Ziet u een fout in deze regeling? Meld het ons op regelgeving@overheid.nl!
Oud-Beijerland

Verordening van de gemeenteraad van de gemeente Oud-Beijerland houdende regels omtrent havens Havenverordening Oud-Beijerland 2018

Wetstechnische informatie

Gegevens van de regeling
OrganisatieOud-Beijerland
OrganisatietypeGemeente
Officiële naam regelingVerordening van de gemeenteraad van de gemeente Oud-Beijerland houdende regels omtrent havens Havenverordening Oud-Beijerland 2018
CiteertitelHavenverordening Oud-Beijerland 2018
Vastgesteld doorgemeenteraad
Onderwerpruimtelijke ordening, verkeer en vervoer
Eigen onderwerp

Opmerkingen met betrekking tot de regeling

Deze bekendmaking betreft een rectificatie omdat een onjuiste versie van de kaart was toegevoegd als bijlage. De oorspronkelijke bekendmaking is op 20 november 2018 beschikbaar via Gemeenteblad 2018, 245414.]

Deze regeling vervangt Havenverordening 2014.

Wettelijke grondslag(en) of bevoegdheid waarop de regeling is gebaseerd

artikel 149 van de Gemeentewet

Overzicht van in de tekst verwerkte wijzigingen

Datum inwerkingtreding

Terugwerkende kracht tot en met

Datum uitwerkingtreding

Betreft

Datum ondertekening

Bron bekendmaking

Kenmerk voorstel

21-11-201821-11-2018nieuwe regeling

06-11-2018

gmb-2018-245414

21-11-2018nieuwe regeling

06-11-2018

gmb-2018-268392

Tekst van de regeling

Intitulé

Verordening van de gemeenteraad van de gemeente Oud-Beijerland houdende regels omtrent havens Havenverordening Oud-Beijerland 2018

De raad van de gemeente Oud-Beijerland;

gelezen het voorstel van het college van burgemeester en wethouders (verder: het college), d.d. 9 september 2018;

gelet op artikel 149 van de gemeentewet;

 

BESLUIT:

 

  • 1.

    In te trekken de Havenverordening Oud-Beijerland uit 2014

  • 2.

    Vast te stellen de volgende verordening: Havenverordening Oud-Beijerland 2018

Hoofdstuk 1. Algemene bepalingen

Artikel 1 Toepassingsgebied

Deze verordening is van toepassing op openbare wateren in eigendom en beheer bij de gemeente Oud-Beijerland en op het van de Staat gehuurde openbare water van Het Spui langs het recreatiegebied de Oude Tol, de kademuur “Spuifront” (loswal) en “Spuizicht”, die op een bij deze verordening behorende kaart nader zijn aangegeven en die, al dan niet met enige beperking, voor het publiek bevaarbaar of anderszins toegankelijk zijn, alsmede op de daarbij behorende werken als kadeterreinen, oevers, steigers, trappen, bruggen en andere kunstwerken.

Artikel 2. Definities

Voor de toepassing van deze verordening wordt verstaan onder:

  • a)

    haven:

    • »

      de jachthaven en de passantensteiger “Het Spui”, waar overwegend gelegenheid wordt gegeven voor het aanleggen, afmeren of afgemeerd houden van pleziervaartuigen;

    • »

      de kademuur “Spuifront” (loswal);

    • »

      de aanlegsteigers “Oude Tol” en “Spuizicht” ten behoeve van het aanleggen van het Rhoonse veer en de Waterbus (alleen “Spuizicht”) en

    • »

      de Suikerhaven (insteekhaven wijk Spuioever).

  • b)

    havenmeester: de door het college als zodanig benoemde ambtenaar, evenals zijn plaatsvervanger(s).

  • c)

    openbaar water: al het water dat voor het publiek toegankelijk is of voor enig gebruik open staat voor vervoer over water.

  • d)

    ligplaats innemen: het aanleggen met een schip aan een kade, laad- en losplaats of steiger; het zich binnen 12 meter vanaf de oeverlijn van de kade of steiger ophouden met het doel om personen of goederen van of aan boord te nemen.

  • e)

    passant: vaartuig dat voor korte periode (maximaal 7 dagen) in de haven verblijft en dit als zodanig kenbaar maakt aan de havenmeester.

