Eilandsverordening naamgeving en nummering (adressen)

Geldend van 04-10-2013 t/m heden

Intitulé

Eilandsverordening naamgeving en nummering (adressen)

De Eilandsraad van het Openbaar Lichaam St. Eustatius;

gelezen het voorstel van het bestuurscollege van 15 mei 2013, nr.0101/13;

mede gelezen de besluiten van het bestuurscollege van 23 november 2010, nr. 51 en 14 mei 2013 nr.10;

gezien de brief van de Straatnamencommissie d.d. 14 augustus 2013;

gehoord het advies van de Centrale commissie van 19 september 2013;

gelet op artikel 152 van Wet openbare lichamen Bonaire Sint Eustatius en Saba (WolBES)‚

Besluit:

Vast te stellen de eilandsverordening naamgeving en nummering (adressen)

HOOFDSTUK 1. ALGEMENE BEPALINGEN

Artikel 1. Definities

In deze verordening (en de daarop berustende bepalingen) wordt verstaan onder:

  • a.

    Adres: door het Bestuurscollege aan een verblijfsobject, een standplaats of een ligplaats toegekende benaming, bestaande uit een combinatie van de naam van een openbare ruimte, een nummeraanduiding en de naam van een woonplaats.

  • b.

    Afgebakend terrein: een terrein met een kunstmatige of natuurlijke afbakening, waarop zich geen verblijfsobjecten bevinden en dat betreedbaar en afsluitbaar is.

  • c.

    College: het Bestuurscollege van het Openbaar Lichaam St. Eustatius.

  • d.

    Ligplaats: door het college als zodanig aangewezen plaats in het water, al dan niet aangevuld met een op de oever aanwezig terrein of een gedeelte daarvan, die is bestemd voor het permanent afmeren van een voor woon-‚ bedrijfsmatige of recreatieve doeleinden geschikt vaartuig.

  • e.

    Nummeraanduiding: door het college als zodanig toegekende aanduiding van een verblijfsobject, een standplaats, een ligplaats en een afgebakend terrein dat bestaat uit een of meer (Arabische) cijfers, al dan niet met toevoeging van een letter- en/of cijfercombinatie.

  • f.

    Openbare ruimte: door het college als zodanig aangewezen en van een naam te voorziene buitenruimte die en/of binnen een woonplaats is gelegen of daarbuiten op het eilandelijk grondgebied, waaronder tevens alle voor het openbaar rijverkeer of ander verkeer openstaande wegen of paden, pleinen, plaatsen, plantsoenen, of daarmee vergelijkbare plaatsen of constructies en alle wateren die, al dan niet met enige beperking, voor het publiek bevaarbaar of anderszins toegankelijk zijn, alsmede daarin begrepen alle bouwwerken die daar deel van uitmaken.

  • g.

    Pand: kleinste bij de totstandkoming functioneel en bouwkundig-constructief zelfstandige eenheid die direct en duurzaam met de aarde is verbonden en betreedbaar en afsluitbaar is.

  • h.

    Rechthebbende: een ieder die krachtens eigendom of een beperkt zakelijk recht of een persoonlijk recht zodanig beschikking heeft over een onroerende zaak dat hij naar burgerlijk recht bevoegd is om in die zaak te handelen zoals in de verordening is voorgeschreven, alsmede de beheerder.

  • i.

    Standplaats: door het college als zodanig aangewezen terrein of een gedeelte daarvan dat is bestemd voor het permanent plaatsen van een niet direct en duurzaam met de aarde verbonden en voor woon-‚ bedrijfsmatige of recreatieve doeleinden geschikte ruimte.

  • j.

    Uitvoeringsvoorschriften: nadere bepalingen inzake naamgeving en nummering (adressen).

  • k.

    Verblijfsobject: de kleinste binnen één of meerdere panden gelegen en voor woon-‚ bedrijfsmatige of recreatieve doeleinden geschikte eenheid van gebruik die ontsloten wordt via een eigen afsluitbare toegang vanaf de openbare weg, een erf of een gedeelde verkeersruimte, die onderwerp kan zijn van goederenrechtelijke rechtshandelingen en in functioneel opzicht zelfstandig is.

