Ziet u een fout in deze regeling? Meld het ons op regelgeving@overheid.nl!
Purmerend

Nadere regels jeugdhulp Purmerend 2018

Wetstechnische informatie

Gegevens van de regeling
OrganisatiePurmerend
OrganisatietypeGemeente
Officiële naam regelingNadere regels jeugdhulp Purmerend 2018
CiteertitelNadere regels Jeugdhulp Purmerend 2018
Vastgesteld doorcollege van burgemeester en wethouders
Onderwerpalgemeen
Eigen onderwerpMaatschappelijke zorg en jeugdhulp

Opmerkingen met betrekking tot de regeling

In tegenstelling tot de in de regeling genoemde datum in werking treding treden de nadere regels in werking op 6 februari 2018.

Wettelijke grondslag(en) of bevoegdheid waarop de regeling is gebaseerd

http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xhtmloutput/Historie/Purmerend/CVDR606695/CVDR606695_1.html

Overzicht van in de tekst verwerkte wijzigingen

Datum inwerkingtreding

Terugwerkende kracht tot en met

Datum uitwerkingtreding

Betreft

Datum ondertekening

Bron bekendmaking

Kenmerk voorstel

01-01-2020wijziging bestaande regeling

05-11-2019

gmb-2019-280069

01-01-201901-01-2020Artikel 3.1 Bepalingen pgb

18-12-2018

gmb-2018-277807

1461854
06-02-201801-01-2019Nieuwe regeling

09-01-2018

gmb-2018-23948

1405054

Tekst van de regeling

Intitulé

Nadere regels jeugdhulp Purmerend 2018

Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Purmerend;

 

gelet op de artikelen 2.1 lid 2, 3.3 lid 2, 3.5 lid 4, 3.6 lid 2, 3.9 lid 13, 3.10 lid 7, 3.11 lid 3, 3.12 lid 5 en 3.14 lid 2 tot en met 4, van de Verordening Jeugdhulp Purmerend 2018

 

B E S L U I T E N :

 

vast te stellen de Nadere regels jeugdhulp Purmerend 2018.

 

Hoofdstuk 1 – Algemene bepalingen

Artikel 1. Begripsbepalingen

Aanvullend op de begripsbepalingen in de Jeugdwet en de Verordening jeugdhulp Purmerend 2018 (artikel 1), wordt in deze nadere regels verstaan onder:

  • -

    hoofdaannemer: de jeugdhulpaanbieder die een individuele voorziening levert en hiervoor een andere jeugdhulpaanbieder betrekt om het doel vastgelegd in het hulpverleningsplan te behalen;

  • -

    multiprobleemgezin: een gezin met weinig zelfredzaamheid en problemen op meerdere domeinen (wonen, inkomen, relatie, gezondheid);

  • -

    onderaannemer: een door de hoofdaannemer ingezette jeugdhulpaanbieder die specifieke onderdelen van de jeugdhulpverlening op zicht neemt in opdracht van de hoofdaannemer;

  • -

    verordening: de Verordening jeugdhulp Purmerend 2018

 

Hoofdstuk 2 Ondersteuningsprofielen en intensiteiten

Artikel 2.1 ondersteuningsprofielen

  • 1.

    Het college verleent een individuele voorziening voor specialistische en hoogspecialistische jeugdhulp voor één van de volgende elf ondersteuningsprofielen:

    • a.

      jeugdige met psychosociale problemen en problematische relaties tussen ouders (profiel 1);

    • b.

      jeugdige met ontwikkelings- en gedragsproblemen en ouders die problemen ervaren met opvoeden (profiel 2),

    • c.

      jeugdige met ouders met een ziekte of beperking (profiel 3),

    • d.

      jeugdige met ontwikkelings-, gedrags- en/of psychiatrische problemen met ouders met psychi(atri)sche problemen (profiel 4)

    • e.

      jeugdige met ontwikkelings- en gedragsproblemen door kind factoren (psychiatrisch en/of somatisch) (profiel 5),

    • f.