  • f)

    passantenligplaats: ligplaats bedoeld voor schippers van recreatievaartuigen die, op doorreis zijnde, met hun boot gedurende maximaal 7 dagen in Oud-Beijerland verblijven en bovendien niet al voor een andere ligplaats binnen de gemeente Oud-Beijerland havengeld betalen en/of een ligplaats hebben toegewezen gekregen van de watersportvereniging.

  • g)

    vaste ligplaats: een ligplaats, welke krachtens een daartoe aangegane vergunning of overeenkomst gedurende de daarin bepaalde periode mag worden ingenomen.

  • h)

    pleziervaartuig: een vaartuig dat uitsluitend of hoofdzakelijk wordt gebruikt voor niet-bedrijfsmatige, dat wil zeggen sportieve of recreatieve doeleinden.

  • i)

    schipper: degene die over een schip het gezag heeft of degene die hem vervangt of als zodanig optreedt of degene die het schip daadwerkelijk bestuurt.

  • j)

    schip: elk vaartuig met inbegrip van een vaartuig zonder waterverplaatsing en een watervliegtuig dat feitelijk wordt gebruikt of geschikt is om te gebruiken of geschikt is om te worden gebruikt als middel tot verplaatsing te water; onder schip wordt mede verstaan drijvende werktuigen, zoals kranen, baggermolens, pontons of materieel van soortgelijke aard, alsmede woonboten, glijboten en ponten.

  • k)

    vaarweg: elk voor het openbaar verkeer met schepen openstaand water.

  • l)

    woonschip: een vaartuig, daaronder begrepen een object te water, dat uitsluitend of in hoofdzaak wordt gebruikt als, of te oordelen naar zijn constructie of inrichting uitsluitend of in hoofdzaak bestemd is tot een als hoofdverblijf geldend dag- of nachtverblijf van één of meer personen.

  • m)

    in de gemeente thuishorende vaartuigen: een vaartuig in eigendom van of in gebruik bij een inwoner van deze gemeente of waarvan de schipper in deze gemeente een waladres heeft.

  • n)

    lengte: de lengte over alles

  • o)

    breedte: de breedte over alles

  • p)

    hoogte: de hoogte over alles

  • q)

    diepgang: de verticale afstand tussen het laagste vaste punt van het vaartuig en de waterspiegel.

  • r)

    BPR: Binnenvaart Politie Reglement

  • s)

    onbeheerde vaartuigen en objecten: schepen en/of objecten die zonder toezicht zijn achtergelaten door de eigenaar of houder van deze schepen en/of objecten.

  • t)

    opleggen van vaartuigen: (al dan niet tijdelijk) uit de vaart nemen van vaartuigen.

Artikel 3. Vergunningen en ontheffingen

  • 1.

    Het college, dan wel een door haar benoemde ambtenaar, kan ontheffing verlenen van de verboden in deze verordening voor zover de desbetreffende verbodsbepaling geen vergunningplicht voorschrijft.

  • 2.

    Indien door het college een vergunning of een ontheffing wordt verleend op grond van een bepaling van deze verordening, kunnen aan deze vergunning of ontheffing voorwaarden of beperkingen worden verbonden, welke voorwaarden of beperkingen slechts strekken tot bescherming van het belang in verband waarmee de vergunning of ontheffing is verleend. De houder van de desbetreffende vergunning of ontheffing dient de gestelde voorwaarden of beperkingen na te leven.

  • 3.

    Vergunningen hebben een geldigheidstermijn van maximaal vijf jaar.

  • 4.

    Ontheffingen worden verleend voor een eenmalige gedraging of handeling. De verkregen ontheffing dient binnen een in het besluit genoemde termijn te worden benut, tenzij de ontheffing slechts geldig is voor een in het besluit genoemde datum.

  • 5.

    Verlenging van een vergunning geschiedt voor maximaal vijf jaar na een schriftelijk verzoek daartoe dat uiterlijk drie maanden voorafgaand aan de vervaldatum van de vergunning moet zijn ontvangen door het college. De opgelegde beperkingen of voorwaarden kunnen bij verlenging worden gewijzigd.

  • 6.

    Verlenging geschiedt niet indien:

    • a.

      in de laatste zes maanden van geldigheid geen of weinig gebruik is gemaakt van de eerder verleende vergunning;

    • b.

      eventueel gewijzigde voorwaarden of beperkingen niet worden aanvaard;

    • c.

      verlenging in het belang van de veiligheid of het verkeer in de haven onaanvaardbaar is.

