Regeling vervallen per 31-12-2017

Verordening op de heffing en invordering van watertoeristenbelasting 2017

Geldend van 01-01-2017 t/m 30-12-2017

Intitulé

Verordening op de heffing en invordering van watertoeristenbelasting 2017

De raad van de gemeente Veere; gelezen het voorstel van het college van burgemeester en wethouders gelet op artikel 224 van de Gemeentewet;

besluit:

vast te stellen op de volgende verordening

Verordening op de heffing en invordering van watertoeristenbelasting 2017

Artikel 1 Begripsomschtijvingen

Deze verordening verstaat onder:

a. 

vaartuig: een vaartuig dat is bestemd of wordt gebezigd voor vakantie- of andere recreatieve doeleinden;

b. 

lengte: de lengte over alles;

c. 

vaste ligplaats: een ligplaats die naar plaatselijk gebruik, zulks ter beoordeling van het college van burgemeester en wethouders, is bestemd voor het regelmatig afmeren of ter anker leggen van een zelfde vaartuig gedurende een periode van ten minste een maand;

d. 

etmaal: een aaneengesloten tijdvak van 24 uren, aanvangend om 21.00 uur;

e. 

maand: een aaneengesloten tijdvak van 30 etmalen;

f. 

seizoen: het tijdvak van 1 april tot en met 1 november;

g. 

kapitein: de gezagvoerder van een vaartuig of degene die deze vervangt.

h. 

passanten: diegene die verblijf houden in de gemeente, met of op een vaartuig, zonder het hebben van een vaste ligplaats.

Artikel 2 belastbaar feit

Ter zake van het houden van verblijf binnen de gemeente op vaartuigen waarvoor wegens de aanwezigheid in het watergebied van de gemeente in welke vorm dan ook een vergoeding wordt betaald door personen, die niet in de gemeentelijke basisadministratie persoonsgegevens van de gemeenten zijn opgenomen, wordt onder de naam “watertoeristenbelasting” een directe belasting geheven.

Artikel 3 Belastingplicht

  • 1. Belastingplichtig is degene die tegen vergoeding gelegenheid biedt tot verblijf als bedoeld in artikel 2 aan hem ter beschikking staande ligplaatsen dan wel op hem ter beschikking staande vaartuigen.

  • 2. De belastingplichtige is bevoegd de belasting als zodanig te verhalen op degene ter zake van wiens verblijf de belasting verschuldigd wordt.

  • 3. Indien met toepassing van het eerste lid geen belastingplichtige is aan te wijzen, is belasting¬plichtig de kapitein, de eigenaar of de gebruiker van een vaartuig als in artikel 2 bedoeld dan wel een andere persoon die werkelijk verblijf houdt aan boord van een dergelijk vaartuig.

Artikel 4 Vrijstellingen

De belasting wordt niet geheven ter zake van het verblijf:

1. door degenen die verblijf houden aan boord van: a. een vaartuig dat is ingericht en wordt gebruikt tot verpleging of verzorging van zieken, van gebrekkigen, van hulpbehoevenden of van bejaarden; b. kano's, roei- en volgboten; c. motor- en zeilboten met een lengte van ten hoogste 4 meter; d. een vaartuig dat zich op last of bevel van de overheid in het gemeentelijke watergebied bevindt.

2. waarvoor de gemeente belasting heft ingevolge de verordening op de heffing en invordering van toeristenbelasting;

3. van een vreemdeling als bedoeld in artikel 29, eerste lid, van de Vreemdelingenwet 2000, die regelmatig in Nederland verblijft in de zin van artikel 8, letters c, d, f, g, h, van voornoemde wet, en voor zover deze persoon verblijf houdt in een gelegen¬heid als bedoeld in artikel 2 van de Verordening, onder verantwoordelijkheid van het Centraal Orgaan Opvang Asielzoekers.

Artikel 5 Maatstaf van heffing

De belasting wordt geheven naar het aantal verblijven in het belastingtijdvak.

