Regeling vervallen per 01-07-2013

Algemene subsidieverordening gemeente Wassenaar

Geldend van 01-07-2013 t/m 30-06-2013

Intitulé

Algemene subsidieverordening gemeente Wassenaar

De Raad der gemeente Wassenaar,

gezien het voorstel van burgemeester en wethouders d.d. 3 november 2009,

gelet op artikel 149 van de Gemeentewet en de Algemene wet bestuursrecht,

raadsvoorstel no. 09097,

b e s l u i t:

Vast te stellen de “Algemene subsidieverordening Gemeente Wassenaar”.

HOOFDSTUK 1 ALGEMENE BEPALINGEN

Artikel 1 Begripsomschrijving

In deze verordening wordt verstaan onder:

Aanvrager: een rechtspersoon, naar burgerlijk recht of als bedoeld in Boek 2 van het BW of een rechtspersoon i.o., die zich zonder winstoogmerk als hoofddoel stelt het behartigen van belangen, het organiseren van activiteiten op één van de terreinen waarop deze verordening van toepassing is, met uitzondering van openbare lichamen die zijn ingesteld krachtens de Wet Gemeenschappelijke Regelingen en publiekrechtelijke instanties.

Boekjaar: kalenderjaar.

College: het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Wassenaar

Formulier: een door het college van burgemeester en wethouders vastgesteld document waarmee de verlening of vaststelling van een subsidie aangevraagd dient te worden.

Raad: de raad van de gemeente Wassenaar.

Voorschot: een bedrag dat een aanvrager ontvangt naar aanleiding van de beschikking tot subsidieverlening.

Wet: Algemene wet bestuursrecht (Awb)

Voorziening: een fonds, waaruit op een nader tijdstip aanschaffingen en vervangingen van duurzame goederen of gecalculeerde risico’s gefinancierd worden.

Subsidieplafond: het door de gemeenteraad vastgestelde bedrag dat gedurende een subsidieperiode ten hoogste beschikbaar is voor het verstrekken van subsidie krachtens deze verordening.

Artikel 2 Bevoegdheden

  • 1. Het college is belast met de uitvoering van deze verordening

  • 2. Het college stelt formulieren vast voor het aanvragen van het verlenen van een subsidie en voor het aanvragen van het vaststellen van een subsidie.

Artikel 3 Reikwijdte

Deze verordening is van toepassing op alle subsidiëringen door de gemeente, indien en voor zover er geen door de gemeente uit te voeren bekostigingsregeling van het Rijk, van de Provincie dan wel van een Gemeenschappelijke Regeling van toepassing is.

Artikel 4 Subsidieplafond

De raad stelt voorafgaand aan een subsidieperiode één of meerdere subsidieplafonds vast.

Artikel 5 Afzien van evaluatie subsidiëring.

Voor subsidiëring op grond van deze verordening geldt niet de verplichting als bedoeld in artikel 4:24 van de wet.

Artikel 6 Begrotingsvoorbehoud

Een subsidie ten laste van een begroting, die nog niet is vastgesteld, wordt verleend onder de voorwaarde zoals bedoeld in artikel 4:34 lid 1 van de wet.

Artikel 7 Toepassing wet

Afdeling 4.2.8. ( per boekjaar verstrekte subsidie aan rechtspersonen) van de wet is van toepassing.

HOOFDSTUK 2 SUBSIDIEVERLENING

Artikel 8 Aanvraag

De aanvrager dient een aanvraag tot subsidieverlening in met het voorgeschreven formulier.

Artikel 9 Aanvraag activiteitensubsidie

  • 1. Een aanvraag om een activiteitensubsidie dient jaarlijks ingediend worden vóór 1 april van het jaar voorafgaand aan het subsidiejaar.

  • 2. Bij de aanvraag dienen te worden overlegd:

    • a.

      een afschrift van de statuten van de aanvrager, voor zover niet reeds in bezit van de gemeente;

    • b.

      een beschrijving van de organisatievorm, voor zover deze niet reeds in de statuten is vervat;

    • c.

      een opgave van de bestuurssamenstelling;

    • d.

      het meest recente balansoverzicht van het totaal van de aanvrager;

    • e.

      een plan met de voorgenomen activiteiten voor het subsidiejaar;

    • f.

      een begroting van uitgaven en inkomsten behorend bij het plan.

  • 3. Wil men subsidie aanvragen voor meer dan één jaar dan dienen naast de in lid 2 genoemde bescheiden een plan en een productbegroting voor die jaren ingediend te worden.

Artikel 10 Aanvraag waarderingssubsidie

  • 1. Een aanvraag om een waarderingssubsidie dient uiterlijk 1 oktober van het jaar voorafgaand aan het subsidiejaar te worden ingediend.

  • 2. Bij de aanvraag dienen de volgende gegevens overlegd te worden:

    • a.

      een afschrift van de statuten van de aanvrager, voor zover niet reeds in bezit van het college;

    • b.

      een opgave van de bestuurssamenstelling;

    • c.

      de inhoudelijke en financiële verantwoording over het jaar voorafgaand aan het jaar van indiening;

    • d.

      het meest recente balansoverzicht van het totaal van de aanvrager;

    • e.

      een overzicht van de activiteiten met bijbehorende begroting voor het subsidiejaar.

Artikel 11 Aanvraag incidentele subsidie

  • 1. Een aanvraag voor een incidentele subsidie moet minimaal twaalf weken voordat de activiteit wordt verricht zijn ingediend.

  • 2. De aanvraag dient vergezeld te gaan van:

    • a.

      een afschrift van de statuten van de aanvrager, voor zover niet reeds in bezit van het college;

    • b.

      een beschrijving van de organisatievorm, voor zover deze niet reeds in de statuten is vervat;

    • c.

      een opgave van de bestuurssamenstelling;

    • d.

      een gespecificeerde begroting met toelichting;

    • e.

      een beschrijving van de geplande activiteiten;

    • f.

      een mededeling of en voor welk bedrag tevens subsidie is aangevraagd bij een of meer andere bestuursorganen of fondsen.

Artikel 12 Aanvraag incidentele subsidie ten behoeve van een jubileum

  • 1. Een aanvraag voor subsidie dient minimaal 4 weken voordat het jubileum plaatsvindt te zijn ingediend.