  • 7.

    Indien door de aanvrager voldoende kan worden aangetoond dat wegens een gegronde reden geen of weinig gebruik is gemaakt van de vergunning, kan het college alsnog besluiten de vergunning te verlengen.

  • 8.

    Het college kan de verleende vergunning of ontheffing te allen tijde intrekken indien:

    • a.

      een of meerdere van de redenen waarom de vergunning of ontheffing is verleend is of zijn vervallen;

    • b.

      de voorwaarden of beperkingen van de vergunning of ontheffing niet worden nageleefd;

    • c.

      de belangen die worden beschermd door deze verordening hiertoe noodzaken;

    • d.

      de aanwijzingen van de daartoe bevoegde ambtenaar niet of niet goed worden nageleefd;

    • e.

      na verlening dan wel verlenging van de vergunning of na verlening van de ontheffing feiten of omstandigheden openbaren die, ware zij bekend geweest ten tijde van de verlening dan wel verlenging van de vergunning of de verlening van de ontheffing, ertoe zouden hebben geleid dat de vergunning of ontheffing niet of niet in die vorm zou zijn verleend.

  • 9.

    De houder van een vergunning of ontheffing is gehouden deze op eerste aanvraag van de daartoe bevoegde persoon aan hem te tonen.

Hoofdstuk 2. Bepalingen betreffende de openbare orde en veiligheid in het algemeen

Artikel 4. Opvolging bevelen

Iedere schipper die zich met zijn vaartuig in de haven bevindt, is verplicht de aanwijzingen van de havenmeester of een andere daartoe bevoegde ambtenaar onder meer ter handhaving van de openbare orde en veiligheid, ter regeling van het scheepvaartverkeer (zie verder art. 3 e.v. van de Scheepvaartverkeerswet) op te volgen. Onder de door de havenmeester gegeven bevelen worden ook tekens en seinen verstaan die met behulp van een seinlampinstallatie of op andere manier kenbaar gemaakt worden.

Artikel 5 Tekens en gebruik van verkeersobjecten

  • 1.

    Onverminderd hun bevoegdheden als bedoeld in art. 3. van de Scheepvaartverkeerswet kunnen het college besluiten op of langs openbaar water tekens te plaatsen, al of niet in samenhang met bijkomende tekens, die zijn opgenomen in bijlage 7 van het BPR.

  • 2.

    Het is verboden, zonder ontheffing van het college te handelen in strijd met een teken of met een voorschrift als bedoeld in het eerste lid.

  • 3.

    Voor zover hierin niet door het BPR wordt voorzien, is het verboden, meerboeien en tonnen in het openbaar water, evenals tekens, lantaarnpalen, bomen, relingen of soortgelijke objecten op of langs de openbare weg voor een ander doel te gebruiken dan waarvoor deze zijn bestemd.

  • 4.

    Het college kan het plaatsen van een teken als bedoeld in het eerste lid achterwege laten indien het plaatsen van een teken niet doelmatig is; het college kan in plaats daarvan of in combinatie met het plaatsen van een teken het verbod, het gebod, de aanbeveling of de inlichting in een voorschrift opnemen.

  • 5.

    Het college kan van het verbod in het tweede lid ontheffing verlenen.

Artikel 6 Zeilplanken e.d.

Op openbaar water is het verboden te varen met een zeilplank, supboard of waterscooter, dan wel zich met waterski’s voort te bewegen.

Artikel 7 Gebruik van vaartuigen

Het is verboden een vaartuig als opslagplaats, bedrijfsruimte of voor handelsdoeleinden te gebruiken.

Artikel 8 Opleggen van vaartuigen

Het is verboden zonder vergunning van het college in het havengebied een vaartuig op te leggen.

Artikel 9 Het bouwen, herstellen, droogzetten en slopen van vaartuigen

  • 1.

    Het is verboden in openbaar water vaartuigen te bouwen, te doen bouwen, te verbouwen of te doen verbouwen of daaraan herstelwerkzaamheden te verrichten of te doen verrichten.

  • 2.

    Het verbod uit het vorige lid geldt niet voor het uitvoeren van noodreparaties.

  • 3.

    Het is verboden vaartuigen te slopen of droog te zetten op andere dan door het college aangewezen plaatsen.

Artikel 10 Het breken van ijs

  • 1.

    Het is verboden ijs in openbaar water te breken.

  • 2.

