Beleidsregel Damocles gemeente Ridderkerk

Geldend van 09-02-2018 t/m heden

Intitulé

Beleidsregel Damocles gemeente Ridderkerk

De burgemeester van de gemeente Ridderkerk;

Overwegende dat:

  • -

    er in de gemeente regelmatig hennepkwekerijen in woningen, garages, woonwagens, schuren, bijgebouwen, (bedrijfs)panden of andere ruimten worden aangetroffen;

  • -

    het (doen of laten) exploiteren van een hennepkwekerij, dan wel de verkoop, aflevering, verstrekking, productie of aanwezigheid van een middel als bedoeld in lijst I of II van de Opiumwet strafbaar is, veelal overlast veroorzaakt, (brand)gevaar oplevert, het woon- en leefklimaat van de omgeving en/of het veiligheidsgevoel van omwonenden aantast;

  • -

    deze activiteiten negatieve invloed hebben op de rechtsorde, de samenleving, het woningaanbod, de openbare orde en veiligheid en het maatschappelijk aanzien van de gemeente;

  • -

    het (doen of laten) exploiteren van een hennepkwekerij veelal gepaard gaat met andere strafbare en andere onrechtmatige gedragingen zoals diefstal van elektriciteit, belastingontduiking, uitkeringsfraude, illegale bewoning, het in gevaar brengen van de omgeving en uitbuiting van kwetsbare personen of groepen of strijdigheid met andere wettelijke bepalingen;

  • -

    het (doen of laten) exploiteren van een hennepkwekerij, dan wel de verkoop, aflevering, verstrekking, productie of aanwezigheid van een middel als bedoeld in lijst I of II van de Opiumwet strafbaar is, veelal deel uitmaakt van niet direct zichtbare georganiseerde criminaliteit en het crimineel verdiende geld met de hennepteelt of de handel in drugs vaak wordt witgewassen in de bovenwereld, waardoor de rechtsorde en lokale economieën worden ondermijnd;

  • -

    de gemeente Ridderkerk deelneemt aan het Regionaal Convenant ‘Gezamenlijke aanpak van hennepkwekerijen’;

  • -

    de convenantpartners hierin samenwerken om in een integrale aanpak een einde te maken aan de ongewenste aanwezigheid van hennepkwekerijen;

  • -

    in het kader van de in dit convenant genoemde samenwerking is afgesproken dat iedere deelnemende gemeente een voor een ieder openbaar zijnde handhavingsbeleid met betrekking tot de aanpak van hennep uitvaardigt en uitvoert;

  • -

    alleen de strafrechtelijke aanpak van hennepteelt niet zorgt voor het beëindigen van criminele activiteiten;

  • -

    door barrières op te werpen de gemeente kan verhinderen dat dergelijke ondermijnende activiteiten worden voortgezet of criminele netwerken kunnen worden opgezet of blijven voortbestaan;

  • -

    de gemeente een taak heeft in het voorkomen van illegale hennepteelt dan wel oneigenlijk gebruik van eigendommen ten behoeve van die teelt.

  • -

    artikel 13b lid 1 Opiumwet de burgemeester de bevoegdheid geeft om bestuursdwang toe te passen indien in woningen of lokalen dan wel in, op of bij woningen of zodanige lokalen behorende erven een middel als bedoeld in lijst I of II van de Opiumwet wordt verkocht, afgeleverd of verstrekt dan wel daartoe aanwezig is, en

  • -

    het aanbeveling verdient een beleidsregel vast te stellen omtrent de toepassing van bestuursdwang op basis van artikel 13b lid 1 Opiumwet ter bevordering van de rechtszekerheid en rechtsgelijkheid.

Gelet op:

  • -

    de bevoegdheid van de burgemeester op grond van artikel 174 Gemeentewet ten aanzien van het toezicht op openbare inrichtingen en de uitvoering van verordeningen die betrekking hebben op dat toezicht;

  • -

    de bevoegdheid van de burgemeester op grond van artikel 13b Opiumwet tot het toepassen van bestuursdwang ten aanzien van woningen en lokalen in verband met de aanwezigheid van en de handel in drugs, en

  • -

    de bevoegdheid van de burgemeester op grond van artikel 4:81 Algemene wet bestuursrecht ten aanzien van het vaststellen van beleidsregels met betrekking tot een hem toekomende bevoegdheid;

Besluit:

Tot het vaststellen van de ‘Beleidsregel Damocles gemeente Ridderkerk’.

1. Inleiding

De afgelopen jaren is de hennepteelt en de handel in hard- en softdrugs sterk toegenomen. Ook worden regionaal de laatste tijd steeds meer locaties aangetroffen waar voorbereidingshandelingen worden gepleegd voor het vervaardigen van hard- en softdrugs, de zogenaamde drugslaboratoria. De gemeente Ridderkerk kent inmiddels ook verschillende voorbeelden, waarbij de hennepteelt of een gebruikerspand tot dusdanige gevaar zetting en verstoring van de openbare orde heeft geleid dat optreden noodzakelijk was.

De gemeente Ridderkerk neemt deel aan het Regionaal Convenant ‘Gezamenlijke aanpak van hennepkwekerijen’. De convenantpartners werken samen om in een integrale aanpak een einde te maken aan de ongewenste aanwezigheid van hennepkwekerijen. In het kader van de in dit convenant genoemde samenwerking is afgesproken dat iedere deelnemende gemeente handhavingsbeleid met betrekking tot de aanpak van hennep vaststelt en uitvoert.

2. Definities en begripsbepalingen

In deze beleidsregel wordt verstaan onder:

a.

Drugs

Alle middelen die worden gerekend tot “harddrugs of softdrugs”

b.

Harddrugs

Alle middelen vermeld op lijst I behorend bij de Opiumwet;

c.

Softdrugs

Alle middelen vermeld op lijst II behorend bij de Opiumwet;

d.

Hennep

Elk deel van de plant van het geslacht Cannabis (hennep), waaraan de hars niet is onttrokken, met uitzondering van de zaden.

e.

Handel in drugs

Het verkopen, afleveren, verstrekken van harddrugs of softdrugs, dan wel het aanwezig zijn van een handelshoeveelheid hard- of softdrugs in een pand en/of de daarbij behorende erven;

f.

Pand

Een woning of lokaal

g.

Lokaal

Een voor het publiek toegankelijk pand met bijbehorende erf, zoals een winkel of horecabedrijf, of een niet voor publiek toegankelijk pand met bijbehorend erf, zoals een loods, magazijn of bedrijfsruimte;

h.

Woning

Een pand dat in hoofdzaak dient tot woning, dan wel dienstbaar is aan het wonen. Zowel een koopwoning, als een huurwoning valt onder de definitie.

i.

Gebruik als woning

Bewoning als bedoeld in artikel 8 van het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens (EVRM).

j.