  • 2. De aanvraag dient vergezeld te gaan van een afschrift van de oprichtingsakte van de aanvrager.

Artikel 13 Aanvraag incidentele subsidie ten behoeve van tentoonstelling

  • 1. Een aanvraag voor subsidie dient minimaal 8 weken voordat de tentoonstelling plaatsvindt te zijn ingediend.

  • 2. De aanvraag dient vergezeld te gaan van:

    • a.

      een bewijs van lidmaatschap van een vereniging van beroeps beeldende kunstenaars;

    • b.

      een beschrijving van de tentoonstelling en de daarmee gepaard gaande uitgaven en inkomsten.

Artikel 14 Beslistermijn

  • 1. Op de aanvragen tot verlening van een activiteitensubsidie en waarderingssubsidie wordt uiterlijk 31 december van het jaar van indiening beslist.

  • 2. Op een aanvraag voor een incidentele subsidie wordt uiterlijk binnen acht weken na indiening van een aanvraag beslist.

  • 3. De onder lid 1 en 2 genoemde termijnen kunnen eenmalig worden verlengd met acht weken.

Artikel 15 Weigeringsgronden

Naast de in artikel 4:25 lid 2 en artikel 4:35 van de Algemene wet bestuursrecht genoemde weigeringsgronden wordt subsidie geweigerd als

  • a.

    de activiteiten waarvoor subsidie wordt aangevraagd niet gericht zijn op of niet aanwijsbaar ten goede komen aan ingezetenen van de gemeente;

  • b.

    de aanvrager niet in het belang van de plaatselijke gemeenschap werkt of gebruik maakt van middelen die naar het oordeel van het college in strijd zijn met de wet, het algemeen belang of de openbare orde;

  • c.

    uit bij de aanvraag overgelegde bescheiden blijkt dat de aanvrager zelf in de kosten daarvan kan voorzien, hetzij uit eigen middelen, hetzij uit middelen van derden;

  • d.

    niet voldaan wordt aan deze verordening en/of aan de vastgestelde beleidsregels;

  • e.

    de activiteiten niet passen in het gemeentelijk beleid;

  • f.

    de activiteiten van of het lidmaatschap van een aanvrager niet openstaan voor alle inwoners van de gemeente, uitgezonderd als de activiteiten bedoeld zijn voor speciale doelgroepen, die als zodanig door het college of door de raad zijn erkend.

  • g.

    de primaire verantwoordelijkheid voor de uitvoering van de activiteiten niet bij de aanvrager ligt.

Artikel 16 Meerjarige subsidie

  • 1. Het college kan voor maximaal 4 boekjaren subsidie verlenen.

  • 2. Verlening voor meer dan één jaar geschiedt met toepassing van artikel 7.

  • 3. Indien een meerjarige subsidie is verleend en de budgettaire positie daartoe aanleiding geeft, behoudt het college de bevoegdheid om tot een tussentijdse vermindering van de subsidie over te gaan onder gelijktijdige aanpassing van de afgesproken producten.

Artikel 17 Voorschotten

Het college kan de aanvrager een voorschot verlenen.

HOOFDSTUK 3 VERPLICHTINGEN

Artikel 18 Egalisatiereserve, bestemmingsreserve en voorziening

  • 1. Een aanvrager dient aan het einde van de periode waarvoor subsidie is verleend het voordelig of nadelig saldo toe te voegen of te onttrekken aan de egalisatiereserve.

  • 2. Het college kan aanvragers op hun verzoek toestemming verlenen of de verplichting opleggen, naast een egalisatiereserve, een of meerdere bestemmingsreserves of voorzieningen te hebben.

  • 3. Een verzoek als genoemd in lid 2 van dit artikel dient schriftelijk ingediend te worden en gemotiveerd te zijn.

  • 4. Op een verzoek als genoemd in lid 2 van dit artikel beslist het college binnen 13 weken na ontvangst van het verzoek.

Artikel 19 Afroming reserves en voorzieningen

Indien uit de financiële verantwoording blijkt dat een aanvrager, na de periode waarvoor subsidie is verleend, naar het oordeel van het college een te hoog egalisatiereserve heeft in relatie tot het gestelde in lid 2 van artikel 18 of bestemmingsreserves of voorzieningen heeft opgebouwd, anders dan de door het college vooraf goedgekeurde of verplicht gestelde voorzieningen, dan wordt het subsidiebedrag voor het volgende boekjaar verlaagd met het bedrag waarmee de toegestane hoogte van de egalisatiereserve wordt overschreden of met het bedrag aan niet goedgekeurde of niet verplicht gestelde voorzieningen.

Artikel 20 Doelmatigheid

De subsidieaanvrager zorgt er voor dat:

  • a.

    doeleinden, gesteld in het plan van activiteiten, op doelmatige wijze worden nagestreefd;

  • b.

    de werkzaamheden op een zodanige wijze worden geregeld dat een goed beleid en beheer worden gevoerd;

  • c.

    de subsidie op een doelmatige wijze wordt gebruikt voor de doeleinden waarvoor deze wordt verleend.

Artikel 21 Administratie

De aanvrager zorgt er voor dat:

  • a.

    de administratie op overzichtelijke en doelmatige wijze wordt gevoerd;

  • b.

    de administratie een juist, volledig en actueel beeld geeft van het functioneren van de aanvrager;

  • c.

    van alle ontvangsten en uitgaven deugdelijke bewijsstukken aanwezig zijn;

  • d.

    andere verplichtingen, die in de beschikking tot verlening zijn opgelegd, nagekomen worden.

Artikel 22 Wijzigingen

De subsidieontvanger doet zo spoedig mogelijk schriftelijk mededeling aan het college van omstandigheden die van belang kunnen zijn voor een beslissing tot wijziging, intrekking of vaststelling van de subsidie. Daarbij worden relevante stukken overgelegd.

Artikel 23 Ander verplichtingen

  • 1. De aanvrager die een subsidie ontvangt, verzekert haar roerende en onroerende zaken op afdoende wijze tegen risico van diefstal en brand en ook het risico van wettelijke aansprakelijkheid tegenover derden.

