Algemene Subsidieverordening Roermond 2008

Geldend van 01-01-2014 t/m heden

Intitulé

Algemene Subsidieverordening Roermond 2008

DE RAAD VAN DE GEMEENTE ROERMOND,

 

 

gezien het voorstel van burgemeester en wethouders van XX 2007,

raadsvoorstelnummer 2007/119/1;

 

gezien het advies van de commissie voor Welzijn van 1 oktober 2007;

 

overwegende dat:

  • gebleken is dat met name vanuit de rechtmatigheidscontrole behoefte bestaat aan een consequentere en meer uniforme naleving en handhaving van de geldende subsidievoorwaarden;

  • voor een meer uniforme en consequentere naleving een nadere stroomlijning en uniformering van deze voorwaarden gewenst is, mede vanuit het oogpunt van deregulering en verminderde bureaucratisering;

  • de noodzaak van duidelijke regelstelling en naleving in het kader van de jaarlijkse rechtmatigheidscontrole blijft bestaan;

  • de aanwezigheid en het effectieve gebruik van verschillende vormen van subsidiebesluiten in de Roermondse situatie een formele erkenning van deze diversiteit aan instrumenten verlangt;

  • een opname van deze diverse instrumenten in de verordening daartoe het meest geëigende middel is;

  • daarmee een beter passend palet aan sturingsinformatie wordt verkregen voor bestuur en management;

  • vanwege de efficiency de algemene regels en voorwaarden in de verordening zijn opgenomen en dat de nadere uitwerking daarvan middels onderliggende beleidsregels per onderdeel geregeld wordt;

 

 

gelet op het bepaalde in artikel 149 van de Gemeentewet en titel 4.2 van de Algemene wet bestuursrecht;

 besluit :

 

vast te stellen de navolgende Algemene Subsidieverordening Roermond 2008.

Hoofdstuk 1 Algemene bepalingen

Algemene Subsidieverordening Roermond 2008

Artikel 1 Begripsomschrijvingen

Awb: Algemene wet bestuursrecht.

raad: de raad van de gemeente Roermond.

college: het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Roermond.

organisatie: een rechtspersoon met rechtsbevoegdheid zonder winstoogmerk die zich ten doel stelt activiteiten te verrichten op sociaal-maatschappelijk gebied.

subsidie: de aanspraak op financiële middelen, door een bestuursorgaan verstrekt met het oog op bepaalde activiteiten van de aanvrager, anders dan als betaling voor geleverde goederen of diensten.

subsidieplafond: het bedrag dat gedurende een bepaald tijdvak ten hoogste beschikbaar is voor de verstrekking van subsidies voor bepaalde activiteiten.

beleidsregel: een bij besluit door het college vastgestelde algemene regel, niet zijnde een algemeen verbindend voorschrift, waarin in operationele zin het subsidiebeleid wordt uitgewerkt.

activiteitenplan: een overzicht van de activiteiten waarvoor subsidie wordt gevraagd. Daarin wordt tevens aangegeven welke doelstellingen daarmee worden nagestreefd en de doelgroep waarop de activiteiten betrekking hebben. Bij budgetsubsidies dient tevens aangegeven te worden welke maatschappelijke effecten en/of meetbare prestaties worden nagestreefd, gericht op het tijdvak waarvoor de subsidie wordt gevraagd.

Artikel 2 Reikwijdte subsidieverordening

  • 1. Deze verordening is van toepassing op het verlenen van subsidies ten behoeve van alle activiteiten die door organisaties worden aangeboden in de gemeente Roermond of ten behoeve van inwoners van de gemeente Roermond, voorzover deze niet onderwerp zijn van

    specifieke subsidieregelgeving.

  • 2. Deze verordening is eveneens van toepassing op organisaties die door de gemeente Roermond worden gesubsidieerd vanuit haar centrumfunctie voor de regio Midden-Limburg.

Artikel 3 Bevoegdheden raad en college

  • 1. De raad stelt jaarlijks via de gemeentebegroting de budgetten ten behoeve van programma’s vast. Deze budgetten vormen tevens de subsidieplafonds voor de subsidies als bedoeld in de hoofdstukken 2 tot en met 5 van deze verordening.

  • 2. Het college kan binnen begrotingsposten voor specifieke producten eveneens subsidieplafonds vaststellen, voorzover deze niet reeds door de raad zijn vastgesteld op grond van het bepaalde in lid 1 van dit artikel.

