Regeling vervallen per 16-04-2013

Besluit maatschappelijke ondersteuning

Geldend van 01-01-2000 t/m 15-04-2013

Intitulé

Besluit maatschappelijke ondersteuning

Hoofdstuk 1 – Algemene bepalingen

Artikel 1

Voor de begripsbepalingen wordt verwezen naar de Verordening Wmo voorzieningen gemeente Ten Boer.

Hoofdstuk 2 – Kosten voor rekening aanvrager, eigen bijdrage of eigen aandeel en berekening Maximale periodebijdrage

Artikel 2

Indien de aanvrager een duurdere voorziening wil dan de goedkoopst compenserende komt het meerdere voor rekening van de aanvrager.

Artikel 3

  • 3. 1 Voor voorzieningen die in de vorm van een financiële tegemoetkoming worden verstrekt, is een eigen aandeel verschuldigd (o.a. woningaanpassingen, verhuis- en inrichtingskosten, diverse vervoersvoorzieningen).

  • 3. 2 Voor voorzieningen die in natura of als persoonsgebonden budget worden verstrekt is een eigen bijdrage verschuldigd (o.a. huishoudelijke hulp, roerende woonvoorzieningen, scootmobielen).

  • 3. 3 In uitzondering op lid 1 en 2 is geen eigen aandeel of eigen bijdrage verschuldigd voor rolstoelvoorzieningen, voor collectief vervoer, voor woningaanpassingen in gemeenschappelijke ruimten, voor tijdelijke huisvesting, voor huurderving en voor voorzieningen voor kinderen jonger dan 18 jaar.

Artikel 4

  • 4. 1 De eigen bijdrage of het eigen aandeel wordt berekend, opgelegd, vastgesteld en geïnd per periode van 4 weken, zoals geregeld in art. 4.1 lid 3, (landelijk) Besluit maatschappelijke ondersteuning.

  • 4. 2 Berekening, oplegging, vaststelling en inning van eigen de bijdrage of het eigen aandeel vindt plaats door het Centraal Administratie Kantoor (CAK) met de door de gemeente Ten Boer vastgestelde regels.

  • 4. 3 Op de eigen bijdrage of het eigen aandeel brengt het CAK een korting van 33% in mindering op grond van de Wet tegemoetkoming chronisch zieken en gehandicapten (Wtcg).

  • 4. 4 In uitzondering op lid 2 wordt bij een persoonsgebonden budget voor huishoudelijke hulp, niet zijnde bemiddelde hulp, de voorlopige eigen bijdrage vastgesteld en ingehouden door Menzis (die het persoonsgebonden budget huishoudelijke hulp uitvoert voor de gemeente Ten Boer), de Wtcg korting wordt hierop al in mindering gebracht.

Artikel 5

  • 5. 1 De eigen bijdrage of het eigen aandeel over een periode van 4 weken is gelijk aan de wettelijke ‘Maximale periodebijdrage’ in die periode (zie artikel 6) tenzij deze hoger is dan de ‘Kosten van de voorziening per 4 weken’ in die periode. In dat geval is de eigen bijdrage of het eigen aandeel gelijk aan de ‘Kosten van de voorziening per 4 weken’(zie artikel 7 t/m 10).

  • 5. 2 Wanneer meerdere Wmo voorzieningen verstrekt worden en/of wanneer er ook voor

    AWBZ-zorg een eigen bijdrage opgelegd wordt, geldt het anticumulatiebeginsel. Het anticumulatiebeginsel bepaalt dat de cliënt per 4 weken nooit meer betaalt dan de voor zijn situatie berekende ‘Maximale periodebijdrage’, ongeacht de totale kosten van alle voorzieningen (van AWBZ-zorg en/of Wmo).

    In afwijking hierop geldt dat indien er sprake is van intramurale zorg waarvoor een

    AWBZ-bijdrage verschuldigd is, er geen eigen bijdrage of eigen aandeel op grond van de Wmo verschuldigd is.

