Ziet u een fout in deze regeling? Meld het ons op regelgeving@overheid.nl!
Peel en Maas

Uitvoeringsregels voor het subsidiëren van verenigingen en vrijwilligersorganisaties

Wetstechnische informatie

Gegevens van de regeling
OrganisatiePeel en Maas
OrganisatietypeGemeente
Officiële naam regelingUitvoeringsregels voor het subsidiëren van verenigingen en vrijwilligersorganisaties
CiteertitelUitvoeringsregels voor het subsidiëren van verenigingen en vrijwilligersorganisaties
Vastgesteld doorcollege van burgemeester en wethouders
Onderwerpmaatschappelijke zorg en welzijn
Eigen onderwerpn.v.t.
Externe bijlageoverzicht

Opmerkingen met betrekking tot de regeling

Geen

Wettelijke grondslag(en) of bevoegdheid waarop de regeling is gebaseerd

Algemene subsidieverordening Peel en Maas

Regelgeving die op deze regeling is gebaseerd (gedelegeerde regelgeving)

n.v.t.

Overzicht van in de tekst verwerkte wijzigingen

Datum inwerkingtreding

Terugwerkende kracht tot en met

Datum uitwerkingtreding

Betreft

Datum ondertekening

Bron bekendmaking

Kenmerk voorstel

23-02-201201-01-2012nieuwe regeling

13-02-2012

h.a.h.-bladen Peel en Maas

1894/2012/9120

Tekst van de regeling

Intitulé

Uitvoeringsregels voor het subsidiëren van verenigingen en vrijwilligersorganisaties

 

 

Artikel 1 Algemeen

  • 1.
    • De hier verwoorde subsidieregels zijn van toepassing voor verenigingen, vrijwilligersorganisaties en activiteiten die een bijdrage leveren aan de uitvoering van het gemeentelijk Beleidsthema 3: Burgerschap en Samenleving.

    Het betreft de verenigingen en activiteiten op het vlak van

    • -

      gemeenschapsontwikkeling en leefbaarheid,

    • -

      jeugd en gezin,

    • -

      wonen-welzijn-zorg,

    • -

      sport en bewegen,

    • -

      kunst en cultuur.

    Voorwaarde voor subsidiëring is dat de activiteiten een wezenlijk gemeenschapsbelang dienen.

  • 2.

    Bedoelde verenigingen en vrijwilligersorganisaties kunnen een aanvraag indienen voor:

    • -

      een jaarlijks waarderingssubsidie voor hun reguliere jaarprogramma resp. voor vaste (jaarlijks terugkerende) activiteiten,

    • -

      incidentele subsidies voor bijzondere activiteiten en kosten,

    • -

      stimuleringssubsidies die worden verleend ter realisering van gemeentelijke speerpunten van beleid,

    • -

      een tegemoetkoming in de legeskosten van vergunningen inzake evenementen en activiteiten.

     

Artikel 2 Regels voor het verlenen van waarderingssubsidies (jaarsubsidies)

Ten behoeve van het verlenen van waarderingssubsidies is een jaarlijks totaalbudget beschikbaar dat geldt als subsidieplafond. Dit totaalbudget wordt verdeeld over alle verenigingen en activiteiten die voor een waarderingssubsidie in aanmerking komen. Het aan een vereniging of activiteit te verlenen waarderingssubsidie (jaarsubsidie) c.q. haar aandeel in het totaalbudget wordt gebaseerd op:

  • -

    De verenigingsactiviteiten en de omvang van de daarvoor noodzakelijke vrijwilligersinzet. De regels voor de vaststelling van dit deel van het subsidie zijn uitgewerkt in art. 3.

  • -

    De extra waarde/prestaties voor de gemeenschap. De regels voor de vaststelling van dit deel van het subsidie zijn uitgewerkt in art. 4.

  • -

    Bijzondere kosten die de draagkracht te boven gaan. Hieronder worden uitsluitend verstaan de kosten van Hafabra muziekinstrumenten van Hafabra-verenigingen en daarmee vergelijkbare muziekkorpsen. De regels voor de vaststelling van dit deel van het subsidie zijn uitgewerkt in art. 5.

De te verlenen waarderingssubsidies worden één maal per vier jaar vastgesteld op basis van een algehele inventarisatie van voor de subsidieverlening relevante verenigingsgegevens. De dan vastgestelde subsidies blijven in principe gedurende vier jaar ongewijzigd en worden opgenomen in de "lijst van waarderingssubsidies" (zie bijlage) Dit afgezien van algemene indexeringen of andere algemene bijstellingen. In art. 7 is aangegeven onder welke voorwaarden kan worden verzocht om een tussentijdse herziening.