Kwekerij

Een plaats, meestal een bedrijf, waar (vaste) planten en bomen worden geteeld.

k.

Handelshoeveelheid

In het kader van dit beleid is sprake van een handelshoeveelheid als aangetoond/aannemelijk is dat in het pand sprake is (geweest) van middelen als bedoeld in de meest recente Aanwijzing Opiumwet van het Openbaar Ministerie.

l.

Gebruikerspand

Een woning of lokaal waarin de bewoners en bezoekers structureel drugs gebruiken.

m.

Drugslaboratorium

Een plaats, meestal een bedrijf, waar (voorbereidings)handelingen worden gepleegd ten behoeve van het vervaardigen van drugs

3. Juridisch kader

Artikel 13b Opiumwet :

  • 1.

    De burgemeester is bevoegd tot oplegging van een last onder bestuursdwang indien in woningen of lokalen dan wel in of op bij woningen of zodanige lokalen behorende erven een middel als bedoeld in lijst I of II wordt verkocht, afgeleverd of verstrekt dan wel daartoe aanwezig is.

  • 2.

    Het eerste lid is niet van toepassing indien woningen, lokalen of erven als bedoeld in het eerste lid, gebruikt worden ter uitoefening van de artsenijbereidkunst, de geneeskunst, de tandheelkunst of de diergeneeskunde door onderscheidenlijk apothekers, artsen, tandartsen of dierenartsen.

Op grond van artikel 13b, eerste lid, Opiumwet is de burgemeester bevoegd tot oplegging van een last onder bestuursdwang, indien in woningen of lokalen, dan wel in of bij woningen of zodanige lokalen behorende erven, een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I of II wordt verkocht, afgeleverd of verstrekt dan wel daartoe aanwezig is.

Bij de aanwezigheid van een hoeveelheid drugs in een pand die groter is dan een hoeveelheid voor eigen gebruik, is in beginsel aannemelijk dat die drugs bestemd zijn voor verkoop, aflevering of verstrekking, indien het tegendeel niet aannemelijk wordt gemaakt1. De enkele ontkenning dat de drugs bestemd waren om te worden verhandeld is daartoe onvoldoende2. Met andere woorden, er is sprake van een omgekeerde bewijslast. In diezelfde uitspraak oordeelde de rechter ook dat artikel 13b Opiumwet niet alleen betrekking heeft op de productie van harddrugs maar ook op de teelt van hennep (in panden).

Uit vaste jurisprudentie blijkt dat de handel, het gebruik en de aanwezigheid van de drugs een nadelig effect hebben op de openbare orde. Bij de handel in drugs wordt de aantasting van de openbare orde zonder meer aangenomen. De openbare orde verstoring hoeft niet door middel van feiten en omstandigheden te worden aangetoond.

Panden waarin geen handelshoeveelheid drugs wordt aangetroffen, maar waarvan het aannemelijk is dat deze gebruikt worden ten behoeve van de productie en/of handel in drugs, kunnen worden gesloten op grond van artikel 13b van de Opiumwet3. Volgens de jurisprudentie volgt uit het woord ‘daartoe’ zoals genoemd in artikel 13b, eerste lid, Opiumwet dat de enkele aanwezigheid van een handelshoeveelheid drugs aan de burgemeester de bevoegdheid geeft tot toepassing ervan. Het is dan ook niet noodzakelijk dat de drugs daadwerkelijk wordt verhandeld.

Integrale aanpak, tweesporenbeleid

Dit beleid is gebaseerd op een bestuurlijke bevoegdheid van de burgemeester en staat los van een eventuele strafrechtelijke aanpak. De bestuursrechtelijke aanpak kan naast strafrechtelijke vervolging plaatsvinden.

Bij een bestuurlijk traject gelden andere normen dan bij een strafrechtelijk traject die niet uitwisselbaar zijn. De verantwoordelijkheden van de burgemeester zijn van andere aard, dan die van een officier van justitie. Strafrechtelijke sancties richten zich op de bij de verkoop betrokken personen. Deze sancties zijn bestraffend (punitief )van karakter. Via het strafrecht zijn geen maatregelen te nemen om te voorkomen dat er specifiek vanuit een woning of een lokaal drugs verhandeld worden.

Het beëindigen of het opheffen van de illegale verkooppunten wordt daarmee niet per definitie bereikt. De handel in verdovende middelen is strafbaar en in voorkomende gevallen leidt deze zo mogelijk tot strafvervolging. Bestuursrechtelijke maatregelen richten zich op bij overtreding van de Opiumwet betrokken woningen of lokalen, waardoor beëindigen of het opheffen van de illegale situatie kan worden bereikt (herstel sancties).

4. Doel van het beleid

De bevoegdheid zoals die is opgenomen in artikel 13b Opiumwet (de sluiting van de woning of een lokaal) heeft preventie en beheersing van de drugsproblematiek en de daarmee gepaarde risico’s voor de volksgezondheid tot doel. Ook staan de nadelige effecten van de handel in en het gebruik van drugs op het openbare leven en andere lokale omstandigheden hierbij centraal.

Het is van belang om het beleid voor de aanpak van hennepteelt, dealpanden en productie van harddrugs op efficiënte en effectieve wijze op elkaar af te stemmen, ten einde een waterbed-effect richting Ridderkerk te voorkomen. Om genoemde reden is het voor de gemeente Ridderkerk noodzakelijk om Damocles beleid vast te stellen en daar uitvoering aan te geven.

Door toepassing van de bevoegdheid tot sluiting is het pand niet meer te gebruiken voor druggerelateerde activiteiten en wordt de met drugsproblematiek gepaarde risico’s een halt toegeroepen.

De inzet van de sluiting is er op gericht om de drugshandel in of vanuit een woning of lokaal te beëindigen en beëindigd te houden. De maatregel is niet bedoeld als straf, maar is gericht op herstel van de situatie/de verstoring van de openbare orde.

Doel van de maatregel is om:

  • -

    de bekendheid van de woning of het lokaal als drugspand te doorbreken en de loop eruit te halen;

  • -

    de bekendheid van de woning of het lokaal in het drugscircuit te doorbreken;

  • -

    te verhinderen dat de woning of het lokaal (nog) wordt gebruikt ten behoeve van (georganiseerde) drugshandel en het drugscircuit;

  • -

    verdere aantasting van het woon- en leefklimaat in de omgeving van de woning of het lokaal te voorkomen.

Deze beleidsregel streeft, ten aanzien van de toepassing van de bevoegdheid van artikel 13b Opiumwet, de volgende doelen na:

  • -

    Afstemming van de handhavingsactiviteiten tussen politie, justitie en gemeente en waar mogelijk deze samenwerking complementair te laten zijn;

  • -

    realiseren dat de geconstateerde overtredingen gevolgd worden door een adequate reactie die qua intensiteit zo goed mogelijk aansluit bij de ernst van de overtreding en het beoogde effect, te weten het bestrijden van handel in drugs en herstel van de openbare orde;

  • -

    kenbaar te maken aan de ‘overtreder’ welke sanctie hij van de overheid kan verwachten na een overtreding, waar mogelijk ook een preventieve werking vanuit gaat.