  • 3. De in lid 1 en 2 bedoelde subsidieplafonds worden bekendgemaakt voor de aanvang van het tijdvak waarvoor deze zijn vastgesteld.

  • 4. Het college kan beleidsregels vaststellen ter uitvoering van het subsidiebeleid binnen de door de raad vastgelegde beleidskaders.

  • 5. Het college is bevoegd besluiten te nemen tot verlening en vaststelling van subsidies, alsmede tot intrekking of wijziging daarvan.

Artikel 4 Rechtspersoonlijkheid

  • 1.

    Activiteiten worden slechts gesubsidieerd voor zover deze worden georganiseerd door rechtspersonen zonder winstoogmerk.

  • 2.

    In bijzondere gevallen kan subsidie worden verleend aan anderen dan in het eerste lid bedoeld. De in deze verordening opgenomen bepalingen zijn dan zoveel mogelijk van overeenkomstige toepassing.

Artikel 5 Algemene voorschriften

  • 1. De subsidieontvanger voert een zodanig ingerichte administratie, dat daaruit te allen tijde de van belang zijnde rechten en verplichtingen alsmede de betalingen en ontvangsten blijken.

  • 2. De subsidieontvanger dient medewerking te verlenen aan onderzoeken die het college in het kader van de subsidiëring nodig acht.

  • 3. De subsidieontvanger is verplicht de bezittingen, het personeel en de bij de activiteiten betrokken vrijwilligers te verzekeren tegen schade en het risico van wettelijke aansprakelijkheid.

  • 4. De subsidieontvanger is verplicht, voor zover er sprake is van activiteiten op het terrein van kinderopvang en maatschappelijke ondersteuning, te beschikken over een meldcode huiselijk geweld en kinder-mishandeling als bedoeld in de Wet verplichte meldcode huiselijk geweld en kindermishandeling enaan deskundigheidsbevordering bij de betrokken personeel en vrijwilligers op dit terrein te doen.

Artikel 6

  • 1. De subsidieontvanger stelt het college onverwijld op de hoogte van het voornemen tot ontbinden van de rechtspersoon of van zijn faillissement, dan wel het voornemen tot het doen van aangifte daartoe of het aanvragen van surséance van betaling.

  • 2. Bij ontbinding of faillissement van een subsidieontvanger dienen de aanwezige middelen die met subsidiegelden zijn opgebouwd terstond te worden terugbetaald.

Artikel 7

  • 1. Gesubsidieerde organisaties dienen zodanig georganiseerd te zijn, dat het personeel en de vrijwilligers, evenals degenen ten behoeve waarvan activiteiten worden georganiseerd, in de gelegenheid zijn invloed uit te oefenen op het beleid van de organisatie.

  • 2. Behalve voor zover er sprake is van een op een specifieke doelgroep gerichte activiteit, dienen de activiteiten van de organisatie open te staan voor iedereen zonder onderscheid.

  • 3 Activiteiten van godsdienstige of politieke aard worden niet gesubsidieerd. 

  • 4 Waar activiteiten door gesubsidieerde organisaties worden uitgevoerd in accommodaties dienen deze mede bereikbaar, toegankelijk en bruikbaar te zijn voor mensen met een beperking, rekening houdend met wat redelijk moet worden geacht.

  • 5. Een subsidieontvanger die aangemerkt wordt als een professionele organisatie dient in het personeelsbeleid bijzondere aandacht te besteden aan de kansen van groepen die een achterstand hebben op de arbeidsmarkt.

Artikel 8 Subsidieaanvraag algemeen

  • 1.

    Onverminderd het bepaalde in de artikelen 16, 22, 26 en 30 dienen bij de eerste aanvraag

    voor verstrekking van subsidie de volgende stukken te worden overgelegd:

          a.   de statuten van de organisatie;

          b.   een opgave van de bestuurssamenstelling;

          c.   een opgave van de met de organisatie gelieerde rechtspersonen;

          d.   alle andere informatie die het college nodig acht voor een goede beoordeling van

          de aanvraag.

    2.   Indien zich in de periode van subsidiëring wijzigingen voordoen ten aanzien van statuten,

    bestuurssamenstelling of gelieerde rechtspersonen, dient bij een vervolgaanvraag hetcollege hiervan in kennis te worden gesteld.

