Ziet u een fout in deze regeling? Meld het ons op regelgeving@overheid.nl!
Oud-Beijerland

Beleidsregels van het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Oud-Beijerland houdende regels omtrent subsidies Subsidiebeleidsregels Gemeente Oud-Beijerland 2017

Wetstechnische informatie

Gegevens van de regeling
OrganisatieOud-Beijerland
OrganisatietypeGemeente
Officiële naam regelingBeleidsregels van het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Oud-Beijerland houdende regels omtrent subsidies Subsidiebeleidsregels Gemeente Oud-Beijerland 2017
CiteertitelSubsidiebeleidsregels Gemeente Oud-Beijerland 2017
Vastgesteld doorcollege van burgemeester en wethouders
Onderwerpfinanciën en economie
Eigen onderwerp
Externe bijlage Overzicht subsidiesoorten/-vormen en algemene voorwaarden

Opmerkingen met betrekking tot de regeling

Deze regeling bevat de vroegst mogelijke datum van inwerkingtreding.

Deze regeling vervangt de Subsidiebeleidsregels gemeente Oud-Beijerland 2009.

Wettelijke grondslag(en) of bevoegdheid waarop de regeling is gebaseerd

Onbekend

Overzicht van in de tekst verwerkte wijzigingen

Datum inwerkingtreding

Terugwerkende kracht tot en met

Datum uitwerkingtreding

Betreft

Datum ondertekening

Bron bekendmaking

Kenmerk voorstel

18-01-2017nieuwe regeling

20-12-2016

Gemeenteblad 2017, 6851

Z-16.22114 algbesl/7107

Tekst van de regeling

Intitulé

Subsidiebeleidsregels Gemeente Oud-Beijerland 2017

 

 

Hoofdstuk 1 Algemene beleidsregels

1.1 Algemene regels

1.1.1 Inleiding

Deze Subsidiebeleidsregels gemeente Oud-Beijerland 2017 zijn een praktische uitwerking van de Subsidieverordening gemeente Oud-Beijerland 2017 en de door de gemeenteraad vastgestelde kaders. De verordening en de door de raad vastgestelde kaders omvatten het subsidiebeleid en kennen een sterke onderlinge samenhang en vormen een onlosmakelijk geheel samen met de Algemene wet bestuursrecht.

In de subsidieverordening staan de technische eisen, die aan de subsidie worden gesteld, vermeld. Het beschrijft aan welke ‘spelregels’ u als aanvrager en wij als verstrekker ons moeten houden. Daarnaast heeft de gemeenteraad kaders vastgesteld die van invloed zijn op de subsidieverstrekking. Deze kaders zijn verwoord in het raadsbesluit van 22 november 2016 In de beleids- en uitvoeringsregels werken wij als college de technische regels en kaders (subsidie en beleid) verder uit. Met deze regels sturen wij als gemeente op de gewenste maatschappelijke effecten. Uiteindelijk ontvangt u als aanvrager een beschikking, waarin de voorwaarden staan vermeld die wij aan de subsidieverstrekking verbinden.

 

1.1.2 Beleid

Als wij in deze beleidsregels spreken over ‘het beleid’ dan bedoelen wij daarmee vooral het collegeprogramma Kijken naar kansen, kiezen met kennis en het Regionaal Beleidsplan WMO 2015. Deze twee documenten gebruiken wij om te toetsen of bepaalde activiteiten voor een subsidie in aanmerking komen.

 

1.1.3 Clusters

Wij hebben gelijksoortige instellingen bij elkaar geclusterd. In deze beleidsregels houden we de volgende indeling aan:

  • °

    Leefbaarheid en samenleving

  • °

    Senioren en kwetsbare groepen

  • °

    Volksgezondheid

  • °

    Jeugd en jongeren

  • °

    Mantelzorg en vrijwilligers

  • °

    Sport

  • °

     

    Cultuur

  • °

    Recreatie en Toerisme

  • °

    Natuurbehoud

  • °

    Onderwijs.

 

De beleidsregels hebben we ingedeeld in algemene regels en specifieke regels. De algemene regels gelden voor alle subsidieaanvragen en de specifieke beleidsregels geven aanvullende regels voor subsidieaanvragen die in een bepaald cluster vallen. Zo kunnen wij per cluster onderscheid maken in de regels die gelden. De algemene beleidsregels gelden dus altijd, ook als er geen specifieke beleidsregels zijn.

 

1.1.4 Nieuwe subsidieaanvragen

Als u als instelling niet eerder een subsidie heeft aangevraagd bij onze gemeente of voor nieuwe/extra activiteiten/producten subsidie wilt aanvragen dan zien wij uw aanvraag als nieuwe aanvraag. Dit houdt o.a. in dat u extra gegevens moet aanleveren.

 

Structurele subsidie

Bij een nieuwe structurele subsidieaanvraag levert u de meest recent door het bestuur vastgestelde jaarrekening aan (naast de in artikel 6 lid 4 van de Subsidieverordening gemeente Oud-Beijerland 2017 aangegeven stukken). Ook levert u een begroting van uw organisatie aan die betrekking heeft op het subsidiejaar. Met deze stukken kunnen wij beoordelen of uw aanvraag voor een subsidie in aanmerking komt.

 

Het toekennen van een nieuwe structurele subsidieaanvraag gebeurt bij de vaststelling van de jaarlijkse gemeentebegroting. Binnen 5 maanden na de sluitingsdatum (1 mei) van de aanvraagperiode nemen wij als college een besluit over uw aanvraag (indien deze past binnen de financiële kaders) onder voorbehoud van goedkeuring van de gemeentebegroting door de raad. Indien uw aanvraag niet past binnen onze financiële kaders dan leggen wij deze voor aan de gemeenteraad. U hoort dus voor 1 oktober of wij uw aanvraag, onder voorbehoud van goedkeuring van de gemeentebegroting door de raad, toekennen.

 

1.1.5 Subsidiesoorten

Binnen de gemeente Oud-Beijerland kennen wij 3 verschillende subsidiesoorten, namelijk:

  • a.

    structurele subsidie;

  • b.

    incidentele subsidie;

  • c.

    investeringssubsidie.

