Ziet u een fout in deze regeling? Meld het ons op regelgeving@overheid.nl!
Zeeland

Werktijdenregeling Provincie Zeeland 2015

Wetstechnische informatie

Gegevens van de regeling
OrganisatieZeeland
OrganisatietypeProvincie
Officiële naam regelingWerktijdenregeling Provincie Zeeland 2015
CiteertitelWerktijdenregeling Provincie Zeeland 2015
Vastgesteld doorgedeputeerde staten
Onderwerpbestuur en recht
Eigen onderwerpPersoneel

Opmerkingen met betrekking tot de regeling

Gedeputeerde stellen deze regeling vast onder gelijktijdige intrekking van de Werktijdenregeling provincie Zeeland 2014.

Wettelijke grondslag(en) of bevoegdheid waarop de regeling is gebaseerd

Provinciewet, Art. 158

Regelgeving die op deze regeling is gebaseerd (gedelegeerde regelgeving)

Geen

Overzicht van in de tekst verwerkte wijzigingen

Datum inwerkingtreding

Terugwerkende kracht tot en met

Datum uitwerkingtreding

Betreft

Datum ondertekening

Bron bekendmaking

Kenmerk voorstel

16-02-2019Art. 11

20-11-2018

prb-2019-1088

18928679
30-06-201801-01-201816-02-2019Art. 1, 3, 5, 6, 8, 11 en 12

26-06-2018

prb-2018-4827

18016664
24-04-201501-01-201530-06-2018Nieuwe regeling

24-03-2015

Provinciaal Blad, 2015, 2147

15003828

Tekst van de regeling

Intitulé

Werktijdenregeling Provincie Zeeland 2015

BESLUIT van gedeputeerde staten van 24 maart 2015, kenmerk 15003828, houdende vaststelling van de Werktijdenregeling Provincie Zeeland 2015 en intrekking van de Werktijdenregeling Provincie Zeeland 2014.

 

Gedeputeerde staten van Zeeland,

  • -

    overwegende dat het wenselijk is de Werktijdenregeling provincie Zeeland 2014 in juridisch-technische zin aan te passen;

  • -

    overwegende dat het wenselijk is een nieuwe regeling vast te stellen en de vigerende regeling in te trekken;

  • -

    gelet op artikel 158, eerste lid, onder c, van de Provinciewet;

  • -

    gehoord de ondernemingsraad;

besluiten vast te stellen de

Werktijdenregeling Provincie Zeeland 2015
Artikel 1 Begripsbepalingen

Voor de toepassing van deze regeling wordt verstaan onder:

  • a.

    werknemer: de ambtenaar als bedoeld in artikel 1.1, onder b, van de Collectieve Arbeidsvoorwaardenregeling Provincies (CAP), alsmede degene met wie gedeputeerde staten een arbeidsovereenkomst hebben afgesloten als bedoeld in artikel 2.3.1 van genoemde arbeidsvoorwaardenregeling;

  • b.

    college: het college van gedeputeerde staten;

  • c.

    bedrijfstijd: de tijdsperiode waarbinnen per dag de werkzaamheden op het provinciehuis kunnen worden verricht;

  • d.

    thuiswerken: de uren waarop de werknemer met toestemming van zijn direct leidinggevende werkzaamheden thuis verricht;

  • e.

    formele arbeidsduur: de volgens de aanstelling vastgestelde omvang van het aantal uren gedurende welke de werknemer in een bepaalde periode arbeid moet verrichten;

  • f.

    feitelijke arbeidsduur: het aantal uren gedurende welke de werknemer in een bepaalde periode arbeid verricht;

  • g.

    werkrooster: het aantal te werken uren per week dat verdeeld is over de werkdagen;

  • h.

    leidinggevende: degene die krachtens mandaat bevoegd is tot het nemen van besluiten jegens de werknemer met betrekking tot de werktijden;

  • i.

    compensatie-uren: uren die per week meer gewerkt worden dan de formele arbeidsduur;

  • j.

    medische eerstelijnszorg: alle zorg die direct toegankelijk is voor de patiënt. Denk aan huisartsen, maatschappelijk werk en spoedeisende hulp in ziekenhuizen;

  • k.

    medische tweedelijnszorg: de zorg waarvoor verwijzing nodig is;

  • l.

    verlof: het aantal uren basisvakantieverlof vermeerderd met het aanvullend vakantieverlof.

Artikel 2 Dienstverlening
  • 1.

    De bedrijfstijd is gelegen tussen 07.30 uur en 18.00 uur.

  • 2.

    Voor nader te bepalen functies kan een afwijkende bedrijfstijd worden vastgesteld.

Artikel 3 Werktijd per week
  • 1.

