Ziet u een fout in deze regeling? Meld het ons op regelgeving@overheid.nl!
Zaltbommel

Verordening op de heffing en de invordering van parkeerbelastingen 2020

Wetstechnische informatie

Gegevens van de regeling
OrganisatieZaltbommel
OrganisatietypeGemeente
Officiële naam regelingVerordening op de heffing en de invordering van parkeerbelastingen 2020
CiteertitelVerordening parkeerbelastingen 2020
Vastgesteld doorgemeenteraad
Onderwerpfinanciën en economie
Eigen onderwerp

Opmerkingen met betrekking tot de regeling

Geen

Wettelijke grondslag(en) of bevoegdheid waarop de regeling is gebaseerd

  1. artikel 156, eerste lid, van de Gemeentewet
  2. artikel 156, tweede lid, van de Gemeentewet
  3. artikel 225 van de Gemeentewet
  4. https://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xhtmloutput/Historie/Zaltbommel/CVDR302206/CVDR302206_2.html
Overzicht van in de tekst verwerkte wijzigingen

Datum inwerkingtreding

Terugwerkende kracht tot en met

Datum uitwerkingtreding

Betreft

Datum ondertekening

Bron bekendmaking

Kenmerk voorstel

01-01-2020Nieuwe regeling

12-12-2019

gmb-2019-315692

Tekst van de regeling

Intitulé

Verordening op de heffing en de invordering van parkeerbelastingen 2020

De raad van de gemeente Zaltbommel;

 

gelezen het voorstel van het college van burgemeester en wethouders van 5 november 2019;

 

gelet op de artikelen 156, eerste en tweede lid, aanhef en onderheel h, artikel 225 van de Gemeentewet, de Parkeerverordening 2010 en de verordening tot eerste wijziging van de Parkeerverordening 2010;

besluit:

 

vast te stellen de volgende verordening:

VERORDENING OP DE HEFFING EN DE INVORDERING VAN PARKEERBELASTINGEN 2020

Artikel 1 Definities

Voor de toepassing van deze verordening wordt verstaan onder:

  • a.

    parkeren: het gedurende een aaneengesloten periode doen of laten staan van een voertuig, anders dan gedurende de tijd die nodig is voor en gebruikt wordt tot het onmiddellijk in- of uitstappen van personen dan wel het onmiddellijk laden of lossen van zaken, op in de binnenstad van de gemeente Zaltbommel gelegen voor het openbaar verkeer openstaande terreinen of weggedeelten, waarop dit doen of laten staan niet ingevolge een wettelijk voorschrift is verboden;

  • b.

    motorvoertuigen: hetgeen daaronder wordt verstaan in het RVV 1990 met inbegrip van brommobielen, zoals bedoeld in artikel 1 onder ia van het RVV 1990;

  • c.

    houder: degene op wiens naam het motorrijtuig ten tijde van het parkeren in het kentekenregister, bedoeld in de Wegenverkeerswet 1994, was ingeschreven;

  • d.

    parkeerapparatuur: parkeermeters, parkeerautomaten, met inbegrip van verzamelparkeermeters, en hetgeen naar maatschappelijke opvatting overigens onder parkeerapparatuur wordt verstaan;

  • e.

    centrale computer: computer van het bedrijf waarmee de gemeente Zaltbommel een overeenkomst heeft gesloten, bestemd voor de registratie van parkeerbewegingen in het kader van het verlenen van diensten op het gebied van betaald parkeren met gebruik van een telefoon of een ander communicatiemiddel;

  • f.

    parkeerkraskaart: een kaart, bestemd voor bezoekers van bewoners woonachtig in het gebied betaald parkeren van de gemeente Zaltbommel, waarop de datum en het tijdstip van aanvang van het parkeren door middel van het openkrassen, aankruisen of omcirkelen van de vakjes aangegeven dient te worden en waarbij het kenteken van het te parkeren voertuig op de kraskaart vermeld dient te worden;

  • g.

    parkeerkraskaartboekje: boekje uitgegeven door de gemeente Zaltbommel met daarin meerdere parkeerkraskaarten.

Artikel 2 Belastbaar feit

Onder de naam 'parkeerbelastingen' worden de volgende belastingen geheven:

  • a.

    een belasting voor het parkeren van een voertuig op een door het college van burgemeester en wethouders te bepalen plaats, tijdstip en wijze;

  • b.

    een belasting voor een van gemeentewege verleende vergunning voor het parkeren van een voertuig op de in die vergunning aangegeven plaats en wijze;

  • c.

    een belasting voor een van gemeentewege verstrekt parkeerkraskaartenboekje voor het parkeren van een voertuig op de in het parkeerkraskaartenboekje aangegeven plaats en wijze.

Artikel 3 Belastingplicht

  • 1.

