Ziet u een fout in deze regeling? Meld het ons op regelgeving@overheid.nl!
Scherpenzeel

Sociaal Statuut

Wetstechnische informatie

Gegevens van de regeling
OrganisatieScherpenzeel
OrganisatietypeGemeente
Officiële naam regelingSociaal Statuut
CiteertitelSociaal Statuut gemeente Scherpenzeel 2013
Vastgesteld doorcollege van burgemeester en wethouders
Onderwerpbestuur en recht
Eigen onderwerp

Opmerkingen met betrekking tot de regeling

Geen

Wettelijke grondslag(en) of bevoegdheid waarop de regeling is gebaseerd

Onbekend

Regelgeving die op deze regeling is gebaseerd (gedelegeerde regelgeving)

Artikelen 2:1B, 8:3, 8:3:1, 12:1:5, 12:2 en Hoofdstuk 10d CAR/UWO

Overzicht van in de tekst verwerkte wijzigingen

Datum inwerkingtreding

Terugwerkende kracht tot en met

Datum uitwerkingtreding

Betreft

Datum ondertekening

Bron bekendmaking

Kenmerk voorstel

19-06-201501-07-2013art. Nieuwe regeling

19-06-2015

GVOP, 2015 46251

Collegebesluit 08-07-13

Tekst van de regeling

Intitulé

Sociaal Statuut

 

 

Sociaal Statuut

Sociaal Statuut

Inhoudsopgave

  • Hoofdstuk 1 Algemene bepalingen

    • Artikel 1:1 Uitgangspunten Sociaal Statuut

    • Artikel 1:2 Begripsomschrijvingen

    • Artikel 1:3 Werkingssfeer

    • Artikel 1:4 Bevoegdheid tot het nemen van het besluit tot organisatiewijziging

    • Artikel 1:5 Bevoegdheid tot het nemen van besluiten betreffende individuele ambtenaren

    • Artikel 1:6 Werkgelegenheid bij interne organisatiewijziging

  • Hoofdstuk 2 Procedurele bepalingen

    • Artikel 2:1 Onderzoek naar organisatiewijziging

    • Artikel 2:2 Extern advies

    • Artikel 2:3 Overleg over de personele gevolgen

    • Artikel 2:4 Advies ondernemingsraad over organisatiewijziging

    • Artikel 2:5 Taakverdeling tussen ondernemingsraad en georganiseerd overleg

    • Artikel 2:6 Kennisgeving en uitvoering besluit

  • Hoofdstuk 3 (Her)plaatsingfase

    • Artikel 3:1 Sleutelfuncties

    • Artikel 3:2 Voorkeursvolgorde bij (her)plaatsing

    • Artikel 3:3 Uitgangspunten (her)plaatsing

    • Artikel 3:4 Belangstellingsregistratie

    • Artikel 3:5 (Her)plaatsingcommissie

    • Artikel 3:6 Bedenkingen tegen voorstel

    • Artikel 3:7 (Her)plaatsingbesluiten

  • Hoofdstuk 4 Van werk naar werk fase

    • Artikel 4:1 Boventalligheidsverklaring

  • Hoofdstuk 5 Privatisering en taakoverheveling

    • Artikel 5:1 Werkingssfeer hoofdstuk

    • Artikel 5:2 Werkgelegenheid

    • Artikel 5:3 Geen passende of geschikte functie

    • Artikel 5:4 Rechtspositievergelijking en Sociaal plan

  • Hoofdstuk 6 Overige rechten en plichten tijdens de (her)plaatsing en re-integratiefase