Artikel 9 Eigen vermogen

  • 1. Bij de bepaling van de hoogte van een subsidiebedrag wordt voor zover mogelijk rekening gehouden met een redelijke eigen financiële bijdrage van leden c.q. deelnemers.

  • 2. Het college is bevoegd om bij subsidieverlening voorschriften te geven ten aanzien van de vorming van eigen vermogen

Artikel 10 Betalingen

  • 1.

    Het college is bevoegd voorschotten op de verleende subsidie te verstrekken.

  • 2.

    Bij een subsidie beneden € 25.000,00 wordt het bedrag in de eerste maand van het subsidiejaar in zijn geheel uitbetaald.

  • 3.

    Bij een subsidie boven € 25.000,00 wordt het in twee gelijke termijnen uitgekeerd, te weten in de eerste en de zevende maand van het subsidiejaar.

  • 4.

    Het college is bevoegd om bij beschikking tot een ander betalingsritme te besluiten, eventueel op verzoek van de subsidieontvanger.

Artikel 11 Accountantsverklaring

  • 1.

    Bij een subsidiebedrag hoger dan € 50.000,00 is een organisatie verplicht om uiterlijk 1 mei na afloop van het subsidiejaar een controleverklaring in te dienen van een daartoe bevoegde accountant.

  • 2.

    Bij budgetsubsidiëring moet deze verklaring tevens betrekking hebben op de naleving van de aan de subsidieverlening verbonden verplichtingen, in het bijzonder van de geleverde prestaties, een en ander na overleg hierover met het college en de subsidieontvanger.

Artikel 12 Weigeren, buiten behandeling laten of vaststellen op nihil.

  • 1.

    Subsidieverlening kan, naast de in artikel 4:25 en 4:35 Awb geregelde gevallen, worden geweigerd indien naar het oordeel van het college redenen bestaan om aan te nemen dat:

    a: de activiteiten van de aanvrager niet zijn gericht op of niet aanwijsbaar in belangrijke mate ten goede komen aan de inwoners van de gemeente Roermond, behalve als dit verklaarbaar is vanuit de regionale centrumfunctie van Roermond;

    b: de gelden niet of in onvoldoende mate zullen worden besteed voor het doel waarvoor de subsidie beschikbaar wordt gesteld;

    c: subsidieverlening niet past binnen het gevoerde gemeentelijk beleid dan wel de betreffende activiteiten in dat kader onvoldoende prioriteit hebben;

    d: de aanvrager doelstellingen beoogt of activiteiten zal ontplooien die in strijd zijn met de wet, het algemeen belang of de openbare orde.

  • 2.

    Als een subsidieaanvraag niet tijdig of niet volledig is ingediend kan het college besluiten, deze niet in behandeling te nemen.

  • 3.

    Als een inhoudelijke of financiële verantwoording niet tijdig of niet volledig is ingediend kan het college besluiten de subsidie lager of op nihil vast te stellen.

Artikel 13 Subsidiesoorten

De gemeente Roermond kent een aantal verschillende subsidiesoorten die in de volgende hoofdstukken van deze verordening worden genoemd. Het college bepaalt welke subsidiesoort van toepassing is op een specifieke aanvraag.

Artikel 14 Intrekking subsidiebeschikking

Onverminderd het bepaalde in artikel 4:50 van de Awb kan het college een beschikking tot subsidieverlening, zolang deze subsidie nog niet middels een vaststellingsbeschikking is vastgesteld intrekken of ten nadele van de subsidieontvanger wijzigen, indien:

  • a.

    de subsidieontvanger een financieel wanbeleid voert en ondanks waarschuwingen van het college daarin geen verandering brengt;

  • b.

    de subsidieontvanger niet overeenkomstig zijn doelstelling werkzaam is;

  • c.

    de subsidieontvanger een zodanig beleid voert dat het niet behalen van het beoogde resultaat aan de subsidieontvanger kan worden toegerekend;

  • d.

    de organisatie van subsidieontvanger bij rechterlijk vonnis wordt ontbonden;

  • e.

    conservatoir of executoriaal beslag is gelegd op het vermogen van de subsidieontvanger;

  • f.

    de subsidieontvanger in surseance van betaling verkeert of failliet is verklaard.

