkte wijzigingen

Datum inwerkingtreding

Terugwerkende kracht tot en met

Datum uitwerkingtreding

Betreft

Datum ondertekening

Bron bekendmaking

Kenmerk voorstel

01-01-2020nieuwe regeling

19-12-2019

gmb-2020-1973

030283728

Tekst van de regeling

Intitulé

Verordening op de heffing en de invordering van rioolheffing 2020

De gemeenteraad van Nunspeet in zijn openbare vergadering van 19 december 2019;

gezien het voorstel van burgemeester en wethouders van 12 november 2019;

gelet op artikel 228a van de Gemeentewet;

besluit vast te stellen de: Verordening op de heffing en de invordering van rioolheffing 2020

 

 

 

Artikel 1  

Onder de naam rioolheffing wordt een directe belasting geheven ter bestrijding van de kosten ten laste van het gemeentelijke rioleringssysteem en daarin begrepen hemelwaterafvoer.

 

Artikel 2 – Begripsomschrijvingen

Voor de toepassing van deze verordening wordt:

a. onder eigendom verstaan een onroerende zaak zoals afgebakend op grond van artikel 16 van de Wet waardering onroerende zaken;

b. onder niet-woning verstaan een onroerende zaak die onder het regime van de Wet waardering onroerende zaken als zodanig moet worden aangemerkt. Als niet-woning wordt daarom aangemerkt een onroerende zaak die voor dertig procent of meer bestaat uit onderdelen of een onderdeel welke niet in hoofdzaak dient als woning gemeten in de waardeverhouding van de heffingsmaatstaf zoals vastgesteld op grond van de Wet waardering onroerende zaken voor de betreffende onroerende zaak.

 

Artikel 3 – Belastbaar feit en belastingplicht

1. Onder de naam 'rioolheffing' wordt een belasting geheven van degene die bij het begin van het belastingjaar het genot heeft op grond van eigendom, bezit of beperkt recht van een eigendom dat direct of indirect is aangesloten op de gemeentelijke riolering.

2. Met betrekking tot de belasting zoals bedoeld in het eerste lid wordt, ingeval het eigendom een onroerende zaak is, als genothebbende op grond van eigendom, bezit of beperkt recht aangemerkt degene die bij het begin van het belastingjaar als zodanig bij het kadaster bekend staat, tenzij blijkt dat hij/zij op dat tijdstip geen genothebbende op grond van eigendom, bezit of beperkt recht is.

 

Artikel 4 – Maatstaf van heffing

De belasting zoals bedoeld in artikel 3 wordt geheven per object als bedoeld in artikel 2 onderdeel a en b.

 

Artikel 5 – Belastingtarieven

De belasting zoals bedoeld in artikel 3 bedraagt:

per woning € 143,--;

per niet-woning € 250,--.

 

Artikel 6 – Belastingjaar

Het belastingjaar is gelijk aan het kalenderjaar.

 

Artikel 7 – Wijze van heffing

De belasting zoals bedoeld in artikel 5 wordt geheven bij wege van aanslag.

 

Artikel 8 – Ontstaan van de belastingschuld

De belasting zoals bedoeld in artikel 3 is verschuldigd bij het begin van het belastingjaar.

 

Artikel 9 – Termijnen van betaling

1. In afwijking van artikel 9, eerste lid, van de Invorderingswet 1990 moeten de aanslagen worden betaald in twee gelijke termijnen waarvan de eerste vervalt op de laatste dag van de eerste maand volgend op de maand die in de dagtekening van het aanslagbiljet is vermeld en de tweede een maand later;

2. In afwijking van het eerste lid moeten, indien een machtiging voor automatische incasso is afgegeven en zolang de verschuldigde bedragen via automatische incasso kunnen worden afgeschreven, de aanslag(en) worden betaald in tien gelijke maandelijkse termijnen waarvan de eerste vervalt op de laatste dag van de maand volgend op die van de dagtekening van het aanslagbiljet en de volgende termijnen telkens een maand later;

3. In afwijking van het tweede lid is betaling via automatische incasso alleen mogelijk voor zover het totaalbedrag van de op één aanslagbiljet verenigde belastingaanslagen minder is dan € 5.000,00;

4. In afwijking van het tweede lid wordt, voor zover het totaalbedrag van de op één aanslagbiljet verenigde belastingaanslagen minder is dan € 50,00, het verschuldigde bedrag in twee gelijke maandelijkse termijnen waarvan de eerste vervalt op de laatste dag van de maand volgend op die van de dagtekening van het aanslagbiljet en de volgende termijn een maand later geïncasseerd;

5. De Algemene Termijnenwet is niet van toepassing op de in de voorgaande leden gestelde termijnen.

 

Artikel 10 – Inwerkingtreding en citeertitel

1. De ‘Verordening rioolheffing 2019’, laatstelijk gewijzigd bij raadsbesluit van 20 december 2018, wordt ingetrokken met ingang van de in het derde lid genoemde datum van ingang van de heffing, met dien verstande dat zij van toepassing blijft op de belastbare feiten die zich voor die datum hebben voorgedaan.

2. Deze verordening treedt in werking met ingang van de eerste dag na die van de bekendmaking.

3. De datum van ingang van de heffing is 1 januari 2020.

4. Deze verordening kan worden aangehaald als ‘Verordening rioolheffing 2020’.

 

 

 

 

 

 

Vastgesteld ter openbare vergadering

van 19 december 2019,

de griffier, de voorzitter,