5. Algemene beleidsuitgangspunten

Onderscheid harddrugs en softdrugs

Bij de inzet van de bevoegdheid tot sluiting wordt in deze beleidsregels een onderscheid gemaakt tussen harddrugs en softdrugs. Dit omdat de activiteiten die gerelateerd zijn aan harddrugs een grotere negatieve impact hebben op het woon- en leefklimaat in de gemeente dan bij de handel in softdrugs het geval is. Een langere sluitingstermijn van een pand is bij de handel in de middelen genoemd op lijst I noodzakelijk om de situatie te normaliseren.

Handelshoeveelheden

Bij het bepalen van het feit of sprake is van een handelshoeveelheid aangetroffen verdovende middelen sluit deze beleidsregel aan bij het vervolgingsbeleid van het Openbaar Ministerie. Van een handelshoeveelheid is sprake in de volgende gevallen:

  • 1.

    Harddrugs: meer dan 0,5 gram en/of meer dan 2 pillen en/of een consumptie-eenheid van 5 ml GHB;

  • 2.

    Softdrugs: meer dan 5 gram;

  • 3.

    Hennepplanten: meer dan 5 planten, en

  • 4.

    Qat: meer dan 1 bundel (ca. 200 gram)

Geen drugs, wel gebruik ten behoeve van productie, verkoop, aflevering of verstrekking

Het kan voorkomen dat een hennepkwekerij wordt opgerold die vlak voor de inval is geoogst of er kan sprake zijn van een pand waarvan uit onderzoek door de politie blijkt dat het gebruikt wordt als knooppunt van waaruit men handelsafspraken maakt ten behoeve van verkoop, aflevering of verstrekking van drugs. Een andere mogelijkheid is dat een geringe hoeveelheid drugs worden aangetroffen (niet zijnde een handelshoeveelheid) maar dat de overige zaken in het pand wel wijzen op een grotere hoeveelheid of productie, bijvoorbeeld hoeveelheid aangetroffen apparatuur zoals lampen of afval.

In dergelijke gevallen worden geen handelshoeveelheden drugs aangetroffen, maar valt het betreffende pand wel onder de werking van artikel 13b Opiumwet. Het is immers gebruikt ten behoeve van de productie, verkoop, aflevering of verstrekking van drugs. Dergelijke gevallen wordt gelijk gesteld met de situatie als waren de betreffende drugs wel aangetroffen en als gevolg hiervan zal ook in deze gevallen worden overgegaan tot het treffen van een bestuurlijke maatregel.

(zeer) ernstig geval

Als ernstig geval, waarbij een sluiting gerechtvaardigd is, is in ieder geval, maar niet uitsluitend, te beschouwen:

  • -

    de verkoop, aflevering, productie of verstrekking, dan wel het daartoe aanwezig zijn van handelshoeveelheden softdrugs van meer dan 50 gram, waaronder ook de op verkoop en/of handel gerichte bedrijfsmatige teelt in woningen (meer dan 20 planten), lokalen en/of bijbehorende erven wordt begrepen;

Van een zeer ernstig geval is in ieder geval, maar niet uitsluitend, sprake als één of meer van de volgende elementen aan de orde is:

  • 1.

    Er is sprake van recidive.

  • 2.

    De eigenaar van het pand is betrokken bij de productie dan wel verkoop, verstrekking of levering.

  • 3.

    Het betreft een voor het publiek toegankelijk lokaal.

  • 4.

    Er zijn aanwijzingen dat drugs zijn verkocht dan wel verstrekt.

  • 5.

    Er zijn aanwijzingen dat sprake is van georganiseerde criminaliteit.

  • 6.

    Het betreffende pand wordt gebruikt ten behoeve van de verkoop, aflevering, productie, aanwezigheid of verstrekking van harddrugs. Hiervan wordt in beginsel uitgegaan indien meer dan een gebruikershoeveelheid, zijnde 0,5 gram, wordt aangetroffen.

Algemene beginselen van behoorlijk bestuur

Op het moment dat artikel 13b Opiumwet door de burgemeester wordt toegepast moet er worden voldaan aan de algemene beginselen van behoorlijk bestuur.

6. Voorbereiden besluitvorming en belangenafweging

Belangenafweging in het kader van de proportionaliteit en subsidiariteit

Zowel gebruikers als eigenaren hebben er belang bij dat een pand open blijft. Deze belangen kunnen heel divers zijn; bijvoorbeeld financieel (huurpenningen), huisvesting, voortgang van bedrijfsactiviteiten enz. Het schenden van deze belangen maakt handhaving niet per se onredelijk.

De wetgever heeft bewust lokaliteiten en woningen onder de werking van artikel 13b Opiumwet gebracht. Het is inherent aan deze keuze van de wetgever dat dit grote gevolgen kan hebben voor de eigenaren, verhuurders en gebruikers.

De aanwezigheid van een handelshoeveelheid drugs en de gevolgen daarvan voor de openbare orde en veiligheid en rechtsorde zijn dermate ernstig dat herstel daarvan, in beginsel, als algemeen belang zwaarder wordt geacht dan het individuele belang van een eigenaar, verhuurder en gebruiker.

Daarbij is het van belang dat een verhuurder kan kiezen aan wie hij een pand verhuurt. Gelet hierop mogen de gevolgen van die keuze voor zijn risico worden gehouden. Een verhuurder kan zich voorts op de hoogte stellen van het gebruik dat van het verhuurde wordt gemaakt. Het risico dat een pand krachtens artikel 13b, eerste lid, van de Opiumwet wordt gesloten, indien aan de in deze bepalingen gestelde vereisten is voldaan, is daarbij verbonden aan het verhuren van een pand.4,5

De (financiële) gevolgen van de toepassing van dit beleid kunnen zwaar zijn voor de eigenaren, verhuurders en gebruikers. Voor bewoners van een pand dat wordt gesloten is een dergelijke maatregel zeer ingrijpend.