Hoofdstuk 2 Budgetsubsidie

Artikel 15 Begripsbepalingen

Een budgetsubsidie is een subsidie waaraan meetbare activiteiten en/of prestaties worden gekoppeld. Ter uitvoering van een beschikking tot verlening van een budgetsubsidie kan een uitvoeringsovereenkomst worden gesloten.

Artikel 16 Subsidieaanvraag en -verlening

  • 1.

    Een subsidieaanvraag moet bij het college worden ingediend vóór 1 mei van het jaarvoorafgaand aan het subsidiejaar c.q. de meerjarige subsidieperiode.

  • 2.

    Het college kan bij een seizoensgebonden instelling besluiten tot een afwijkende indieningstermijn ten aanzien van de aanvraag en de verantwoording.

  • 3.

    Bij een aanvraag wordt gevoegd: een activiteitenplan en een begroting.

  • 4.

    Het activiteitenplan dient een vertaling te bevatten van de activiteiten in meetbare prestaties en beoogde effecten.

  • 5.

    Op de aanvraag tot subsidieverlening wordt uiterlijk op 31 december van het jaar voorafgaand aan het subsidiejaar c.q. de subsidieperiode beslist.

Artikel 17 Budgetoverleg

  • 1.

    Het college treedt zo nodig in overleg met de organisatie om tot overeenstemming te komen over de activiteiten, prestaties en de beoogde effecten, de overige subsidievoorwaarden en de door de gemeente ter beschikking te stellen middelen.

  • 2.

    Leidt dit niet tot overeenstemming dan maakt het college in de subsidiebeschikking melding van de afwijkende opvatting van de instelling en geeft zij aan waarom die opvatting niet wordt gedeeld.

Artikel 18 Meerjarige budgetsubsidies

  • 1.

    Het college kan besluiten om een meerjarige beschikking af te geven tot maximaal 4 boekjaren. In dat geval kan jaarlijks een indexering worden toegepast.

  • 2.

    In een meerjarige beschikking wordt vermeld op grond waarvan tussentijds eventueel de beschikking tot subsidieverlening kan worden bijgesteld.

  • 3.

    Bij meerjarige beschikkingen kan het college besluiten om, voorafgaand aan een nieuw boekjaar, de beschikking te wijzigen indien het door de raad vastgestelde financiële kader daartoe aanleiding geeft.

Artikel 19 Tussentijdse rapportage

  • 1.

    Vóór 1 augustus van het subsidiejaar brengt de organisatie verslag uit omtrent de voortgang van de activiteiten c.q. te leveren prestaties in het eerste half jaar en geeft een prognose over het tweede half jaar.

  • 2.

    Het college kan voor individuele organisaties nadere regels stellen omtrent de aard en de frequentie van tussentijdse rapportages.

Artikel 20 Verantwoording en vaststelling.

  • 1.

    Na afloop van het subsidiejaar dient de organisatie vóór 1 mei een inhoudelijk jaarverslag in waarin adequate informatie wordt gegeven over alle elementen die in de overeenkomst c.q. beschikking worden genoemd.

  • 2.

    Tevens wordt een financieel jaarverslag ingediend en een balans per 31 december van het subsidiejaar.

  • 3.

    De subsidievaststelling geschiedt op basis van hetgeen hierover is opgenomen in de beschikking eventueel onder verwijzing naar de uitvoeringsovereenkomst.

  • 4.

    De vaststelling vindt plaats uiterlijk 3 maanden na indiening van de hiervoor genoemde stukken.

Hoofdstuk 3 Waarderingssubsidie

Artikel 21 Begripsbepaling

Een waarderingssubsidie heeft als doel om ondersteuning te bieden aan de organisatie gelet op de sociaal-maatschappelijke functie en het belang dat door het college aan de inhoud van de activiteiten wordt gehecht. De subsidie wordt gekoppeld aan specifieke kengetallen, op basis waarvan vooraf de hoogte van het subsidiebedrag wordt berekend. Ook kan voor het geheel of voor bepaalde onderdelen een vast bedrag worden bepaald.

Artikel 22 Subsidieaanvraag en -verlening

    • 1.

      Een subsidieaanvraag moet bij het college worden ingediend vóór 1 oktober van het jaar voorafgaand aan het subsidiejaar c.q. de meerjarige subsidieperiode.

    • 2.

