Regeling vervallen per 31-12-2018

VERORDENING TOT HET VERLENEN VAN TEGEMOETKOMINGEN IN DE KOSTEN, VERBONDEN AAN HET VERZORGEN VAN DE SCHOOLBEGELEIDING OP DE SCHOLEN VOOR KLEUTER- EN LAGER ONDERWIJS IN DE GEMEENTE OMMEN

Geldend van 01-03-1994 t/m 30-12-2018

Intitulé

VERORDENING TOT HET VERLENEN VAN TEGEMOETKOMINGEN IN DE KOSTEN, VERBONDEN AAN HET VERZORGEN VAN DE SCHOOLBEGELEIDING OP DE SCHOLEN VOOR KLEUTER- EN LAGER ONDERWIJS IN DE GEMEENTE OMMEN

Artikel 1

Een rechtspersoonlijkheid bezittend lichaam dat zich uitsluitend tot taak stelt:

"De schoolbegeleiding, in regelmatig kontakt met de betrokkenen bij het onderwijsproces, op plaatselijk en regionaal niveau, om zodoende een geïntegreerde ondersteuning te geven bij:

  • -

    de ontwikkeling en vernieuwing van het onderwijsleerproces in de school;

  • -

    de bevordering van een optimale schoolloopbaan voor scholen van kleuter- en lager onderwijs"

(hierna te noemen: "De schoolbegeleidingsdienst"), kan een tegemoetkoming uit de gemeentekas ontvangen in de kosten van de door hen te verlenen diensten, zulks onder de voorwaarden in de volgende artikelen vermeld.

Artikel 2

Jaarlijks vóór 1 juli dient door het bestuur van een schoolbegeleidingsdienst een verzoek om beschikbaarstelling van de tegemoetkoming bij burgemeester en wethouders te worden ingediend.

Deze voorwaarde geldt niet voor de schooladviesdienst in welke de gemeente Ommen op grond van de wet gemeenschappelijke regelingen deelneemt, aan welke dienst tegemoetkomingen zullen worden toegekend overeenkomstig de bepalingen van die afzonderlijke regeling.

Artikel 3

  • 1. Het verzoek om tegemoetkoming dient aan te geven:

    • a.

      de scholen, die van de diensten van aanvraagster gebruik maken;

    • b.

      een gespecificeerde begroting, waaruit blijkt het bedrag dat per leerling nodig geacht wordt voor het jaar, waarop de aanvraag betrekking heeft.

  • 2. Bij het verzoek dient te worden overgelegd een verklaring van het schoolbestuur, waaruit blijkt dat de schoolbegeleiding door aanvraagster wordt verzorgd onder vermelding van het aantal leerlingen dat de betreffende scho(o)l(en) bezoekt op 16 januari van het jaar, waarop de aanvraag betrekking heeft en de periode waarop de dienstverlening betrekking heeft.

    Deze verklaring kan door een schoolbestuur slechts ten behoeve van één begeleidingsdienst worden afgegeven.

  • 3. Indien voor de eerste maal een verzoek wordt ingediend, dient door overlegging van statuten te worden aangetoond, dat aan de criteria van artikel 1 wordt voldaan.

Artikel 4

  • 1. De tegemoetkoming wordt bepaald op het bedrag dat verkregen wordt door vermenigvuldiging van het aantal leerlingen, waarvan de schoolbegeleiding blijkens de verklaring van het schoolbestuur door aanvraagster verzorgd wordt, met het bedrag per leerling blijkende uit de begroting bedoeld in artikel 3, 1e lid onder b, zulks met inachtneming van het gestelde in het 2e lid van dit artikel. Bij dienstverlening gedurende een deel van een jaar vindt evenredige vermindering plaats.

  • 2. Indien het bedrag bedoeld in artikel 3, 1e lid onder b hoger ligt dan het bedrag dat de gemeente per leerling verschuldigd is aan de schooladviesdienst waarin de gemeente krachtens gemeenschappelijke regeling deelneemt, treedt dat lagere bedrag in de plaats van het bedrag bedoeld in artikel 3, 1e lid onder b.

  • 3. Berekening van het bedrag bedoeld in ld 2 zal plaatsvinden aan de hand van de begroting van de gemeeenschappelijke dienst voor het kalenderjaar waarop de aanvraag betrekking heeft.

Artikel 5

De betaling van de tegemoetkoming zal plaatsvinden in twee gelijke termijnen, de eerste in april en de tweede in augustus van het kalenderjaar, een en ander voor zover de aanvraag vier weken vóór een der genoemde tijdstippen ter gemeentesecretarie zal zijn ontvangen.

Artikel 6 Overgangsbepaling

Zolang door de schooladviesdienst, waarin de gemeente krachtens gemeenschappelijke regeling deelneemt geen bedrag per leerling maar een bedrag per inwoner wordt berekend, wordt voor de bepaling van het bedrag per leerling bedoeld in artikel 4, 2e lid, de in totaal aan die dienst blijkens de begroting voor het betreffende kalenderjaar verschuldigde bijdrage gedeeld door het aantal leerlingen op 16 januari van dat jaar van alle binnen de gemeente gevestigde lagere- en kleuterscholen.