  • 2. De aanvrager verzekert voor vrijwilligers die werkzaamheden verrichten in het kader van de gesubsidieerde activiteiten, hun wettelijke aansprakelijkheid

Artikel 24 Vrijstelling of ontheffing van verplichtingen

Door het college kan vrijstelling of ontheffing worden verleend van het bepaalde in artikelen 21 tot en met 23.

HOOFDSTUK 4 SUBSIDIEVASTSTELLING

Artikel 25 Aanvraag

De aanvrager dient een verzoek tot subsidievaststelling in met het voorgeschreven formulier.

Artikel 26 Vaststelling activiteitsubsidie

  • 1. De aanvrager die een activiteitensubsidie heeft ontvangen dient uiterlijk vóór 1 juli van elk jaar volgend op het jaar van subsidieverlening een aanvraag tot vaststelling van de subsidie in.

  • 2. De aanvraag tot subsidievaststelling gaat vergezeld van een verantwoording. De verantwoording bevat:

    • a.

      een verslag over het afgelopen subsidiejaar. Dit verslag bevat in ieder geval een vergelijking tussen de nagestreefde en de gerealiseerde doelstellingen en activiteiten en een toelichting op de verschillen. Het verslag is gerelateerd aan het ingediende activiteitenplan;

    • b.

      een overzicht van de aan de activiteiten verbonden uitgaven en inkomsten. Het overzicht is gerelateerd aan de productenbegroting;

    • c.

      een verklaring van een accountant inzake de rekening en verantwoording omtrent de verrichte activiteiten en de daaraan verbonden uitgaven en inkomsten;

    • d.

      een balansoverzicht van het totaal van de aanvrager over het voorafgaande boekjaar.

Artikel 27 Vaststelling waarderingssubsidie

  • 1.

    Het college stelt de waarderingssubsidies per kalenderjaar gelijktijdig vast met de verlening.

  • 2.

    Bij het aanvragen van een waarderingssubsidie voor een volgend kalenderjaar dient als verantwoording van de waarderingssubsidie overlegd te worden:

  • a.

    een verslag van de verrichte activiteiten;

  • b.

    een financieel verslag, goedgekeurd door de kascommissie van de aanvrager.

Artikel 28 Vaststelling incidentele subsidie

  • 1. De aanvrager die een incidentele subsidie heeft ontvangen dient uiterlijk binnen 13 weken na de afronding van de activiteit verantwoording af te leggen van de verleende subsidie.

  • 2. De verantwoording bevat ten minste:

    • a.

      de realisatie van het project, waarvoor de subsidie werd verleend;

    • b.

      een overzicht van de aan het project verbonden uitgaven en inkomsten.

Artikel 29 Vaststelling incidentele subsidie ten behoeve van jubileum of tentoonstelling

  • 1. Het college stelt gelijktijdig met de verlening de subsidie vast.

  • 2. De aanvrager van een subsidie ten behoeve van tentoonstelling dient binnen 13 weken na de beëindiging van de activiteit als verantwoording van de subsidie in te dienen:

    • a.

      een verslag van de verrichte activiteiten;

    • b.

      een financieel verslag.

Artikel 30 Beslistermijn

  • 1. Het college beschikt op de aanvraag tot vaststelling van de subsidie binnen 13 weken na ontvangst van de aanvraag.

  • 2. Het college stelt het subsidiebedrag voor meer boekjaren vast voor 1 oktober van het jaar volgend op het boekjaar waarvoor de subsidie is verleend.

  • 3. Het college kan de termijn eenmalig met 13 weken verlengen en doet daarvan mededeling aan de betreffende aanvrager.

HOOFDSTUK 5 SLOTBEPALINGEN

Artikel 31 Hardheidsclausule

Het college kan afwijken van het gestelde in deze verordening als onverkorte toepassing daarvan naar zijn oordeel tot onbillijkheden of bijzondere hardheden zou leiden.

Artikel 32 Overgangsbepaling

Op de subsidieaanvraag, de beschikking tot subsidieverlening, de beschikking tot subsidievaststelling en de bevoorschotting die vóór de inwerkingtreding van deze verordening zijn ingediend of verleend, blijven de bepalingen van toepassing zoals die zijn opgenomen in de Algemene subsidieverordening Wassenaar 2006.

Artikel 33 Inwerkingtreding

  • 1. Deze verordening treedt in werking op 1 januari 2010.

  • 2. Met ingang van de datum genoemd in het eerste lid worden ingetrokken:

    • -

      de Algemene subsidieverordening Wassenaar 2006;

    • -

      de Tentoonstellingsverordening Wassenaar 2000.

Artikel 34 Citeertitel

Deze verordening wordt aangehaald als:"Algemene subsidieverordening gemeente Wassenaar ".

Wassenaar,

De Raad voornoemd,

de Griffier, de Voorzitter,

TOELICHTING

I Algemene toelichting

  • 1.

    Algemeen

  • 2.

    Het begrip “subsidie”

  • 3.

    Procedurele aspecten

  • 4.

    Weigeringen, niet in behandeling nemen, maatregelen en sancties

  • 5.

    Rechtsbescherming

  • 6.

    Subsidieplafond

II Artikelsgewijze toelichting

I Algemene toelichting

1. Algemeen

Deze Algemene subsidieverordening (ASV) dient als een algemene verordening, een zogenaamde parapluverordening, die gemeentebreed van toepassing is. Niet alleen subsidies met betrekking tot welzijnsaanvragen, maar bijvoorbeeld ook sport- en milieusubsidies zullen overeenkomstig deze ASV worden aangevraagd, verleend, bevoorschot en vastgesteld.

De ASV dient rekening te houden met de subsidietitel 4.2 in de Algemene wet bestuursrecht (Awb). De Awb bevat een groot aantal artikelen over de subsidieprocedure die ook direct van toepassing is op de subsidieverlening door het college van burgemeester en wethouders.

Op grond van de Algemene wet bestuursrecht (artikel 4:23 lid 1) is in beginsel een wettelijk voorschrift (zoals een verordening) vereist voor welke activiteiten subsidie kan worden verleend. Op dit uitgangspunt bestaan voor het gemeentelijk subsidiebeleid de volgende uitzonderingen:

  • a.

    Een wettelijk voorschrift is niet vereist indien de gemeentebegroting de subsidieontvanger en het bedrag waarop de subsidie ten hoogste kan worden vastgesteld, vermeldt.

