Ziet u een fout in deze regeling? Meld het ons op regelgeving@overheid.nl!
Sittard-Geleen

Verordening op het beheer en het gebruik van de algemene begraafplaatsen Sittard-Geleen 2002

Wetstechnische informatie

Gegevens van de regeling
OrganisatieSittard-Geleen
OrganisatietypeGemeente
Officiële naam regelingVerordening op het beheer en het gebruik van de algemene begraafplaatsen Sittard-Geleen 2002
CiteertitelBeheersverordening algemene begraafplaatsen Sittard-Geleen 2002
Vastgesteld doorgemeenteraad
Onderwerpbestuur en recht
Eigen onderwerp

Opmerkingen met betrekking tot de regeling

Geen

Wettelijke grondslag(en) of bevoegdheid waarop de regeling is gebaseerd

  1. Wet op de lijkbezorging
  2. Gemeentwet Art. 149
Overzicht van in de tekst verwerkte wijzigingen

Datum inwerkingtreding

Terugwerkende kracht tot en met

Datum uitwerkingtreding

Betreft

Datum ondertekening

Bron bekendmaking

Kenmerk voorstel

01-01-200212-04-2012nieuwe regeling

13-12-2001

Maas en Mijn, datum n.b.

Gemeenteblad 2001/177

Tekst van de regeling

Intitulé

Verordening op het beheer na het gebruik van de algemene begraafplaatsen Sittard-Geleen 2002

De raad der gemeente Sittard–Geleen,

Gezien het voorstel van burgemeester en wethouders van

Overwegende, dat het gewenst is geharmoniseerde regels vast te stellen voor het gebruik en beheer van de algemene begraafplaatsen;

Gelet op het gestelde in de Wet op de Lijkbezorging en artikel 149 van de Gemeentewet;

BESLUIT:

vast te stellen de navolgende verordening:

VERORDENING OP HET BEHEER EN HET GEBRUIK VAN DE ALGEMENE BEGRAAFPLAATSEN 2002

Hoofdstuk 1 Inleidende bepalingen

Artikel 1

Begripsomschrijvingen

Deze verordening verstaat onder:

  • 1.

    begraafplaatsen: de begraafplaatsen Lahrweg, Broeksittard, Lindenheuvel, Geleen-Zuid, Vouersveld en Papenhoven.

  • 2.
    • a

      gewone huurgraven:

      graven, grafkelders daaronder begrepen, waarvoor aan een natuurlijk of rechtspersoon het uitsluitend recht is verleend tot:

      • -

        het doen begraven en begraven houden van lijken;

      • -

        het doen bijzetten en bijgezet houden van asbussen;

      • -

        het doen verstrooien van as.

    • b

      kinderhuurgraven:

      graven, waarvoor aan een natuurlijk of rechtspersoon het uitsluitend recht is verleend tot:

      • -

        het doen begraven of begraven houden van lijken van kinderen jonger dan 12 jaar;

      • -

        het doen bijzetten en bijgezet houden van asbussen met dien verstande dat alleen de as van een overleden persoon jonger dan 12 jaar kan worden bijgezet.

      • -

        het doen verstrooien van as met dien verstande dat alleen as van kinderen jonger dan 12 jaar verstrooid kan worden.

    • c

      uniforme huurgraven:

      graven waarvoor aan een natuurlijk of rechtspersoon het uitsluitend recht is verleend tot:

      • -

        het doen begraven of begraven houden van lijken;

      • -

        het doen bijzetten of bijgezet houden van asbussen.

    • d

      algemene graven:

      graven bij de gemeente in beheer waarin aan een ieder gelegenheid wordt geboden tot het doen begraven van lijken;

    • e

      algemene kindergraven:

      graven bij de gemeente in beheer waarin aan een ieder gelegenheid wordt geboden tot het doen begraven van lijken van kinderen jonger dan 12 jaar.

  • 3.
    • a

      urnenhuurgraven:

      speciaal daartoe aangewezen en ingerichte graven, bij de gemeente in beheer, waarvoor aan een natuurlijk of rechtspersoon het uitsluitend recht is verleend tot het doen bijzetten of bijgezet houden van asbussen.

    • b

      urnennis:

      een nis in de urnenmuur waarvoor aan een natuurlijk of rechtspersoon het uitsluitend recht is verleend tot het doen bijzetten of bijgezet houden van asbussen.