    • Artikel 6:1 Verplichtingen ambtenaar

    • Artikel 6:2 Salarisgarantie

    • Artikel 6:3 Garantie persoonsgebonden toelagen

    • Artikel 6:4 Aflopende compensatie functiegebonden toelagen

    • Artikel 6:5 Bezoldigingsgarantie bij functie buiten de gemeente

    • Artikel 6:6 Garanties gelden naar rato van betrekkingsomgang

    • Artikel 6:7 Studiefaciliteiten

    • Artikel 6:8 Aanvullende scholing

    • Artikel 6:9 Verval terugbetalingsverplichtingen

  • Hoofdstuk 7 Slotbepalingen

    • Artikel 7:1 Bezwarenclausule

    • Artikel 7:2 Hardheidsclausule

    • Artikel 7:3 Citeertitel en inwerkingtredingsbepaling

Hoofdstuk 1 Algemene bepalingen

Artikel 1:1 Uitgangspunten Sociaal Statuut

Organisatiewijzigingen zijn in de gemeente onvermijdelijk. Er wordt in een veranderende samenleving veel van de gemeente gevraagd zowel van de gemeentelijke organisatie als van haar ambtenaren. Om als gemeente de gewenste resultaten te behalen, dient de organisatie zich aan de veranderende samenleving te blijven aanpassen.Van ambtenaren wordt verwacht dat zij samenwerken, met elkaar en met externe partijen. Tegen de achtergrond van een flexibele organisatie is de ambtenaar breed inzetbaar. In dit Sociaal Statuut wordt daarom uitgegaan van de flexibele, op resultaat en samenwerking gerichte ambtenaar. Binnen deze context biedt de gemeente ook plaats aan ambtenaren voor wie aangepaste werkomstandigheden en/of werkzaamheden noodzakelijk zijn.Bij organisatiewijzigingen is het vermijden van gedwongen ontslagen het uitgangspunt. Tegenover dit uitgangspunt staat de maximale bereidheid en inspanning van de ambtenaar om een andere passende functie, binnen of buiten de gemeente, te aanvaarden. Hoofdstuk 10d CAR-UWO is hierbij van toepassing.

Artikel 1:2 Begripsomschrijvingen

In dit Sociaal Statuut wordt verstaan onder:

  • a

    ambtenaar: de ambtenaar als bedoeld in artikel 1:1 van de CAR-UWO: hij die door of vanwege het bevoegd gezag is aangesteld om in openbare dienst werkzaam te zijn alsmede hij met wie een arbeidsovereenkomst naar burgerlijk recht is aangegaan;

  • b

    bevoegd gezag: het college van burgemeester en wethouders, de Gemeenteraad;

  • c

    organisatiewijziging: een inkrimping, uitbreiding of wijziging van de werkzaamheden van de gemeente (of een onderdeel daarvan) of een wijziging van de laatst vastgestelde organisatiestructuur van de gemeente (of een onderdeel daarvan), die niet van tijdelijke aard is en die personele gevolgen met zich meebrengt voor meer dan 2 fte;

  • d

    personele gevolgen: gevolgen voor de functie of de rechtspositie van de betrokken ambtenaren;

  • e

    privatisering:organisatiewijziging die het gevolg is van de verzelfstandiging van een deel van de organisatie tot een nieuwe (privaatrechtelijke) rechtspersoon of de overdracht van een deel van de organisatie aan een derde (privaatrechtelijke) partij;

  • f

    publiekrechtelijke taakoverheveling: organisatiewijziging die het gevolg is van de overheveling van een deel van de organisatie naar een ander publiekrechtelijk orgaan;

  • g

    salaris: het voor de ambtenaar geldende bedrag van de aan de ambtenaar toegekende schaal als bedoeld in artikel 3:1 van de CAR-UWO;

  • h

    oude salaris: het salaris dat de ambtenaar laatstelijk voor de organisatiewijziging verdiende;

  • i

    bezoldiging: het salaris, vermeerderd met het bedrag van de aan de ambtenaar toegekende emolumenten en toelagen, niet zijnde onkostenvergoedingen;

  • j

    emolumenten:bijkomende voordelen of inkomsten bijv. een bonus, een (kerst)gratificatie, een werkgeversvergoeding ziektekostenverzekering, etc.;

  • k

    toelage: de toelage waarmee het salaris wordt vermeerderd ingevolge de Bezoldigingsregeling van de gemeente Scherpenzeel;

  • l

    functie: het samenstel van opgedragen werkzaamheden waar de ambtenaar feitelijk mee is belast en dat past binnen de functiebeschrijving van de ambtenaar;

  • m

    oude functie: de functie die de ambtenaar laatstelijk voor de organisatiewijziging vervulde;

  • n

    nieuwe functie: een functie die na een organisatiewijziging nieuw in de organisatie is ontstaan;

  • o

    ongewijzigde functie: een functie die gelijk of nagenoeg (ten minste 75%) gelijk is aan de functie die de ambtenaar voor de organisatiewijziging vervulde;

  • p

    passende functie: een functie van gelijkwaardig werk- en denkniveau, die de ambtenaar redelijkerwijs in verband met zijn persoonlijkheid, omstandigheden en de voor hem bestaande vooruitzichten kan worden opgedragen. Een passende functie is doorgaans van hetzelfde functieniveau als de oude functie, maar kan ook van een hoger niveau of maximaal twee niveaus lager zijn dan de oude functie;

  • q

    geschikte functie: een functie die niet valt onder het begrip passende functie, maar die de ambtenaar bereid is te vervullen;

  • r

    sleutelfunctie: een door het college, na instemming van de ondernemingsraad, aangewezen functie als bedoeld in artikel 3:1 die uitsluitend op basis van geschiktheid wordt ingevuld waarvan de vervulling van cruciaal belang is voor het succes van de organisatie;