    Het in het vorige lid bedoelde verbod geldt niet:

    • a.

      voor het losmaken van ijs rond vaartuigen;

    • b.

      voor hem, die handelt in opdracht of met toestemming van de havenmeester of een andere daartoe bevoegde ambtenaar.

Artikel 11 Baggeren

  • 1.

    Het is verboden in openbaar water te baggeren of naar voorwerpen te vissen of te zoeken;

  • 2.

    Het in het eerste lid gestelde verbod geldt niet:

    • a.

      voor diegenen die door het college zijn aangewezen voor het verrichten van de in het vorige lid bedoelde werkzaamheden.

    • b.

      voor hem, die handelt in opdracht of met toestemming van de havenmeester of een andere daartoe bevoegde ambtenaar.

Artikel 12 Gebruik aggregaat

Het is verboden om aggregaten te gebruiken voor het opwekken van energie vanwege geluidshinder.

Artikel 13 Hond aan boord

Schippers die een hond of honden aan boord van hun vaartuig hebben, zijn, indien de havenmeester, opsporingsambtenaren of andere ambtenaren die belast zijn met de zorg voor de nakoming van de bij of op grond van deze verordening gegeven voorschriften dit verlangen, verplicht om deze hond of honden bij het betreden van het vaartuig door die personen en gedurende hun verblijf aan boord vast te leggen en vastgelegd te houden.

Artikel 14. Gevaar opleverende vaartuigen

De havenmeester is bevoegd de toegang tot de haven te ontzeggen of op kosten van de eigenaar te verwijderen ongeacht het feit of de schipper voor het vaartuig recht heeft op een ligplaats in de haven:

  • 1.

    vaartuigen die gevaar opleveren voor de bevaarbaarheid van de haven, de havenwerken en/of zich in de haven bevindende vaartuigen;

  • 2.

    vaartuigen van welke de ladingen gevaar opleveren voor de openbare gezondheid of veiligheid,

  • 3.

    vaartuigen die het normale verkeer in de haven ernstig zullen belemmeren.

Artikel 15. Onbeheerde vaartuigen

  • 1.

    De havenmeester is bevoegd onbeheerde vaartuigen en objecten, die in de haven worden aangetroffen, te meren te verhalen en op een hem passende wijze in bewaring te nemen voor rekening en risico van de belanghebbende.

  • 2.

    De in het eerste lid bedoelde vaartuigen en objecten worden niet ter beschikking van de belanghebbenden gesteld, dan nadat de kosten van het bergen en bewaren daarvan zijn voldaan.

  • 3.

    Het bedrag aan kosten van het bergen en bewaren wordt door het college vastgesteld.

  • 4.

    Het bepaalde in dit artikel geldt niet in die gevallen, dat de Wrakkenwet van toepassing is.

Artikel 16. Algemeen veiligheid

De schipper draagt er zorg voor dat met zijn vaartuig de veiligheid in de haven niet in gevaar wordt gebracht.

Artikel 17. Varen in de haven

  • 1.

    Een schipper is verplicht bij het binnenvaren van de haven de motor van zijn vaartuig zo langzaam te doen draaien, dat de bodem van de haven niet wordt geroerd en de gemeerde vaartuigen geen hinder ondervinden van boeg- en hekgolf, de zeilen te strijken, de ankers zodanig neer te leggen, dat de armen daarvan niet buitenboord steken en zoveel mogelijk stuurboord aan te houden, indien een vaartuig met tegengestelde koers nadert.

  • 2.

    Het is een schipper verboden de haven binnen te varen:

    • a.

      indien de diepgang van zijn vaartuig groter is dan de waterstand in de haven toelaat;

    • b.

      indien zijn vaartuig in zinkende toestand verkeert, tenzij de opvarenden in levensgevaar verkeren.

  • 3.

    Het is een schipper verboden in de haven te varen:

    • a.

      anders dan met een redelijk doel;

    • b.

      met een hogere snelheid dan 5km per uur over de wal gemeten;

    • c.

      wanneer zijn vaartuig onvoldoende bemand of getuigd is, dan wel overladen of zinkende is.

  • 4.

    Het is verboden een vaartuig op te leggen op de lanceerplaats van de brandblusboot, op de oevers van de haven, de havenhoofden of de kaden, behoudens toestemming van het college.

Artikel 18. Wrakken

  • 1.