Verenigingen die niet bij de aanvang van een subsidieperiode zijn meegenomen in de algemene vierjaarlijkse vaststelling van de subsidies kunnen alsnog later een subsidieaanvraag indienen. Zo’n latere aanvraag kan worden ingediend tot uiterlijk 1 oktober voorafgaand aan het jaar/de jaren waarop de aanvraag betrekking heeft. Voor het aanvragen dient gebruik te worden gemaakt van het Aanvraagformulier waarderingssubsidie. Dit is te downloaden op de gemeentelijke website. Te laat of onvolledig ingediende aanvragen schuiven automatisch een jaar op.

Op de ingediende aanvraag wordt een subsidiebesluit genomen voor de nog resterende jaren van de subsidieperiode. Het te nemen besluit ligt in de lijn van de regels zoals die algemeen zijn toegepast aan het begin van de vierjaarlijkse subsidieperiode.

De subsidievaststelling vindt plaats volgens de in het vervolg van deze uitvoeringsregels beschreven systematiek. Voor verenigingen en activiteiten waarvoor die systematiek niet toepasbaar is wordt een afzonderlijke regeling getroffen die zoveel mogelijk bij de systematiek aansluit.

 

Artikel 3 Vaststelling van het subsidiedeel op basis vrijwilligersinzet

  • 1.

    De vrijwilligersinzet wordt gemeten aan de omvang en samenstelling van het leden-/deelnemers-bestand, de omvang/frequentie (intensiteit) van de uitgevoerde activiteiten en de werkbelasting die eigen is aan de aard van de vereniging c.q. activiteiten.

  • 2.

    Voor het bepalen van de vrijwilligersinzet wordt allereerst gekeken naar de omvang en samenstelling van het leden-/deelnemersbestand. Hierbij wordt een onderscheid gemaakt in vier leeftijdscatego-rieën. Het verschil in de voor de diverse categorieën benodigde vrijwilligersinzet wordt in de subsidieberekening meegenomen door het aantal (actieve) leden/deelnemers in de betreffende categorie te vermenigvuldigen met een wegingsfactor. Die factor is:

    • o

      3 voor jeugdigen/jongeren van 11 t/m 20 jaar,

    • o

      2 voor kinderen t/m 10 jaar,

    • o

      1 voor ouderen (65 plus)

    • De vrijwilligersinzet ten behoeve van volwassenen (21 t/m 64 jaar) wordt voor de subsidievaststelling niet meegenomen. Voor die leeftijdsgroep is dus de wegingsfactor 0.

  • 3.

    De vrijwilligersinzet wordt niet alleen bepaald door het aantal deelnemers in de verschillende leeftijds-groepen maar ook door de mate waarin die deelnemers actief zijn (de intensiteit van de activiteiten). Voor het bepalen hiervan wordt het wekelijks (of meermalen per week) deelnemen aan een vereni-gingsactiviteit gesteld op 100% (dit normpercentage komt overeen met 40 activiteiten per deelnemer per jaar). Het percentage wordt verminderd naar gelang het aantal activiteiten en/of het gemiddelde aantal deelnemers minder is dan de norm.

  • 4.

    Een derde aspect wat meeweegt voor het bepalen van de vrijwilligersinzet is de aard van de vereniging c.q. van de activiteiten. Immers het ene type vereniging c.q. activiteit vraagt een grotere inzet van vrijwilligers dan het andere. Ook de leeftijdsopbouw speelt hierbij een rol. Aan verenigingen van eenzelfde type wordt dezelfde zwaarte/wegingsfactor toegekend. Dit, omdat de onderlinge verschillen tussen soortgelijke verenigingen niet zodanig aantoonbaar en meetbaar zijn dat daarmee in redelijkheid rekening kan worden gehouden. De voor de verschillende soorten verenigingen/activiteiten toe te passen factoren wegens de Verenigingseigen vrijwilligersinzet (V) zijn:

    • °

      4,00 voor de specifieke jeugdverenigingen,

    • °

      2,00 voor de traditionele –m.n. op kinderen gerichte - volksfeesten (Sinterklaas enz.) en voor het kindervakantiewerk,

    • °

      1,50 voor alle zaalsporten en voor voetbal, tennis, hockey, atletiek, ruitersport en zwemmen,

    • °

      1,25 voor beugelen, jeu de boules, handboogschieten, wielerclubs, visclubs, schaken/dam-men,

    • °

      1,50 voor muziekverenigingen, toneelclubs, dansgroepen, carnavalsverenigingen waaraan een dansgroep verbonden is, heemkundeverenigingen en de speel-o-theek, alsook voor disco De Springer en voor Funpop,

    • °

      1,25 voor de schutterijen, zangkoren, carnavalsverenigingen, de fotoclub en het literair café,

    • °

      1,25 voor de KBO’s, de vrouwenorganisaties en de Zonnebloemafdelingen,

    • °

      3,50 voor ontmoetingsactiviteiten voor zieken (het ziekentriduüm e.d.),

    • °

      1,50 voor het Rode Kruis en de EHBO,

    • °

      1,50 voor natuurbeschermingsorganisaties.

       

      De voor een vereniging geldende factor wordt met 0,25 verlaagd wanneer er sprake is van substan-tiële inkomsten uit kantine-exploitatie.

