Ziet u een fout in deze regeling? Meld het ons op regelgeving@overheid.nl!
Schagen

Beleidsregel van het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Schagen houdende regels omtrent reiskostenvergoeding en vervoersvoorziening (Beleidsregels inzake de reiskostenvergoeding en vervoersvoorziening Gemeente Schagen 2019)

Wetstechnische informatie

Gegevens van de regeling
OrganisatieSchagen
OrganisatietypeGemeente
Officiële naam regelingBeleidsregel van het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Schagen houdende regels omtrent reiskostenvergoeding en vervoersvoorziening (Beleidsregels inzake de reiskostenvergoeding en vervoersvoorziening Gemeente Schagen 2019)
CiteertitelBeleidsregels inzake de reiskostenvergoeding en vervoersvoorziening Gemeente Schagen 2019
Vastgesteld doorcollege van burgemeester en wethouders
Onderwerpmaatschappelijke zorg en welzijn
Eigen onderwerp

Opmerkingen met betrekking tot de regeling

Geen

Wettelijke grondslag(en) of bevoegdheid waarop de regeling is gebaseerd

  1. artikel 7 van de Participatiewet
  2. artikel 10 van de Participatiewet
  3. http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xhtmloutput/Historie/Schagen/CVDR461927/CVDR461927_1.html
Overzicht van in de tekst verwerkte wijzigingen

Datum inwerkingtreding

Terugwerkende kracht tot en met

Datum uitwerkingtreding

Betreft

Datum ondertekening

Bron bekendmaking

Kenmerk voorstel

19-07-2019nieuwe regeling

09-07-2019

gmb-2019-179031

Tekst van de regeling

Intitulé

Beleidsregel van het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Schagen houdende regels omtrent reiskostenvergoeding en vervoersvoorziening (Beleidsregels inzake de reiskostenvergoeding en vervoersvoorziening Gemeente Schagen 2019)

Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Schagen,

 

gelet op de artikelen 7 en 10 van de Participatiewet,

 

gelet op artikel 4, derde lid, van de Re-integratieverordening Gemeente Schagen 2017,

 

gelezen het advies van de Cliëntenraad Participatiewet van 10 mei 2019,

 

besluit vast te stellen de Beleidsregels inzake de reiskostenvergoeding en vervoersvoorziening Participatiewet Gemeente Schagen 2019.

 

Hoofdstuk 1 Algemene bepalingen

Artikel 1 Begripsbepalingen

  • 1.

    Alle begrippen die in deze beleidsregels worden gebruikt en niet nader worden omschreven hebben dezelfde betekenis als in de Participatiewet, Gemeentewet, Algemene wet bestuursrecht, het Burgerlijk Wetboek en de Re-integratieverordening Gemeente Schagen 2017.

  • 2.

    In deze beleidsregels wordt verstaan onder:

    • a)

      afstand: de afstand tussen de woonplaats van de klant en de locatie waar de arbeid wordt verricht c.q. de activiteiten in het kader van de voorziening gericht op arbeidsinschakeling, inburgering of tegenprestatie worden uitgevoerd, gemeten langs de kortste voor de klant voldoende begaanbare en veilige weg;

    • b)

      arbeid: arbeidsovereenkomst als bedoeld in artikel 7:610 van het Burgerlijk Wetboek dan wel een aanstelling als ambtenaar als bedoeld in artikel 1, eerste lid van de Ambtenarenwet, dan wel het uitvoeren van arbeid als zelfstandige, dan wel het uitvoeren van arbeid op uitzendbasis;

    • c)

      college: college van burgemeester en wethouders van de gemeente Schagen;

    • d)

      gemeente: gemeente Schagen;

    • e)

      klant: de persoon die een uitkering ingevolge de Participatiewet, IOAW, of IOAZ van de gemeente ontvangt of de niet-uitkeringsgerechtigde die een voorziening gericht op arbeidsinschakeling van de gemeente ontvangt;

    • f)

      locatie: de plaats waar de arbeid wordt verricht dan wel de plaats waar de activiteiten in het kader van de inburgering, een voorziening gericht op arbeidsinschakeling of de tegenprestatie worden uitgevoerd.