    Voor zover geen toepassing wordt gegeven aan het bepaalde in artikel 4.2, derde lid, van de CAP, werkt de werknemer die in een voltijdsdienstverband werkzaam is formeel 36 uur per week. Bij een deeltijddienstverband geldt een evenredig deel daarvan afhankelijk van het deeltijdpercentage.

  • 2.

    In afwijking van het bepaalde in het eerste lid kan met toepassing van artikel 4.2, derde lid, van de CAP, de werknemer die in een voltijdsdienstverband is aangesteld, naar aanleiding van een verzoek daartoe, jaarlijks met zijn leidinggevende overeenkomen dat zijn arbeidsduur gedurende een periode van minimaal drie en maximaal twaalf aaneengesloten maanden wordt bepaald op 40 uur per week. Voor de werknemer die in een deeltijddienstverband is aangesteld geldt een evenredig deel daarvan afhankelijk van het deeltijdpercentage.

  • 3.

    Bij de beoordeling van een verzoek als bedoeld in het vorige lid weegt de leidinggevende het belang van een goede bedrijfsvoering af tegen de individuele wens van de werknemer.

Artikel 4 Opbouwen en opnemen van compensatie-uren
  • 1.

    De werknemer die overeenkomstig het bepaalde in artikel 3, tweede lid, feitelijk meer uren per week werkt dan op grond van zijn aanstelling vereist is, bouwt daarmee compensatie-uren op met dien verstande dat een maximum van 204 uren per jaar geldt.

  • 2.

    De compensatie-uren van de werknemer worden opgebouwd met het verschil tussen het aantal feitelijk gewerkte uren en het aantal te werken uren volgens zijn aanstelling.

  • 3.

    Over de wijze van opbouw van compensatie-uren maakt de werknemer vooraf afspraken met zijn leidinggevende.

  • 4.

    Na een aaneengesloten periode van vier weken van verzuim vindt geen opbouw van compensatie-uren meer plaats.

  • 5.

    De compensatie-uren moeten voor het einde van elk kalenderjaar worden opgenomen. Per 1 januari van het volgende kalenderjaar wordt een eventueel positief urensaldo tot nul teruggebracht. In bijzondere gevallen kan de leidinggevende toestaan dat van het bepaalde in de voorgaande volzin wordt afgeweken.

Artikel 5 Werkrooster
  • 1.

    De dagen/dagdelen waarop de werknemer zijn werkzaamheden volgens zijn aanstelling verricht worden in overleg met zijn leidinggevende vastgelegd in een werkrooster.

  • 2.

    Met inachtneming van hetgeen hierover is bepaald in artikel 4.2, tweede en derde lid, van de CAP, kunnen gedeputeerde staten in afwijking van deze regeling voor bepaalde onderdelen van de organisatie of voor bepaalde functies dan wel voor een werknemer, een bijzondere werktijdenregeling respectievelijk een individuele werktijdenregeling vaststelle.

Artikel 6 Opbouw en opname van verlof
  • 1.

    De werknemer heeft aanspraak op verlof overeenkomstig het bepaalde in artikel 5.1, van de CAP. Deelname aan opbouwen en opnemen van compensatie-uren brengt geen wijziging teweeg in de omvang van het verlof.

  • 2.

    Indien de werknemer verlof wenst op te nemen als bedoeld in artikel 5.3 van de CAP, dient hij vooraf een aanvraag in bij zijn leidinggevende. Bij deze aanvraag wordt uitgegaan van het aantal uren dat de werknemer volgens zijn werkrooster op de desbetreffende dag(en) zou moeten werken.

  • 3.

    Het bepaalde in het tweede lid is eveneens van toepassing bij het opnemen van compensatie-uren.

Artikel 7 Eisen in het kader van de Arbeidstijdenwet

De werknemer neemt wat betreft zijn werk- en rusttijden de regels in acht die bij of krachtens de Arbeidstijdenwet zijn vastgesteld.

Artikel 8 Compensatie van roostervrije dagen

Voor het compenseren van roostervrije dagen als bedoeld in artikel 4.3 van de CAP door middel van het inleveren van verlofuren, moet worden uitgegaan van het aantal uren dat de werknemer volgens zijn werkrooster op de desbetreffende dag(en) zou moeten werken.

Artikel 9 Thuiswerken
  • 1.

    De werknemer maakt met zijn leidinggevende afspraken over thuiswerken.

  • 2.

    De leidinggevende kan nader bepalen welke werkzaamheden in aanmerking komen voor thuiswerken. Het betreft hier taken die alleen kunnen worden uitgevoerd, locatieonafhankelijk zijn en toetsbare resultaten opleveren.

  • 3.