    Het is verboden in de haven te varen of daarin ligplaats te kiezen, te hebben of te houden met een vaartuig, waarvan het college schriftelijk hebben verklaard, dat dit dusdanige gebreken heeft, dat redelijkerwijs niet kan worden aangenomen, dat het vaartuig in voldoende mate geschikt is om daarmede in de haven te varen of op andere wijze te verblijven of dat dit vaartuig in onvoldoende staat van onderhoud verkeert.

  • 2.

    Bevindt een vaartuig, waarvoor een verklaring als bedoeld in het vorige lid afgegeven, zich reeds in de haven dan is de schipper gehouden op het eerste bevel van de havenmeester met dit vaartuig onverwijld de haven te verlaten, het vaartuig uit de haven te verwijderen of te doen verwijderen.

  • 3.

    Bij gebreke van voldoening aan het in het tweede lid bedoelde bevel zal het vaartuig door de havenmeester voor rekening en risico van de schipper buiten de haven worden gevoerd.

Hoofdstuk 3. Bepalingen ten aanzien van ligplaatsen

Artikel 19. Ligplaatsen

  • 1.

    De jachthaven, de passantensteiger “Het Spui” en de Suikerhaven zijn expliciet bedoeld voor recreatievaartuigen. De kademuur “Spuifront” (loswal) en de aanlegsteigers “Oude Tol” en “Spuizicht” zijn expliciet bedoeld voor beroepsvaartuigen.

  • 2.

    Het is verboden met een vaartuig een ligplaats in te nemen:

    • a.

      Aan de passantensteiger “het Spui” indien het een vaartuig betreft dat zwaarder is dan 100 ton of korter is dan 12 meter.

    • b.

      In de jachthaven indien het een vaartuig betreft dat langer is dan 12 meter. Vaartuigen langer dan 12 meter kunnen ligplaats innemen aan de passantensteiger “het Spui” mits zij niet zwaarder zijn dan 100 ton.

    • c.

      Indien het een niet in de gemeente thuishorend vaartuig is dat langer dan 7 achtereenvolgende dagen in de haven zal verblijven.

    • d.

      Indien het een vaartuig betreft dat uitsluitend of in hoofdzaak is ingericht voor bewoning.

    • e.

      Aan de aanlegsteigers “Oude Tol” en “Spuifront”, met uitzondering van het Rhoonse veer, de Waterbus en andere personenvervoerders over water.

  • 3.

    De schipper die met zijn vaartuig een ligplaats in de haven wenst in te nemen, is verplicht zich direct na aankomst met dit vaartuig in de haven te melden bij de havenmeester en die informatie te verstrekken die nodig is voor de registratie van zijn vaartuig en/of losse onderdelen daarvan en opvarenden.

  • 4.

    De ligplaats wordt aangewezen door de havenmeester. De schipper dient de aanwijzingen van de havenmeester te allen tijde op te volgen.

Artikel 20. Ligplaats havenmond

  • 1.

    Het is verboden met een vaartuig ligplaats te kiezen voor de havenmond of zich daar op andere wijze onnodig op te houden.

  • 2.

    Het is verboden met een vaartuig aan te leggen of ligplaats te kiezen in de havenmond.

Artikel 21 Ligplaatsen Suikerhaven

  • 1.

    Voor vaartuigen kleiner dan 4 meter geldt een ontheffing van artikel 19 lid 3 en 4 van deze verordening.

  • 2.

    Deze ontheffing geldt alleen voor in de gemeente thuishorende vaartuigen.

  • 3.

    Het is niet toegestaan deze vaartuigen met touwen en trossen of draden af te meren in of langs de oever.

  • 4.

    De schipper dient de aanwijzingen van de havenmeester te allen tijde op te volgen.

Artikel 22. Aanleggen vaartuigen

  • 1.

    De schipper is verplicht er zorg voor te dragen, dat zijn vaartuig, zolang het een ligplaats inneemt, is gemeerd tot genoegen van de havenmeester.

  • 2.

    De schipper is verplicht ervoor te zorgen dat de touwen en trossen of draden van zijn vaartuig met de meergelegenheid zodanig zijn verbonden dat aan andere vaartuigen bij de doorvaart van bruggen of van de gebruikelijke vaarweg geen hinder kan worden veroorzaakt.

  • 3.

    De schipper is verplicht ervoor zorg te dragen dat zijn vaartuig zolang het een ligplaats inneemt, deugdelijk is vastgemaakt.

