Beleidsregel drijvende woningen (woonboten)

Geldend van 10-07-2013 t/m heden

Intitulé

Beleidsregel drijvende woningen (woonboten)

Toetsingscriteria

  • a.

    Het aanleggen, verwijderen of behouden van een drijvende woning (woonboot) is toegestaan indien de breedte van het oppervlaktewaterlichaam minimaal 10 meter bedraagt.

  • b.

    Het aanleggen, verwijderen of behouden is toegestaan als er een minimale strook (op de breedte van de watergang) voor varend onderhoud van 5 meter gehandhaafd blijft.

  • c.

    Het bestaande profiel van het oppervlaktewaterlichaam wordt niet verkleind.

  • d.

    De vergunninghouder zorgt dat de woonboot altijd vrij kan meebewegen met het heersende waterpeil en indien deze droogvalt zich niet aan de waterbodem vastzuigt.

  • e.

    De vergunninghouder voorkomt dat aan de vaarwegzijde van het woonschip uitstekende delen aanwezig zijn.

  • f.

    De vergunninghouder verplaatst de woonboot op eigen kosten en op eerste aanzegging van het bestuur indien dit noodzakelijk is voor het uitvoeren van beheer- of onderhoudshandelingen door het waterschap of anderszins in het belang van de waterstaat.

  • g.

    De mogelijke aanmeervoorzieningen en aansluitingen op nutsvoorzieningen moeten op kosten van de vergunninghouder los te koppelen zijn.

  • h.

    Het onderhoud van het leidingwerk, het onderwatertalud, de oeverconstructie en de natte bak onder en 1 m rondom de drijvende woning (woonboot) wordt door de vergunninghouder uitgevoerd.

  • i.

    De mogelijk aanwezige oeverconstructies in de watergang mogen niet worden beschadigd.

  • j.

    Indien het water in eigendom is van het waterschap, dan moet er ook een privaatrechtelijke overeenkomst met het waterschap worden gesloten.

Toelichting

Kader

Op grond van artikel 4.X van de Keur, is het verboden zonder watervergunning gebruik te maken van de Kernzone door, anders dan in overeenstemming met de functie, daarin, daarop, daarboven, daarover of daaronder handelingen te verrichten, werken te behouden of vaste substanties of voorwerpen te laten staan of liggen. Hieronder wordt ook het gebruik van drijvende woningen (woonboten) bedoeld.

Begripsbepaling

Drijvende woning (woonboot):

Drijvende inrichting of vaartuig, bestemd en/of in gebruik om op te wonen, woonboten zijn verplaatsbaar en drijvende woningen niet. Drijvende woningen zijn onroerend goed en woonboten zijn roerend goed.

Motivering

Onderhoud aan de natte bak

De ligging van een drijvende woning (woonboot) in een oppervlaktewaterlichaam belemmert het beheer en onderhoud van de natte bak. Daarom wordt bij de vergunningaanvraag beoordeeld of de woonboot niet ligt in de benodigde doorvaartbreedte voor het beheer en onderhoud van een watergang.

Verder wordt de onderhoudsplicht van het leidingwerk, de natte bak, oeverconstructie en talud bij de eigenaar van de drijvende woning (woonboot) neer gelegd (i.v.m. bereikbaarheid).

Waterdiepte onder de drijvende woning (woonboot)

Een eigenaar van een drijvende woning is zelf verantwoordelijk voor het te allen tijde drijvend houden van de woning dan wel het zorgen dat deze kan droog vallen in extreem droge situaties, zonder dat deze vastzuigt aan de bodem als het peil weer stijgt. Hiervoor kunnen maatwerkoplossingen aan de orde zijn, zoals de aanleg van een constructie van blokken matten op de bodem, zodat de woonboot daarop komt te rusten, mocht het peil onverhoopt zakken, zodat de woonboten zich niet vastzuigen aan de bodem en niet mee fluctueren bij een peilstijging.