Ziet u een fout in deze regeling? Meld het ons op regelgeving@overheid.nl!
Valkenburg aan de Geul

Verordening behandeling bezwaar en beroepschriften personele aangelegenheden

Wetstechnische informatie

Gegevens van de regeling
OrganisatieValkenburg aan de Geul
OrganisatietypeGemeente
Officiële naam regelingVerordening behandeling bezwaar en beroepschriften personele aangelegenheden
CiteertitelVerordening behandeling bezwaar- en beroepschriften personele aangelegenheden gemeente Valkenburg aan de Geul
Vastgesteld doorgemeenteraad
Onderwerpbestuur en recht
Eigen onderwerp

Opmerkingen met betrekking tot de regeling

Geen

Wettelijke grondslag(en) of bevoegdheid waarop de regeling is gebaseerd

Algemene Wet Bestuursrecht en Gemeentewet

Overzicht van in de tekst verwerkte wijzigingen

Datum inwerkingtreding

Terugwerkende kracht tot en met

Datum uitwerkingtreding

Betreft

Datum ondertekening

Bron bekendmaking

Kenmerk voorstel

01-03-1995Nieuwe regeling

20-02-1995

Heuvelland Actueel

Onbekend

Tekst van de regeling

Intitulé

Verordening behandeling bezwaar en beroepschriften personele aangelegenheden

 

 

VERORDENING BEHANDELING BEZWAAR - EN BEROEPSCHRIFTEN PERSONELE AANGELEGENHEDEN

De raad, het college van burgemeester en wethouders en de burgemeester van de gemeente Valkenburg aan de Geul, ieder voor zoveel het zijn bevoegdheden betreft;

gezien het voorstel van burgemeester en wethouders van 3 januari 1995;

gehoord de plaatselijke commissie voor het Georganiseerd Overleg op 15 december 1994;

gelet op de bepalingen van de Algemene wet bestuursrecht en de Gemeentewet;

B E S L U I T E N :

vast te stellen de volgende “Verordening inzake de behandeling van bezwaar- en beroepschriften personele aangelegenheden”.

HOOFDSTUK I – Begripsbepalingen

Artikel 1.

In deze verordening wordt verstaan onder:

a. beroepsorgaan het gemeentelijk bestuursorgaan dat dient te beslissen

op een beroepschrift;

b. verwerend orgaan het bestuursorgaan dat het bestreden besluit heeft genomen;

c. commissie de vaste commissie van advies voor de bezwaar- en beroepschriften personele aangelegenheden;

d. wet de wet van 4 juni 1992 (Staatsblad 1992, 315) houdende de algemene regels van bestuursrecht (Algemene wet bestuursrecht).

HOOFDSTUK II – Behandeling van de bezwaar- en beroepschriften

Paragraaf 1 – De commissie

Artikel 2 – Inleidende bepaling

  • 1.

    Er is een commissie ter voorbereiding van de beslissing op de gemaakte bezwaren en ingestelde administratieve beroepen als bedoeld in artikel 1:5 van de wet.

  • 2.

    De commissie is bevoegd ten aanzien van bezwaar- en beroepschriften die zijn ingediend tegen besluiten op grond van personele aangelegenheden.

Artikel 3 – Samenstelling van de commissie

  • 1.

    De leden van de commissie worden benoemd, geschorst en ontslagen door burgemeester en wethouders.

  • 2.

    De commissie bestaat uit drie leden waarvan:

    • a.

      1 lid wordt benoemd op voordracht van burgemeester en wethouders;

    • b.

      1 lid wordt benoemd op voordracht van werknemersdelegatie van het Georganiseerd Overleg;

    • c.

      1 lid wordt benoemd op voordracht van de onder a en b genoemde leden.

  • 3.

    Burgemeester en wethouders benoemen overeenkomstig het tweede lid een genoegzaam aantal plaatsvervangende leden.

  • 4.

    De leden van de commissie wijzen uit hun midden een voorzitter aan.

  • 5.

    De leden van de commissie kunnen geen deel uitmaken van of werkzaam zijn onder verantwoordelijkheid van het gemeentelijk bestuursorgaan.

  • 6.

    De commissie regelt tevens de vervanging van de voorzitter.

Artikel 4 - Secretaris

  • 1.

    De secretaris van de commissie is een door burgemeester en wethouders aangewezen ambtenaar van de afdeling Personeel en Organisatie.

  • 2.

    Burgemeester en wethouders wijzen tevens een of meer plaatsvervangers van de secretaris aan.