  • 4.

    Het vastmaken mag niet anders geschieden dan aan de daartoe bestemde middelen of aan vaartuigen welke aan zodanige middelen zijn vastgemaakt.

  • 5.

    De schipper is verplicht er zorg voor te dragen, dat de landvasten van zijn vaartuig zodanig zijn aangebracht, dat andere vaartuigen daardoor geen schade of hinder wordt toegebracht.

  • 6.

    Het is verboden een vaartuig te meren aan vloed- of wrijfpalen of enig gedeelte van glooiing, wal of kade buiten de daarvoor bestemde meerpalen of anders dan aan de kennelijk daartoe bestemde steigers.

  • 7.

    Waar geen remmingwerken aanwezig zijn, is de schipper verplicht door het aanbrengen van stootwillen of op een andere wijze ervoor zorg te dragen, dat ten gevolge van het meren van zijn vaartuig geen schade aan enig eigendom van derden kan worden veroorzaakt.

Artikel 23. Vastmaken trossen

De schippers van vastliggende vaartuigen zijn verplicht te gedogen dat trossen en lijnen van een in de haven gehaald of daarin verhaald wordend vaartuig aan hun vaartuig worden vastgemaakt.

Artikel 24. Verhalen vaartuigen

Het is verboden, zonder daartoe bevoegd te zijn, enig vaartuig los te maken, te verleggen of te verhalen, daarvan landvasten te kappen of los te gooien.

Artikel 25. Ankers uitzetten

Het is verboden ankers of dreggen uit te zetten op een glooiing, wal of kade of in de haven.

Artikel 26. Meldingsplicht

  • 1.

    Iedere schipper is verplicht zijn komst in de jachthaven, aan de passantensteiger ”Het Spui”, of aan de kademuur “Spuifront” (loswal) te melden bij de havenmeester.

  • 2.

    Iedere schipper is verplicht op eerste aanzegging van de havenmeester, de opsporingsambtenaren of andere ambtenaren die belast zijn met de zorg voor de nakoming van de bij of op grond van deze verordening gegeven voorschriften informatie te verstrekken over de lading en/of aan boord verkerende personen.

  • 3.

    Het gestelde in lid 1 geldt niet voor in de gemeente thuis horende vaartuigen.

Artikel 27. Registraties

  • 1.

    Vaste ligplaatsen en ligplaatsen voor passanten kunnen worden uitgegeven in openbare wateren in eigendom en beheer bij de gemeente Oud-Beijerland. Het college beslist over de locaties waar daadwerkelijk vaste ligplaatsen worden uitgegeven.

  • 2.

    Alleen in de jachthaven en aan de passantensteiger “Het Spui” kunnen ligplaatsen voor passanten worden uitgegeven.

  • 3.

    Indien een locatie wordt verhuurd aan een vereniging komen alleen leden van de huurder in aanmerking voor een vaste ligplaats op die locatie.

  • 4.

    Wanneer een locatie wordt geëxploiteerd door een commerciële partij en is aangewezen als locatie voor vaste ligplaatsen kan een vaste ligplaats worden aangevraagd bij de betreffende commerciële partij.

  • 5.

    Wanneer een locatie niet wordt verhuurd of geëxploiteerd door een commerciële partij en is aangewezen als locatie voor vaste ligplaatsen kan een vergunning voor een vaste ligplaats worden aangevraagd bij het college van B&W.

  • 6.

    Voor een passantenligplaats dient de schipper zich te melden bij de havenmeester.

  • 7.

    De eigenaar of houder van een vaartuig waarvoor een ligplaats in de haven wordt verkregen, is daardoor gehouden de havenmeester die informatie te verstrekken die nodig is voor de registratie van zijn vaartuig en/of losse onderdelen daarvan.

Hoofdstuk 4. Laden en lossen

Artikel 28. Aanwijzing laad- en losplaats

  • 1.

    Het college wijzen voor het laden- en lossen van vaartuigen voor de beroepsvaart vaste laad- en losplaatsen en het daarvoor bestemde kadegedeelte(n) aan.

  • 2.

    De in het vorig lid bedoelde ligplaatsen moeten voor het laden of lossen van personen en/of goederen indien zij zijn bezet door andere dan voor de beroepsvaart bestemde vaartuigen, op eerste aanzegging van de havenmeester, worden vrijgemaakt.

  • 3.