  • s

    herplaatsingkandidaat:de ambtenaar die niet in een ongewijzigde functie kan worden herplaatst en die:tijdens de plaatsingfase in aanmerking wordt gebracht voor passende en/of geschikte functies binnen de gemeente tijdens de herplaatsing- en de van werk naar werk periode in aanmerking wordt gebracht voor passende en/of geschikte functies binnen en buiten de gemeente;

  • t

    CAR:Collectieve Arbeidsvoorwaardenregeling voor de sector gemeenten;

  • u

    UWO:Uitwerkingsovereenkomst voor de sector gemeenten;

  • v

    georganiseerd overleg: de commissie voor georganiseerd overleg zoals bedoeld in artikel 12:1 van de CAR-UWO;

  • w

    ondernemingsraad: de ondernemingsraad zoals bedoeld in artikel 2 van de Wet op de ondernemingsraden;

  • x

    functieboek: een overzicht van alle functies in de (nieuwe) organisatie dan wel van een onderdeel van de organisatie;

  • y

    (her)plaatsingscommissie: de commissie als bedoeld in artikel 3:5;

  • z

    sociaal plan:nadere afspraken, gebaseerd en aanvullend op dit sociaal statuut, met betrekking tot de personele gevolgen van een organisatiewijziging.

Artikel 1:3 Werkingssfeer

Lid 1

Dit Sociaal Statuut is van toepassing op alle organisatiewijzigingen in de gemeente Scherpenzeel. Er wordt bij organisatiewijzigingen zo nodig een apart sociaal plan gemaakt.

Lid 2

In afwijking van het eerste lid, is dit Sociaal Statuut niet van toepassing op organisatiewijzigingen als gevolg van een gemeentelijke herindeling.

Lid 3

Met uitzondering van hoofdstuk 2 en artikel 3:5, is dit Sociaal Statuut - in aanvulling op de omschrijving van de begripsbepaling "organisatiewijziging" in artikel 1:2 – ook van toepassing op elke inkrimping of wijziging van de werkzaamheden van de gemeente of een onderdeel daarvan of op elke wijziging van de laatst vastgestelde organisatiestructuur van de gemeente of een onderdeel daarvan, die niet van tijdelijke aard is en die personele gevolgen met zich meebrengt.

Lid 4

Dit Sociaal Statuut is niet van toepassing op de ambtenaar die tijdelijk is aangesteld, tenzij de ambtenaar tijdelijk is aangesteld bij wijze van proef en - bij goed functioneren – een vaste aanstelling in het vooruitzicht is gesteld.

Artikel 1:4 Bevoegdheid tot het nemen van het besluit tot organisatiewijziging

Het college van burgemeester en wethouders is bevoegd tot het nemen van besluiten over de wijziging van de ambtelijke organisatie.

Artikel 1:5 Bevoegdheid tot het nemen van besluiten betreffende individuele ambtenaren

Het bevoegd gezag is bevoegd tot het nemen van besluiten over wijziging van de aanstelling, (her)plaatsing en ontslag van ambtenaren, tenzij bij of krachtens wet of raadsbesluit anders is bepaald.

Artikel 1:6 Werkgelegenheid bij interne organisatiewijziging

Het bevoegd gezag zal zich tot het uiterste inspannen om te voorkomen dat de bij de organisatiewijziging betrokken ambtenaren onvrijwillig werkloos raken. Daartegenover staan de verplichtingen van de ambtenaar als bedoeld in artikel 6:1.

Hoofdstuk 2 Procedurele bepalingen

Artikel 2:1 Onderzoek naar organisatiewijziging

Lid 1

Als het bevoegd gezag voornemens is de mogelijkheid en wenselijkheid van een organisatiewijziging te onderzoeken, worden de ondernemingsraad, het georganiseerd overleg en de betrokken ambtenaren hier in een vroeg stadium van op de hoogte gesteld.

Lid 2

Het tijdstip van kennisgeving is dusdanig, dat de ondernemingsraad zijn mening over het onderzoek kenbaar kan maken.

Lid 3

De ambtenaren en de ondernemingsraad worden zo veel mogelijk betrokken bij de uitvoering van het onderzoek. Bovendien worden zij, als mogelijk, tussentijds op de hoogte gehouden van de vorderingen van het onderzoek.

Lid 4

De schriftelijke eindrapportage van het onderzoek wordt ter kennisneming toe gezonden aan de ondernemingsraad en het georganiseerd overleg.

Artikel 2:2 Extern advies

Als het bevoegd gezag voornemens is om over de wenselijkheid van de organisatiewijziging extern advies te vragen, wordt de ondernemingsraad om advies gevraagd over het verstrekken en formuleren van de adviesopdracht, conform artikel 25 van de Wet op de ondernemingsraden.