Artikel 5 - Zittingsduur

  • 1.

    de voorzitter en de leden van de commissie kunnen op ieder moment ontslag nemen.

  • 2.

    De voorzitter en de leden van de commissie blijven hun functie vervullen totdat in de opvolging is voorzien.

    Paragraaf 2 – Procedure

Artikel 6 – ingediend bezwaar- en beroepschrift

  • 1.

    Op het ingediende bezwaar- en beroepschrift wordt de datum van ontvangst aangetekend.

  • 2.

    Het bezwaar- en beroepschrift met de daarbij overgelegde stukken wordt zo spoedig mogelijk in handen van de commissie gesteld.

  • 3.

    Bij het bericht van ontvangst als bedoeld in artikel 6:14 van de wet wordt vermeld dat een commissie over het bezwaar of beroep zal adviseren.

Artikel 7 – Overdracht bevoegdheden

De bevoegdheden ingevolge de artikelen

  • -

    2:1, tweede lid;

  • -

    6:6, voor wat betreft het de indiener stellen van een termijn waarbinnen het verzuim in de zin van niet voldoen aan de vereisten als gesteld in artikel 6:5 van de wet, kan worden hersteld;

  • -

    6:17, voor zover het betreft de verzending van stukken tijdens de behandeling door de commissie;

  • -

    7:4, tweede lid;

  • -

    7:6, vierde lid;

  • -

    7:18, tweede en zesde lid, en

  • -

    7:20, vierde lid

van de wet voor de toepassing van deze verordening uitgeoefend door de voorzitter van de commissie.

Artikel 8 – Vooronderzoek

  • 1.

    De voorzitter van de commissie is in verband met de voorbereiding van de behandeling van het bezwaar- en beroepschrift bevoegd rechtstreeks alle gewenst inlichtingen in te winnen of te doen inwinnen.

  • 2.

    De voorzitter kan uit eigen beweging of op verlangen van de commissie bij deskundigen advies of inlichtingen inwinnen en dezen zo nodig uitnodigen daartoe ter zitting te verschijnen.

Indien daaraan kosten zijn verbonden, is vooraf machtiging van burgemeester en wethouders vereist.

Artikel 9 – Hoorzitting

  • 1.

    De voorzitter van de commissie bepaalt plaats en tijdstip van de zitting waarin de belanghebbenden en het verwerend orgaan in de gelegenheid worden gesteld zich door de commissie te doen horen.

  • 2.

    De voorzitter beslist over de toepassing van de artikel 7:13 en 7:17 van de wet.

  • 3.

    Indien de voorzitter op grond van de in het tweede lid genoemde artikelen besluit van het horen af te zien doet hij daarvan mededeling aan:

    • a.

      de belanghebbenden;

    • b.

      het verwerend orgaan en,

    • c.

      in geval van behandeling van een beroepschrift, het beroepsorgaan.

Artikel 10 – Uitnodiging zitting

  • 1.

    De voorzitter deelt de belanghebbenden en het verwerend orgaan ten minste drie weken voor de zitting mee, dat zijn in de gelegenheid worden gesteld zich te doen horen tijdens de zitting.

  • 2.

    Binnen vijf dagen na de in het eerste lid bedoelde mededeling kunnen de belanghebbenden of het verwerend orgaan, onder opgaaf van redenen de voorzitter verzoeken het tijdstip van de zitting te wijzigen.

  • 3.

    De beslissing van de voorzitter op een verzoek als bedoeld in het tweede lid wordt zo spoedig mogelijk, doch in ieder geval twee weken voor het tijdstip van de zitting aan de belanghebbenden, het verwerend orgaan en in het geval van behandeling van een beroepschrift, aan het beroepsorgaan medegedeeld.

  • 4.

    De voorzitter is bevoegd in bijzondere omstandigheden af te wijken of afwijking toe te staan van de termijnen als genoemd in het eerste, tweede en derde lid.

Artikel 11 – Quorum

Voor het houden van een zitting is vereist, dat de meerderheid van het aantal leden, waaronder in ieder geval de voorzitter dan wel zijn plaatsvervanger, aanwezig is.

Artikel 12 – Niet deelneming aan de behandeling

De voorzitter en de leden van de commissie nemen niet deel aan de behandeling van een bezwaar- en beroepschrift, indien daarbij hun partijdigheid in het geding kan zijn.

Artikel 13 – Openbaarheid zitting

  • 1.

    De zitting van de commissie is openbaar.

  • 2.