    Bij gebrek aan ligplaats aan de kade is de schipper van het aan de wal liggend vaartuig, indien hij zijn vaartuig niet wenst te verhalen, verplicht te gedogen dat het lossen of laden van het vaartuig dat aan zijn vaartuig gemeerd is, over zijn vaartuig gebeurt.

Artikel 29. Stremverbod

Het is verboden in het midden van de haven vaartuigen overdwars of gestrekt te doen liggen of daar ter plaatse vaartuigen te laden of lossen.

Artikel 30. Te water geraakte lading

  • 1.

    Iedere schipper is verplicht te zorgen dat bij het laden of lossen van zijn vaartuig geen van de geloste of gelost wordende voorwerpen in de haven geraken.

  • 2.

    Indien onverhoopt voorwerpen in het water geraken is de schipper verplicht deze direct uit de haven te halen of te laten halen.

  • 3.

    Indien het te water geraakte gevaar oplevert of op kan leveren, dient de schipper zich direct te wenden tot de havenmeester of de teamleider Openbaar Gebied van de afdeling Ontwikkeling van de gemeente.

Artikel 31. Kade opslag

  • 1.

    Het is verboden goederen op de kade of de steigers te plaatsen anders dan gedurende het onvermijdelijk en niet- bedrijfsmatig laden of lossen van pleziervaartuigen.

  • 2.

    Het is verboden los- en laadinrichtingen op de kade of de steigers te hebben of in gebruik te nemen.

  • 3.

    Het is verboden hout of andere voorwerpen op de kade of steigers, plankieren of bermen langs de havens te plaatsen.

  • 4.

    Het is verboden vuilnis op de kaden, steigers, plankieren of bermen langs de haven te werpen.

  • 5.

    Het college kunnen van het gestelde onder lid 1, 2 en 3 ontheffing verlenen.

Artikel 32. Voorkomen van gevaar

  • 1.

    Het is verboden goederen te laden of te lossen op zodanige wijze dat daardoor het laden of lossen van andere goederen, c.q. het aan boord gaan van personen belemmerd of verhinderd wordt, dat ter beoordeling aan de havenmeester.

  • 2.

    Het is verboden te laden en te lossen, indien dit in het belang van het scheepvaartverkeer, tot het behoud van havenwerken of ter beveiliging van personen door de havenmeester als ongewenst wordt beoordeeld.

  • 3.

    De schipper is verplicht er voor te zorgen dat, nadat zijn vaartuig is geladen en gelost, de kade behoorlijk wordt gereinigd.

Hoofdstuk 5. Andere bepalingen betreffende de openbare orde en veiligheid

Artikel 33. Ontvlambare stoffen

  • 1.

    Het is verboden aan boord van een vaartuig ontplofbare, licht ontvlambare of bij ontbranding fel brandende stoffen te smelten, te koken of te verwarmen.

  • 2.

    Behoudens op door het college aan te wijzen plaatsen is het verboden de kaden of de steigers te gebruiken voor het laden en lossen van ontplofbare, licht ontvlambare, schadelijke, hinderlijke en giftige stoffen. Aan deze aanwijzingen kunnen voorschriften worden verbonden.

  • 3.

    In het geval brand ontstaat op een vaartuig is de schipper verplicht direct alarm te slaan en, indien mogelijk, het vaartuig uit de buurt van andere vaartuigen te verwijderen.

Artikel 34. Verboden handelingen

  • 1.

    Het is verboden bij het varen of anderszins, in de hout-, beton-, ijzer- of metselwerken van de haven, die daarvoor niet zijn bestemd, met enig voorwerp te steken of in te haken.

  • 2.

    Het is verboden in de haven een paal, vlonder, vlot, mast, balk, trap, steiger of een dergelijk voorwerp te leggen, te plaatsen of te hebben zonder vergunning van het college.

  • 3.

    Het is verboden, zonder daartoe bevoegd te zijn, de steigers, loopbruggen of toegangstrappen te betreden.

  • 4.

    Het is verboden gemeentelijke reddingmiddelen te gebruiken, anders dan bij onmiddellijk dreigend gevaar voor verdrinking.

  • 5.

    Het is verboden voorwerpen of materialen van welke aard dan ook van de wal of overboord in het water van de haven te werpen, te laten vallen, te pompen of te doen vloeien.

  • 6.

