Salarisverordening

Geldend van 16-04-1998 t/m heden

Intitulé

Salarisverordening

Salarisverordening

(Uitvoeringsregeling op grond van artikel 3:1 lid 1 CAR)

Artikel 1

Voor de toepassing van deze verordening wordt verstaan onder:

  • a.

    Ambtenaar

    1.de ambtenaar in de zin van artikel 1:1 van de Collectieve Arbeidsvoorwaarden Regeling(CAR);

    2.de werknemer in de zin van artikel 2:5:1 van de Uitwerkingsovereenkomst (UWO);

  • b.

    Salaris

    het salaris als bedoeld in artikel 3:1 lid 2 sub b van de CAR.

  • c.

    Salaris per uur

    het 1/156e deel van het salaris bij een gemiddeld 36-urige werkweek.

  • d.

    d. Salarisschaal

    de schaal als bedoeld in artikel 3:1 lid 2 sub a van de CAR opgenomen in bijlage ll+lla, van deCAR,

  • e.

    Salarisnummer

    een aanduiding, bestaande uit een getal of uit een letter en een getal, dat in een salarisschaal voor een salaris is vermeld.

  • f.

    Maximum salaris

    het hoogste bedrag van een salarisschaal dat kan worden bereikt door jaarlijkse salarisver-hogingen.

  • g.

    Bezoldiging

    de bezoldiging als bedoeld in artikel 3:1 lid 2 sub c van de CAR.

  • h.

    Funktie

    het samenstel van werkzaamheden door de ambtenaar te verrichten.

  • i.

    Funktiewaarderingsonderzoek

    het met toepassing van de Regeling Funktiewaardering op systematische wijze in rangorde plaatsen van funkties, met als criterium de relatieve zwaarte van het werk.

  • j.

    Konversie

    de vertaling van de gevonden rangorde naar salarisschalen.

  • k.

    Aanloopschaal

    de salarisschaal dadelijk voorafgaand aan de zogenaamde funktionele schaal.

  • l.

    Funktieschaal

    de salarisschaal, waarin de funktie op grond van de Regeling Funktiewaardering is ingedeeld.

  • m.

    Beoordeling

    een beoordeling over de wijze van funktioneren van de ambtenaar, opgesteld op grond van de daarvoor door burgemeester en wethouders vastgestelde regeling.

  • n.

    Hoofdgroep

    een van de hoofdgroepen als vermeld in de Regeling Funktiewaardering.

  • o.

    Volledige werktiid

    een werktijd welke gemiddeld 36 werkuren per week omvat.

Artikel 2

  • 1. Het recht op bezoldiging vangt aan met de dag waarop de aanstelling van de ambtenaar ingaat. Indien in het aanstellingsbesluit geen datum van ingang is vermeld, vangt het recht op bezoldiging aan met de dag waarop de ambtenaar feitelijk in dienst is getreden.

  • 2. Het recht op bezoldiging eindigt, in geval van ontslag, met ingang van de dag waarop het ontslag ingaat.

Artikel 3

Wanneer het salaris, een emolument of een toelage moet worden berekend over een gedeelte van een maand, wordt het bedrag per dag vastgesteld door het maandbedrag te delen door het aantal kalenderdagen van die maand.

Artikel 4

De salarissen van de ambtenaren, wier salaris niet bij of krachtens de wet is geregeld, worden vastgesteld op de bedragen volgens de salarisschalen of, indien voor zijn betrekking een vast bedrag geldt, dit bedrag, opgenomen in de bij de CAR behorende bijlage I + la.

Artikel 5

Burgemeester en wethouders bepalen welke salarisschaal voor de ambtenaar geldt met inachtneming van de aard en het nivo van de funktie, bepaald op grond van de Regeling Funktiewaardering, en het hierna onder a. tlm e. gestelde.

  • a.

    Het salaris van de ambtenaar wordt vastgesteld op basis van de aanloopschaal, indien betrokkene nog niet geheel voldoet aan de kriteria voor de funktionele schaal.