Artikel 6

  • 6. 1 Bij de bepaling van de hoogte van de Maximale periodebijdrage in een bepaald jaar, wordt rekening gehouden met het verzamelinkomen van de aanvrager en dat van zijn eventuele partner het tweede kalenderjaar voorafgaande aan het jaar waarin aan een persoon maatschappelijke ondersteuning is verleend. Onder verzamelinkomen wordt in dit besluit verstaan: het inkomen zoals bedoeld in artikel 4.2. lid 1 en lid 2 van het (landelijk) Besluit maatschappelijke ondersteuning. De gegevens over het verzamelinkomen worden ingewonnen bij de belastingdienst.

  • 6. 2 De wettelijk bepaalde ‘Maximale periodebijdrage’ is voor de ongehuwde persoon die de pensioengerechtigde leeftijd nog niet heeft bereikt € 19,- per vier weken, met dien verstande dat indien zijn inkomen meer bedraagt dan € 23.295,- het bedrag van € 19,- wordt verhoogd met een dertiende deel van 15% van het verschil tussen zijn inkomen en € 23.295,-.

  • 6. 3 De wettelijk bepaalde ‘Maximale periodebijdrage’ is voor de ongehuwde persoon die de pensioengerechtigde leeftijd heeft bereikt € 19,- per vier weken, met dien verstande dat indien zijn inkomen meer bedraagt dan € 16.456,- het bedrag van € 19,- wordt verhoogd met een dertiende deel van 15% van het verschil tussen zijn inkomen en € 16.456,-.

  • 6. 4 De wettelijk bepaalde ‘Maximale periodebijdrage’ is voor gehuwde personen, indien een van beiden de pensioengerechtigde leeftijd nog niet heeft bereikt € 27,20 per 4 weken, met dien verstande dat indien hun gezamenlijke verzamelinkomen meer bedraagt dan € 29.174,-, het bedrag van € 27,20 wordt verhoogd met een dertiende deel van 15% van het verschil tussen hun gezamenlijke verzamelinkomen en € 29.174,-.

  • 6. 5 De wettelijk bepaalde ‘Maximale periodebijdrage’ is voor gehuwden die beiden de pensioengerechtigde leeftijd hebben bereikt € 27,20 per vier weken, met dien verstande dat indien hun gezamenlijke inkomen meer bedraagt dan € 22.957,- het bedrag van € 27,20 wordt verhoogd met een dertiende deel van 15% van het verschil tussen hun gezamenlijke inkomen en € 22.957,-.

  • 6. 6 Voor wat betreft de hoogte van de in lid 2 tot en met lid 5 genoemde bedragen, wordt aangesloten bij de bedragen in artikel 4.1 lid 1 (landelijk) Besluit maatschappelijke ondersteuning.

Hoofdstuk 3 – Duur oplegging eigen bijdrage of eigen aandeel en vaststelling ‘Kosten van de voorziening per 4 weken’

Artikel 7

De gemeente Ten boer meldt een aanvrager in een beschikking tot verstrekking van een voorziening, gedurende welke periode een eigen bijdrage en/of aandeel verschuldigd is en hoe hoog het bedrag van de ‘Kosten van de voorziening per 4 weken’ is (op basis van onderstaande artikelen

8 t/m 10).

Artikel 8

  • 8. 1 Voor huishoudelijke hulp in natura wordt een eigen bijdrage opgelegd zolang de huishoudelijke hulp wordt verstrekt. De ‘Kosten van de voorziening per 4 weken’ worden als volgt vastgesteld: het aantal uren ontvangen zorg in die 4 weken, vermenigvuldigd met het gemiddelde uurtarief dat de gemeente Ten Boer aan de zorgaanbieders betaalt. De uurtarieven van de gemeente Ten Boer bedragen in 2014 voor HH1 € 21,15 en voor HH2 € 24,36.