 

Daarnaast kennen wij regionale subsidies. Omdat u een regionale subsidie bij meerdere gemeenten in de regio kunt aanvragen en subsidieregels per gemeente kunnen verschillen, kunnen wij afwijken van onze lokale regels. Een regionale subsidie kan op elke subsidiesoort van toepassing zijn.

 

Subsidies in schematisch overzicht

1.1.6 Leeswijzer

In de volgende paragrafen geven wij algemene regels voor de verschillende subsidiesoorten/-vormen. U kunt daarin onder andere terugvinden onder welke subsidiesoort en/of –vorm uw aanvraag valt en welke regels daardoor van toepassing zijn op uw aanvraag. In bijlage 1 vindt u een overzicht van alle subsidiesoorten-/vormen met de algemene voorwaarden daarbij.

1.2 Structurele subsidie

Als u gedurende een of meer kalenderjaren bepaalde activiteiten wilt uitvoeren waarvoor u graag een subsidie wilt ontvangen dan spreken we van een structurele subsidie.

 

1.2.1 Subsidie > €100.000,-

Voldoet uw aanvraag aan het volgende?

  • 1.

    U wilt structureel subsidie ontvangen;

  • 2.

    Het door u gevraagde subsidiebedrag komt boven de €100.000,- uit;

  • 3.

    De gemeente wil in grote mate sturen op de gesubsidieerdeproducten;

  • 4.

    Uw instelling is middelgroot tot groot en heeft meerdere beroepskrachten.

 

1.2.1.1 Subsidieaanvraag

Als u voor deze subsidie een aanvraag wilt indienen (schriftelijk voor 1 mei) dan voegt u bij uw aanvraag in ieder geval de volgende gegevens:

  • a.

    een productbegroting voor het jaar waarop uw aanvraag betrekking heeft;

  • b.

    een programma voor het jaar waarop uw aanvraag betrekking heeft en waarin per product wordt beschreven welke resultaten u verwacht en hoe deze resultaten gaan bijdragen aan de beoogde maatschappelijke effecten;

  • c.

    een overzicht van de bestuurssamenstelling.

Van een of meerdere van de hier gestelde eisen kunnen wij in een uitvoeringsovereenkomst afwijken.

 

Als u als instelling niet eerder een subsidie heeft aangevraagd bij onze gemeente of voor nieuwe/extra activiteiten/producten subsidie wilt aanvragen dan zien wij uw aanvraag als nieuwe aanvraag. Dit houdt o.a. in dat u extra gegevens moet aanleveren. Bij een nieuwe structurele subsidieaanvraag levert u de meest recent door het bestuur vastgestelde jaarrekening aan (naast de in artikel 6 lid 4 van de Subsidieverordening gemeente Oud-Beijerland 2017 aangegeven stukken). Ook levert u een begroting van uw organisatie aan die betrekking heeft op het subsidiejaar. Met deze stukken kunnen wij beoordelen of uw aanvraag voor een subsidie in aanmerking komt.

 

Het toekennen van een nieuwe structurele subsidieaanvraag gebeurt bij de vaststelling van de jaarlijkse gemeentebegroting. Binnen 5 maanden na de sluitingsdatum (1 mei) van de aanvraagperiode nemen wij als college een besluit over uw aanvraag (indien deze past binnen de financiële kaders) onder voorbehoud van goedkeuring van de gemeentebegroting door de raad. Indien uw aanvraag niet past binnen onze financiële kaders dan leggen wij deze voor aan de gemeenteraad. U hoort dus voor 1 oktober of wij uw aanvraag, onder voorbehoud van goedkeuring van de gemeentebegroting door de raad, toekennen.

 

1.2.1.2 Subsidieverlening

Wij verlenen de subsidie in principe op basis van een uitvoeringsovereenkomst. 

      

1.2.1.3Subsidievaststelling

Na afloop van de periode waarvoor u subsidie heeft ontvangen stuurt u ons een schriftelijke aanvraag om subsidievaststelling (voor 1 mei). Bij deze aanvraag voegt u in ieder geval de volgende gegevens:

  • a.

    een jaarrekening over het jaar waarvoor de subsidie is verleend;

  • b.

    een goedkeurende accountantsverklaring van een register- of AA-accountant;

  • c.

    een jaarverslag over het jaar waarvoor de subsidie is verleend en waarin u aangeeft welke producten met de subsidie zijn gerealiseerd, hoe deze zijn gerealiseerd en of deze voldoen aan de gestelde eisen.

Van een of meerdere van de hier gestelde eisen kunnen wij in een uitvoeringsovereenkomst afwijken.

 

1.2.1.4 Indexering

Wij leggen de indexering van de subsidies vast in een overeenkomst. De jaarlijks vastgestelde gemeentebegroting is leidend voor de index van de subsidies. Bij regionale subsidies wordt in principe de index CPI ‘alle huishoudens afgeleid’ van het voorvoorgaande jaar. Deze indexen zijn bij toekenning reeds definitief en worden dus achteraf niet meer vastgesteld en dus hoeft er niet verrekend te worden. Mocht er in de overeenkomst een andere (afwijkende) index zijn overeengekomen dan kan er eventueel wel sprake zijn van een voorlopige index die achteraf definitief vastgesteld moet worden (met een eventuele verrekening).

 

1.2.1 Subsidie < € 100.000,-

Voldoet uw aanvraag aan het volgende?

  • 1.

    U wilt structureel subsidie ontvangen;

  • 2.

    Het door u gevraagde subsidiebedrag ligt onder de €100.000,-;

  • 3.

    De gemeente wil niet of gemiddeld sturen op uw activiteiten;

  • 4.

    U bent een vereniging of middelgrote instelling.

 

1.2.2.1 Subsidieaanvraag

Als u voor deze subsidievorm een aanvraag wilt indienen (schriftelijk voor 1 mei) dan voegt u bij uw aanvraag in ieder geval de volgende gegevens:

  • a.

    een overzicht van de bestuurssamenstelling;

  • b.

    een overzicht van de te realiseren activiteiten/prestaties in het betreffende subsidiejaar;

  • c.

    voor subsidies hoger dan € 10.000,- een begroting van inkomsten en uitgaven van (alleen) de te realiseren prestaties in het betreffende subsidiejaar.

