Ziet u een fout in deze regeling? Meld het ons op regelgeving@overheid.nl!
Waddenfonds

Beleidsregel van het dagelijks bestuur van de gemeenschappelijke regeling Waddenfonds houdende regels omtrent het monitoren en evalueren van door het openbaar lichaam Waddenfonds te subsidiëren en gesubsidieerde projecten (Beleidsregel monitoring & evaluatie Waddenfonds)

Wetstechnische informatie

Gegevens van de regeling
OrganisatieWaddenfonds
OrganisatietypeRegionaal samenwerkingsorgaan
Officiële naam regelingBeleidsregel van het dagelijks bestuur van de gemeenschappelijke regeling Waddenfonds houdende regels omtrent het monitoren en evalueren van door het openbaar lichaam Waddenfonds te subsidiëren en gesubsidieerde projecten (Beleidsregel monitoring & evaluatie Waddenfonds)
CiteertitelBeleidsregel monitoring & evaluatie Waddenfonds
Vastgesteld doordagelijks bestuur
Onderwerpbestuur en recht
Eigen onderwerp

Opmerkingen met betrekking tot de regeling

Geen

Wettelijke grondslag(en) of bevoegdheid waarop de regeling is gebaseerd

  1. titel 4.3 van de Algemene wet bestuursrecht
  2. http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/XHTMLoutput/Historie/Waddenfonds/459091/CVDR459091_2.html
Overzicht van in de tekst verwerkte wijzigingen

Datum inwerkingtreding

Terugwerkende kracht tot en met

Datum uitwerkingtreding

Betreft

Datum ondertekening

Bron bekendmaking

Kenmerk voorstel

11-07-2020nieuwe regeling

03-07-2020

bgr-2020-715

Tekst van de regeling

Intitulé

Beleidsregel van het dagelijks bestuur van de gemeenschappelijke regeling Waddenfonds houdende regels omtrent het monitoren en evalueren van door het openbaar lichaam Waddenfonds te subsidiëren en gesubsidieerde projecten (Beleidsregel monitoring & evaluatie Waddenfonds)

Het dagelijks bestuur van het Waddenfonds;

 

gelet op:

  • titel 4.3 van de Algemene wet bestuursrecht en

  • de artikelen 1.4, eerste lid, 1.9 en 2.14, tweede lid, van de Algemene subsidieverordening Waddenfonds 2017

besluit de Beleidsregel monitoring & evaluatie Waddenfonds als volgt vast te stellen:

Artikel 1 Begripsbepalingen

In deze beleidsregel wordt verstaan onder:

ASV:

Algemene subsidieverordening Waddenfonds 2017;

Basismonitor Wadden:

een systeem dat informatie in de vorm van meetnetten samenbrengt;

Monitoring:

 

het verzamelen, verwerken en rapporteren van gegevens over het bepalen van het effect en van de doeltreffendheid van de door het Waddenfonds gesubsidieerde activiteiten;

Output:

 

het concrete resultaat van de gesubsidieerde activiteit dat ten behoeve van de subsidievaststelling wordt opgeleverd;

Outcome:

de beoogde effecten van een gesubsidieerde activiteit;

Outcome-indicator:

een maatstaf waarmee effecten kunnen worden gemeten;

Evaluatie:

het identificeren van verbeteringen ten behoeve van het subsidiebeleid en het beleidsinstrumentarium.

Artikel 2 Toepassingsbereik

  • 1.

    Deze beleidsregel is van toepassing op subsidieverstrekking vanaf € 125.000 ten behoeve van:

    • a.

      majeure projecten in het kader van het Uitvoeringskader Waddengebied 2017-2026 en het Investeringskader Waddengebied 2016 - 2026; en

    • b.

      de thema’s in het Uitvoeringsprogramma Waddenfonds 2017 - 2026.

  • 2.

    Het dagelijks bestuur kan in nadere regels als bedoeld in artikel 1.4, vierde lid, van de ASV bepalen dat deze beleidsregel geheel of gedeeltelijk buiten toepassing blijft.

Artikel 3 Beleidsregels

De beleidsregel, volgens welke het dagelijks bestuur uitvoering geeft aan het monitoren en evalueren van door het Waddenfonds te subsidiëren en gesubsidieerde activiteiten, is nader uitgewerkt in de bijlage, die onlosmakelijk onderdeel uitmaakt van de beleidsregel.