  • 5.

    Het subsidiedeel op basis vrijwilligersinzet wordt berekend volgens de formule:

    Subsidie = G x I x V x E

    Hierin is G het Gewogen aantal deelnemers (zie art. 3 lid 2), I is de Intensiteit van de activiteiten (zie art. 3 lid 4), V is de Verenigingseigen inzet (zie 2.1.3) en E het subsidiebedrag dat per eenheid beschik-baar is. Voor de subsidieperiode 2012-2015 bedraagt die rekeneenheid € 5,02.

Artikel 4 Vaststelling van het subsidiedeel vanwege extra waarde/inzet voor de gemeenschap

De aspecten die extra worden gewaardeerd zijn:

  • -

    bevordert de verbondenheid in de gemeenschap,

  • -

    heeft een extra inzet voor/binnen de gemeenschap,

  • -

    is vernieuwend of draagt bij aan het culturele leven en/of aan de diversiteit van het plaatselijk verenigingsleven,

  • -

    zet zich in voor de integratie/emancipatie van kwetsbare groepen –ongeacht of het al dan niet gaat om inwoners van de gemeente ( dit betekent o.m. dat speciale activiteiten voor mensen met een beperking (bv. G-voetbal) ook extra worden gewaardeerd voor de deelnemers van buiten de gemeente.)

Een vereniging kan hoger, lager of niet scoren op elk van de genoemde aspecten. De behaalde totaalscore wordt vermenigvuldigd met het hiervoor vast te stellen normbedrag.

 

Artikel 5 Subsidiedeel vanwege bijzondere kosten

Aan Hafabra-verenigingen en aan de muziek- en trommelkorpsen die zijn verbonden aan de schutte-rijen wordt een extra subsidie verleend in de kosten van Hafabra-muziekinstrumenten. Het subsidie wordt bepaald door het aantal muzikanten dat een verenigingsinstrument bespeelt te vermenigvuldi-gen met het hiervoor vast te stellen normbedrag. Daarbij wordt een onderscheid gemaakt tussen:

  • -

    het concertinstrumentarium van de harmonieën, de fanfares en de brassband en van slagwerk-ensembles met een concertante uitvoeringspraktijk,

  • -

    het showinstrumentarium van de drumbands/tamboerkorpsen en van de muziek- en trommel-korpsen die zijn verbonden aan de schutterijen.

Gelet op het verschil in kosten is het bedrag (per muzikant) voor showinstrumenten gesteld op de helft van de bijdrage voor concertinstrumenten.

 

Artikel 6 Uitsluitingen van een waarderingssubsidie

Uitgesloten van een waarderingssubsidie zijn:

  • -

    Verenigingen met vooral ontmoetings- en gezelligheidsactiviteiten –waaronder buurtverenigin-gen. Nb. Eventueel is wel subsidie mogelijk voor bijzondere activiteiten die voldoen aan de voorwaarden voor het verkrijgen van een stimuleringssubsidie.

  • -

    Hobbyclubs, recreatieve groepen, vriendenclubs.

  • -

    Cafésporten, alle kaartspelen en behendigheidssporten als biljarten, bowling, kegelen, dart, midgetgolf.

  • -

    Overlegplatforms die verenigingen zelf instellen en/of in stand houden voor het behartigen van hun gemeenschappelijke belangen en ten behoeve van de onderlinge samenwerking.

  • -

    Ten behoeve van een vereniging functionerende nevenorganisaties of verzelfstandigde afdelin-gen/onderdelen waarvan de activiteiten primair ten dienste staan van of zijn toe te rekenen aan de vereniging waaraan ze gelieerd zijn. De activiteiten van dit soort organisaties worden betrokken bij de subsidievaststelling voor de ‘moedervereniging’.

  • -

    Organisaties die activiteiten uitvoeren die onlosmakelijk deel uitmaken van een groter geheel -hetgeen ook algemeen als zodanig wordt ervaren. De activiteiten van dit soort organisaties worden betrokken bij de subsidievaststelling voor de vereniging die leidend is voor het geheel.

  • -

    Politieke en levensbeschouwelijke organisaties.

  • -

    Verenigingen die niet algemeen toegankelijk zijn vanwege bv. ideologie of levensbeschouwing, hoge kosten van deelname, ballotage, beperkingen die liggen in de aard van de activiteiten (bv. een popband of een zangtrio).

  • -

    Verenigingen/activiteiten die strijdig zijn met de duurzaamheid.