De sluiting wordt gerechtvaardigd door:

  • -

    De brede bekendheid van het nationale beleid en nationale wetgeving ten aanzien van verdovende middelen. Het produceren van drugs is verboden, softdrugs mogen alleen worden verkocht in gedoogde coffeeshops en handel in harddrugs is altijd verboden;

  • -

    De aard van de overtreding, namelijk een druggerelateerde criminele handeling met een bedrijfsmatig karakter, die strafbaar is gesteld bij wet;

  • -

    Het geschonden algemeen belang (verstoring van de openbare orde, veiligheid en rechtsorde, verloedering van het straatbeeld, aantasting van woon- en leefklimaat, onveiligheidsgevoelens in de straat/wijk, aantasting van de geloofwaardigheid van de overheid, geen controle op de verkoop met alle gevolgen en gevaren voor de volksgezondheid, vergaren van illegale inkomsten en belastingontduiking, aanzuigende werking op het ontstaan van soortgelijke activiteiten, vermindering van de waarde van onroerend goed);

  • -

    De beoogde werking van de maatregel, namelijk het terugdringen van de door criminele handelingen veroorzaakte negatieve effecten, herstel van het woon-, leef- en werkklimaat, terugdringen van recidive.

Zienswijzen

Hetgeen hierboven is gesteld, wordt als uitgangspunt genomen. Per geval wordt bekeken of er sprake is van een bijzondere omstandigheid die tot een andere afweging noopt. Hier speelt het zienswijzengesprek een belangrijke rol.

In het kader van een zorgvuldige belangenafweging wordt aan de belanghebbenden de mogelijkheid gegeven om binnen 14 dagen een zienswijze bekend te maken ten aanzien van het voornemen van de burgemeester om het betreffende pand te sluiten. Belanghebbenden zijn in ieder geval de eigenaar en de gebruiker van de woning en/of het pand.

Artikel 4:11 Awb biedt de mogelijkheid om in spoedeisende gevallen de zienswijzemogelijkheid achterwege te laten en onmiddellijk tot sluiting over te gaan.

Tegen de definitieve besluiten staat bezwaar en (hoger)beroep open.

Een besluit tot het sluiten van een woning, lokaal en/of daarbij behorend erf op grond van artikel 13b Opiumwet wordt op grond van de Wet kenbaarheid publiekrechtelijke beperkingen onroerende zaken (hierna: ‘Wkpb’) ingeschreven in het gemeentelijke beperkingenregister.

Begunstigingstermijn en herstelmaatregelen

In de last onder bestuursdwang worden de te nemen herstelmaatregelen opgenomen en wordt op grond van artikel 5:24 lid 2 Awb een begunstigingstermijn geboden aan betrokkene(n). De betrokkene(n) wordt in de gelegenheid gesteld om het pand voor een bepaalde tijd uit het maatschappelijk verkeer te halen door zijn sloten te vervangen, persoonlijke spullen, huisraad, bederfelijke waar en dergelijke uit de woning te verwijderen en de sleutels in te leveren op het gemeentehuis.

Van het inleveren van de sleutels wordt een verslag opgemaakt. De sleutels zullen worden opgeslagen in een kluis in het gemeentehuis.

Deze termijn wordt bij woningen en lokalen gesteld op 72 uur. Als de betrokkene(n) niet binnen de gestelde termijn de gewenste maatregelen treft, kan de burgemeester overgaan tot uitvoering van de last onder bestuursdwang.

Het is ook mogelijk dat indien er sprake is van gevaarzetting of ernstige verstoring van de openbare orde en veiligheid spoedeisende bestuursdwang wordt toegepast. Aan de hand van de indicatorenlijst (bijlage 2) en hetgeen is opgenomen in onderdeel 7 van dit beleid wordt bepaald of men tot een spoedsluiting over moet gaan. Op grond van artikel 5:31 lid 1 Awb kan de burgemeester in spoedeisende gevallen besluiten dat bestuursdwang zal worden toegepast zonder voorafgaande last.

Tijdsverloop

Het kan voorkomen dat er enig tijdsverloop (tot 4 maanden) optreedt tussen de constatering van de overtreding en het besluit tot het opleggen van een last onder bestuursdwang. Dit vloeit voort uit de ingrijpende strekking van het besluit en de gehoudenheid van de burgemeester om een besluit tot sluiting zorgvuldig te motiveren en op te stellen.

Informatieverstrekking door politie

Omdat de Opiumwet geen mogelijkheid biedt om gemeentelijke toezichthouders aan te wijzen, is de burgemeester hoofdzakelijk afhankelijk van informatie uit opsporingsonderzoeken van de politie.

Deze informatie wordt aan de burgemeester verstrekt in het kader van zijn taak tot handhaving van de openbare orde en veiligheid zoals neergelegd in artikel 172 Gemeentewet. Door de politie wordt zo spoedig mogelijk, na het constateren van een strijdige situatie, informatie verstrekt die noodzakelijk is voor het treffen van een bestuurlijke maatregel. Dit is in het bijzonder het geval wanneer een handelshoeveelheid drugs en/of een handelshoeveelheid kweekmateriaal in een pand wordt aangetroffen, of is gebleken dat een pand is dan wel wordt gebruikt ten behoeve van de productie en/of handel in/van drugs.

Indien meer informatie nodig wordt geacht om de context van het toepassen van de bevoegdheid van artikel 13b Opiumwet ter terechtzitting nader te schetsen wordt in overleg met politie gekeken welke informatie hiertoe gedeeld kan worden.

De door de politie aangeleverde gegevens worden vertrouwelijk door de burgemeester behandeld. De basis voor het verstrekken van dergelijke gegevens kan worden gevonden in artikel 16 lid 1 aanhef en onder sub c Wet politiegegevens.

Beleid ten aanzien van coffeeshops en horecabedrijven

De gemeente Ridderkerk hanteert een nul beleid voor coffeeshops. Door het college van Burgemeester en Wethouders is bepaald in het Horecabeleid dat er een nuloptie geldt voor de vestiging van een coffeeshop. Het handhavend optreden ten aanzien van coffeeshops en horeca is gewaarborgd in de uitvoeringsregels handhavingsarrangement Horeca gemeente Ridderkerk 2016.

7. Toepassing last onder bestuursdwang

Toepassing van artikel 13b Opiumwet is een vorm van bestuursrechtelijk optreden. Dit artikel uit de Opiumwet geeft de burgemeester de bevoegdheid om een last onder bestuursdwang op te leggen. Een last onder bestuursdwang betreft een herstelsanctie in de zin van artikel 5:2 lid 1 onder b Awb, die strekt tot het geheel of gedeeltelijk ongedaan maken of beëindigen van een overtreding, het voorkomen van herhaling van de overtreding, dan wel tot het wegnemen of beperken van de gevolgen van de overtreding. Toepassing ervan moet voldoen aan de eisen van subsidiariteit en proportionaliteit.

Waarom sluiten?

Artikel 5:32 Awb bepaalt dat de burgemeester in een dergelijk geval ook kan kiezen voor het opleggen van een last onder dwangsom. Het is echter niet wenselijk om voor deze optie te kiezen. Van een last onder dwangsom verwachten we namelijk in het geval van overtreding van de Opiumwet weinig effect, dit doordat het financiële gewin in het verdovende middelencircuit dusdanig groot is, dat met een last onder dwangsom niet wordt bereikt dat een overtreding ophoudt of niet meer wordt herhaald. Een last onder bestuursdwang is een directer middel dat in tegenstelling tot de last onder dwangsom tot feitelijke beëindiging van de overtreding kan leiden. Daarnaast wordt hiermee voorkomen dat belanghebbenden een financiële afweging maken.