  • l.

    Wijk- en buurtindeling: een indeling van het eilandelijk gebied in wijken en buurten.

  • m.

    Woonplaats: door het college als zodanig aangewezen en van een naam voorzien gedeelte van het eilandelijk grondgebied.

HOOFDSTUK 2. NAAMGEVING EN BEGRENZING VAN WOONPLAATSEN, TOEKENNEN VAN NAMEN AAN DE OPENBARE RUIMTE, HET NUMMEREN VAN VERBLIJFSOBJECTEN, LIGPLAATSEN, STANDPLAATSEN EN AFGEBAKENDE TERREINEN

Artikel 2. Woonplaatsen en naamgeving

  • 1. Het college stelt de grens en de naam van de woonplaats(en) vast en kan desgewenst de woonplaats(en), al dan niet op basis van bouwblokken, in wijken en buurten verdelen en aanduiden met namen, zo nodig met letters en nummers.

  • 2. Het college kent per woonplaats namen toe aan delen van de openbare ruimte en zonodig aan publieke gebouwen en bouwwerken.

  • 3. Onder vaststellen, verdelen, aanduiden en toekennen, zoals bedoeld in het eerste lid en tweede lid, wordt tevens begrepen het wijzigen en intrekken daarvan.

Artikel 3. Nummering

  • 1. Het college stelt de ligplaatsen en standplaatsen vast.

  • 2. Het college kent binnen het grondgebied van het Openbaar Lichaam nummers toe aan verblijfsobjecten, ligplaatsen en standplaatsen.

  • 3. Het college bepaalt de afbakening van panden, verblijfsobjecten, standplaatsen en ligplaatsen.

  • 4. De toekenning of afbakening, zoals bedoeld in het tweede en derde lid, kan ook op voor personen toegankelijke objecten, zijnde niet verblijfsobjecten of op afgebakende terreinen worden toegepast, indien dat naar oordeel van het college noodzakelijk is.

  • 5. Onder vaststellen, toekennen en bepalen, zoals bedoeld in het eerste tot en met vierde lid, wordt tevens begrepen het wijzigen en intrekken daarvan.

Artikel 4. Herkenbaarheid

  • 1. De door het college toegekende namen, zoals vervat in artikel 2, worden door of in opdracht van de lokale overheid blijvend zichtbaar en in voldoende aantallen ter plaatse aangebracht.

  • 2. Aan objecten, zoals aangegeven in artikel 3, waarvoor een nummer is vastgesteld moet dat nummer op een doeltreffende wijze zijn aangebracht.

  • 3. Het is eenieder die daartoe niet is bevoegd is, verboden namen aan de openbare ruimte en woonplaatsen, wijken en buurten toe te kennen door deze op zichtbare wijze aan te brengen.

  • 4. Het is een ieder die daartoe niet is bevoegd, verboden aan een pand of verblijfsobject, stand- of ligplaats of afgebakend terrein nummers toe te kennen door deze op zichtbare wijze aan te brengen.

HOOFDSTUK 3. PLAATSEN VAN NAAM- EN NUMMERBORDEN

Artikel 5. Gedoogplicht naamborden

  • 1. Indien het college het nodig oordeelt dat borden met een wijk- of buurtaanduiding, borden met namen van de openbare ruimte, naamverwijsborden, nummerborden, nummerverzamelborden en andere (verwijs)aanduidingen aan een bouwwerk, gebouw, muur, paal, schutting of een andere soort terreinafscheiding worden aangebracht, draagt de rechthebbende er zorg voor dat de hier bedoelde borden vanwege of op verzoek en overeenkomstig de aanwijzingen van het college worden aangebracht, onderhouden, gewijzigd of verwijderd.