 

Artikel 7 Meerjarig karakter waarderingssubsidie

Het aan een vereniging toegekend waarderingssubsidie blijft in principe gedurende 4 jaar ongewij-zigd. Datzelfde geldt voor een besluit tot het niet toekennen van subsidie. Een vereniging aan wie subsidie is toegekend kan in de loop van de vierjarige subsidieperiode vragen het subsidie tussentijds bij te stellen. Zo’n verzoek wordt slechts gehonoreerd:

  • -

    indien de vereniging expliciet aantoont dat er ten opzichte van de oorspronkelijke opgave sprake is van een substantiële toename van haar inzet voor kwetsbare groepen; alsdan vindt een bijstelling plaats van de score (en het subsidie) voor uitsluitend dat aspect, óf

  • -

    indien ten opzichte van de oorspronkelijke opgave het ledenaantal met tenminste 25% óf met tenminste 25 leden is toegenomen. Een bijstelling vindt dan plaats voor het subsidiedeel dat is geënt op het ledenaantal (dus niet voor de andere factoren). Peildatum voor het ledenaantal is 1 januari van het subsidiejaar.

Een tussentijdse herziening kan slechts één keer plaatsvinden en geldt vervolgens voor de rest van de vierjarige subsidieperiode.

Een verzoek tot tussentijdse herziening kan worden ingediend tot uiterlijk 1 oktober van het subsidiejaar. De herziening geldt dan met ingang van het betreffende jaar. Voor het aanvragen dient gebruik te worden gemaakt van het Aanvraagformulier herziening waarderingssubsidie. Dit is te downloaden op de gemeentelijke website www.peelenmaas.nl. Te laat of onvolledig ingediende aanvragen schuiven automatisch een jaar op.

Op de ingediende aanvraag wordt een subsidiebesluit genomen voor de nog resterende jaren van de subsidieperiode. Het te nemen besluit ligt in de lijn van de regels zoals die algemeen zijn toegepast aan het begin van de vierjaarlijkse subsidieperiode.

 

Artikel 8 Vaststelling en uitbetaling van het waarderingssubsidie

Wanneer het aan een vereniging toegekend waarderingssubsidie betrekking heeft op het geheel van het reguliere jaarprogramma dan is voor het eerste subsidiejaar het besluit tot subsidieverlening tegelijk ook het besluit is tot definitieve vaststelling van het subsidie. Het subsidie voor het eerste jaar wordt dan uitbetaald zonder dat de aanvrager actie hoeft te ondernemen. Voor de volgende jaren vindt de vaststelling en uitbetaling van het subsidie plaats aan de hand van een voor dat jaar in te dienen aanvraag. Volstaan kan worden met een verklaring dat de vereniging nog steeds actief is.

Wanneer het toegekende waarderingssubsidie betrekking heeft op een of meer vaste (jaarlijks terugkerende) activiteiten dan vindt de vaststelling en uitbetaling van het subsidie plaats op basis van een door de organisatoren in te dienen aanvraag. Dit geldt ook voor het eerste subsidiejaar. Volstaan kan worden met een verklaring dat in het betreffende jaar de gesubsidieerde activiteiten daadwerkelijk zullen worden uitgevoerd.

De aanvraag tot vaststelling en uitbetaling van het subsidie dient te zijn ondertekend. Gevraagd wordt om in de aanvraag ook steeds de actuele contactgegevens te vermelden, alsmede het bankrekeningnummer waarop het subsidie kan worden overgemaakt.

De aanvraag tot vaststelling en uitbetaling van het subsidie kan worden ingediend op elk gewenst moment van het subsidiejaar maar uiterlijk tot 1 oktober. Na ontvangst zal de aanvraag meteen worden afgehandeld. Indien de aanvraag niet vóór de uiterste datum van 1 oktober is ingediend dan wordt aangenomen dat de vereniging/organisatie niet meer actief is en daarmee niet langer prijs stelt op subsidie.

 

Artikel 9 Overgangsregeling

De invoering per 1 januari 2012 van de in het vorenstaande beschreven nieuwe systematiek voor het toekennen van jaarsubsidies leidt ertoe dat verenigingen te maken kunnen krijgen met een substantiële verandering (verhoging of verlaging) van het jaarlijks ontvangen subsidie. Om verenigingen tijd te geven zich hierop in stellen en passende maatregelen te nemen wordt een overgangsregeling toegepast volgens welke de verhoging/verlaging plaatsvindt in drie stappen (van telkens 1/3 deel) -met per stap een minimum van € 500. Dit uiteraard tot het nieuwe subsidieniveau bereikt is.

 

Artikel 10 Regels voor het verlenen van incidentele subsidies

  • 1.

    Verenigingen die voldoen aan de voorwaarden voor het toekennen van een waarderingssubsidie kunnen in aanmerking komen voor een incidenteel subsidie.

     

  • 2.
    • Een incidenteel subsidie kan worden toegekend:

      • ·

        voor bijzondere activiteiten en uitgaven die niet behoren of zijn te rekenen tot de reguliere exploitatie. Het hiervoor toe te kennen bedraagt maximaal 50% van de noodzakelijke c.q. subsidiabele kosten tot ten hoogste het (geraamde of feitelijke) tekort,

      • ·

        voor nieuwe initiatieven, activiteiten en verenigingen waarvoor (nog) geen waarderingssubsidie wordt verleend,

      • ·

        voor experimenten met een gelimiteerde looptijd,

      • ·

        bij grote financiële problemen.