    • c

      algemene verstrooiingsplaats:

      speciale daartoe aangewezen plaats, bij de gemeente in beheer, waar aan ieder gelegenheid wordt geboden tot het doen verstrooien van de as van een overledene.

  • 4.
    • a

      asbus:

      een bus ter berging van as van een overledene;

    • b

      grafbedekking:

      gedenktekens en/of beplanting op een graf.

    • c

      beheerder:

      de ambtenaar die belast is met de dagelijkse leiding van de begraafplaats of degene die hem vervangt.

    • d

      rechthebbende:

      de rechthebbende op een huurgraf.

Artikel 2

Uitbreiding begrippen eigen en algemeen graf

  • 1.

    Voor de toepassing van het bij of krachtens deze verordening bepaalde wordt, voor zover van belang onder “eigen graf” mede verstaan: eigen urnennis en eigen verstrooiingsplaats.

  • 2.

    Voor de toepassing van het bij of krachtens deze verordening bepaalde wordt, voor zover onder “algemeen graf” mede verstaan: algemeen urnengraf.

Hoofdstuk 2 Openstelling, orde en rust op de begraafplaats

Artikel 3

Openstelling begraafplaatsen

  • 1.

    De begraafplaatsen zijn voor een ieder dagelijks toegankelijk gedurende de door burgemeester en wethouders bij nadere regels vast te stellen tijden. Zij maken deze tijden openbaar bekend.

  • 2.

    Ter handhaving van de orde en rust op de begraafplaatsen kunnen de toegangen tijdelijk worden gesloten.

  • 3.

    Het is verboden gedurende de tijd dat de begraafplaatsen niet voor publiek zijn geopend, zich daarop te bevinden, anders dan voor het bijwonen van een begrafenis of de bezorging van as.

Artikel 4

Ordemaatregelen

  • 1.

    Het is aan steenhouwers, hoveniers en daarmede gelijk te stellen personen verboden, anders dan met toestemming van burgemeester en wethouders, werkzaamheden voor derden aan grafbedekkingen op de begraafplaatsen te verrichten.

  • 2.

    Het is verboden met motorvoertuigen op de begraafplaatsen te rijden:

    • A.

      elders dan op de daartoe aangewezen rijwegen anders dan voor een begrafenis of voor het vervoeren van materialen;

    • B.

      sneller dan 10 km per uur.

  • 3.

    Burgemeester en wethouders kunnen ontheffing verlenen van het gestelde onder lid 2.

  • 4.

    Bezoekers, personeel van uitvaartondernemingen en personen die werkzaamheden op de begraafplaatsen hebben te verrichten, zijn verplicht zich in het algemeen belang van de orde, rust en netheid te houden aan de aanwijzingen van de beheerder.

  • 5.

    Degenen die zich niet houden aan de in het vierde lid bedoelde aanwijzing houden, moeten zich op eerste aanzegging van de beheerder van de begraafplaats verwijderen.

Artikel 5
  • 1.

    Dodenherdenkingen, onthullingen van gedenktekens en dergelijke plechtigheden op de begraafplaats moeten 14 dagen tevoren worden gemeld aan de beheerde onder opgave van datum en uur van de plechtigheid en de wijze waarop de plechtigheid zal plaatsvinden.

  • 2.

    De deelnemers aan de plechtigheid, bedoeld in het eerste lid moeten zich in het belang van de orde, rust en netheid houden aan de aanwijzingen van de beheerder.

Artikel 6

Opgravingen en ruimen

Het opgraven van lijken en het ruimen van graven is slechts toegestaan indien daarbij geen andere personen aanwezig zijn dan degenen die met deze werkzaamheden zijn belast.

Hoofdstuk 3 Voorschriften voor lijkbezorging

Artikel 7

Kennisgeving begraven en asbezorging, openen en sluiten van het graf

  • 1.

    Degene, die wil doen begraven, as wil doen bijzetten of as wil doen verstrooien, geeft daarvan uiterlijk om 12.00 uur van de werkdag voorafgaande aan die waarop de begraving, bijzetting of verstrooiing zal plaatsvinden, schriftelijk kennis aan de beheerder. De zaterdag geldt voor de toepassing van deze bepaling niet als werkdag. Indien de burgemeester toestemming heeft gegeven om het lijk binnen 36 uur na het overlijden te begraven moet de kennisgeving aan de beheerder zo tijdig mogelijk worden gedaan.

