Ziet u een fout in deze regeling? Meld het ons op regelgeving@overheid.nl!
Zaanstad

Verordening op de heffing en de invordering van Hondenbelasting 2009

Wetstechnische informatie

Gegevens van de regeling
OrganisatieZaanstad
OrganisatietypeGemeente
Officiële naam regelingVerordening op de heffing en de invordering van Hondenbelasting 2009
CiteertitelVerordening Hondenbelasting 2009
Vastgesteld doorgemeenteraad
Onderwerpbestuur en recht
Eigen onderwerpbelastingen, heffingen en retributies

Opmerkingen met betrekking tot de regeling

De datum van ingang van de heffing is 1 januari 2009.

De verordening blijft na de datum van intrekking van toepassing op de belastbare feiten die zich voor die datum hebben voorgedaan.

Wettelijke grondslag(en) of bevoegdheid waarop de regeling is gebaseerd

Gemeentewet, art. 226

Regelgeving die op deze regeling is gebaseerd (gedelegeerde regelgeving)

Geen.

Overzicht van in de tekst verwerkte wijzigingen

Datum inwerkingtreding

Terugwerkende kracht tot en met

Datum uitwerkingtreding

Betreft

Datum ondertekening

Bron bekendmaking

Kenmerk voorstel

04-12-200801-01-2010nieuwe regeling

13-11-2008

Gemeenteblad 2008 nr. 68

Z/2008/63764

Tekst van de regeling

Intitulé

Verordening op de heffing en de invordering van Hondenbelasting 2009

 

 

Artikel 1 Belastbaar feit

Onder de naam “hondenbelasting” wordt een directe belasting geheven terzake van het houden van een hond binnen de gemeente.

Artikel 2 Belastingplicht

  • 1.

    Belastingplichtig is de houder van een hond.

  • 2.

    Als houder wordt aangemerkt degene die onder welke titel dan ook een hond onder zich heeft, tenzij blijkt dat een ander de houder is.

  • 3.

    Het houden van een hond door een lid van het huishouden wordt aangemerkt als het houden van een hond door een door de in artikel 231, tweede lid, onder b, van de Gemeentewet bedoelde gemeenteambtenaar aan te wijzen lid van dat huishouden.

  • 4.

    Voor honden die verblijven in een inrichting, welker bedrijfsdoel is dieren tegen vergoeding te verzorgen, wordt de belasting geheven van degene voor wiens rekening de hond wordt verzorgd.

Artikel 3 Belastingjaar

Het belastingjaar is gelijk aan het kalenderjaar.

Artikel 4 Vrijstellingen

De belasting wordt niet geheven terzake van honden:

  • 1.

    beneden de leeftijd van twee maanden, voor zover deze honden niet op de openbare weg komen;

  • 2.

    die uitsluitend dienen om blinden op de openbare weg te geleiden;

  • 3.

    waarvan de houder in het bezit is van een geldend diploma der Koninklijke Nederlandse Politiehonden Vereniging, mits de houder zich verbindt zijn hond met een geleider, aan wiens bevelen hij gehoorzaamt, op aanvraag ter beschikking van de politie te stellen;

  • 4.

    die verblijven in een hondenasiel als bedoeld in artikel 1, onder c, van het Honden- en kattenbesluit 1999, welk asiel is opgenomen in het centrale register bedoeld in artikel 5, tweede lid, van genoemd besluit;

  • 5.

    boven het getal van drie, voor zover uitsluitend ten verkoop in voorraad gehouden door een houder in een bedrijfsinrichting als bedoeld in artikel 1, onder b, van het Honden- en kattenbesluit 1999, welk inrichting is opgenomen in het centrale register bedoeld in artikel 5, tweede lid, van genoemd besluit;

  • 6.

    boven het getal van drie, gehouden door kennelhouders die als zodanig zijn ingeschreven bij de Raad van Beheer op Kynologisch gebied;

  • 7.

    die korter dan veertien dagen in de gemeente gehouden worden;

  • 8.

    die gehouden worden door het Rijk of gemeente ten behoeve van haar diensten en bedrijven.