Het aantal verblijven wordt gesteld op de som van het aantal etmalen dat elke artikel 2 bedoelde persoon verblijf heeft gehouden. Voor de toepassing van dit artikel wordt een gedeelte van een etmaal voor een vol etmaal gerekend

Artikel 6 Forfaitaire berekeningswijze van de maatstaf van heffing

  • 1. Ter zake van vaartuigen met een vaste ligplaats wordt, indien een belastingplichtige als bedoeld in artikel 3, eerste lid, is aangewezen: a. het aantal personen dat verblijf heeft gehouden, bepaald op: 2,2, bij een vaartuig met een lengte van meer dan 4, doch ten hoogste 7 meter; 2,7, bij een vaartuig met een lengte van meer dan 7, doch ten hoogste 9 meter 2,6, bij een vaartuig met een lengte van meer dan 9, doch ten hoogste 12 meter 3,3, bij een vaartuig met een lengte van meer dan 12 meter. b. het aantal etmalen dat door de onder a bedoelde personen verblijf is gehouden bepaald op: 16,2 bij een vaartuig met een lengte van meer dan 4, doch ten hoogste 7 meter; 19,1 bij een vaartuig met een lengte van meer dan 7, doch ten hoogste 9 meter; 18,7 bij een vaartuig met een lengte van meer dan 9, doch ten hoogste 12 meter; 20,7 bij een vaartuig met een lengte van meer dan 12 meter.

  • 2. Het aantal vaartuigen als bedoeld in het eerste lid wordt vastgesteld op het aantal vaartuigen welke door de belastingplichtige bij aangifte uit de verhuuradministratie zijn opgegeven, dan wel blijken.

Artikel 7 Opteren voor niet-forfaitaire maatstaf van heffing

  • 1. In afwijking van het bepaalde in artikel 6 wordt op een door de belastingplichtige bij de aangifte gedane aanvraag de maatstaf van heffing vastgesteld op het werkelijke aantal etmalen dat verblijf is gehouden, indien blijkt dat dit aantal lager is dan het op de voet van artikel 6 berekende aantal.

  • 2. Het in het eerste lid bedoelde verzoek kan desgewenst per ligplaats worden gedaan.

Artikel 8 Belastingtarief

De belasting bedraagt per persoon per etmaal € 1,25

Artikel 9 Belastingtijdvak

Het belastingtijdvak is gelijk aan het seizoen

Artikel 10 Wijze van belastingheffing

De belasting wordt bij wege van aanslag geheven.

Artikel 11 Termijnen van betaling

  • 1. In afwijking van artikel 9 eerste lid van de Invorderingswet 1990 moeten: a. de voorlopige aanslagen worden betaald in één termijn die vervalt op de laatste dag van de maand volgend op de maand die in de dagtekening van het aanslagbiljet is vermeld. b. de definitieve aanslagen worden betaald in één termijn die vervalt op de laatste dag van de maand volgend op de maand die in de dagtekening van het aanslagbiljet is vermeld.

  • 2. De Algemene termijnenwet is niet van toepassing op de in het eerste lid gestelde termijnen.

  • 3. In afwijking van het eerste lid onderdeel a en b geldt dat, zolang de verschuldigde bedragen door middel van automatische incasso worden afgeschreven, De aanslagen moeten worden betaald in gelijke termijnen voor het verstrijken van het belastingjaar. De eerste termijn vervalt een maand na de dagtekening van het aanslagbiljet en elk van de volgende termijnen een maand later. Voor betalingen middels een automatische incasso is het incassoreglement van toepassing.

Artikel 12 Nadere regels door het college van burgemeester en wethouders

Het college van burgemeester en wethouders kan nadere regels geven met betrekking tot de heffing en de invordering van de watertoeristenbelasting.

Artikel 13 Aanmeldingsplicht

De belastingplichtige bedoeld in artikel 3, eerste lid, is gehouden, voordat hij voor de eerste maal na het in werking treden van deze verordening gelegenheid tot verblijf verschaft, zulks schriftelijk te melden aan de door het college van burgemeester en wethouders aangewezen ambtenaren, bedoeld in artikel 231, tweede lid, onderdelen b en d, van de Gemeentewet.

Artikel 14 Inwerkingtreding en citeertitel

  • 1. De "Verordening watertoeristenbelasting 2016" vastgesteld bij besluit van 17 december 2015, wordt ingetrokken met ingang van de in het derde lid genoemde datum van ingang van de heffing, met dien verstande dat zij van toepassing blijft op de belastbare feiten die zich voor die datum hebben voorgedaan.

  • 2. Deze verordening treedt in werking met ingang van de eerste dag na die van de bekendmaking.

  • 3. De datum van ingang van de heffing is 1 januari 2017.

  • 4. Deze verordening kan worden aangehaald als "Verordening watertoeristenbelasting 2017".

Ondertekening

Aldus vastgesteld in openbare vergadering van 15 december 2016.
De voorzitter,
De griffier,