Regeling vervallen per 30-04-2024

Verordening voor de rekenkamercommissie Waterschap Zuiderzeeland 2018

Geldend van 31-10-2018 t/m 29-04-2024

Intitulé

Verordening voor de rekenkamercommissie Waterschap Zuiderzeeland 2018

De Algemene Vergadering van Waterschap Zuiderzeeland;

gelezen het bestuursvoorstel d.d. 2 oktober 2018, nummer 548556;

overwegende,

dat een evaluatie van de werkwijze van de Rekenkamercommissie heeft plaatsgevonden,

dat de evaluatie heeft geleid tot een aantal aanbevelingen tot aanpassing van de werkwijze,

gelet op het bepaalde in artikel 78 van de Waterschapswet;

Besluit:

vast te stellen de:

Verordening voor de Rekenkamercommissie Waterschap Zuiderzeeland 2018.

Artikel 1 Begripsomschrijvingen

In deze verordening wordt verstaan onder:

  • 1.

    waterschap: Waterschap Zuiderzeeland

  • 2.

    commissie: Rekenkamercommissie

  • 3.

    voorzitter: voorzitter van de Rekenkamercommissie

  • 4.

    college: college van Dijkgraaf en Heemraden

  • 5.

    extern lid: lid van de Rekenkamercommissie niet zijnde een lid van de Algemene Vergadering

  • 6.

    intern lid: lid van de Rekenkamercommissie die de Algemene Vergadering uit haar midden kiest

  • 7.

    rapport: een eindproduct van de Rekenkamercommissie

Artikel 2 Taak van de commissie

  • 1. Er is een commissie die door de Algemene Vergadering wordt ingesteld en wordt aangeduid als de Rekenkamercommissie.

  • 2. De Rekenkamercommissie doet onderzoek naar de doelmatigheid, doeltreffendheid en rechtmatigheid van het door het waterschapsbestuur gevoerde bestuur.

Artikel 3 Samenstelling, benoeming en aftreedvolgorde

  • 1. De commissie bestaat uit 5 leden, waaronder de voorzitter.

  • 2. De Algemene Vergadering kan een sollicitatiecommissie benoemen ter voorbereiding van de benoeming van de externe RKC leden. De sollicitatiecommissie bestaat uit de voorzitter van de RKC (voorzitter selectiecommissie), een intern RKC-lid en een AV lid en wordt ondersteund door de afdelingsmanager Staf.

  • 3. De Algemene Vergadering benoemt de voorzitter en de leden van de commissie. Twee leden worden benoemd door de Algemene Vergadering uit haar midden op voordracht van het fractievoorzittersoverleg. De overige leden, waaronder de voorzitter, zijn geen lid van de Algemene Vergadering.

  • 4. De commissie wijst uit haar externe leden een plaatsvervangend voorzitter aan.

  • 5. De interne leden van de commissie worden benoemd voor een periode van twee jaar; externe leden worden in beginsel benoemd voor een periode van vier jaar.

  • 6. De interne leden kunnen ten hoogste tweemaal herbenoemd worden. De externe leden kunnen ten hoogste eenmaal herbenoemd worden.

  • 7. De Algemene Vergadering stelt een rooster van aftreden vast voor de externe leden op zodanige wijze dat niet alle externe leden gelijktijdig aftreden. In verband hiermee kunnen de externe leden, in afwijking van het bepaalde in de laatste volzin van het vijfde lid, voor een periode korter dan vier jaar worden benoemd.

Artikel 4 Eed

Alvorens hun functie te kunnen uitoefenen, leggen de externe leden van de commissie in de vergadering van de Algemene Vergadering, in handen van de dijkgraaf, de volgende eed (verklaring en belofte) af:

“Ik zweer (verklaar) dat ik, om tot lid van de Rekenkamercommissie benoemd te worden, rechtstreeks noch middellijk, onder welke naam of welk voorwendsel ook, enige gift of gunst heb gegeven of beloofd.

Ik zweer (verklaar en beloof) dat ik, om iets in dit ambt te doen of te laten, rechtstreeks noch middellijk enig geschenk of enige belofte heb aangenomen of zal aannemen.

Ik zweer (beloof) dat ik getrouw zal zijn aan de Grondwet, dat ik de wetten zal nakomen en dat ik mijn plichten als lid van de Rekenkamercommissie naar eer en geweten zal vervullen.

Zo waarlijk helpe mij God Almachtig. (Dat verklaar en beloof ik.)”

Artikel 5 Nevenfuncties

  • 1. De leden van de commissie maken openbaar welke andere functies zij vervullen.

  • 2. Openbaarmaking geschiedt door ter inzage legging van een opgave van de in het eerste lid bedoelde functies op de secretarie van het waterschap.