Naast de hier genoemde informatie kunnen wij om aanvullende informatie vragen die per instelling/aanvrager kan verschillen.

 

1.2.2.2Subsidievaststelling

  • a.

    Subsidievaststelling voor subsidies hoger dan € 10.000,-

Na afloop van de periode waarvoor u subsidie heeft ontvangen, stuurt u ons een schriftelijke aanvraag om subsidievaststelling (voor 1 mei). Bij deze aanvraag voegt u in ieder geval de volgende gegevens:

  • een verslag over de gesubsidieerde prestatie(s) waarin u aangeeft op welke wijze u invulling heeft gegeven aan de in de beschikking tot subsidieverlening gestelde eisen en hoe u de subsidie daarvoor heeft ingezet.

  • De (overige) stukken die eventueel in de beschikking tot subsidieverlening staan aangegeven.

 

  • b.

    Subsidieverlening en –vaststelling voor subsidies tot € 10.000,-

   

De subsidieverlening en –vaststelling vinden in één beschikking plaats tenzij in de beschikking tot verlening van de subsidie anders is bepaald.

 

1.2.2.3Indexering

De jaarlijks vastgestelde gemeentebegroting is leidend voor de index van de subsidies.

1.3 Incidentele subsidie en Initiatievenfonds OBL

1.3.1 Incidentele subsidie

Vind uw activiteit eenmalig of niet regelmatig plaats? Dan kunt u een incidentele subsidie oftewel een eenmalige subsidie aanvragen.

 

1.3.1.1Subsidieaanvraag

U kunt gedurende het hele boekjaar (1 januari t/m 31 december) een incidentele subsidie aanvragen. Aanvragen worden behandeld in volgorde van binnenkomst van de volledige (complete) aanvraag. De aanvraag moet twee maanden voor aanvang van het project ingediend worden.

Bij uw schriftelijke aanvraag om subsidieverlening voegt u in ieder geval:

  • a.

    een activiteitenbeschrijving;

  • b.

    een begroting van inkomsten en uitgaven van de activiteit.

 

1.3.1.2 Subsidievoorwaarden

Een aanvraag voor een incidentele subsidie moet voor toewijzing in ieder geval voldoen aan de volgende inhoudelijke voorwaarden:

 

  • a.

    De aanvraag moet voldoen aan de definitie van een project. Een project definiëren wij als: “een activiteit die niet tot de kernactiviteiten van een instelling behoort, begrensd is in de tijd en gericht is op een van de doelgroepen: jongeren (0-23), ouderen (65+) en mensen met een beperking, of gericht is op deskundigheidsbevordering van vrijwilligers;

  • b.

    De subsidie mag niet overlappen met een al verleende subsidie en is niet bedoeld voor de ondersteuning van goede doelen;

  • c.

    De aanvragende organisatie mag geen subsidie ontvangen, wat hoger ligt dan € 100.000,- per jaar. Zij worden geacht projecten binnen de reguliere begroting op te kunnen vangen;

  • d.

    Een vereniging statutair gevestigd in de gemeente Oud-Beijerland kan in aanmerking komen voor een jubileumbijdrage. Daarbij moet men dan aan de volgende richtlijnen voldoen:

    • 1.

      De jubilerende vereniging of instelling moet minimaal 25 jaar oud zijn

      Er moet een jubileumactiviteit worden georganiseerd door de jubilerende vereniging;

    • 2.

      Tot een jubileum rekenen wij iedere volgende periode van 5 jaar (na 25 jaar);

    • 3.

      De jubilerende vereniging of instelling moet de bijdrage in haar jubileumjaar aanvragen, maar is niet gebonden aan de indieningstermijn van twee maanden;

    • 4.

      Voor het verkrijgen van een bijdrage moet de vereniging een kopie van de stichtingsakte overleggen;

    • 5.

      De bijdrage is 10,00 euro per verenigings- of instellingsjaar.

  • e.

    Elke organisatie kan maximaal 2 keer per jaar een incidentele subsidie aanvragen;

  • f.

    Alleen organisaties uit Oud-Beijerland of de Hoeksche Waard komen in aanmerking voor een incidentele subsidie mits de activiteit (ook) in Oud-Beijerland plaatsvindt;

  • g.

    Naast deze voorwaarden toetsen wij elke aanvraag ook aan de uitgangspunten/weigeringsgronden zoals genoemd in de Subsidieverordening Gemeente Oud-Beijerland 2017 (artikel 9 en 11).

 

Bij een negatieve beoordeling op basis van het niet voldoen aan de voorwaarden, bieden wij u niet de mogelijkheid om in een ander jaar opnieuw hetzelfde verzoek in te dienen. Bij een afwijzing op grond van het bereiken van het subsidieplafond, bieden wij u wel de mogelijkheid om in een volgend tijdvak opnieuw hetzelfde verzoek in te dienen.

 

Bij een aanvraag met een regionaal karakter (zie §1.5 over regionale subsidie) gaan wij uit van de subsidie die u aan de betrokken gemeenten gezamenlijk vraagt.

 

1.3.1.3 Subsidieverlening

Maximaal 75 % van de kosten van de activiteit wordt gesubsidieerd.

 

Binnen twee maanden nadat u een complete aanvraag heeft ingediend, nemen wij een besluit over uw aanvraag. Als het toegekende subsidiebedrag lager is dan € 3.500,00 dan stellen wij de subsidie in een keer vast. Dit houdt in dat u achteraf geen aparte aanvraag tot subsidievaststelling hoeft in te dienen.

 

Subsidieplafond

Het beschikbare bedrag (het subsidieplafond) wordt jaarlijks vastgesteld door de raad (€ 32.350 in 2016).

 

1.3.1.4 Subsidievaststelling

Als uw ontvangen subsidie hoger is dan € 3.500,-, dan levert u binnen 3 maanden na afloop van de activiteit/project een schriftelijke aanvraag tot subsidievaststelling bij ons in. Bij deze aanvraag voegt u:

  • a.

    een inhoudelijk verslag van de activiteit(en);

  • b.

    een overzicht van inkomsten en uitgaven van de activiteit(en).