Artikel 4 Slotbepaling

  • 1.

    Deze beleidsregel wordt uiterlijk 1 juli 2021 geëvalueerd.

  • 2.

    Deze beleidsregel treedt in werking op de eerste dag na de bekendmaking in het publicatieblad van het Waddenfonds en wordt aangehaald als: Beleidsregel monitoring & evaluatie Waddenfonds.

Leeuwarden, 3 juli 2020

Namens het dagelijks bestuur van het Waddenfonds,

H. Staghouwer,

voorzitter,

G. W. Huisman,

secretaris

BIJLAGE 1.  

 

  • 1.

    Monitoring

1.1. Achtergrond monitoring en evaluatie

In artikel 4:24 van de Algemene wet bestuursrecht staat dat tenminste éénmaal per vijf jaar een verslag over de doeltreffendheid en de effecten van de subsidie in de praktijk wordt gepubliceerd. In artikel 1.9 van de ASV is een kortere termijn gesteld en is bepaald dat het dagelijks bestuur éénmaal in de vier jaar aan het algemeen bestuur verslag doet van de effecten van de subsidie. Een regelmatige evaluatie van beleid en regelgeving kan bijdragen aan de beheersing van overheidsuitgaven. Als uit de evaluatie blijkt dat subsidiëring onvoldoende doeltreffend is, kan het subsidiebeleid worden aangepast. Het monitoren van de effecten en doeltreffendheid van gesubsidieerde activiteiten door het Waddenfonds vindt plaats op twee niveaus:

  • a.

    projectniveau: de output en de outcome van projectmatige gesubsidieerde activiteiten worden, voor zover van toepassing, in het aanvraagproces, in de uitvoeringsfase, bij de subsidievaststelling en na de subsidievaststelling in kaart gebracht.

  • b.

    gebiedsniveau: het met behulp van de Basismonitoring signaleren van trends en ontwikkelingen die de toestand van de Waddenzee en het Waddengebied op enig moment weerspiegelen.

De langs deze twee niveaus verkregen gegevens vormen de basis voor de (periodieke) evaluatie van het beleid.

 

1.2. De monitorsystematiek

Bij gesubsidieerde activiteiten ligt de focus veelal op de output: wat is het concrete resultaat van de gesubsidieerde activiteit, bijvoorbeeld een zonnepark, de aanleg van een zoet-zout overgang of een bezoekerscentrum.

 

Bij de outcome wordt voorbij de grenzen van het concrete (project)resultaat gekeken. Wat zijn de beoogde ecologische, economische of maatschappelijke effecten, zowel positief als negatief.

Ten behoeve van de monitoring wordt gebruikt gemaakt van hoofddoelen, gespecificeerde doelen, indicatoren en streefwaarden voor die indicatoren en van expert-judgement. In schema:

1.3. Hoofddoelen en gespecificeerde doelen

Het Waddenfonds heeft vier hoofddoelen:

  • a)

    het vergroten en versterken van de natuur- en landschapswaarden van het Waddengebied;

  • b)

    het verminderen of wegnemen van externe bedreigingen van de natuurlijke rijkdom van de Waddenzee;

  • c)

    een duurzame economische ontwikkeling in het Waddengebied, dan wel gericht zijn op een substantiële transitie naar een duurzame energiehuishouding in het Waddengebied en direct aangrenzende gebieden; en

  • d)

    het ontwikkelen van een duurzame kennishuishouding ten aanzien van het Waddengebied.

Ten behoeve van de monitoring zijn deze hoofddoelen in het Uitvoeringskader Waddenfonds gespecificeerd. De hoofddoelen en de gespecificeerde doelen zijn opgenomen in tabel 1.

Hoofddoelen

Gespecificeerde doelen

Vergroten en versterken van de natuur- en landschapswaarden van het Waddengebied

Waddenzee en Eems-Dollard estuarium

  • 1.

    Vergroting areaal onberoerde bodems op het niveau van kombergingsgebieden

  • 2.

    Compleet voedselweb en bodemleven (met name door middel van meer ruimte voor natuurlijke ontwikkeling biobouwers, zoals mosselbanken en zeegrasvelden): evenwichtige voedselpiramide

  • 3.