Verwijtbaarheid van betrokken personen

De last onder bestuursdwang wordt bekendgemaakt aan de overtreder en aan de rechthebbenden op het gebruik van het pand. Dit houdt in dat de last onder bestuursdwang wordt opgelegd aan de eigenaar en de eventuele huurder(s) van het betreffende pand. De persoonlijke verwijtbaarheid van de overtreder van een illegaal verkooppunt speelt geen rol bij de vraag of zich een situatie voordoet waarin de burgemeester kan optreden. De burgemeester kan uitgaan van het feitencomplex zoals beschreven in het proces-verbaal van de politie. Strafrechtelijke bewijsregels hoeven daarbij niet in acht te worden genomen.

Tijdstip ingaan sluiting

Lokalen worden, indien dit niet nader is bepaald in de last, 72 uur na bekendmaking van de last gesloten, tenzij sprake is van spoedeisende bestuursdwang of andere zwaarwegende omstandigheden een eerdere sluiting van het pand eisen.

Woningen worden, indien dit niet nader is bepaald in de last, 72 uur na bekendmaking van de last gesloten, tenzij sprake is van spoedeisende bestuursdwang of andere zwaarwegende omstandigheden een eerdere sluiting van het pand eisen.

Panden (woningen en lokalen) waarbij spoedeisende bestuursdwang wordt toegepast worden binnen 30 minuten na de mondelinge aanzegging van de last gesloten, tenzij zwaarwegende omstandigheden terstond optreden eisen.

Vervangende woonruimte

Het sluiten van een woning, na het aantreffen van een handelshoeveelheid drugs, is zeer ingrijpend voor eventuele bewoners. Voor bewoners van panden die worden gesloten, wordt vanuit de gemeente geen vervangende woonruimte gezocht. De bewoner heeft een bepaald risico genomen door zich in te laten met de productie en/of handel in drugs en de gevolgen van die keuze mogen voor de betreffende bewoners worden gelaten.

Indien er kinderen betrokken zijn, behoeft dit extra aandacht omdat de gemeente in beginsel geen (minderjarige) kinderen op straat zet. Maar in beginsel bestaat ook niet de verplichting voor de burgemeester om voor vervangende woonruimte te zorgen. Voor (minderjarige) kinderen wordt hier een uitzondering gemaakt door wel te zorgen voor een alternatieve oplossing. Op grond van jurisprudentie6 vormt het feit dat er minderjarige kinderen in een te sluiten woning wonen in beginsel geen reden om af te zien van een sluitingsmaatregel.

Spoedeisende bestuursdwang

Als de situatie dit vereist, kan de burgemeester in bijzondere gevallen overgaan tot een zogenaamde spoedsluiting, het sluiten van een pand zonder voorafgaande last zoals is bedoeld in artikel 5:31 lid 1 Algemene wet bestuursrecht. In dat geval wordt geen zienswijzengesprek gevoerd met belanghebbenden en wordt aan de belanghebbenden geen termijn gegeven waarbinnen zij zelfstandig over kunnen gaan tot het sluiten van het pand. In geval van spoedeisendheid wordt een sluiting mondeling aangezegd, waarna deze zo spoedig als mogelijk op schrift wordt gesteld. De sloten zullen door de gemeente op kosten van de overtreder worden vervangen en de bederfelijke waar wordt op kosten van de overtreder uit de woning verwijderd.

Onder een spoedeisend geval wordt in ieder geval, maar niet uitputtend, een of meer van de volgende situaties verstaan:

  • -

    het aantreffen van een vuur- of steekwapen of een explosief in het pand;

  • -

    verkoop van drugs aan een minderjarige;

  • -

    bezit van harddrugs door een minderjarige in het pand;

  • -

    aan het gebruik van het pand te relateren ernstige geweldsincidenten (waaronder geweld tegen een ambtenaar in functie) of ernstige incidenten waarbij de openbare orde, veiligheid of gezondheid in het geding is.

Daarnaast wordt voor het bepalen of er sprake is van spoedeisendheid verwezen naar bijlage 2 bij dit beleid.

Per geval wordt, in lijn met de ernst van bovengenoemde situaties, bepaald of sprake is van een dermate spoedeisende situatie waarbij onmiddellijk optreden vereist is. Het enkel aantreffen van een handelshoeveelheid drugs of een hennepkwekerij, valt hier niet onder.

Kostenverhaal

Conform artikel 5:25 Awb worden de kosten van de feitelijke toepassing van bestuursdwang in beginsel altijd verhaald op de overtreder. De kosten die verband houden met de sluiting van het pand worden verhaald op de eigenaar en/of de gebruiker van de woning en/of het pand. Dit zijn bijvoorbeeld kosten voor het vervangen van sloten, verzegeling, ontruiming en de ambtelijke uren (€ 80,- per uur) voor de uitvoering van de sluiting.

8. Gevolgen van sluiting voor woningeigenaar/gebruiker

Woningbouwcorporaties

Als er sprake is van een huurwoning (van een corporatie die convenantpartner zijn van het regionale convenant integrale aanpak hennepteelt) handelen we in overleg met de betreffende verhuurder. In de praktijk houdt dit in dat de politie de verhuurder, als eigenaar, mits zij deelnemen aan het regionaal convenant ‘gezamenlijke aanpak van hennepkwekerijen’, op de hoogte stelt van de geconstateerde overtreding.

Een sluiting door de burgemeester op grond van artikel 13b Opiumwet geeft een verhuurder de mogelijkheid de huurovereenkomst te ontbinden zonder dat daar een gerechtelijke procedure voor nodig is (artikel 7:231 lid 2 Burgerlijk Wetboek). Dit is mogelijk vanaf het moment van feitelijke sluiting van het pand. Zo schept een sluiting door de burgemeester voor verhuurders de mogelijkheid om snel en zonder langslepende procedures de huuroverkomst met een huurder te verbreken.

Betreden gesloten verklaard pand

Bij feitelijke sluiting van een pand wordt de toegang tot dit pand aan een ieder ontzegd. Op grond van artikel 2:41 lid 2 Algemene Plaatselijke Verordening Ridderkerk (hierna: ‘APV’) is het een ieder verboden om een krachtens artikel 13b Opiumwet gesloten gebouw te betreden.

In de regel wordt slechts ontheffing van het verbod verleend in geval van een dringende en/of zwaarwichtige reden. Om voor een ontheffing in aanmerking te komen dient een belanghebbende schriftelijk verzoek om ontheffing bij de burgemeester in te dienen, waaruit in ieder geval duidelijk moet blijken voor wie de ontheffing moet gelden en voor welk doel en welke periode. Bij de besluitvorming op een dergelijk verzoek laat de burgemeester zich adviseren door de politie.

