Ziet u een fout in deze regeling? Meld het ons op regelgeving@overheid.nl!
Ommen

Verordening baatbelasting riolering buitengebied, gebied Zwolseweg 1998

Wetstechnische informatie

Gegevens van de regeling
OrganisatieOmmen
OrganisatietypeGemeente
Officiële naam regelingVerordening baatbelasting riolering buitengebied, gebied Zwolseweg 1998
CiteertitelVerordening baatbelasting riolering buitengebied, gebied Zwolseweg 1998
Vastgesteld doorgemeenteraad
Onderwerpfinanciën en economie
Eigen onderwerp

Opmerkingen met betrekking tot de regeling

De historie bij het "Overzicht van in de tekst verwerkte wijzigingen" is mogelijk niet compleet. Er kunnen wijzigingen ontbreken tussen het ontstaan van de regeling en de eerste opgenomen wijziging daarvan.

Wettelijke grondslag(en) of bevoegdheid waarop de regeling is gebaseerd

Gemeentewet, art. 149

Overzicht van in de tekst verwerkte wijzigingen

Datum inwerkingtreding

Terugwerkende kracht tot en met

Datum uitwerkingtreding

Betreft

Datum ondertekening

Bron bekendmaking

Kenmerk voorstel

01-03-199820-06-2013Onbekend

13-09-2001

Ommer Nieuws, 26-09-2001

Onbekend
01-03-1998nieuwe regeling

26-02-1998

Ommer Nieuws, 11-03-1998

Tekst van de regeling

Intitulé

VERORDENING BAATBELASTING RIOLERING BUITENGEBIED, GEBIED ZWOLSEWEG 1998

 

 

Artikel 1 Begripsomschrijvingen

Deze verordening verstaat onder:

  • a.

    een onroerende zaak:

    • 1.

      een gebouwd eigendom;

    • 2.

      een ongebouwd eigendom;

    • 3.

      een gedeelte van een onder 1 of 2 bedoeld eigendom dat blijkens zijn indeling is bestemd om als een afzonderlijk geheel te worden gebruikt;

    • 4.

      een samenstel van twee of meer van de onder 1 of 2 bedoelde eigendommen of onder 3 bedoelde gedeelten daarvan die naar de omstandigheden beoordeeld bij elkaar horen.

  • b.

    het bestemmingsplan:

    • -

      het bestemmingsplan Buitengebied, vastgesteld door de gemeenteraad d.d. 19 mei 1994, goedgekeurd 10 januari 1995;

    • -

      het bestemmingsplan Ommen-Zuid, vastgesteld door de raad d.d. 18 april 1974, goedgekeurd 14 oktober 1975.

Artikel 2 Belastbaar feit

  • 1.

    Onder de naam "baatbelasting riolering buitengebied, gebied Zwolseweg" wordt in de vorm van een heffing ineens een belasting geheven ter zake van de onroerende zaken gelegen in de gemeente binnen de blauwe omlijning op de bij deze verordening behorende en als zodanig gewaarmerkte kaart, die op 1 januari 1996 zijn gebaat door de aanleg van de in het tweede lid genoemde voorzieningen die tot stand zijn of worden gebracht door of met medewerking van het gemeentebestuur.

  • 2.

    De in het eerste lid bedoelde voorzieningen omvatten onder meer:

    • a.

      de aanleg van een drukriolering naar een zuiveringsinstallatie;

    • b.

      het maken van aftakkingen van de drukriolering naar aansluitingsputten;

    • c.

      de aanleg van aansluitingsputten op maximaal 40 meter afstand van de aan te sluiten onroerende zaak;

    • d.

      de aanschaf, plaatsing en installering van de benodigde pompen met toebehoren ten behoeve van de aansluitingsputten, alsmede van de drukriolering;

    • e.

      de aanleg van een alarmmeldingsignalering.

  • 3.

    In afwijking van het tweede lid, sub c, worden c.q. zijn, ter keuze door belastingplichtige, de aansluitingsputten bij onroerende zaken waarop ingevolge het bestemmingsplan (mede) de bestemming "recreatieve doeleinden -ZT" (= zomerhuizenterrein) rust, op of nabij de erfafscheiding van de onroerende zaak, dan wel op nader in overleg met de belastingplichtige te bepalen plaats aangelegd.

Artikel 3 Belastingplicht

  • 1.

    De belasting wordt geheven van degene die van een onroerende zaak als bedoeld in artikel 2, eerste lid, het genot heeft krachtens eigendom, bezit of beperkt recht.

  • 2.

    Voor de toepassing van het eerste lid wordt als genothebbende krachtens eigendom, bezit of beperkt recht aangemerkt degene die op het tijdstip van ingang van de heffing dan wel, indien de belasting wordt geheven in de vorm van een jaarlijkse belasting, bij de aanvang van het belastingjaar als zodanig bij de kadastrale registratie bekend staat, tenzij blijkt dat hij op dat tijdstip geen genothebbende krachtens eigendom, bezit of beperkt recht is.

  • 3.

    Indien de lasten die zijn verbonden aan de voorzieningen genoemd in artikel 2, tweede lid, ter zake van een onroerende zaak krachtens overeenkomst zijn of worden voldaan, wordt de belasting ter zake van die onroerende zaak niet geheven.

Artikel 4 Heffingsmaatstaf en belastingtarief

  • 1.

    De belasting bedraagt per onroerende zaak € 1.905,88.

  • 2.

