Ziet u een fout in deze regeling? Meld het ons op regelgeving@overheid.nl!
Peel en Maas

Uitvoeringsregeling gemeentelijke collectieve minimaregelingen

Wetstechnische informatie

Gegevens van de regeling
OrganisatiePeel en Maas
OrganisatietypeGemeente
Officiële naam regelingUitvoeringsregeling gemeentelijke collectieve minimaregelingen
CiteertitelUitvoeringsregeling gemeentelijke collectieve minimaregelingen
Vastgesteld doorcollege van burgemeester en wethouders
Onderwerpmaatschappelijke zorg en welzijn
Eigen onderwerpminima
Externe bijlageArtikelsgewijze toelichting

Opmerkingen met betrekking tot de regeling

Geen

Wettelijke grondslag(en) of bevoegdheid waarop de regeling is gebaseerd

  1. artikel 2, 2e lid, artikel 4, 3e lid en artikel 6, 2e lid van de Algemene Subsidieverordening Peel en Maas
  2. Beleidsplan Sociaal Domein 2015 en verder
  3. Participatiewet

Regelgeving die op deze regeling is gebaseerd (gedelegeerde regelgeving)

Geen

Overzicht van in de tekst verwerkte wijzigingen

Datum inwerkingtreding

Terugwerkende kracht tot en met

Datum uitwerkingtreding

Betreft

Datum ondertekening

Bron bekendmaking

Kenmerk voorstel

22-10-201501-01-201501-01-2017nieuwe regeling

12-10-2015

elektronisch gemeenteblad week 43, 2015

1894/2015/683069

Tekst van de regeling

Intitulé

Uitvoeringsregeling gemeentelijke collectieve minimaregelingen

BURGEMEESTER EN WETHOUDERS VAN PEEL EN MAAS;

Gelet op artikel 2, 2e lid, artikel 4, 3e lid en artikel 6, 2e lid van de Algemene Subsidieverordening Peel en Maas;

 

Gelet op het bepaalde in het, door de Raad van de gemeente Peel en Maas d.d. 14 oktober 2014 vastgestelde, Beleidsplan Sociaal Domein 2015 en verder, met daarin de in hoofdstuk 6 genoemde uitgangspunten voor de uitvoering van de Participatiewet en met name de uitgangspunten 12 en 13.

 

Overwegende dat het wenselijk is uitvoeringsregels vast te stellen voor het uitvoeren van gemeentelijke collectieve minimaregelingen.

 

BESLUITEN:

 

Vast te stellen de volgende uitvoeringsregeling:

 

Uitvoeringsregeling gemeentelijke collectieve minimaregelingen

Artikel 1 Begripsomschrijving

In deze regeling wordt verstaan onder:

  • a.

    Subsidieverordening: de Algemene Subsidieverordening Peel en Maas;

  • b.

    Minima: inwoners van de gemeente die niet kunnen beschikken over een inkomen van meer dan 120% van de voor hun situatie geldende bijstandsnorm als bedoeld in hoofdstuk 3 van de Participatiewet en niet beschikken over vermogen dat ingevolge artikel 34 van de Participatiewet als vermogen in aanmerking kan worden genomen.

Artikel 2 Toepassingsbereik

Het bepaalde in de deze uitvoeringsregeling is enkel van toepassing op de verstrekkingen van subsidies door burgemeester en wethouders voor de in artikel 3 bedoelde activiteiten.

Artikel 3 Activiteiten die voor subsidie in aanmerking komen

Maatschappelijke en particuliere initiatieven die opkomen voor de belangen van minima en hun eventuele kinderen en die concrete activiteiten opzetten om armoede onder inwoners van Peel en Maas te voorkómen en/of te verminderen.

Artikel 4 Doelgroep waaraan subsidie kan worden verleend

  • 1.

    Subsidie kan worden verleend aan natuurlijke personen en aan rechtspersonen;

  • 2.
    • 1.

      Tot de doelgroep wordt in ieder geval gerekend:

    • a.

      Voedselbank Peel en Maas

    • b.