    De belasting bedoeld in artikel 2, onderdeel a, wordt geheven van degene die het voertuig heeft geparkeerd op een parkeerplaats.

  • 2.

    Als degene die het voertuig heeft geparkeerd wordt mede aangemerkt:

    • a.

      degene die de belasting voldoet, dan wel te kennen geeft of heeft gegeven de belasting te willen voldoen;

    • b.

      zolang geen voldoening van de belasting genoemd in artikel 2, onderdeel a, heeft plaatsgevonden: de houder van het voertuig, met dien verstande dat:

      • 1e

        indien een voor ten hoogste drie maanden aangegane huurovereenkomst wordt overgelegd waaruit blijkt wie ten tijde van het parkeren ingevolge deze overeenkomst de huurder van het voertuig was, niet de houder maar de huurder wordt aangemerkt als degene die het voertuig heeft geparkeerd;

      • 2e

        indien blijkt dat een ander in het kentekenregister had moeten staan ingeschreven, die ander wordt aangemerkt als degene die het voertuig heeft geparkeerd.

  • 3.

    De belasting bedoeld in artikel 2, onderdeel a, wordt niet geheven van degene die:

    • a.

      op de voet van het tweede lid, onderdeel b, als degene die het voertuig heeft geparkeerd wordt aangemerkt, indien deze aannemelijk maakt dat ten tijde van het parkeren een ander tegen zijn wil van het voertuig heeft gebruik gemaakt en dat hij dit gebruik redelijkerwijs niet heeft kunnen voorkomen;

    • b.

      in het bezit is van een geldige invalidenparkeerkaart zoals bedoeld in artikel 10;

    • c.

      een hulpverleningsvoertuig parkeert.

  • 4.

    De belasting bedoeld in artikel 2, onderdeel b, wordt geheven van degene die de vergunning heeft aangevraagd.

  • 5.

    De belasting bedoeld in artikel 2, onderdeel c, wordt geheven van degene die een parkeerkraskaartenboekje heeft aangevraagd.

Artikel 4 Maatstaf van heffing, belastingtarief en belastingtijdvak

De maatstaf van heffing, het belastingtarief en het belastingtijdvak zijn vermeld in de bij deze verordening behorende en daarvan deel uitmakende tarieventabel.

Artikel 5 Wijze van heffing

  • 1.

    De belasting bedoeld in artikel 2, onderdeel a, wordt geheven bij wege van voldoening op aangifte. In de tarieventabel is vermeld in welk deel van de gemeente welke wijze van heffing van toepassing is. Als voldoening op aangifte wordt aangemerkt het bij aanvang van het parkeren in werking stellen van de parkeerapparatuur op de daartoe bestemde wijze en met inachtneming van de door het college van burgemeester en wethouders gestelde voorschriften.

  • 2.

    De belasting bedoeld in artikel 2, onderdeel b, wordt geheven bij wege van voldoening op aangifte.

  • 3.

    De belasting bedoeld in artikel 2, onderdeel c, wordt geheven op andere wijze.

Artikel 6 Ontstaan van de belastingschuld

  • 1.

    De belasting bedoeld in artikel 2, onderdeel a, is verschuldigd bij de aanvang van het parkeren, tenzij het bij de aanvang van het parkeren in werking stellen van de parkeerapparatuur geschiedt door het via een telefoon inloggen op de centrale computer.

  • 2.

    De belasting bedoeld in artikel 2, onderdeel b, is verschuldigd op het tijdstip waarop de vergunning wordt verleend.

  • 3.

    Indien de belastingplicht, bedoeld in artikel 2, onderdeel b, in de loop van het jaar aanvangt, is de belasting verschuldigd voor zoveel twaalfde gedeelten van de voor dat jaar verschuldigde belasting als er in dat jaar, na de aanvang van de belastingplicht, nog volle kalendermaanden overblijven.

  • 4.

    Indien de belastingplicht, bedoeld in artikel 2, onderdeel b, in de loop van het belastingjaar eindigt, bestaat aanspraak op ontheffing voor zoveel twaalfde gedeelten van de voor dat jaar verschuldigde belasting als er in dat jaar, na het einde van de belastingplicht, nog volle kalendermaanden overblijven.

  • 5.

    De belasting bedoeld in artikel 2, onderdeel c, is verschuldigd op het tijdstip waarop het parkeerkraskaartenboekje wordt verstrekt.

Artikel 7 Termijnen van betaling

  • 1.

    De belasting bedoeld in artikel 2, onderdeel a, moet overeenkomstig de aangifte worden betaald bij de aanvang van het parkeren.

  • 2.

    In afwijking van het bepaalde in het vorige lid moet de belasting overeenkomstig de aangifte worden betaald binnen een maand na het einde van het parkeren indien het bij de aanvang van het parkeren in werking stellen van de parkeerapparatuur geschiedt door het via een telefoon inloggen op de centrale computer.