  • 2. Indien het college het noodzakelijk acht om een naambord, waarop de vervallen naam is doorgehaald, tijdelijk naast het naambord met de nieuwe naam te handhaven zal de rechthebbende dit toelaten als daaraan door het college een termijn van niet langer dan een jaar is verbonden.

  • 3. De rechthebbende zorgt er voor dat de in het eerste en tweede lid bedoelde borden vanaf de openbare weg duidelijk leesbaar blijven.

Artikel 6. Verplichting tot aanbrengen van nummerborden

  • 1. Tenzij het college anders heeft besloten, zorgt de rechthebbende van een object er voor dat de nummers, zoals bedoeld in artikel 3, tweede lid, worden aangebracht op een wijze zoals krachtens artikel 7 is bepaald.

  • 2. De rechthebbende draagt er zorg voor dat de in het eerste lid genoemde nummers binnen vier weken na kennisgeving van het besluit van het college zijn aangebracht.

  • 3. Indien een verblijfsobjecten, ligplaatsen, standplaatsen of afgebakend terrein nog niet is voltooid, wordt het nummer binnen vier weken na voltooiing aangebracht.

  • 4. Indien het college heeft besloten om een nummerbord, waarop het vervallen nummer is doorgehaald, naast het nummerbord met het nieuwe nummer te handhaven zal de rechthebbende dit toelaten of daar uitvoering aan geven als daaraan door het college een termijn van niet langer dan een jaar is verbonden.

  • 5. Het college kan de in het tweede en derde lid genoemde termijn verlengen.

HOOFDSTUK 4. NADERE VOORSCHRIFTEN

Artikel 7. Uitvoeringsvoorschriften

  • 1. Het college kan uitvoeringsvoorschriften vaststellen betreffende het proces en de wijze van:

    • a.

      naamgeving en van begrenzing van woonplaatsen, wijken, buurten en bouwblokken;

    • b.

      naamgeving en begrenzing van de openbare ruimte;

    • c.

      nummering van verblijfsobjecten, ligplaatsen en standplaatsen en afgebakende terreinen;

    • d.

      opmaak van formulieren, besluiten en verklaringen.

HOOFDSTUK 5. STRAF-‚ OVERGANGS- EN SLOTBEPALINGEN

Artikel 8. Strafbepaling

  • 1. Overtreding van artikel 4, tweede en derde lid, artikel 5 en artikel 6, eerste tot en met het vierde lid, wordt gestraft met een geldboete van de eerste categorie.

  • 2. Bij vaststelling van deze eilandsverordening wordt met toezicht op de naleving van het bepaalde bij of krachtens deze verordening belast de Directie Economie en Infrastructuur in het kader van diens taken betreffende openbare ruimten en beheer. Na inwerkingtreding van deze verordening kunnen anderen, door het Bestuurscollege daartoe aangewezen, worden belast met het toezicht op de naleving van het bepaalde bij of krachtens deze verordening.

Artikel 9. Inwerkingtreding

De verordening treedt in werking op de dag na de datum van bekendmaking.

Artikel 10. Vervallen oude regels

Met de inwerkingtreding van deze verordening vervallen alle eerdere regels en voorschriften voor het benoemen van delen van de openbare ruimte en het nummeren van de daaraan liggende objecten.

Artikel 11. Overgangsbepaling

  • 1. Namen en nummers die op grond van de in artikel 10 genoemde regels en voorschriften aan objecten zijn toegekend, blijven na inwerkingtreding van deze verordening bestaan.

  • 2. Het college kan in afwijking van het eerste lid besluiten dat de op grond van de in het eerste lid genoemde regels en voorschriften aangebrachte namen en nummers binnen een door hen te bepalen termijn moeten worden vervangen door namen en nummers die voldoen aan de bij of krachtens deze verordening gestelde voorschriften.

Artikel 12. Citeertitel

Deze eilandsverordening kan worden aangehaald als ‘Verordening naamgeving en nummering openbare ruimten’.

Ondertekening

Vastgesteld in de openbare eilandsraadsvergadering van 3 oktober 2013.
De voorzitter, De eilandgriffier,