    Subsidie wordt alleen verstrekt wanneer de vereniging de kosten niet zelf kan dragen.

    De subsidiëring heeft nadrukkelijk een incidenteel karakter, hetgeen impliceert dat geen herhaalde subsidiëring plaatsvindt voor eenzelfde of een vergelijkbaar doel –bv. voor een jaarlijks terugkerend evenement.

     

  • 3.

    Een incidenteel subsidie wordt niet verstrekt voor activiteiten en kosten die als regulier zijn aan te merken, bv. jubilea, nieuwe muziekinstrumenten, nieuwe uniformen, concerten, toernooien, het deelnemen aan kampioenschappen, het uitgeven van historische publicaties door heemkunde-verenigingen enz.

    Verder is geen subsidie mogelijk:

    • ·

      voor activiteiten met een (para)commercieel doel c.q. karakter,

    • ·

      voor activiteiten in de hobbysfeer of met een recreatief karakter,

    • ·

      voor activiteiten die een slechts geringe (of helemaal geen) actieve deelname hebben van inwoners van Peel en Maas en die daarom voor de eigen inwoners vooral van recreatief belang zijn (bv. door verenigingen georganiseerde Limburgse of Nederlandse Kampioenschappen),

    • ·

      voor activiteiten die koepelorganisaties aanbieden aan de (leden van) de aangesloten organisaties (zowel de koepels zelf als hun activiteiten dienen te worden bekostigd door de aangesloten organisaties),

    • ·

      voor activiteiten van politieke aard,

    • ·

      voor activiteiten met een religieus of levensbeschouwelijk karakter,

    • ·

      voor activiteiten die niet algemeen toegankelijk zijn vanwege bv. de hoge kosten van deelname of het hanteren van een selectie- of invitatiestelsel (behalve als daarvoor een functionele aanleiding bestaat),

    • ·

      voor activiteiten die schadelijk zijn voor natuur en milieu of die anderszins strijdig zijn met de duurzaamheid.

     

  • 4.
    • Een aanvraag voor een incidenteel subsidie kan worden ingediend tot uiterlijk zes weken vóór het tijdstip waarop een begin wordt gemaakt met het uitvoeren van de betreffende activiteiten of het realiseren van de betreffende voorzieningen. Als indieningsdatum geldt de dag waarop de bij de aanvraag over te leggen bescheiden zodanig volledig en inzichtelijk zijn dat deze voldoende zijn voor het beoordelen van de aanvraag en het verantwoord nemen van een subsidiebesluit.

    Bij de subsidieaanvraag dienen te worden overgelegd:

    • a.

      een nauwkeurige omschrijving van de aard en inhoud en van de noodzaak van de uit te voeren activiteiten of te treffen voorzieningen,

    • b.

      een begroting van inkomsten en uitgaven. De begroting dient uit te gaan van de maximaal haalbare eigen inbreng van de organisatie, en zij dient met inbegrip van het gewenste gemeentelijke subsidie sluitend te zijn,

    • c.

      een overzicht van de financiële situatie van de organisatie.

    Voorzover niet al eerder aan de gemeente verstrekt dienen tevens te worden overgelegd:

    • d.

      een exemplaar van de stichtingsakte, de statuten of het reglement;

    • e.

      een opgave van de bestuurssamenstelling;

    • f.

      een beschrijving van de organisatievorm en de werkwijze.

     

Artikel 11 Regels voor het verlenen van stimuleringssubsidies

Een stimuleringssubsidie kan worden toegekend voor activiteiten die bijdragen aan de realisering van speerpunten van het gemeentelijk beleid. Het college bepaalt om welke speerpunten het gaat en stelt de regels en voorwaarden vast voor het toekennen van subsidie.

Artikel 12 Hardheidsclausule

Het college kan in bijzondere gevallen een of meer bepalingen van deze uitvoeringsregels buiten toepassing laten of daarvan afwijken, voor zover toepassing gelet op het belang van de aanvrager of subsidieontvanger leidt tot onbillijkheid van overwegende aard. Het van toepassing verklaren van deze hardheidsclausule wordt gemotiveerd in het besluit.

Artikel 13 Citeertitel

Deze regeling kan worden aangehaald als Uitvoeringsregels voor het subsidiëren van verenigingen en vrijwilligersorganisaties.

Aldus vastgesteld in de collegevergadering van 13 februari 2012

Burgemeester en wethouders van Peel en Maas,

de gemeentesecretaris/directeur, de burgemeester,

drs. H. Mensink, W.J.G. Delissen-van Tongerlo

Bijlage Lijst van te verlenen waarderingssubsidies 2012-2015

overzicht

Nota-toelichting

De term ‘verenigingen’ wordt hier gehanteerd als verzamelbegrip voor alle soortenvrijwilligersorganisaties en –activiteiten. Dit ongeacht hun organisatievorm en juridische status.