  • b.

    Een wettelijk voorschrift is bovendien niet vereist in incidentele gevallen, mits de subsidie voor ten hoogste vier jaren wordt verstrekt.

Met deze verordening wordt voldaan aan het vereiste van een wettelijk voorschrift.

Het is gewenst dat voor alle gemeentelijke subsidies een basis is te vinden in een verordening. Door een wettelijk voorschrift kan duidelijkheid worden geschapen over de rechten en plichten van enerzijds de raad en het college van burgemeester en wethouders en anderzijds de subsidieaanvrager. Hiermee is het algemene beginsel van behoorlijk bestuur te weten het rechtszekerheidsbeginsel en daarnaast de doelmatigheid gediend.

Het effect van de omschrijving van de te subsidiëren activiteiten is tweeledig.

Op de eerste plaats is het wettelijk voorschrift essentieel voor het bepalen van de reikwijdte van de gemeentelijke subsidiëring. Daardoor bestaat voor de subsidieaanvragers zoveel mogelijk duidelijkheid omtrent de vraag wanneer zij voor subsidiëring in aanmerking kunnen komen. De noodzaak een wettelijk voorschrift tot stand te brengen dwingt de raad en het college van burgemeester en wethouders zich af te vragen, welke doeleinden met de subsidieverstrekking worden nagestreefd en welke voorschriften en bevoegdheden noodzakelijk zijn om dat doel te bereiken. De verordening biedt ook de grondslag voor de uiteenlopende verplichtingen die aan de subsidieverlening worden verbonden.

Op de tweede plaats is er sprake van het effect dat op grond van de ASV budget beschikbaar dient te zijn. De verordening zorgt voor de verbinding van de subsidieverlening en het gemeentelijk begrotingsbeleid. De ASV bepaalt dat de nodige gelden door de raad beschikbaar moeten worden gesteld.

2. Het begrip “subsidie”

Artikel 4:21 van de Awb verstaat onder subsidie: “de aanspraak op financiële middelen, door een bestuursorgaan verstrekt met het oog op bepaalde activiteiten van de aanvrager, anders dan als betaling voor aan het bestuursorgaan geleverde goederen of diensten.”

Voor de inkadering van de gemeentelijk subsidieverlening is het belangrijk dat een aantal aspecten van het subsidiebegrip nader worden uiteengezet. Achtereenvolgens worden uiteengezet:

  • a.

    aanspraak op financiële middelen;

  • b.

    verstrekt door een bestuursorgaan (meestal het college van burgemeester en wethouders);

  • c.

    aanvrager;

  • d.

    activiteiten van de aanvrager (subsidieontvanger in spé);

  • e.

    anders dan als betaling voor aan het bestuursorgaan (meestal het college) geleverde goederen of diensten.

Ad a. Aanspraak op financiële middelen

In het algemeen ontstaat een aanspraak op financiële middelen door een besluit van het college van burgemeester en wethouders (inzake de concrete subsidieaanvraag), inhoudende dat een activiteit wordt gesubsidieerd. Als dat besluit is genomen, is het college van burgemeester en wethouders verplicht subsidie te betalen na uitvoering van de subsidiabele activiteit en als de verplichtingen die aan de subsidiëring zijn verbonden, worden nagekomen. Daarop vooruitlopend kan een voorschot worden verstrekt.

Door een beschikking tot subsidieverlening (beschikking voorafgaand aan de subsidieperiode) wordt ten aanzien van de individuele subsidieaanvrager een besluit genomen en ontstaat een voorlopige aanspraak op de financiële middelen.

Door een beschikking tot subsidievaststelling (ook wel afrekening genoemd) wordt ten aanzien van de individuele subsidieaanvrager een besluit genomen en ontstaat definitief aanspraak op de financiële middelen.

Ad b. Verstrekt door raad c.q. het college van burgemeester en wethouders

Van subsidie is alleen sprake als de raad c.q. het college van burgemeester en wethouders (meestal het college) financiële middelen verstrekt. Geld van particulieren, zoals fondsen, vallen niet onder het subsidiebegrip van de ASV. Op deze regel bestaat één uitzondering, namelijk als de situatie zich voordoet dat een particuliere organisatie - op grond van een door de raad genomen besluit – gelden verstrekt in het kader van de uitoefening van een publieke taak.

Ad c. Aanvrager

Nu de wetgever het nodig achtte om in de Awb op te nemen dat naast rechtspersonen ook aan individuele, natuurlijke personen subsidie kan worden toegekend, wordt in deze verordening dit uitgangspunt gehanteerd. In plaats van “rechtspersonen” wordt daarom het ruimere begrip “aanvrager” aangehouden. Indien in de ASV expliciet regels worden gesteld die een rechtspersoon en niet een natuurlijk persoon betreffen, dan wordt in plaats van de algemene term ‘aanvrager’ de specifieke term ‘rechtspersoon’ gebruikt.

Ad d. Activiteiten van de subsidieontvanger

Subsidie wordt verstrekt voor bepaalde activiteiten van de subsidieaanvrager. Die activiteiten zullen in de beschikking tot subsidieverlening worden vermeld, zodanig dat de bestedingsrichting van de subsidie duidelijk is. Dat wil zeggen dat bijvoorbeeld bijstandsuitkeringen verstrekt als algehele of aanvullende inkomensvoorziening en donaties niet onder het subsidiebegrip vallen, omdat de activiteiten niet zijn benoemd.

Subsidiabele activiteiten dienen te passen binnen het gemeentelijk subsidiebeleid en dienen in overwegende mate ten dienste te staan van de totaliteit van de inwoners van de gemeente Wassenaar (het algemeen belang) of van groepen of individuele Wassenaarse inwoners. Activiteiten die hieraan niet voldoen, komen in beginsel niet in aanmerking voor subsidie.

Ad e. Anders dan als betaling voor aan het bestuursorgaan geleverde goederen of diensten

De levering van goederen en diensten (als activiteiten) zijn uitgezonderd van het subsidiebegrip, omdat deze op commerciële basis èn in het directe belang van de gemeente als privaatrechtelijk rechtspersoon worden geleverd. De uitzondering is beperkt tot de levering aan de gemeente. Als de activiteit onder meer bestaat uit het door de ontvanger (van financiële middelen) aan een derde af te leveren of van een derde te verkrijgen voorziening, product of dienst op commerciële basis, dan is sprake van een subsidie. Of sprake is van subsidieverlening of een commerciële transactie moet aan de hand van de omstandigheden van het geval worden vastgesteld.

