Ziet u een fout in deze regeling? Meld het ons op regelgeving@overheid.nl!
Sittard-Geleen

Verordening loonkostensubsidie Participatiewet Sittard-Geleen 2015

Wetstechnische informatie

Gegevens van de regeling
OrganisatieSittard-Geleen
OrganisatietypeGemeente
Officiële naam regelingVerordening loonkostensubsidie Participatiewet Sittard-Geleen 2015
CiteertitelVerordening loonkostensubsidie Participatiewet Sittard-Geleen 2015
Vastgesteld doorgemeenteraad
Onderwerpmaatschappelijke zorg en welzijn
Eigen onderwerp

Opmerkingen met betrekking tot de regeling

geconsolideerde versie

Wettelijke grondslag(en) of bevoegdheid waarop de regeling is gebaseerd

Participatiewet, artikel 6 tweede lid

Regelgeving die op deze regeling is gebaseerd (gedelegeerde regelgeving)

Geen

Overzicht van in de tekst verwerkte wijzigingen

Datum inwerkingtreding

Terugwerkende kracht tot en met

Datum uitwerkingtreding

Betreft

Datum ondertekening

Bron bekendmaking

Kenmerk voorstel

01-02-2017Wijziging artt. 1, toelichting

20-04-2017

gmb-2017-114515

Onbekend.
01-07-201501-02-2017gewijzigde bijlage van artikel 2

11-06-2015

gemeenteblad d.d. 10 juli 2015 nr. 2015,62365

reg. nummer 1324311
01-01-201501-07-2015nieuwe verordening

12-11-2014

electronisch gemeenteblad d,d, 27-11-2014

2014, 68709

Tekst van de regeling

Intitulé

Verordening loonkostensubsidie Participatiewet Sittard-Geleen 2015

De raad van de gemeente Sittard-Geleen;

gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders van 23 september 2014;

gelet op artikel 6, tweede lid, van de Participatiewet;

gezien het advies van het Sociaal Overleg;

besluit vast te stellen de

Verordening loonkostensubsidie Participatiewet Sittard-Geleen 2015

Artikel 1 Vaststelling wie tot doelgroep loonkostensubsidie behoort

  • 1.

    Het college stelt vast of een persoon behoort tot de doelgroep loonkostensubsidie.

     

  • 2.

    Hierbij neemt het college de volgende criteria in acht:

     

  • 3.

    Het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen kan het college adviseren met betrekking tot het oordeel of een persoon behoort tot de doelgroep loonkostensubsidie. Het UWV neemt daarbij de in het tweede lid neergelegde criteria in acht

     

Artikel 2 Vaststelling loonwaarde

Het college gebruikt de in de bijlage omschreven wijze om de loonwaarde van een persoon vast te stellen.

 

Artikel 3 Inwerkingtreding en citeertitel

  • 1.

    Deze verordening treedt in werking op 1 januari 2015.

     

  • 2.

    Deze verordening wordt aangehaald als: Verordening loonkostensubsidie Participatiewet Sittard-Geleen 2015.

Aldus besloten in de openbare raadsvergadering van 12 november 2014

De raad voornoemd.

De griffier, drs. J. Vis

De voorzitter, drs. G.J.M. Cox

Bijlage bij artikel 2 - wijze waarop loonwaarde wordt vastgesteld

Het college maakt gebruik van Dariuz.

De loonwaardemethodiek van Dariuz bestaat uit drie stappen.

 

Vooronderzoek

De meting start met het uitzetten van een vragenlijst aan de werkgever en werknemer.

De werknemer ontvangt per e-mail een uitnodiging met een beveiligde link om in Dariuz een vragenlijst in te vullen. De vragenlijst kan op de werkplek of thuis ingevuld worden wanneer het schikt, Dariuz is immers een online applicatie. Dit zijn overwegend vragen over gedragingen die leiden tot competentiescores.

