Ziet u een fout in deze regeling? Meld het ons op regelgeving@overheid.nl!
Oud-Beijerland

Uitvoeringsbesluit Gevaarlijke Honden art. 2.59 Algemene Plaatselijke Verordening

Wetstechnische informatie

Gegevens van de regeling
OrganisatieOud-Beijerland
OrganisatietypeGemeente
Officiële naam regelingUitvoeringsbesluit Gevaarlijke Honden art. 2.59 Algemene Plaatselijke Verordening
CiteertitelUitvoeringsbesluit Gevaarlijke Honden art. 2.59 Algemene Plaatselijke Verordening
Vastgesteld doorcollege van burgemeester en wethouders
Onderwerpopenbare orde en veiligheid
Eigen onderwerp

Opmerkingen met betrekking tot de regeling

Geen.

Wettelijke grondslag(en) of bevoegdheid waarop de regeling is gebaseerd

Wetboek van Strafrecht, artikel 425

Regelgeving die op deze regeling is gebaseerd (gedelegeerde regelgeving)

Geen.

Overzicht van in de tekst verwerkte wijzigingen

Datum inwerkingtreding

Terugwerkende kracht tot en met

Datum uitwerkingtreding

Betreft

Datum ondertekening

Bron bekendmaking

Kenmerk voorstel

26-11-2011nieuwe regeling

31-10-2011

Het Kompas, 25-11-2011

z-11.05822
01-08-2011nieuwe regeling

31-10-2011

Het Kompas, 25-11-2011

z-11.05822

Tekst van de regeling

Intitulé

Uitvoeringsbesluit Gevaarlijke Honden art. 2.59 Algemene Plaatselijke Verordening

De burgemeester en het college van burgemeester en wethouders van Oud-Beijerland, ieder voor zover het zijn bevoegdheid betreft, besluiten

Onderstaande beleidsregels ter uitvoering van art. 2.59 Algemene Plaatselijke Verordening (gevaarlijke honden) vast te stellen:

 

Artikel 1 1e bijtincident

  • 1

    Een hond heeft een bijtincident veroorzaakt waarbij een persoon of een ander dier letsel heeft opgelopen. De eigenaar/houder van het verwondde dier of het slachtoffer doet hiervan melding bij de politie.

  • 2

    De politie maakt een bestuurlijke rapportage over het incident. De standpunten van de betrokkenen worden hierin opgenomen. De rapportage wordt verzonden naar de gemeente.

  • 3

    De gemeente verstuurt op grond van de bestuurlijke rapportage een brief naar de eigenaar/houder van de hond die het bijtincident heeft veroorzaakt. In deze brief wordt de eigenaar/houder van de hond gewezen op de regels over loslopende honden (indien van toepassing). Daarnaast wordt de eigenaar/houder van de hond erop gewezen dat wanneer de hond een tweede bijtincident veroorzaakt, de hond als gevaarlijk wordt aangemerkt en een aanlijn- dan wel een aanlijn- en muilkorfgebod wordt opgelegd.

Artikel 2 2e bijtincident

  • 1

    De politie verwerkt een melding over een bijtincident, veroorzaakt door een hond die al eerder een bijtincident veroorzaakt heeft.

  • 2

    De politie maakt een bestuurlijke rapportage over het incident (conform artikel 1) en verstuurt deze naar de gemeente.

  • 3

    De gemeente stelt vast dat een hond voor de tweede maal een bijtincident veroorzaakt heeft en gaat over tot de procedure een aanlijn- dan wel een aanlijn- en muilkorfgebod op te leggen.

  • 4

    Wanneer besloten wordt tot het opleggen van een aanlijn- dan wel aanlijn- en muilkorfgebod, wordt tevens in dit besluit aangegeven dat op het niet voldoen aan het gebod een dwangsom staat van € 250,- per overtreding, tot een maximum van € 2.500,-

Artikel 3 3e bijtincident

  • 1

    De politie verwerkt een melding over een bijtincident, veroorzaakt door een hond die al eerder een bijtincident heeft veroorzaakt.

  • 2

    De politie maakt een bestuurlijke rapportage over het incident (conform artikel 1) en verstuurt deze naar de gemeente.

  • 3

    De gemeente stelt vast dat de hond voor de derde maal een bijtincident veroorzaakt heeft, ondanks dat aan de eigenaar/houder van de hond reeds een aanlijn- dan wel aanlijn- en muilkorfgebod is opgelegd.

  • 4

    De eigenaar/houder van de hond wordt gevraagd om afstand te doen van de hond.

  • 5

    Indien de eigenaar/houder niet vrijwillig afstand doet van de hond en de burgemeester vreest dat de kans op bijtrecidive aanwezig is, geeft de burgemeester het bevel tot het onvrijwillig in beslag nemen van de hond.

  • 6

    Bij het onvrijwillig in beslag nemen van de hond kan in opdracht van de eigenaar/houder van de hond de hond aan een gedragstest worden onderworpen die de burgemeester betrouwbaar acht. De test zal moeten uitwijzen of de hond resocialiseerbaar of elders herplaatsbaar is, of dat het risico bij terugplaatsing bij de houder als te groot moet worden ingeschat.

  • 7

     De kosten van vervoer, verblijf, test en eventueel laten doden van de hond komen voor rekening van de houder van de hond.

Artikel 4 Uitzonderingssituaties

In uitzonderlijke of zeer ernstige situaties is het mogelijk om van dit beleid af te wijken en direct over te gaan tot inbeslagname van de hond.

 

Artikel 5 Citeertitel

Deze nadere regels kunnen worden aangehaald als: ”Uitvoeringsbesluit Gevaarlijke Honden art. 2.59 Algemene Plaatselijke Verordening”.

Artikel 6 In werking treding

Dit uitvoeringsbesluit treedt in werking op de dag volgend op die van de publicatie.

Oud-Beijerland, 31 oktober 2011

De burgemeester,

 

Burgemeester en Wethouders,De secretaris, de burgemeester,