 

Bij de vaststelling van de subsidie gaan wij uit van de werkelijk uitgevoerde activiteit(en). Dit houdt in dat als het project in werkelijkheid niet, of niet voldoende is uitgevoerd, wij (een deel van) de subsidie kunnen terugvorderen. Ook kunnen wij, als de werkelijke kosten van het project aanzienlijk afwijken van de begroting, overgaan tot het (gedeeltelijk) terugvorderen van de subsidie. De subsidie bedraagt bij vaststelling maximaal het bedrag dat wij hebben verleend.

 

1.3.2 Initiatievenfonds OBL

Wilt u een initiatief ontwikkelen dat bijdraagt aan de samenhorigheid in onze gemeenschap en heeft u een steuntje in de rug nodig? Dan kunt u in aanmerking komen voor een bijdrage vanuit het Initiatievenfonds.

 

1.3.2.1 Subsidieaanvraag

U kunt gedurende het hele boekjaar (1 januari t/m 31 december) een bijdrage uit het Initiatievenfonds OBL aanvragen. Aanvragen worden, gelet op het geldende subsidieplafond, behandeld in volgorde van binnenkomst van de volledige (complete) aanvraag.

 

Bij uw schriftelijke aanvraag om subsidieverlening voegt u in ieder geval:

  • a.

    een beschrijving van het doel van het initiatief;

  • b.

    een begroting van inkomsten en uitgaven van het initiatief;

  • c.

    een bewijs waaruit het draagvlak van het initiatief blijkt (vorm vrij);

  • d.

    een bewijs waaruit de eigen inzet in vorm van geld, natura en/of eigen capaciteit blijkt (vorm vrij).

 

1.3.2.2 Subsidievoorwaarden

Een aanvraag voor een bijdrage uit het Initiatievenfonds OBL moet voor toewijzing in ieder geval voldoen aan de volgende inhoudelijke voorwaarden:

  • a.

    De subsidie mag niet overlappen met een al verleende subsidie en is niet bedoeld voor de ondersteuning van goede doelen. Alleen organisaties uit Oud-Beijerland of de Hoeksche Waard komen in aanmerking voor een incidentele subsidie mits de activiteit (ook) in Oud-Beijerland plaatsvindt;

  • b.

    Een initiatief moet een bijdrage leveren aan de saamhorigheid in Oud-Beijerland;

  • c.

    Voor een bijdrage komen zowel activiteiten als benodigd materiaal/objecten en eventueel loonkosten in aanmerking. De eventuele loonkosten kunnen in aanmerking komen voor ondersteuning op voorwaarde dat die in redelijke verhouding staan tot de inzet in geld of menskracht van initiatiefnemers en de deelnemers, die bij de uitvoering van het initiatief betrokken zijn;

  • d.

    Een initiatief wordt maximaal drie keer uit het initiatievenfonds OBL ondersteund;

  • e.

    Bij het optimaal benutten van de kennis, kracht en kunde van het dorp past dat mensen eigen inzet leveren voor hun initiatief. Dit mag in de vorm van geld, natura en/of eigen capaciteit;

  • f.

    De activiteiten van het initiatief stimuleren mensen om zich vrijwillig in te zetten voor elkaar en/of hun leefomgeving in Oud-Beijerland. De activiteiten van het initiatief richten zich op een doelgroep die ruimer is dan alleen de initiatiefnemers. Het initiatief gaat om een collectief (niet persoonlijk) belang;

  • g.

    Voor het initiatief is er aantoonbaar draagvlak. Het aantonen hiervan is vorm vrij. De omvang van het draagvlak moet in verhouding staan tot de grootte van de aanvraag;

  • h.

    De kosten van de uitvoering van de initiatieven die redelijkerwijs voortvloeien uit normale bedrijfsinvesteringen komen niet in aanmerking voor ondersteuning;

  • i.

    Het initiatievenfonds bekostigt geen consumpties;

  • j.

    Bij initiatieven gericht op de openbare ruimte waarbij investeringen aan de orde zijn betekent de eigen inzet dat met initiatiefnemers het gesprek wordt aangegaan over hoe zij zich kunnen inzetten voor de aanpak van het probleem waaraan de investering een bijdrage levert. Daarnaast zal ook vooraf door de gemeente en de initiatiefnemer samen gekeken worden naar de eventuele structurele kosten die hieruit voort kunnen vloeien (zoals onderhoud en vervanging) en hoe hier mee omgegaan wordt.

Naast deze voorwaarden toetsen wij elke aanvraag ook aan de uitgangspunten/weigeringsgronden zoals genoemd in de Subsidieverordening Gemeente Oud-Beijerland 2017 (artikel 9 en 11).

Bij een aanvraag met een regionaal karakter (zie §1.5 over regionale subsidie) gaan wij uit van de subsidie die u aan de betrokken gemeenten gezamenlijk vraagt.

 

1.3.2.3 Subsidieverlening

Binnen twee maanden na binnenkomst van de volledige aanvraag nemen wij een besluit. Als het subsidiebedrag minder dan € 3.500,00 bedraagt dan stellen wij de subsidie in een keer vast. Dit houdt in dat u achteraf geen aparte aanvraag tot subsidievaststelling hoeft in te dienen.

 

Subsidieplafond

Het beschikbare jaarbedrag (het subsidieplafond) wordt jaarlijks door de gemeenteraad vastgesteld tijdens de begrotingsbehandeling. De gemeentelijke begroting is terug te vinden op de website van de gemeente Oud-Beijerland.

 

1.3.2.4 Subsidievaststelling

Als u uw initiatief heeft uitgevoerd waarvoor u meer dan €3.500,- heeft ontvangen, dan levert u binnen 3 maanden na afloop een schriftelijke aanvraag tot subsidievaststelling bij ons in. Bij deze aanvraag voegt u:

 

  • a.

    een inhoudelijk verslag op welke wijze de activiteit een bijdrage heeft geleverd aan de samenhorigheid in Oud-Beijerland;

  • b.

    een overzicht van inkomsten en uitgaven van de activiteit(en);

  • c.

    een bewijs waaruit de geleverde eigen inzet in de vorm van geld, natura en/of eigen capaciteit blijkt (vorm vrij)

Bij de vaststelling van de subsidie gaan wij uit van de werkelijk uitgevoerde activiteit(en). Dit houdt in dat als het project in werkelijkheid niet, of niet voldoende is uitgevoerd, wij (een deel van) de subsidie kunnen terugvorderen. Ook kunnen wij, als de werkelijke kosten van het project aanzienlijk afwijken van de begroting, overgaan tot het (gedeeltelijk) terugvorderen van de subsidie. De subsidie bedraagt bij vaststelling maximaal het bedrag dat wij hebben verleend.