Artikel 2:3 Overleg over de personele gevolgen

Lid 1

Voordat een definitief besluit wordt genomen ten aanzien van de organisatiewijziging, wordt in het georganiseerd overleg, overleg gevoerd over de personele gevolgen van het besluit en de naar aanleiding daarvan te nemen maatregelen.

Lid 2

Als het georganiseerd overleg van mening is dat de organisatiewijziging zodanig ingrijpende personele gevolgen met zich meebrengt dat hierover aanvullende afspraken moeten worden gemaakt, wordt door de werkgever een sociaal plan opgesteld.

Lid 3

De leden van het georganiseerd overleg kunnen tussentijds bijeen worden geroepen dan wel schriftelijk worden geraadpleegd, wanneer de omstandigheden een versnelde procedure vereisen van de vorderingen van het onderzoek.

Artikel 2:4 Advies ondernemingsraad over organisatiewijziging

Lid 1

Voordat een definitief besluit wordt genomen ten aanzien van de organisatiewijziging, wordt de ondernemingsraad schriftelijk om advies gevraagd, conform artikel 25 van de Wet op de ondernemingsraden.

Lid 2

De adviesaanvraag bevat een heldere omschrijving van het voorgenomen besluit, de beweegredenen van het besluit, de personele gevolgen van het besluit en de naar aanleiding daarvan te nemen maatregelen.

Lid 3

Het advies wordt op een zodanig tijdstip gevraagd, dat het nog van wezenlijke invloed kan zijn op het te nemen besluit.

Artikel 2:5 Taakverdeling tussen ondernemingsraad en georganiseerd overleg

Ten aanzien van de medezeggenschap van ambtenaren en vakorganisaties geldt het algemene uitgangspunt dat onderwerpen die gedurende het proces van organisatiewijziging aan bod komen, primair door één orgaan worden behandeld.

Artikel 2:6 Kennisgeving en uitvoering besluit

Lid 1

Als er een definitief besluit is genomen tot wijziging van de organisatie, wordt dit besluit zo spoedig mogelijk meegedeeld aan de ondernemingsraad, het georganiseerd overleg en de betrokken ambtenaren. Daarbij wordt tevens ingegaan op de personele gevolgen van het besluit.

Lid 2

Als in het besluit wordt afgeweken van het advies van de ondernemingsraad, zal deze afwijking duidelijk worden gemotiveerd. De uitvoering van het besluit tot organisatiewijziging wordt in dit geval uitgesteld tot op zijn vroegst een maand nadat de ondernemingsraad van het besluit in kennis is gesteld, conform artikel 25, zesde lid, van de Wet op de ondernemingsraden.

Hoofdstuk 3 (Her)plaatsingfase

Artikel 3:1 Sleutelfuncties

Lid 1

Het bevoegd gezag kan, na instemming van de ondernemingsraad, sleutelfuncties aanwijzen die uitsluitend op basis van geschiktheid worden ingevuld.

Lid 2

Het bevoegd gezag stelt van te voren schriftelijk geschiktheidseisen vast en wijst kandidaten voor de sleutelfunctie aan.

Lid 3

Het bevoegd gezag beslist welke kandidaat op een sleutelfunctie komt.

Lid 4

Een sleutelfunctie wordt ingevuld zonder dat de (her)plaatsingprocedure als beschreven in de artikelen 3:2 tot en met 3:7 wordt gevolgd.

Lid 5

Kandidaten die niet worden geplaatst op een sleutelfunctie, volgen de(her)plaatsingprocedure als beschreven in de artikelen 3:2 tot en met 3:7.

Artikel 3:2 Voorkeursvolgorde bij (her)plaatsing

Lid 1

Het bevoegd gezag hanteert, bij het nemen van besluiten ten aanzien van de ambtenaren die betrokken zijn bij de organisatiewijziging, de volgende voorkeursvolgorde:

  • 1

    de ambtenaar blijft zijn eigen, ongewijzigde functie vervullen;

  • 2

    de ambtenaar wordt geplaatst in een passende functie binnen de gemeente;

  • 3

    de ambtenaar wordt geplaatst in een geschikte functie binnen de gemeente.

Lid 2

(Her)plaatsingbesluiten als bedoeld in het eerste lid worden genomen met inachtneming van de regels tijdens de (her)plaatsingfase zoals beschreven in dit hoofdstuk. Voor zoveel mogelijk geldt bij gelijke geschiktheid dat de (her)plaatsingkandidaat die naar het oordeel van het bevoegd gezag uit oogpunt van het diversiteitsbeleid daarvoor de meest gerede kandidaat is, de voorkeur krijgt.