 

artikel 1

 

Voo de tegemoetkoming in de legeskosten van vergunningen inzake evenementen en activiteiten is een afzonderlijke regeling vastgesteld: de zgn. Uitvoeringsregels subsidie leges evenementen en activiteiten Peel en Maas. U kunt die regeling inzien op de gemeentelijke website.

 

Nadrukkelijk is een knip gemaakt tussen het subsidiebeleid en het accommodatiebeleid. Elementen die worden meegenomen in het accommodatiebeleid en niet in het subsidiebeleid zijn:

  • -

    de omvang van de gemeentelijke bijdragen voor de accommodaties –waaronder mede te verstaan de indirecte bijdragen die worden verstrekt door het heffen van niet-kostendekkende gebruiksvergoedingen en het hanteren van niet-kostendekkende huurtarieven alsmede de bijdragen in de huur van particuliere accommodaties,

  • -

    de omvang van de m.b.t. de accommodatie verrichte vrijwilligersinzet,

  • -

    de verdienmogelijkheden uit de accommodatie, bv. uit de uit de verhuur aan derden.

 

Nb. Voor wat het laatste betreft geldt een uitzondering wanneer er sprake is van substantiële horeca-inkomsten uit de exploitatie van een kantine. In dat geval vindt een beperkte bijstelling plaats van het te verlenen waarderingssubsidie (zie art. 3 lid 4).

 

artikel 2

 

De op grond van de hier beschreven systematiek voor de subsidieperiode 2012 t/m 2015 verleende subsidies zijn vastgelegd in de zgn. Lijst van waarderingssubsidies 2012-2015. Daarin zijn alle verenigingen en vrijwilligersorganisaties vermeld die vóór aanvang van deze periode een waarderingssubsidie hebben aangevraagd en is aangegeven op welkemanier het per aanvrager verleend subsidie is vastgesteld. De Lijst van waarderingssubsidies 2012-2015 is in te zien op de gemeentelijke website www.peelenmaas.nl.

 

Nb. In de subsidielijst zijn in een aparte rubriek een aantal organisaties en activiteiten vermeld waarvoor de systematiek niet toepasbaar is en waarvoor een afzonderlijke regeling geldt. Dat zijn onder meer

  • -

    organisaties en activiteiten die een bijzondere functie hebben in het ontwikkelen en/of uitvoeren van het gemeentelijk beleid, zoals de dorpsoverleggen, jongerenraden, seniorenraden, het gehandicaptenplatform, het Sportgala Peel en Maas;

  • -

    organisaties en activiteiten waarvan de subsidiëring primair is geënt op programma-specifieke beleidsoverwegingen (d.w.z. op hun belang voor de realisering van het jeugdbeleid, het sportbeleid, het cultuurbeleid enz.); dit geldt o.m. ook voor de organisaties/activiteiten op het vlak van mondiaal burgerschap (de interculturele dialoog, ontwikkelingssamenwerking) en voor bv. huurdersbelangenverenigingen;

  • -

    activiteiten/evenementen die niet elk jaar plaatsvinden;

  • -

    activiteiten/evenementen die zich nog niet bewezen hebben of waarvan anderszins de toekomst onzeker is.

 

artikel 3

 

lid 2

Voor de subsidieberekening wordt het aantal (actieve) leden/deelnemers in elke leeftijdsgroep vermenigvuldigd met de voor die groep geldende wegingsfactor. De uitkomsten hiervan worden bij elkaar opgeteld. Dit resulteert in het ‘Gewogen aantal deelnemers’ (G).

 

Nb. Actieve leden/deelnemers zijn diegenen die daadwerkelijk en structureel (dus vaker dan maar af en toe) deelnemen aan de activiteiten (de sporters, muzikanten, schutters enz.), alsook degenen die structureel als vrijwilliger actief zijn bij de uitvoering van de activiteiten of het runnen van de vereniging/organisatie. Als niet actief worden bv. aangemerkt de zgn. steunende leden, donateurs, ereleden of anderen die geen (of een slechts minimale) actieve deelname hebben aan de activiteiten.

 

lid 3

De intensiteit van de activiteiten (I) wordt als volgt in de subsidieberekening meegenomen:

  • °

    Een gemiddeld deelname aan 40 of meer bijeenkomsten per deelnemer per jaar wordt gesteld op 100%.

  • °

    Bij minder bijeenkomsten en/of een lagere deelname geldt een percentage naar rato, met dien verstande dat het door de vereniging opgegeven lagere percentage wordt vermenigvuldigd met 8/7 (en afgerond op 2,5%).Als het gebruikelijk is dat bij de activiteiten bijna alle deelnemers aanwezig zijn dan wordt dat geteld als 100%. Het feit dat er altijd wel enkele mensen ontbreken wordt daarmee voor lief genomen. Om datzelfde te bereiken bij een lagere deelname wordt een door de vereniging opgegeven lager percentage vermenigvuldigd met 8/7.