  • b.

    Is de ambtenaar aangesteld in de aanloopschaal dan kan een voorstel tot bevordering naar de funktieschaal worden gedaan op grond van een beoordeling waaruit blijkt dat de funktie konform de beschrijving normaal goed wordt vervuld, blijkende uit het oordeel: betrokkene voldoet aan de eisen.

  • c.

    De ambtenaar wordt gesalarieerd volgens de funktionele schaal, indien:

    • -

      de funktie geheel wordt uitgeoefend volgens de vastgestelde funktiebeschrijving en de voor die funktie geldende funktie- eisen, met name wat betreft de nivobepalende werkzaamheden en

    • -

      er in totaliteit sprake is van een normaal goede funktievervulling, blijkende uit een beoordeling met het oordeel: betrokkene voldoet aan de gestelde eisen.

  • d.

    De ambtenaar kan ook gesalarieerd worden volgens de funktionele schaal, indien aannemelijk is dat hij de funktie direkt (behoudens een inwerkperiode) volgens de beschrijving normaal goed kan uitoefenen.

  • e.

    1. Anders dan bij wijze van disciplinaire straf, als bedoeld in de CAR en UWO, kan zonder voorafgaand ontslag voor een ambtenaar geen salarisschaal gaan gelden met een lager maximumsalaris dan dat van de reeds voor hem geldende salarisschaal.

    2.Het onder 1. bepaalde is niet van toepassing indien bij de bepaling van de salarisschaal als bedoeld in artikel 5 aan de ambtenaar schriftelijk is medegedeeld dat zijn functie een tijdelijk karakter heeft en de salarisschaal in verband daarmede slechts tijdelijk zal gelden.

Artikel 6

  • 1. Bij aanstelling kennen burgemeester en wethouders de ambtenaar het salaris toe dat:

    • a.

      wanneer hij 22 jaar of ouder is, in de voor hem geldende salarisschaal is vermeld achter het salarisnummer 0;

    • b.

      wanneer hij jonger dan 22 jaar is, in de voor hem geldende salarisschaal is vermeld achter het salarisnummer, bestaande uit de letter J en het getal, dat overeenkomt met zijn leeftijd;

    • c.

      voor de ambtenaar in dienst op 31 december 1988 wordt de onder a. en b. vermelde leeftijd gesteld op 21 jaar.

  • 2. Van het bepaalde in het vorige lid kan worden afgeweken door het toekennen van een hogersalaris, in geval daartoe naar het oordeel van burgemeester en wethouders aanleiding bestaat.

Artikel 7

  • 1. Het salaris van de ambtenaar wordt binnen de voor hem geldende salarisschaal periodiek ver hoogd tot het naast hogere bedrag.

  • 2. Behoudens het bepaalde in artikel 8 worden de periodieke verhogingen toegekend:

    • a.

      wanneer de ambtenaar 22 jaar of ouder is en hij het maximum salaris van de voor hem geldende salarisschaal nog niet heeft bereikt, voor de eerste maal met ingang van de eerste dag van de maand waarin zijn aanstelling één jaar is verstreken en nadien telkens na één jaar;

    • b.

      wanneer de ambtenaar jonger dan 22 jaar is, met ingang van de eerste dag van de maand waarin zijn verjaardag valt.

  • 3. Het tijdstip waarop ingevolge het vorige lid aan de onder a. bedoelde ambtenaar voor de eerste maal een periodieke verhoging wordt toegekend, kan worden vervroegd indien daartoe naar het oordeel van burgemeester en wethouders aanleiding bestaat.

  • 4. Indien de in het vorige lid onder a. bedoelde ambtenaar reeds voor zijn 21e verjaardag was aangesteld, worden hem de periodieke verhogingen toegekend met ingang van de eerste dag van de maand, waarin zijn verjaardag valt.

