Ziet u een fout in deze regeling? Meld het ons op regelgeving@overheid.nl!
Schinnen

Beleidsregels leerlingenvervoer gemeente Schinnen 2016

Wetstechnische informatie

Gegevens van de regeling
OrganisatieSchinnen
OrganisatietypeGemeente
Officiële naam regelingBeleidsregels leerlingenvervoer gemeente Schinnen 2016
CiteertitelBeleidsregels leerlingenvervoer gemeente Schinnen 2016
Vastgesteld doorcollege van burgemeester en wethouders
Onderwerponderwijs
Eigen onderwerp

Opmerkingen met betrekking tot de regeling

Geen

Wettelijke grondslag(en) of bevoegdheid waarop de regeling is gebaseerd

Onbekend

Regelgeving die op deze regeling is gebaseerd (gedelegeerde regelgeving)

Geen

Overzicht van in de tekst verwerkte wijzigingen

Datum inwerkingtreding

Terugwerkende kracht tot en met

Datum uitwerkingtreding

Betreft

Datum ondertekening

Bron bekendmaking

Kenmerk voorstel

19-01-2017Nieuwe regeling

08-11-2016

Goed Nieuws, 18-01-2017

Onbekend

Tekst van de regeling

Intitulé

Beleidsregels leerlingenvervoer gemeente Schinnen 2016

Beleidsregels leerlingenvervoer gemeente Schinnen 2016

1. Begrippen

Alle begrippen die in deze beleidsregels worden gebruikt en die niet nader worden omschreven hebben dezelfde betekenis als in de Verordening leerlingenvervoer gemeente Schinnen 2014.

2. Afstand

  • 1.

    Voor het vaststellen van het recht op leerlingenvervoer wordt voor het bepalen van de afstand tussen het woonadres en het schooladres gebruikt gemaakt van de routeplanner van de ANWB, optie “kortste route”.

  • 2.

    Als de gemeten afstand minder is dan 100 meter onder de in de verordening gehanteerde afstandsgrens, dan wordt een tweede meting uitgevoerd met de routeplanner “routenet.nl, optie kortste route”. Deze tweede meting bepaalt of er al dan niet een bekostiging van leerlingenvervoer plaatsvindt.

  • 3.

    De gemeente kan ouders, die in aanmerking komen voor een vervoersvoorziening, toestemming verlenen om hun kind zelf met de auto naar school te brengen. Als aanspraak bestaat op bekostiging van de kosten van aangepast vervoer, krijgen ouders een kilometervergoeding voor de auto. De routeplanner van de ANWB is bepalend voor het meten van de afstand van de kortste route.

  • 4.

    Als het een vergoeding voor het gebruik van de fiets betreft is bepalend de afstand volgens de routeplanner van de ANWB.

3. Reistijd

Het vaststellen van de reistijd/afstand per openbaar vervoer vindt plaats op basis van de informatie van de Reisinformatiegroep via 0900-9292 of www.9292ov.nl. Voor het vaststellen van de reistijd per aangepast vervoer raadpleegt de gemeente de vervoerder.

4. Vergoeding vervoer

  • 1.

    Openbaar vervoer: Het vaststellen van de kosten van het openbaar vervoer en de daaraan gerelateerde vergoeding vindt plaats op basis van de van de informatie van de Reisinformatiegroep via 0900-9292 of www.9292ov.nl. De gemeente gaat uit van de goedkoopst compenserende oplossing.

  • 2.

    Fiets: de vergoeding voor het gebruik van de fiets bedraagt € 0,09 per kilometer.

  • 3.

    Auto: de vergoeding voor het gebruik van de auto is afgeleid van de Reisregeling Binnenland en bedraagt € 0,19 per kilometer. De gemeente vergoedt per schooldag twee maal de heenreis en twee maal de terugreis.

5. Handicap

  • 1.

    Als een leerling vanwege een structurele handicap niet of niet zelfstandig van het openbaar vervoer gebruik kan maken, geldt er geen kilometergrens, drempelbedrag of inkomensafhankelijke bijdrage.

  • 2.