    Kennisontwikkeling en monitoring ecologische schakelfunctie Waddenzee

Randen van het wad

  • 4.

    Meer geleidelijke overgangen land/water en zout/zoet en brakwatergetijdegebieden, met per stroomgebied migratiemogelijkheden (aquatische) organismen (swimway)

  • 5.

    Grotere lengte natuurvriendelijke oeverzones langs dijken en kwelders; mede als vooroeverbescherming

  • 6.

    Dynamisch kustbeheer: jonge duinen Waddeneilanden; washover's

  • 7.

    Hoogwatervluchtplaatsen en (hoogwaterveilige en rustige) broedplaatsen vogels inclusief fourageergelegenheid (flyway)

Werelderfgoed, landschap en cultuurhistorie

  • 8.

    Beleefbare kernkwaliteiten en verhaallijnen over de dynamiek van het waddengebied (waaronder cultureel erfgoed en archeologische bodemschatten)

  • 9.

    Versterken cultuurhistorische elementen en landschappelijke en ecologische identiteiten van het Waddengebied

Verminderen of wegnemen van externe bedreigingen van de natuurlijke rijkdom van de Waddenzee

Bodem, water, licht en geluid

  • 10.

    Meer licht en zuurstof in waterkolom en op bodem (door minder bodemverstoring en minder slib in suspensie)

  • 11.

    Waterkwaliteit: reductie (eco-)systeemvreemde stoffen (chemisch, plastics, stikstof, luchtkwaliteit, e.d.) in de Waddenzee

  • 12.

    Verminderen kansen op en impact van eventuele scheepsrampen

  • 13.

    Condities scheppen voor instandhouding of vergroting areaal litoraal (wadplaten, kwelders) bij gemiddelde zeespiegelstijging

  • 14.

    Slim benutten en vasthouden zoet water (pilots vergroting zelfvoorziening zoetwaterbehoefte) op Waddeneilanden

  • 15.

    Verminderen verstoring licht en geluid van diverse bronnen op en rond de Waddenzee

Duurzame economische ontwikkeling in het Waddengebied, dan wel gericht zijn op een substantiële transitie naar een duurzame energiehuishouding in het Waddengebied en direct aangrenzende gebieden

Duurzame recreatie en duurzaam toerisme

  • 16.

    Potentie recreatie en (internationaal) toerisme Waddenkust versterken; zowel versterking verblijfsrecreatie als versterking netwerken van toeristische route-elementen

  • 17.

    Versterken toeristisch aanbod in de vorm van meer belevingsmogelijkheden, attracties, arrangementen en gerichte promotie/marketing daarvan

  • 18.

    Positionering (zorgvuldig omgaan met) en promotie/marketing kernwaarden Waddengebied (marketing werelderfgoedstatus Waddenzee)

  • 19.

    Versterken duurzaamheid en natuur- en cultuurgerichte recreatie en toerisme op Waddeneilanden en langs de Waddenkust

Duurzame energiehuishouding

  • 20.

    Pilots energie uit water (getijde, osmose, aquatische biomassa)

  • 21.

    Hogere zelfvoorzieningsgraad energie Waddeneilanden (hernieuwbare energieproductie, smart grids in decentrale systemen energieproductie en -opslag en energiebesparing in m.n. toeristisch-recreatieve voorzieningen)

Duurzame Waddenhavens

  • 22.

    Additionele maatregelen bij 'building with nature' waddenhavens: innovatieve praktijkproeven vermindering slibbezwaar en slibverwerking die bijdraagt aan natuurontwikkeling buitendijks en nuttige slibtoepassingen binnendijks, passend bij de werking van het kombergingsgebied

  • 23.

    Verkleinen milieu-impact scheepvaart op Waddenzee

  • 24.

    Verduurzaming logistieke en industriële processen / industrie in/bij havens (o.a. innovatieve projecten biobased, aquaculturen, (rest)stromen nuttig toepassen)

  • 25.

    Reductie baggerbezwaar recreatieve Waddenhavens

Duurzame visserij

  • 26.

    Duurzame visserijtechnieken en –verwerking - Aquaculturen op land in kustzone

  • 27.

    Verbreding en flexibilisering (o.a. recreatie en toerisme)

Duurzame landbouw

  • 28.