      jeugdige met ontwikkelings-, gedrags- en psychiatrische problemen binnen multiprobleemgezinnen (profiel 6),

    • g.

      jeugdigen met een verstandelijke beperking (profiel 7),

    • h.

      jeugdige met ontwikkelings- en gedragsproblemen met een beneden gemiddelde intelligentie (profiel 8),

    • i.

      jeugdige met een lichamelijke beperking of niet-aangeboren hersenletsel (profiel 9),

    • j.

      jeugdige van 0 – 6 jaar en hun gezin die gezien hun leeftijd en de complexiteit van de problematiek specifieke kennis, procesdiagnostiek en specifieke ouder/kind interventies behoeven (profiel 10),

    • k.

      jeugdige en gezin die in een crisissituatie terecht zijn gekomen (profiel 11).

  • 2.

    Een jeugdige kan op enig moment specialistische of hoogspecialistische jeugdhulp binnen één ondersteuningsprofiel ontvangen, tenzij een voorziening zoals bedoeld in het eerste lid onderdeel k (profiel 11) wordt verstrekt of naast zorg in natura tegelijkertijd een persoonsgebonden budget wordt verstrekt.

  • 3.

    Binnen het ondersteuningsprofiel dient de jeugdhulpaanbieder van specialistische of hoogspecialistische jeugdhulp alle benodigde jeugdhulp te bieden aan de jeugdige, eventueel door als hoofdaannemer aanvullend een onderaannemer in te schakelen.

  • 4.

    Binnen een gezin kunnen jeugdigen ieder een individuele voorziening met een eigen ondersteuningsprofiel ontvangen

  • 5.

    Een individuele voorziening met ondersteuningsprofiel zoals bedoeld in eerste lid onderdeel k (profiel 11) kan gestart worden voorafgaande aan het besluit van het college.

Artikel 2.2 Intensiteiten

  • 1.

    Een individuele voorziening voor specialistische of hoogspecialistische jeugdhulp wordt geleverd met één van de volgende vier intensiteiten:

    • a.

      perspectief,

    • b.

      intensief,

    • c.

      duurzaam licht,

    • d.

      duurzaam zwaar.

  • 2.

    Het college bepaalt in het besluit de intensiteit van de hoogspecialistische jeugdhulp.

  • 3.

    Bij specialistische jeugdhulp bepaalt de jeugdhulpaanbieder samen met de jeugdige en/of zijn ouders de benodigde intensiteit van de hulp; het loket jeugd kan hiervoor een zwaarwegend advies meegeven.

  • 4.

    Een jeugdige kan op enig moment altijd maar specialistische of hoogspecialistische jeugdhulp met één intensiteit ontvangen, tenzij een voorziening zoals bedoeld in het eerste lid onderdeel k (profiel 11) wordt verstrekt of naast zorg in natura tegelijkertijd een persoonsgebonden budget wordt verstrekt.

  • 5.

    Het college kan de noodzaak van de voortzetting van specialistische en hoogspecialistische jeugdhulp periodiek laten herbeoordelen door het loket jeugd

  • 6.

    Het college kan voor de specialistische en hoogspecialistische jeugdhulp met de intensiteiten duurzaam licht en duurzaam zwaar de geldigheidsduur van het besluit beperken.

 

Hoofdstuk 3 persoonsgebonden budget

Artikel 3.1 Bepalingen pgb

  • 1.

    De maximale tarieven voor een pgb-jeugdhulp bedragen:

     

    Hulpcategorie

    Product

    eenheid

    tarief (€):

     

     

     

     

    Ambulante jeugdzorg

    Pgb ambulante jeugdzorg HBO

    uurtarief

    69,00

     

    Pgb ambulante jeugdzorg WO

    uurtarief

    89,40

     

     

     

     

    Dagbehandeling jeugdzorg

    Pgb dagbehandeling jeugdzorg

    tarief dagdeel

    78,60

     

     

     

     

    Verblijf jeugdzorg

    Verblijf jeugdzorg begeleid wonen

    etmaal

    34,60

     

    Verblijf jeugdzorg gezinshuis

    etmaal

    141,00

     