De werkgever vult een soortgelijke vragenlijst in, met als toevoeging dat hij of zij ook wordt gevraagd naar de vereisten van de functie. Het resultaat van deze antwoorden is namelijk dat Dariuz kan berekenen welke competenties in de normfunctie van belang zijn en die kan afzetten tegen het competentieprofiel van de betreffende medewerker. Zo is het resultaat van de meting niet enkel een percentage, de loonwaarde, maar geeft het direct inzicht in de duurzaamheid van de match en concrete handvatten om de loonwaarde van een medewerker te verhogen.

De loonwaardespecialist start zijn werk door de ingevulde vragenlijsten te analyseren middels het Werkblad dat de Dariuz applicatie genereert. Dit werkblad geeft voorlopige conclusies en signaleert aandachtspunten voor het bedrijfsbezoek, bijvoorbeeld tegenstrijdigheden in de antwoorden van de leidinggevende en grote verschillen tussen de antwoorden van de medewerker en de leidinggevende.

 

Bedrijfsbezoek

Het bedrijfsbezoek is de kern waar de loonwaardebepaling om draait. Er vindt een gesprek plaats met de leidinggevende en de medewerker, en er vindt een observatie plaats van de werksituatie. Echter door de grondige voorbereiding kunnen deze gesprekken efficiënt en tegelijkertijd diepgaand plaatsvinden.

 

Rapportage

Het maken van de eindrapportage vindt plaats in de Dariuz applicatie. De loonwaardespecialist koppelt zijn bevindingen van het bedrijfsbezoek aan de hand van het eerder ingevulde werkblad terug door middel van het doorlopen van een vragenlijst. Tevens is er de mogelijkheid om opmerkingen en adviezen toe te voegen en mee te nemen in de rapportage.

 

 

 

TOELICHTINGEN

Deze verordening is de geconsolideerde per 1 juli 2015 geldende versie, waarin het raadsbesluit van 11 juni 2015 tot wijziging van de bijlage bij artikel 2 is verwerkt.

Toelichting op deze wijziging:

Binnen de arbeidsmarktregio Zuid-Limburg is de keuze gemaakt om Dariuz als uniform diagnose- en loonwaarde-systeem vanaf 1 juli 2015 te gaan hanteren. Bij het opstellen van de verordeningen medio 2014 was deze keuze nog niet gemaakt en is het toenmalige systeem Arbolab in deze verordening opgenomen. Reden waarom nu een aangepaste bijlage wordt toegevoegd met een toelichting op de werking van het systeem Dariuz.

 

Toelichting Verordening Loonkostensubsidie Participatiewet gemeente Sittard-Geleen, vastgesteld op 12 november 2014:

Algemene deel

Deze verordening geeft uitvoering aan artikel 6, tweede lid, van de Participatiewet. Overeenkomstig deze bepaling dient de gemeenteraad bij verordening regels vast te stellen over de doelgroep loonkostensubsidie en de loonwaarde. De regels dienen in ieder geval te bepalen:

  • 1.

    de wijze waarop wordt vastgesteld wie tot de doelgroep loonkostensubsidie behoort, en

  • 2.

    de wijze waarop de loonwaarde wordt vastgesteld.

Het college kan op verzoek of ambtshalve vaststellen wie tot de doelgroep loonkostensubsidie behoort (artikel 10c van de Participatiewet). Personen zoals bedoeld in artikel 7, eerste lid, onderdeel a, van de Participatiewet die mogelijkheden tot arbeidsparticipatie hebben en van wie is vastgesteld dat zij met voltijdse arbeid niet in staat zijn tot het verdienen van het wettelijk minimumloon, behoren tot de doelgroep loonkostensubsidie (artikel 6, eerste lid, onderdeel e, van de Participatiewet).

Ook personen als bedoeld in artikel 10d, tweede lid, van de Participatiewet behoren tot de doelgroep loonkostensubsidie (artikel 6, eerste lid, onderdeel e, van de Participatiewet).