Artikel 3:3 Uitgangspunten (her)plaatsing

Lid 1

Bij het nemen van besluiten als bedoeld in artikel 3:2, eerste lid (sub 1 en sub 2 in het geval dat er sprake is van onvoldoende formatieruimte) wordt met de volgende gegevens rekening gehouden, die in volgorde van belang zijn opgenomen:

  • 1

    de voorkeur van de ambtenaar voor bepaalde functies;

  • 2

    de geschiktheid van de ambtenaar voor een functie, zoals die blijkt uit opleidings- en ervaringsgegevens en eventuele geschiktheidstests;

  • 3

    de diensttijd van de ambtenaar bij de gemeente Scherpenzeel;

  • 4

    de leeftijd van de ambtenaar;

  • 5

    het type dienstverband van de ambtenaar.

Lid 2

De ambtenaar is verplicht mee te werken aan gesprekken en tests die nodig zijn voor het verzamelen van gegevens als genoemd in het eerste lid onder 2. De kosten van eventuele tests zijn voor rekening van het bevoegd gezag.

Artikel 3:4 Belangstellingsregistratie

Het bevoegd gezag stelt de (her)plaatsingkandidaat als bedoeld in artikel 3:2, eerste lid in de gelegenheid zijn voorkeur voor maximaal drie functies kenbaar te maken, via het formulier dat het bevoegd gezag daarvoor heeft vastgesteld. De (her)plaatsingkandidaat krijgt de ruimte zijn curriculum vitae te vermelden of mee te zenden.

Artikel 3:5 (Her)plaatsingcommissie

Het bevoegd gezag stelt een (her)plaatsingcommissie in, die als taak heeft de benodigde gegevens te verzamelen en het bevoegd gezag te adviseren over de te nemen (her)plaatsingbesluiten. De leden van de commissie dienen geen arbeidsverhouding te hebben (gehad) met, dan wel bestuurder te zijn (geweest) van de werkgever.

  • 1

    De (her)plaatsingscommissie bestaat uit:

    • a

      een lid te benoemen op voordracht van de werkgever;

    • b

      een lid te benoemen op voordracht van de werknemersdelegatie in de commissie voor georganiseerd overleg;

    • c

      een voorzitter te benoemen op voordracht van beide leden.

    De (her)plaatsingscommissie wordt ondersteund door een ambtelijk secretaris.

  • 2

    De (her)plaatsingcommissie verzamelt alle volgens haar benodigde gegevens en adviseert op basis van deze gegevens het bevoegd gezag over de (her)plaatsing van de betrokken ambtenaren.

  • 3

    De (her)plaatsingcommissie kan besluiten de ambtenaar (al dan niet op diens eigen verzoek) voorafgaand aan haar advies te horen. Van dat horen wordt een schriftelijk verslag gemaakt.

Artikel 3:6 Bedenkingen tegen voorstel

Lid 1

Het bevoegd gezag neemt een voornemenbesluit, met inachtneming van het advies van de (her)plaatsingscommissie, tot (her)plaatsing van de ambtenaar of tot boventallig verklaring van de ambtenaar.

Lid 2

De ambtenaar wordt schriftelijk op de hoogte gesteld van dit voornemenbesluit. Als de werkgever afwijkt van het advies van de (her)plaatsingscommissie, dan dient dit met redenen te worden omkleed.

Lid 3

De ambtenaar die bedenkingen heeft tegen het voornemenbesluit, kan binnen 14 dagen een zienswijze indienen bij het bevoegd gezag.

Lid 4

De ambtenaar kan verzoeken mondeling te worden gehoord door (een of meer vertegenwoordigers van) het bevoegd gezag. De ambtenaar die hiertoe een verzoek indient, zal binnen 14 dagen worden gehoord. Van de hoorzitting wordt schriftelijk verslag opgemaakt.

Artikel 3:7 (Her)plaatsingbesluiten

Het bevoegd gezag neemt het besluit tot (her)plaatsing van de betrokken ambtenaar. De ambtenaar wordt zo spoedig mogelijk schriftelijk op de hoogte gesteld van dit besluit. In de motivering van het besluit wordt ingegaan op eventuele bedenkingen die door de ambtenaar zijn ingediend tegen het voornemenbesluit als bedoeld in artikel 3:6.

Hoofdstuk 4 Van werk naar werk fase

Artikel 4:1 Boventalligheidsverklaring

Lid 1

Het bevoegd gezag neemt een besluit tot boventalligverklaring waarbij in de motivering wordt ingegaan op eventuele bedenkingen die door de ambtenaar zijn ingediend tegen het voornemenbesluit als bedoeld in artikel 3:6.

Lid 2

Aansluitend zijn de relevante bepalingen van hoofdstuk 10d CAR-UWO van toepassing en start het Van werk naar werk traject.

Lid 3

Indien het Van werk naar werk-traject zonder resultaat is afgerond, wordt de ambtenaar ontslag verleend op grond van artikel 8:3 CAR-UWO.