1.4 Investeringssubsidie

Wilt u een bijdrage in de kosten van de aankoop, stichting of aanpassing van uw accommodatie die in onze gemeente staat of voor de aanschaf van duurzame gebruiksgoederen[1]? Dan is deze subsidiesoort op uw aanvraag van toepassing.

 

1.4.1 Subsidieaanvraag

Als u voor deze subsidiesoort een aanvraag wilt indienen dan voegt u bij uw aanvraag (schriftelijk, uiterlijk twee maanden voor realisatie van de investering) in ieder geval de volgende gegevens:

  • a.

    een onderbouwing van uw aanvraag, waarin u duidelijk maakt dat de investering noodzakelijk is voor het uitvoeren van uw activiteiten;

  • b.

    een investeringsbegroting met daarin eventueel rekening gehouden met zelfwerkzaamheid (zie subsidievoorwaarden);

  • c.

    een dekkingsplan waaruit blijkt dat uw instelling in de financieringsbehoefte voor de realisatie van de investering kan voorzien;

  • d.

    een meerjarenexploitatiebegroting waaruit blijkt dat uw instelling de toekomstige lasten van de investering kan dekken.

 

1.4.2 Subsidievoorwaarden

Bij aanvragen voor een investeringssubsidie hanteren wij het systeem “Wie het eerst komt, het eerst maalt”. Voor het handhaven van het subsidieplafond, hanteren wij daarbij het boekjaar. Een boekjaar loopt van 1 januari t/m 31 december. U kunt dus vanaf 1 januari uw aanvraag indienen voor dat jaar. Wanneer er meerdere aanvragen tegelijk worden ontvangen (op dezelfde dag) dan vindt er een inhoudelijke afweging plaats door het college.

 

Wij toetsen uw aanvraag inhoudelijk aan het beleid en kijken of de activiteiten die u als instelling uitvoert past binnen de door de gemeenteraad vastgestelde kaders. Ook kijken wij naar de noodzaak van de investering.

 

Wij beoordelen het investeringsbedrag en keuren dit goed of af. Aan de hand van het investeringsbedrag bepalen wij namelijk de hoogte van de subsidie. Bij de vaststelling van het investeringsbedrag houden wij rekening met werkzaamheden die u door middel van zelfwerkzaamheid uitvoert. U kunt tot maximaal 50% van de verkregen besparingen in arbeidskosten door zelfwerkzaamheid opnemen in het investeringsbedrag.

  

De subsidie bedraagt maximaal 25% van het goedgekeurde investeringsbedrag. Wij verlenen echter nooit meer dan het jaarlijks door de raad in de gemeentebegroting vastgestelde subsidieplafond (€ 15.200,00 in 2016).

 

1.4.3 Subsidievaststelling

Na realisatie van de investering stuurt u binnen 13 weken een schriftelijke aanvraag tot subsidievaststelling naar ons. Daarbij voegt u:

  • a.

    een overzicht van inkomsten en uitgaven van de investering;

  • b.

    een toelichting op afwijkingen van de stukken genoemd bij 1.4.1 b t/m d (deze afwijkingen mogen geen grote gevolgen hebben voor de meerjarenexploitatie van uw instelling).

Bij de vaststelling van de subsidie gaan wij uit van het werkelijke investeringsbedrag. De subsidie bedraagt bij vaststelling maximaal het bedrag dat wij hebben verleend.

 

[1] Onder duurzame gebruiksgoederen verstaan wij goederen die voor het uitvoeren van de activiteiten waarvoor subsidie wordt verleend noodzakelijk zijn, die meerdere jaren meegaan en waarop wordt afgeschreven. Bijvoorbeeld nieuwe tafels voor uw accommodatie.

1.5 Regionale subsidie

Organiseert u een activiteit welke een regionaal karakter heeft? Dan betreft uw aanvraag een regionale subsidie. Van een regionaal karakter is sprake als uw activiteit plaatsvindt in (delen van) de Hoeksche Waard, het gebied van het Samenwerkingsverband Zuid-Holland Zuid of de Zuid-Hollandse Eilanden. Het regionale karakter kan bij alle subsidiesoorten/-vormen van toepassing zijn.

 

 

1.5.1 Subsidieaanvraag

In beginsel houdt u de aanvraagtermijnen die gelden voor de verschillende subsidiesoorten in de Subsidieverordening Gemeente Oud-Beijerland 2017 aan.

 

Als u wilt dat uw aanvraag als regionaal wordt aangemerkt dan behoort u bij alle betrokken gemeenten een aanvraag in te dienen. Hierin dient u aan te tonen dat de activiteit(en) zich richt(en) op de inwoners van al deze gemeenten.

 

Bij uw schriftelijke aanvraag voegt u ten minste:

  • a.

    een activiteitenbeschrijving;

  • b.

    een begroting van inkomsten en uitgaven van de activiteit.

 

1.5.2 Subsidievoorwaarden

De regionale afspraken/het regionale beleid is leidend bij de beoordeling van uw subsidieaanvraag. Wanneer er geen regionale afspraken van toepassing zijn op uw aanvraag dan kijken wij naar ons lokale beleid.

 

1.5.3 Subsidieverlening

Het verlenen van subsidie is in beginsel afhankelijk van een gezamenlijk advies van de betrokken gemeenten. Dit gezamenlijke advies komt voort uit het Regionaal Portefeuillehoudersoverleg Samenleving.

 

Bij het bepalen van de hoogte van de subsidie gaan wij in beginsel uit van een bijdrage naar rato van het aantal inwoners.

 

Bij het verlenen van een meerjarige subsidie of een structurele subsidie wordt ook bepaald met welke index de subsidie jaarlijks wordt bijgesteld. Deze index kan, door regionale afspraken, afwijken van de indexeringen die wij voor andere subsidies toepassen.