Heeft het college vastgesteld dat een persoon behoort tot de doelgroep loonkostensubsidie en is een werkgever voornemens met die persoon een dienstbetrekking aan te gaan, dan stelt het college in beginsel de loonwaarde van die persoon vast (artikel 10d, eerste lid, onderdeel a van de Participatiewet). Hiervoor is geen aanvraag vereist. De vastgestelde loonwaarde legt het college vast in een beschikking waartegen zowel de betrokken persoon als diens (potentiële) werkgever bezwaar en beroep kunnen instellen.

De loonwaarde is een vastgesteld percentage van het wettelijk minimumloon voor de door een persoon - die behoort tot de doelgroep loonkostensubsidie - verrichte arbeid in een functie naar evenredigheid van de arbeidsprestatie in die functie van een gemiddelde werknemer met een soortgelijke opleiding en ervaring, die niet tot de doelgroep loonkostensubsidie behoort (artikel 6, eerste lid, onderdeel g, van de Participatiewet).

In deze verordening gaat het om een andere vorm van loonkostensubsidie dan de vorm van loonkostensubsidie zoals omschreven in de re-integratieverordening Participatiewet.

De loonkostensubsidie zoals beschreven in deze verordening kan uitsluitend worden ingezet als de persoon in kwestie behoort tot de doelgroep loonkostensubsidie, als bedoeld in artikel 6, eerste lid, onderdeel e, van de Participatiewet: mensen met een arbeidsbeperking. Deze nieuwe vorm van loonkostensubsidie is niet per definitie tijdelijk, maar kan indien nodig voor een langere periode worden ingezet. Met dit instrument compenseert de gemeente werkgevers voor de verminderde productiviteit van de werknemer (zie Kamerstukken II 2013/14, 33 161, nr. 107, blz. 60).

Begrippen die al zijn omschreven in de Participatiewet, Algemene wet bestuursrecht (hierna: Awb) of de Gemeentewet zijn vanzelfsprekend ook van toepassing op deze verordening. Hiervan zijn in deze verordening daarom geen begripsomschrijvingen opgenomen. Voor de duidelijkheid zijn een aantal belangrijke wettelijke definities hieronder weergegeven:

doelgroep loonkostensubsidie (artikel 6, eerste lid, onderdeel e, Participatiewet): personen als bedoeld in artikel 7, eerste lid, onderdeel a, van wie is vastgesteld dat zij met voltijdse arbeid niet in staat zijn tot het verdienen van het wettelijk minimumloon, doch wel mogelijkheden tot arbeidsparticipatie hebben;

loonwaarde (artikel 6, eerste lid, onderdeel g, Participatiewet): vastgesteld percentage van het rechtens geldende loon voor de door een persoon, die tot de doelgroep loonkostensubsidie behoort, verrichte arbeid in een functie naar evenredigheid van de arbeidsprestatie in die functie van een gemiddelde werknemer met een soortgelijke opleiding en ervaring, die niet tot de doelgroep loonkostensubsidie behoort;

dienstbetrekking (artikel 6, eerste lid, onderdeel f Participatiewet): een privaatrechtelijke of publiekrechtelijke dienstbetrekking.

 

Artikelsgewijze toelichting

Enkel die bepalingen die verdere toelichting behoeven worden hieronder behandeld.

Artikel 1. Vaststelling wie tot doelgroep loonkostensubsidie behoort

In artikel 10c van de Participatiewet is geregeld wanneer wordt vastgesteld of een persoon tot de doelgroep loonkostensubsidie behoort: op schriftelijke aanvraag of ambtshalve. Ambtshalve vaststelling is alleen mogelijk bij:

  • 1.

    personen die algemene bijstand ontvangen;

  • 2.

    personen als bedoeld in artikel 34a, vijfde lid, onderdelen b en c, van de Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen (hierna: WIA), artikel 35, vierde lid onderdelen b en c, van de WIA en artikel 36, derde lid, onderdelen b en c, van de WIA tot het moment dat het inkomen uit arbeid in dienstbetrekking gedurende twee aaneengesloten jaren ten minste het minimumloon bedraagt en ten behoeve van die persoon in die twee jaren geen loonkostensubsidie als bedoeld in artikel 10d van de Participatiewet is verleend;

  • 3.

    personen als bedoeld in artikel 10, tweede lid, van de Participatiewet;

  • 4.

    personen met een uitkering op grond van de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte werkloze werknemers, en

  • 5.

    personen met een uitkering op grond van de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte gewezen zelfstandigen.