    Indien op de onroerende zaak ingevolge het bestemmingsplan (mede) een bestemming "agrarische doeleinden" (= agrarische bedrijven) rust, wordt de belasting als bedoeld in het eerste lid verhoogd met € 1.905,88.

  • 3.

    In afwijking van het bepaalde in het eerste lid bedraagt de belasting voor de onroerende zaak waarop ingevolge het bestemmingsplan (mede) de bestemming "recreatieve doeleinden -ZT" (= zomerhuizenterrein) rust en waarvan de op de onroerende zaak aangelegde riolering, niet-zijnde de huisaansluiting, ingevolge artikel 2, derde lid van de verordening niet door de gemeente is aangelegd en wordt onderhouden, per onroerende zaak € 224,62.

  • 4.

    In afwijking van het bepaalde in het eerste lid bedraagt de belasting voor de onroerende zaak waarop ingevolge het bestemmingsplan (mede) een bestemming "doeleinden van detailhandel, horecavoorzieningen" (= detailhandel en horeca) rust, de uitkomst van de volgende formule:

     

    HW x € 11,44

     

    waarin,

    HW = (herleid) waterverbruik over het jaar 1992;

  • 5.

    In afwijking van het bepaalde in het eerste lid bedraagt de belasting voor de onroerende zaak waarop ingevolge het bestemmingsplan (mede) de bestemming "recreatieve doeleinden -KC" (= kampeer- en caravanterrein) rust de uitkomst van de volgende formule:

     

    V x € 37,74

     

    waarin:

    V = de maximum toegelaten capaciteit aan overnachtingen in kampeermiddelen voor de onroerende zaak, zoals vermeld op de op 1 januari 1996 van kracht zijnde vergunning/vrijstelling ingevolge de Kampeerwet.

Artikel 5 Regeling inzake heffing in de vorm van een jaarlijkse belasting

  • 1.

    In afwijking van het bepaalde in artikel 2 wordt op verzoek van de belastingplichtige de belasting geheven in de vorm van een jaarlijkse belasting gedurende vijftien jaren. Het verzoek genoemd in de eerste volzin dient uiterlijk binnen zes weken na de dagtekening van de aanslag schriftelijk bij het college van burgemeester en wethouders te worden ingediend.

  • 2.

    Het belastingjaar loopt van 1 maart tot en met 28 februari.

  • 3.

    De jaarlijkse belasting bedraagt de annuïteit van het totaal verschuldigde, berekend op basis van een periode van vijftien jaren en een rentevoet van 9%.

  • 4.

    De belasting over de nog niet verstreken belastingjaren kan elk jaar worden afgekocht. De afkoopsom wordt bepaald op de contante waarde van de bij aanvang van het belastingjaar, waarin de afkoop plaatsvindt, nog te verschijnen belastingbedragen berekend naar een rentevoet van 9%.

  • 5.
    • a.

      Ingeval de belasting wordt geheven in de vorm van een jaarlijkse heffing en de belastingplicht in de loop van het belastingtijdvak als bedoeld in het eerste lid eindigt of wijzigt als gevolg van het overdragen van eigendom, bezit of beperkt recht, wordt de nieuwe genothebbende krachtens eigendom, bezit of beperkt recht, met ingang van het eerstvolgende belastingjaar een aanslag ineens opgelegd voor de resterende belastingjaren van het belastingtijdvak opgelegd, berekend overeenkomstig het vierde lid van dit artikel.

    • b.

      In afwijking van het bepaalde in onderdeel a, wordt op verzoek van de in dat onderdeel bedoelde belastingplichtige de jaarlijkse heffing overeenkomstig het eerste lid gecontinueerd. Het verzoek daartoe dient binnen zes weken na de dagtekening van de aanslag ingevolge onderdeel a, schriftelijk bij het college van burgemeester en wethouders te worden ingediend.

  • 6.

    Ingeval de belasting wordt geheven in de vorm van een jaarlijkse heffing en in de loop van het belastingtijdvak de eigendom, het bezit of het beperkt recht van een gedeelte van de onroerende zaak wordt overgedragen, wordt, voor de verdeling van de resterende belastingschuld, de maatstaf van heffing als bedoeld in artikel 4 voor de betreffende onroerende zaken opnieuw vastgesteld voor de nog niet verstreken belastingjaren.

Artikel 6 Wijze van heffing

De belasting wordt bij wege van aanslag geheven.

Artikel 7 Kwijtschelding

Bij de invordering van de baatbelasting wordt geen kwijtschelding verleend.

Artikel 8 Nadere regels door het college van burgemeester en wethouders

Het college van burgemeester en wethouders kan nadere regels geven met betrekking tot de heffing en de invordering van de baatbelasting.

Artikel 9 Inwerkingtreding en citeertitel

  • 1.

    De "Verordening baatbelasting riolering buitengebied, gebied Zwolseweg", vastgesteld bij raadsbesluit van 27 februari 1997, kenmerk FIN 49131, wordt ingetrokken met ingang van de in het derde lid genoemde datum van ingang van de heffing, met dien verstande dat zij van toepassing blijft op de belastbare feiten die zich voor die datum hebben voorgedaan.

  • 2.

    Deze verordening treedt in werking met ingang van de achtste dag na die van bekendmaking.

  • 3.

    De datum van ingang van de heffing is 1 maart 1998.

  • 4.

    Deze verordening kan worden aangehaald als "Verordening baatbelasting riolering buitengebied, gebied Zwolseweg 1998".