  • 2.

    Het lijk, dan wel het omhulsel en de asbus of urn moeten zijn voorzien van een duurzaam identiteitskenmerk. De gegevens van het kenmerk moeten overeenstemmen met de administratie van de begraafplaats.

  • 3.

    Het openen van een graf ter begraving of voor het bezorgen van as, en het daarna sluiten van een graf, alsmede het bedienen van de hulpmiddelen mag uitsluitend geschieden door het personeel van de begraafplaats op aanwijzingen en onder toezicht van de beheerder

  • 4.

    Het plaatsen van urnen en het verstrooien van as mag uitsluitend geschieden door het personeel van de begraafplaats op aanwijzingen en onder toezicht van de beheerder.

  • 5.

    Grafkelders worden door derden geopend, op aanwijzing en onder toezicht van de beheerder.

  • 6.

    Het wegnemen en opnieuw plaatsen van grafbedekking op een graf in verband met een bijbegraving geschiedt door de zorg en op kosten van rechthebbende onder toezicht van de beheerder.

Artikel 8

Over te leggen stukken

  • 1.

    Begraving mag slechts geschieden indien van tevoren het verlof tot begraven is overlegd aan de beheerder.

  • 2.

    Indien de begraving of de bezorging van as in een eigen graf zal plaatsvinden, dient een machtiging daartoe aan de beheerder te worden overlegd, ondertekend door de rechthebbende of, indien deze is overleden, door degene die in de uitvaart voorziet.

  • 3.

    Begraving of bijzetting in een eigen graf waarvan de uitgifte termijn binnen de wettelijke minimum grafrusttermijn afloopt, kan alleen plaatsvinden onder gelijktijdige verlenging van de uitgiftetermijn tot minimaal 10 jaar. De verlenging dient te worden aangevraagd door de rechthebbende of, indien deze is overleden, door een van de andere personen, genoemd in artikel 17, tweede lid.

  • 4.

    De in het vorige lid bedoelde periode van verlenging wordt naar boven afgerond op gehele jaren.

  • 5.

    De beheerder onderzoekt de genoegzaamheid van de overgelegde stukken.

Artikel 9

Tijden van begraven en asbezorging

  • 1.

    De tijd van begraven en het bezorgen van as is:

    van maandag tot en met zaterdag van 09.00 tot 17.00 uur;

  • 2.

    Burgemeester en wethouders kunnen in bijzondere gevallen van deze tijden afwijken.

Hoofstuk 4 Indeling en uitgifte van de graven

Artikel 10

Indeling graven en asbezorging

  • 1.

    Op de begraafplaatsen kunnen worden uitgegeven:

    • o

      eigen graven en eigen urnengraven;

    • o

      eigen urnennissen;

    • o

      eigen verstrooiingsplaatsen;

  • 2.

    Burgemeester en wethouders bepalen bij nader vast te stellen regels hoeveel lijken en hoeveel asbussen er kunnen worden bijgezet in de eigen graven en hoeveel verstrooiingen van as er op of in de eigen graven kunnen plaatshebben. Zij bepalen tevens de afmetingen en de uitgifteduur van de eigen graven. De uitgifteduur kan niet korter zijn dan de minimumtermijn vastgesteld in de Wet op de lijkbezorging.

Artikel 11

Aantal overledenen in algemene graven

  • 1.

    In de algemene graven kan een door burgemeester en wethouders te bepalen aantal lijken worden begraven.

  • 2.

    In de algemene urnengraven kan een door burgemeester en wethouders te bepalen aantal asbussen met of zonder urn worden bijzet.

Artikel 12

Volgorde van uitgifte

  • 1.

    De eigen graven worden slechts voor directe begraving en in volgorde van ligging uitgegeven.

  • 2.

    Burgemeester en wethouders kunnen een eigen graf toewijzen anders dan voor directe begraving en buiten de volgorde van uitgifte, indien dit wegens de situatie op de begraafplaatsen niet bezwaarlijk is.

Artikel 13

Categorieën

Burgemeester en wethouders kunnen bij nader vast te stellen regels de algemene en eigen graven onderverdelen in categorieën. Zij bepalen voor de verschillende categorieën de situering en oppervlakte.

Artikel 14

Termijnen eigen graven

  • 1.