3. Procedurele aspecten

In de ASV wordt vooral het subsidieproces beschreven. Insteek daarbij is het vaststellen van een zo eenvoudig mogelijke procedure en toepassing ervan. Daarbij wordt opgemerkt dat de zwaarte van de subsidieprocedure wordt bepaald door het aantal handelingen in het proces van subsidiëring, de vereisten en verplichtingen en de in te dienen stukken.

De ASV hanteert de volgende elementen in de subsidieprocedure:

3.1. aanvraag (artikelen 8-13);

3.2. verlening (artikel 14-16);

3.3. voorschotten (artikel 17);

3.4. vaststelling (artikel 25-30).

Ad 3.1. Aanvraag

Een aanvraag is een verzoek van een belanghebbende aan het college van burgemeester en wethouders een besluit te nemen. De Awb geeft regels waaraan een aanvraag dient te voldoen. Het gaat dan onder meer om de verplichting van de aanvrager voldoende informatie te verschaffen. In de verordening zijn op dit punt nadere bepalingen opgenomen. Tevens zijn regels opgenomen met betrekking tot de data of termijnen waarvoor uiterlijk een aanvraag moet worden ingediend.

Onderscheid wordt gemaakt tussen de aanvraag van een beschikking tot subsidieverlening en de aanvraag van een beschikking tot subsidievaststelling. Een aanvraag wordt zo bezien gekenmerkt door eenzijdigheid. Deze eenzijdigheid doet niet geheel recht aan de bestaande praktijk. Bij sommige subsidies wordt veel waarde gehecht aan overleg tussen de gemeente en de gesubsidieerde aanvrager, juist ook in het stadium vóór de subsidieverlening. Tijdens het overleg wordt getracht zoveel mogelijk overeenstemming te verkrijgen over de door een aanvrager te leveren activiteiten en het daarvoor door de gemeente te verlenen subsidiebedrag. Het resultaat van dit onderhandelingsproces wordt neergelegd in een document met subsidieafspraken, dat vervolgens een onlosmakelijk bestanddeel is van de beschikking tot subsidieverlening.

Het indienen van een aanvraag is een verantwoordelijkheid van het bestuur van een vereniging, instelling, of stichting. Tot die verantwoordelijkheid hoort het op de hoogte zijn van de regelgeving vastgesteld door de gemeente. Dat wil zeggen dat het op tijd indienen van een volledige aanvraag een volledige verantwoordelijkheid is van de aanvrager. Het zich verschuilen achter argumenten als “wij waren niet op de hoogte” geldt niet. Op grond van jurisprudentie geldt dat elke bestuurder geacht wordt zich op de hoogte te stellen en te houden van de regelgeving die het door hem/haar bestuurde aangaat.

Ad 3.2. Subsidieverlening

De subsidieverlening is geregeld in de hoofdstuk 2 van de ASV. De beschikking tot subsidieverlening houdt in dat de aanvrager aanspraak op financiële middelen verkrijgt. De subsidieverlening is niet voorlopig of vrijblijvend. Indien de subsidieontvanger de activiteiten verricht en de verplichtingen nakomt, kan in beginsel niet op de subsidieverlening worden teruggekomen.

Aan de subsidieverlening en aan de subsidievaststelling worden verplichtingen (voorschriften) verbonden. De hier opgenomen verplichtingen zijn de standaardbepalingen die in het algemeen van toepassing zijn. Daarnaast kunnen aan de subsidiëring bijzondere verplichtingen worden verbonden die inhoudelijk van belang zijn voor het doel waarvoor wordt gesubsidieerd. Deze verplichtingen zullen na overleg met de subsidieontvanger worden vastgelegd in de beschikking.

Ad 3.3. Voorschotten

Op grond van de verordening (artikel 17) c.q. op grond van de beschikking tot subsidieverlening kunnen voorschotten worden verleend. Voorschotten zijn bedragen die naar aanleiding van de beschikking tot subsidieverlening worden uitgekeerd aan de aanvrager gedurende het boekjaar of een andere periode waarbinnen de betreffende activiteiten dienen te worden uitgevoerd, vooruitlopend op de vaststelling van de subsidie.

Ad 3.4. Subsidievaststelling

De beschikking tot subsidievaststelling is geregeld in artikel 4:42 e.v. Awb. De beschikking tot subsidievaststelling is de beschikking waarbij vastgesteld wordt dat de aanvrager subsidie ontvangt ter hoogte van een bepaald bedrag. Daarvoor zal het nodig zijn dat wordt vastgesteld dat de gesubsidieerde activiteit is verricht en dat de opgelegde verplichtingen zijn nageleefd. Dan kan eventueel ook bepaald worden dat er een bedrag door de subsidieontvanger terugbetaald moet worden of dat die juist nog een nabetaling krijgt. Die vaststelling wordt mede gebaseerd op de grondslag van de subsidievorm. Zo zal bij de vaststelling van de ene subsidie de controle zich voornamelijk richten op de uitvoering van activiteiten en bij de ander juist meer op het feit dat voldaan wordt aan de

geformuleerde criteria om voor subsidie in aanmerking te komen.

Verstrekking In het geval dat géén beschikking tot subsidieverlening is gegeven, worden de activiteiten waarvoor subsidie wordt verstrekt, aangegeven in de beschikking tot subsidievaststelling. Dus: in een dergelijke situatie wordt de subsidie bij de beschikking tot subsidievaststelling verstrekt. Vandaar het woord “verstrekken” en dat gebeurt bij de beschikking tot subsidievaststelling, aldus artikel 4:43,lid 1 Awb. In een dergelijke situatie wordt in een beschikking tot subsidievaststelling gemeld dat de betreffende

subsidie wordt verstrekt.

N.B.: de verstrekking of het verstrekken vervangt niet de beschikking tot subsidievaststelling (en subsidieverlening).

