Ziet u een fout in deze regeling? Meld het ons op regelgeving@overheid.nl!
Woudenberg

Verordening wet inburgering gemeente Woudenberg 2009

Wetstechnische informatie

Gegevens van de regeling
OrganisatieWoudenberg
OrganisatietypeGemeente
Officiële naam regelingVerordening wet inburgering gemeente Woudenberg 2009
CiteertitelVerordening wet inburgering gemeente Woudenberg 2009
Vastgesteld doorgemeenteraad
Onderwerpmaatschappelijke zorg en welzijn
Eigen onderwerp

Opmerkingen met betrekking tot de regeling

Geen

Wettelijke grondslag(en) of bevoegdheid waarop de regeling is gebaseerd

Wet inburgering

Overzicht van in de tekst verwerkte wijzigingen

Datum inwerkingtreding

Terugwerkende kracht tot en met

Datum uitwerkingtreding

Betreft

Datum ondertekening

Bron bekendmaking

Kenmerk voorstel

07-10-2009Onbekend

24-09-2009

De Woudenberger, 29 september 2009

Onbekend

Tekst van de regeling

Intitulé

Verordening wet inburgering gemeente Woudenberg 2009

De Raad van de gemeente Woudenberg;

gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders van ;

gelet op de artikelen 8, 19, vijfde lid, 23, derde lid, en 35 van de Wet inburgering;

overwegende dat de raad bij verordening regels dient vast te stellen ten aanzien van de inburgering van inburgeringplichtigen en inburgeringbehoeftigen;

dat de regels betrekking hebben op de uitvoering van de gemeentelijke taken van informatie, advies, handhaving en facilitering;

gelet op artikel 147 eerste lid van de Gemeentewet

b e s l u i t :

vast te stellen de

VERORDENING WET INBURGERING GEMEENTE WOUDENBERG 2009

Hoofdstuk 1. Begripsomschrijvingen en informatieverstrekking

Artikel 1 Begripsomschrijvingen

  • 1.

    In deze verordening wordt verstaan onder:

    • a.

      Het college: het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Woudenberg;

    • b.

      De wet: de Wet inburgering;

    • c.

      Inburgeringplichtigen: iedere oudkomer en nieuwkomer tussen de 16 en 65 jaar, die duurzaam in Nederland wil en mag wonen en die volgens de verplichtingen van de wet, nog niet aan zijn inburgeringplicht heeft voldaan;

    • d.

      Inburgeringbehoeftige: ieder inwoner van Nederland, niet zijnde een inburgeringplichtige, tussen de 16 en 65 jaar van een andere dan Nederlandse afkomst, wiens participeren in de Nederlandse samenleving beperkt wordt door onvoldoende kennis van de Nederlandse taal en samenleving;

    • e.

      Inburgeraar: omvat inburgeringplichtigen en inburgeringbehoeftigen;

  • 2.

    De begripsomschrijvingen in de wet en de daarop berustende regelingen zijn van toepassing op de begrippen die in deze verordening worden gebruikt.

Artikel 2 De informatieverstrekking aan inburgeringplichtigen

  • 1.

    Het college draagt er zorg voor dat de inburgeraars op een doeltreffende en doelmatige wijze worden geïnformeerd over hun rechten en plichten uit hoofde van de wet en over het aanbod van en de toegang tot voorzieningen ten behoeve van hun inburgering.

  • 2.

    Het college maakt bij de informatieverstrekking in ieder geval gebruik van de volgende middelen:

    • a.

      Een spreekuur dat telefonisch en fysiek bereikbaar is

    • b.

      Schriftelijke informatieverstrekking

    • c.

      Informatie via de website

    • d.

      Informatiegesprekken.

  • 3.

    Het college beoordeelt jaarlijks de doeltreffendheid en doelmatigheid van de informatieverstrekking aan de inburgeringaars en rapporteert daarover aan de raad.

Hoofdstuk 2. Doelgroepen en samenstelling van de inburgeringvoorziening of taalkennisvoorziening

Artikel 3 Aanwijzen van de doelgroepen

Asielgerechtigde inburgeringplichtigen en geestelijke bedienaren krijgen, verplicht conform de wet, van het college een inburgeringaanbod. Daarnaast wijst het college de inburgeringplichtigen aan als groep aan wie een inburgeringvoorziening aangeboden kan worden.