    • g)

      tegenprestatie: de tegenprestatie, bedoeld in artikel 9, eerste lid, onderdeel c, van de Participatiewet;

    • h)

      totale reisafstand: de afstand tussen de woonplaats van de klant en de locatie en vice versa, gemeten langs de kortste voor de klant voldoende begaanbare en veilige weg;

    • i)

      uitkering: uitkering ingevolge de Participatiewet, IOAW of IOAZ;

    • j)

      voorziening gericht op arbeidsinschakeling: de voorzieningen, genoemd in de artikelen 5, 6, 7, 8, 9, 10, 11,12, 13 en 15 van de verordening, en de andere voorzieningen die het college op grond van artikel 4, derde lid, van genoemde verordening kan aanbieden;

    • k)

      verordening: de geldende re-integratieverordening;

    • l)

      woonplaats: de woonplaats als bedoeld in de artikelen 10, eerste lid, en 11 van Boek 1 van het Burgerlijk Wetboek.

Hoofdstuk 2 Reiskosten in verband met woon- werkverkeer, voorzieningen gericht op arbeidsinschakeling, tegenprestatie en inburgering

Artikel 2 Reiskostenvergoeding

  • 1.

    Het college verstrekt een vergoeding voor de reiskosten die de klant maakt in het kader van een voorziening gericht op arbeidsinschakeling, een inburgeringstraject of de tegenprestatie, indien de afstand tussen de woonplaats van de klant en de locatie ten minste 10 km bedraagt.

  • 2.

    Het college verstrekt een vergoeding voor de reiskosten die de klant maakt in verband met het verrichten van arbeid, indien:

    • a)

      de afstand tussen de woonplaats van de klant en de locatie ten minste 10 km bedraagt; en

    • b)

      de inkomsten uit arbeid lager zijn dan 130% van de voor hem geldende bijstandsnorm.

  • 3.

    Ingeval de afstand tussen de woonplaats van de klant en de locatie minder dan 10 km bedraagt, verstrekt het college uitsluitend een vergoeding voor de reiskosten, indien:

    • a)

      de klant als gevolg van een ziekte of gebrek aantoonbaar niet in staat is deze afstand te voet of per fiets te overbruggen; of

    • b)

      de klant vanwege zeer bijzondere in de persoon gelegen omstandigheden nog niet kan fietsen.

  • 4.

    Het college bepaalt de afstand tussen de woonplaats van de klant en de locatie aan de hand van www. Routenet.nl op basis van de kortste route.

Artikel 3 Hoogte van de reiskostenvergoeding

  • 1.

    Ingeval de klant met het openbaar vervoer naar de locatie reist, verstrekt het college een vergoeding voor de reiskosten op basis van de kosten van het openbaar vervoer. Het college stelt de hoogte van de reiskostenvergoeding vast op basis van de informatie die beschikbaar is op www.9292ov.nl en gaat daarbij in principe uit van de laagste vervoertarieven.

  • 2.

    Ingeval de klant met de auto, motor, scooter, brommer of een ander soortgelijk vervoermiddel naar de locatie reist, hanteert het college bij de vaststelling van de hoogte van de vergoeding voor de reiskosten een tarief van € 0,19 per verreden kilometer. Het college stelt met inachtneming van artikel 2, vierde lid, de afstand tussen de woonplaats van de klant en de locatie vast.

  • 3.

    In afwijking van het eerste en tweede lid wordt in het geval van een inburgeringstraject alleen de totale reisafstand vergoed, indien de instantie waar de klant het inburgeringstraject volgt is gelegen in de driehoek Alkmaar, Den Helder en Hoorn. Indien de klant ervoor kiest een inburgeringstraject te volgen bij een instantie die buiten dit gebied ligt, dan komen de meerkosten van de reis naar de buiten dit gebied gelegen instantie voor rekening van de klant.

  • 4.

    Het college neemt bij het vaststellen van de hoogte van de vergoeding, bedoeld in artikel 2, eerste, tweede en derde lid, een door de klant ontvangen reiskostenvergoeding volledig in aanmerking.

Artikel 4 Uitbetalen van reiskostenvergoeding

  • 1.

    Het college betaalt de reiskostenvergoeding maandelijks vooraf aan de klant uit.