Wijziging huur situatie of eigendomsrecht

Bij een wisseling van huurder(s)/verandering van eigenaar wordt, vanwege de bekendheid van het betreffende pand als drugspand, toepassing van bestuursdwang onverminderd noodzakelijk geacht, behalve als de omstandigheden van het geval tot een andere conclusie moet leiden. De overwegingen uit dit beleid met betrekking tot opheffing van de last onder bestuursdwang zijn ook in deze gevallen van toepassing.

9. Handhaving

In onderstaande tabellen staan de sancties opgenomen. Uit het oogpunt van de eisen van proportionaliteit en subsidiariteit wordt er voor getrapte handhaving gekozen. Op die manier sluit de zwaarte van de sanctie aan op de ernst van de overtreding. De maatregelen in onderstaande tabellen zijn richtlijnen. De burgemeester kan gemotiveerd afwijken van het beleid en de daarin genoemde (zwaarte van de) maatregel. Dit kan bijvoorbeeld voorkomen indien er geen sprake is van een incidentele overtreding, maar van structurele en/of grootschalige handel. Om de sluitingsduur van de maatregel te bepalen die passend is voor de overtreding wordt rekening gehouden met hetgeen in dit beleid is opgenomen, alsmede met de indicatorenlijst (bijlage 2).

Gedeeltelijke sluiting/overige bewoners

Bij een sluiting moet beoordeeld worden of kan worden volstaan met gedeeltelijke sluiting van het betreffende pand en/of erf. Ook kan het voorkomen dat er vanuit een op het erf van de woning gelegen bijgebouw (bijvoorbeeld schuur of garage) de handel plaatsvindt en niet in de woning zelf. In dat geval wordt bekeken of alleen het bijgebouw te sluiten is.

Als het om een pand gaat dat aan verschillende personen wordt verhuurd, zoals kamerverhuurpanden, kan worden overgegaan tot gedeeltelijke sluiting door afzonderlijke kamers of een gedeelte van een pand te sluiten. Op die wijze blijft voor derden de rest van het pand toegankelijk. Medebewoners, waarvan bekend is dat zij niets met de overtreding te maken hebben, worden daardoor niet onnodig getroffen.

Verjaring

Wanneer er tussen opeenvolgende constateringen meer dan vijf jaar verstreken is, wordt de nieuwe constatering gezien als een eerste constatering. In alle overige gevallen is er sprake van recidive.

Handhavingsmatrix

1e constatering

2e constatering

<5 jaar

3e constatering

<5 jaar

Productie en/of aanwezigheid van een handelshoeveelheid7 harddrugs in een lokaal

Sluiting 6 maanden

Sluiting 12 maanden

Sluiting 18 maanden

Productie en/of aanwezigheid van een handelshoeveelheid6 softdrugs in een lokaal

Sluiting 6 maanden

Sluiting 9 maanden

Sluiting 12 maanden

Productie en/of aanwezigheid van een handelshoeveelheid6 harddrugs in een woning

Sluiting 6 maanden

Sluiting 12 maanden

Sluiting 18 maanden

Productie en/of aanwezigheid van een handelshoeveelheid6 softdrugs in een woning

Sluiting 3 maanden

Sluiting 6 maanden

Sluiting 12 maanden

De burgemeester kan bij het aantreffen van minder dan 50 gram softdrugs of minder dan 20 planten bepalen een bestuurlijke waarschuwing op te leggen. Hierbij wordt gekeken of er sprake is van recidive of verzachtende omstandigheden.

Verzoek opheffen sluiting

Door een belanghebbende kan aan de burgemeester tussentijds schriftelijk worden verzocht de sluiting op te heffen. Bij zijn beslissing op dit verzoek neemt de burgemeester onder meer in overweging of de te realiseren doelen van de sluiting zijn behaald. Deze afweging wordt mede gemaakt op basis van een door de politie te overleggen bestuurlijke rapportage met een advies over een eventuele opheffing.

Van belang bij de besluitvorming hierover is de bereidheid en de bekwaamheid van de pandeigenaar om aantoonbaar en daadwerkelijk maatregelen te nemen om herhaling van feiten te voorkomen.

Eisen verzoek

Als hoofdvereiste geldt dat in de regel alleen tot opheffing van een sluiting kan worden besloten, indien sprake is van een verzoek van een belanghebbende waarin gemotiveerd wordt aangegeven dat het op basis van nieuwe feiten en omstandigheden aannemelijk is dat er niet opnieuw overtredingen van de Opiumwet gepleegd gaan worden in of vanuit de desbetreffende woning of het lokaal. Er dienen dus voldoende maatregelen te zijn getroffen om te voorkomen dat er in of vanuit het pand opnieuw overtredingen plaatsvinden van de Opiumwet en dat het pand niet meer bekend staat als drugspand.

10. Afwijkingsbevoegdheid

In beginsel wordt er overeenkomstig de bovenstaande beleidsregels besloten.

De bevoegdheid van de burgemeester om een last onder bestuursdwang op te leggen conform artikel 13b Opiumwet betreft een discretionaire bevoegdheid. De burgemeester kan optreden, maar is hiertoe niet verplicht. Ook kan, in het geval van verzwarende omstandigheden, gekozen worden voor het opleggen van een zwaardere maatregel dan in deze beleidsregels is opgenomen. In deze beleidsregels staat beschreven wanneer en op welke wijze de burgemeester zijn bevoegdheid zal inzetten.

Bij het opstellen van dit beleid is gekozen voor een aanpak, waarvan wordt verwacht dat deze bij de meeste gevallen toepasbaar is. Er kunnen zich echter altijd bijzondere omstandigheden voordoen, waarin handelen in overeenstemming met dit beleid gevolgen zou hebben die onevenredig zijn in verhouding tot de met het beleid te dienen doelen. In deze gevallen heeft de burgemeester de bevoegdheid af te wijken van dit beleid en naar eigen inzicht te besluiten geen of een andere maatregel op te leggen. Financiële schade, te lijden ten gevolge van een op te leggen maatregel, wordt niet als een bijzondere omstandigheid beschouwd, evenals het verliezen van de eigen woonruimte. Dergelijke omstandigheden moeten worden geacht te zijn meegewogen door de wetgever, bij de totstandkoming van de bevoegdheid, zoals die is neergelegd in artikel 13b lid 1 Opiumwet.

11. Citeertitel

Deze beleidsregels worden aangehaald als ‘Beleidsregel Damocles gemeente Ridderkerk’.

12. Inwerkingtreding

Deze beleidsregel treedt in werking op de dag na bekendmaking.