    Zorgvuldig bodembeheer (innovatieve projecten wisselteelten, bodemvruchtbaarheid kleibodems en Waddengebied)

  • 29.

    Verwerking (rest)stromen: innovatieve projecten in industriële toepassing biobased grondstoffen en benutting / (her)gebruik biobased energie - Inpassing van zilte teelten

  • 30.

    Versterken nichemarkten waddenproducten

Het ontwikkelen van een duurzame kennishuishouding ten aanzien van het Waddengebied

Duurzame kennishuishouding

  • 31.

    Entameren van en coördinatie in kennisontwikkeling en -inzet kennisinstellingen, en het bepalen van prioritaire kennisvragen

  • 32.

    Ontsluiten en toepassen kennis voor beleid en beheer

  • 33.

    Coördineren, integreren en rapporteren monitoringprogramma's

  • 34.

    Publieksvoorlichting en actieve verspreiding kennis over Waddengebied

 

1.4. Indicatoren en streefwaarden

Voor het kunnen bepalen van de bijdrage van gesubsidieerde activiteiten aan de doelen van het Waddenfonds wordt gebruik gemaakt van een selectieve set van outcome-indicatoren. Deze indicatoren kunnen op basis van ervaringen en het beschikbaar komen van nieuwe inzichten worden aangepast. In dat geval zal ook deze beleidsregel worden gewijzigd.

Aan een indicator kan een streefwaarde worden gekoppeld. Streefwaarden zijn richtinggevende waarden en geen normerende waarden. Daarmee kan worden gemeten of projecten hebben bijgedragen aan ontwikkelingen in de gewenste richting. Ook streefwaarden kunnen op basis van de opgedane ervaringen worden aangepast. Deze beleidsregel wordt dan gewijzigd.

De indicatoren en streefwaarden zijn opgenomen in tabel 2.

 

Tabel 2 Indicatoren en Streefwaarden

Indicatoren

Streefwaarden (P.M.)

A.

Habitat-diversiteit in het litoraal en achterland (areaal kwelders en zilte graslanden)

B.

Indicatieve vissoorten zoet-zout overgangen

C.

Broedsucces indicatieve vogelsoorten

D.

Slibconcentratie in de waterkolom (Eems-Dollard)

E.

Reductie CO2-emissie (Eems-Dollard gemeenten)

F.

EcoPortcertficering (Waddenhavens)

G.

Werkgelegenheid in sector recreatie & toerisme (Waddengemeenten)

H.

Werkgelegenheid in sector duurzame energie (Eems-Dollard gemeenten)

I.

Bezoekersaantallen (Waddengemeenten)

J.

Bestedingen bezoekers (Waddengemeenten)

K.

Habitat-diversiteit in het sublitoraal (hoeveelheid ingevangen slib)

L.

Habitat-diversiteit in het litoraal en achterland

M.

Lokale dichtheden indicatieve vissoorten

N.

Lokale dichtheden indicatieve vogelsoorten

O.

Toepassing nieuwe ecologische kennis in het natuurbeheer

P.

Klimaatadaptieve en zilte landbouw

Q.

Afvalstromen: : groen afval of reststromen als grondstoffen voor productie biogas

 

1.5. Basismonitoring Wadden

Het Waddenfonds sluit voor het uitvoeren van evaluaties zoveel mogelijk aan bij bestaande meetnetten. Die worden ontsloten en toegankelijk gemaakt via de Basismonitoring Wadden of via de beheerders van de betreffende meetnetten voor zover die geen onderdeel uit maken van de Basismonitoring Wadden.

 

  • 2.

    Gegevens ten behoeve van monitoring en evaluatie

     

2.1. Monitoringsparagraaf

In de ASV is bepaald dat het dagelijks bestuur formulieren en modellen kan vaststellen, waarvan het gebruik verplicht is voorgeschreven. Dit draagt bij aan een efficiënt subsidieproces. Daarom moet bij een aanvraag gebruik worden gemaakt van door het dagelijks bestuur vastgestelde formats. Het verstrekken van gegevens ten behoeve van een te subsidiëren activiteit is een verantwoordelijkheid van de subsidieaanvrager. Het format voor een projectplan voorziet daarom in een monitorings-paragraaf, waarin output en outcome moeten worden beschreven. Langs deze weg worden van de subsidieaanvrager de volgende gegevens verkregen:

 

2.1.1 Ten behoeve van de output:

  • a)

    een nauwkeurige omschrijving van het concrete resultaat dat met de te subsidiëren activiteit wordt opgeleverd;

  • b)

    aan welke van de in tabel 1 opgenomen hoofddoelen en gespecificeerde doelen dit resultaat bijdraagt, met inbegrip van een onderbouwing (meer dan één doel mogelijk);

  • c)

    een beschrijving van uit te voeren specifieke monitoringsactiviteiten door of namens de subsidieontvanger (bijvoorbeeld 0-metingen, metingen van de effectiviteit van de op te leveren concrete resultaat en overige metingen tijdens de projectperiode).

Als de te subsidiëren activiteit mede of uitsluitend betrekking heeft op het verwerven van kennis wordt (tevens) omschreven:

  • d)

    een beschrijving welke kennisvragen de te subsidiëren activiteit beoogt te beantwoorden en op welke wijze de kennisvragen worden beantwoord; De subsidieontvanger levert op basis daarvan bij afronding van het project 1 of meerdere kennisrapporten op.

  • e)

    kennisdeling: een beschrijving van de activiteiten waarmee de te ontwikkelen kennis gedeeld gaat worden.

2.1.2 Ten behoeve van de outcome:

  • a)

    een nauwkeurige omschrijving van het beoogde effect van de gesubsidieerde activiteit, met inbegrip van een onderbouwing;

  • b)

    met welke van de in tabel 2 genoemde indicator(en) het beoogde effect van de gesubsidieerde activiteit kan worden gemeten en met welk meetnet. Als het beoogde effect niet kan worden gemeten met één of meer van de indicatoren uit tabel 2 dient omschreven te worden met welke indicator en met welk meetnet dat effect wel gemeten kan worden.

  • c)

    een omschrijving per indicator, en voor zover een streefwaarde is opgenomen, in welke mate het beoogde effect van de gesubsidieerde activiteit kwantitatief bijdraagt aan de streefwaarde van de betreffende indicator(en).

  • d)

    als bij de betreffende indicator in tabel 2 geen streefwaarde is opgenomen, een kwalitatieve beschrijving van de mate waarin wordt bijgedragen aan de gespecificeerde doelen uit tabel 1.

Als de te subsidiëren activiteit mede of uitsluitend betrekking heeft op het verwerven van kennis wordt (tevens) omschreven:

  • e)

    met welke vervolgactiviteiten gedacht wordt bij te dragen aan uitrol en toepassing van de ontwikkelde kennis in het Waddengebied.

  • 3.

    Monitoren van de output en outcome van gesubsidieerde activiteiten

Het verzamelen, verwerken en rapporteren van gegevens ten behoeve van een gesubsidieerde activiteit is een verantwoordelijkheid van de subsidieontvanger. Dit vindt, voor zover van toepassing, plaats via drie sporen, voortgangsrapportage, meldingen en aanvragen tot wijziging van de subsidieverlening en het verzoek tot subsidievaststelling.

 

Voortgangsrapportage

Op grond van de ASV kan het dagelijks bestuur aan het verstrekken van een subsidie vanaf € 25.000, als de periode van uitvoering van de activiteiten meer dan 12 aaneengesloten maanden bedraagt, de verplichting opleggen dat één keer per periode van 12 maanden een tussentijds voortgangsverslag wordt overgelegd. In het kader van een doeltreffende subsidieverstrekking kan het dagelijks bestuur hiervan afwijken.

 

In de ‘Beleidsregel voorbereiding, toezicht en handhaving subsidieverstrekking Waddenfonds’ is hierover bepaald dat aan een subsidieontvanger, bij het verlenen van een subsidie vanaf € 125.000 en waarbij de periode van uitvoering van de activiteiten meer dan 12 aaneengesloten maanden bedraagt, steeds de verplichting wordt opgelegd om tenminste één keer per periode van 12 maanden een schriftelijke voortgangsrapportage aan het dagelijks bestuur te overleggen of een voortgangsgesprek te houden met de toezichthouder.

 

Meldingen en aanvragen tot wijziging van de subsidieverlening.