  • 8. 2 Voor huishoudelijke hulp in de vorm van een persoonsgebonden budget bemiddelde hulp wordt een eigen bijdrage opgelegd zolang de huishoudelijke hulp wordt verstrekt. De ‘Kosten van de voorziening per 4 weken’ worden als volgt vastgesteld: het uurtarief van € 18,33, vermenigvuldigd met het gewerkte aantal uren door de hulp in die 4 weken zoals door de budgethouder is afgetekend op de ingediende urenbriefjes bij de bemiddelende aanbieder.

  • 8. 3 Voor huishoudelijke hulp in de vorm van een persoonsgebonden budget niet zijnde bemiddelde hulp wordt een eigen bijdrage opgelegd zolang het periodieke persoonsgebonden budget wordt verstrekt. De ‘Kosten van de voorziening per 4 weken’ worden als volgt vastgesteld: de hoogte van het periodieke persoonsgebonden budget omgerekend naar het bedrag per periode van 4 weken.

Artikel 9

  • 9. 1 Voor voorzieningen die verstrekt worden in de vorm van een periodieke financiële tegemoetkoming (bijvoorbeeld de gebruiksvergoeding voor eigen auto, taxi, bruikleenauto of rolstoeltaxi) wordt een eigen aandeel opgelegd zolang de tegemoetkoming verstrekt wordt. De ‘Kosten van de voorziening per 4 weken’ worden als volgt vastgesteld: hoogte van de periodieke financiële tegemoetkoming omgerekend naar het bedrag per periode van 4 weken.

  • 9. 2 Voor voorzieningen die verstrekt worden in de vorm van een eenmalige financiële tegemoetkoming (bijvoorbeeld woningaanpassing of woningsanering) wordt een eigen aandeel opgelegd gedurende 39 periodes van 4 weken (3 jaar). De ‘Kosten van de voorziening per 4 weken’ worden als volgt vastgesteld: de hoogte van de financiële tegemoetkoming gedeeld door 39 periodes van 4 weken.

  • 9. 3 Een uitzondering op lid 2 is de eenmalige financiële verhuis- en inrichtingskosten vergoeding, hierbij wordt een eigen aandeel opgelegd gedurende 26 periodes van 4 weken (2 jaar). De ‘Kosten van de voorziening per 4 weken’ worden dan als volgt vastgesteld: de hoogte van die financiële tegemoetkoming gedeeld door 26 periodes van 4 weken.

Artikel 10

  • 10. 1 Voor voorzieningen die verstrekt worden in eigendom wordt een eigen bijdrage opgelegd gedurende 39 periodes van 4 weken (3 jaar). De ‘Kosten van de voorziening per 4 weken’ worden als volgt vastgesteld: de aanschafprijs van de voorziening, gedeeld door 39 periodes van 4 weken.

  • 10. 2 Voor voorzieningen in bruikleen wordt een eigen bijdrage opgelegd zolang de voorziening gebruikt wordt. De ‘Kosten van de voorziening per 4 weken’ worden als volgt vastgesteld: de gemiddelde prijs (aanschaf, accessoires, onderhoud) voor de voorzieningensoort gedeeld door de gemiddelde levensduur van de voorzieningensoort, omgerekend naar een bedrag per

    4 weken.

  • 10. 3 Indien gekozen wordt voor een eenmalig persoonsgebonden budget in plaats van een voorziening in bruikleen, wordt een eigen bijdrage opgelegd gedurende een periode die overeenkomt met de gemiddelde levensduur van de voorzieningensoort waarvoor het persoonsgebonden budget wordt verstrekt. De ‘Kosten van de voorziening per 4 weken’ worden als volgt vastgesteld: het eenmalige persoonsgebonden budget bedrag gedeeld door het aantal periodes van 4 weken waarover de eigen bijdrage verschuldigd is.

  • 10. 4 Indien gekozen wordt voor een eenmalig persoonsgebonden budget in plaats van een voorziening in eigendom, wordt een eigen bijdrage opgelegd gedurende 39 periodes van

    4 weken (3 jaar). De ‘Kosten van de voorziening per 4 weken’ worden als volgt vastgesteld: het eenmalige persoonsgebonden budget bedrag gedeeld door 39 periodes van 4 weken.