      Jeugdsportfonds

    • c.

      Jeugdcultuurfonds

    • d.

      Stichting Leergeld Peel en Maas

    • e.

      Stichting De Brug

    • f.

      Budgetkring Peel en Maas

    • g.

      Stichting Kledingbank Limburg

    • h.

      Stichting Jongeren Sociëteit MAF-Centrum Maasbree voor wat betreft het driejarig project Kidzz en Armoede.

Artikel 5 Aanvraag, aanvraagtermijn en beslistermijn

  • 1.

    In afwijking van artikel 5 van de subsidieverordening behoeft de aanvraag niet middels een formeel vastgesteld aanvraagformulier te worden ingediend.

  • 2.

    Een aanvraag wordt ingediend vóórdat de activiteit plaatsvindt.

  • 3.

    De beslistermijnen genoemd in artikel 7 van de subsidieverordening zijn niet van toepassing. De aanvrager kan bij of na het indienen van de aanvraag aan het college verzoeken om een redelijke termijn voor de afhandeling van het subsidieverzoek aan hem bekend te maken.

Artikel 6 Verantwoording

In afwijking van hoofdstuk 7 van de Algemene subsidieverordening, worden afspraken over de verantwoording en vaststelling van de subsidie in de beschikking tot subsidieverlening vastgelegd.

Artikel 7 Aanvullende weigeringsgronden

In aanvulling op artikel 8 van de subsidieverordening kan subsidieverlening worden geweigerd als er een ongerechtvaardigd eigen belang is van de aanvrager.

Artikel 8 Hardheidsclausule

Het college kan in bijzondere gevallen, ten gunste van de belanghebbende, afwijken van de bepalingen in deze uitvoeringsregels, indien toepassing van deze regels tot onbillijkheden van overwegende aard leidt.

Artikel 9 Citeertitel en inwerkingtreding

  • 1.

    Deze uitvoeringsregeling wordt aangehaald als uitvoeringsregeling gemeentelijke collectieve minimaregelingen;

  • 2.

    De uitvoeringsregeling treedt in werking op de eerste dag na de dag van bekendmaking;

  • 3.

    Deze uitvoeringsregeling heeft terugwerkende kracht tot 1 januari 2015.

Aldus besloten in de vergadering van burgemeester en wethouders van 12 oktober 2015

gemeentesecretaris/directeur, burgemeester

drs. H. Mensink, W.J.G. Delissen-van Tongerlo

Toelichting (zie ook bijlage: Artikelsgewijze toelichting)  

Deze uitvoeringsregeling gaat over subsidies op een terrein waar tot dusver in de gemeente Peel en Maas niet of nauwelijks met subsidies werd gewerkt: het ondersteunen van minima. De uitvoeringsregeling is gebaseerd op artikel 2, 2e lid, artikel 4, 3e lid en artikel 6, 2e lid van de Algemene Subsidieverordening (ASV) Peel en Maas.

 

Ingevolge het Beleidsplan Sociaal Domein 2015 en verder, met daarin de in hoofdstuk 6 genoemde uitgangspunten voor de uitvoering van de Participatiewet en met name de uitgangspunten 12 (we gaan voor een effectief en efficiënt minimabeleid) en 13 (we ondersteunen burgerinitiatieven om armoede te bestrijden en er worden middelen gereserveerd om burgerinitiatieven op het terrein van armoedebestrijding te ondersteunen), wil de gemeente Peel en Maas in de toekomst meer ruimte gaan geven aan maatschappelijke initiatieven die op minima zijn gericht. Dit vervangt deels de (noodzaak voor) individuele inkomensondersteuning.

 

Per 1 januari 2015 is het niet meer toegestaan categoriale bijzondere bijstand te verstrekken op de wijze waarop deze tot en met 2014 werd uitgevoerd. Uitzonderingen hierop zijn:

 

  • 1.

    de collectieve ziektekostenverzekering bijzondere bijstand. Laatstgenoemde is opgenomen in de, op 5 januari 2015 vastgestelde, beleidsregel ‘Participatiewet’;

  • 2.