Artikel 5 Maatstaf van heffing

De belasting wordt geheven naar het aantal honden dat wordt gehouden.

Artikel 6 Belastingtarief

  • 1.

    De belasting bedraagt per belastingjaar:

  • 2.

    voor de eerste hond € 58,68.

  • 3.

    voor iedere hond boven het aantal van één € 95,14.

Artikel 7 Wijze van heffing

De hondenbelasting wordt bij wege van aanslag geheven.

Artikel 8 Aangifte

  • 1.

    Ieder die bij aanvang van een belastingjaar houder is van één of meer honden, is gehouden binnen twee maanden daarna een verzoek in te dienen om uitreiking van een aangiftebiljet, tenzij aan belastingplichtige reeds een aangiftebiljet is uitgereikt of reeds een aanslag is opgelegd.

  • 2.

    Indien in de loop van het belastingjaar de belastingplicht ontstaat dan wel het aantal honden dat door de belastingplichtige wordt gehouden wijziging ondergaat, dient de belastingplichtige binnen veertien dagen na het tijdstip waarop de belastingplicht is ontstaan of de wijziging van het aantal honden heeft plaatsgevonden, bij de in artikel 231, tweede lid, onderdeel b, van de Gemeentewet bedoelde gemeenteambtenaar om uitreiking van aangiftebiljet te verzoeken.

  • 3.

    Het formulier van het aangiftebiljet wordt bij afzonderlijk besluit door het college vastgesteld.

Artikel 9 Ontstaan van de belastingschuld en de heffing naar tijdsgelang

  • 1.

    De belasting is verschuldigd bij het begin van het belastingjaar of, zo dit later is, bij de aanvang van de belastingplicht.

  • 2.

    Indien de belastingplicht in de loop van het jaar aanvangt, dan wel het aantal honden in de loop van het belastingjaar toeneemt, is de belasting, respectievelijk de hogere belasting ter zake van het toegenomen aantal honden, verschuldigd voor zoveel twaalfde gedeelten van de voor dat jaar verschuldigde belasting als er in dat jaar, na de aanvang van de belastingplicht, respectievelijk de toename van het aantal honden, nog volle kalendermaanden overblijven.

  • 3.

    Indien de belastingplicht in de loop van het belastingjaar eindigt, dan wel het aantal honden in de loop van het belastingjaar vermindert, bestaat aanspraak op ontheffing voor zoveel twaalfde gedeelten van de voor dat jaar verschuldigde belasting als er in dat jaar, na het einde van de belastingplicht respectievelijk de vermindering van het aantal honden, nog volle kalendermaanden overblijven.

Artikel 10 Termijn van betaling

  • 1.

    De belastingaanslagen zijn invorderbaar in één termijn welke vervalt een maand na dagtekening van het aanslagbiljet.

  • 2.

    De Algemene Termijnenwet is niet van toepassing op de in het eerste lid gestelde termijn.

Artikel 11 Nadere regels

Het college kan nadere regels geven met betrekking tot de heffing en invordering van de hondenbelasting.

Artikel 12 Inwerkingtreding en citeertitel

  • 1.

    De Verordening hondenbelasting 2008, vastgesteld door de raad in de openbare vergadering van 29 november 2007, wordt ingetrokken met ingang van de in het derde lid genoemde datum van heffing, met dien verstande dat zij van toepassing blijft op de belastbare feiten die zich voor die datum hebben voorgedaan.

  • 2.

    Deze verordening treedt in werking met ingang van de tweede dag na die van de bekendmaking.

  • 3.

    De datum van ingang van de heffing is 1 januari 2009.

  • 4.

    Deze verordening kan worden aangehaald als “Verordening Hondenbelasting 2009”.

Artikel 13 Bekendmaking

Deze verordening zal worden bekendgemaakt door het plaatsen van de verordening in het gemeenteblad.

In een huis-aan-huisblad wordt meegedeeld dat de verordening voor een ieder kosteloos ter inzage ligt in het gemeentehuis. Daarnaast zal de tekst van de verordening worden geplaatst op de website van de gemeente.

Aldus vastgesteld in de openbare raadsvergadering van 13 november 2008,

Voorzitter

Raadsgriffier