    Een leerling met een tijdelijke handicap (gebroken been bv.) komt niet in aanmerking voor leerlingenvervoer. Als een leerling een groot gedeelte van het schooljaar afhankelijk is van rolstoel en/of krukken vanwege herstel en/of revalidatie, na operatie of ongeval, kan de gemeente een beschikking afgeven voor de duur van het herstel en/of revalidatie. De tijdelijke handicap moet dan langer duren dan drie maanden en de extra vervoerskosten kunnen niet bij de zorgverzekeraar worden gedeclareerd.

6. Betaling vergoeding

  • 1.

    De gemeente vergoedt de kosten voor het eigen vervoer (fiets, bromfiets, auto) en de bijdrage voor het openbaar vervoer op basis van een declaratie achteraf per kwartaal of aan het einde van het schooljaar. De declaratie dient te zijn voorzien van een paraaf van de school.

  • 2.

    In geval van een eigen bijdrage komen de ouders voor vergoeding in aanmerking zodra de kosten meer bedragen dan de eigen bijdrage.

7. Buitenschoolse opvang

De gemeente heeft de zorgplicht voor het vervoer tussen huis en school en terug, maar is niet verplicht om het vervoer naar de buitenschoolse opvang (BSO) te regelen. Het komt echter voor dat ouders vragen hun kind van of naar BSO of een ander opvangadres te halen of te brengen. Dit past bij de huidige tijdsgeest waarin beide ouders werken, of een alleenstaande ouder werkt.

De gemeente Schinnen gaat hier als volgt mee om:

  • 1.

    de ouders van een leerling die met een taxi(busje) naar school gaat, mag naast het woonadres gedurende het schooljaar eenmalig één ander adres opgeven waar het kind buiten schooltijd opgevangen wordt op vaste dagen in de week;

  • 2.

    het opvangadres mag op maximaal 0,5 km afstand liggen van de woning als bedoeld in artikel 1 van de Verordening Leerlingenvervoer Gemeente Schinnen 2014;

  • 3.

    er is een volwassene op het opvangadres aan wie de leerling kan worden overgedragen;

  • 4.

    het vervoer tussen het opvangadres en de woning wordt niet verzorgd/vergoed;

  • 5.

    het vervoer tussen school, dagcentrum en/of dagbehandeling en woning wordt niet verzorgd/vergoed.

8. Begeleiding

  • 1.

    De verordening kent de mogelijkheid om niet alleen de vervoerskosten van de leerling maar ook die van de begeleider te vergoeden als het gaat om:

    • a.

      leerlingen tot en met 12 jaar die aantoonbaar niet zelfstandig van openbaar vervoer gebruik kunnen maken omdat zij meerdere malen moeten overstappen en/of de route van uitstappunt bus naar school gevaarlijke punten kent;

    • b.

      leerlingen die door hun handicap niet zelfstandig van het openbaar vervoer of de fiets gebruik kunnen maken.

  • 2.

    De vergoeding bestaat uit de kosten van het openbaar vervoer of het beschikbaar stellen van een zitplaats in een taxi(busje) voor de begeleider.

  • 3.

    De ouders/verzorgers zijn verantwoordelijk voor het organiseren van de begeleiding.

    Als zij door ziekte of door andere oorzaken (werk, verzorging andere kinderen in het gezin, etc.) de begeleiding niet op zich kunnen nemen, moeten zij zelf alternatieve begeleiding verzorgen. De eventuele kosten hiervan zijn ook voor eigen rekening. Dit geldt ook voor ouders die hun kind geheel of gedeeltelijk zelf naar school brengen met de auto, fiets of bromfiets.

  • 4.

    Als het begeleiden van een leerling door de ouders of anderen onmogelijk is of tot ernstige benadeling van het gezin zou leiden, kan de gemeente de ouder vrijstellen van begeleiding en aangepast vervoer toekennen. Dat is het geval bij:

    • a.

      eenoudergezinnen met andere kinderen in de leeftijd t/m 12 jaar die niet zelfstandig naar school kunnen gaan

    • b.

      medische redenen ouders (gemeente behoudt zich het recht voor hierover medisch advies aan te vragen bij een daartoe aangewezen instantie). Als één van de ouders een medische beperking heeft en er andere kinderen in het gezin zijn, dan dient beoordeling als eenoudergezin (zie hierboven) plaats te vinden.

9. Medisch advies

  • 1.

    Ouders van leerlingen die op basis van hun handicap aanspraak wensen te maken op een vervoersvoorziening worden bij de indiening van hun aanvraag gevraagd te onderbouwen waarom de aangevraagde voorziening nodig is. De gemeente kan de GGD Zuid Limburg daarover een medisch advies vragen.