  • 3. Een lid van de commissie is niet tevens:

  • a.

    minister;

  • b.

    staatssecretaris;

  • c.

    lid van de Raad van State;

  • d.

    lid van de Algemene Rekenkamer;

  • e.

    Nationale Ombudsman;

  • f.

    substituut-ombudsman als bedoeld in artikel 9, eerste lid, van de Wet Nationale Ombudsman;

  • g.

    Commissaris van de Koning van de provincies waarin het waterschap is gelegen;

  • h.

    gedeputeerde van de provincies waarin het waterschap is gelegen;

  • i.

    secretaris van de provincies waarin het waterschap is gelegen;

  • j.

    griffier van de provincies waarin het waterschap is gelegen;

  • k.

    burgemeester van een gemeente die in het gebied van het waterschap is gelegen;

  • l.

    wethouder van een gemeente die in het gebied van het waterschap is gelegen

  • m.

    ambtenaar, door of vanwege het waterschapsbestuur aangesteld of daaraan ondergeschikt;

  • n.

    ambtenaar, door of vanwege de provincie of het Rijk aangesteld, tot wiens taak behoort het verrichten van werkzaamheden in het kader van het toezicht op het waterschap.

4. Een lid van de commissie mag niet:

  • a.

    als advocaat of adviseur in geschillen werkzaam zijn ten behoeve van het waterschap of het waterschapsbestuur dan wel ten behoeve van de wederpartij van het waterschap of het waterschapsbestuur;

  • b.

    als gemachtigde in geschillen werkzaam zijn ten behoeve van de wederpartij van het waterschap of het waterschapsbestuur;

  • c.

    als vertegenwoordiger of adviseur werkzaam zijn ten behoeve van derden tot het met het waterschap aangaan van:

    • 1.

      overeenkomsten als bedoeld in onderdeel d;

    • 2.

      overeenkomsten tot het leveren van onroerende zaken aan het waterschap;

  • d.

    rechtstreeks of middellijk een overeenkomst aangaan betreffende:

het aannemen van werk ten behoeve van het waterschap;

het buiten dienstbetrekking tegen beloning verrichten van werkzaamheden ten behoeve van het waterschap;

het leveren van roerende zaken anders dan om niet aan het waterschap;

het verhuren van roerende zaken aan het waterschap;

het verwerven van betwiste vorderingen ten laste van het waterschap;

het van het waterschap onderhands verwerven van onroerende zaken of beperkte rechten waaraan deze zijn onderworpen;

het onderhands huren of pachten van het waterschap;

  • e.

    van het vierde lid, sub 4, kan de Algemene Vergadering ontheffing verlenen.

Artikel 6 Ontslag

  • 1. De Algemene Vergadering ontslaat de leden van de commissie.

  • 2. Het lidmaatschap van een lid dat tevens lid van de Algemene Vergadering is eindigt:

  • a.

    op eigen verzoek;

  • b.

    indien de termijn waarvoor hij is benoemd eindigt;

  • c.

    indien het lid aftreedt als lid van de Algemene Vergadering;

  • d.

    indien de Algemene Vergadering van oordeel is dat het lid niet langer geschikt is de functie van lid van de commissie te vervullen.

  • 3. Het lidmaatschap van een extern lid eindigt:

a. op eigen verzoek;

b. indien de termijn waarvoor hij is benoemd eindigt;

c. bij aanvaarding van een functie die naar het oordeel van de Algemene Vergadering onverenigbaar is met het lidmaatschap van de commissie;

d. wanneer het lid bij onherroepelijk geworden rechterlijke uitspraak wegens misdrijf is veroordeeld, dan wel zulk een maatregel is opgelegd die vrijheidsbeneming tot gevolg heeft;

e. indien het lid bij onherroepelijk geworden rechterlijke uitspraak onder curatele is gesteld, in staat van faillissement is verklaard, surseance van betaling heeft verkregen of wegens schulden is gegijzeld;

f. indien het lid door ziekte of gebreken blijvend ongeschikt is zijn functie als lid van de commissie te vervullen.

Artikel 7 Vergoeding leden

  • 1. De voorzitter en de externe leden ontvangen een vergoeding voor de werkzaamheden die zij voor de commissie verrichten. Deze vergoeding wordt bij besluit van de Algemene Vergadering vastgesteld.

  • 2. De vergoeding bedoeld in het eerste lid komt ten laste van het budget van de commissie.

Artikel 8 Onderwerpselectie en onderzoeksopzet

  • 1. De commissie stelt een concept werkplan op en stelt de AV in de gelegenheid suggesties hiervoor aan te leveren.

  • 2. De commissie zendt het concept werkplan ter bespreking naar de Algemene Vergadering. De commissie stelt vervolgens met inachtneming van het commentaar van de Algemene Vergadering het werkplan vast en zendt het vastgestelde werkplan ter kennisgeving naar de Algemene Vergadering.