  • °

    Als minder dan 75% van de leden/deelnemers afkomstig is uit de gemeente dan wordt ook dat in het percentage verdisconteerd (uitwonende studenten worden geteld als inwoner).Het percentage Intensiteit (I) wordt in dat geval vermenigvuldigd met de factor n/75%, waarbij n staat voor het percentage in de gemeente woonachtige deelnemers.

 

lid 4

In het subsidie wordt er rekening mee gehouden dat sommige verenigingen beschikken over een eigen kantine waarmee ze relatief makkelijk aan inkomsten kunnen komen. Als die inkomsten aanzienlijk zijn dan beperkt dat de noodzaak om andere financiële acties te ondernemen.Voor verenigingen waarbij gezien hun grootte sprake is van relatief hoge kantine-inkomsten wordt de wegingsfactor voor vrijwilligersinzet verlaagd met 0,25. Voor de subsidieperiode 2012-2015 geldt zo’n verlaging voor de voetbal- en de tennisclubs, de hockeyclub, de beugelclubs, de schutterijen, de handboogverenigingen en voor twee tafeltennisclubs met eigen kantine.

De verlaging wordt niet toegepast voor verenigingen die op verzoek van de gemeente een sporthalkantine exploiteren (in Meijel en in Kessel).

 

lid 5

De subsidieberekening per vereniging of activiteit voor de periode 2012-2015 is weergegeven in de “Lijst van te verlenen waarderingssubsidies 2012-2015”. Deze is als volgt te lezen.

  • -

    Per vereniging of activiteit is allereerst het aantal leden/deelnemers in de verschillende leeftijdsgroepen vermeld, met daarachter het totale aantal.

  • -

    In het blauwe vakje boven elke leeftijdskolom is de voor die categorie geldende wegingsfactor vermeld: 2 voor kinderen, 3 voor jeugd, 0 voor volwassenen, 1 voor 65+ers.

  • -

    Het aantal leden per leeftijdsgroep is vermenigvuldigd met de voor die groep geldende wegingsfactor en de uitkomsten hiervan zijn bij elkaar opgeteld. Het resultaat staat in de kolom ‘Gewogen aantal deelnemers’ (G).

  • -

    In het percentage in de kolom ‘Intensiteit activiteiten’ (I) is rekening gehouden met het aantal activiteiten dat plaatsvindt (is dat wekelijks of minder) en met het gedeelte van de leden dat normaalgesproken bij de activiteiten aanwezig is. Als minder dan 75% van de leden/deelnemers afkomstig is uit de gemeente dan is ook dat in het percentage verdisconteerd.

  • -

    De volgende drie kolommen geven aan welke wegingsfactor er geldt voor de verenigingseigen vrijwilligersinzet, of er eventueel een aftrek plaatsvindt i.v.m. kantine-inkomsten en wat dan per saldo de factor Verenigingseigen vrijwilligersinzet (V) is.

De geel gekleurde kolom ‘Subsidie op basis ledenbestand’ geeft per vereniging of activiteit de uitkomst van de vermenigvuldiging: G x I x V x E.

 

artikel 4

 

De voor een vereniging of activiteit geldende extra waarde wordt bepaald door elke vereniging/ activiteit te beoordelen op de vier aspecten die hiervoor maatgevend zijn. Een score wegens meerwaarde wordt alleen toegekend wanneer een vereniging/activiteit zich duidelijk onderscheidt van het gemiddelde. De toe te kennen scores zijn daarmee de uitkomst van het onderling vergelijken van verenigingen c.q. activiteiten. Bij de beoordeling wordt uitsluitend gekeken naar de feitelijke situatie, niet naar wensen, voornemens en plannen die nog niet geconcretiseerd zijn.

 

De voor de subsidieperiode 2012-2015 per vereniging/activiteit toegekende punten (maximaal 3 per aspect) zijn vermeld in de “Lijst van waarderingssubsidies 2012-2015”. De geel gekleurde kolom ‘Subsidie op basis meerwaarde’ geeft de uitkomst v.h. aantal punten maal het per punt beschikbare bedrag. Die rekeneenheid is vermeld in de blauwe vakjes (‘Eenheid’) boven de betreffende kolommen. Voor de subsidieperiode 2012-2015 bedraagt de eenheid € 400.

 

M.b.t. de voor de periode 2012-2015 toegekende scores wordt het volgende opgemerkt.

  • °

    De verbondenheid in een gemeenschap wordt m.n. gestimuleerd door verenigingen en activi-teiten waarbij relatief veel inwoners zich betrokken voelen en die ‘niet uit het dorp zijn weg te denken’. Dit geldt in meerdere of mindere mate voor de voetbal- en tennisclubs, de handbal- en volleybalclubs, de Kesselse Sportvereniging, de plaatselijke muziekverenigingen, schutterijen en carnavalsverenigingen, de jeugdverenigingen en de KBO’s, de vrouwenorganisaties in de kleine kernen, het kindervakantiewerk de traditionele kinder-/volksfeesten en enkele andere vaste evenementen. Nadrukkelijk is rekening gehouden met de grootte van de kern waarin een vereniging/activiteit thuis is: een club met 100 leden in een kern met 1.500 inwoners heeft daar een grotere impact dan een soortgelijke club in een kern met 6.000 inwoners. En als een kern maar vijf verenigingen telt dan is het gemeenschapsbelang van ieder daarvan groter dan wanneer er nog honderd anderen zijn.