  • 2.

    In afwijking van het eerste lid betaalt het college bij klanten die arbeid verrichten, de reiskostenvergoeding maandelijks achteraf uit, nadat deze een declaratie hebben ingediend voor de gemaakte reiskosten.

Artikel 5 Duur van de reiskostenvergoeding

  • 1.

    Het college verstrekt de vergoeding, bedoeld in artikel 2, eerste lid, en derde lid, onder a, voor de duur van het inburgeringstraject, de tegenprestatie en de voorziening gericht op arbeidsinschakeling, met dien verstande dat tijdens (school)vakanties geen vergoeding wordt verstrekt.

  • 2.

    Het college verstrekt de vergoeding, bedoeld in artikel 2, tweede lid, en derde lid, onder a,

    • a)

      ingeval de klant een arbeidsovereenkomst is aangegaan voor bepaalde tijd of een tijdelijke aanstelling heeft als ambtenaar:

      • voor de duur van deze arbeidsovereenkomst of aanstelling, indien de inkomsten uit arbeid lager zijn dan de voor hem geldende bijstandsnorm;

      • voor de duur van een periode van hooguit 1 jaar, indien de inkomsten uit arbeid gelijk of hoger zijn dan de voor hem geldende bijstandsnorm, doch lager dan 130% van de voor hem geldende bijstandsnorm.

    • b)

      ingeval de klant arbeid als zelfstandige verricht:

      • voor de duur van het werk, indien de inkomsten uit arbeid lager zijn dan de voor hem geldende bijstandsnorm;

      • voor de duur van een periode van hooguit 1 jaar, indien de inkomsten uit arbeid gelijk of hoger zijn dan de voor hem geldende bijstandsnorm, doch lager dan 130% van de voor hem geldende bijstandsnorm.

    • c)

      ingeval de klant arbeid op uitzendbasis verricht:

      • voor de duur van het uitzendwerk, indien de inkomsten uit arbeid lager zijn dan de voor hem geldende bijstandsnorm;

      • voor de duur van een periode van hooguit 1 jaar, indien de inkomsten uit arbeid gelijk of hoger zijn dan de voor hem geldende bijstandsnorm, doch lager dan 130% van de voor hem geldende bijstandsnorm.

    • d)

      ingeval de klant een arbeidsovereenkomst is aangegaan voor onbepaalde tijd dan wel voor onbepaalde tijd als ambtenaar is aangesteld:

      • voor de duur van de arbeidsovereenkomst of aanstelling, indien de inkomsten uit arbeid lager zijn dan de voor hem geldende bijstandsnorm;

      • voor de duur van een periode van ten hoogste 1 jaar, indien de inkomsten uit arbeid gelijk of hoger zijn dan de voor hem geldende bijstandsnorm, doch lager dan 130% van de voor hem geldende bijstandsnorm.

  • 3.

    Het college verstrekt de vergoeding, bedoeld in artikel 2, derde lid, onderdeel b, voor een periode van ten hoogste 6 maanden.

Artikel 6 Beëindiging reiskostenvergoeding

Het college kan de vergoeding, bedoeld in artikel 2, in ieder geval beëindigen, indien:

  • a)

    de klant als gevolg van ziekte of ongeoorloofd verzuim langer dan een maand niet deelneemt aan het inburgeringstract of de voorziening gericht op de arbeidsinschakeling dan wel langer dan een maand geen werkzaamheden in het kader van de tegenprestatie verricht;

  • b)

    de klant als gevolg van ziekte of ongeoorloofd verzuim langer dan een maand geen arbeid verricht;

  • c)

    de inkomsten uit arbeid van de klant gelijk of hoger zijn dan 130% van de voor hem geldende bijstandsnorm.

Hoofdstuk 3 Vervoersvoorziening

Artikel 7 Vervoersvoorziening

  • 1.

    Een vervoersvoorziening bestaat uit een financiële tegemoetkoming in de kosten van aanschaf van een:

    • a)

      fiets

    • b)

      elektrische fiets

    • c)

      scooter, bromfiets, snorfiets c.q. brommobiel of

    • d)

      auto die recentelijk APK is gekeurd.

  • 2.