  • 3. De commissie stelt op basis van het werkplan per onderwerp een onderzoeksopzet vast.

  • 4. De commissie geeft de secretaris directeur de gelegenheid, op basis van de onderzoeksopzet, binnen vier weken zijn reactie te geven op de uitvoerbaarheid van het onderzoek.

  • 5. De commissie zendt de definitieve onderzoeksopzet inclusief de reactie van de secretaris-directeur ter kennisgeving naar de Algemene Vergadering.

  • 6. De Algemene Vergadering kan de commissie verzoeken een bepaald onderwerp te onderzoeken. De commissie bericht de Algemene Vergadering gemotiveerd of aan dit verzoek wordt voldaan.

Artikel 9 Werkwijze

  • 1. De commissie kan besluiten de Algemene Vergadering tussentijds te informeren over de voortgang van het onderzoek. Ook kan de Algemene Vergadering de commissie verzoeken om haar tussentijds te informeren over de voortgang.

  • 2. De commissie is bevoegd bij alle leden van het waterschapsbestuur en bij alle ambtenaren van het waterschap die mondelinge en schriftelijke inlichtingen in te winnen of te laten inwinnen, die zij nodig acht voor de uitvoering van de onderzoeken. De leden van het waterschapsbestuur en de ambtenaren van het waterschap zijn, behalve in geval van personeelsvertrouwelijke dossiers, verplicht de gevraagde inlichtingen binnen de door de commissie gestelde termijn te verstrekken.

  • 3. De functionaris gegevensbescherming van het waterschap is ook functionaris gegevensbescherming voor de commissie.

  • 4. De commissie kan zich laten adviseren door de concerncontroller.

  • 5. De commissie vergadert in beslotenheid; haar rapporten zijn openbaar.

  • 6. Voor de uitvoering van het onderzoek kan de commissie, met inachtneming van het beschikbare budget, externe deskundigheid inschakelen.

  • 7. De commissie stelt de secretaris-directeur in de gelegenheid om binnen een, in onderling overleg, af te spreken termijn, die in totaal maximaal zes weken bedraagt, zijn reactie aan de commissie te geven op de juistheid en volledigheid van de onderzoeksbevindingen.

  • 8. De commissie geeft richting de secretaris-directeur aan op welke wijze zijn reactie is verwerkt.

  • 9. De commissie stelt vervolgens het college van Dijkgraaf en heemraden in de gelegenheid om binnen een, in onderling overleg, af te spreken termijn, die in totaal maximaal acht weken bedraagt, zijn reactie te geven op het concept rapport. De reactie van het college wordt integraal toegevoegd aan het eindrapport.

  • 10. De commissie legt jaarlijks verantwoording af aan de Algemene Vergadering door middel van een jaarverslag met een financieel overzicht.

Artikel 10 Behandeling door de Algemene Vergadering

De commissie biedt het onderzoeksrapport aan de voorzitter van de Algemene Vergadering aan. Vanaf dat moment is het rapport openbaar.

De leden van de Algemene Vergadering worden door de commissie in de gelegenheid gesteld vragen te stellen naar aanleiding van het rapport. De voorzitter van de Algemene Vergadering stemt met de commissie af over de daarbij te volgen werkwijze.

Na beantwoording van de vragen vindt in de eerstvolgende Algemene Vergadering besluitvorming plaats naar aanleiding van het rapport.

Artikel 11 Ambtelijke ondersteuning

De commissie wordt bij haar werkzaamheden ondersteund door het hoofd van de afdeling Staf dan wel door een door hem aan te wijzen medewerk(st)er.

Artikel 12 Budget

  • 1. De commissie is bevoegd binnen een aan haar bij de begroting beschikbaar gestelde budget uitgaven te doen voor de uitvoering van haar taken.

  • 2. Ten laste van het in het eerste lid bedoelde budget worden de kosten gebracht betreffende:

  • 3. de vergoedingen aan de externe leden;

  • 4. de externe deskundigen die eventueel door de commissie zijn ingeschakeld;

  • 5. overige uitgaven die de commissie nodig acht voor de uitoefening van haar taak.

Artikel 13 Inwerkingtreding

Deze verordening treedt in werking op de dag nadat zij is vastgesteld.

Artikel 14 Citeertitel

Deze verordening kan worden aangehaald als “Verordening voor de Rekenkamercommissie Waterschap Zuiderzeeland 2018.

Ondertekening

Aldus besloten in de openbare vergadering van de Algemene Vergadering, gehouden op 30 oktober 2018.

De secretaris, ing. W. Slob MSc.

De voorzitter, ir. H.C. Klavers.