Hoofdstuk 4 – Nadere regels over het persoonsgebonden budget

Artikel 11

  • 11. 1 De budgethouder is verplicht om gedurende de gebruiksduur de aangeschafte voorziening voldoende te laten onderhouden en, voor zover van toepassing, toereikend te verzekeren. In geval van een scootmobiel, aangepaste fiets met hulpmotor of elektrische rolstoel is de persoon verplicht een all risk verzekering af te sluiten gedurende de gebruiksduur van het hulpmiddel.

  • 11. 2 Binnen zes weken na aanschaf of na gereedmelding van de individuele voorziening waarvoor het persoonsgebonden budget verstrekt is, dan wel binnen zes weken na afloop van de periode waarop het persoonsgebonden budget van toepassing is, dan wel de bevoorschottingsperiode en zo die periode het kalenderjaar overschrijdt na afloop van elk kalenderjaar, wordt aan het college door de budgethouder, voor zover van toepassing, verstrekt:

    • a.

      de factuur van de aangeschafte of onderhouden voorziening;

    • b.

      een betalingsbewijs van de aangeschafte of onderhouden voorziening;

    • c.

      een ingevuld verantwoordingsformulier over het gebruik van het persoonsgebonden budget voor huishoudelijke hulp.Dit geldt niet voor bemiddelde huishoudelijke hulp.

  • 11. 3 In aansluiting op artikel 11.2 onder c dient bij de verantwoording over de laatste voorschot-periode van een kalenderjaar dan wel, in het kalenderjaar waarin het persoonsgebonden budget eindigt, de budgethouder een formulier toe te voegen waarop hij naam, adres en BTW- of BSN-nummer van de zorgverlener of zorgverlenende instantie heeft aangetekend, alsmede het in dat kalenderjaar aan die zorgverlener of die zorgverlenende instantie betaalde bedrag.

  • 11. 4 In afwijking op artikel 11.2 is de budgethouder aan wie maandelijks een voorschot wordt uitbetaald verplicht om binnen zes weken na het einde van ieder kwartaal verantwoording af te leggen.

  • 11. 5 Aan de hand van de in dit artikel bedoelde bescheiden beoordeelt het college of er aanleiding bestaat het persoonsgebonden budget geheel of ten dele terug te vorderen of te verrekenen.

Artikel 12

  • 12. 1 Ingeval het gebruik van de voorziening welke met een persoonsgebonden budget is aangeschaft, is beëindigd en de gebruiksduur van de voorziening niet geheel is verstreken, is de budgethouder verplicht de voorziening te retourneren dan wel de restwaarde, onder verrekening van eventueel ingebrachte eigen middelen, aan de gemeente te vergoeden.

  • 12. 2 Bij de vaststelling van het persoonsgebonden budget wordt rekening gehouden met afschrijvingstermijnen die naar geldende maatschappelijke normen voor de verstrekte voorziening gebruikelijk zijn. Mocht na die tijd blijken dat de voorziening nog in goede staat verkeert, dan wordt de gebruiksduur verlengd.

Hoofdstuk 5 – Huishoudelijke hulp

Artikel 13

  • 13. 1 De huishoudelijke hulp wordt bij een persoonsgebonden budget vastgesteld in uren. Het uurtarief bij een persoonsgebonden budget voor huishoudelijke hulp bedraagt € 19,09.

  • 13. 2 De budgethouder dient een schriftelijke zorgovereenkomst dan wel overeenkomst van opdracht te sluiten met de door hem of haar ingeschakelde particulier of zorgaanbieder.

  • 13. 3 Het persoonsgebonden budget wordt onder aftrek van de verschuldigde eigen bijdrage rechtstreeks aan de budgethouder per periode per 4 weken uitbetaald.

  • 13. 4 De budgethouder deelt de gemeente op diens verzoek of onverwijld uit eigen beweging alle feiten en omstandigheden mee waarvan hem redelijkerwijs duidelijk moet zijn dat zij van invloed kunnen zijn op de verstrekking van het persoonsgebonden budget.