    Verblijf jeugdzorg

    etmaal

    212,00

     

    Verblijf jeugdzorg zwaar

    etmaal

    282,00

    Generalistische basis GGZ

    Pgb generalistische basis GGZ

    uurtarief

    89,40

     

     

     

     

    Specialistische GGZ

    Pgb specialistische GGZ

    uurtarief

    99,40

     

     

     

     

    Begeleiding individueel / groep

    Pgb begeleiding individueel

    uurtarief

    38,00

     

    Pgb begeleiding groep zonder vervoer

    dagdeel

    47,00

     

    Pgb begeleiding groep met vervoer

    dagdeel

    52,80

     

     

     

     

    Persoonlijke verzorging

    Pgb persoonlijke verzorging

    uurtarief

    28,60

     

     

     

     

    Kortdurend verblijf

    Pgb kortdurend verblijf

    etmaal

    107,60

     

     

     

     

    Behandeling (L)VB

    Pgb behandeling (L)VB individueel

    uurtarief

    69,00

     

    Pgb behandeling (L)VB groep

    dagdeel

    78,60

     

     

     

     

    Verblijf (L)VB

    Pgb verblijf (L)VB licht

    etmaal

    139,00

     

    Pgb verblijf (L)VB

    etmaal

    199,60

     

    Pgb verblijf (L)VB zwaar

    etmaal

    260,80

     

     

     

     

    Overig

    Informele hulp

    uurtarief

    21,20

 

  • 2.

    De in het eerste lid genoemde tarieven voor een professionele ondersteuner zijn per 1 januari 2018 uitgedrukt in het prijspeil van 2017 en worden ieder opvolgend kalenderjaar gewijzigd aan de hand van de ontwikkeling van de consumentenprijsindex die geldt voor het tweede kalenderjaar voorafgaand aan het desbetreffende kalenderjaar (T-2). De berekende bedragen worden naar beneden afgerond op een veelvoud van € 0,2.

  • 3.

    Als toepassing is gegeven aan het vorige lid, draagt het college zorg voor de kenbaarheid van de laatstelijk in de plaats gestelde bedragen.

  • 4.

    Een professionele ondersteuner voldoet aan het Kwaliteitskader Jeugd. Dit blijkt uit het overleggen van:

    • a.

      een registratie bij het SKJ (Stichting Kwaliteitszorg Jeugd), of;

    • b.

      een inschrijving in het BIG, of;

    • c.

      een onderbouwing waarom de inzet van een niet geregistreerde professionele ondersteuner verantwoord is, conform het afwegingskader voor een verantwoorde werktoedeling op basis van het Kwaliteitskader Jeugd.

  • 5.

    Ondersteuning kan niet worden geboden door iemand vanuit het sociaal netwerk als die, conform het afwegingskader voor een verantwoorde werktoedeling op basis van het Kwaliteitskader Jeugd, geboden moet worden door een geregistreerde professional.

  • 6.

    Een ondersteuner uit het sociaal netwerk

    • a.

      Heeft de verplichting om verantwoorde hulp te bieden. Dit blijkt eruit dat de ondersteuner beschikt over de benodigde competenties, kennis en vaardigheden voor de hulpvraag.

    • b.

      Werkt aan de resultaten uit het perspectiefplan.

    • c.

      Beschikt over een VOG (behalve als de aanbieder een ouder is, zoals bedoeld in de jeugdwet).

    • d.

      Is verplicht bij (een vermoeden van) Huiselijk Geweld en Kindermishandeling contact op te nemen met Veilig Thuis voor advies of het doen van een melding en maakt hierbij bij voorkeur gebruikt van de Meldcode Huiselijk geweld.

    • e.

      Meldt calamiteiten direct aan de lokale toegang.

  • 7.

    Beheer van het pgb is niet toegestaan door een professionele aanbieder die ook ondersteuning levert aan de pgb-houder. Uitgezonderd zijn familieleden in de eerste tot en met de derde graad.