    Het is verboden oliën, vloeistoffen, kleurstoffen, vuilnis, afval, faecaliën, chemicaliën en dergelijke stoffen van de wal of overboord in het water van de haven te werpen, te laten vallen, te pompen of te doen vloeien.

  • 7.

    Het is verboden in de haven te zwemmen, te plankzeilen of te waterskiën.

  • 8.

    Het is verboden in de haven signalen te geven of te doen geven, anders dan ter voorkoming van een aanvaring.

  • 9.

    Het is verboden door het in werking hebben van de motor van een vaartuig onnodig geluidshinder te veroorzaken.

  • 10.

    Het is in de haven, zonder toestemming van het college, verbodenbelangrijke herstellingen, waaronder begrepen het afstralen en/of metaliseren, aan vaartuigen te verrichten of te doen verrichten.

Artikel 35. Gezonken vaartuigen

De schipper van een gezonken vaartuig is verplicht, onmiddellijk na het zinken, daarvan kennis te geven aan de havenmeester en zowel bij dag als bij nacht zodanige bakens op of boven het gezonken vaartuig te plaatsen als de veiligheid gebiedt of die de havenmeester nodig zal oordelen.

 

De schipper moet er voor zorgen, dat het gezonken vaartuig binnen de door het college te bepalen tijd geborgen is.

Artikel 36. Drijven van handel

  • 1.

    Het is verboden in de haven met een vaartuig ligplaats in te nemen wanneer dat vaartuig wordt gebruikt dan wel uitsluitend of in hoofdzaak is ingericht als magazijn, als werkplaats, voor het drijven van handel of voor het laten bezichtigen van goederen.

  • 2.

    Het is verboden in de haven goederen te verkopen of te koop aan te bieden.

  • 3.

    Het college kunnen van het gestelde in lid 1 en 2 ontheffing verlenen.

Hoofdstuk 6. Straf- en slotbepalingen

Artikel 37. Strafbepaling

Overtreding van het bij of krachtens deze verordening bepaalde, wordt gestraft met hechtenis van ten hoogste drie maanden of een geldboete van de tweede categorie.

Artikel 38. Toezicht

Met het toezicht op de naleving van het bepaalde bij of op grond van deze verordening is belast de havenmeester. Voorts zijn met het toezicht op de naleving van het bepaalde bij of op grond van deze verordening belast de door het college aangewezen personen.

Artikel 39. Binnentreden

Zij die belast zijn met het toezicht op de naleving of de opsporing van een overtreding van de bij of op grond van deze verordening gegeven voorschriften welke strekken tot handhaving van de openbare orde of (verkeers)veiligheid of bescherming van het leven of de gezondheid van personen, zijn bevoegd te allen tijde aan boord van een vaartuig te gaan en alle plaatsen en ruimten te betreden zonder toestemming van de rechthebbende(n) op het vaartuig.

Artikel 40. Bezwaar

Tegen beslissingen en bevelen als gevolg van het bepaalde in deze verordening kan, op grond van de Algemene wet bestuursrecht, binnen zes weken een bezwaarschrift worden ingediend bij het college van het college van Oud-Beijerland.

Het bezwaarschrift moet zijn ondertekend en moet tenminste de volgende gegevens bevatten:

  • -

    de naam en het adres van de indiener(s);

  • -

    de dagtekening;

  • -

    een omschrijving van het besluit waartegen het bezwaar is gericht;

  • -

    de gronden van het bezwaar.

Het indienen van een bezwaarschrift niet leidt tot een opschorting van de werking van het besluit of bevel. Indien dat laatste wel gewenst is, kunt u op grond van artikel 8:81 van de Algemene wet bestuursrecht een voorlopig voorziening aanvragen bij de Voorzieningenrechter van de rechtbank te Rotterdam (Postbus 50950, 3007 BL Rotterdam). Het is wel noodzakelijk dat u voorafgaand aan het vragen van een voorlopige voorziening een bezwaarschrift bij de gemeente heeft ingediend.

Artikel 41. Slotbepaling

  • 1.

    Deze verordening kan worden aangehaald als: Havenverordening Oud-Beijerland 2018.

  • 2.

    Zij treedt in werking op de dag na de bekendmaking met ingang van die dag vervalt de Havenverordening 2014.

Aldus vastgesteld in de openbare vergadering van 6 november 2018

De secretaris,

De voorzitter,

Bijlage 1 Tekening behorende bij Havenverordening gemeente Oud-Beijerland