  • 3.

    De belasting bedoeld in artikel 2, onderdeel b, moet overeenkomstig de aangifte worden betaald op het tijdstip waarop de vergunning wordt verleend.

  • 4.

    De belasting bedoeld in artikel 2, onderdeel c, moet worden betaald op het tijdstip waarop het parkeerkraskaartenboekje wordt verstrekt.

  • 5.

    Een naheffingsaanslag moet binnen twee weken na dagtekening van de duplicaat naheffingsaanslag worden betaald.

Artikel 8 Bevoegdheid tot aanwijzing parkeerplaatsen

De aanwijzing van de plaats waar, het tijdstip en de wijze waarop tegen betaling van de belasting, zoals bedoeld in artikel 2, mag worden geparkeerd geschiedt in alle gevallen door het college van burgemeester en wethouders bij openbaar te maken besluit.

Artikel 9 Bevoegdheid tot gebruik wielklem en wegsleepregeling

  • 1.

    Tot zekerheid van de betaling van een naheffingsaanslag ter zake van de belasting bedoeld in artikel 2, onderdeel a, kan aan het voertuig ook een wielklem worden aangebracht, waardoor wordt verhinderd dat het voertuig wordt weggereden.

  • 2.

    Het college van burgemeester en wethouders wijst bij openbaar te maken besluit in alle gevallen de terreinen en weggedeelten aan waar de wielklem wordt toegepast.

  • 3.

    Indien na het aanbrengen van de wielklem 24 uren zijn verstreken kan het voertuig naar een door de in artikel 231, tweede lid, onderdeel b, van de Gemeentewet bedoelde gemeenteambtenaar aangewezen plaats worden overgebracht en in bewaring worden gesteld.

Artikel 10 Vrijstelling

De parkeerbelastingen worden niet geheven:

  • 1.

    Aan Houders van een geldige Europese Gehandicapten Parkeerkaart, landelijke invalidenparkeerkaart (zowel voor bestuurders als passagiers), gewestelijke invalidenparkeerkaart of buitenlandse invalidenparkeerkaart, mits deze parkeerkaart met de daartoe bestemde zijde op een van buitenaf duidelijk leesbare plaats direct achter de voorruit van het voertuig is geplaatst. Indien geen voorruit aanwezig is, dient de parkeerkaart op een van buitenaf zichtbare plaats duidelijk leesbaar te worden aangebracht.

  • 2.

    Ten behoeve van het parkeren van hulpverleningsvoertuigen.

Artikel 11 Kosten

  • 1.

    De kosten van de naheffingsaanslag ter zake van de belasting bedoeld in artikel 2, onderdeel a, bedragen € 64,00 per naheffingsaanslag.

  • 2.

    De kosten van het aanbrengen en het verwijderen van de wielklem bedragen € 83,00 per voertuig.

  • 3.

    De kosten voor de overbrenging en bewaring van het voertuig voor 24 uur of minder bedragen € 210,00 per voertuig. Bij bewaring van het voertuig van 24 uur of meer uren bedragen de kosten € 210,00 voor de eerste 24 uur van bewaring plus € 10,50 per dag. Bij bewaring van langer dan 24 uur, wordt een gedeelte van een dag als een gehele dag beschouwd.

  • 4.

    De kosten voor verstrekking van een extra vergunning voor een nieuw voertuig met inneming van de oude vergunning(en) bedragen € 13,00.

  • 5.

    De kosten voor verstrekking van een duplicaat vergunning als gevolg van diefstal of verlies bedragen € 13,00.

  • 6.

    Het bedrag van de ingevolge het tweede en derde lid in rekening te brengen kosten wordt bij beschikking vastgesteld.

Artikel 12 Kwijtschelding

Bij de invordering van deze parkeerbelastingen wordt geen kwijtschelding verleend.

Artikel 13 Overgangsbepaling

De ‘Verordening parkeerbelastingen 2019’, vastgesteld op 13 december 2018 wordt ingetrokken met ingang van de in artikel 14, tweede lid, genoemde datum van ingang van de heffing, met dien verstande dat zij van toepassing blijft op de belastbare feiten die zich voor die datum hebben voorgedaan.

Artikel 14 Inwerkingtreding

  • 1.

    Deze verordening treedt in werking met ingang van 1 januari 2020.

  • 2.

    De datum van ingang van de heffing is 1 januari 2020.

Artikel 15 Citeertitel

Deze verordening kan worden aangehaald als ‘Verordening parkeerbelastingen 2020’.