 

1.5.4 Subsidievaststelling

Na afloop van de activiteit dient u een aanvraag tot subsidievaststelling bij ons in. Bij uw aanvraag voegt u in ieder geval:

  • a.

    een inhoudelijk verslag van de activiteit(en);

  • b.

    een financieel verslag van de activiteit(en).

 

1.6 Reservevorming[2]

[2] Voorbeeld: U telt alle baten (bijv. €100.000) en lasten (bijv. €80.000) bij elkaar op (= €180.000) en daar trekt u de door ons ontvangen subsidie (bijv. €5.000) vanaf (= €175.000). Dit bedrag doet u maal het toegestane percentage (30%) = €52.500. Dan kijkt u naar uw algemene reserve en bestemmingsreserves. Deze mogen samen niet hoger zijn dan het toegestane bedrag (€52.500).

 

Reserves maken deel uit van het eigen vermogen van uw instelling. U kunt als instelling zelf vrij beschikken over de betreffende middelen. Reserves worden gevormd uit de exploitatieoverschotten en zijn dus een winstbestemming. De subsidieverordening staat vermogensvorming in de vorm van reserves toe. Daarbij is er een spanningsveld.

Enerzijds willen we dat u als gesubsidieerde instellingen voldoende vrijheid van handelen krijgt. Wij willen slagvaardig en bedrijfsmatig werken stimuleren. Dit betekent dat u een zekere armslag nodig heeft om perioden met ‘slecht weer’ te kunnen overbruggen. In dat kader is het van belang dat wij een eventueel positief resultaat – er vanuit gaand dat u de afgesproken prestaties levert – niet direct en volledig afromen. Bovendien zou een dergelijke afroming eerder stimuleren om nog snel voor het eind van een subsidiejaar extra uitgaven te doen die mogelijk niet echt noodzakelijk zijn.

Anderzijds willen wij ook voorkomen dat u met subsidiegeld overmatige reserves vormt. In dat geval kunnen wij als gemeente beter zelf over de middelen beschikken en afwegen over besteding of belegging.

 

1.6.1 Reserves

Onder algemene reserve verstaan wij: een reserve met een algemeen karakter en daarom vrij aanwendbaar. Zij is onder andere bedoeld om eventuele bedrijfsrisico’s op te vangen, waarmee u als instelling wordt geconfronteerd. In die gevallen dat een eigen accommodatie een onredelijke invloed heeft op uw algemene reserve, kan het college besluiten deze accommodatie buiten beschouwing te laten.

Onder bestemmingsreserves verstaan wij: specifieke reserves waaraan van tevoren een bestemming is gegeven. Voorbeelden van bestemmingsreserves:

 

  • a.

    Uitbreiding van inventaris/het gebouw (geen onderhoud/vervanging!);

  • b.

    Uitbreiding van activiteiten;

  • c.

    Toekomstige investeringen.

 

Het vormen, dan wel het voeden, van een algemene en/of bestemmingsreserve met gemeentelijke subsidiegelden, is uitsluitend mogelijk wanneer er sprake is van een positief jaarresultaat, voor zover dat niet wordt veroorzaakt door het niet of slechts gedeeltelijk uitvoeren van activiteiten waarvoor de subsidie is verleend.

 

Subsidies > € 100.000,-:

  • a.

    De beoordeling van reserves voeren wij uit bij de aanvraag om subsidieverlening en kan van invloed zijn op de hoogte van het te verlenen subsidiebedrag. Wij kijken hierbij zowel naar de algemene reserve als naar bestemmingsreserves.

  • b.

    Voor de bepaling van de hoogte van de reserves gaan wij uit van het boekjaar voorafgaande aan het jaar waarin u uw subsidieaanvraag indient. Bij instellingen met een gebroken boekjaar kijken wij naar het gebroken boekjaar voorafgaande aan het jaar waarin u uw subsidieaanvraag indient.

  • c.

    Wij berekenen de (maximale) hoogte van de reserves door de som van de baten en lasten te nemen, daarvan het ontvangen subsidiebedrag af te halen en dit maal 30% te doen.

  • d.

    Indien de reserves de maximale hoogte overschrijden, brengen wij het meerdere in mindering op de subsidie voor het jaar waarop de subsidieaanvraag betrekking heeft.

  • e.

    In bijzondere gevallen kunnen wij (in de uitvoeringsovereenkomst) afwijken van de hier genoemde regels over reservevorming. Bijvoorbeeld bij landelijk opererende organisaties, afwijkende regionale afspraken of organisaties die veel producten leveren.

 

Subsidies < € 100.000,-:

  • a.

    Indien noodzakelijk voeren wij een beoordeling van de reserves uit. Deze kan van invloed zijn op de hoogte van het te verlenen subsidiebudget. Wij kijken hierbij zowel naar de algemene reserve als naar bestemmingsreserves. Tevens wordt voor deze categorie subsidies jaarlijks een steekproef genomen.

  • b.

    Voor de bepaling van de hoogte van de reserves gaan wij uit van het boekjaar voorafgaande aan het jaar waarin u uw subsidieaanvraag indient. Bij instellingen met een gebroken boekjaar kijken wij naar het gebroken boekjaar voorafgaande aan het jaar waarin u uw subsidieaanvraag indient.

  • c.

    Wij berekenen de (maximale) hoogte van de reserves door de som van de baten en lasten te nemen, daarvan het ontvangen subsidiebedrag af te halen en dit maal 30% te doen.

  • d.

    Indien de reserves de maximale hoogte overschrijden, brengen wij het meerdere in mindering op de subsidie.

  • e.

    In bijzondere gevallen kunnen wij (in beschikking tot subsidieverlening) afwijken van de hier genoemde regels over reservevorming. Bijvoorbeeld als een eigen accommodatie een onredelijke invloed heeft op de reserves of bij landelijk opererende organisaties of organisaties die veel (meer) producten leveren (dan wij afnemen).

 

Investeringssubsidies:

  • a.

    Bij de beoordeling van uw aanvraag om investeringssubsidie kijken wij naar de hoogte van de reserves van uw instelling en nemen dat mee in onze beslissing.