Op grond van de ASV is de subsidieontvanger verplicht wijzigingen in de omstandigheden, de begroting en de projectresultaten aan het Waddenfonds te melden. In voorkomende gevallen kan dit leiden tot wijziging of zelfs intrekking van het besluit tot subsidieverlening.

 

Op een aanvraag tot wijziging van een besluit tot subsidieverlening is het bepaalde in paragraaf 2.1 van overeenkomstige toepassing. Dit betekent dat de subsidieontvanger bij die aanvraag inzichtelijk maakt welke consequenties de wijziging heeft voor de output en de outcome.

 

De aanvraag tot subsidievaststelling

Op grond van de ASV wordt bij een subsidie van € 125.000 of meer bij de aanvraag tot vaststelling onder meer een activiteitenverslag overgelegd, waaruit genoegzaam blijkt dat de activiteit waarvoor subsidie is verleend overeenkomstig het besluit tot subsidieverlening is verricht en aan de aan de subsidie verbonden verplichtingen is voldaan.

 

De monitoring van de outcome van de gesubsidieerde activiteiten een verantwoordelijkheid van het Waddenfonds. Dit laat onverlet dat van de subsidieontvanger kan worden gevraagd om gegevens te leveren ten behoeve van op te stellen evaluatierapportages met betrekking tot de outcome van gesubsidieerde projecten. Op grond van de ASV rust op de subsidieontvanger de verplichting om op verzoek van het dagelijks bestuur mee te werken aan een door of vanwege het dagelijks bestuur ingesteld evaluatieonderzoek naar de toepassing van ASV. Bij het besluit tot subsidieverlening kan deze verplichting worden geconcretiseerd.

 

Het Waddenfonds sluit voor de monitoring van de outcome zoveel als mogelijk aan bij de Basismonitoring Wadden en andere bestaande meetnetten.

 

  • 4.

    Verplichtingen:

In aanvulling op de vastgelegde verplichtingen in de ASV en de beleidsregel toezicht en handhaving worden ten behoeve van een (kwalitatieve) monitoring van de effecten en de doeltreffendheid van de door het Waddenfonds gesubsidieerde activiteiten de volgende geconcretiseerde verplichtingen opgelegd aan de subsidieontvangers- en aanvragers van een subsidie:

  • a)

    aan de bepalingen voor een subsidieaanvraag wordt voor subsidieaanvragers de verplichting toegevoegd dat in het projectplan de in 2.1.1 en 2.1.2 genoemde gegevens worden uitgewerkt en beschreven;

  • b)

    aan een subsidieontvanger wordt bij de subsidieverlening steeds de verplichting opgelegd dat in de schriftelijke voortgangsrapportage in elk geval verslag wordt gedaan van de in par. 2.1.1 en 2.1.2 genoemde gegevens en de mogelijke wijzigingen daarin;

  • c)

    aan een subsidieontvanger wordt bij subsidieverlening steeds de verplichting opgelegd dat in een verzoek tot wijziging van de subsidieverlening in elk geval verslag wordt gedaan van mogelijke wijzigingen in de in paragraaf 2.1.1 en 2.1.2 genoemde gegevens;

  • d)

    aan een subsidieontvanger wordt bij de subsidieverlening steeds de verplichting opgelegd dat in het activiteitenverslag bij een verzoek tot subsidievaststelling in elk geval verslag wordt gedaan van de in paragraaf 2.1.1 genoemde gegevens;

  • 5.

    Evaluatie

Het dagelijks bestuur van het Waddenfonds voert, ter voldoening aan het bepaalde in artikel 1.9 van de ASV periodiek een evaluatie uit. Evaluatie van Waddenfondsprojecten vindt plaats op basis van de door het dagelijks bestuur vastgestelde evaluatiemethodiek.

Toepassing van deze methodiek maakt het mogelijk om op basis van kwantitatieve en kwalitatieve gegevens te komen tot een beeld en waardering van de bijdrage van de gesubsidieerde projecten aan de Waddenfondsdoelen. Naast de beschikbare kwantitatieve en kwalitatieve informatie (‘meten en berekenen’), is een interpretatie (‘causaliteit’, ‘beredeneren’) nodig op basis van expert-judgement. Daarbij gaat het om leggen van de mogelijke relatie tussen projecteffecten en de ‘staat van het wad’ / autonome trends en ontwikkelingen.