Hoofdstuk 4 Slotbepalingen

Artikel 4.1 Inwerkingtreding

  • 1.

    Deze nadere regels treden in werking op 1 januari 2018.

  • 2.

    De nadere regels jeugdhulp Purmerend 2015 worden hiermee ingetrokken.

Artikel 4.2 Citeertitel

Deze nadere regels worden aangehaald als: Nadere regels Jeugdhulp Purmerend 2018

 

 

Purmerend,

de gemeentesecretaris,

G. Blom

de burgemeester,

D.Bijl

Algemene toelichting Nadere regels

De nadere regels bieden een uitwerking van specifieke bepalingen in de verordening. De bevoegdheid voor het opstellen van nadere regels is dan ook opgenomen in de verordening.

 

Artikelsgewijze toelichting Nadere regels

 

Hoofdstuk 1 Algemene bepalingen

Artikel 1 Begripsbepalingen

Hoofdaannemer

De gecontracteerde jeugdhulpaanbieder die bij de uitvoering een andere jeugdhulpaanbieder betrekt wordt de hoofdaannemer genoemd. De hoofdaannemer wordt verantwoordelijk gehouden voor de uitvoering van het hulpverleningsplan (opgesteld op basis van het perspectiefplan) en de resultaten. De gemeente financiert ook alleen de hoofdaannemer. Deze dient zelf afspraken te maken met de onderaannemer (over kosten en opdracht).

Multiprobleemgezin

Een multiprobleemgezin is gedefinieerd als een gezin met weinig zelfredzaamheid en problemen op meerdere domeinen (bijvoorbeeld wonen, inkomen, relatie, gezondheid). De aanwezigheid van problemen op meerdere domeinen alleen is dus niet bepalend. Pas als het gezin niet de eigen kracht heeft om deze problemen het hoofd te bieden, spreken we van een multiprobleemgezin.

Onderaannemer

Een onderaannemer is een door de hoofdaannemer betrokken jeugdhulpaanbieder en hoefte niet te zijn gecontracteerd door de gemeente. De onderaannemer legt aan de hoofdaannemer – en natuurlijk de jeugdige en/of zijn ouders – verantwoording af over zijn werkzaamheden. Het college noch de lokale toegang hebben in de regel zelf contact met de onderaannemer.

 

Hoofdstuk 2 Ondersteuningsprofielen en intensiteiten

Artikel 2.1 Ondersteuningsprofielen specialistische en hoogspecialistische jeugdhulp

Eerste lid

Het college heeft de specialistische en hoogspecialistische jeugdhulp ingekocht naar elf ondersteuningsprofielen. Een ondersteuningsprofiel is een cluster van hulpvragen waarmee de ondersteuningsbehoefte van de jeugdige en zijn ouders wordt gecategoriseerd.

Tweede lid en derde lid

Het ondersteuningsprofiel is een integraal pakket, wat betekent dat de betrokken jeugdhulpaanbieder (hoofdaannemer) geacht wordt alle benodigde jeugdhulp binnen dit ondersteuningsprofiel te kunnen bieden. Daarom kan een jeugdige ook altijd maar één ondersteuningsprofiel tegelijkertijd hebben. Uitzondering is de situatie waarin naast zorg in natura de jeugdige en/of zijn ouders ook een persoonsgebonden budget ontvangen of waarin sprake is van inzet van profiel 11 (crisis).

Vierde lid

Het ondersteuningsprofiel is een integraal pakket, op het niveau van de jeugdige en niet op gezinsniveau. Hiervoor is gekozen omdat kinderen binnen één gezin soms zeer diverse ondersteuningsbehoeften kunnen hebben. Het is niet realistisch om te verwachten dat alle ondersteuning aan verschillende kinderen binnen één gezin binnen één ondersteuningsprofiel past. Dit betekent niet dat de jeugdhulp binnen een ondersteuningsprofiel alleen op het kind gericht is. De bijbehorende ondersteuning richting de ouder hoort er ook altijd bij. Wanneer binnen een gezin verschillende kinderen jeugdhulp vanuit verschillende ondersteuningsprofielen ontvangen – en mogelijk daardoor ook door verschillende jeugdhulpaanbieders (hoofdaannemers) dan dienen zij onderling de hulp af te stemmen, al dan niet met ondersteuning van de lokale toegang.