4. Weigeringen, niet in behandeling nemen, maatregelen en sancties

De Awb geeft in een aantal artikelen de mogelijkheid subsidie te weigeren en te besluiten tot maatregelen en sancties als een subsidiebeschikking reeds is afgegeven. In deze paragraaf wordt nader ingegaan op deze kwesties.

Weigeren van subsidie

Weigeren van een subsidie betekent in de praktijk dat een subsidieaanvraag wordt afgewezen, waardoor geen subsidieverlening of subsidievaststelling plaatsvindt. Weigering van subsidie werkt in de toekomst en kan gebaseerd zijn op formele of inhoudelijke gronden.

Formele gronden

De weigering op formele gronden is verankerd in artikelen 4:25 lid 2 en 4:35 Awb. Van een dergelijke weigering is sprake als gegronde reden bestaat om aan te nemen dat:

  • -

    de activiteiten niet of niet geheel zullen plaatsvinden;

  • -

    de aanvrager niet zal voldoen aan de verplichtingen;

  • -

    de aanvrager niet op een behoorlijke wijze rekening en verantwoording zal afleggen;

  • -

    onjuiste gegevens zijn verstrekt;

  • -

    sprake is van faillissement of surseance van betaling.

Het betreft hier een niet-limitatieve opsomming van een aantal algemeen geldende, facultatieve gronden om een subsidieaanvraag te weigeren. Deze gronden werken aanvullend ten opzichte van de weigeringsgronden in de ASV.

Inhoudelijke gronden

Van een weigering op inhoudelijke gronden kan bijvoorbeeld sprake zijn als:

  • -

    de subsidiëring niet past binnen het algemeen gemeentelijk belang, beleid of doelstellingen;

  • -

    de voor het beleidsterrein vastgestelde beleidsregel leidt tot weigering;

  • -

    in de gemeentelijke begroting geen budget beschikbaar is of doordat het in de beleidsregel verankerde subsidieplafond is bereikt;

  • -

    de gelden niet of in onvoldoende mate besteed zullen worden voor het doel waarvoor subsidie beschikbaar wordt gesteld;

  • -

    de aanvrager ook zonder aanvullende gemeentelijke subsidie over voldoende middelen beschikt om de kosten van de subsidiabele activiteiten te dekken.

Niet in behandeling nemen.

In artikel 4:5 Awb is geregeld dat een aanvraag niet in behandeling kan worden genomen als niet voldaan is aan of enig wettelijk voorschrift voor het in behandeling nemen van een aanvraag of de verstrekte gegevens en bescheiden onvoldoende zijn voor de beoordeling van de aanvraag.

De aanvrager moet wel in de gelegenheid worden gesteld de aanvraag aan te vullen.

In artikel 5 van de ASV is het gestelde uit artikel 4:5 Awb uitgewerkt.

De in de ASV opgenomen data en termijnen worden dan ook beschouwd als fatale data en termijnen en geen termijnen van orde.

Maatregelen en sancties

Een maatregel of sanctie wordt toegepast als er al een subsidierelatie bestaat via subsidieverlening of vaststelling; deze grijpen achteraf in in de subsidierelatie. De sanctiemogelijkheden hebben betrekking op:

  • -

    lager vaststellen;

  • -

    ambtshalve vaststellen;

  • -

    intrekken en wijzigen;

  • -

    stopzetten van betalingen.

Lager vaststellen

De Awb regelt in artikel 4:46 de gronden wanneer subsidie lager kan worden vastgesteld dan in de subsidieverlening is vermeld. Deze gronden zijn:

  • -

    de activiteiten of producten en prestaties hebben niet of niet volledig plaatsgevonden;

  • -

    de subsidieontvanger voldoet niet aan de verplichtingen;

  • -

    de subsidieontvanger heeft onjuiste /onvolledige gegevens verstrekt;

  • -

    de subsidieverlening was onjuist en subsidie-ontvanger wist dit of behoorde dit te weten.

De hier benoemde gronden moeten niet verward worden met een lagere vaststelling van de subsidie die afhankelijk gesteld is van de werkelijk gemaakte kosten. Daarvoor geldt dat in de beschikking tot subsidieverlening wordt bepaald dat de subsidievaststelling wordt gebaseerd op de werkelijk gemaakte kosten tot ten hoogste het bij die subsidieverlening toegekende bedrag.

Ambtshalve vaststellen

De Awb bepaalt in artikel 4:44 lid 3 en 4 de rechtsgevolgen bij uitblijven van de aanvraag. De regeling komt erop neer dat de subsidie-ontvanger één maal wordt aangemaand als de aanvraagtermijn is overschreden of als een aanvraagtermijn ontbreekt Als dan nog geen aanvraag volgt, kan de subsidie ambtshalve worden vastgesteld. Deze regeling geldt ook bij onvolledige aanvragen.

Intrekken en wijzigen

Afgezien van de bovenstaande in de Awb vermelde bevoegdheid is ook sprake van ambtshalve vaststelling, als besloten wordt tot intrekken en wijzigen van verleende of vastgestelde subsidies. De mogelijkheden om dergelijke maatregelen te treffen zijn tevens geregeld in de Awb (artikel 4:35 e.v.).

Hier worden drie verschillende gronden voor intrekken en wijzigen benoemd:

  • 1.

    Formele gronden als nog geen vaststelling heeft plaatsgevonden. Dit doet zich voor als:

    • -

      de activiteiten niet of niet geheel plaatsvinden;

    • -

      de ontvanger niet voldoet aan de verplichtingen;

    • -

      de ontvanger onjuiste of onvolledige gegevens heeft verstrekt;

    • -

      de subsidieverlening onjuist is en de subsidie-ontvanger dit weet of behoort te weten;

    • -

      er geen voldoende gelden op de gemeentebegroting beschikbaar zijn gesteld.

  • 2.

    Materiële gronden als nog geen vaststelling heeft plaatsgevonden. Hiervan is sprake als:

    • -

      de subsidieverlening onjuist is, of

    • -

      sprake is van gewijzigde omstandigheden of inzichten.

  • 3.