    Burgemeester en wethouders verlenen, voor zover de daartoe bestemde ruimte van de begraafplaatsen zulks toelaat, op een daartoe bij hen schriftelijk in de dienen aanvraag, voor de tijd van twintig jaar het recht op een eigen graf. De termijn begint te lopen op de datum waarop het eigen graf is uitgegeven.

  • 2.

    Burgemeester en wethouders verlenen, voor zover de daartoe bestemde ruimte van de begraafplaatsen zulks toelaat, op een daartoe bij hen schriftelijk in de dienen aanvraag, voor de tijd van tien jaar het recht op een urnengraf of urnennis. De termijn begint te lopen op de datum waarop het eigen graf is uitgegeven.

  • 3.

    Het in het eerste en tweede lid van dit artikel bedoelde recht wordt op aanvraag van de rechthebbende verlengd telkens met een termijn van tien jaren, mits de aanvraag vóór het verstrijken van de lopende termijn wordt ingediend.

  • 4.

    Een recht als in dit artikel bedoeld, kan slechts aan één rechthebbende worden verleend ten behoeve van zichzelf en voor de personen genoemd in artikel 17, eerste lid. Verlening van het recht ten behoeve van een ander is slechts mogelijk indien daarvoor gewichtige redenen bestaan.

Artikel 15

Grafkelder

Burgemeester en wethouders kunnen aan de rechthebbende op een eigen graf vergunning verlenen tot het daarin voor eigen rekening doen aanbrengen van een grafkelder overeenkomstig de door hen te stellen voorwaarden.

Artikel 16

Overschrijving van verleende rechten

  • 1.

    Het recht op een eigen graf kan op aanvraag van de rechthebbende worden overgeschreven ten name van de echtgenoot of levenspartner dan wel een bloedverwant of aanverwant tot en met de derde graad. Overschrijving op verzoek van de rechthebbende ten name van een ander dan de vorengenoemde personen is slechts mogelijk, indien daarvoor gewichtige redenen bestaan.

  • 2.

    Na het overlijden van de rechthebbende kan het eigen graf worden overgeschreven op naam van de echtgenoot of levenspartner dan wel een bloed- of aanverwant tot en met de derde graad, mits de aanvraag hiertoe wordt gedaan binnen één jaar na het overlijden van de rechthebbende. Overschrijving ten name van een ander dan de in de vorige zin bedoelde personen is slechts mogelijk, indien daarvoor gewichtige redenen bestaan.

  • 3.

    Indien na het overlijden van de rechthebbende de aanvraag tot overschrijving aan burgemeester en wethouders niet wordt gedaan binnen de in het tweede lid van dit artikel gestelde termijn, zijn burgemeester en wethouders bevoegd het recht op het eigen graf te doen vervallen.

  • 4.

    Na het verstrijken van de in het tweede lid genoemde termijn van een jaar kunnen burgemeester en wethouders het eigen graf alsnog op naam stellen van een nieuwe rechthebbende, tenzij dit recht betrekking heeft op een eigen graf dat inmiddels is geruimd.

Artikel 17

Afstand doen van graven

Zonder aanspraak te kunnen maken op enige vergoeding kan de rechthebbende schriftelijk afstand doen ten behoeve van de gemeente van het recht op een eigen graf. Van de ontvangst van zodanige verklaring doen burgemeester en wethouders schriftelijk mededeling aan de rechthebbende.

Artikel 18

Sluiting van graven

  • 1.

    Op aanvraag van de rechthebbende kunnen burgemeester en wethouders een graf gesloten verklaren. Gedurende de tijd dat een graf gesloten is, mag daarop geen andere grafbedekking worden geplaatst en mag daarin geen andere begraving plaatsvinden, of asbus worden bijgezet, dan wel as worden verstrooid dan die van de stoffelijke overschotten van de personen die de rechthebbende in zijn aanvraag met name heeft genoemd.

  • 2.

    Burgemeester en wethouders bepalen in overleg met de rechthebbende de periode waarvoor de in het eerste lid bedoelde sluiting zal geschieden. Zij stellen de bijzondere voorwaarden vast, waaraan moet zijn voldoen alvorens het graf gesloten wordt verklaard.

Hoofdstuk 5 Grafbedekkingen

Artikel 19

Vergunning gedenkteken

  • 1.

    Voor het hebben van een gedenkteken is de schriftelijke vergunning nodig van burgemeester en wethouders.

  • 2.