Vijfde lid

In de verordening is opgenomen dat een individuele jeugdhulpvoorziening in crisissituaties kan starten zonder dat een perspectiefplan is opgesteld. In de nadere regels is bepaald dat met crisishulp begonnen kan worden zonder voorafgaand besluit van het college. Deze crisishulp valt dan onder ondersteuningsprofiel 11.

 

Artikel 2.2 Intensiteiten

Eerste lid

Jeugdhulp binnen een ondersteuningsprofiel kan geboden worden met een bepaalde omvang. Er worden vier intensiteiten onderscheiden:

  • Perspectief: korte duur, lage Intensiteit (resultaat = beter worden/ herstel/ ontwikkelen)

  • Intensief: lange duur, hoge Intensiteit (resultaat = beter worden/ herstel/ ontwikkelen)

  • Duurzaam – licht: lage Intensiteit (resultaat = stabiliseren)

  • Duurzaam – zwaar: hoge Intensiteit (resultaat = stabiliseren)

Bij de intensiteiten ‘perspectief’ en ‘duurzaam’ gaat het om hulpverleningstrajecten met een duidelijk resultaat dat binnen een korte (perspectief) of langere (intensief) periode behaald kan worden.

Bij de intensiteiten ‘duurzaam licht’ en ‘duurzaam zwaar’ is de verwachting dat stabilisatie het hoogst haalbare resultaat is. Ondersteuning is dan altijd voor lange tijd (soms zelfs altijd) nodig. Afhankelijk van de zwaarte van de problematiek wordt dan gekozen voor de intensiteit duurzaam licht of duurzaam zwaar.

Tweede lid

Bij hoogspecialistische jeugdhulp ligt de keuze voor de intensiteit vast in het besluit. De lokale toegang bepaalt van tevoren met de jeugdige en/of zijn ouders de intensiteit van de benodigde hulp. In de regel zal ook de jeugdhulpaanbieder nauw betrokken zijn bij deze keuze. Wanneer er geen overeenstemming bereikt kan worden over profiel of intensiteit kunnen betrokken zich wenden tot een onafhankelijke derde die een bindend advies geeft aan het college (die daarop zo nodig het besluit herziet).

Derde lid

Bij specialistische jeugdhulp bepaalt de jeugdhulpaanbieder samen met de jeugdige en/of zijn ouders de intensiteit. De lokale toegang kan hiervoor een zwaarwegend advies meegeven, bijvoorbeeld in het perspectiefplan. De intensiteit ligt bij specialistische jeugdhulp ook niet vast in het besluit. Een wijziging kan dan ook worden doorgevoerd zonder dat een nieuw besluit nodig is. In de zorgtoewijzing vanuit de gemeente ligt de intensiteit wel altijd vast. Bij een intensiteitswijziging binnen specialistische jeugdhulp dient de aanbieder dit daarom door te geven aan de gemeente.

Vierde lid

Net als met het ondersteuningsprofiel, kan er aan een jeugdige altijd maar specialistische of hoogspecialistische jeugdhulp met één intensiteit worden toegekend. Uitzondering is de situatie waarin naast zorg in natura de jeugdige en/of zijn ouders ook een persoonsgebonden budget ontvangen of waarin sprake is van inzet van profiel 11 (crisis).

Er kan, als dat nodig blijkt, van een lichtere naar een zwaardere intensiteit opgeschaald worden (of omgekeerd: afgeschaald). Wat dit betekent voor de financiering is onder andere vastgelegd in het administratieprotocol.

Vijfde en zesde lid

Specialistische of hoogspecialistische jeugdhulp met de intensiteiten perspectief en intensief heeft een trajectprijs. Daarbinnen dient de jeugdhulpaanbieder alle hulp te verzorgen tot het gestelde resultaat bereikt is. Omdat het behalen van resultaat (doelrealisatie) voorop staat is niet vastgelegd in het besluit hoeveel tijd de aanbieder heeft om het resultaat te behalen. Specialistische of hoogspecialistische jeugdhulp met de intensiteiten duurzaam kent een vast maandbedrag.