  • °

    Van een extra inzet is sprake wanneer niet alleen de eigen leden maar ook anderen (of de gemeenschap als geheel) wezenlijke voordelen hebben van de diensten/inspanningen van een vereniging. Dat geldt bv. voor de muziekkorpsen die uittrekken bij bijzondere gebeurtenissen, voor de heemkundeverenigingen die het cultureel erfgoed bewaren en openbaar maken, voor het Rode Kruis en deEHBO, voor natuurbeschermingsorganisaties, maar ook voor sommige andere verenigingen die zich ten opzichte van de buitenwacht actief dienstbaar opstellen.

  • °

    Een aantal verenigingen is extra gewaardeerd omdat ze bijdragen aan de maatschappelijke en/of culturele levendigheid of diversiteit. Dat geldt o.m. voor sommige sportverenigingen die in Peel en Maas de enige in hun soort zijn, voor de beugelclubs die een cultuurhistorische waarde levend houden en voor cultureleverenigingen die door concerten, optredens of anderszins bijdragen aan de cultuurbeleving door derden.

  • °

    Een extra waardering vanwege de inzet voor kwetsbare groepen is onder meer toegekend aan sportverenigingen met een aparte G-afdeling, aan jeugdverenigingen met speciale aandacht voor kinderen met psychosociale problemen, aan de KBO’s en aanverenigingen die zich speciaal inzetten voor zieken of voor mensen met een beperking.

 

artikel 5

 

Voor de subsidieperiode 2012-2015 zijn de door de verenigingen opgegeven aantallen muzikanten vermeld in de “Lijst van te verlenen waarderingssubsidies 2012-2015”. Het betreft uitsluitend de muzikanten die een verenigingsinstrument bespelen.

De geel gekleurde kolom ‘Subsidie inzake muziekinstrumenten’ geeft de uitkomst van het aantal muzikanten maal het voor debetreffende categorie beschikbare bedrag per muzikant.Deze rekeneenheid is vermeld in de blauwe vakjes (‘Eenheid’) boven de betreffende kolommen.

Voor de subsidieperiode 2012-2015 bedraagt de eenheid € 86,00 voor korpsen met een concertinstrumentarium en € 43,00 voor korpsen met een showinstrumentarium.

 

artikel 6

 

overlegplatforms

Wél gesubsidieerd worden platforms die een algemeen karakter hebben en die een rol vervullen in de gemeentelijke beleidsontwikkeling –bv. dorpsoverleggen, jongerenraden, seniorenraden, gehandicaptenplatforms. Hiervoor worden afzonderlijke regelingen getroffen.

 

nevenorganisaties

Het betreft onder meer organisaties die zich richten op fondsenwerving (vaker aangeduid als “Vrienden van”), organisaties die zorg dragen voor het beheer van de accommodatie of van een deel daarvan (bv. de kantine), of die het organiseren van een of meer grotere verenigingsactiviteiten op zich nemen. Ook verzelfstandigde jeugdafdelingen e.d. behoren hiertoe.

 

onlosmakelijk onderdeel

Het betreft o.m. activiteiten die deel uitmaken van de carnaval, zoals de liedjesavond, boerenbruiloft, jeugdcarnaval.

 

artikel 9

 

In de laatste gele kolom van de “Lijst van te verlenen waarderingssubsidies 2012-2015” zijn de subsidies vermeld die worden verleend vanaf hetmoment dat de nieuwe regels volledig van toepassing zijn. De in die kolom vermelde bedragen zijn de optelsom van het Subsidie op basisledenbestand plus het Subsidie op basis meerwaarde plus het eventuele Subsidie inzakemuziekinstrumenten (dus de som van de drie eerdere gele kolommen).

Als het verschil tussen het oude en het nieuwe subsidie groter is dan € 500 dan wordt het verschil tussen oud en nieuw stapsgewijs overbrugd. Het effect daarvan is zichtbaar in de drie laatste kolommen van het overzicht.

Die (blauwgekleurde) kolommen geven dus het eindresultaat van de nieuwe manier van subsidiëren. Ze vermelden de met in acht neming van de Overgangsregeling te verlenen subsidies voor achtereenvolgens 2012, voor 2013 en voor 2014 resp. 2015.

De bedragen voor 2013 en volgende jaren worden overigens nog bijgesteld met een eventuele indexering.

Per 2016 begint de volgende vierjarige subsidieperiode, hetgeen betekent dat dan de subsidies opnieuw worden vastgesteld aan de hand van de verenigingsgegevens en beleidsinzichten van dat moment.