  • 5. Voor de ambtenaar in dienst op 31 december 1988 wordt de in het tweede lid onder a. en b. alsmede de in het vierde lid vermelde leeftijd gesteld op 21 jaar.

  • 6. Het salaris wordt, indien de salarisschaal dit aangeeft en wanneer het maximumsalaris is bereikt, voor de eerste maal na vijf jaar en vervolgens om de twee jaar verhoogd tot het naasthogere bedrag, vermeld achter een salarisnummer beginnende met de letter U.

  • 7. De tijd gedurende welke de ambtenaar ingevolge wettelijke verplichting, als bedoeld in hoofdstuk 3 van de UWO, wordt geacht in zijn betrekking met verlof te zijn, wordt voor de toekenning van het salaris als diensttijd in aanmerking genomen.

Artikel 8

  • 1. Voor de toepassing van het bepaalde in artikel 7 telt niet mee:de tijd, doorgebracht met verlof buiten genot van bezoldiging, indien dit verlof is verleend uitsluitend in het belang van de ambtenaar, dan wel is verleend onder voorwaarde, dat bedoelde tijd niet zal meetellen als diensttijd;

  • 2. de tijd, gedurende welke de ambtenaar in de uitoefening van zijn ambt is geschorst:

    • a.

      bij wijze van disciplinaire straf;

    • b.

      van rechtswege, behoudens in geval van plaatsing of in bewaringstelling in een krank zinnigengesticht of daarmede gelijk te stellen inrichting;

    • c.

      op grond van het feit, dat een strafrechtelijke vervolging ter zake van misdrijf tegen hem is ingesteld, of hem het voornemen tot oplegging van de straf voor onvoorwaardelijk ontslag is aangezegd dan wel hem die straf is opgelegd;

    • d.

      omdat het belang van de dienst de schorsing vorderde, tenzij burgemeester en wethouders anders bepalen of tenzij blijkt, dat de schorsing ten onrechte heeft plaatsgevonden.

Artikel 9

  • 1. Burgemeester en wethouders kunnen aan de ambtenaar, die het maximumsalaris van de voor hem geldende salarisschaal nog niet heeft bereikt, een extra salarisverhoging tot een in de salarisschaal genoemd bedrag, niet uitgaande boven het maximumsalaris, toekennen op grond van:

    • a.

      buitengewone bekwaamheid, geschiktheid en ijver;

    • b.

      andere door burgemeester en wethouders van voldoende belang geachte omstandigheden.

  • 2. Bij de toepassing van het vorige lid blijft het tijdstip, waarop ingevolge artikel 7 een salaris verhoging wordt toegekend onverlet, tenzij burgemeester en wethouders anders bepalen.

Artikel 10

  • 1. Bij onvoldoende bekwaamheid, geschiktheid of ijver van de ambtenaar kunnen ten aanzien van hem salarisverhogingen als bedoeld in artikel 7 achterwege worden gelaten.

  • 2. Burgemeester en wethouders kunnen nadien bepalen, dat de salarisverhogingen, welke met toepassing van het eerste lid achterwege zijn gelaten, al dan niet met terugwerkende kracht. alsnog worden toegekend.

  • 3. Van een met toepassing van het eerste lid genomen besluit wordt de ambtenaar zo spoedig mogelijk en in elk geval voor de datum waarop anders de salarisverhoging zou ingaan, schriftelijk mededeling gedaan, onder vermelding van de redenen welke tot de beslissing hebben geleid.

Artikel 11

  • 1. Wanneer voor de ambtenaar een salarisschaal gaat gelden met een hoger maximumsalaris, wordt het salaris in de nieuwe schaal vastgesteld op het bedrag, gelegen onmiddellijk boven het salaris dat de ambtenaar in de oude schaal zou hebben genoten, zulks onverminderd het bepaalde in artikel 9.

  • 2. Onverminderd het bepaalde in artikel 7 wordt het salaris in de nieuwe salarisschaal verhoogd tot een bedrag in die schaal, zodra en voor zover zulks nodig is om te bereiken, dat het blijft uitgaan boven het salaris, dat de ambtenaar in de oude schaal zou hebben genoten.