    De deuren worden gesloten indien de voorzitter van de commissie of een van de aanwezige leden het nodig oordeelt of indien een belanghebbende daartoe een verzoek doet.

  • 3.

    Indien de commissie vervolgens beslist dat gewichtige redenen aanwezig zijn die zich tegen openbaarheid van de zitting verzetten, vindt de zitting plaats met gesloten deuren.

Artikel 14 – Schriftelijke verslaglegging

  • 1.

    Het verslag als bedoeld in de artikel 7:7 en 7:21 van de wet vermeldt de namen van de aanwezigen, met daarbij de vermelding van hun hoedanigheid.

  • 2.

    Het verslag houdt een korte vermelding in van hetgeen over en weer is gezegd en overigens ter zitting is voorgevallen.

  • 3.

    Indien de zitting geheel of gedeeltelijk met gesloten deuren plaatsvond, of indien belanghebbenden respectievelijk hun gemachtigden niet in elkaars tegenwoordigheid zijn gehoord, maakt het verslag hiervan melding.

  • 4.

    Het verslag verwijst naar de op de zitting overgelegde bescheiden, die aan het verslag worden gehecht.

  • 5.

    Het verslag wordt ondertekend door de voorzitter en de secretaris van de commissie.

Artikel 15 – Nader onderzoek

  • 1.

    Indien na afloop van de zitting maar voordat het advies wordt opgesteld, nader onderzoek wenselijk blijkt te zijn, kan de voorzitter uit eigen beweging of op verlangen van de commissie dit onderzoek houden.

  • 2.

    De uit het onderzoek verkregen informatie wordt in afschrift aan de leden van de commissie, het verwerende orgaan en de belanghebbenden toegezonden.

  • 3.

    De leden van de commissie, het verwerende orgaan en de belanghebbenden kunnen binnen een week na verzending van de in het eerste lid bedoelde nadere informatie aan de voorzitter van de commissie een verzoek richten tot het beleggen van een nieuwe hoorzitting. De voorzitter beslist omtrent een dergelijk verzoek.

  • 4.

    Op een nieuwe hoorzitting, als bedoeld in het derde lid, zijn de bepalingen in deze verordening, die betrekking hebben op de hoorzitting zoveel mogelijk van overeenkomstige toepassing.

Artikel 16 – Raadkamer en advies

  • 1.

    De commissie beraadslaagt en beslist achter gesloten deuren over het door haar uit te brengen advies.

  • 2.

    a. De commissie beslist bij meerderheid van stemmen over het uit te

    brengen advies.

    • b.

      Indien bij een stemming de stemmen staken dan beslist de stem van de

voorzitter.

c. Van een minderheidsstandpunt wordt bij het advies melding gemaakt,

indien die minderheid dat verlangt.

  • 3.

    Het advies is gemotiveerd en omvat een voorstel voor de te nemen beslissing op het bezwaar- en beroepschrift.

  • 4.

    Het advies wordt door de voorzitter en de secretaris van de commissie ondertekend.

Artikel 17 – Uitbrengen advies

  • 1.

    Het advies wordt onder medezending van het verslag als bedoeld in artikel 14 en eventueel door de commissie ontvangen informatie, tijdig uitgebracht aan het bestuursorgaan dat op het bezwaar- en beroepschrift dient te beslissen.

  • 2.

    Indien, naar het oordeel van de voorzitter van de commissie de termijn van 10 weken, als bedoeld in artikel 7:10, eerste lid, of artikel 7:24, tweede lid, van de wet ontoereikend is voor achtereenvolgens het uitbrengen van een advies door de commissie en het nemen van een beslissing, verzoekt hij het in de het eerste lid bedoelde bestuursorgaan tijdig de beslissing te verdagen.

  • 3.

    Van een besluit tot verdaging ontvangen de commissie, de belanghebbenden en in het geval van behandeling van een beroepschrift het verwerend orgaan, een afschrift.

    HOOFDSTUK III – Slotpepalingen

Artikel 18 – Inwerkingtreding

Deze verordening treedt in werking op 1 maart 1995.

Artikel 19 – Citeertitel

Deze verordening kan worden aangehaald als:

“Verordening behandeling bezwaar- en beroepschriften personele aangelegenheden gemeente Valkenburg aan de Geul”.

Aldus vastgesteld in de openbare vergadering van 20 februari 1995.

De secretaris, De voorzitter,

w.g. w.g.

G.A.G. Biemans. drs. C.A.C.M. Nuytens.