 

1.6.2 Voorzieningen

Voorzieningen: behoren tot het vreemd vermogen van de instelling. Voorzieningen zijn gericht op het kunnen voldoen aan vooraf duidelijk kwantificeerbare verplichtingen. Voorzieningen kunnen louter en alleen worden aangewend voor het doel waarvoor zij zijn ingesteld. Voorzieningen worden gevormd uit de exploitatie in het jaar waarop de verplichting is ontstaan en dient tot het gelijkmatig verdelen van de lasten over een beperkt aantal jaren. Het vormen van voorzieningen is een normaal aspect van de bedrijfsvoering en dient daarom onderdeel uit te maken van de begroting en rekening van uw instelling. Er is dus sprake van normale kosten. Voorzieningen kunnen o.a. gevormd worden voor:

  • a.

    personele verplichtingen (bijv. pensioenverplichtingen);

  • b.

    onderhoud van bestaande gebouwen/inventaris;

  • c.

    vervanging van inventaris.

 

Voor alle instellingen geldt dat aan de hoogte van de voorzieningen geen maximum is gesteld. De voorzieningen moeten wel een duidelijke relatie hebben tot de verwachte risico’s en dus reëel zijn.

Hoofdstuk 2 Specifieke beleidsregels

2.1 Sport

Beleid:

Als gemeente Oud-Beijerland willen wij lokale sportverenigingen waarderen. Sportbeoefening heeft voordelen voor de gezondheid en werkt positief tegen overgewicht. Bovendien kan sport mensen uit een isolement en of eenzaamheid halen of houden. Daarnaast is het (sport)verenigingsleven belangrijk voor de sociale samenhang.

 

2.1.1 Doelstellingen

Wij hebben de volgende doelstellingen voor ogen:

 

  • 1.

    Algemene waardering van lokale sportverenigingen, dat wil zeggen verenigingen in de breedte waarderen voor al hun activiteiten.

  • 2.

    Bevorderen actieve sportdeelname door specifieke doelgroepen uit Oud-Beijerland, te weten: jeugd, ouderen en gehandicapten.

  • 3.

    Lokale binnensportverenigingen, die sportdeelname bevorderen, compenseren voor:

    • het feit dat zij slechts zeer beperkt eigen inkomsten kunnen generen (geen eigen kantine, geen eigen accommodatie, beperkte mogelijkheden tot sponsoring e.d.);

    • het feit dat bij deze verenigingen extra leden direct leidt tot extra kosten (zaalhuur e.d.).

  • 4.

    Stimuleren samenwerking tussen lokale onderwijs- of zorginstellingen en lokale sportverenigingen.

 

2.1.2 Producten/diensten/activiteiten

  • 1.

    Het organiseren van sportactiviteiten voor leden van de sportvereniging.

  • 2.

    Het organiseren van sportactiviteiten voor de doelgroepen: jeugd, ouderen en gehandicapten.

  • 3.

    Het organiseren van sportactiviteiten gericht op samenwerking met lokale onderwijs- en/of zorginstellingen.

  

2.1.3 Subsidiegrondslagen

  • 1.

    Het subsidieplafond voor de beleidsregels sport, is €23.000,- in 2016. Het subsidieplafond is door de gemeenteraad vastgesteld.

  • 2.

    De berekening van de subsidie per vereniging is als volgt:

    • A.

      Algemene subsidie: aan elke sportvereniging kennen wij een algemene subsidie van € 200,- toe. Geen specifieke tegenprestatie.

    • B.

      Een sportstimuleringssubsidie in de vorm van een bedrag per categorie leden uit de betreffende doelgroep.

 

Aantal jeugdleden (18-) afkomstig uit Oud-Beijerland

Bedrag in €

1-15

100

16-50

200

51-200

300

201-500

400

501 of meer

500

 

Aantal seniorenleden[3] (65+) afkomstig uit Oud-Beijerland

Bedrag in €

1-15

100

16-50

200

51-200

300

201-500

400

501 of meer

500

 

Aantal gehandicapte leden* afkomstig uit Oud-Beijerland

Bedrag in €

1-15

250

16-40

500

41-100

750

* d.w.z. spelend in een speciaal team of met speciale begeleiding binnen een regulier team.

Tegenprestatie: voor de betreffende doelgroep(en) ten minste 1 keer per jaar een (sport)activiteit organiseren in Oud-Beijerland.

 

  • C.

    Aanvullend verlenen wij voor de binnensportvereniging een “toeslag”.

    Binnensportverenigingen hebben namelijk bijna geen mogelijkheden eigen inkomsten te verwerven. Zij hebben geen eigen accommodatie en geen eigen kantine. Hoe meer leden, hoe meer kosten. Voor buitensport (ook die verenigingen die een deel van het jaar buiten en een deel van het jaar binnen sporten) geldt dat zij wel gedurende het grootste deel van het jaar eigen inkomsten kunnen generen, bijvoorbeeld door barinkomsten en sponsoring. Daarom geven wij een “toeslag” voor die verenigingen die alleen binnen sporten. De hoogte van de toeslag berekenen wij naar het totale ledenaantal van de betreffende vereniging.

     

Deze toeslag geldt niet voor:

- denksportverenigingen[4]

- verenigingen die zowel binnen als buitensport beoefenen en beschikken over een eigen kantine.

Totale ledenaantal afkomstig uit Oud-Beijerland5

Binnensporttoeslag in €

1 - 20

50

21 - 50

250

51 - 100

500

101 of meer

1000

Geen tegenprestatie.

 

  • D.

    Voor activiteiten, gericht op de doelgroepen: jeugd, gehandicapten of ouderen, die uit samenwerking tussen lokale onderwijs- en zorginstellingen en lokale sportverenigingen zijn ontstaan, verstrekken wij een subsidie van maximaal € 500,-. Het gaat hier doorgaans om activiteiten die eerst incidenteel zijn gesubsidieerd. Bij eventuele nieuwe aanvragen voor subsidie van deze activiteiten maken wij de afweging wat de toegevoegde waarde ten opzichte van deze bestaande activiteiten is.

 

Tegenprestatie: organisatie van de betreffende activiteit(en).

