Regeling vervallen per 26-07-2018

Doelmatgheidsverordening

Geldend van 01-03-2004 t/m 25-07-2018

Intitulé

Doelmatgheidsverordening

DOELMATIGHEIDSVERORDENING

Gebaseerd op artikel 213a van de Gemeentewet

Verordening houdende regelen periodiek onderzoek door het college naar de doelmatigheid en doeltreffendheid van het door de gemeente gevoerde bestuur, vastgesteld bij raadsbesluit van 26 februari 2004, nummer 04/06, in werking getreden op 1 maart 2004.

Deze verordening regelt het onderzoek door het college van burgemeester en wethouders naar de doelmatigheid en doeltreffendheid van het bestuur en de gemeentelijke organisatie.

Artikel 1. Definities

In deze verordening wordt verstaan onder:

  • a.

    Doelmatigheid: De mate waarin de gewenste prestaties worden gerealiseerd met een zo beperkt mogelijke inzet van middelen.

  • b.

    Doeltreffendheid : De mate waarin de gewenste prestaties en beoogde maatschappelijke effecten van het beleid daadwerkelijk worden behaald.

Artikel 2. Onderzoeksfrequentie

  • 1.

    Het college onderzoekt jaarlijks de doelmatigheid van (onderdelen van) organisatie-eenheden van de gemeente en de uitvoering van taken door de gemeente. Iedere gemeentelijke organisatie-eenheid wordt minimaal eens in de acht jaar (twee raadsperiodes) aan een dergelijke toets onderworpen.

  • 2.

    Het college toetst jaarlijks de doeltreffendheid van (delen van) programma’s en paragrafen van de begroting.

Artikel 3. Onderzoeksjaarplan

  • 1.

    Het college zendt ieder jaar tegelijk met de begroting een onderzoeksjaarplan ter informatie naar de raad voor de in het erop volgende jaar te verrichten interne onderzoeken naar de doelmatigheid en de doel¬treffendheid. Het onderzoeksjaarplan beslaat de betreffende jaarschijf van het meerjaren onderzoeksplan. Het meerjaren onderzoeksplan geeft over de raadsperiode per jaar de voorgenomen onderzoeken. Het meerjaren onderzoeksplan kan bijgesteld worden door het college. De in te stellen rekenkamer of - indien geen rekenkamer wordt ingesteld - personen die de rekenkamerfunctie uitoefenen, ontvangt/ontvangen gelijktijdig met de raad het onderzoeksjaarplan ter kennisneming.

  • 2.

    In het onderzoeksjaarplan wordt per intern onderzoek globaal aangegeven:

    • a.

      het object van onderzoek;

    • b.

      de reikwijdte van het onderzoek;

    • c.

      de onderzoeksmethode;

    • d.

      doorlooptijd van het onderzoek;

    • e.

      de wijze van uitvoering;

  • 3.

    In het onderzoeksjaarplan wordt aangegeven welke budgetten in de programmabegroting zijn opgenomen voor de uitvoering van de onderzoeken.

Artikel 4. Voortgang onderzoeken

Het college rapporteert in de bedrijfsvoeringparagraaf van de begroting en jaarstukken over de voortgang van de onderzoeken naar de doelmatigheid en doeltreffendheid en de aanwending van de bijbehorende budgetten.

Artikel 5. Rapportage en gevolgtrekking

  • 1.

    De uitkomsten van een onderzoek worden vastgelegd in een rapportage. Elke rapportage bevat tenminste een analyse van de onderzoeksresultaten en indien nodig aanbevelingen voor verbeteringen.

  • 2.

    Op basis van de resultaten van ieder onderzoek stelt het college indien nodig een plan van verbetering op. De rapportage en het plan van verbetering worden ter kennisgeving aangeboden aan de raad. Ook de in te stellen rekenkamer of - indien geen rekenkamer wordt ingesteld - personen die de rekenkamer¬functie uitoefenen ontvangt/ontvangen deze stukken gelijktijdig ter kennisneming. De rapportage over verbeteringen vindt in de documenten van de financiële jaarcyclus plaats. Het college kan op basis van het plan van verbetering organisatorische maatregelen nemen

Artikel 6. Inwerkingtreding

Deze verordening treedt in werking met ingang van 1 maart 2004.

Artikel 7. Citeertitel

Deze verordening kan worden aangehaald als: “Doelmatigheidsverordening”.