      Bij de subsidieaanvraag worden gevoegd

      a. een begroting;

      b. een activiteitenplan

      c. informatie over de kengetallen die van belang zijn voor de bepaling van de subsidie;

      d. een overzicht van de actuele bestuurssamenstelling;

      e. een opgave van het aantal vrijwilligers dat bij de uitvoering van de activiteiten is betrokken.

    • 3.

      Het college kan voor het indienen van een aanvraag en de daarbij behorende stukken een modelformulier vaststellen. Bij de aanvraag dient van dit model c.q. deze modellen gebruik te worden    gemaakt.

    • 4.

      Op de aanvraag tot subsidieverlening wordt uiterlijk op 31 december van het jaar voorafgaand aan het subsidiejaar c.q de meerjarige subsidieperiode beslist.

    • 5.

      Het college kan bij een beschikking tot verlening van een subsidie tevens besluiten tot gelijktijdige vaststelling van een subsidie wanneer de aard van de subsidie of de hoogte van het bedrag daartoe aanleiding geven.

Artikel 23 Meerjarige waarderingssubsidies

  • 1. Het college kan besluiten om een meerjarige beschikking af te geven tot maximaal 4 boekjaren. In dat geval kan jaarlijks een indexering worden toegepast.

  • 2. In een meerjarige beschikking wordt vermeld op grond waarvan tussentijds eventueel de beschikking tot subsidieverlening kan worden bijgesteld.

  • 3. Bij meerjarige beschikkingen kan het college besluiten om, voorafgaand aan een nieuw  boekjaar, de beschikking te wijzigen indien het door de raad vastgestelde financiële kader daartoe aanleiding geeft.

Artikel 24 Verantwoording en vaststelling.

  • 1. Na afloop van het subsidiejaar dient de subsidieontvanger vóór 1 mei een inhoudelijk jaarverslag en jaarrekening in, inclusief een opgave van het eigen vermogen per 31 december van het subsidiejaar.

  • 2. Tevens wordt een opgave gedaan van de kengetallen indien op basis daarvan de subsidie is verstrekt.

  • 3. Het besluit tot vaststelling van de subsidie, als bedoeld in artikel 22 dan wel artikel 23, wordt uiterlijk op 1 augustus na afloop van het subsidiejaar genomen.

Hoofdstuk 4 Eenmalige subsidie

Artikel 25 Begripsbepaling

  • 1. Een eenmalige subsidie kan worden verstrekt voor bijzondere activiteiten, experimenten of voor bijzondere prestaties, voor zover hiervoor door het college beleidsregels zijn vastgelegd.

  • 2. Subsidiabele lasten zijn geraamde kosten die rechtstreeks verband houden met de hiervoor genoemde bestemmingen. Kosten voor verteer en vertier zijn niet subsidiabel.

Artikel 26 Subsidieaanvraag

  • 1. Een aanvraag voor het verlenen van een eenmalige subsidie van € 1.000,- of minder moet tenminste 3 weken voor aanvang van de activiteit worden ingediend en de aanvragen voor het verlenen van een eenmalige subsidie van meer dan € 1.000,- tenminste acht weken voor aanvang van de activiteit.

  • 2. De aanvraag bevat een adequate motivering en beschrijving van de activiteit of experiment, evenals een hierop betrekking hebbende begroting.

  • 3. Bij een bijzondere prestatie, zoals in de beleidsregel(s) beschreven, is een melding hiervan bij het college toereikend.

  • 4. Het college kan bij een beschikking tot verlening van een subsidie tevens besluiten tot gelijktijdige vaststelling van een subsidie wanneer de aard van de subsidie of de hoogte van het bedrag daartoe aanleiding geven.

Artikel 27 Subsidieverlening

Op de aanvraag tot subsidieverlening wordt binnen 6 weken na ontvangst beslist. Deze termijn kan met ten hoogste zes weken worden verdaagd.

Artikel 28 Verantwoording en vaststelling

  • 1. Binnen 3 maanden na afloop van de activiteit of het experiment of de prestatie dient de aanvrager bij het college een inhoudelijk en financieel verslag in.

  • 2. De subsidie wordt binnen 3 maanden na indiening van het verslag definitief door het college vastgesteld.

Hoofdstuk 5 Investeringssubsidie

Artikel 29 Begripsbepaling

Een investeringssubsidie is bedoeld voor een investering in onroerende goederen dan wel duurzame roerende zaken die naar het oordeel van het college van belang wordt geacht en waarvan de kapitaallasten redelijkerwijs niet binnen de reguliere exploitatie van een organisatie kunnen worden gedekt.