  • 2.

    In bijlage 1 is een scholenoverzicht opgenomen. Voor leerlingen van scholen waarbij in de kolom GGD “Nee” staat is geen voorafgaand medisch advies nodig .

  • 3.

    Indien nodig kan ook een medisch advies worden gevraagd als er onduidelijkheid bestaat over de mogelijkheid van ouders/verzorgers om het kind te begeleiden.

10. Opvulsysteem

  • 1.

    aanbod aangepast vervoer:

    • a.

      Als er aangepast vervoer rijdt naar de desbetreffende school van de leerling en de leerling heeft in de zin van de Verordening leerlingenvervoer geen recht op aangepast vervoer, maar recht op een (brom)fietsvergoeding, (brom)fietsvergoeding met begeleiding, openbaar vervoer of openbaar vervoer met begeleiding, dan kan het college bepalen dat de leerling meereist met het aangepast vervoer, als er sprake is van open plaatsen in het busje/taxi naar de desbetreffende school.

    • b.

      Indien het aantal open plaatsen in het busje/taxi ontoereikend is, dan wordt op basis van een advies van de GGD-ZL bepaald welke leerling(en) mee mag/mogen reizen met het aangepast vervoer. Uitgangspunt hierbij is dat het college de leerling, die vanwege zijn handicap het minst gemakkelijk gebruik kan maken van de voor hem/haar geïndiceerde voorziening, te weten (brom)fietsvergoeding, (brom)fietsvergoeding met begeleiding, openbaar vervoer of openbaar vervoer met begeleiding, een plaats in het aangepaste vervoer aanbiedt. Mochten deze medische adviezen geen eenduidig uitsluitsel opleveren, dan bepaalt de gemeente op basis van loting welke leerling in aanmerking komt voor de beschikbare open plaats(en) in het busje/taxi.

  • 2.

    beëindiging aanbieding aangepast vervoer:

    • a.

      Als een nieuwe leerling zich tijdens het schooljaar meldt en aangewezen is op aangepast gepast vervoer en het busje/taxi vol is, dan zal de leerling die eigenlijk geïndiceerd is voor (brom)fietsvergoeding, (brom)fietsvergoeding met begeleiding, openbaar vervoer of openbaar vervoer met begeleiding hiervoor plaats moeten maken.

    • b.

      Dit ‘plaats maken’ wordt bepaald op basis van een medische advies van de GGDZL.

      Uitgangspunt hierbij is dat de leerling, die vanwege zijn handicap gemakkelijker gebruik kan maken van de voor hem/haar geïndiceerde voorziening, te weten (brom)fietsvergoeding, (brom)fietsvergoeding met begeleiding, openbaar vervoer of openbaar vervoer met begeleiding dan de overige medereizigers, plaats maakt en gebruik gaat maken van de voor hem/haar geïndiceerde voorziening.

      Mochten deze medische adviezen geen eenduidig uitsluitsel opleveren, dan bepaalt de gemeente op basis van loting welke leerling in aanmerking komt voor de beschikbare open plaats(en) in het busje/taxi.

  • 3.

    Als niet voldaan wordt aan het afstandscriterium kan het college lid 1 en 2 van dit artikel overeenkomstig toepassen.

  • 4.

    Inzet ouders:

    Ouders kunnen, met het oog op het bevorderen van de zelfredzaamheid en zelfstandigheid van hun kind, besluiten geen gebruik te maken van het aanbod van de gemeente tot aangepast vervoer. Het is in dat geval hun taak om hun kind, eventueel onder begeleiding, te leren reizen met openbaar vervoer.

11. Co-ouderschap

Co-ouderschap is geen wettelijke term maar wordt in deze beleidsregels als volgt omschreven: Ouders, al dan niet gescheiden, die niet bij elkaar wonen, kunnen afspreken om hun kind(eren) gezamenlijk te (blijven) verzorgen en opvoeden. Er is sprake van co-ouderschap als zowel de moeder als de vader in een regelmatige afwisseling de zorg voor het kind of de kinderen heeft. In dit geval is er sprake van twee plaatsen waar het kind structureel en feitelijk verblijft. Waar het kind staat ingeschreven doet niet ter zake.