  • 13. 5 Het persoonsgebonden budget kan alleen op het rekeningnummer van de persoon met beperkingen of diens wettelijke vertegenwoordiger worden gestort, niet op een rekeningnummer van een derde.

  • 13. 6 Over een persoonsgebonden budget voor huishoudelijke hulp hoeft per jaar geen verantwoording te worden afgelegd over € 250,-.

Artikel 13a

  • 13a. 1 Bemiddelde huishoudelijke hulp wordt vastgesteld in uren. De hoogte van het persoonsgebonden budget wordt bepaald door het aantal uren en het uurtarief voor bemiddelde hulp. Dit tarief bedraagt € 18,33, waarvan € 15,28 voor de hulp en € 3,05 (incl. BTW) voor de diensten van de bemiddelende aanbieder.

  • 13a. 2 De gemeente betaalt het persoonsgebonden budget voor bemiddelde hulp, in opdracht van de budgethouder, uit aan de bemiddelende aanbieder. Deze aanbieder verricht, ook in opdracht van de budgethouder, de kassiersfunctie. Dat betekent dat de bemiddelende aanbieder de hulp uitbetaalt op basis van door de budgethouder afgetekende urenbriefjes.

  • 13a. 3 De budgethouder dient een schriftelijke drie-partijen overeenkomst te sluiten met de hulp en de bemiddelende aanbieder. Bemiddelde hulp wordt geleverd binnen de kaders van de fiscale Regeling dienstverlening aan huis.

  • 13a. 4 De eigen bijdrage over bemiddelde hulp wordt op dezelfde wijze opgelegd als de eigen bijdrage over huishoudelijke hulp in natura.

  • 13a. 5 Bemiddelde hulp wordt alleen verstrekt aan mensen die zelf regie over hun huishouden kunnen voeren.

Hoofdstuk 6 – Woonvoorzieningen

Artikel 14

  • 14.

    1 De financiële tegemoetkoming in de verhuis- en inrichtingskosten als genoemd in artikel 11 lid 1 Verordening bedraagt € 2.961,80.

  • 14.

    2 De financiële tegemoetkoming voor een bouwkundige of woontechnische woningaanpassing wordt vastgesteld op basis van de door het college geaccepteerde offerte, of op basis van vaste prijsafspraken.

  • 14.

    3 Bij het bepalen van de hoogte van het terug te betalen bedrag van de woningaanpassing na verkoop van een aangepaste woning (artikel 15 Verordening), wordt uitgegaan van een lineaire afschrijving in 10 jaar.

  • 14.

    4 Het persoonsgebonden budget voor een roerende woonvoorziening wordt vastgesteld op basis van de geldende prijsafspraken aanbesteding hulpmiddelen gemeente Ten Boer.

  • 14.

    5 De financiële tegemoetkoming in de kosten van het bezoekbaar maken van één woonruimte (artikel 14 Verordening) bedraagt maximaal € 2.961,80.

Artikel 15

De financiële tegemoetkoming voor woningsanering bedraagt maximaal:

-Gordijnen: € 22,75 per vierkante meter glasoppervlakte.

-Vloerbedekking: € 22,75 per vierkante meter vloeroppervlakte.

Artikel 16

16.1 De financiële tegemoetkoming voor de kosten van tijdelijke huisvesting, als bedoeld in artikel 9 lid 1 onder d van de Verordening, die de persoon met beperkingen moet maken in verband met het aanpassen van zijn eigen woonruimte of de door de persoon met beperkingen nog te betrekken woonruimte bedraagt € 512,25 per maand voor maximaal zes maanden.

16.2 De financiële tegemoetkoming als bedoeld in het eerste lid wordt alleen uitgekeerd over de periode dat de woonruimte ten gevolge van het verrichten van de woningaanpassing niet bewoond kan worden en de aanvrager voor dubbele woonlasten komt te staan.