    De langdurigheidstoeslag. Deze is per 1 januari 2015 vervallen. De opvolger hiervan is de individuele inkomenstoeslag en valt niet onder het regiem van de categoriale bijzondere bijstand. De hoogte en vorm van laatstgenoemde regeling is vastgesteld in de verordening ‘Individuele inkomenstoeslag’ (vastgesteld op 14 oktober 2014) en de beleidsregel ‘Individuele inkomenstoeslag (vastgesteld op 5 januari 2015).

Op bovenstaande uitzonderingen is deze uitvoeringsregeling daarom niet van toepassing.

 

De categoriale bijzondere bijstand was tot en met 2014 een efficiënt en effectief middel ter bestrijding van armoede. De toekenning werd in geld per belanghebbende uitbetaald, waarbij belanghebbende tot een vooraf vastgestelde doelgroep behoorde . Het betrof de regelingen Sociaal Culturele en Educatieve Activiteiten, tegemoetkoming chronisch zieken, ouderen en gehandicapten en de langdurigheidstoeslag.

 

Met het afschaffen van de hiervoor genoemde categoriale bijzondere bijstand, is de noodzaak voor (collectieve burger) initiatieven ten aanzien van armoedebestrijding echter niet verdwenen per 1 januari 2015. De behoefte aan (burger)initiatieven neemt alleen maar toe, mede gelet op de terugtredende overheid. Deze (burger)initiatieven hebben hiervoor financiële ondersteuning nodig van o.a. de gemeente.

 

In de Participatiewet blijft categoriale bijzondere bijstand toegestaan met uitzondering van de vorm van verstrekking. De tot en met 2014 gehanteerde vorm (verstrekking van geld per belanghebbende die tot de doelgroep behoort) wordt gezien als ‘ongerichte inkomenssuppleties’.

 

Het afwijkende karakter van categoriale bijstand (artikel 35 lid 3 Participatiewet) is gelegen in het feit dat voor belanghebbende die behoren tot de aangewezen categorie niet nagegaan hoeft te worden of ten aanzien van die persoon de bedoelde kosten ook daadwerkelijk noodzakelijk zijn of gemaakt zijn. Door te behoren tot een aangewezen categorie is het reeds aannemelijk dat die persoon zich in bijzondere omstandigheden bevindt die leiden tot bepaalde noodzakelijke kosten van bestaan waarin de algemene bijstand niet voorziet en die de aanwezige draagkracht te boven gaan.

 

Overigens is wel vereist dat de aannemelijke kosten concreet zijn. Bij de toepassing van categoriale bijzondere bijstand geldt namelijk als randvoorwaarde onder meer dat de tegemoetkoming betrekking dient te hebben op het bestrijden van kosten; ongerichte inkomenssuppleties zijn niet toegestaan. Dit betekent dat, indien er geen sprake is van concrete kosten, categoriale bijzondere bijstandsverlening niet mogelijk is.

 

De ‘concrete kosten’ kunnen het efficiënts aangetoond worden door vergoedingen in natura. Betreffende ‘vergoedingen’ worden door de, in deze beleidsregel opgenomen, burgerinitiatieven geleverd. Dit kan bijvoorbeeld zijn door het betalen van contributie voor sport en spel aan de betreffende verenigingen (Jeugdsportfonds en Jeugdcultuurfonds), het verstrekken van kleding (Kledingbank Limburg) tot het bewerkstelligen van bewustwording, zingeving en empowerment bij belanghebbenden (Project Kidzz en armoede en de Budgetkring). Iedere, in deze beleidsregel genoemde, organisatie heeft als doel om (de beleving van) armoede in de gemeente Peel en Maas te bestrijden. Ieder heeft hiervoor een eigen werkwijze.

 

De andere optie om ‘concrete kosten’ aan te tonen is door middel van controle van in te leveren bonnen. Voor laatstgenoemde optie is niet gekozen aangezien deze, voor zowel belanghebbende als uitvoering, zeer arbeidsintensief is.