Hoofdstuk 5 Privatisering en taakoverheveling

Artikel 5:1 Werkingssfeer hoofdstuk

Dit hoofdstuk is uitsluitend van toepassing op organisatiewijzigingen als gevolg van privatiseringen en publiekrechtelijke taakoverhevelingen.

Artikel 5:2 Werkgelegenheid

Lid 1

Het uitgangspunt is dat het bevoegd gezag zich tot het uiterste zal inspannen om ervoor te zorgen dat de werkgelegenheid van de bij de privatisering of overheveling van taken betrokken ambtenaren behouden blijft.

Lid 2

Het bevoegd gezag treedt met de betrokken privaatrechtelijke of publiekrechtelijke instantie in overleg over de overname van de ambtenaren van het desbetreffende organisatieonderdeel. Gemaakte afspraken worden schriftelijk vastgelegd.

Lid 3

Voordat het bevoegd gezag een besluit neemt over de overgang van een ambtenaar naar de betrokken privaatrechtelijke of publiekrechtelijke instantie, biedt hij de betrokken ambtenaar de gelegenheid om zijn belangstelling kenbaar te maken voor functies, die op dat moment vacant zijn of op korte termijn vacant worden in de ambtelijke organisatie. De ambtenaar zal als interne kandidaat in de selectieprocedure worden betrokken.

Artikel 5:3 Geen passende of geschikte functie

Indien de werkgever er niet in slaagt om de ambtenaar onder te brengen bij de nieuwe werkgever dan wel een passende of geschikte functie aan te bieden binnen de gemeentelijke organisatie, zijn de bepalingen van artikel 4:1 van overeenkomstige toepassing.

Artikel 5:4 Rechtspositievergelijking en Sociaal plan

Lid 1

De werkgever maakt een vergelijking tussen de arbeidsvoorwaarden die van toepassing zijn bij de gemeente Scherpenzeel en de nieuwe werkgever.

Lid 2

Indien uit de vergelijking blijkt dat het totaalpakket van arbeidsvoorwaarden bij de nieuwe werkgever nadelig afwijkt van het totaalpakket bij de gemeente Scherpenzeel, worden in een Sociaal Plan nadere afspraken gemaakt over afbouw, behoud of compensatie van aanspraken waarbij het uitgangspunt is dat het totaalpakket aan arbeidsvoorwaarden van de betrokken ambtenaren (nagenoeg) gelijkwaardig is.

Lid 3

Het Sociaal Plan bevat in ieder geval garanties/afspraken op het gebied van salaris, pensioenvoorziening, contractduur, functie en standplaats.

Lid 4

Over het Sociaal Plan moet overeenstemming worden bereikt in de commissie voor georganiseerd overleg.

Lid 5

Er worden geen definitieve besluiten genomen ten aanzien van ambtenaren voordat er overeenstemming is over het Sociaal Plan.

Hoofdstuk 6 Overige rechten en plichten tijdens de (her)plaatsing en re-integratiefase

Artikel 6:1 Verplichtingen ambtenaar

Lid 1

De ambtenaar kan tijdens de (her)plaatsingfase en de looptijd van het Van werk naar werkcontract met behoud van zijn salaris voor andere passende of geschikte werkzaamheden dan die behoren tot zijn oude functie worden ingezet. De ambtenaar is verplicht deze andere werkzaamheden uit te voeren.

Lid 2

De ambtenaar is verplicht zich actief en constructief op te stellen tijdens de (her)plaatsingfase en de looptijd van het Van werk naar werkcontract. De ambtenaar toont initiatief bij het zoeken naar een passende of geschikte functie en het uitvoeren van de afspraken uit het Van werk naar werkcontract.

Lid 3

De ambtenaar is verplicht, onverminderd het recht op bezwaar en beroep, een passende functie die hem met inachtneming van (her)plaatsingfase- of het Van werk naar werkcontract is toegewezen, te aanvaarden.

Artikel 6:2 Salarisgarantie

Lid 1

De ambtenaar die tijdens de (her)plaatsingfase of de looptijd van het Van werk naar werkcontract binnen de gemeente wordt herplaatst in een functie van een lager niveau dan zijn oude functie, behoudt gedurende drie jaar recht op het salaris dat hij genoot in zijn oude functie. De artikelen 7, 8 en 9 van de Bezoldigingsverordening gemeente Scherpenzeel 2011 blijven onverkort van toepassing, wat betekent dat onder de daarin gestelde voorwaarden nog doorgroei plaatsvindt in de aanloop- of in de functieschaal van de oude functie en dat periodieke verhogingen van het salaris plaatsvinden. Om te bepalen of aan de voorwaarden uit de artikelen 7, 8 en 9 van de Bezoldigingsverordening gemeente Scherpenzeel 2011 wordt voldaan, wordt het functioneren in de nieuwe functie getoetst.