    Materiële gronden nadat subsidievaststelling heeft plaatsgevonden. Dit doet zich voor als:

    • -

      sprake is van feiten en omstandigheden die niet bekend waren ten tijde van de vaststelling en zouden leiden tot een lagere vaststelling;

    • -

      de vaststelling onjuist was en de subsidie-ontvanger dit wist of behoorde te weten;

    • -

      de subsidie-ontvanger na de vaststelling niet heeft voldaan aan de verbonden verplichtingen.

Stopzetten van betalingen

Vooruitlopend op een beslissing tot intrekking of wijziging bij toepassing van de hiervoor vermelde punten 1 en 3, kan worden besloten de subsidiebetaling of bevoorschotting tijdelijk op te schorten.

5. Rechtsbescherming

Het subsidieproces kenmerkt zich als een geheel van overlegsituaties, beschikkingen, afspraken etc. Dit vloeit mede voort uit de opzet om door middel van overleg tussen de gemeente en de aanvragers tot een goede invulling te komen van de rechten en plichten die over en weer bestaan. Het is hierdoor voor de betrokkenen en eventuele derdebelanghebbenden evenwel niet altijd even eenvoudig om te beoordelen wanneer bezwaar of beroep mogelijk is.

In het subsidieproces onderscheiden we een drietal momenten waarop rechtsbescherming bij de bestuursrechter bestaat. De subsidieverlening, de voorschotverlening en de subsidievaststelling zijn beschikkingen waartegen op grond van de Algemene wet bestuursrecht bezwaar kan worden gemaakt en beroep kan worden ingesteld bij de bestuursrechter.

Ook tegen de weigering, intrekking of wijziging van deze beschikkingen is bezwaar en beroep mogelijk.

In deze gevallen worden de betrokkenen geïnformeerd op welke wijze bezwaar tegen de beschikking kan worden gemaakt.

6. Subsidieplafond

De regeling van het subsidieplafond komt er globaal op neer, dat er voorafgaande aan een begrotingsjaar een bedrag dient te worden vastgesteld en bekendgemaakt, dat voor dat betrokken jaar beschikbaar is voor het verlenen van subsidies. De invulling daarvan dient te geschieden bij afzonderlijk besluit van de raad (begrotingskaders) en college van burgemeester en wethouders (bedrag per product binnen kaders van de raad).

Verder is het college van burgemeester en wethouders verplicht om bij dreigende overschrijding van een subsidieplafond de subsidie te weigeren (artikel 4:25 Awb).

Het college van burgemeester en wethouders stelt jaarlijks de subsidieplafonds vast binnen de begrotingskaders vastgesteld door de raad. Aan het budgetrecht van de raad wordt door deze bevoegdheidsverdeling geen afbreuk gedaan. Immers, indien de raad een begrotingspost lager vaststelt, dient het college van burgemeester en wethouders in beginsel tot verlaging van het betrokken subsidieplafond te besluiten.

Samenvattend zijn bij bovenvermelde wijze van uitvoering van het Awb-subsidieplafond de door de raad in het kader van de begrotingsbehandeling vastgestelde budgetten richtinggevend.

II Artikelsgewijze toelichting

Artikel 1

Begripsomschrijvingen.

Dit artikel is bedoeld om de verordening leesbaarder te maken. Het geeft geen uitleg over de inhoud van de verordening.

Artikel 2

Het college van burgemeester en wethouders stelt regels ten aanzien van subsidie voor de concrete uitvoering door de aanvrager van betreffende activiteiten (lid 1) en kan daartoe in zogenaamde beleidsregels (lid 2) nader bepalen wat bijvoorbeeld de maximale hoogte van een bepaalde subsidie kan zijn en wat de eisen zijn ten aanzien van kwaliteit en kwantiteit van de te subsidiëren activiteit.

Beleidsregels houden in beginsel voorschriften in die van tijd tot tijd aangepast moeten worden, en daarom niet in de subsidieverordening zelf zijn opgenomen.

Artikel 3

De Algemene subsidieverordening heeft betrekking op subsidiëring door het college van burgemeester en wethouders met betrekking tot de terreinen die door de wet als gebied van uitsluitende bemoeienis van het college zijn aangewezen en voorts op andere door de raad aan te wijzen terreinen.

Artikel 4

De raad stelt de plafonds vast voor het totale bedrag per programma dat beschikbaar is voor het verlenen van subsidies binnen dat programma. Het bereiken van het subsidieplafond betekent automatisch een weigering van een subsidie.

Artikel 5

In artikel 4:24 wordt bepaald dat er een keer in de vijf jaar een verslag wordt gepubliceerd over de doeltreffendheid en de effecten van de subsidies in praktijk. Hiervan kan afgeweken worden als een wettelijk voorschrift (de ASV) dit bepaald. Er wordt afgezien van een dergelijk verslag omdat er jaarlijks al aan het college verslag wordt uitgebracht.

Artikel 7

De afdeling 4.2.8. moet volgens artikel 4:58 bij wettelijk voorschrift of besluit van toepassing verklaard worden.

Artikel 8

De formulieren worden vastgesteld en moeten gebruikt worden om het indienen van aanvragen te vergemakkelijken en om de behandeling c.q. afhandeling efficiënter en effectiever te maken.

Artikel 9 tot en met 13

In deze artikelen wordt per soort subsidie aangegeven voor welke datum of minimale termijn een aanvraag moet worden ingediend en welke bescheiden daarbij overlegd moeten worden.

Artikel 14

Lid 1 betreft al die subsidieaanvragen die activiteiten betreffen die in een boekjaar (kalenderjaar)

uitgevoerd worden. Dan dient op de aanvraag beslist te worden binnen 8 weken na de

begrotingsvergadering van de gemeenteraad in het jaar voorafgaand aan dat boekjaar.

Lid 2 betreft met aanvragen voor een incidentele subsidie. Dan geldt de termijn van 8 weken vanaf de dagtekening van ontvangst van de subsidieaanvraag door het college van burgemeester en wethouders.

Lid 3 geeft de mogelijkheid de genoemde termijnen eenmalig te verlengen.

Artikel 15

De Awb gaat uit van een drietal soorten weigeringsgronden:

  • 1.

    de Awb-grond, vermeld in artikel 4:25 lid 2 en 3 (het bereiken van het subsidieplafond);

  • 2.

    de Awb-gronden vermeld in artikel 4:35;

  • 3.

    autonome weigeringsgronden. Deze weigeringsgronden kunnen alleen worden gehanteerd indien deze nadrukkelijk een wettelijke basis hebben in de ASV.