    Indien het thuiswerken door de leidinggevende wordt toegestaan dient de werknemer hiervoor zoveel mogelijk zijn persoonlijke hulpmiddelen te gebruiken.

  • 4.

    De werkgever vergoedt geen kosten voor de internetverbinding of thuiswerkplek.

  • 5.

    De werknemer draagt er zorg voor dat de gegevens waarmee hij thuiswerkt niet voor anderen toegankelijk zijn, dit conform de gedragscode voor personeelsleden op het gebied van integriteit.

  • 6.

    De werknemer is zelf verantwoordelijk voor het verantwoord thuiswerken. Voorlichting en informatie over thuiswerken is te vinden op intranet of bij de arbo- en verzuimcoördinator.

  • 7.

    Het thuiswerken ontslaat de werknemer niet van de verplichtingen om aan overlegvormen deel te nemen die een oorzakelijk verband hebben met zijn functie.

  • 8.

    De werknemer die thuiswerkt dient rekening te houden met de verplichtingen voortvloeiende uit de Arbeidstijdenwet en Arbeidsomstandighedenwet.

  • 9.

    De regels met betrekking tot verzuim en overwerk dienen door de werknemer in acht te worden genomen.

Artikel 10 Overige bepalingen
  • 1.

    De werknemer is verantwoordelijk voor het tijdig melden van aan- en afwezigheid alsmede bereikbaarheid aan zijn direct leidinggevende en collega's.

  • 2.

    Noodzakelijke medische eerstelijnszorg vindt zoveel mogelijk in eigen tijd plaats. Indien dit niet mogelijk is en de zorg (deels) onder werktijd plaatsvindt, dan hoeft de hiermee gemoeide werktijd niet gecompenseerd te worden. Bij noodzakelijke medische tweedelijnszorg die onder werktijd plaatsvindt, maakt de werknemer met zijn leidinggevende afspraken over de verzuimde uren.

Artikel 11 Overwerk
  • 1.

    Van overwerk in de zin van artikel artikel 3.4.3 van de CAP, is pas sprake indien een werknemer daartoe een opdracht ontvangt van zijn direct leidinggevende en voor zover de extra gewerkte uren buiten de bedrijfstijd vallen.

  • 2.

    In afwijking van het bepaalde in het vorige lid kan het afdelingsmanager van de afdeling I&V een kantonnier opdracht verstrekken tot het verrichten van overwerk, waarbij ook binnen de bedrijfstijd een overwerkvergoeding wordt toegekend, mits de desbetreffende dag langer dan 8½ uur is gewerkt.

Artikel 12 Werktijdvermindering senioren
  • 1.

    De feitelijke werktijd van de werknemer die in voltijdsdienstverband werkzaam is en 60 jaar of ouder is, wordt op zijn verzoek verminderd met 2½ uur per week met behoud van bezoldiging.

  • 2.

    Bij een deeltijder wordt de vermindering naar rato berekend.

  • 3.

    Het recht op vermindering van werktijd gaat in op de eerste dag van de maand volgend op de maand waarin de werknemer 60 jaar wordt.

  • 4.

    Bij deelname aan deze regeling worden de aanspraken op vakantie- en compensatie-uren naar rato verminderd.

  • 5

    De werktijdvermindering als bedoeld in het eerste lid wordt verwerkt in het werkrooster als bedoeld in artikel 5, tweede lid.

  • 6.

    Ingeval van afwezigheid wegens verzuim wordt geen compensatie verleend.

  • 7.

    Tijdens deelname aan deze regeling mag de werknemer geen bezoldigde nevenfuncties uitoefenen tenzij deze nevenfuncties al meer dan een jaar voor deelname aan de regeling werden vervuld.

Artikel 13 Onvoorziene omstandigheden

In gevallen waarin deze regeling niet of niet in redelijkheid voorziet kunnen gedeputeerde staten een bijzondere voorziening treffen.

Artikel 14 Citeertitel en slotbepalingen
  • 1.

    Deze regeling wordt aangehaald als: Werktijdenregeling Provincie Zeeland 2015.

  • 2.

    Deze regeling treedt in werking met ingang van de eerste dag na de datum van uitgifte van het Provinciaal Blad waarin het wordt geplaatst en werkt terug tot en met 1 januari 2015.

  • 3.

    Gedeputeerde stellen deze regeling vast onder gelijktijdige intrekking van de Werktijdenregeling provincie Zeeland 2014.

Aldus vastgesteld in de vergadering van Gedeputeerde Staten van 24 maart 2015.

Drs. J.M.M. Polman, voorzitter

A.W. Smit, secretaris

Uitgegeven 23 april 2015

De secretaris, A.W. Smit