In artikel 10c van de Participatiewet is ook bepaald dat het aan college is om vast te stellen of een persoon tot de doelgroep loonkostensubsidie behoort. Binnen de kaders van de wet is het aan de gemeente om vast te stellen op welke wijze zij bepalen of mensen tot de doelgroep loonkostensubsidie behoren en of loonkostensubsidie voor hen wordt ingezet (zie Kamerstukken II 2013/14, 33 161, nr. 107, blz. 62). In artikel 1, tweede lid, is vastgelegd welke criteria daarbij in acht genomen worden. Deze cumulatieve criteria zijn ontleend aan artikel 6, eerste lid, onderdeel e, van de Participatiewet. Daarin is immers wettelijk de doelgroep loonkostensubsidie vastgelegd.

Onderdeel a ziet op het toekennen van loonkostensubsidie aan personen die nog geen dienstbetrekking hebben. Onderdeel b ziet op het toekennen van loonkostensubsidie aan personen met een reeds bestaande dienstbetrekking en die in de periode van 6 maanden voorafgaande aan de dienstbetrekking hebben deelgenomen aan praktijkonderwijs, voortgezet speciaal onderwijs of de entreeopleiding.

Bij de vaststelling of iemand behoort tot de doelgroep loonkostensubsidie kan het college zich laten adviseren door het UWV. Het college draagt personen voor die zouden kunnen behoren tot de doelgroep loonkostensubsidie, het UWV adviseert en neemt daarbij eveneens de in het tweede lid neergelegde criteria in acht. Op basis van het advies beslist het college of iemand tot de doelgroep loonkostensubsidie behoort. Alleen als sprake is van een onzorgvuldige totstandkoming van het advies, kan besloten worden het advies niet te volgen.

Artikel 2. Vaststelling loonwaarde

In artikel 10d, eerste lid, van de Participatiewet is bepaald dat als een persoon behoort tot de doelgroep loonkostensubsidie en een werkgever voornemens is een dienstbetrekking aan te gaan met die persoon, het college de loonwaarde van die persoon vaststelt met inachtneming van artikel 10d, vierde lid, van de Participatiewet. Hiervoor is geen aanvraag vereist. Het college kan tevens in overleg met de werkgever vaststellen dat de vaststelling van de loonwaarde gedurende maximaal de eerste zes maanden van de dienstbetrekking achterwege kan blijven (artikel 10d, eerste lid, onderdeel b van de Participatiewet en artikel 10d, vijfde lid, van de Participatiewet). Als deze periode is verstreken, dan moet de loonwaarde worden vastgesteld. De vastgestelde loonwaarde legt het college vast in een beschikking waartegen zowel de betrokken persoon als diens (potentiële) werkgever bezwaar en beroep kunnen instellen.

In de bijlage bij artikel 2 wordt de methode die het college gebruikt om de loonwaarde van die persoon te bepalen omschreven.

Als een dienstbetrekking tot stand komt, verleent het college loonkostensubsidie aan de werkgever met inachtneming van artikel 10d van de Participatiewet.

De gemeenteraad heeft ervoor gekozen om Competensys te gebruiken om de loonwaarde van een persoon vast te stellen. Deze methodiek is zowel van toepassing als het gaat om toepassing van artikel 10d, vierde lid, van de Participatiewet als om toepassing van artikel 10d, vijfde lid, van de Participatiewet.