Artikel 12

Het salaris van de ambtenaar met een niet-volledige werktijd wordt vastgesteld op een evenredig deel van het salaris dat voor hem zou gelden bij een volledige werktijd.

Artikel 13

  • 1. Indien het salaris minder is dan het maandbedrag van het minimumloon, dat krachtens de artikelen 7, 8 en 14 van de Wet minimumloon en minimumvakantiebijslag (Stb. 1968, 657) geldt voor werknemers van dezelfde leeftijd als de ambtenaar, wordt hem een toelage toegekend ten bedrage van het verschil.

  • 2. Voor de ambtenaar met een niet-volledige werktijd, wordt het voor werknemers van dezelfde leeftijd geldende minimumloon geacht te zijn vastgesteld op een evenredig deel van het minimumloon bij een volledige werktijd.

Artikel 14

  • 1. Aan de daarvoor in aanmerking komende ambtenaar wordt voor het werken onder bezwarende omstandigheden een vergoeding toegekend.

  • 2. Burgemeester en wethouders stellen voor de toepassing van dit artikel een nadere regeling vast.

Artikel 15

  • 1. Aan de ambtenaar die het maximum van de voor hem geldende salarisschaal heeft bereikt kan door burgemeester en wethouders, wanneer daartoe naar hun oordeel op grond van buitengewone bekwaamheid, geschiktheid en ijver aanleiding bestaat, een toelage worden toegekend.

  • 2. De in het vorige lid bedoelde toelage is niet hoger dan het verschil tussen het maximum van de salarisschaal volgens welke de ambtenaar bezoldigd wordt en het maximum van de daarop volgende salarisschaal.

Artikel 16

  • 1. Aan de ambtenaar voor wie een salarisschaal geldt met een lager maximumsalaris dan dat van schaal 11, en voor wie werktijden zijn vastgesteld als bedoeld in artikel 3:3, van de CAR , wordt door burgemeester en wethouders een toelage toegekend.

  • 2. De in het vorige lid bedoelde toelage bedraagt per gewerkt uur een percentage van het voor de ambtenaar geldende salaris per uur. Dit percentage bedraagt:

    • -

      20 voor de uren op maandag tot en met vrijdag tussen 6 en 8 uur en tussen 18 en 22 uur;40 voor de uren op zaterdag tussen 6 en 22 uur;

    • -

      40 voor de uren op maandag tot en met zaterdag tussen 0 en 6 uur en tussen 22 en 24 uur;

    • -

      65 voor de uren op zondag en op de feestdagen genoemd in hoofdstuk 4 van de UWO;

    • -

      met dien verstande, dat genoemde percentages worden berekend over ten hoogste het salaris peruur, dat is afgeleid van het salaris behorende bij salarisnummer 10 van salarisschaal 6 van bijlageII van de CAR.

  • 3. Voor de in het vorige lid onder a. genoemde morgen- en avonduren wordt de toelage niet toegekend, indien de arbeid niet is aangevangen voor 7 uur, respektievelijk niet is beeindigd na 19 uur.

  • 4a. De directeur van een sector kan per week één blok van maximaal 3 uren aanwijzen waarover geen recht op een toelage onregelmatige dienst bestaat.

  • 4b. Indien meer onregelmatige werktijd wordt aangewezen blijft voor alle onregelmatige uren (dus ook voor het blok van 3 uur) recht bestaan op de toelage voor onregelmatige dienst.

  • 4c. Indien een ambtenaar al voor 1 januari 1997 in de regel op zaterdag werkte blijft hij ook na 1 januari 1997 over deze uren het recht op de toelage onregelmatige dienst behouden.

  • 5. In bijzondere gevallen kunnen burgemeester en wethouders een regeling treffen, welke hetbepaalde in dit artikel aanvult of daarvan afwijkt.