Om aanspraak te maken op bekostiging van leerlingenvervoer voor de dagen dat de leerling bij de betreffende ouder verblijft, moeten beide ouders afzonderlijk een aanvraag indienen bij de gemeente waar hij of zij woont. Ouders moeten daarbij aangeven wanneer het kind waar verblijft.

De gemeente toetst de aanvraag aan de eigen verordening leerlingenvervoer en beoordeelt o.a. of de school de dichtstbijzijnde toegankelijke school is en of de aanvraag voldoet aan de afstandsgrens. Het kan voorkomen dat er slechts in één gemeente aanspraak op leerlingenvervoer bestaat.

12. Stagevervoer

Als de stage een onderdeel is van het onderwijsprogramma en de leerling dagelijks leerlingenvervoer krijgt naar de school dan bestaat er in beginsel aanspraak op leerlingenvervoer naar het stageadres. Het verzoek om vervoer naar een stageplaats moet vergezeld gaan van een stageovereenkomst.

13. Schooltijden en schooldagen

De gemeente organiseert aangepast vervoer alleen op vaste schooldagen (uitgaande van 200 schooldagen per jaar) en vaste schooltijden zoals genoemd in de schoolgids van de school.

13a Vervoer naar de opvangklas

In afwijking van de bepalingen in deze beleidsregels organiseert de gemeente het vervoer van kinderen van in Schinnen gehuisveste statushoudersi naar de opvangklas in de basisschool Petrus Canisius te Puth. De daaraan verbonden voorwaarden zijn:

  • 1.

    Er geldt geen afstandscriterium als bedoeld in artikel 2 van deze beleidsregels;

  • 2.

    Er is geen sprake van betaling van een geldelijke vergoeding als bedoeld in artikel 4 indien ouders het vervoer zelf regelen;

  • 3.

    Het vervoer betreft alleen het vervoer van huis naar de basisschool Puth en terug, vervoer naar buitenschoolse opvang is uitgesloten, dat geldt ook voor het ophalen en/of afzetten op een ander adres dan het huisadres volgens het GBA;

  • 4.

    Aanvullende begeleiding is gelet op de afstand huis-school niet aan de orde, c.q. wordt niet georganiseerd noch vergoed;

  • 5.

    Het vervoer naar de opvangklas in de basisschool Puth kan gecombineerd worden met het vervoer van leerlingen naar andere scholen;

  • 6.

    In overleg met de begeleider van (de ouders van) het kind van Vluchtelingenwerk kan de gemeente besluiten dat vervoer per fiets meer passend is gelet op de leeftijd en het bezoek van opvolgend regulier basis- of vervolgonderwijs aan een andere school (binnen of buiten de gemeente Schinnen);

  • 7.

    Voor het vervoer zijn de ouders geen eigen bijdrage verschuldigd;

  • 8.

    Dit artikel treedt in werking als de voorliggende voorziening via Vluchtelingenwerk Schinnen niet meer mogelijk is en op een door burgemeester en wethouders te bepalen tijdstip.

14. Eigen bijdrage

  • 1.

    In aanvulling op hetgeen in de verordening is bepaald is geen eigen bijdrage verschuldigd voor:

    • a.

      Pleegkinderen

    • b.

      Het derde en volgende kind uit één gezin indien uit dat gezin al twee kinderen van het leerlingenvervoer gebruik maken en hiervoor een eigen bijdrage verschuldigd is

  • 2.

    Voor kinderen die niet vanaf de start van het schooljaar van het leerlingenvervoer gebruik maken, wordt voor de bepaling van de eigen bijdrage uitgegaan van een schooljaar van 200 dagen.

15. Terugvordering

Het college hanteert het uitgangspunt dat ten onrechte ontvangen tegemoetkomingen leerlingenvervoer altijd van de ouders worden teruggevorderd, tenzij er sprake is van dringende redenen om hiervan af te zien.

16. Inwerkingtreding en citeertitel

De beleidsregels treden, na bekendmaking, in werking op 1 juni 2016 en zijn gewijzigd bij besluit van 8 november 2016 en kunnen worden aangehaald als Beleidsregels leerlingenvervoer gemeente Schinnen 2016.


i

Statushouders: Statushouders zijn formeel erkende vluchtelingen met een (tijdelijke) verblijfsvergunning. Het verzoek tot asiel is ingewilligd.