Lid 2

Als de ambtenaar tijdens de in het eerste lid genoemde drie jaar een functie van een hoger salarisniveau aanvaardt maar dit salarisniveau is nog steeds lager dan zijn oude functie, ontstaat vanaf de dag dat hij die functie gaat vervullen een nieuwe garantieperiode van drie jaar. Gedurende die nieuwe garantieperiode blijft het eerste lid van toepassing.

Lid 3

Na het verstrijken van de periode van drie jaar als bedoeld in het eerste en tweede lid, wordt de ambtenaar ingedeeld in de salarisschaal van de nieuwe functie. Dit gebeurt door indeling in het naast hogere bedrag van salarisschaal behorende bij de nieuwe functie dan wel in het maximumbedrag van die salarisschaal. Een verschil tussen het oude salaris en het nieuwe salaris wordt omgezet in een persoonlijke afbouwtoelage. De persoonlijke afbouwtoelage kent het volgende verloop:

  • a

    het 1e jaar: wordt het salaris aangevuld met een bedrag van 75% van het verschil tussen oude en nieuwe bezoldiging;

  • b

    het 2e jaar: wordt het salaris aangevuld met een bedrag van 50% van het verschil tussen oude en nieuwe bezoldiging;

  • c

    het 3e jaar: wordt het salaris aangevuld met een bedrag van 25% van het verschil tussen oude en nieuwe bezoldiging.

Lid 4

Als de ambtenaar in de drie jaar bedoeld in het derde lid een functie van een hoger salarisniveau aanvaardt, en dientengevolge in de bijbehorende hogere salarisschaal wordt ingedeeld, wordt de persoonlijke afbouwtoelage naar evenredigheid verminderd.

Lid 5

Het bevoegd gezag heeft de verplichting om de ambtenaar als bedoeld in het eerste tot en met het vierde lid in aanmerking te brengen voor functies met een hogere functieschaal, bij voorkeur de functieschaal van zijn oude functie. De ambtenaar heeft de verplichting om actief te solliciteren op bedoelde functies en zo nodig daarvoor benodigde opleiding te volgen. Afspraken hierover worden bij voorkeur neergelegd in een persoonlijk ontwikkelingsplan, als bedoeld in hoofdstuk 17 CAR-UWO.

Lid 6

Als de ambtenaar een functie aanvaardt op het oude salarisniveau, eindigt de salarisgarantie uit deze bepaling.

Lid 7

Indien één van beide partijen van mening is dat de andere partij zich niet houdt aan de afspraken of de mogelijkheden zoals vastgelegd in dit artikel, maakt deze partij dit aan de andere partij in een gesprek kenbaar. Dit gesprek is erop gericht gezamenlijk afspraken te maken over verbetering.

Lid 8

Indien over de nakoming van de afspraken of de mogelijkheden zoals vastgelegd in dit artikel een geschil ontstaat, kunnen partijen dit geschil ter advisering voorleggen aan de paritaire commissie van hoofdstuk 10d CAR-UWO.

Artikel 6:3 Garantie persoonsgebonden toelagen

De ambtenaar die wordt herplaatst naar een andere functie binnen de gemeentelijke organisatie, behoudt recht op zijn persoonsgebonden toelagen/vergoedingen, voor zover de bezoldiging in de nieuwe functie de oude bezoldiging niet overtreft.

Artikel 6:4 Aflopende compensatie functiegebonden toelagen

Lid 1

Voor de ambtenaar die tijdens de (her)plaatsing- of de looptijd van het Van werk naar werkcontract binnen de gemeente wordt herplaatst naar een andere functie vervallen de functiegebonden toelagen.

Lid 2

Aan de ambtenaar, wiens bezoldiging als gevolg van het vervallen van de functiegebonden toelagen een blijvende verlaging ondergaat, wordt een aflopende compensatie toegekend als de ambtenaar deze toelagen gedurende ten minste twee jaren zonder wezenlijke onderbreking heeft genoten. Onder wezenlijke onderbreking wordt verstaan een onderbreking van langer dan twee maanden, waarbij ziekte, zwangerschap en/of bevallingsverlof niet wordt meegerekend.

Lid 3

Deze compensatie kent het volgende verloop:

  • 1

    het eerste jaar na de (her)plaatsing ontvangt de ambtenaar 75% van de daling van de bezoldiging, die het gevolg is van het vervallen van de toelagen;

  • 2

    het tweede jaar na de (her)plaatsing ontvangt de ambtenaar 50% van de daling van de bezoldiging, die het gevolg is van het vervallen van de toelagen;

  • 3

    het derde jaar na de (her)plaatsing ontvangt de ambtenaar 25% van de daling van de bezoldiging, die het gevolg is van het vervallen van de toelagen.