Tenslotte wijst het college de inburgeringsbehoeftigen aan als groep aan wie een inburgeringsvoorziening aangeboden kan worden.

Artikel 4 De samenstelling van de inburgeringvoorziening of taalkennisvoorziening (verder voorziening)

  • 1.

    Het college stemt de inburgeringvoorziening, met uitzondering van de inburgeringvoorziening aan geestelijke bedienaren, af op het startniveau en de vaardigheden, de persoonlijke omstandigheden en de maatschappelijke positie van de inburgeraar.

  • 2.

    Indien de inburgeraar een voorziening gericht op arbeidsinschakeling wordt aangeboden, draagt het college er zorg voor dat de inburgeringvoorziening wordt afgestemd op deze voorziening.

  • 3.

    Een voorziening omvat een cursus, die toeleidt naar een inburgeringexamen, naar een staatexamen of naar een diploma waarmee de inburgeraar kan aantonen dat hij aan zijn inburgeringverplichting heeft voldaan.

Artikel 5 De inning van de eigen bijdrage

  • 1.

    De eigen bijdrage, bedoeld in artikel 23, tweede lid, van de wet (€ 270 verplicht te betalen door iedere inburgeraar met een (gezins)inkomen van 120% van de bijstandnorm of meer) wordt in ten hoogste 3 termijnen betaald. Tot genoemde norm wordt de eigen bijdrage gecompenseerd.

  • 2.

    Het college legt in de beschikking tot toekenning van een inburgeringvoorziening de termijnen van betaling vast. Indien het college de eigen bijdrage verrekent met de algemene bijstand, wordt dat in de beschikking vastgelegd.

Artikel 6 Opleggen van verplichtingen

Het college kan een inburgeraar bij beschikking een of meer van de volgende verplichtingen opleggen:

  • a.

    Het deelnemen aan de aangeboden inburgeringcursus of taalkennisvoorziening;

  • b.

    Het deelnemen aan gesprekken met de trajectbegeleider;

  • c.

    Het deelnemen aan voortgangsgesprekken;

  • d.

    Voor de eerste maal deelnemen aan het inburgeringexamen of staatsexamen Nederlands als tweede taal I of II op een tijdstip dat door het college wordt bepaald;

  • c.

    Het melden indien door ziekte dan wel door andere relevante omstandigheden niet aan de verplichtingen in de beschikking kan worden voldaan.

Hoofdstuk 3. Het aanbod van een inburgeringvoorziening

Artikel 7 De procedure van het doen van een aanbod

  • 1.

    Het college doet het aanbod, bedoeld in artikel 19, eerste of tweede lid, van de wet in beginsel mondeling.

  • 2.

    Wanneer de inburgeraar het aanbod aanvaardt, neemt het college binnen 4 weken na ontvangst van de mededeling, het besluit tot toekenning van de voorziening overeenkomstig het gedane aanbod.

  • 3.

    Het college doet het aanbod, bedoeld in artikel 19, eerste of tweede lid, van de wet schriftelijk wanneer de individuele situatie daarom vraagt. In die situatie wordt het aanbod gezonden naar het adres waar de inburgeraar in de gemeentelijke basisadministratie staat ingeschreven.

  • 4.

    In het aanbod wordt een omschrijving gegeven van de inburgeringvoorziening of de taalkennisvoorziening die wordt aangeboden en worden de rechten en verplichtingen vermeld die aan de inburgeringvoorziening zijn verbonden.

  • 5.

    De inburgeraar aan wie een aanbod wordt gedaan, deelt binnen 4 weken het college schriftelijk mee of hij het aanbod al dan niet aanvaardt.

  • 6.

    Wanneer de inburgeraar het aanbod aanvaardt, neemt het college, binnen 4 weken na ontvangst van deze mededeling het besluit tot toekenning van de inburgeringvoorziening of taalkennisvoorziening, overeenkomstig het gedane aanbod.

Artikel 8 De inhoud van de beschikking

Het besluit tot toekenning van een inburgeringvoorziening bevat in ieder geval:

  • a.