    Omtrent de wijze van aanvrage van de vergunning, de aard en de afmetingen van de grafbedekking en de wijze van aanbrengen kunnen burgemeester en wethouders nadere regels vaststellen.

  • 3.

    Burgemeester en wethouders kunnen ontheffing verlenen van de door hen vastgestelde nadere regels.

  • 4.

    Burgemeester en wethouders kunnen de vergunning weigeren indien:

    • a.

      niet voldaan wordt aan de door hen vastgestelde nadere regels;

    • b.

      het gedenkteken afbreuk doet aan het aanzien van de begraafplaats;

    • c.

      de duurzaamheid van de materialen onvoldoende is;

    • d.

      de constructie van het gedenkteken ondeugdelijk is.

Artikel 20

Grafbeplanting

Het is de rechthebbende op een eigen graf toegestaan grafbeplanting op het graf aan te brengen of te doen aanbrengen. Niet-blijvende beplantingen op een graf die in een verwaarloosde staat verkeren kunnen door de beheerder onmiddellijk worden verwijderd zonder dat aanspraak kan worden gemaakt op schadevergoeding. Losse bloemen, planten, kransen en dergelijke kunnen, wanneer zij verwelkt zijn, door de beheerder worden verwijderd.

Artikel 21

Verwijdering grafbedekking

  • 1.

    De grafbedekking kan na het verstrijken van de graftermijn door burgemeester en wethouders worden verwijderd.

  • 2.

    Het voornemen tot verwijdering van de grafbedekking wordt gedurende ten minste een jaar voorafgaande aan het tijdstip waarop de grafbedekking zal worden verwijderd op een op het te ruimen graf te plaatsen bordje door burgemeester en wethouder bekend gemaakt, tenzij het adres van de rechthebbende bij burgemeester en wethouders bekend is. In dat geval maken zij aan hem uiterlijk een jaar voor het genoemde tijdstip per brief hun voornemen bekend.

  • 3.

    Op grond van een daartoe door de rechthebbende bij burgemeester en wethouders ingediende aanvraag, blijft de grafbedekking na indiening van de aanvraag nog gedurende twaalf weken ter beschikking van degene aan wie een vergunning als bedoeld in artikel 20 was verleend. De aanvraag kan worden ingediend gedurende de in het tweede lid genoemde termijn.

  • 4.

    De grafbedekking vervalt aan de gemeente indien geen verzoek op grond van het derde lid is ingediend en de termijn waarbinnen dit verzoek had kunnen worden ingediend is verstreken.

Artikel 22

Onderhoud door de rechthebbende

  • 1.

    De rechthebbende is verplicht het graf c.q. de grafbedekking behoorlijk te onderhouden en/of te herstellen.

  • 2.

    Indien hij nalaat de grafbedekking behoorlijk te onderhouden of te herstellen, kunnen burgemeester en wethouders de hiervoor in aanmerking komende voorwerpen of zo nodig de gehele grafbedekking doen verwijderen zonder dat aanspraak gemaakt kan worden op enige schadevergoeding.

  • 3.

    De verwijdering vindt niet plaats dan nadat de rechthebbende behoorlijk per brief is opgeroepen om te worden ingelicht over de toestand van de grafbedekking en niet vóór de twaalfde week na de oproeping. De oproeping geschiedt door mededeling op het mededelingenbord op de begraafplaats als het adres van de rechthebbende niet bekend is. Bij het graf wordt een verwijzing naar de mededeling aangebracht.

Artikel 23

Aansprakelijkheid

  • 1.

    wanneer door of namens rechthebbende werkzaamheden worden verricht aan het graf en/of grafbedekking is de rechthebbende aansprakelijk voor eventuele schade aan eigendommen en/of grafbedekkingen van derden.

  • 2.

    bij schade aan graven en/of grafbedekkingen dient de gedupeerde rechthebbende zelf zorg te dragen voor de aansprakelijkheid en het verhaal van de schade.

  • 3.

    bij schade aan grafbedekkingen zal de beheerder van de begraafplaats alle informatie verstrekken welke nodig is voor de aansprakelijkheid en het verhaal van de schade.

Hoofdstuk 6 Ruiming van graven, urnengraven en urnennissen

Artikel 24

Ruiming, bezorging van overblijfselen en as

  • 1.