Artikel 6:5 Bezoldigingsgarantie bij functie buiten de gemeente

Lid 1

Indien de niet geplaatste ambtenaar een functie accepteert buiten de ambtelijke organisatie, wordt hem eervol ontslag verleend.

Lid 2

Indien de niet geplaatste ambtenaar buiten de gemeente een functie aanvaardt met een lagere netto bezoldiging dan zijn oude functie, krijgt deze ambtenaar gedurende drie jaar een aanvulling van de nieuwe netto bezoldiging tot het niveau van zijn oude netto bezoldiging. Dit bedrag wordt maandelijks gebruteerd aan de oud-ambtenaar uitbetaald.

Lid 3

Na het verstrijken van de periode van drie jaar als bedoeld in het tweede lid, wordt het verschil tussen de op dat moment voor de oud-ambtenaar geldende nieuwe netto bezoldiging en zijn oude netto bezoldiging omgezet in een persoonlijke afbouwtoelage, volgens onderstaande staffel:

  • a

    het 1e jaar: wordt het salaris aangevuld met een bedrag van 75% van het verschil tussen oude en nieuwe bezoldiging;

  • b

    het 2e jaar: wordt het salaris aangevuld met een bedrag van 50% van het verschil tussen oude en nieuwe bezoldiging;

  • c

    het 3e jaar: wordt het salaris aangevuld met een bedrag van 25% van het verschil tussen oude en nieuwe bezoldiging.

Artikel 6:6 Garanties gelden naar rato van betrekkingsomgang

Het bepaalde in de artikelen 6:2 tot en met 6:5 geldt bij gelijke betrekkingomvang als de oude functie. Als de ambtenaar een functie met een kleinere betrekkingomvang heeft aanvaard, worden de garanties naar evenredigheid van de kleinere betrekkingomvang toegepast. Als de ambtenaar een functie met een grotere betrekkingomvang heeft aanvaard worden de garanties alleen toegepast voor de oude betrekkingomvang.

Artikel 6:7 Studiefaciliteiten

Lid 1

De ambtenaar die tijdens de (her)plaatsing of tijdens de looptijd van het Van werk naar werkcontract binnen de gemeente wordt herplaatst in een andere functie behoudt de studiefaciliteiten die hem zijn toegekend, als hij de studie voortzet.

Lid 2

De ambtenaar bedoeld in het eerste lid die in overleg met zijn nieuwe leidinggevende besluit te stoppen met zijn studie, wordt ontheven van terugbetalingsverplichtingen die eventueel voortvloeien uit de eerder met hem gemaakte afspraken.

Artikel 6:8 Aanvullende scholing

Het bevoegd gezag onderzoekt of het nodig is de ambtenaar, die tijdens de (her)plaatsing- of looptijd van het Van werk naar werkcontract binnen de gemeente is herplaatst in een andere functie, bij of om te scholen voor het vervullen van zijn nieuwe functie. De kosten van de scholing zijn voor rekening van de gemeente.

Artikel 6:9 Verval terugbetalingsverplichtingen

De ambtenaar die tijdens de (her)plaatsing- of looptijd van het Van werk naar werkcontract buiten de gemeente een functie heeft aanvaard, wordt ontheven van terugbetalingsverplichtingen die eventueel voortvloeien uit de eerder met hem gemaakte afspraken betreffende studie, verhuiskosten en betaald ouderschapsverlof.

Hoofdstuk 7 Slotbepalingen

Artikel 7:1 Bezwarenclausule

De individuele besluiten die op grond van dit Sociaal Statuut worden genomen bevatten de bezwarenclausule die het bevoegd gezag in het kader van de Algemene wet bestuursrecht gebruikelijk hanteert.

Artikel 7:2 Hardheidsclausule

Lid 1

In gevallen waarin toepassing van het Sociaal Statuut zou leiden tot een onbillijke situatie voor een ambtenaar, kan het bevoegd gezag van het statuut afwijken in een voor de ambtenaar gunstige zin.

Lid 2

In gevallen waarin het Sociaal Statuut niet voorziet, beslist het bevoegd gezag.

Artikel 7:3 Citeertitel en inwerkingtredingsbepaling

Dit Sociaal Statuut wordt aangehaald als "Sociaal statuut gemeente Scherpenzeel 2013" en treedt in werking met ingang van 1 juli 2013 en heeft een looptijd van vijf jaar. Zes maanden voor het einde van de looptijd van het sociaal statuut treden de werkgever- en werknemersvertegenwoordiging in de commissie voor georganiseerd overleg met elkaar in overleg over de beëindiging, wijziging respectievelijk verlenging van het sociaal statuut. Indien voornoemd overleg niet tijdig tot overeenstemming leidt wordt het Sociaal statuut gemeente Scherpenzeel 2013 stilzwijgend voortgezet.