    Een beschrijving van de voorziening;

  • b.

    Een opgave van de rechten en verplichtingen van de inburgeraar;

  • c.

    De datum waarop het inburgeringexamen of het Staatsexamen Nederlands als tweede taal I of II moet zijn behaald wanneer het inburgeringaanbod een inburgeraar betreft; de datum waarop het inburgeringexamen moet zijn gedaan, wanneer het inburgeringaanbod een inburgeringbehoeftige betreft;

  • d.

    De verplichting tot betaling van de eigen bijdrage;

  • e.

    De termijnen en wijze van betaling; en

  • f.

    Ingeval van een inburgeringplichtige oudkomer: de datum waarop de termijn van handhaving van de inburgeringplicht, bedoeld in artikel 26 van de wet, aanvangt.

Hoofdstuk 4. De bestuurlijke boetes

Artikel 9 Het opleggen van bestuurlijke boetes

Bestuurlijke boetes kunnen alleen worden opgelegd aan inburgeraars en daarbij alleen aan diegenen die niet vallen onder het regiem van Sociale Zekerheid. Voor deze laatste groep geldt het afstemmingsbeleid van Sociale Zekerheid.

Artikel 10 De hoogte van de bestuurlijke boete voor de verschillende overtredingen

  • 1.

    De bestuurlijke boete bedraagt ten hoogste € 100 indien de inburgeringplichtige of de persoon ten aanzien van wie het college op redelijke gronden kan vermoeden dat deze inburgeraar is en geen of onvoldoende medewerking verleent aan het onderzoek, bedoeld in artikel 25, vierde lid, van de wet.

    Indien de inburgeringplichtige zich binnen twaalf maanden opnieuw schuldig maakt aan dezelfde overtreding geldt opnieuw een boet van ten hoogste € 100.

  • 2.

    De bestuurlijke boete bedraagt ten hoogste € 200 indien de inburgeringplichtige geen of onvoldoende medewerking verleent aan de uitvoering van de voor hem vastgestelde inburgeringsvoorziening, bedoeld in artikel 23, eerste lid, van de wet of aan de verplichtingen, bedoeld in artikel 6 van deze verordening.

    Indien de inburgeringplichtige zich binnen twaalf maanden opnieuw schuldig maakt aan dezelfde overtreding geldt opnieuw een boete van ten hoogste € 200.

  • 3.

    De bestuurlijke boete bedraagt ten hoogste € 200 indien de inburgeringplichtige niet binnen de in artikel 7, eerste lid, van de wet bedoelde termijn of binnen de door het college op grond van artikel 31, tweede lid, onderdeel a, van de wet verlengde termijn het inburgeringsexamen heeft behaald.

  • 4.

    De bestuurlijke boete bedraagt ten hoogste € 500 indien de inburgeringplichtige niet binnen de door het college op grond van artikel 32 of 33 van de wet vastgestelde termijn het inburgeringsexamen heeft gehaald.

Artikel 11 Tweede examenkans voor inburgeringplichtigen

Indien de inburgeringplichtige 80% van een aangeboden traject heeft gevolgd en hij zich aantoonbaar heeft ingespannen om het inburgeringsexamen te halen, kan het college aan een inburgeringplichtige kosteloos een tweede examenmogelijkheid aanbieden.

Hoofdstuk 5. Slotbepalingen

Artikel 12 Nadere regels/onvoorziene omstandigheden

  • 1.

    het college kan ten behoeve van deze verordening nadere regels stellen.

  • 2.

    Ingeval van onvoorziene omstandigheden waarin deze verordening niet voorziet, beslist het college.

Artikel 13 Inwerkingtreding

  • 1.

    Deze verordening treedt in werking met ingang van 8 dagen na datum van bekendmaking.

  • 2.

    De Verordening Wet Inburgering gemeente Woudenberg 2007 wordt met ingang van 8 dagen na datum van bekendmaking van deze verordening, ingetrokken.

Artikel 14 Citeertitel

De verordening wordt aangehaald als: Verordening Wet Inburgering Gemeente Woudenberg 2009.

Vastgesteld in de openbare raadsvergadering van

K.Wiesenekker

griffier

J.G.P. van Bergen

voorzitter