Artikel 30 Subsidieaanvraag

  • 1.

    De aanvraag dient voorafgaand aan de investering te worden ingediend.

  • 2.

    Bij een subsidieaanvraag boven € 10.000,00 moeten, naast de stukken zoals genoemd in artikel 8 de volgende stukken worden ingediend:

    • a.

      een begroting en een financieringsplan voor de totale kosten van de investering;

    • b.

      indien sprake is van een accommodatie:

      1) een bedrijfsplan inzake het beheer en de exploitatie daarvan;

      2) een activiteitenplan waaruit de meerwaarde van de accommodatie blijkt.

  • 3.

    Een subsidieaanvraag beneden € 10.000,00 moet vergezeld gaan van een begroting en een inhoudelijke motivatie van de voorgenomen investering.

Artikel 31 Subsidieverlening

  • 1.

    Op de aanvraag tot subsidieverlening wordt binnen 6 maanden na ontvangst beslist. De beslissing kan met ten hoogste 6 weken worden verdaagd.

  • 2.

    Bij een subsidieverlening ten behoeve van een accommodatie dient de aanvrager aan de volgende voorwaarden te voldoen:

    a. de accommodatie mag niet worden vervreemd, bezwaard of een functiewijziging ondergaan zonder voorafgaande toestemming door het college;

    b. de aanvrager is verplicht zorg te dragen voor een afdoende opstal- en inboedelverzekering.

Artikel 32 Verantwoording en vaststelling

  • 1.

    Binnen 3 maanden na realisatie van de investering dient door de subsidieaanvrager financieel verantwoording te worden afgelegd.

  • 2.

    Op basis hiervan wordt door het college de subsidie binnen 6 maanden definitief vastgesteld en kenbaar gemaakt aan de subsidieaanvrager.

  • 3.

    Indien niet binnen een jaar na subsidieverlening met de realisatie van de investering een aanvang is gemaakt wordt de subsidie op nihil vastgesteld en eventueel betaalde voorschotten teruggevorderd.

Hoofdstuk 6 Slotbepalingen

Artikel 33 Ontheffing, hardheidsclausule

  • 1.

    Het college kan in individuele gevallen ontheffing verlenen van één of meerdere verplichtingen van deze verordening.

  • 2.

    Indien naar het oordeel van het college in bijzondere individuele gevallen de toepassing van een artikel van deze verordening leidt tot een onbillijke situatie, dan is het college bevoegd hiervan af te wijken.

  • 3.

    In de gevallen waarin deze verordening niet voorziet beslist het college.

Artikel 34 Overgangsbepalingen

  • 1.

    Indien als gevolg van het van kracht worden van deze verordening en de daarbij behorende beleidsregels voor individuele organisaties, waaraan een meerjarig subsidie is toegekend, een verschil ontstaat ten opzicht van de subsidie voor 2007, in positieve of in negatieve zin, wordt in een tijdsbestek van 3 jaar, in gelijke stappen, te beginnen in het jaar 2008, de subsidie naar het nieuwe niveau gebracht.

  • 2.

    Het college is bevoegd geen of een andere overgangsregeling te treffen indien eerdere besluitvorming of bijzondere omstandigheden hiertoe aanleiding geven.

Artikel 38 Inwerkingtreding

  • 1. Deze verordening treedt in werking met ingang van 1 januari 2008.

  • 2. Op dat tijdstip wordt ingetrokken:

    a. de Algemene Subsidieverordening Roermond, vastgesteld op 10 juli 2003;

    b. de Algemene Subsidieverordening voor de gemeente Swalmen, vastgesteld d.d. 23 februari 2006.

  • 3. De onder 2 vermelde algemene subsidieverordeningen blijven van toepassing op de voor het boekjaar 2007 verleende  subsidies en subsidievaststellingen.

  • 3. Voor de aanvragen tot subsidieverlening en subsidievaststelling ingaande het boekjaar 2008 is deze nieuwe Algemene Subsidieverordening Roermond van toepassing.

Ondertekening

Aldus besloten door de raad van de gemeente Roermond in zijn openbare vergadering van 18 oktober 2007
 
 
 
 
De griffier,
De voorzitter,