 

Aldus vastgesteld door de raad van de gemeente Zaltbommel inzijn vergadering van donderdag 12 december 2019

De raad voornoemd,

de raadsgriffier,

drs. M.S.P. (Monique)Muurling

de voorzitter,

dhr. P.C. (Pieter) vanMaaren

Tarieventabel, behorende bij de Verordening parkeerbelastingen 2020

 

  • I.

    Het tarief voor het parkeren als bedoeld in artikel 2, onderdeel a, bedraagt:

    Tabel 1: tarieven betaald parkeren

     

    Bij parkeerapparatuur geschikt voor een parkeertijd van maximaal:

    Bedrag

    Per tijdseenheid

    Zone 1

    1,5 uur

    € 1,45

    60 minuten

    Zone 2

    2,5 uur

    € 1,18

    60 minuten

    Zone 3

    Nvt

    € 0,00

    Nvt

    Zone 4

    4 uur

    € 1,50

    1-240 minuten.

  • II.

    Het tarief voor een parkeervergunning als bedoeld in artikel 2, onderdeel b, bedraagt:

    Tabel 2: parkeervergunningen

     

    Categorie

    Zone 1

    Zone 2 en zone 4

    Zone 3

    Per tijdseenheid

    1

    Inwoners als bedoeld in artikel C, lid 2, onderdeel a van de Parkeerverordening 2010 (kentekengebonden vergunning)

    niet mogelijk

    € 85,50

    n.v.t.

    jaar

    1a

    Inwoners als bedoeld in artikel C, lid 2, onderdeel a van de Parkeerverordening 2010 (kentekengebonden vergunning)

    Betreft 2e vergunningsmogelijkheid

    niet mogelijk

    € 126,00

    n.v.t.

    jaar

    2

    Bedrijven als bedoeld in artikel C, lid 2, onderdeel b van de Parkeerverordening 2010

    (bedrijfsgebonden vergunning)

    niet mogelijk

    € 276,00

    n.v.t.

    jaar

    2a

    Bedrijven als bedoeld in artikel C, lid 2, onderdeel b van de Parkeerverordening 2010

    (bedrijfsgebonden vergunning)

    Betreft 2e vergunningsmogelijkheid

    niet mogelijk

    € 408,00

    n.v.t.

    jaar

    3

    Bedrijven met een bezorgfunctie als bedoeld in artikel C, lid 2, onderdeel c van de Parkeerverordening 2010 (wisselende parkeerplaats)

    € 2.115,00

    € 1.517,00

    n.v.t

    jaar

    4

    Personen of bedrijven met een zorgfunctie als bedoeld in artikel C, lid 2, onderdeel d van de Parkeerverordening 2010 (wisselende parkeerplaats)

    € 66,00

    n.v.t

    jaar

    5

    Praktijkhoudende huisartsen als bedoeld in artikel C, lid 2, onderdeel e van de Parkeerverordening 2010 (vaste parkeerplaats)

    € 298,00

    n.v.t

    jaar

    6

    Tijdelijke werkzaamheden als bedoeld in artikel C, lid 2, onderdeel f van de Parkeerverordening 2010

    € 7,00

    n.v.t.

    dagdeel van 4 uur

    7

    Extra vergunning als bedoeld in artikel 11, lid 4 van de verordening Parkeerbelastingen 2018

    € 13,00

     

    8

    Gemeentelijke dienstverlening als bedoeld in artikel C, lid 2, onderdeel g van de Parkeerverordening 2010 zoals deze luidt na vaststelling van de Verordening tot eerste wijziging van de Parkeerverordening 2010

    € 66,00

    n.v.t.

    jaar

    9

    Trouwlocatie als bedoeld in artikel C, lid 2, onderdeel h van de Parkeerverordening 2010 zoals deze luidt na vaststelling van de Verordening tot eerste wijziging van de Parkeerverordening 2010

    € 0,00

    € 0,00

    n.v.t.

    jaar

    10

    Standplaatshouders weekmarkt als bedoeld in artikel C, lid 2, onderdeel i van de Parkeerverordening 2010 zoals deze luidt na vaststelling van de Verordening tot eerste wijziging van de Parkeerverordening 2010

    n.v.t.

    € 0,00 (slechts geldig in zone 4)

    n.v.t.

    weekmarkt-uren op vastgestelde dagen

  • III.

    Gedeelten van de onder II van deze tarieventabel vermelde tijdseenheden van minder dan een maand worden voor een geheel gerekend.

  • IV.

    Het tarief voor een parkeerkraskaart als bedoeld in artikel 2, onderdeel c, bedraagt:

    Tabel 3: Parkeerkraskaarten

     

    Geschikt voor een parkeertijd van maximaal:

    Bedrag

    Per tijdseenheid

    Zone 2

    4 uur

    € 1,50

    240 minuten

Behoort bij raadsbesluit van 12 december 2019,

de griffier,

drs. M.S.P.Muurling