    Het college kent een vervoersvoorziening, bedoeld in het eerste lid, onder a, b, of c, toe, indien:

    • a.

      de klant arbeid heeft aanvaard voor de duur van ten minste 6 maanden en de inkomsten uit arbeid lager zijn dan 130% van de voor hem geldende bijstandsnorm dan wel in aanmerking in aanmerking is gebracht voor een voorziening gericht op arbeidsmarktinschakeling;

    • b.

      de afstand tussen de woonplaats van de klant en de locatie waar de arbeid wordt verricht dan wel de voorziening gericht op arbeidsinschakeling wordt uitgevoerd ten minste 10 km bedraagt;

    • c.

      de locatie waar de arbeid wordt verricht dan wel de voorziening gericht op arbeidsinschakeling wordt uitgevoerd niet met het openbaar vervoer is te bereiken; en

    • d.

      de klant niet in het bezit is van een fiets, elektrische fiets of scooter/brommer;

    • e.

      de klant - voor zover het betreft een vervoersvoorziening, bedoeld in het eerste lid, onder c- in het bezit is van een rijbewijs AM.

Welke van de vervoersvoorzieningen, bedoeld in het eerste lid, onder a, b, of c, door het college wordt verstrekt, hangt af van de omstandigheden in het individuele geval, waaronder de afstand tussen de woonplaats van de klant en de locatie en de fysieke en/of psychische gesteldheid van de klant.

  • 3.

    Het college kent een vervoersvoorziening, bedoeld in het eerste lid, onder d, toe, indien:

    • a.

      de klant arbeid heeft aanvaard voor de duur van ten minste 6 maanden en de inkomsten uit arbeid lager zijn dan 130% van de voor hem geldende bijstandsnorm;

    • b.

      de afstand tussen de woonplaats van de klant en de locatie waar de arbeid wordt verricht ten minste 10 km bedraagt;

    • c.

      het werk op onregelmatige tijden (s avonds, ’s nachts en in de weekenden) moet worden uitgevoerd en de werkgever op een dusdanig afgelegen locatie is gesitueerd, dat het naar het oordeel van het college uit oogpunt van veiligheid niet verantwoord is de klant het traject per (elektrische) fiets of brommer/scooter te laten afleggen; en

    • d.

      de klant in het bezit is van een rijbewijs B.

Artikel 8 Hoogte van de financiële tegemoetkoming

  • 1.

    De financiële tegemoetkoming, bedoeld in artikel 7, eerste lid, bedraagt bij de aanschaf van:

    • a)

      een fiets, maximaal € 500,-;

    • b)

      een elektrische fiets, maximaal € 1.250,-;

    • c)

      een brommer/scooter, maximaal € 1.500,-;

    • d)

      een auto, maximaal € 3.000,-.

  • 2.

    De kosten van de motorijtuigenbelasting, Apk-keuring, WA- verzekering en andere verzekeringen komen voor rekening van de klant.

Artikel 9 Vergoeding kosten reparatie fiets, elektrische fiets, scooter of brommer

Het college kan een vergoeding verstrekken voor de kosten van reparatie van de fiets, elektrische fiets, brommer of scooter, die de klant met de financiële tegemoetkoming, bedoeld in artikel 7, heeft aangeschaft.

Hoofdstuk 5 Slotbepalingen

Artikel 10 Bijzondere omstandigheden

Het college handelt overeenkomstig de beleidsregels, tenzij dat voor een of meer belanghebbenden gevolgen zou hebben die wegens bijzondere omstandigheden onevenredig zijn in verhouding tot de met deze beleidsregels te dienen doelen.

Artikel 11 Citeertitel

Deze beleidsregels worden aangehaald als: Beleidsregels inzake de reiskostenvergoeding en vervoersvoorziening Gemeente Schagen 2019.

Artikel 12 Inwerkingtreding

Deze beleidsregels treden in werking met ingang van de eerste dag na die waarop deze beleidsregels zijn bekendgemaakt.

Aldus vastgesteld door het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Schagen op 9 juli 2019.

Burgemeester en wethouders voornoemd,

de secretaris,

N. Swellengrebel

de burgemeester,

M.J.P. van Kampen-Nouwen