Artikel 16

Hierin wordt bepaald dat voor maximaal 4 boekjaren een subsidie kan worden verleend. Deze mogelijkheid is opgenomen om een meerjarenbeleid gestalte te geven.

Artikel 17

Een besluit met betrekking tot het al dan niet verlenen van een voorschot is een besluit in de zin van artikel 1:3 Awb. Voorschotten kunnen door het college van burgemeester en wethouders worden verleend bij verordening en bij beschikking tot subsidieverlening. Voorschotten worden uitgevoerd naar aanleiding van de beschikking tot subsidieverlening en vooruitlopend op de subsidievaststelling. Want de beschikking tot subsidievaststelling stelt het bedrag van de subsidie vast en geeft aanspraak op betaling van het vastgestelde bedrag (artikel 4:42 Awb).

Artikel 18- 24

De Awb introduceert in artikel 4:37 e.v. een nieuwe term: "verplichtingen". Deze wettelijke voorschriften geven het speelveld aan dat het college van burgemeester en wethouders dient aan te houden bij het opleggen van verplichtingen.

De Awb onderscheidt doelgebonden en niet-doelgebonden verplichtingen.

  • -

    Doelgebonden verplichtingen hebben rechtstreeks betrekking op de gesubsidieerde activiteit en kunnen worden opgelegd bij wettelijk voorschrift en/of bij beschikking tot subsidieverlening. Het enkel opnemen van deze verplichtingen in de beschikking tot subsidieverlening is reeds voldoende.

  • -

    Niet-doelgebonden verplichtingen zijn niet gericht op directe verwezenlijking van het doel van de subsidie en verlangen daarmee een specifieke wettelijke grondslag in de ASV. Niet-doelgebonden verplichtingen die bijvoorbeeld zijn opgenomen in een beleidsregel zijn rechtens niet afdwingbaar.

Artikel 18 en 19

Het gestelde in deze artikelen vloeit voort uit de Awb en de kadernota subsidiering.

Artikel 20 tot en met 23

Dit zijn doelgebonden verplichtingen. De inhoud spreekt voor zich.

Artikel 24

Vrijstelling of ontheffing van verplichtingen. Deze vrijstelling en ontheffing geldt ten aanzien van onvoorziene omstandigheden waarop de verplichtingen van de ASV niet van toepassing c.q. niet voor bedoeld (kunnen) zijn.

De Awb regelt de subsidievaststelling in de artikelen 4:42-47.

Zoals reeds bij de bevoorschotting is gemeld, stelt de beschikking tot subsidievaststelling het bedrag van de subsidie vast en geeft aanspraak op betaling van het vastgestelde bedrag (artikel 4:42 Awb). Net als bij de aanvraag om subsidieverlening, dient in beginsel ook voor de subsidievaststelling een aanvraag ingediend te worden. In beginsel, want bij sommige subsidies kunnen ‘verlenen’ en ‘vaststellen’ samenvallen. Men spreekt dan in de beschikking tot subsidievaststelling van ‘verstrekken’ (artikel 4:43 lid 1 Awb).

Bij de subsidievaststelling (ook wel afrekening genoemd), wordt bepaald wat uiteindelijk aan subsidie betaald had moeten worden (de financiële verplichting). Als er te weinig is ontvangen door de aanvrager, dient het college van burgemeester en wethouders het ontbrekende bedrag nog uit te keren en mocht de gesubsidieerde activiteit geheel of gedeeltelijk niet zijn uitgevoerd, dan kan subsidie worden teruggevorderd door het college van burgemeester en wethouders.

Artikel 25

Zie artikel 8.

Artikel 26 tot en met 29.

In deze artikelen wordt per soort subsidie aangegeven voor welke datum of minimale termijn een aanvraag moet worden ingediend en welke bescheiden daarbij overlegd moeten worden. Bij art 26 onder c kan nog opgemerkt worden dat het onderzoek van de accountant mede is gebaseerd op de subsidiebeschikking en –overeenkomst. In die gevallen dat er meerdere partijen subsidie verlenen, of sprake is van afzonderlijke deelbegrotingen bij een aanvrager onderzoekt de accountant tevens de onderlinge toerekening van kosten.

Artikel 30

In lid 1 wordt de termijn genoemd waarop voor aanvragen tot vaststelling van alle soorten subsidies moet worden beslist. Op grond van art. 4:13 lid 1 Awb dient een beschikking te worden gegeven binnen de bij wettelijk voorschrift (zoals een subsidieverordening) bepaalde termijn of, bij het ontbreken van zulk een termijn, binnen een redelijke termijn na ontvangst van de aanvraag. Lid 2 geeft de termijn voor het beslissing op een aanvraag tot vaststelling bij subsidies die voor meer dan 1 jaar zijn verleend. Bij verleningen voor meer dan één jaar moet de subsidie-ontvanger elk jaar een aanvraag tot vaststelling indienen.

Lid 3 geeft het college de mogelijkheid bij bijvoorbeeld ingewikkelde zaken of indien nader onderzoek gewenst is, een andere termijn vast te stellen.

Artikel 31

Bedoeld is om aan het college van burgemeester en wethouders de bevoegdheid te geven in bijzondere gevallen af te wijken van de verordening. De hardheidsclausule wordt alleen toegepast als het strikt toepassen van de verordening leidt tot onbillijkheden of bijzondere hardheden. De hardheidsclausule is bijvoorbeeld niet bedoeld om overschrijdingen van fatale termijnen, zonder dat er sprake is van verschoning, goed te keuren.

Artikel 32

  • -

    Subsidieaanvragen die ingediend zijn vóór de inwerkingtreding van deze verordening vallen onder ASV Wassenaar 2006. Reeds lopende aanvragen worden behandeld onder de dan geldende subsidieregels.

  • -

    Reeds verleende subsidies vallen onder de verordening waaronder zij tot stand zijn gekomen.

Artikel 33

In dit artikel wordt de ingangsdatum bepaald op 1 januari 2010. Dit betekent dat subsidieaanvragen voor het boekjaar 2011 en aanvragen om een incidentele subsidie voor het jaar 2010 vallen onder deze verordening.