Ondertekening

Aldus vastgesteld op 30 januari 2018 door de burgemeester van de gemeente Ridderkerk

Burgemeester,

mw. A. Attema

Bijlage 1: Toepassing last onder bestuursdwang

Onderzoek en verzoek bestuurlijke maatregel

De burgemeester is in zijn informatievoorziening afhankelijk van de politie. Nadat een handelshoeveelheid drugs is geconstateerd in een woning of lokaal, wordt zo snel als mogelijk de noodzakelijke informatie verstrekt met daarbij het verzoek een bestuurlijke maatregel te treffen ten aanzien van het betreffende pand. De volgende informatie is in ieder geval noodzakelijk:

  • -

    adres van het pand;

  • -

    aangetroffen hoeveelheid drugs;

  • -

    soort drugs;

  • -

    datum aantreffen;

  • -

    overige aangetroffen goederen;

  • -

    naam van de eigenaar van het pand;

  • -

    proces-verbaal van bevindingen;

  • -

    indien van toepassing, namen van gebruikers van het pand;

  • -

    indien van toepassing, zaken die wijzen op verstrekking aan eindgebruikers;

  • -

    indien van toepassing, aanwijzingen dat sprake is van georganiseerde criminaliteit;

  • -

    indien van toepassing, proces-verbaal verhoor verdachte, getuigen etc.

Voornemen8

Het voornemen tot sluiting kan zowel mondeling als schriftelijk worden gedaan. Indien geen sprake is van een situatie waarbij geen spoedeisende bestuursdwang moet worden toegepast, maar snel en voortvarend optreden wel gewenst is (te weten sluiting binnen 72 uur na ontdekking van een handelshoeveelheid drugs of cannabisplanten), kan het voornemen mondeling worden meegedeeld door de politie (eventueel gezamenlijk met de Boa). In de overige gevallen wordt een voornemen tot sluiting op schrift gesteld.

Zienswijze

Belanghebbenden bij een op te leggen maatregel worden binnen twee weken uitgenodigd een zienswijze, bij voorkeur schriftelijk, kenbaar te maken ten aanzien van het voornemen van de burgemeester om het betreffende pand te sluiten. Een mondelinge zienswijze kan ook, hierbij wordt vooraf met de politie bekeken of hun aanwezigheid is gewenst i.v.m. eventuele gevaarzetting. Belanghebbenden zijn in ieder geval de eigenaar en de gebruiker van het pand. Indien er sprake is van spoedeisendheid wordt conform het beleid afgezien van het houden van een zienswijzengesprek.

Besluit

Het besluit bevat ten minste:

  • -

    het bevel tot algehele of gedeeltelijke sluiting;

  • -

    datum en tijdstip waarop de sluiting ingaat;

  • -

    het adres waarop het besluit betrekking heeft;

  • -

    de duur van de sluiting;

  • -

    de motivering van het bevel tot sluiting, waarbij wordt verwezen naar het onderhavige beleid.

  • -

    aanzegging kostenverhaal

Controle pand

Voordat tot verzegeling wordt overgegaan, wordt een inspectie uitgevoerd in het te sluiten pand. Bekeken wordt of er al dan niet personen en/of dieren nog verblijven in het pand. Indien er dieren worden aangetroffen dan worden deze naar een tijdelijke opvang gebracht. De kosten voor opvang worden verhaald op de eigenaar van het pand. Verder wordt een controle uitgevoerd op de nutsvoorzieningen en bekeken of ramen en (achter)deuren deugdelijk zijn afgesloten. De controle wordt uitgevoerd door de politie en/of de Boa.

Vervanging sloten en verzegeling

Voordat een pand wordt verzegeld, moeten de sloten van de toegangsdeuren worden vervangen. Op deze manier is verzekerd, dat bijvoorbeeld gebruikers na de sluiting niet op normale wijze het pand kunnen betreden. De sleutels worden in bewaring genomen door de gemeente. Van het inleveren van de sleutels wordt een verslag opgemaakt. De sleutels zullen worden opgeslagen in een kluis in het gemeentehuis.

Indien de eigenaar niet zelf de sloten vervangt, zal dit door een erkend slotenmaker gebeuren, alvorens tot verzegeling wordt overgegaan. De kosten die dit met zich meebrengt, worden verhaald op de pandeigenaar.

Verzegeling vindt plaats door middel van het aanbrengen van sluitingszegels op alle toegangsdeuren.

Iedere zegel is voorzien van een uniek nummer. Van deze verzegeling wordt rapport opgemaakt door de Boa.

Aanduiding op het pand

Nadat het pand is verzegeld, wordt (waar noodzakelijk) een kennisgeving aangebracht met de tekst “Op last van de burgemeester is dit drugspand gesloten”. Op deze wijze is duidelijk kenbaar voor eenieder dat het pand is gesloten, waardoor de bekendheid van het pand als drugspand bij kopers, exploitanten en facilitators teniet wordt gedaan. Voor omwonenden is zo duidelijk dat tegen de productie en handel in drugs wordt opgetreden.

Bekendmaking

Naast de kennisgeving die op het pand wordt aangebracht, worden omwonenden op de dag van de sluiting, of zo spoedig mogelijk daarop, middels een bewonersbrief geïnformeerd over de sluiting van het betreffende pand. Deze brief wordt opgesteld door afdeling Openbare Orde.

Wet kenbaarheid publiekrechtelijke beperkingen (Wkpb)

Iedere sluiting wordt ingeschreven in de openbare registers (Kadaster). Eenieder kan, voordat hij een pand in gebruik neemt, op deze wijze kennis hebben van een eventuele eerdere sluiting. Voor informatie over eerdere sluitingen en waarschuwingen van een bepaald pand, kan men terecht bij de gemeente Ridderkerk.

Tussentijds openen van het pand

Indien sprake is van schade aan het pand die, ter beperking van verdere schade, zo spoedig mogelijk gerepareerd dient te worden en betreding van het pand is daarbij noodzakelijk, kan verzocht worden het pand te openen. Dit gebeurt op afspraak met en onder toezicht van een opsporingsambtenaar.

Controle verzegeling

Met regelmaat wordt gecontroleerd of de verzegeling in tact is door de Boa en de politie. Indien een zegel is verbroken, wordt daarvan aangifte gedaan bij de politie en wordt de verzegeling vervangen. Het verbreken van een zegel is strafbaar gesteld in artikel 199, lid 1 van het Wetboek van Strafrecht en is een misdrijf tegen het openbaar gezag. Indien aanwijzingen zijn dat het pand is betreden, wordt het pand geopend voor onderzoek. Afsluiting vindt, om recidive te voorkomen, dan plaats middels een stalen deur. De kosten van deze maatregel worden verhaald op de eigenaar.

Einde van de sluiting

Direct nadat de sluitingstermijn is verlopen, zal de verzegeling worden verwijderd en worden de sleutels overgedragen aan de eigenaar. Deze heeft zodoende weer de beschikking over het pand. De eigenaar tekent voor ontvangst van de sleutels.