In dit vijfde lid is geregeld dat het college (de facto de lokale toegang) de noodzaak van de voortzetting van specialistische en hoogspecialistische jeugdhulp periodiek kan herbeoordelen. Als bij de herbeoordeling blijkt dat hulp nog steeds nodig is, hoeft geen nieuwe besluit genomen te worden. Wanneer er geen of andere zorg nodig is, wordt dit natuurlijk wel in een nieuw besluit vastgelegd.

In het zesde lid is opgenomen dat het college in het besluit de duur voor de intensiteiten duurzaam licht en duurzaam zwaar kan beperken. Bijvoorbeeld als een jeugdige ouder wordt, van school wisselt of er veranderingen in de omgeving van het kind te verwachten zijn. Na het verstrijken van de termijn is er een nieuw besluit nodig.

 

Hoofdstuk 3 Persoonsgebonden budget

Artikel 3.1 Bepalingen pgb

Eerste lid

De wet bepaalt dat de gemeente in ieder geval regels stelt over de wijze van het vaststellen van de hoogte van het persoonsgebonden budget. Hier wordt in dit artikel aan voldaan. De genoemde tarieven zijn inclusief vakantiebijslag.

Tweede en derde lid

In dit lid is opgenomen dat de bedragen in het eerste lid jaarlijks worden geïndexeerd. Omdat de consumentenprijsindex (cpi) pas lopende het jaar bekend is, wordt gekeken naar de cpi van het tweede kalenderjaar voorafgaand aan het desbetreffende kalenderjaar. Voor de indexatie van het jaar 2018 geldt dus de consumentenprijsindex van 2016. Het college zorgt ervoor dat de geïndexeerde bedragen bekend worden gemaakt.

Vierde lid

In dit lid zijn de criteria opgenomen waar een professionele ondersteuner die wordt ingezet door middel van een pgb aan moet voldoen. Een familierelatie tot de jeugdige wil niet per definitie zeggen dat er geen sprake is van een professionele ondersteuner. Wel moet altijd worden bekeken in hoeverre de professionele relatie gewaarborgd kan worden. Persoonlijke verzorging komt bijvoorbeeld eerder in aanmerking dan individuele begeleiding als het gaat om een familielid in de rol van een professionele ondersteuner.

Vijfde lid

In dit lid is expliciet opgenomen dat ondersteuning uit het sociaal netwerk getoetst wordt aan het afwegingskader voor een verantwoorde werktoedeling. Dit afwegingskader is een instrument om de kwaliteit van de jeugdhulp te waarborgen.

Zesde lid

In dit lid zijn de criteria opgenomen waar een ondersteuner uit het sociaal netwerk die wordt ingezet door middel van een pgb aan moet voldoen. Een ondersteuner uit het sociaal netwerk is afkomstig uit de directe omgeving van de jeugdige, bijvoorbeeld een ouder of ander familielid, vrienden en/of buren, en voldoet niet aan de criteria voor een professionele ondersteuner. Alleen wanneer de hulp noodzakelijk wordt geacht en niet vanuit de eigen kracht geboden kan worden, kan een pgb worden afgegeven.

Zevende lid

Professionele aanbieders mogen een pgb niet beheren als zij ook ondersteuning leveren. Dit is opgenomen om belangenverstrengeling te voorkomen. Een uitzondering hierop is familie in de eerste tot en met de derde graad.

 

Hoofdstuk 4 Slotbepalingen

Artikel 4.1 Inwerkingtreding

Deze nadere regels treden tegelijk in werking met de verordening en de start van de vernieuwde inkoop specialistische jeugdhulp. De Nadere regels jeugdhulp Purmerend 2015 worden hiermee ingetrokken.

 

Artikel 5.2 Citeertitel

De nadere regels krijgen dezelfde naam als de verordening.