    Het voornemen van burgemeester en wethouders om een graf te ruimen wordt gedurende tenminste een jaar voorafgaande aan het tijdstip waarop het graf geruimd zal worden, op een bij het te ruimen graf te plaatsen bordje ter kennis van de belanghebbenden gebracht, tenzij het adres van de rechthebbende op het graf bij hen bekend is. In dat geval maken zij hem uiterlijk een jaar voor het genoemde tijdstip per brief hun voornemen bekend.

  • 2.

    De bij de ruiming van het graf nog aanwezige overblijfselen van lijken worden begraven c.q. de as wordt verstrooid op een van de daartoe bestemde, afgesloten gedeelten van de begraafplaatsen.

  • 3.

    Nabestaanden van een overledene die begraven is in een algemeen graf kunnen gedurende de in het eerste lid bedoelde termijn burgemeester en wethouders schriftelijk verzoeken bij de ruiming de overblijfselen, indien mogelijk, bijeen te doen brengen voor herbegraving elders.

  • 4.

    De rechthebbende op een eigen graf, kan bij burgemeester en wethouders een aanvraag indienen om de overblijfselen te doen verzamelen om deze weder in dezelfde grafruimte te doen plaatsen dan wel om deze elders opnieuw te doen begraven.

De rechthebbende op een eigen urnengraf of urnennis kan bij burgemeester en wethouders een aanvraag indienen de asbus ter beschikking te houden om elders bij te zetten of om de as te doen verstrooien.

Hoofdstuk 7 Instandhouden historische graven en opvallende grafbedekking

Artikel 26

Lijst

  • 1.

    Burgemeester en wethouders houden een lijst van graven die van historische betekenis zijn of waarvan de grafbedekking een opvallende kwaliteit heeft.

  • 2.

    Alvorens tot ruiming van graven of verwijdering van monumenten wordt overgegaan onderzoeken burgemeester en wethouders of er graven zijn die in aanmerking komen om op de lijst te worden bijgeschreven.

  • 3.

    De gemeenteraad beslist over het ruimen van graven en het verwijderen van grafbedekkingen die op de in het eerste lid bedoelde lijst staan.

Hoofdstuk 8 Inrichting register

Artikel 27

Voorschriften

  • 1.

    Burgemeester en wethouders stellen voorschriften vast voor het register van de begraven lijken en de bezorgde as.

  • 2.

    Het register wordt bijgehouden door de burgerlijke stand van de Gemeente Sittard-Geleen.

Hoofdstuk 10 Klachten

Artikel 28

Indiening, behandeling en beslissing

  • 1.

    Rechthebbende op een graf, de echtgenoot of levenspartner dan wel een bloed- of aanverwant tot en met de derde graad, kunnen omtrent feitelijke handelingen of het nalaten van feitelijke handelingen betreffende de begraafplaats een schriftelijk klacht indienen bij burgemeester en wethouders.

  • 2.

    Burgemeester en wethouders beslissen binnen dertig dagen na ontvangst van de klacht. Zij kunnen deze termijn met ten hoogste dertig dagen verlengen.

  • 3.

    Burgemeester en wethouders brengen de beslissing omtrent de klacht terstond ter kennis van de klager.

Hoofdstuk 11 Slotbepalingen

Artikel 29

Overgangsbepalingen

De rechten en plichten met betrekking tot eigen graven die voortvloeien uit de ingevolge artikel 32 ingetrokken verordening, worden geacht ingevolge deze verordening te zijn ontstaan.

Artikel 30

Strafbepalingen

Hij die handelt in strijd met de artikelen 3, derde lid en 4, tweede lid wordt gestraft met een geldboete van de eerste categorie.

Artikel 31

Inwerkingtreding

  • 1.

    deze verordening treedt in werking met ingang van 1 januari 2002

  • 2.

    met ingang van in lid 1 genoemde datum vervallen de bestaande verordeningen:

    • a.

      de “Verordening op het beheer en gebruik van de algemene begraafplaatsen” van de voormalige gemeente Sittard, vastgesteld in 1997.

    • b.

      de “Verordening op het beheer, de inrichting en het gebruik van de algemene begraafplaats Papenhoven, gelegen aan de Oude Kerkstraat” van de voormalige gemeente Born.

Artikel 32

Citeertitel

Deze verordening kan worden aangehaald als “Beheersverordening algemene begraafplaatsen Gemeente Sittard-Geleen 2002.”

Aldus vastgesteld in de openbare vergadering van de raad van de Gemeente Sittard-Geleen van 13 december 2001.

De secretaris

De burgemeester