Bijlage 2: Indicatorenlijst

De sluitingsduur wordt mede bepaald aan de hand van een indicatorenlijst. Deze lijst moet gezien worden als hulpmiddel. Ook op basis van enkele indicatoren kan aannemelijkheid aan de orde zijn. Voor toepassing van de last onder bestuursdwang moet eerst worden bekeken of is voldaan aan de criteria uit artikel 13b Opiumwet en de voorwaarden zoals gesteld in onderhavige beleidsregel.

Indicatorenlijst

a.

de hoeveelheid aangetroffen middelen als bedoeld in lijst I en/of lijst II van de Opiumwet (dit zal in ieder geval een grotere hoeveelheid moeten zijn dan een hoeveelheid die duidt op eigen gebruik).

Er moet minimaal sprake zijn van een hoeveelheid die duidt op beroeps- of bedrijfsmatige handel (hierbij wordt aangesloten bij “aanwijzing Opiumwet” van het College van procureurs-generaal). Daarnaast kan er sprake zijn van andere signalen die duiden op beroeps- of bedrijfsmatigheid, zoals de aanwezigheid van verpakkingsmateriaal, grote som(men) (handels) geld, weegschaal, assimilatielampen e.d.);

b.

de mate waarin de woning betrokken is bij de drugshandel in georganiseerd verband;

c.

er is sprake van gewelds- of andere openbare orde delicten;

d.

er is sprake van één of meer (vuur)wapen(s)/verboden wapenbezit als bedoeld in de Wet Wapens en Munitie;

e.

er is een vermoeden van verwijtbaarheid van de bewoner(s)/betrokkene(n);

f.

er is een vermoeden dat de bewoner(s)/betrokkene(n) verkeert/verkeren in kringen van personen met antecedenten (hierbij moet met name gedacht worden aan antecedenten t.a.v. de Opiumwet of de Wet Wapens en Munitie, maar ook antecedenten op het gebied van geweld jegens personen of zaken, zoals mishandeling, bedreiging, vernieling of diefstal e.d. kunnen een rol spelen);

g.

er is sprake van recidive;

h.

er is sprake van een combinatie van middelen als bedoeld in lijst I en lijst II Opiumwet;

i.

de mate van gevaar voor de omgeving, mate van risico voor omwonenden;

j.

de mate van overlast;

k.

aannemelijkheid dat de woning of het lokaal niet overeenkomstig de functie wordt gebruikt (Optreden wegens strijdig gebruik met de definitie- of gebruiksbepalingen van het bestemmingsplan kan dan ook tot de mogelijkheden behoren. Indien sluiting onvoldoende is en aanvullende maatregelen nodig zijn om de leefbaarheid te herstellen kan het college de woning of lokaal in beheer nemen (artikel 14 Woningwet) waarna een eventuele onteigeningsprocedure kan volgen (artikel 77 Onteigeningswet));

l.

aannemelijkheid dat behalve de woning, het lokaal of het daarbij behorende erf nog één of meer locaties betrokken is/zijn bij drugshandel in georganiseerd verband of als aanwezigheid van drugs hierop duidt;

m.

overige feiten of omstandigheden die duiden op drugshandel in georganiseerd verband. Dit kunnen bijvoorbeeld verklaringen of meldingen zijn van getuigen, omwonenden, gebruikers, handelaren e.d.;

Bijlage 3: Overige relevante wet- en regelgeving

Dit beleid laat onverlet dat andere wettelijke bepalingen, zoals artikel 174a Gemeentewet en artikel 17 Woningwet worden toegepast in plaats van artikel 13b Opiumwet.

Wet Victor

De Wet Victor behelst onder meer een toevoeging van artikel 7:231, tweede lid van het Burgerlijk Wetboek (zie §1.7.6.1.) en artikel 14 Woningwet.

Artikel 14 Woningwet geeft het college de bevoegdheid, nadat artikel 13b Opiumwet is toegepast, de eigenaar/verhuurder te verplichten het pand aan een ander in gebruik te geven en/of het beheer over te dragen. Het college kan voor beide gevallen personen respectievelijk instanties aanwijzen.

In de Onteigeningswet is daarnaast de bevoegdheid toegevoegd om een pand dat is gesloten op grond van artikel 13b van de Opiumwet te onteigenen.

In voorkomende gevallen dat de eigenaar/ verhuurder niet van de mogelijkheid gebruik maakt om de huur, al dan niet buitengerechtelijk, te beëindigen, zal het college worden verzocht gebruik te maken van haar bevoegdheid zoals die is neergelegd in artikel 14 lid 1 onder a Woningwet (andere gebruiker).

Goed verhuurderschap

Van verhuurders wordt verwacht dat zij van de mogelijkheid gebruik maken zoals die is neergelegd in artikel 7:231, tweede lid, van het Burgerlijk Wetboek (zie §1.7.6.1.). Een maatregel die laat zien dat het de eigenaar eraan gelegen is herhaling van druggerelateerde feiten te voorkomen en dat een eigenaar zijn verantwoordelijkheid neemt.

Objectgerichte karakter van de maatregel

Overdracht van het pand tast de werking van de bestuurlijke maatregel niet aan. Dit geldt zowel voor een waarschuwing als voor een sluiting.

Strafbaarstellingen

Hieronder volgt een opsomming van gedragingen rondom de oplegging en uitvoering van een sluiting die strafbaar zijn gesteld:

  • -

    het verbreken van een verzegeling is strafbaar gesteld in artikel 199, eerste lid, van het Wetboek van Strafrecht en is een misdrijf tegen het openbaar gezag;

  • -

    op grond van artikel 2:41, tweede lid, van de Algemene plaatselijke verordening van de gemeente Ridderkerk is het verboden een krachtens artikel 13b van de Opiumwet gesloten pand en bijbehorend erf te betreden;

  • -

    artikel 187 van het Wetboek van Strafrecht bepaalt dat het beschadigen, wederrechtelijk afscheuren of onleesbaar maken van de bekendmaking van de last (de kennisgeving), strafbaar is.


Noot
1

O.a. ABRvS 11 december 2013, 201300186/1/A3

Noot
2

O.a. ABRvS 11 december 2013, ECLI:NL:RVS:2013:2365

Noot
3

O.a. ABRvS 2 april 2014, ECLI:NL:RVS:2014:1138

Noot
4

Zie o.a. zie ABRvS 28 mei 2014, ECLI:RVS2014:1976

Noot
5

Zie punt 8 op blz. 7

Noot
6

Vergelijk o.a. ECLI:NL:RVS:2016:2547

Noot
7

Zie onderdeel 5: Algemene beleidsuitgangspunten - handelshoeveelheid

Noot
8

Zowel een voornemen als een besluit worden aangetekend verstuurd of persoonlijk uitgereikt.