Artikel 17

De financiële tegemoetkoming als bedoeld in artikel 9 lid 1 onder d van de Verordening voor huurderving bedraagt de kale huur van de woonruimte per maand gedurende maximaal zeven maanden, waarbij de eerste maand huurderving niet voor een vergoeding in aanmerking komt.

Hoofdstuk 7 – Vervoersvoorzieningen

Artikel 18

  • 18. 1Pashouders kunnen reizen in een gebied van 25 kilometer rondom het woonadres. Boven de geldende maximaal te reizen kilometers geldt het tarief van de vervoerder.

  • 18. 2 De persoon met beperkingen die is aangewezen op de voorziening zoals bedoeld in artikel 18 lid 1 Verordening Wmo voorzieningen Ten Boer 2013 is aan de gemeente een tarief verschuldigd zoals vermeld in de uitvoeringsovereenkomst met de vervoerder. Het tarief wordt door de vervoerder namens de gemeente geïnd.

  • 18. 3Voor zover de vervoersbehoefte van (echt-)paren niet samenvalt, wordt ten hoogste anderhalf maal de maximale financiële tegemoetkoming voor één persoon toegekend.

Artikel 19

Het persoonsgebonden budget voor vervoersvoorzieningen wordt vastgesteld:

  • a.

    ingeval de voorziening door de budgethouder zelf wordt aangeschaft, op de tegenwaarde van de goedkoopst compenserende voorziening op basis van de geldende prijsafspraken aanbesteding hulpmiddelen gemeente Ten Boer, indien nodig verhoogd met een bedrag voor onderhoud, reparatie en verzekering;

  • b.

    ingeval huur de goedkoopst compenserende voorziening is, op de tegenwaarde van de huurprijs, inclusief onderhoud, reparatie en verzekering zoals die door het college aan de leverancier wordt betaald.

Artikel 20

Het bedrag dat per jaar verstrekt wordt voor gebruik van een eigen auto, bruikleen auto, rolstoeltaxi, of taxi bedraagt € 1.049,30.

Hoofdstuk 8 – Rolstoelvoorzieningen

Artikel 21

  • 21. 1 De hoogte van het persoonsgebonden budget voor een rolstoel die door de budgethouder wordt aangeschaft, wordt als volgt vastgesteld: de tegenwaarde van de goedkoopst compenserende voorziening op basis van de op dat moment geldende prijsafspraken met de door de gemeente gecontracteerde leverancier, indien nodig verhoogd met een bedrag voor onderhoud, reparatie en verzekering.

  • 21. 2 Indien huur de goedkoopst compenserende voorziening is voor een rolstoel waarvoor een persoonsgebonden budget wordt verstrekt, wordt het persoonsgebonden budget als volgt vastgesteld: de tegenwaarde van de huurprijs, inclusief onderhoud, reparatie en verzekering zoals die door de gemeente aan de leverancier wordt betaald.

Artikel 22

Een sportrolstoel wordt uitsluitend verstrekt als persoonsgebonden budget. Het bedrag van dit persoonsgebonden budget bedraagt € 3.727,90, waarvan een bedrag van € 2.797,05 is bestemd voor de rolstoel en een bedrag van € 930,85 als bijdrage voor drie jaar te besteden aan onderhoud en reparatie van de sportrolstoel.

Hoofdstuk 9 - Slotbepalingen

Artikel 23

Dit besluit treedt in werking met ingang van 1 januari 2014.

Met ingang van de dag waarop het Besluit maatschappelijke ondersteuning gemeente Ten Boer 2014 in werking treedt, wordt het Besluit maatschappelijke ondersteuning gemeente Ten Boer vastgesteld op 27 november 2012 ingetrokken.

Dit besluit kan worden aangehaald als het Besluit maatschappelijke ondersteuning gemeente Ten Boer 2014.

Vastgesteld bij collegebesluit van 3 december 2013 nr. TB 13.4061783

De burgemeester de secretaris

N.A. van de Nadort J.A.C. Hoedjes