 

Deze vier componenten tellen wij op en vormen samen de hoogte van het totale subsidiebedrag voor u als vereniging.

 

Opgemerkt dient te worden dat een subsidie < € 10.000,- achteraf niet vastgesteld hoeft te worden.

 

2.1.4 Nadere subsidievoorwaarden

N.v.t.

 

2.1.5 Nadere vereisten bij de aanvraag

  • 1.

    Bij de jaarlijkse subsidieaanvraag levert u, naast de in artikel 1.2.2.1 genoemde zaken, ook een opgave van het aantal leden, het soort leden en de woonplaats van de leden met peildatum 1 januari van het jaar waarin u de subsidie aanvraagt (bijv. als u in 2017 een subsidie aanvraagt voor 2018 neemt u als peildatum het ledenaantal op 1-1-2017).

  • 2.

    U maakt bij de jaarlijkse subsidieaanvraag gebruik van het door ons beschikbaar gestelde formulier.

 

2.1.6 Nadere voorwaarden

De onder 2.1.3 (subsidiegrondslagen) genoemde bedragen worden niet geïndexeerd.

 

[3] Hieronder worden niet verstaan: donateurs, rustende/steunende leden, etc.

[4] Denksportverenigingen maken over het algemeen weinig uren gebruik van een binnensportaccommodatie in tegenstelling tot overige verenigingen.

2.2 Onderwijs

Beleid:

De gemeente Oud-Beijerland vindt het welzijn van jongeren van groot belang. Daarom leveren wij een bijdrage aan het welzijn van basisschoolleerlingen door middel van het subsidiëren van onderwijsbegeleiding.

 

2.2.1 Doelstelling activiteiten

De gemeente heeft de volgende doelstellingen voor ogen:

  • Opvoedingsondersteuning;

  • Vroegsignalering en het voorkomen van problemen (ontwikkelings- en leerachterstanden);

  • Ondersteuning van de schoolloopbaan van kinderen;

  • Versterking van de zorgstructuur op basisscholen (bijv. de beoogde zorgadviesteams);

  • Ondersteuning van leerkrachten en interne begeleiders voor leerlingen met specifieke leer- en gedragsproblemen en

  • Diagnosestelling voor mogelijke doorverwijzing naar het speciaal basisonderwijs.

 

2.2.2 Producten/activiteiten/diensten

De subsidie is bestemd voor activiteiten die de doelstellingen - zoals verwoord bij 2.2.1 – ondersteunen.

 

2.2.3 Subsidiegrondslagen

Jaarlijks is € 50.000,- beschikbaar voor de leerlingbegeleiding op de Oud-Beijerlandse scholen.

 

Het subsidiebedrag wordt jaarlijks gedeeld door het aantal leerlingen op basis van de 01-oktobertelling van het voorgaande jaar, zodat het subsidiebedrag per kind vastgesteld kan worden.

 

2.2.4 Nadere subsidievoorwaarden

U dient exact aan te geven dat de gemeentelijke bijdrage voor schoolbegeleiding juist besteed wordt. Daarnaast dient u ook het rijksdeel inzetten voor onderwijsbegeleiding.

 

De gemeentelijke bijdrage aan de onderwijsbegeleiding kan niet worden ingezet voor systeembegeleiding (bijvoorbeeld het ondersteunen van de docenten bij verandering van werkvormen, het gebruik van leermiddelen en de implementatie van nieuwe ontwikkelingen), maar is uitsluitend bestemd voor de leerlingbegeleiding (zie 2.10.1). Het rijksdeel kan daarentegen aan beide soorten begeleiding worden besteed.

 

2.2.5 Eigen bijdragen/andere inkomsten dan subsidie

De gemeentelijke bijdrage aan de onderwijsbegeleiding blijkt in de praktijk

niet voldoende om de totale kosten voor leerlingbegeleiding te dekken.

Alle besturen dragen vanuit eigen middelen daarom bij aan deze begeleiding.

 

2.2.6 Vaststellen subsidie

Voor het vaststellen van de subsidie dient u een verzoek in, ongeacht de hoogte van het subsidiebedrag. Voor 1 mei na afloop van het subsidiejaar dient u als schoolbestuur het volgende te overleggen:

  • Een inhoudelijk jaarverslag ten aanzien van de besteding van de gemeentelijke bijdrage aan schoolbegeleiding;

  • Een financiële verslaglegging van de uitgevoerde schoolbegeleidingsactiviteiten, uitgesplitst per school.

Hoofdstuk 3 Overige beleidsregels

3.1 Overige beleidsregels

Met de inwerkingtreding van deze beleidsregels komen de Subsidiebeleidsregels Gemeente Oud-Beijerland 2009 1e wijziging vastgesteld op 17 januari 2012, de Subsidiebeleidsregels Gemeente Oud-Beijerland 2009 2e wijziging vastgesteld op 15 januari 2013 en de 3e wijziging van de subsidiebeleidsregels gemeente Oud-Beijerland 2009 vastgesteld op 22 maart 2016 te vervallen.

3.2 Overgangsbepalingen

  • 1.

    Deze beleidsregels zijn van toepassing op subsidieaanvragen die worden gedaan in 2017 en verder.

  • 2.

    De Subsidiebeleidsregels Gemeente Oud-Beijerland 2009 3e wijziging vastgesteld op 22 maart 2016 blijven van toepassing op de voor de inwerkingtreding van deze beleidsregels ingediende subsidieaanvragen, verleende subsidies, alsmede de definitieve vaststelling van die subsidies, die achteraf plaatsvindt.

3.3 Inwerkingtreding

De Subsidiebeleidsregels Gemeente Oud-Beijerland 2017 treden in werking op 1 januari 2017.

3.4 Citeertitel

Deze regeling wordt aangehaald als: Subsidiebeleidsregels Gemeente Oud-Beijerland 2017.

Aldus vastgesteld door het college van burgemeester en wethouders in de vergadering van

…………………………

R. Heintjes J. Hermans-Vloedbeld

secretaris burgemeester

Bijlage 1: Overzicht subsidiesoorten/-vormen en algemene voorwaarden

Overzicht subsidiesoorten/-vormen en algemene voorwaarden