Artikel 17

  • 1. Aan de ambtenaar wiens bezoldiging, als gevolg van het buiten zijn toedoen beëindigen of ver minderen van een toelage als bedoeld in artikel 16 een blijvende verlaging ondergaat, wordt door burgemeester en wethouders een aflopende toelage toegekend, indien:

    • a.

      die blijvende verlaging tenminste 3% bedraagt van de som van het salaris en de toelagen bedoeld in artikel 12;

    en

    • b.

      de ambtenaar de toelage, als bedoeld in artikel 16, direct voorafgaande aan het tijdstip van vorenbedoelde beëindiging of vermindering ervan, gedurende tenminste 2 jaren zonder wezenlijke onderbreking heeft genoten.

  • 2. In afwijking van het bepaalde in het eerste lid wordt aan de ambtenaar van 55 jaar of ouder, wiens bezoldiging als gevolg van het buiten zijn toedoen beëindigen of verminderen van een toelage, als bedoeld in artikel 16, een blijvende verlaging ondergaat, een blijvende toelage toegekend, indien:

    • -

      de ambtenaar de toelage als bedoeld in artikel 16 direct voorafgaande aan het tijdstip van vorenbedoelde beëindiging of vermindering ervan, gedurende tenminste 10 jaren zonder wezenlijke onderbreking heeft genoten.

  • 3. De in het eerste lid bedoelde aflopende toelage gaat, wanneer de ambtenaar de leeftijd van 55 jaar bereikt en hij, onmiddellijk voor de aanvang van die toelage, gedurende tenminste 10 jaren zonder wezenlijke onderbreking een toelage als bedoeld in artikel 16 heeft genoten, over in een blijvende toelage als bedoeld in het vorige lid.

  • 4. Voor de toepassing van de voorgaande leden wordt onder wezenlijke onderbreking verstaan een onderbreking van langer dan twee maanden.

  • 5. De in de voorafgaande leden van dit artikel bedoelde toelagen worden berekend overeenkomstig de in de beschikking van de minister van binnenlandse zaken d.d. 5 december 1979 nr. AB 79/U 2255 vastgelegde nadere regels ten aanzien van de overgangstoelage onregelmatige dienst.

  • 6. In bijzondere gevallen kan door burgemeester en wethouders een regeling worden getroffen, welke het bepaalde in de vorige leden aanvult of daarvan afwijkt.

Artikel 18

Burgemeester en wethouders kunnen aan een ambtenaar die in het bezit is van een diploma E.H.B.O. de toelage als vermeld in bijlage 1 van deze verordening toekennen, indien dit diploma niet uit hoofde van de funktie een vereiste is, en het bezit ervan bij de uitoefening van zijn taak van belang is.

Artikel 19

  • 1. De ambtenaar die een bezoldiging genoot die uitgaat of tengevolge van vastgelegde afspraken zal uitgaan boven de met toepassing van deze verordening vastgestelde bezoldiging, ontvangt een garantietoelage tot het bedrag van het verschil.

  • 2. De garantietoelage wordt aangepast of vervalt indien de ambtenaar volgens een hogere salarisschaal wordt gesalarieerd.

Artikel 20

Voor gevallen waarin deze verordening niet of niet naar billijkheid voorziet, treffen burgemeester en wethouders een bijzondere regeling.

Artikel 21

  • 1. Deze verordening kan worden aangehaald als de “Salarisverordening der gemeente Weert’.

  • 2. Zij treedt in werking met ingang van 1 oktober 1995.

  • 3. Bij het in werking treden van deze verordening vervalt de ‘Salarisverordening der gemeente Weert 1986” welke 1januari1986 in werking trad.

Ondertekening

Aldus vastgesteld in de openbare raadsvergadering van 19 september 1995 en opnieuw vastgesteld voor de nieuwe gemeente Weert in de openbare raadsvergadering van 8 januari 1998,
De secretaris,
De burgemeester,